Financiële arbeidsvoorwaarden per 1 maart 2003

Type Beleidsregel
Publication 2003-06-11
State In force
Source BWB
artikelen Not indexed
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Inleiding

Op 9 mei j.l is het onderhandelaarsakkoord over de CAO sector onderwijs (PO en VO), dat op 1 april jl. is afgesloten voor de sectoren primair onderwijs (PO) en voortgezet onderwijs (VO), omgezet in een definitief akkoord. Dit akkoord zal verder worden aangehaald als: CAO sector onderwijs (PO en VO) 2003. In deze publicatie worden de afspraken uit de CAO sector onderwijs (PO en VO) 2003 bekendgemaakt, die met ingang van 1 februari 2003 voor het primair en voortgezet onderwijs gelden.

Vanaf 1 februari j.l is het arbeidsvoorwaardenoverleg voor de BVE-sector gedecentraliseerd. Vanaf genoemde datum gaat voor deze sector een volledig decentraal afgesloten CAO gelden. De in de CAO sector onderwijs (PO en VO) 2003 gemaakte afspraken gelden dus niet meer voor de sector Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie (BVE).

De CAO sector onderwijs 2003 is afgesloten voor de periode 1 februari 2003 tot 1 januari 2004 en bevat de volgende financiële arbeidsvoorwaardelijke maatregelen:

Tevens zijn specifieke maatregelen afgesproken, zoals:

Daarnaast zijn er sectorspecifieke maatregelen afgesproken. Voor de sector PO bestaan die uit:

Om het werken op achterstandscholen in de sector VO te stimuleren wordt als impuls het schoolbudget voor het VBMO verruimd, waardoor extra ruimte wordt gecreëerd voor functiedifferentiatie (extra schalen LC en LD).

Over deze (sector-)specifieke maatregelen wordt u via aparte publicaties nader geïnformeerd.

1. Algemene salarismaatregel met ingang van 1 maart 2003

Vanaf 1 maart 2003 zullen de salarissen en aan de salarisverhoging gerelateerde bedragen, zoals toelagen, worden verhoogd met 2,25%. In Bijlage II treft u een overzicht aan van de nieuwe bedragen die gelden voor de sector PO en in Bijlage III de bedragen die gelden voor de sector VO. In bijlage I treft u de zogenoemde was-wordt tabel aan waarin de salarisbedragen vermeld staan zoals die op 28 februari nog golden en 1 maart 2003 zijn gaan gelden.

De salarisverhoging werkt op de gebruikelijke wijze door naar de uitkeringen. Voor de betrokkenen met een BWOO of BBWO uitkering betekent dit dat het bovenwettelijke dagloon, gerekend vanaf 1 maart 2003, wordt geïndexeerd met 2,25%.

2. 13e maand

Met ingang van 1 januari 2003 wordt het structurele deel van de 13e maand verhoogd van 2,75% naar 3,48%. De verhoging van 0,73% is gebaseerd op de verwachte raming van de ziektekostenontwikkeling in het CEP 2003.

Het incidentele gedeelte bedraagt voor 2003 0,69%, waarvan 0.12% door versnelde afbouw ZKOO-tegemoetkoming (zie paragraaf 4).

De totale omvang van het percentage van de 13e maand 2003 komt daarmee op 4,17.

Totaal 1,53% van dit percentage vloeit voort uit de bevriezing van de ZKOO-tegemoetkoming.

2.1. Doorwerking

2.1.1. Naar pensioenen (jaarinkomen ABP)

Het structurele deel van de 13e maand maakt onderdeel uit van het jaarinkomen ABP, dat onder meer van toepassing is voor de berekening van OP/NP, IP en FPU premie. Gelet op de stijging van het structurele gedeelte dient met ingang van de publicatiedatum van deze publicatie bij de vaststelling van het jaarinkomen ABP rekening gehouden te worden met 3,48%. De jaarinkomens van de betrokkenen die voor deze datum in dienst zijn ondervinden geen wijziging. Voor deze categorie van betrokkenen zal met ingang van 1 januari 2004, als het jaarinkomen 2004 wordt vastgesteld, voor het eerst rekening gehouden worden met het verhoogde percentage.

Aan de pensioenkamer van de ROP wordt een advies gevraagd over de doorwerking van deze verhoging van het structurele gedeelte van deze uitkering in de berekeningsgrondslag voor pensioenen van gepensioneerden. De uitslag van dit advies is nog niet bekend. Zodra ik op de hoogte ben van het advies zal ik dat via publicatie in dit blad aan u meedelen.

2.1.2. Naar uitkeringen (BWOO en BBWO)

2.1.2.1. BBWO

Afgelopen jaar is overeengekomen om de ontwikkeling van de 13e maand via een indexering van het dagloon door te laten werken in de BBWO-uitkering. Met ingang van 1 januari 2003 heeft een negatieve indexering plaatsgevonden van 1,16%, aangezien met ingang van die datum de hoogte van de 13e maand vooralsnog was vastgesteld op 2,75%.

Gelet op het in de CAO overeengekomen percentage van de 13e maand 2003 worden de BBWO-uitkeringen, die zowel op 31 december 2002 en 1 januari 2003 van kracht zijn, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2003 geïndexeerd met 1,28%. De daglonen van de uitkeringen met een ingangsdatum 1 januari 2003 of later worden via een herstelactie vanaf de datum van ingang van de uitkering aangepast als bij de vasstelling van het dagloon voor de eindejaarsuitkering een percentage is gehanteerd dat lager is dan 4,17. Met ingang van 1 januari 2004 vervalt vooralsnog het incidentele gedeelte van de 13e maand (0,69%), waardoor met ingang van die datum een indexering gaat gelden van -0,61%.

2.1.2.2. BWOO

Voor de betrokkenen met een BWOO-uitkering geldt een eindejaarsuitkering. De hoogte van deze eindejaarsuitkering is afhankelijk van de hoogte van de 13e maand, met uitzondering van het deel dat betrekking heeft op de bevriezing van de ZKOO-tegemoetkoming. Dat deel bedraagt 1,53%.

De eindejaarsuitkering voor de BWOO-uitkering is daarom voor 2003 vastgesteld op 2,64%.

Het percentage voor de vaststelling van het jaarinkomen ABP bedraagt 1,95.

3. Incidentele nominale eindejaarsuitkering

Als onderdeel van de 13e maand wordt er voor 2003 een incidentele nominale uitkering uitbetaald. Gelet op de specifieke berekening en doorwerking van dit onderdeel, wordt die in een aparte paragraaf behandeld.

3.1. Doelgroep

De nominale eindejaarsuitkering maakt onderdeel uit van de 13e maand en geldt dus voor al het personeel dat in dienst is bij een instelling die valt onder de sector PO en VO en die wordt bekostigd door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.

3.2. Maandelijkse opbouw

De opbouw van de nominale uitkering vindt maandelijks plaats volgens de onder paragraaf 3.4 opgenomen rekenformule. In het geval de dienstbetrekking met een betrokkene wordt beëindigd, wordt de opgebouwde uitkering direct met hem verrekend.

3.3. De hoogte van de uitkering

De hoogte van de nominale uitkering bedraagt 100 euro bruto op jaarbasis bij een normbetrekking, maar kan op jaarbasis nooit meer bedragen dan dat bedrag.

3.4. De berekening

De berekeningswijze is als volgt: NU x BG : NS.

Een korting in verband met seniorenbeleid (BAPO) en een korting in verband met ziekte na 18 maanden (artikel 4 van het Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid onderwijs- en onderzoekpersoneel (BZA)) worden niet beschouwd als een bruto-korting.

De uitkomst van de berekening per maand wordt rekenkundig afgerond op 2 cijfers achter de komma en kan nooit groter zijn dan 8,33 euro (m.u.v. de maanden januari tot en met april 2003, waar de uitkomst niet groter kanzijn dan 8,34 euro). In de maand december dan wel in de maand waarin het ontslag plaatsvindt, worden de vastgestelde uitkomsten per maand bij elkaar opgeteld.

3.5. Doorwerking

De uitkering maakt geen onderdeel uit van het jaarinkomen ABP dat van toepassing is voor de berekening van de OP/NP-, IP- en FPU-premie, maar maakt wel onderdeel uit van het loon sociale verzekeringswetten (coördinatieloon). De doorwerking van de nominale eindejaarsuitkering in de uitkeringen (BWOO en BBWO) is nog een onderwerp van (technisch) uitwerkingsoverleg.

4. Versnelde afbouw ZKOO-tegemoetkoming

In de CAO 2000-2002 is een afspraak gemaakt over aanpassing van de ziektekostenregeling. Daarbij is afgesproken om de ZKOO-bedragen nominaal te handhaven op het niveau van 2000, tot het moment is bereikt dat de vergoeding gelijk is geworden aan 50 procent van de gemiddelde ziektekosten (particuliere verzekeringspremies plus bijdragen MOOZ en WTZ), zoals die zijn berekend door het Centraal Planbureau.

In de CAO sector onderwijs (PO en VO) 2003 is overeengekomen om reeds met ingang van 1 april 2003 de ZKOO-bedragen af te bouwen tot 50% van de gemiddelde ziektekosten. De hierdoor vrijvallende middelen worden benut voor de verhoging van het incidentele gedeelte van de 13e maand.

4.1. De hoogte van de ZKOO-bedragen met ingang van 1 april 2003

De tegemoetkomingen per maand in euro’s zoals die gelden vanaf 1 april 2003:

De inkomenstoeslag en de aanvullende inkomenstoeslag ondergaan geen wijzigingen en blijven dus respectievelijk € 12,03 en € 5,45 per maand bedragen.

5. Verhoogde pensioenaanspraken

Sinds november 2000 kan personeel, onder handhaving van de normjaartaak van 1659 uur, op vrijwillige basis per schooljaar de keuze maken om 1710, respectievelijk 1790 uur te werken bij een normbetrekking. De werknemer krijgt met ingang van 1 januari 2004 de mogelijkheid om, met inachtneming van de Wet Aanpassing Arbeidsduur meer dan de normjaartaak te gaan werken waarmee extra pensioentijd kan worden opgebouwd. Partijen zijn namelijk overkomen om vanaf genoemde datum deze werkzaamheden pensioengevend te maken door de deeltijdfactor volgens artikel 1.2 van het Pensioenreglement groter te laten zijn dan 1 voor zowel het PO en het VO. Onder deze werkzaamheden vallen ook de vervangingswerkzaamheden.

Volgens de voorschriften van het ABP kan de uitkomst van de deeltijdfactor echter nooit groter zijn dan 1,25. Voor de sector PO blijft echter het bepaalde op grond van artikel I-P3, vijfde lid van toepassing, hetgeen inhoudt dat de betrekking of de betrekking de omvang van 120% van de normbetrekking niet te boven mag gaan.

Het verhaal van de premies op de werknemer voor het ouderdoms- en nabestaande pensioen (OP/NP), de Algemene nabestaandenwet (ANW), de Flexibel Pensioen en Uittreden (FPU) en het Invaliditeitspensioen (IP) vindt plaats volgens de bestaande afspraken.

Voorbeeld:

Betrokkene vervangt over een periode van een aantal maanden een aantal uren en krijgt hiervoor bezoldigd 250 euro per maand.

Premieverhaal OP/NP per maand zonder vervanging:

Deeltijdfactor (DF): 2500/2500 = 1

Premie op maandbasis:

((32500 - 15250) : 12) X 4,10% x DF 1 = 58,94

Premieverhaal OP/NP per maand met vervanging:

Deeltijdfactor (DF): 2750/2500 = 1,1

Premie op maandbasis:

((32500 - 15250) : 12) X 4,10% x DF 1,1 = 64,83

Ik verzoek u het personeel in dienst van uw instelling van deze publicatie op de hoogte te stellen.

Bijlage I. (PO en VO)

Betreft overzicht van de was-wordt situatie met betrekking tot de salarisbedragen per 1 maart 2003

bedragen in euro’s ’01-07-02 bedragen in euro’s ’01-03-03 incl. ASM van 2,25% bedragen in euro’s ’01-07-02 bedragen in euro’s ’01-03-03 incl. ASM van 2,25%
1 1294 1323 93 2860 2924
2 1322 1352 94 2863 2927
3 1349 1379 95 2892 2957
4 1378 1409 96 2893 2958
5 1404 1436 97 2897 2962
6 1430 1462 98 2942 3008
7 1460 1493 99 2943 3009
8 1490 1524 100 2948 3014
9 1529 1563 101 2957 3024
10 1574 1609 102 2968 3035
11 1628 1665 103 2991 3058
12 1681 1719 104 2998 3065
13 1731 1770 105 3035 3103
14 1782 1822 106 3042 3110
15 1830 1871 107 3055 3124
16 1879 1921 108 3072 3141
17 1926 1969 109 3074 3143
18 1973 2017 110 3086 3155
19 2023 2069 111 3092 3162
20 2073 2120 112 3128 3198
21 2075 2122 113 3135 3206
22 2114 2162 114 3152 3223
23 2120 2168 115 3179 3251
24 2123 2171 116 3201 3273
25 2150 2198 117 3222 3294
26 2156 2205 118 3230 3303
27 2162 2211 119 3250 3323
28 2171 2220 120 3285 3359
29 2174 2223 121 3316 3391
30 2199 2248 122 3329 3404
31 2201 2251 123 3335 3410
32 2222 2272 124 3347 3422
33 2223 2273 125 3390 3466
34 2241 2291 126 3410 3487
35 2251 2302 127 3445 3523
36 2267 2318 128 3459 3537
37 2272 2323 129 3491 3570
38 2277 2328 130 3504 3583
39 2283 2334 131 3542 3622
40 2299 2351 132 3587 3668
41 2302 2354 133 3589 3670
42 2326 2378 134 3598 3679
43 2328 2380 135 3639 3721
44 2338 2391 136 3688 3771
45 2352 2405 137 3691 3774
46
46 2367 2420 138 3716 3800
47 2373 2426 139 3737 3821
48 2378 2432 140 3783 3868
49 2379 2433 141 3785 3870
50 2394 2448 142 3834 3920
51 2403 2457 143 3845 3932
52 2414 2468 144 3878 3965
53 2428 2483 145 3884 3971
54 2443 2498 146 3972 4061
55 2445 2500 147 3974 4063
56 2454 2509 148 3982 4072
57 2461 2516 149 4066 4157
58 2469 2525 150 4078 4170
59 2472 2528 151 4103 4195
60 2496 2552 152 4160 4254
61 2504 2560 153 4177 4271
62 2508 2564 154 4232 4327
63 2547 2604 155 4253 4349
64 2550 2607 156 4300 4397
65 2555 2612 157 4347 4445
66 2556 2614 158 4361 4459
67 2566 2624 159 4407 4506
68 2567 2625 160 4423 4523
69 2597 2655 161 4441 4541
70 2598 2656 162 4515 4617
71 2602 2661 163 4535 4637
72 2606 2665 164 4547 4649
73 2645 2705 165 4623 4727
74 2649 2709 166 4629 4733
75 2656 2716 167 4671 4776
76 2660 2720 168 4730 4836
77 2664 2724 169 4794 4902
78 2686 2746 170 4925 5036
79 2695 2756 171 5059 5173
80 2696 2757 172 5197 5314
81 2699 2760 173 5362 5483
82 2707 2768 174 5534 5659
83 2746 2808 175 5710 5838
84 2754 2816 176 5892 6025
85 2757 2819 177 6079 6216
86 2762 2824 178 6273 6414
87 2791 2854 179 6474 6620
88 2794 2857 180 6681 6831
89 2797 2860 181 6894 7049
90 2814 2877 182 7115 7275
91 2842 2906 183 7341 7506
92 2848 2912 184 7577 7747

Bijlage II. (PO)

Overzicht bevattende de salarisbedragen, toelagen en overige arbeidsvoorwaardelijke bedragen in het PO met ingang van 1 maart 2003

Salarisschalen

bevattende salarisnummers en maandbedragen in euro’s bij een normbetrekking zoals opgenomen in bijlage 1A bij het rechtspositiebesluit onderwijspersoneel.

per 1 maart 2003

Verklaringen van de afkortingen

BO = basisschool

SBO = speciale school voor basisonderwijs

SO = speciaal onderwijs (voortgezet (WVO DEEL II) en WEC)

Y = aantal leerlingen (zie art. I-Q201, onder e, van het Rpbo)

Q = de totale normatieve formatie (zie art. I-Q301, onder f van het Rpbo)

Categorie 1

Categorie 2

Categorie 3

Categorie 4

Categorie 5

Maximumsalarisbedragen

als bedoeld in de hoofdstukken V-P,V-Q en V-S met maandbedragen in euro’s bij een normbetrekking zoals opgenomen in Bijlage 1B bij het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel.

Maandsalaris

behorende bij bijlage 1C van het Rpbo bevattende het salaris in euro’s voor de salarisvaststelling van de functie leraar in opleiding (LIO)

per 1 maart 2003

Het salaris van de leraar in opleiding die is benoemd of aangesteld aan een:

Toelagen, kortingen

Minimum vakantie-uitkering

per maand in euro’s bij een normbetrekking zoals opgenomen in: bijlage 2, onderdeel 2, bij het Rpbo

E.H.B.O. toelage

zoals opgenomen in bijlage 2, onderdeel 3 bij het Rpbo per maand 8,97 euro

Uitlooptoeslag

per maand bij een normbetrekking in euro’s zoals opgenomen in bijlage 2, onderdeel 4 bij het Rpbo

Minimumbedrag bij promotie

zoals opgenomen in bijlage 2, onderdeel 6, bij het Rpbo,

Bindingstoelage

Een bedrag in euro’s per jaar in de maand augustus bij een normbetrekking.

Percentages wegens genot van verstrekkingen

aangevuld met maximum inhoudingsbedragen in euro’s, zoals die voorkomen in bijlage 3 bij het Rpbo

Regeling vergoeding van reis- en verblijfkosten bij dienstreizen voor onderwijspersoneel in euro’s

Tegemoetkoming verhuiskosten in euro’s

Bijlage J1 bij het Rpbo, bevattende bedragen met betrekking tot de tegemoetkoming in de verhuiskosten en enkele andere bedragen als aangegeven in hoofdstuk I-J

Overzicht tegemoetkoming reiskosten

per maand in euro’s behorende bij bijlage J2 van het Rpbo

Herleidingtabellen

zoals opgenomen in Bijlage 1D bij het Rpbo waarmee het laatstgenoten salaris wordt vastgesteld voor betrokkenen die voor 1 augustus 2002 voor het laatst in het primair onderwijs werkzaam zijn geweest.

Inhoud van de kolommen

Tabel (Bijlage bij circulaire DI/AB 89-21)

(omrekentabel ’oude’ salarissen) inzake toepassing artikel I-P10 en I-P11 naar het loonpeil 1 maart 2003 bij een laastst genoten salaris bij een normbetrekking (LSN).

Als een laatst genoten salaris wordt vastgesteld op basis van gegevens van voor 1 januari 2000 en het bedrag groter is dan het bedrag dat in kolom 9 staat vermeld wordt na de berekening (laatst genoten salaris * factor) de uitkomst verhoogd met 66 euro.

Indien het LSN wordt vastgesteld op basis van gegevens van voor 1 januari 2001 dient het LSN in guldens eerst omgerekend te worden naar euro’s via de rekensom: LSN : 2,20371

Bijlage III. (VO)

Betreft overzicht van de salarisbedragen en toelagen voor het VO met ingang van 1 maart 2003

Salarisschalen

met salarisnummers en maandbedragen in euro’s behorende bij een normbetrekking zoals opgenomen in bijlage 1A bij het Kaderbesluit rechtspositie VO

Maandsalarissen in euro’s voor jeugdigen

met salarisnummers en maandbedragen in euro’s behorende bij een normbetrekking zoals opgenomen in bijlage 1B bij het Kaderbesluit rechtspositie VO

Salarisschalen

met salarisnummers en maandbedragen in euro’s behorende bij een normbetrekking zoals opgenomen in bijlage 1C bij het Kaderbesluit rechtspositie VO

Maandsalarissen in euro’s (I/D-banen)

behorende bij bijlage 1D bij het Kaderbesluit rechtpositie VO bevattende aanlooptraject voor functies in het kader van het Besluit in- en doorstroombanen

Uitlooptoeslag

per maand bij een normbetrekking in euro’s zoals opgenomen in bijlage 1E van de Kaderbesluit rechtpositie VO

Bindingstoelage

Een bedrag in euro’s per jaar in de maand augustus bij een normbetrekking.

Minimum vakantie-uitkering

per maand in euro’s bij een normbetrekking zoals opgenomen in bijlage 2, onderdeel 2 bij het Kaderbesluit rechtpositie VO

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)