Regeling van de Minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid van 7 september 2001, houdende regels in verband met de verstrekking van reisdocumenten door de burgemeesters

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-04-01
State In force
Source BWB
artikelen 291
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 2, eerste lid, onder g, tweede en derde lid, 3, eerste, derde, vierde en zevende lid, 16, tweede lid, 26, eerste lid, onder d en derde lid, 27, eerste lid, 30, eerste lid, 31, derde lid, 40, eerste lid, onder d en zesde lid, 43, 57 en 59 van de Paspoortwet en artikel 3 van het Besluit paspoortgelden;

Besluit:

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

§ 1. Definities en reikwijdte

Artikel 1
1.

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • b. aanvraag, weigering, verstrekking, uitreiking, houder, wijziging, inhouding, vervallen of vervallenverklaring en vermissing: hetgeen ingevolge artikel 1, eerste lid, van de wet daaronder wordt verstaan;
  • h. aanvraagsysteem reisdocumenten: het geheel van apparatuur, programmatuur, opslagmedia en overige materialen, waarvan door de bevoegde autoriteit gebruik wordt gemaakt bij de aanvraag, verstrekking, uitreiking en registratie van reisdocumenten;
  • i. reisdocumentenstation: de door de leverancier beschikbaar gestelde apparatuur en programmatuur, waarin gegevens met betrekking tot aangevraagde en uitgereikte reisdocumenten worden verwerkt en gearchiveerd en waarmee de gegevensuitwisseling tussen de bevoegde autoriteit en de leverancier plaatsvindt (reisdocumentenaanvraag- en archiefstation);
  • j. reisdocumentenadministratie: de in het reisdocumentenstation en op andere wijze bij de bevoegde autoriteit opgeslagen gegevens met betrekking tot aangevraagde en uitgereikte reisdocumenten;
  • k. reisdocumentenmodule: de apparatuur en programmatuur, waarmee de bevoegde autoriteit bij de aanvraag en uitreiking gegevens uitwisselt met het reisdocumentenstation en de basisadministratie;
  • l. standaardclausule: een clausule, waarvan de tekst in bijlage A van deze regeling is opgenomen en die door de leverancier dan wel de bevoegde autoriteit in het reisdocument wordt aangebracht;
  • m. openbaar lichaam: openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba;
  • n. aanvraagnummer: het nummer dat voorgedrukt is op het foto- en handtekeningformulier;
  • p. vervallen;
  • q. spoedopdracht: de opdracht aan de leverancier om versneld over te gaan tot vervaardiging en levering van een reisdocument;
  • r. vervallen;;
  • s. identificatiekaart: een document als bedoeld in artikel 80, waarmee op elektronische wijze toegang kan worden verkregen tot het reisdocumentenstation en de daarin opgeslagen programmatuur en gegevens;
  • t. leverancier: een bedrijf dat in opdracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties belast is met het verrichten van een of meerdere diensten die verband houden met de verstrekking van reisdocumenten;
  • u. distributeur: het bedrijf dat zorg draagt voor de distributie van reisdocumenten, identificatiekaarten en overige materialen die door de leverancier worden geleverd;
  • v. bestelkantoor: het plaatselijke kantoor van de distributeur;
  • w. besteller: een werknemer in dienst bij de distributeur, die belast is met de feitelijke aflevering van de documenten en overige materialen;
  • x. uitgiftelocatie: de locatie bij een bevoegde autoriteit waar de aanvragen aan de leverancier worden verzonden en de documenten en overige materialen door de distributeur worden afgeleverd;
  • y. transporteur: het bedrijf dat, in voorkomende gevallen met inschakeling van tussenpersonen, zorg draagt voor de distributie van reisdocumenten, identificatiekaarten en overige materialen tussen het ministerie van Buitenlandse Zaken en de bevoegde autoriteiten in de openbare lichamen;
  • aa. aanvraagstation: de door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangewezen apparatuur en programmatuur voor het ondersteunen van het aanvraag- en uitgifteproces van reisdocumenten;
  • bb. foto- en handtekeningenformulier: het daartoe door de leverancier beschikbaar gestelde formulier dat bestemd is voor het opnemen van de foto en de handtekening, bedoeld in artikel 38, eerste en tweede lid;
  • cc. aanvraagstationlocatie:de locatie waar de bevoegde autoriteit met inachtneming van artikel 91 één of meerdere aanvraagstations heeft geplaatst;
  • dd. mobiel vingerafdrukopname-apparaat: de door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangewezen mobiele apparatuur en bijbehorende programmatuur voor het opnemen van vingerafdrukken;
2.

Deze regeling is van toepassing op de verstrekking van reisdocumenten door de burgemeesters en de gezaghebbers.

§ 2. Andere reisdocumenten van het Koninkrijk der Nederlanden

Artikel 2

Vervallen

§ 3. Modellen van de reisdocumenten

Artikel 3
1.

Voor de in artikel 2, eerste lid, onder a, d en e, van de wet bedoelde reisdocumenten worden de volgende modellen vastgesteld:

  • a. nationaal paspoort: model nationaal paspoort met 34 bladzijden, dan wel met 66 bladzijden (zakenpaspoort), dat is opgenomen in bijlage M bij deze regeling;
  • b. reisdocument voor vluchtelingen: model reisdocument voor vluchtelingen, dat is opgenomen in bijlage N bij deze regeling;
  • c. reisdocument voor vreemdelingen: model reisdocument voor vreemdelingen, dat is opgenomen in bijlage O bij deze regeling;
2.

Voor de ingevolge artikel 2, eerste lid, onder g, van de wet vastgestelde reisdocumenten worden de volgende modellen vastgesteld:

  • a. faciliteitenpaspoort: model nationaal paspoort met 34 bladzijden, dan wel met 66 bladzijden (zakenpaspoort), als bedoeld in onderdeel a, voorzien van standaardclausule VI;
  • b. tweede paspoort: model nationaal paspoort met 34 bladzijden, dan wel met 66 bladzijden (zakenpaspoort), als bedoeld in onderdeel a, voorzien van standaardclausule VII.
3.

Met betrekking tot de ingevolge artikel 2, tweede lid, van de wet bedoelde identiteitskaarten worden van de volgende documenten in deze regeling de navolgende modellen vastgesteld:

  • a. Nederlandse identiteitskaart: model Nederlandse identiteitskaart, dat is opgenomen in bijlage P bij deze regeling;
  • b. vervangende Nederlandse identiteitskaart: model vervangende Nederlandse identiteitskaart, dat is opgenomen in bijlage Q bij deze regeling.
4.

In de modellen, genoemd in het eerste, tweede en derde lid, onder a, is een machineleesbare strook en een door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ondertekende chip opgenomen.

§ 3a. Het basisregister reisdocumenten

Artikel 4. Vestigingsplaats van het register

Vervallen

Artikel 5. Administratie van kennisgevingen uit het register
1.

De tot verstrekking dan wel inhouding bevoegde autoriteiten dragen er zorg voor dat de administratie, bedoeld in artikel 25, vierde en vijfde lid, van de wet, te allen tijde de naam, voornamen, geboortedatum en geboorteplaats bevat van de personen ten aanzien van wie zij op grond van de wet bevoegd zijn tot verstrekking dan wel inhouding.

2.

De in het eerste lid bedoelde administratie is op naam toegankelijk en kan desgewenst worden gevoerd door het bewaren en raadplegen van de regelmatig toegezonden signaleringslijst en de tussentijdse aanvullingen daarop.

§ 5. Aangewezen autoriteiten

Artikel 6. Burgemeester en gezaghebber

Vervallen

Artikel 7. Aangewezen gemeenten
1.

Als gemeenten als bedoeld in de artikelen 3.2., eerste lid, onderdeel a, en 4.2., eerste lid, onderdeel a, van het besluit, worden aangewezen Aalten, Bergen op Zoom, Bergeijk, Breda, Echt-Susteren, Enschede, ’s-Gravenhage, Haarlemmermeer, Heerlen, Maastricht, Montferland, Nijmegen, Oldambt, Sluis en Venlo.

2.

Als gemeenten als bedoeld in de artikelen 3.2., eerste lid, onderdeel b, en 4.2., eerste lid, onderdeel b, van het besluit, worden aangewezen Almelo, Alphen aan den Rijn, Arnhem, Dijk en Waard, Dordrecht, ’s-Gravenhage, Haarlemmermeer, Horst aan de Maas, Krimpen aan den IJssel, Land van Cuijk, Leeuwarden, Lelystad, Middelburg, Nieuwegein, Noordenveld, Roermond, Rotterdam, Sittard-Geleen, Soest, Stichtse Vecht, Vught, Zaanstad, Zutphen en Zwolle.

Artikel 8. Verwijzing

De burgemeester of de gezaghebber die niet bevoegd is tot het in ontvangst nemen van de aanvraag verwijst de betrokken persoon terstond naar de burgemeester of de gezaghebber die ingevolge de wet en de artikelen 3.1 en 3.2 van het besluit daartoe wel bevoegd is.

Hoofdstuk II. Vaststelling aanspraken op reisdocumenten en geldigheid

§ 5. Verwijzing

Artikel 9. Vaststelling van het Nederlanderschap

Vervallen

Artikel 10. Geldigheid

Vervallen

§ 2. Reisdocumenten voor vluchtelingen en reisdocumenten voor vreemdelingen

Artikel 11. Vaststelling aanspraken op reisdocumenten als bedoeld in artikel 11 en 13 van de wet

Vervallen

Artikel 12. Vaststelling aanspraken op reisdocumenten als bedoeld in de artikelen 12, 14 en 15, tweede lid, van de wet
1.

Behoudens het bepaalde in artikel 15a, verzamelt de burgemeester voor reisdocumenten als bedoeld in artikel 14 of 15, tweede lid, van de wet of de gezaghebber voor reisdocumenten als bedoeld in artikel 12, 14 of 15, tweede lid, van de wet, gegevens voor de vaststelling van de aanspraak op verstrekking. De gegevens worden waar mogelijk verzameld uit de basisadministratie, alsmede aan de hand van het door de aanvrager overgelegde verblijfsdocument of overige bewijsstukken.

2.

De volgende gegevens worden verzameld:

  • a. Met betrekking tot de nationaliteit: Welke nationaliteit de aanvrager bezit, dan wel dat de aanvrager van onbekende nationaliteit of staatloos is;
  • b. Met betrekking tot de binnenkomst in het Europese dan wel Caribische deel van Nederland:
  • 1°. de gemeente dan wel het openbaar lichaam waarvan de aanvrager bij binnenkomst voor het eerst ingezetene werd;
  • 2°. de geldigheidsduur en autoriteit van verstrekking van het reisdocument waarover de aanvrager bij binnenkomst beschikte;
  • c. Met betrekking tot het rechtmatig verblijf van de aanvrager in Nederland:
  • 1°. de in de basisadministratie opgenomen gegevens over de verblijfstitel van de aanvrager en de datum sedert welke de aanvrager in de vreemdelingenadministratie is ingeschreven;
  • 2°. het documentnummer en de geldigheidsduur van het verblijfsdocument, dan wel de reden waarom geen geldig verblijfsdocument ter inzage kan worden overgelegd;
  • d. Met betrekking tot de redenen om aanspraak te kunnen maken op een reisdocument:
  • 1°. de reden waarom de aanvrager geen reisdocument van een ander land kan verkrijgen, dan wel de reden waarom van de aanvrager niet kan worden gevergd dat hij een reisdocument van een ander land aanvraagt;
  • 2°. indien de aanvrager van een reisdocument als bedoeld in artikel 12 of 15, tweede lid, van de wet niet in het bezit is van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd of voor onbepaalde tijd: met welk doel hij zich wenst te begeven buiten het Europese dan wel het Caribische deel van Nederland.
3.

De gezaghebber raadpleegt de Minister van Justitie en Veiligheid over de gegevens bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, onderdeel 1°. De burgemeester raadpleegt de Minister van Justitie en Veiligheid over de datum sedert welke de aanvrager in de vreemdelingenadministratie is ingeschreven.

4.

Indien de in de basisadministratie opgenomen gegevens afwijken van de gegevens die omtrent de aanvrager in zijn verblijfsdocument of in de vreemdelingenadministratie zijn opgenomen dan wel anderszins onzekerheid bestaat over deze gegevens, wordt daarnaar een gericht onderzoek ingesteld.

5.

De burgemeester of de gezaghebber verwijst een persoon die een aanvraag voor de verstrekking van een reisdocument voor vreemdelingen als bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet wil indienen naar de Minister van Buitenlandse Zaken, indien de betrokken persoon zich naar een land wenst te begeven waar hij met een laissez-passer toegang en verblijf kan verkrijgen.

Artikel 13. Beoordeling aanspraak door Minister van Justitie en Veiligheid
1.

De Minister van Justitie en Veiligheid informeert de burgemeester of gezaghebber of er aan de voorwaarden voor aanspraak op een reisdocument als bedoeld in artikel 12, 14 of 15, tweede lid, van de wet is voldaan.

2.

Indien er bedenkingen bestaan tegen het verstrekken van het reisdocument als bedoeld in artikel 12, 14 of 15, tweede lid, van de wet, blijkt uit de schriftelijke vaststelling daarvan:

  • a. dat de aanvrager in het bezit moet zijn van een geldig reisdocument voor grensoverschrijding, verstrekt door de autoriteiten van een ander land;
  • b. dat de verblijfsvergunning van de aanvrager niet meer zal worden verlengd;
  • c. dat de verblijfsvergunning van de aanvrager is of wordt ingetrokken; of
  • d. welke andere bedenkingen er zijn.
Artikel 14. Beoordeling aanspraak door Minister van Buitenlandse Zaken
1.

De Minister van Buitenlandse Zaken informeert de burgemeester of gezaghebber of er aan de voorwaarden voor aanspraak op een reisdocument als bedoeld in artikel 12, 14 of 15, tweede lid, van de wet is voldaan.

2.

Indien er vanwege de internationale betrekkingen bedenkingen bestaan over het verstrekken van het reisdocument als bedoeld in artikel 12, 14 of 15, tweede lid, van de wet, vermeldt de Minister van Buitenlandse Zaken schriftelijk, gemotiveerd waaruit de bedenkingen bestaan.

Artikel 15. Beslissing inzake de aanspraak op een reisdocument als bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet

Vervallen

Artikel 16. Geldigheid

Vervallen

§ 3. Faciliteitenpaspoorten

Artikel 17. Aanspraken

Vervallen

Artikel 18. Geldigheid

Vervallen

§ 3. Faciliteitenpaspoorten

Artikel 19. Aanspraken

Vervallen

Artikel 20. Geldigheid

Vervallen

Hoofdstuk III. Aanvraagprocedure

§ 4. Tweede paspoorten

Artikel 21. Het opmaken van de aanvraag voor een reisdocument
1.

De gegevens voor de aanvraag van een reisdocument worden opgenomen met behulp van de reisdocumentenmodule en het aanvraagstation.

2.

In de aanvraag wordt de in artikel 83 bedoelde locatiecode, behorende bij de uitgiftelocatie, vermeld.

3.

In de aanvraag wordt aangegeven op welk model reisdocument deze betrekking heeft.

4.

In de aanvraag wordt het aanvraagnummer vermeld.

Artikel 22. Vaststelling van de identiteit van de aanvrager
1.

Ter uitvoering van artikel 2.1, eerste lid, van het besluit wordt voor de vaststelling van de identiteit geen gebruik gemaakt van de in de reisdocumentenadministratie opgenomen gegevens behorende bij een eerder aan betrokkene uitgereikt nooddocument.

2.

Indien de in artikel 2.1, eerste lid, van het besluit bedoelde gegevens berusten bij een andere autoriteit, dan wordt deze verzocht om kosteloze verstrekking van een afschrift van de gevraagde gegevens uit de reisdocumentenadministratie. In de aanvraag wordt vermeld bij welke autoriteit de gegevens zijn opgevraagd.

3.

Bij een gericht onderzoek als bedoeld in artikel 2.1, tweede lid, van het besluit worden tevens nadere identificerende vragen gesteld.

4.

De aanvrager aan wie niet eerder een Nederlands reisdocument is verstrekt, overlegt bij zijn aanvraag andere identiteitsdocumenten die voorzien zijn van zijn foto en handtekening. Indien hij dergelijke documenten niet kan overleggen, is artikel 2.1, tweede lid, van het besluit van overeenkomstige toepassing.

5.

In de aanvraag wordt vermeld dat de identiteit van de aanvrager is vastgesteld en met welke documenten of andere bewijsstukken de identiteitsvaststelling heeft plaatsgevonden.

Artikel 23. Persoonsgegevens van de aanvrager
1.

In de aanvraag voor een reisdocument worden de volgende persoonsgegevens van de aanvrager vermeld:

  • a. geslachtsnaam en voornamen;
  • b. geboortedatum en geboorteplaats;
  • c. adres en woonplaats;
  • d. geslacht;
  • e. nationaliteit;
  • f. lengte.
2.

De in het eerste lid, onder a tot en met e, bedoelde gegevens worden geverifieerd in de basisadministratie waarin de aanvrager als ingezetene is ingeschreven.

3.

De geslachtsnaam omvat tevens de voorvoegsels en adellijke titels, de voornaam omvat tevens de adellijke predikaten. Op verzoek van de aanvrager kan de vermelding van adellijke titels en predikaten achterwege blijven.

4.

Indien alleen een naam, voornaam of een roepnaam bekend is, wordt deze als geslachtsnaam beschouwd.

5.

Indien de naam van de geboorteplaats niet kan worden ontleend aan de basisadministratie waarin de aanvrager als ingezetene is ingeschreven, dient de naam te worden vermeld zoals deze is opgenomen in zijn geboorteakte. In alle andere gevallen wordt de naam gevolgd zoals deze luidde ten tijde van de geboorte van de aanvrager, waarbij zoveel mogelijk de Nederlandse schrijfwijze wordt gebruikt. Indien de geboorteplaats niet kan worden vastgesteld, blijft de vermelding daarvan in de aanvraag achterwege. Het vermelden van het land achter de geboorteplaats is slechts toegestaan op verzoek van de aanvrager die aantoont daarbij een zwaarwegend belang te hebben en voorzover het reisdocument daartoe voldoende ruimte bevat.

6.

De geboortedatum omvat de dag, de maand en het jaar. Van vermelding van de dag, de maand en het jaar kan worden afgezien, voor zover deze niet bekend zijn.

7.

In de aanvraag wordt, indien de aanvrager een burgerservicenummer heeft, het burgerservicenummer vermeld en indien de aanvrager een administratienummer heeft, het administratienummer vermeld, waaronder de aanvrager is ingeschreven in de basisadministratie.

Artikel 24. Vermelding pseudoniem aanvrager

In de aanvraag voor een reisdocument, niet zijnde een Nederlandse identiteitskaart of vervangende Nederlandse identiteitskaart, kan op verzoek van de aanvrager die door middel van schriftelijke bewijsstukken aantoont in het maatschappelijk verkeer zakelijk of beroepshalve bekend te staan onder een andere naam, tevens deze andere naam worden vermeld ter opneming van dit gegeven in het reisdocument.

Artikel 25. Gegevens van de (gewezen) echtgenoot, echtgenote of geregistreerd partner
1.

In de aanvraag voor een reisdocument worden tevens de geslachtsnaam van de huidige echtgenoot, echtgenote of geregistreerd partner, dan wel van de laatste gewezen echtgenoot, echtgenote of geregistreerd partner, alsmede de burgerlijke staat op het moment van de aanvraag vermeld, indien de aanvrager om opneming van deze gegevens in het aangevraagde reisdocument verzoekt.

2.

Indien de aanvraag betrekking heeft op de Nederlandse identiteitskaart of vervangende Nederlandse identiteitskaart wordt aan het in het eerste lid bedoelde verzoek slechts gevolg gegeven voorzover het reisdocument voldoende ruimte bevat voor vermelding van deze gegevens.

Artikel 26. Bezit van andere reisdocumenten
1.

Van de door de aanvrager overgelegde Nederlandse reisdocumenten die op zijn naam zijn gesteld, worden het soort reisdocument, het documentnummer, de datum waarop de geldigheid van het document eindigt en de autoriteit die het document heeft verstrekt, in de aanvraag vermeld.

2.

Indien het overgelegde Nederlandse reisdocument bladzijden met een nog geldig visum of een geldige verblijfstitel bevat, wordt op verzoek van de aanvrager in de aanvraag vermeld, dat in het aangevraagde reisdocument standaardclausule XII met het documentnummer van het in te leveren reisdocument wordt opgenomen.

Artikel 27. Aanvraag in geval van mogelijke fraude, een vermissing of inname van een uitgereikt reisdocument
1.

Indien zijn eerder uitgereikt reisdocument mogelijk voorwerp is van fraude, is vermist of op andere gronden dan ingevolge de wet door een daartoe bevoegde autoriteit is ingenomen, kan de aanvrager een aanvraag voor een reisdocument indienen, indien hij de vermissing, mogelijke fraude, onderscheidenlijke inname, overeenkomstig artikel 60 meldt of heeft gemeld.

2.

In de aanvraag worden vermeld:

  • a. mogelijke fraude, de vermissing, of inname op andere gronden dan ingevolge de wet,
  • b. het nummer van het desbetreffende reisdocument en de autoriteit die het heeft verstrekt, en
3.

Indien een gegeven als bedoeld in het tweede lid, onder b of c, niet voorhanden is, wordt hiernaar een gericht onderzoek ingesteld.

Artikel 28
1.

Bij het indienen van een aanvraag voor een reisdocument wordt een pasfoto overgelegd die een goedgelijkend beeld van de aanvrager geeft.

2.

De overgelegde pasfoto voldoet aan de acceptatiecriteria van de in bijlage L bij deze regeling opgenomen fotomatrix.

3.

In afwijking van het tweede lid kan een pasfoto worden geaccepteerd indien de aanvrager heeft aangetoond dat godsdienstige of levensbeschouwelijke redenen zich verzetten tegen het niet bedekken van het hoofd.

4.

In afwijking van het tweede lid kan een pasfoto worden geaccepteerd indien op grond van objectief vast te stellen fysieke of medische redenen, door de aanvrager niet kan worden voldaan aan alle in de fotomatrix opgenomen acceptatiecriteria. Bij gerede twijfel aan de medische redenen kan van de aanvrager worden verlangd, dat deze daartoe een door een bevoegde arts of medische instelling ondertekende verklaring overlegt.

5.

In afwijking van het tweede lid kan een pasfoto van een aanvrager die de leeftijd van zes jaar nog niet heeft bereikt worden geaccepteerd, indien de foto voldoet aan de in de fotomatrix voor die leeftijdscategorie opgenomen minimum vereisten.

Artikel 29. Onbekwaamheid tot het plaatsen van een handtekening

Indien de persoon aan wie het aangevraagde reisdocument moet worden verstrekt door leeftijd of een handicap niet in staat is zijn handtekening te plaatsen, wordt daarvan in de aanvraag melding gemaakt.

Artikel 30. Verschijning van de aanvrager in persoon

Indien de aanvrager ingevolge artikel 28, derde lid, van de wet niet persoonlijk bij het indienen van de aanvraag is verschenen, wordt dit gegeven met de reden daarvan in de aanvraag vermeld.

§ 1. Algemeen

Artikel 31. Overleggen verklaring van toestemming
1.

De verklaring van toestemming als bedoeld in de artikelen 34 tot en met 37 van de wet dient schriftelijk te worden overgelegd.

2.

In de verklaring van toestemming worden tevens de naam en de handtekening vermeld van degene die de aanvraag ten behoeve van een handelingsonbekwame indient.

3.

In de aanvraag wordt melding gemaakt van de overlegging van de betreffende verklaring van toestemming.

Artikel 32. Vaststelling identiteit en bevoegdheid van degene die het gezag uitoefent of curator
1.

Op de procedure voor het verkrijgen van de nodige zekerheid over de identiteit van degene die het gezag over de minderjarige uitoefent of van de curator zijn artikel 22 van deze regeling en artikel 2.1 van het besluit van overeenkomstige toepassing.

2.

Indien degene die een verklaring van toestemming moet afgeven niet in persoon verschijnt, kan de aanvraag slechts in behandeling worden genomen indien uit de overgelegde schriftelijke verklaring van toestemming en eventuele andere overgelegde stukken met de nodige zekerheid kan worden afgeleid dat de verklaring van toestemming van de betreffende persoon afkomstig is.

3.

Voor het verkrijgen van de nodige zekerheid over de bevoegdheid tot het afgeven van de verklaring van toestemming van degene die het gezag over de minderjarige uitoefent of van de curator wordt gebruik gemaakt van de door de betreffende persoon overgelegde stukken en de omtrent het gezag of de curatele in de basisadministratie opgenomen gegevens.

4.

Indien onzekerheid bestaat over de bevoegdheid van degene die het gezag over de minderjarige uitoefent of van de curator wordt daarnaar een gericht onderzoek ingesteld.

§ 2. Aanvraag ten behoeve van een handelingsonbekwame

Artikel 33. Algemeen

Vervallen

Artikel 34. Vaststelling van de identiteit en de nationaliteit van het bij te schrijven kind

Vervallen

Artikel 35. Aanvraaggegevens van het bij te schrijven kind

Vervallen

Artikel 36. Overleggen verklaring van toestemming

Vervallen

§ 4. Spoedopdracht

Artikel 37
1.

De aanvrager kan de burgemeester verzoeken om een versnelde uitreiking van het aangevraagde reisdocument.

2.

Indien de aanvrager verzoekt om de versnelde uitreiking van het aangevraagde reisdocument, wordt in de aanvraag voor het reisdocument een vermelding opgenomen waaruit blijkt dat het een spoedopdracht betreft.

3.

In het geval van een spoedopdracht draagt de burgemeester er zorg voor dat de aanvraag nog dezelfde dag vóór 16.00 uur de leverancier bereikt, opdat het uit te reiken reisdocument de daarop volgende werkdag op het reguliere tijdstip, doch uiterlijk 16.00 uur, op de uitgiftelocatie kan worden afgeleverd.

§ 2. Aanvraag ten behoeve van een handelingsonbekwame

Artikel 38
1.

De daartoe aangewezen persoon vergelijkt, behoudens in het in artikel 30 bedoelde geval, nauwkeurig de overgelegde foto van de aanvrager dan wel van degene ten behoeve van wie de aanvraag wordt ingediend met de persoon die voor hem staat en brengt deze foto op de bestemde plaats in het foto- en handtekeningformulier aan.

2.

De in het eerste lid bedoelde persoon ziet, behoudens in het in artikel 29 bedoelde geval, er op toe dat in het foto- en handtekeningformulier op de bestemde plaats de duidelijk leesbare handtekening wordt geplaatst van de aanvrager dan wel van de persoon ten behoeve van wie de aanvraag van het reisdocument wordt gedaan.

3.

Het foto- en handtekeningformulier wordt door de in het eerste lid bedoelde persoon met gebruikmaking van het aanvraagstation gedigitaliseerd.

4.

Het opnemen van de vingerafdrukken als bedoeld in artikel 28a, geschiedt met gebruikmaking van het aanvraagstation.

5.

Indien de aanvrager omwille van bijzondere omstandigheden als genoemd in artikel 28, derde lid, van de wet niet in persoon verschijnt op de uitgiftelocatie worden zijn vingerafdrukken opgenomen met behulp van het mobiel vingerafdrukopname-apparaat.

6.

Indien de aanvrager zijn aanvraag niet indient op de uitgiftelocatie, kunnen zijn vingerafdrukken worden opgenomen met behulp van het mobiel vingerafdrukopname-apparaat.

§ 3. Spoedopdracht

Artikel 39
1.

Een aanvraag waarbij niet is voldaan aan het bepaalde in de artikelen 2.1, 2.2, 2.6 tot en met 2.9 en 2.12 tot en met 2.17 van het besluit en de artikelen 12 tot en met 38 wordt niet in behandeling genomen.

2.

In de aanvraag voor een reisdocument voor vluchtelingen dan wel een reisdocument voor vreemdelingen wordt, afhankelijk van de nationaliteit van de persoon aan wie het reisdocument wordt uitgereikt, aangegeven welk land van de territoriale geldigheid is uitgesloten.

3.

In de aanvraag voor een reisdocument voor vreemdelingen, uit te reiken aan een staatloze, wordt aangegeven dat diens status van staatloze in het reisdocument moet worden vermeld.

4.

De daartoe aangewezen persoon vermeldt in de aanvraag de verstrekkende autoriteit.

Artikel 40
1.

De daartoe aangewezen persoon draagt zorg dat de aanvraaggegevens, genoemd in de artikelen 21 tot en met 27, 30 tot en met 37 en 39 in de reisdocumentenmodule en de foto, vingerafdrukken en handtekening in het aanvraagstation worden vastgelegd.

2.

Indien bij de aanvraag voor het opnemen van de vingerafdrukken gebruik is gemaakt van het mobiel vingerafdrukopname-apparaat worden de gegevens uitsluitend verwerkt in een aanvraagstation dat zich op de uitgiftelocatie bevindt. Het mobiel vingerafdrukopname-apparaat wordt in het locale netwerk van de uitgiftelocatie aangesloten, waarna de daarin vastgelegde vingerafdrukken door het aanvraagstation uit het mobiel vingerafdrukopname-apparaat worden opgehaald en samengevoegd met de ingevolge artikel 38, derde lid, gedigitaliseerde foto en handtekening.

3.

De in de reisdocumentenmodule en het aanvraagstation vastgelegde gegevens worden verwerkt en doorgezonden naar het reisdocumentenstation.

4.

Nadat de aanvraaggegevens zijn doorgezonden aan het reisdocumentenstation wordt, indien de daartoe aangewezen ambtenaar, met inachtneming van het bij of krachtens de wet bepaalde, heeft beslist dat het aangevraagde reisdocument kan worden uitgereikt, in de aanvraag het feit van deze verstrekking vermeld.

5.

In de aanvraag voor een reisdocument waarbij sprake is van een beslissing tot verstrekking van een reisdocument waarvan de territoriale geldigheid beperkter is, wordt vermeld voor welke landen het reisdocument geldig is.

6.

Indien de aanvraaggegevens zijn doorgezonden aan het reisdocumentenstation, maar de beslissing op de aanvraag is aangehouden, worden de in het vierde en vijfde lid genoemde gegevens in het reisdocumentenstation vastgelegd, nadat de verstrekking heeft plaatsgevonden.

Hoofdstuk IV. Verzending van het aanvraagbestand en levering van documenten

Artikel 41. Het toevoegen van de foto, de vingerafdrukken en de handtekening aan de aanvraag

De in het aanvraagstation vastgelegde foto, handtekening en vingerafdrukken worden met de aanvraaggegevens, bedoeld in artikel 40, samengevoegd tot een aanvraagbestand in het reisdocumentenstation.

Artikel 42. Het verzenden van het aanvraagbestand

De daartoe aangewezen persoon zendt, nadat is vastgesteld dat het aangevraagde reisdocument kan worden uitgereikt, het aanvraagbestand met gebruikmaking van het reisdocumentenstation naar de leverancier van de reisdocumenten. Het te verzenden aanvraagbestand wordt met gebruikmaking van de aan hem toegekende identificatiekaart voorzien van een digitale handtekening.

Artikel 43. In ontvangstneming van geleverde documenten in de gemeenten
1.

De reisdocumenten en identificatiekaarten worden in ontvangst genomen door een daartoe aangewezen persoon als bedoeld in artikel 81, eerste lid.

2.

De in het eerste lid genoemde persoon toont de in artikel 81, tweede lid, bedoelde machtiging tot ontvangstneming van de burgemeester en legitimeert zich, op verzoek van de besteller, met een identiteitsdocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.

3.

De aflevering van de zending vindt plaats op het voor de desbetreffende uitgiftelocatie afgesproken tijdstip. Bij aflevering kan de besteller worden verplicht zich te identificeren met een door de distributeur aan haar werknemers beschikbaar gestelde legitimatie.

4.

Indien de persoon die de zending in ontvangst neemt zich desgevraagd niet of niet voldoende kan legitimeren dan wel onvoldoende zekerheid bestaat met betrekking tot zijn bevoegdheid om de zending in ontvangst te nemen, dan wel om enige andere reden door een handelen of nalaten van de bevoegde autoriteit een veilige aflevering op de uitgiftelocatie niet mogelijk is, draagt de besteller de zending niet over.

Artikel 44. Controle zending bij in ontvangstneming
1.

De tot ontvangst bevoegde persoon controleert in het bijzijn van de besteller of de zending voor hem bestemd is. Indien dit het geval is en het pakket is onbeschadigd, vindt de overdracht plaats.

2.

Indien de zending niet voor de uitgiftelocatie bestemd is, afwijkingen vertoont, beschadigd is dan wel documenten ontbreken wordt gehandeld overeenkomstig bijlage D. Het in kennis stellen van de leverancier geschiedt met gebruikmaking van het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier.

3.

Bij de constatering dat het pakket beschadigd is, wordt het pakket in het bijzijn van de besteller in een voor het publiek afgesloten ruimte gecontroleerd. Ook in geval van beschadiging wordt het pakket in ontvangst genomen.

4.

Indien de tot ontvangst bevoegde persoon vaststelt dat er documenten zijn beschadigd of ontbreken, wordt hiervan door de besteller een proces-verbaal opgemaakt.

5.

Het afschrift van het proces-verbaal wordt door de autoriteit bewaard.

Artikel 45. Controle zending in het reisdocumentenstation
1.

De daartoe aangewezen persoon gaat na of de in de zending aanwezige documenten overeenkomen met de aanvraagnummers in het op de zending betrekking hebbende elektronische bericht in het reisdocumentenstation, dat door de leverancier is verzonden.

2.

In het reisdocumentenstation wordt geregistreerd of een reisdocument overeenkomstig de opgave in het elektronisch bericht, bedoeld in het eerste lid, is ontvangen, al dan niet is beschadigd en op de juiste wijze is geproduceerd en gepersonaliseerd. Deze gegevens kunnen in verband met de raadpleging daarvan tevens op elektronische wijze worden doorgegeven aan de reisdocumentenmodule.

Artikel 46. Ophalen verkeerd geleverde reisdocumenten bij gemeenten
1.

De reisdocumenten, die na de controle van de zending als bedoeld in artikel 44 of 45 in een gemeente voor een andere burgemeester blijken te zijn bestemd, worden op de uitgiftelocatie op de in artikel 91 aangegeven wijze opgeslagen tot ze worden opgehaald door de distributeur.

2.

Het overdragen van de verkeerd geleverde documenten aan de distributeur geschiedt overeenkomstig bijlage D.

Artikel 47. Nabezorgen niet ontvangen reisdocumenten
1.

Indien reisdocumenten niet op het verwachte tijdstip worden ontvangen, wordt op een speciaal daarvoor bestemd telefoonnummer informatie ingewonnen over de te verwachten levertijd.

2.

In het geval de zending zich nog onder de distributeur bevindt, draagt deze er zorg voor dat de zending alsnog de volgende dag wordt afgeleverd bij de uitgiftelocatie in het Europese deel van Nederland, onderscheidenlijk bij de Minister van Buitenlandse Zaken, indien de zending bestemd is voor een gezaghebber.

3.

In het geval reisdocumenten op een verkeerde uitgiftelocatie in het Europese deel van Nederland zijn afgeleverd, draagt de leverancier er zorg voor dat de desbetreffende documenten, zo mogelijk nog dezelfde dag, op de juiste uitgiftelocatie in het Europese deel van Nederland worden aangeboden.

4.

Het in ontvangst nemen van reisdocumenten als bedoeld in het derde lid geschiedt overeenkomstig bijlage D, met gebruikmaking van het daartoe door de distributeur beschikbaar gestelde formulier.

5.

In het geval de zending zich nog onder de transporteur bevindt, draagt deze er zorg voor dat de zending alsnog zo spoedig mogelijk wordt afgeleverd.

Artikel 48. Herzending van de aanvraag

Indien een reisdocument is beschadigd, onjuist is geproduceerd of gepersonaliseerd, dan wel niet op het verwachte tijdstip is ontvangen en niet alsnog ingevolge artikel 47, tweede, derde of vijfde lid, zal worden bezorgd, wordt het op het reisdocument betrekking hebbende aanvraagbestand opnieuw verzonden aan de leverancier.

Artikel 49. Terugzending onjuist geproduceerde of gepersonaliseerde, beschadigde of te laat afgeleverde documenten

Reisdocumenten die:

  • a. bij de controle van de zending in het reisdocumentenstation dan wel bij de uitreiking onjuist blijken te zijn geproduceerd of gepersonaliseerd, dan wel blijken te zijn beschadigd;
  • b. na het verwachte tijdstip zijn ontvangen en waarvan inmiddels het daarop betrekking hebbende aanvraagbestand ingevolge artikel 48 opnieuw is verzonden, worden per aangetekende post, met gebruikmaking van het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier, teruggestuurd aan de leverancier.

Hoofdstuk V. Uitreiking van het reisdocument en bijschrijvingssticker

Artikel 50. Algemeen

Vervallen

Artikel 51. Verhuizing binnen het Europese deel van Nederland
1.

Indien de aanvrager op het moment van de uitreiking ingezetene is van een andere gemeente, wordt het document uitgereikt in die gemeente.

2.

Het reisdocument wordt per aangetekende post verstuurd naar het hoofd burgerzaken van de gemeente waarvan de aanvrager inmiddels ingezetene is.

3.

De burgemeester van de gemeente, bedoeld in het tweede lid, gaat tot uitreiking van het reisdocument over met in achtneming van artikel 4.6 van het besluit. De op de uitreiking betrekking hebbende gegevens worden geregistreerd in de basisregistratie personen.

4.

Van de uitreiking van het reisdocument wordt met gebruikmaking van de daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde dienst kennis gegeven aan de burgemeester van de gemeente waar de aanvraag in behandeling is genomen.

5.

De burgemeester die een kennisgeving ontvangt als bedoeld in het vierde lid registreert de uitreiking van het reisdocument in het reisdocumentenstation en de reisdocumentenmodule, waarin de gegevens betreffende de aanvraag zijn vastgelegd.

Artikel 52. Mogelijke fraude, vermissing of inname van een uitgereikt reisdocument bij de uitreiking van een aangevraagd reisdocument

Indien het bij de uitreiking van het aangevraagde reisdocument in te leveren reisdocument mogelijk voorwerp is van fraude, is vermist op andere gronden dan ingevolge de wet door een daartoe bevoegde autoriteit is ingenomen, zijn de artikelen 60 en 61 alsnog van toepassing en worden de gegevens, bedoeld in artikel 27, tweede lid, alsnog in de aanvraag met betrekking tot het uit te reiken document opgenomen.

Artikel 53. Bijschrijving door middel van een sticker

Vervallen

Artikel 54
1.

Uitsluitend indien op grond van artikel 4.2, eerste lid, van het besluit door een burgemeester als bedoeld in dat artikel een reisdocument wordt verstrekt en de aanvrager bij de aanvraag aannemelijk heeft gemaakt dat van hem redelijkerwijs niet kan worden gevergd dat hij in persoon verschijnt bij de uitreiking, wordt het reisdocument per aangetekende post aan hem toegezonden.

2.

De inlevering van de Nederlandse reisdocumenten, bedoeld in artikel 32 van de wet, geschiedt in dat geval door deze reisdocumenten per aangetekende post toe te sturen aan de in het eerste lid bedoelde autoriteit.

3.

Tot toezending van het uit te reiken reisdocument wordt niet overgegaan dan na ontvangst van de ingevolge het tweede lid toegestuurde reisdocumenten.

Artikel 55. Registratie in de reisdocumentenmodule en het reisdocumentenstation
1.

De daartoe aangewezen persoon registreert de uitreiking van een reisdocument, alsmede de inlevering van het vorige reisdocument, in de reisdocumentenmodule en geeft dit door aan het reisdocumentenstation.

2.

Indien bij de uitreiking blijkt dat het reisdocument is beschadigd, onjuist is geproduceerd of gepersonaliseerd dan wel uit de opslag is verdwenen, wordt dit in de reisdocumentenmodule geregistreerd en doorgegeven aan het reisdocumentenstation.

3.

Indien de registratie, bedoeld in het eerste lid, niet kan plaatsvinden in de reisdocumentenmodule, geschiedt deze in eerste instantie in het reisdocumentenstation en wordt dit later alsnog doorgegeven aan de reisdocumentenmodule.

4.

Indien binnen drie maanden na de datum van ontvangst bij de uitgiftelocatie geen uitreiking van een geleverd reisdocument heeft plaatsgevonden, wordt dit geregistreerd in de reisdocumentenmodule en het reisdocumentenstation.

Artikel 56. Registratie in de basisadministratie

Bij uitreiking van een reisdocument, niet zijnde een nooddocument, worden de daarop betrekking hebbende gegevens geregistreerd in de basisadministratie waarin de houder als ingezetene is ingeschreven.

Hoofdstuk VI. Procedures inzake weigering en vervallenverklaring

Artikel 57. Uitsluiting Nederlandse identiteitskaart

Vervallen

Artikel 58. Informatie over de gesignaleerde persoon
1.

De burgemeester of de gezaghebber die een aanvraag in behandeling neemt dan wel een ingehouden reisdocument ontvangt betreffende een persoon die blijkens de in artikel 5 bedoelde administratie in het register paspoortsignaleringen is opgenomen, verzoekt ingevolge artikel 44, tweede lid, van de wet de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hem mede te delen of zulks nog steeds het geval is.

2.

De burgemeester of de gezaghebber die ingevolge artikel 44, derde lid, van de wet de in het register paspoortsignaleringen opgenomen gegevens van een persoon wenst te ontvangen, doet daartoe een verzoek aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Dit verzoek kan ook tegelijkertijd met het in het eerste lid bedoelde verzoek worden gedaan.

Artikel 59. Kennisgeving van de beslissing op grond van artikel 45, tweede lid, van de wet

De burgemeester of de gezaghebber geeft de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met gebruikmaking van het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier kennis van zijn beslissing, bedoeld in artikel 45, tweede lid, van de wet.

Hoofdstuk VI. Procedures inzake weigering en vervallenverklaring

§ 1. Vermiste of ingenomen reisdocumenten

Artikel 60. Melding van mogelijke fraude, vermissing of inname van een uitgereikt reisdocument
1.

Indien een eerder uitgereikt reisdocument mogelijk voorwerp is van fraude, is vermist of op andere gronden dan ingevolge de wet door een daartoe bevoegde autoriteit is ingenomen, kan de houder dit gegeven overeenkomstig het tweede tot en met zesde lid, melden aan:

  • a. de burgemeester van de gemeente waarvan hij ingezetene is;
  • c. de gezaghebber van een openbaar lichaam;
  • d. de burgemeester van Haarlemmermeer, bedoeld in artikel 3.2, tweede lid, en artikel 4.2, tweede lid, van het besluit, indien de houder in de basisadministratie van Aruba, Curaçao of Sint Maarten is ingeschreven, het reisdocument een Nederlandse identiteitskaart betreft en de aanvraag is gedaan bij de burgemeester van Haarlemmermeer op een vestiging van de Vertegenwoordiging van de Nederlandse regering bij de regeringen van Aruba, Curaçao en Sint Maarten;
  • f. de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
2.

De melding van mogelijke fraude vindt in de in het eerste lid, onder a tot en met e, bedoelde gevallen plaats door middel van een door de houder ten overstaan van de daartoe door de burgemeester of de gezaghebber aangewezen persoon af te leggen schriftelijke verklaring, overeenkomstig het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier. Bij de melding van mogelijke fraude levert de houder zijn reisdocument in. Indien het reisdocument is vermist wordt een melding van vermissing gedaan, bedoeld in het vierde lid.

3.

De melding van mogelijke fraude bedoeld in het in het eerste lid, onder f, vindt plaats door een elektronische verklaring overeenkomstig het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier, indien de houder op verzoek van de burgemeester van de in het eerste lid, onder a, bedoelde gemeente, heeft ingestemd met het doen van een elektronische melding. De vaststelling van de juistheid van de identiteit van de houder geschiedt door middel van DigiD op basis van ten minste een twee-factoren-authenticatie, dan wel een andere en minstens even betrouwbare authenticatiemethode. De houder levert het reisdocument zo spoedig mogelijk in bij de in het eerste lid, onder a, bedoelde gemeente.

4.

De melding van een vermissing vindt in de in het eerste lid, onder a tot en met e, bedoelde gevallen plaats door middel van een door de houder ten overstaan van de daartoe door de burgemeester of de gezaghebber aangewezen persoon af te leggen schriftelijke verklaring, overeenkomstig het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier. Indien een proces-verbaal van de politie wordt overgelegd, wordt daarvan een kopie gemaakt die aan de schriftelijke verklaring omtrent de vermissing wordt toegevoegd. De melding van een vermissing aan een burgemeester kan tevens elektronisch geschieden, overeenkomstig het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier, indien de burgemeester deze weg beschikbaar heeft gesteld. In het geval van een elektronische melding geschiedt de vaststelling van de juistheid van de identiteit van de houder door middel van DigiD op basis van ten minste een twee-factoren-authenticatie, dan wel een ander en minstens even betrouwbare authenticatiemethode.

5.

De melding van een vermissing bedoeld in het eerste lid, onder f, vindt plaats door een elektronische verklaring, overeenkomstig het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier, indien de houder op verzoek van de burgemeester van de in het eerste lid, onder a, bedoelde gemeente, heeft ingestemd met het doen van een elektronische melding. De vaststelling van de identiteit van de houder geschiedt door middel van DigiD op basis van ten minste een twee-factoren-authenticatie, dan wel een andere en minstens even betrouwbare authenticatiemethode.

6.

De melding van de inname van een uitgereikt reisdocument op andere gronden dan ingevolge de wet door een daartoe bevoegde autoriteit vindt plaats door middel van het overleggen van een door de desbetreffende autoriteit afgegeven schriftelijke verklaring omtrent de inname, aan de daartoe door de burgemeester of de gezaghebber aangewezen persoon. De daartoe aangewezen persoon maakt een kopie van deze verklaring.

7.

De schriftelijke verklaring omtrent mogelijke fraude, bedoeld in het tweede lid, de schriftelijke of elektronische verklaring omtrent de vermissing, bedoeld in het vierde lid, dan wel de kopie van de schriftelijke verklaring die omtrent de inname is overgelegd, bedoeld in het zesde lid, wordt bewaard in de reisdocumentenadministratie in de gemeente of het openbaar lichaam waar de in het eerste lid bedoelde melding is gedaan.

8.

Mogelijke fraude, vermissing of inname op andere gronden dan ingevolge de wet door een daartoe bevoegde autoriteit van een uitgereikt reisdocument wordt terstond opgenomen in de basisadministratie waarin de houder als ingezetene is ingeschreven, waarbij een inname en mogelijke fraude worden opgenomen als een inhouding.

Artikel 61. Melding mogelijke fraude of vermissing ten behoeve van register vermiste of vervallen reisdocumenten
1.

Met het oog op vermelding daarvan in het register vermiste of vervallen reisdocumenten, wordt van mogelijke fraude terstond melding gedaan aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, met gebruikmaking van de daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde dienst.

2.

Met het oog op vermelding daarvan in het register vermiste of vervallen reisdocumenten, wordt van een vermissing terstond melding gedaan aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties door middel van verstrekking van dit gegeven uit de basisregistratie personen. Indien de melding wordt gedaan door of namens de gezaghebber van een openbaar lichaam of door de burgemeester, bedoeld in de artikelen 3.2., eerste lid, onderdeel a, en 4.2., eerste lid, onderdeel a, van het besluit en de burgemeester van Haarlemmermeer, bedoeld in artikel 3.2., tweede lid, en artikel 4.2., tweede lid, van het besluit, wordt dit gedaan met gebruikmaking van de daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde dienst.

§ 2. Doorzending ingehouden reisdocumenten

Artikel 62. Reisdocumenten van gesignaleerde personen
1.

De burgemeester of de gezaghebber die een reisdocument heeft ingehouden dan wel bij wie een reisdocument is ingeleverd van een houder, die in verband met het bepaalde in de artikelen 18 tot en met 24 van de wet in het register paspoortsignaleringen is opgenomen en ten aanzien van wie hij niet bevoegd is tot vervallenverklaring, zendt dit reisdocument per aangetekende post en met vermelding van de reden van doorzending terstond door aan:

  • a. de burgemeester van de gemeente of de gezaghebber van het openbaar lichaam waarvan de houder ingezetene is, dan wel
  • b. de burgemeester van Den Haag, indien de houder geen ingezetene van een gemeente of openbaar lichaam is.
2.

De burgemeester of de gezaghebber aan wie een reisdocument ten onrechte is doorgezonden, draagt er zorg voor dat het reisdocument alsnog op de in het eerste lid bedoelde wijze aan de tot vervallenverklaring bevoegde burgemeester of gezaghebber wordt toegezonden.

Artikel 63. Definitief aan het verkeer te onttrekken reisdocumenten
1.

De burgemeester of de gezaghebber die een reisdocument heeft ingehouden of bij wie een reisdocument is ingeleverd dan wel die een gevonden reisdocument heeft ontvangen, dat blijkens artikel 7.1 van het besluit definitief aan het verkeer moet worden onttrokken en daartoe niet bevoegd is, zendt dit reisdocument per aangetekende post en met vermelding van de reden van doorzending terstond aan de Minister van Buitenlandse Zaken, indien het een diplomatiek paspoort, een dienstpaspoort of een door de Minister van Buitenlandse Zaken op grond van artikel 15, tweede lid, van de wet aan een vreemdeling verstrekt laissez-passer betreft.

2.

Indien het een op grond van artikel 16, eerste lid, van de wet verstrekt nooddocument betreft, is de burgemeester of de gezaghebber bevoegd dit namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties definitief aan het verkeer te onttrekken.

Artikel 64. Doorzending reisdocumenten door de plaatselijke politie
1.

Behoudens het bepaalde in het tweede lid worden ingehouden of ingeleverde reisdocumenten, die niet strafrechtelijk in beslag zijn genomen, door de plaatselijke politie met een begeleidende brief per aangetekende post gezonden aan:

  • a. de burgemeester van de gemeente of de gezaghebber van het openbaar lichaam waarvan de houder ingezetene is, dan wel
  • b. de burgemeester of de gezaghebber ter plaatse, indien niet bekend is van welke gemeente of welk openbaar lichaam de houder ingezetene is, dan wel
  • c. de Minister van Buitenlandse Zaken, indien het een diplomatiek paspoort, een dienstpaspoort of een op grond van artikel 15, tweede lid, van de wet verstrekt laissez-passer betreft.
2.

Indien het reisdocument op grond van een daartoe strekkende vermelding in het opsporingsregister is ingehouden, wordt terstond contact opgenomen met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ten einde te vernemen aan welke autoriteit het reisdocument moet worden doorgezonden.

3.

Bij inhouding of inlevering wordt aan de betrokken persoon een ontvangstbewijs verstrekt.

4.

De in het eerste lid bedoelde begeleidende brief vermeldt de volgende gegevens:

  • a. geslachtsnaam, voornamen, geboortedatum, geboorteplaats en woonplaats van de houder;
  • b. het nummer van het reisdocument;
  • c. de autoriteit die het reisdocument heeft verstrekt en het einde van de geldigheidsduur;
  • d. de datum en de reden van inhouding of inlevering van het reisdocument.
5.

Gevonden reisdocumenten worden met een opgave van de documentnummers ingeleverd bij de in het eerste lid genoemde autoriteiten.

§ 1. Reisdocumenten die mogelijk voorwerp zijn van fraude, zijn vermist of zijn ingenomen

Artikel 65. Mededelingen inzake vermelding en verwijdering van de vermelding
1.

De burgemeester of de gezaghebber deelt met het oog op een vermelding in het register paspoortsignaleringen op grond van artikel 47, derde lid, van de wet de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de gegevens mede van de houder van een reisdocument dat van rechtswege is vervallen, indien de houder weigert het reisdocument in te leveren dan wel de woon- of verblijfplaats van de houder niet kan worden achterhaald.

2.

De autoriteit die het in het eerste lid bedoelde reisdocument heeft ingehouden, dan wel bij wie het desbetreffende reisdocument is ingeleverd deelt met het oog op de verwijdering van de in het eerste lid bedoelde vermelding uit het register paspoortsignaleringen de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zulks terstond mede.

3.

De in het eerste en tweede lid bedoelde mededeling geschiedt met gebruikmaking van het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier.

4.

Van het van rechtswege vervallen van een reisdocument ingevolge artikel 47, eerste lid, onder a, b, c, e, f of h van de wet wordt, met het oog op de vermelding daarvan in het register vermiste of vervallen reisdocumenten, terstond melding gedaan aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties door verstrekking van dit gegeven uit de basisadministratie, dan wel met gebruikmaking van het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier indien verstrekking van dit gegeven uit de basisadministratie niet mogelijk is.

5.

De in het register vermiste of vervallen reisdocumenten opgenomen gegevens worden na de datum van opname bewaard gedurende een periode:

  • a. 11 jaar indien de geldigheidsduur van het document 5 jaar of korter is;
  • b. 16 jaar indien de geldigheidsduur van het document langer dan 5 jaar is.
6.

Van het van rechtswege vervallen van een reisdocument ingevolge artikel 47, eerste lid, onder i, van de wet wordt, met het oog op de vermelding daarvan in het register vermiste of vervallen reisdocumenten, terstond melding gedaan aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties door Onze Minister die het aangaat.

§ 2. Doorzending ingehouden reisdocumenten

Artikel 66

Vervallen

Hoofdstuk VI. Procedures inzake weigering en vervallenverklaring

§ 2. Doorzending ingehouden reisdocumenten

Artikel 67. Redenen en wijze van onttrekking
1.

Het deugdelijk vernietigen van een reisdocument dat definitief aan het verkeer wordt onttrokken, geschiedt door het reisdocument op gecontroleerde wijze te verbranden of te versnipperen, zodat reconstructie van het reisdocument niet meer mogelijk is.

2.

Op verzoek van de houder wordt diens nationaal paspoort, Nederlandse identiteitskaart, faciliteitenpaspoort, tweede paspoort, reisdocument voor vluchtelingen of reisdocument voor vreemdelingen, na inlevering, definitief aan het verkeer onttrokken door het document onbruikbaar gemaakt aan hem terug te geven.

3.

Het onbruikbaar maken geschiedt door het aanbrengen van drie ponsgaten (elk van ten minste 12 mm) door het gehele reisdocument op zodanige wijze dat elk in het reisdocument aangebrachte kinegram gedeeltelijk en de aangebrachte chip geheel onbruikbaar worden gemaakt. Voordat het reisdocument wordt teruggegeven aan de houder, wordt gecontroleerd of de chip onbruikbaar is.

4.

Indien het ingeleverde reisdocument bladzijden met een nog geldig visum of een geldige verblijfstitel bevat en in verband daarmee het verzoek is gedaan, bedoeld in artikel 26, tweede lid, worden de desbetreffende bladzijden en het documentnummer intact gelaten.

5.

Een reisdocument, dat ingevolge artikel 7.1, eerste lid, onder c, van het besluit, ten gevolge van misdruk of verkeerde personalisatie is ingehouden of ingeleverd, wordt deugdelijk vernietigd overeenkomstig het eerste lid nadat het per aangetekende post, met gebruikmaking van het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gesteld formulier, is teruggestuurd aan de leverancier.

6.

De in artikel 7.1, eerste lid, onder d, van het besluit, en in het tweede lid bedoelde teruggave van een reisdocument vindt niet plaats, indien het reisdocument op grond van artikel 47, eerste lid, onder a, b, c, g, h of i, van de wet van rechtswege is vervallen, op grond van 54, eerste lid, onder b, c en e, van de wet is ingehouden, dan wel artikel 97, tweede lid, of artikel 98, eerste of tweede lid, van toepassing is.

Artikel 68. Registratie van de onttrekking in de basisadministratie

De definitieve onttrekking van een reisdocument, niet zijnde een nooddocument of een gevonden reisdocument, wordt geregistreerd in de basisadministratie waarin de houder als ingezetene is ingeschreven.

§ 3. Melding van rechtswege vervallen reisdocumenten aan het register paspoortsignaleringen en het basisregister reisdocumenten

Artikel 69. Wijze van ongedaan maken bijschrijving

Vervallen

Artikel 70. Registratie van ongedaan maken bijschrijving in de basisadministratie

Vervallen

§ 4. Melding inzake gevonden reisdocumenten

Artikel 71
1.

Van de definitieve onttrekking aan het verkeer van een reisdocument, niet zijnde een nooddocument of een gevonden reisdocument en van de uitreiking van een reisdocument, geeft de burgemeester, een burgemeester als bedoeld in de artikelen 3.2., eerste lid, onderdeel a, of tweede lid, en 4.2., eerste lid, onderdeel a, of tweede lid, van het besluit, of de gezaghebber kennis:

  • a. aan de autoriteit in Aruba, Curaçao, of Sint Maarten, of de gezaghebber van het openbaar lichaam indien de houder van het document daar ingezetene is, of laatstelijk ingezetene was of indien het document door deze autoriteit is afgegeven, of
  • b. aan de Minister van Binnenlandse Zaken indien het bepaalde onder a niet van toepassing is en de houder als niet-ingezetene is geregistreerd in de basisadministratie.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)