Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, van 14 juli 2011, nr. 218837, houdende samenvoeging en vereenvoudiging van diverse regelingen op het gebied van de zeevisserij (Uitvoeringsregeling zeevisserij)
Gelet op verordening nr. 3440/84; verordening nr. 894/97; verordening nr. 850/98; verordening nr. 1434/98; verordening nr. 2549/2000; verordening nr. 1035/2001; verordening nr. 1936/2001; verordening nr. 2056/2001; verordening nr. 494/2002; verordening nr. 2347/2002; verordening nr. 2371/2002; verordening nr. 882/2003; verordening nr. 1185/2003; verordening nr. 1954/2003; verordening nr. 1984/2003; verordening nr. 26/2004; verordening nr. 600/2004; verordening nr. 601/2004; verordening nr. 811/2004; verordening nr. 812/2004; verordening nr. 827/2004; verordening nr. 1415/2004; verordening nr. 2115/2005; verordening nr. 2187/2005; verordening nr. 388/2006; verordening nr. 1198/2006; verordening nr. 1967/2006; verordening nr. 520/2007; verordening nr. 1098/2007; verordening nr. 1386/2007; verordening nr. 199/2008; verordening nr. 517/2008; verordening nr. 734/2008; verordening nr. 1005/2008; verordening nr. 1006/2008; verordening nr. 1342/2008; verordening nr. 302/2009; verordening nr. 1010/2009; verordening nr. 1224/2009; verordening nr. 1288/2009; verordening nr. 201/2010; verordening nr. 640/2010; verordening nr. 1013/2010; verordening nr. 1236/2010; verordening nr. 57/2011 en uitvoeringsverordening nr. 404/2011;
Gelet op de artikelen 3, 4 en 5, van het Reglement zee- en kustvisserij 1977 en op artikel 3 van het Besluit registratie vissersvaartuigen 1998;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Algemeen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- –. aanlandcontingent: in kilogrammen levend gewicht uitgedrukte hoeveelheid van een vissoort, genoemd in artikel 20a, die tijdens één visreis door een Nederlands vissersvaartuig is gevangen voor zover deze vangst op grond van de aanlandplicht moet worden aangeland;
- –. aanlandplicht: aanlandingsverplichting als bedoeld in artikel 15, eerste lid, in samenhang met het vijfde, zesde en zevende lid, van de basisverordening;
- –. contingent: in kilogrammen levend gewicht uitgedrukte hoeveelheid van een vissoort die per kalenderjaar door een Nederlands vissersvaartuig ten hoogste in een vangstgebied mag worden gevangen, vermeerderd of verminderd met eventueel op grond van de artikelen 45 of 46 voor het desbetreffende kalenderjaar in gebruik gekregen, of in gebruik gegeven hoeveelheden van de desbetreffende vissoort dan wel, indien het vangsten van vissoorten betreft waarop de aanlandplicht niet van toepassing is, in een kalenderjaar in een vangstgebied te vangen hoeveelheid van een vissoort in kilogrammen levend gewicht uitgedrukt, vermeerderd of verminderd met eventueel op grond van de artikelen 45 of 46 voor het desbetreffende kalenderjaar in gebruik gekregen, of in gebruik gegeven hoeveelheden van de desbetreffende vissoort, die per vissersvaartuig ten hoogste mag worden aangeland;
- −. controleplan wegen na vervoer: op grond van artikel 61, eerste lid, van de controleverordening vastgesteld controleplan wegen na vervoer voor verse visserijproducten dat is opgenomen in bijlage a1;
- –. deelgebied, sector of deelsector: zeegebied als omschreven in artikel 4 van de verordening vangstmogelijkheden en artikel 3 van de verordening vangstmogelijkheden Oostzee;
- –. deelnemer aan een groepscontingent: ondernemer als bedoeld in artikel 32, tweede lid;
- –. extra hoeveelheid vangstmogelijkheden: de extra hoeveelheid vangstmogelijkheden die aan het groepscontingent wordt toegevoegd ingevolge artikel 32a, eerste lid;
- –. Europees quotum: totaal voor de gezamenlijke vissers van de lidstaten van de Europese Unie in het kalenderjaar waarop een verordening over vangstmogelijkheden betrekking heeft te vangen hoeveelheden vis die niet in de vorm van quota over de lidstaten zijn verdeeld zoals deze per vissoort en per deelgebied, sector of deelsector voor het desbetreffende kalenderjaar, uitgedrukt in kilogrammen levend gewicht, onder de beschrijving ‘overig’, ‘andere’, ‘andere lidstaten’ of ‘Unie’ zijn vermeld in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden, in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden 2025, voor zover van toepassing voor 2026, in de bijlage bij de verordening vangstmogelijkheden Oostzee of in de bijlagen bij de verordening vangstmogelijkheden Middellandse Zee en Zwarte Zee;
- –. functionaris: door de minister voor de registratie- en verificatiewerkzaamheden in het kader van deze regeling aangewezen persoon;
- –. groep: groep als bedoeld in artikel 31, tweede lid;
- –. groepscontingent: groepscontingent als bedoeld in artikel 32, vermeerderd met de hoeveelheden bedoeld in artikel 24, vijfde lid, de vangstmogelijkheden van vervallen contingenten die ingevolge artikel 30a, derde en vijfde lid, onderdeel zijn van het desbetreffende groepscontingent en de extra hoeveelheid vangstmogelijkheden van de desbetreffende vissoort die aan het groepscontingent zijn toegevoegd op grond van artikel 32a, en vermeerderd of verminderd met eventueel op grond van de artikelen 45 of 46 voor het desbetreffende kalenderjaar in gebruik gekregen, of in gebruik gegeven, hoeveelheden van de desbetreffende vissoort;
- –. individueel aandeel: hoeveelheid van een vissoort die op grond van artikel 24 in beheer is gegeven aan een groep of producentenorganisatie of contingent van een vissoort dat een ondernemer in beheer heeft gegeven aan een groep of producentenorganisatie, vermeerderd met door hem gekochte en in gebruik gekregen hoeveelheden van die vissoort en verminderd met door hem verkochte en in gebruik gegeven hoeveelheden van die vissoort, waarover hij in een kalenderjaar kan beschikken;
- –. minister: Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur;
- –. Nederlands quotum: totaal voor de gezamenlijke Nederlandse vissersvaartuigen in het kalenderjaar waarop de verordening vangstmogelijkheden betrekking heeft te vangen hoeveelheden vis zoals deze per vissoort en per deelgebied, sector of deelsector voor het desbetreffende kalenderjaar, uitgedrukt in kilogrammen levend gewicht, zijn vermeld in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden of in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden 2025, voor zover van toepassing voor 2026;
- –. NVWA: Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit;
- –. ondermaatse vis: vis die kleiner is dan de minimuminstandhoudingsreferentiegrootte, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder 17, van de basisverordening;
- –. producentenorganisatie: producentenorganisatie als bedoeld in artikel 6 van de GMO-verordening;
- –. recreatievisserij: niet-commerciële visserijactiviteiten waarmee de biologische rijkdommen van de zee worden geëxploiteerd voor recreatieve, toeristische of sportieve doeleinden, met inbegrip van visserijactiviteiten die worden georganiseerd door commerciële entiteiten in de toeristische sector en in de sector van sportwedstrijden;
- –. Registratiebesluit: Besluit registratie vissersvaartuigen 1998;
- −. RVO: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland;
- –. segment: vlootsegment MFL1, MFL2 of AQU, waartoe het vissersvaartuig op grond van de vermelding op de visvergunning behoort;
- −. steekproefplan wegen aan boord: op grond van artikel 60, derde lid, van de controleverordening vastgesteld steekproefplan wegen aan boord van verse visserijproducten dat is opgenomen in bijlage b1;
- –. vangstgebied: deelgebieden, sectoren of deelsectoren, genoemd in bijlage 8;
- –. vangstmogelijkheden van vervallen contingenten: het gedeelte van het Nederlandse quotum waarvoor eerder op grond van artikel 29 een recht op een contingent gold, maar welk contingent ingevolge artikel 30a is vervallen;
- –. vangstopgavebus: vangstopgavebus die aanwezig is in iedere in bijlage 2 vermelde haven, waarvan de exacte plaats gepubliceerd is op de website www.mijnrvo.nl;
- –. vangstvaartuig: vangstvaartuig als bedoeld in artikel 4, punt 33, van de controleverordening;
- –. vissersvaartuig van een derde land: vissersvaartuig als bedoeld in artikel 4, eerste lid, punt 4, van de basisverordening dat de vlag voert van of geregistreerd is in een andere staat dan een lidstaat van de Europese Unie;
- –. visserijregister: register als bedoeld in artikel 4 van het Registratiebesluit;
- –. vistuig van het type staandwant: kieuwnetten en warnetten als bedoeld in Bijlage XI van de uitvoeringsverordening controleverordening;
- –. vistuigcategorie BT1: boomkorren als bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdeel b, subonderdeel i, van verordening 2018/973;
- –. vistuigcategorie BT2: boomkorren als bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdeel b, subonderdeel ii, van verordening 2018/973;
- –. vistuigcategorie TR1: bodemtrawls en zegens als bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdeel a, subonderdeel i, van verordening 2018/973;
- –. vistuigcategorie TR2: bodemtrawls en zegens als bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdeel a, subonderdeel ii, van verordening 2018/973;
- –. visvergunning: visvergunning als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de controleverordening;
- –. Unievissersvaartuig: vissersvaartuig als bedoeld in artikel 4, eerste lid, punt 4, van de basisverordening dat de vlag voert van of geregistreerd is in een lidstaat van de Europese Unie;
- –. wet: Visserijwet 1963;
In deze regeling wordt voorts verstaan onder:
- –. verordening nr. 3440/84: Verordening (EEG) nr. 3440/84 van de Commissie van 6 december 1984 inzake voorzieningen aan sleepnetten, Deense zegennetten (snurrevod) en soortgelijke netten (Pb EG L 318);
- –. verordening nr. 2406/96: Verordening (EG) nr. 2406/96 van de Raad van 26 november 1996, houdende vaststelling van gemeenschappelijke handelsnormen voor bepaalde visserijprodukten (PbEG 1996, L 334);
- –. verordening nr. 1035/2001: Verordening (EEG) nr. 1035/2001 van de Raad van 22 mei 2001 tot invoering van een documentatieregeling voor de vangst van Dissostichus spp. (PbEG L 145);
- –. verordening nr. 2056/2001: Verordening (EG) nr. 2056/2001 van de Commissie van 19 oktober 2001 tot vaststelling van aanvullende technische maatregelen voor het herstel van de kabeljauwbestanden in de Noordzee en ten westen van Schotland (PbEG L 277);
- –. verordening nr. 494/2002: Verordening (EG) nr. 494/2002 van de Commissie van 19 maart 2002 tot vaststelling van aanvullende technische maatregelen voor het herstel van het heekbestand in de ICES-deelgebieden III, IV, V, VI en VII en in de ICES-sectoren VIIIa, b, d, e (PbEG L 77);
- –. verordening nr. 2347/2002: Verordening (EG) nr. 2347/2002 van de Raad van 16 december 2002 tot vaststelling van bijzondere voorwaarden voor de toegang tot diepzeebestanden en bij de visserij daarop in acht te nemen voorschriften (PbEG L 351);
- –. verordening nr. 882/2003: Verordening (EG) nr. 882/2003 van de Raad van 19 mei 2003 tot vaststelling van een regeling voor toezicht op en verificatie van tonijnvangsten (PbEU L 127);
- –. verordening nr. 1185/2003: Verordening (EG) nr. 1185/2003 van de Raad van 26 juni 2003 betreffende het afsnijden van haaienvinnen aan boord van vaartuigen (PBEU L 167);
- –. verordening nr. 1954/2003: Verordening (EG) nr. 1954/2003 van de Raad van 4 november 2003 betreffende het beheer van de visserij-inspanning voor bepaalde vangstgebieden en visbestanden van de Gemeenschap, tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2847/93 en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 685/95 en (EG) nr. 2027/95 (PbEU L 289);
- –. verordening nr. 1984/2003: Verordening (EG) nr. 1984/2003 van de Raad van 8 april 2003 tot invoering in de Gemeenschap van een regeling voor de statistische registratie van blauwvintonijn, zwaardvis en grootoogtonijn (PbEU L 295);
- –. verordening nr. 600/2004: Verordening (EG) nr. 600/2004 van de Raad van 22 maart 2004 tot vaststelling van bepaalde technische maatregelen voor de visserij in het verdragsgebied van het Verdrag inzake de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren (PbEU L 97);
- –. verordening nr. 601/2004: Verordening (EG) nr. 601/2004 van de Raad van 22 maart 2004 tot vaststelling van bepaalde controlemaatregelen voor de visserij in het verdragsgebied van het Verdrag inzake de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 3943/90, (EG) nr. 66/98 en (EG) nr. 1721/1999 (PbEU L 97);
- –. verordening nr. 1415/2004: Verordening (EG) nr. 1415/2004 van de Raad van 19 juli 2004 tot vaststelling van het maximale jaarlijkse visserij-inspanningsniveau voor bepaalde visserijgebieden en visserijtakken (PbEU L 258);
- –. verordening nr. 1967/2006: Verordening (EG) nr. 1967/2006 van de Raad van 21 december 2006 inzake beheersmaatregelen voor de duurzame exploitatie van visbestanden in de Middellandse Zee, tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2847/93 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1626/94 (PbEU L 409);
- –. verordening nr. 520/2007: Verordening (EG) nr. 520/2007 van de Raad van 7 mei 2007 tot vaststelling van technische maatregelen voor de instandhouding van bepaalde over grote afstanden trekkende visbestanden en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 973/2001 (PbEU L 123);
- –. verordening nr. 517/2008: Verordening (EG) nr. 517/2008 van de Commissie van 10 juni 2008 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 850/98 wat betreft de bepaling van de maaswijdte en de meting van de twijndikte van visnetten (PbEU L 151);
- –. verordening nr. 734/2008: Verordening (EG) nr. 734/2008 van de Raad van 15 juli 2008 betreffende de bescherming van kwetsbare mariene ecosystemen in volle zee tegen de nadelige effecten van bodemvistuig (PbEU L 201);
- –. verordening nr. 1005/2008: Verordening (EG) nr. 1005/2008 van de Raad van 29 september 2008 houdende de totstandbrenging van een communautair systeem om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen, tot wijziging van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1936/2001 en (EG) nr. 601/2004 en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 1093/94 en (EG) nr. 1447/1999 (PbEU L 286);
- –. verordening nr. 1010/2009: Verordening (EG) nr. 1010/2009 van de Commissie van 22 oktober 2009 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening nr. 1005/2008/EG van de Raad van de Europese Unie van 29 september 2008 houdende de totstandbrenging van een communautair systeem om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen (PbEU L 280);
- –. controleverordening: Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 847/96, (EG) nr. 2371/2002, (EG) nr. 811/2004, (EG) nr. 768/2005, (EG) nr. 2115/2005, (EG) nr. 2166/2005, (EG) nr. 388/2006, (EG) nr. 509/2007, (EG) nr. 676/2007, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 1300/2008, (EG) nr. 1342/2008 en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1627/94 en (EG) nr. 1966/2006 (PbEU L 343);
- –. verordening nr. 640/2010: Verordening (EU) nr. 640/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2010 tot vaststelling van een vangstdocumentatieprogramma voor blauwvintonijn Thunnus thynnus en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1984/2003 van de Raad (PbEU L 194);
- –. verordening nr. 1236/2010: Verordening (EU) nr. 1236/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2010 tot vaststelling van een controle- en handhavingregeling voor het gebied dat onder het Verdrag inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan valt en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2791/1999 van de Raad (PbEU L 348);
- –. uitvoeringsverordening controleverordening: Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011 van de Commissie van 8 april 2011 houdende bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (PbEU L 112);
- –. verordening nr. 1343/2011: Verordening (EU) nr. 1343/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 tot vaststelling van een aantal bepalingen voor de visserij in het GFCM-overeenkomstgebied (General Fisheries Commission for the Mediterranean – Algemene Visserijcommissie voor de Middellandse Zee) en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1967/2006 van de Raad inzake beheersmaatregelen voor de duurzame exploitatie van visbestanden in de Middellandse Zee (PbEU L, 347);
- –. uitvoeringsverordening nr. 433/2012: Uitvoeringsverordening (EU) nr. 433/2012 van de Commissie van 23 mei 2012 houdende uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1236/2010 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een controle- en handhavingsregeling voor het gebied dat onder het Verdrag inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan valt (PbEU L, 136);
- –. verordening nr. 1026/2012: Verordening (EU) nr. 1026/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende bepaalde maatregelen met het oog op de instandhouding van visbestanden ten aanzien van landen die niet-duurzame visserij toelaten (PbEU L, 316);
- –. basisverordening: Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PbEU L, 354);
- –. GMO-verordening: Verordening (EU) nr. 1379/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 houdende een gemeenschappelijke marktordening voor visserijproducten en aquacultuurproducten, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1184/2006 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad (PbEU L, 354);
- –. verordening 2016/1139: Verordening (EU) 2016/1139 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 tot vaststelling van een meerjarenplan voor de kabeljauw-, haring- en sprotbestanden in de Oostzee en de visserijen die deze bestanden exploiteren, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2187/2005 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1098/2007 van de Raad (PbEU L 191);
- –. verordening 2016/1627: Verordening (EU) 2016/1627 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 betreffende een meerjarig herstelplan voor blauwvintonijn in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 302/2009 van de Raad (PbEU L 252);
- –. verordening 2016/2336: Verordening (EU) 2016/2336 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 tot vaststelling van bijzondere voorwaarden voor de visserij op diepzeebestanden in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan, tot vaststelling van bepalingen voor de visserij in de internationale wateren van het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2347/2002 van de Raad (PbEU L 354);
- –. verordening 2017/1004: Verordening (EU) 2017/1004 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2017 betreffende de instelling van een Uniekader voor de verzameling, het beheer en het gebruik van gegevens in de visserijsector en voor de ondersteuning van wetenschappelijk advies over het gemeenschappelijk visserijbeleid en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 199/2008 van de Raad (PbEU 2017, L 157);
- –. verordening 2017/2107: verordening (EU) 2017/2107 van het Europees Parlement en de Raad van 15 november 2017 tot vaststelling van in het verdragsgebied van de Internationale Commissie voor de instandhouding van Atlantische tonijnen (ICCAT) geldende beheers-, instandhoudings- en controlemaatregelen en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1936/2001, (EG), nr. 1984/2003 en (EG) nr. 520/2007 van de Raad (PbEU 2017, L 315);
- –. verordening 2017/2403: verordening (EU) 2017/2403 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 inzake het duurzame beheer van externe vissersvloten, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1006/2008 van de Raad (PbEU 2017, L 347);
- –. verordening 2018/973: Verordening (EU) 2018/973 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2018 tot vaststelling van een meerjarenplan voor demersale bestanden in de Noordzee en de visserijen die deze bestanden exploiteren, tot vastlegging van nadere bepalingen ter uitvoering van de aanlandingsverplichting in de Noordzee en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 676/2007 en (EG) nr. 1342/2008 van de Raad (PbEU 2018, L 179);
- –. Verordening 2018/975: Verordening (EU) 2018/975 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2018 tot vaststelling van de beheers-, instandhoudings- en controlemaatregelen die gelden in het verdragsgebied van de regionale organisatie voor het visserijbeheer in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan (SPRFMO) (PbEU 2018, L 179);
- –. verordening 2019/472: Verordening (EU) 2019/472 van het Europees Parlement en de Raad van 19 maart 2019 tot vaststelling van een meerjarenplan voor bestanden die worden gevangen in de westelijke wateren en daaraan grenzende wateren en voor de visserijen die deze bestanden exploiteren, tot wijziging van Verordeningen (EU) 2016/1139 en (EU) 2018/973, en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 811/2004, (EG) nr. 2166/2005, (EG) nr. 388/2006, (EG) nr. 509/2007 en (EG) nr. 1300/2008 van de Raad (PbEU 2019, L 83);
- –. verordening 2019/833: Verordening (EU) 2019/833 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 tot vaststelling van instandhoudings- en handhavingsmaatregelen die van toepassing zijn in het gereglementeerde gebied van de Visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan, tot wijziging van Verordening (EU) 2016/1627 en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2115/2005 en (EG) nr. 1386/2007 van de Raad (PbEU 2019, L 141);
- –. verordening 2019/1022: Verordening (EU) 2019/1022 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 tot vaststelling van een meerjarenplan voor de visserijen die demersale bestanden exploiteren in het westelijk deel van de Middellandse Zee en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 508/2014 (PbEU 2019, L 172);
- –. verordening 2019/1154: Verordening (EU) 2019/1154 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 voor een meerjarig herstelplan voor mediterrane zwaardvis en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1967/2006 van de Raad en Verordening (EU) 2017/2107 van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2019, L 188);
- –. verordening 2019/1241: Verordening (EU) 2019/1241 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende de instandhouding van visbestanden en de bescherming van mariene ecosystemen door middel van technische maatregelen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1967/2006 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en de Verordeningen (EU) nr. 2013/1380, (EU) nr. 2016/1139, (EU) 2018/973, (EU) 2019/472 en (EU) 2019/1022 van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 894/97, (EG) nr. 850/98, (EG) nr. 2549/2000, (EG) nr. 254/2002, (EG) nr. 812/2004 en (EG) nr. 2187/2005 van de Raad (PbEU 2019, L198);
- –. EMFAF-verordening: Verordening (EU) 2021/1139 van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2021 tot oprichting van het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1004 (PbEU 2021, L 247);
- –. verordening 2021/56: Verordening (EU) 2021/56 van het Europees Parlement en de Raad van 20 januari 2021 tot vaststelling van de beheers-, instandhoudings- en controlemaatregelen die gelden in het verdragsgebied van de Inter-Amerikaanse Commissie voor tropische tonijn, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 520/2007 van de Raad (PbEU 2021, L 24);
- –. verordening 2022/2056: Verordening (EU) 2022/2056 van het Europees Parlement en de Raad van 19 oktober 2022 tot vaststelling van de instandhoudings- en beheersmaatregelen die gelden in het verdragsgebied van de Commissie voor de visserij in het westelijke en centrale deel van de Stille Oceaan en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 520/2007 van de Raad (PbEU 2022, L 276);
- –. verordening 2022/2343: Verordening (EU) 2022/2343 van het Europees Parlement en de Raad van 23 november 2022 tot vaststelling van beheers-, instandhoudings- en controlemaatregelen die gelden in het bevoegdheidsgebied van de Commissie voor de tonijnvisserij in de Indische Oceaan (IOTC), en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1936/2001, (EG) nr. 1984/2003 en (EG) nr. 520/2007 van de Raad (PbEU 2022, L 311);
- –. verordening 2023/675: Verordening (EU) 2023/675 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2023 tot vaststelling van de instandhoudings- en beheersmaatregelen voor de instandhouding van de zuidelijke blauwvintonijn (PbEU 2023, L 88);
- –. verordening vangstmogelijkheden: Verordening (EU) 2026/249 van de Raad van 26 januari 2026 tot vaststelling, voor 2026, 2027 en 2028, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden die in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn, en tot wijziging van Verordening (EU) 2025/202;
- –. verordening vangstmogelijkheden 2025: Verordening (EU) 2025/202 van de Raad van 30 januari 2025 tot vaststelling, voor 2025 en 2026, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden die in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn, en tot wijziging van Verordening (EU) 2024/257 wat betreft vangstmogelijkheden voor 2025;
- –. verordening vangstmogelijkheden Oostzee: Verordening (EU) 2025/2454 van de Raad van 1 december 2025 tot vaststelling van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden in de Oostzee voor 2026 en tot wijziging van Verordening (EU) 2025/202 wat betreft bepaalde vangstmogelijkheden in andere wateren;
- –. verordening vangstmogelijkheden Middellandse Zee en Zwarte Zee: Verordening (EU) 2026/266 van de Raad van 26 januari 2026 tot vaststelling, voor 2026, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden in de Middellandse Zee en de Zwarte Zee.
Artikel 2. Nadere begripsbepalingen
Voor de toepassing van de in artikel 1, tweede lid, genoemde verordeningen is het visserijcontrolecentrum, bedoeld in artikel 4, vijftiende lid, van de controleverordening, van Nederland de meldkamer van de NVWA te Echt.
Voor de toepassing van de in artikel 1, tweede lid, genoemde verordeningen wordt onder ’ICES-deelgebied IV’, ICES-deelgebied 4 en ’Noordzee’ mede verstaan de in het Besluit aanwijzing zeegebied en kustwateren 1970 genoemde wateren.
Artikel 3. Verboden op grond van de basisverordening
Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 15, eerste, elfde en twaalfde lid, en 31, vijfde lid van de basisverordening.
Het is verboden in strijd te handelen met de door de Europese Commissie op grond van de artikelen 11, tweede en vierde lid, 12, eerste en derde lid, en 15, tweede en zesde lid, van de basisverordening vastgestelde maatregelen, onmiddellijk toepasselijke uitvoeringshandelingen, onderscheidenlijk gedelegeerde handelingen, en met de door een andere lidstaat dan Nederland op grond van de artikelen 13 en 20 van de basisverordening vastgestelde noodmaatregelen onderscheidenlijk instandhoudings- en beheersmaatregelen.
Artikel 4. Toegang tot 12-mijlszone
Het is verboden met een buitenlands vissersvaartuig de visserij uit te oefenen in de territoriale zee van Nederland, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet grenzen Nederlandse territoriale zee, anders dan voortvloeiend uit artikel 5, tweede lid, van de basisverordening.
Artikel 5. Vaststelling lettertekens gemeenten
De gemeenten en de lettertekens waarmee de gemeenten worden aangeduid, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het Registratiebesluit, zijn vastgesteld in bijlage 1.
Artikel 6. Aanwijzing havens
Vis wordt in Nederland uitsluitend aangeland, gelost of overgeladen door een vissersvaartuig:
- a. met een lengte over alles van tien meter of minder in de in bijlage 2 A vermelde havens met uitzondering van Velsen, Amsterdam en Rotterdam of in de in bijlage 3 vermelde plaatsen;
- b. met een lengte over alles van 10 meter tot 59 meter of met een brutotonnage van 1.200 BT of minder, in de in bijlage 2 A vermelde havens met uitzondering van Vlaardingen, Velsen, Amsterdam en Rotterdam;
- c. met een lengte over alles van meer dan 59 meter of met een brutotonnage van meer dan 1.200 BT in de in bijlage 2 A vermelde havens met uitzondering van Vlaardingen; of
- d. waarvan de vangst voor ten minste 90% uit ansjovis of sprot bestaat, in de periode van 1 april tot en met 31 juli indien het ansjovis betreft en in de periode van 1 augustus tot en met 31 maart indien het sprot betreft, in de westelijke voorhaven van de Bergsediepsluis en aan de loswal van Schore, gemeente Kapelle;
mits het aanlanden, lossen of overladen is toegestaan op grond van de in artikel 1, tweede lid, genoemde verordeningen.
Het is verboden vis in Nederland aan te landen, te lossen of over te laden met een ander vaartuig dan een vissersvaartuig.
Het verbod, bedoeld in het tweede lid, geldt niet voor andere vaartuigen dan vissersvaartuigen in de in bijlage 2A vermelde havens of in de in bijlage 3 vermelde plaatsen, voor zover het op grond van de bij of krachtens de wet gestelde regels is toegestaan met deze vaartuigen de visserij uit te oefenen.
Het is vissersvaartuigen die vis aan boord hebben uitsluitend toegestaan direct of indirect verbinding met de wal te maken in de havens of plaatsen waar de vis door het betrokken vissersvaartuig op grond van het eerste lid mag worden aangeland, mits de toegang tot de haven is toegestaan op grond van de in artikel 1, tweede lid, genoemde verordeningen.
Artikel 7. Voorschriften aanlanden
Voor zover niet op grond van de in artikel 2, tweede lid, genoemde verordeningen anders is bepaald, wordt, voordat het aanlanden van vis plaatsvindt, elektronisch melding gedaan:
- a. aan de NVWA indien het een vissersvaartuig met een lengte over alles van minder dan 10 meter betreft; en
- b. aan de RVO indien het een vissersvaartuig met een lengte over alles van 10 meter of meer betreft.
De melding geschiedt ten minste vier uur voor het tijdstip van aanlanding door de kapitein, de eigenaar of diens gemachtigde en bevat ten minste de navolgende gegevens:
- a. de haven van aanlanding of de in bijlage 3 bedoelde plaats, onder vermelding van de exacte locatie;
- b. de geschatte datum en het geschatte tijdstip van aanlanding;
- c. de datum en het tijdstip van de melding;
- d. de roepletters van het vissersvaartuig;
- e. de naam van de ondernemer;
- f. de naam van de kapitein;
- g. de lettertekens en het nummer van het vissersvaartuig;
- h. de data van de visreis en de betrokken geografische gebieden waar de vangsten zijn gedaan;
- i. de in het visserijlogboek geregistreerde hoeveelheden per soort, uitgedrukt in kilogrammen; en
- j. de hoeveelheden van elke soort die zullen worden aangeland of overgeladen, uitgedrukt in kilogrammen.
Het geschatte tijdstip van aanlanding, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, verschilt niet meer dan een half uur van het daadwerkelijke tijdstip van aanlanding.
Indien het een vissersvaartuig met een lengte over alles van minder dan 10 meter betreft, geldt dat de melding in afwijking van de aanhef van het tweede lid:
- a. ten minste twee uur voor het tijdstip van aanlanding plaatsvindt, en
- b. niet de gegevens, bedoeld in het tweede lid, onderdeel i, bevat.
Artikel 8. Voorschriften lossen
Een ambtenaar van de NVWA heeft toestemming gegeven om te lossen.
Op verzoek van degene die vis aanlandt, kan de toestemming, bedoeld in het eerste lid, worden verleend door een functionaris, namens een ambtenaar van de NVWA. Als verzoek om toestemming wordt in ieder geval aangemerkt het elektronische bericht van terugkeer naar de haven van aanlanding dat overeenkomstig artikel 37 in samenhang met Bijlage X van de Uitvoeringsverordening van de Controleverordening is verstuurd.
Toestemming als bedoeld in het eerste lid wordt gegeven in de volgorde van melding van het tijdstip van aanlanding.
Het lossen van vis in de in bijlage 2 A genoemde havens vindt plaats op de in die bijlage achter de desbetreffende haven genoemde losplaatsen.
Alle zich aan boord van het vissersvaartuig bevindende vis, met uitzondering van paling, wordt in één ononderbroken losbeurt in zijn geheel gelost.
Voor zover het de vissoorten betreft, genoemd in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden, in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden 2025, voor zover van toepassing voor 2026, in de bijlage bij de verordening vangstmogelijkheden Oostzee, in de bijlagen bij de verordening vangstmogelijkheden Middellandse Zee en Zwarte Zee, is de vis die groter is dan de minimuminstandhoudingsreferentiegrootte, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder 17, van de basisverordening per verpakkingseenheid naar vissoort gesorteerd en wordt de vis per vissoort gelost.
Het vijfde lid is niet van toepassing op het lossen van vis uit een vissersvaartuig met een brutotonnage van meer dan 1.200 BT waarmee de pelagische visserij wordt uitgeoefend, mits alle aan boord aanwezige vis geheel is gelost voordat het vaartuig uitvaart.
Artikel 9. Verplichtingen in kader van datacollectie
Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 12, tweede en derde lid, en 20, eerste lid, van verordening 2017/1004.
Hoofdstuk 2. Vangstmogelijkheden
§ 1. Verordening vangstmogelijkheden
Artikel 10. Vangstverboden
Het is verboden met een vissersvaartuig op de vissoorten, genoemd in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden, in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden 2025, voor zover van toepassing voor 2026, in de bijlage bij de verordening vangstmogelijkheden Oostzee, in de bijlagen bij de verordening vangstmogelijkheden Middellandse Zee en Zwarte Zee, in de bij die vissoorten vermelde wateren te vissen.
Het is verboden vangsten van een vissoort als bedoeld in het eerste lid, aan boord te houden of aan te landen in de gevallen dat de aanlandplicht niet van toepassing is.
De verboden, bedoeld in het eerste en tweede lid, gelden niet voor zover:
- a. het Nederlandse vissersvaartuigen betreft en het Nederlands quotum voor de desbetreffende vissoort, zoals dit op grond van de in artikel 15 van de verordening vangstmogelijkheden genoemde bepalingen, artikel 33, vijfde lid, van de controleverordening of artikel 12 is aangepast, niet is overschreden;
- b. het Unievissersvaartuigen betreft en het Europees quotum voor de desbetreffende vissoort, zoals dit ingevolge artikel 33, vijfde lid, van de controleverordening is verminderd, niet is overschreden;
- c. het vissersvaartuigen van derde landen betreft, in de gebieden vermeld in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden of in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden 2025, voor zover van toepassing voor 2026, mits de visserij wordt uitgeoefend overeenkomstig de artikelen 53, 54 en 56 van de verordening vangstmogelijkheden; en
- d. in voorkomend geval wordt gehandeld in overeenstemming met de in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden, in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden 2025, voor zover van toepassing voor 2026, in de bijlage bij de verordening vangstmogelijkheden Oostzee, in de bijlagen bij de verordening vangstmogelijkheden Middellandse Zee en Zwarte Zee, opgenomen voorwaarden die met de desbetreffende vangstmogelijkheid verband houden.
De minister maakt de datum, bedoeld in artikel 35, eerste lid, onderdeel a, van de controleverordening, bekend. Deze datum kan per vissoort en vangstgebied verschillen.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder ‘vissen’ mede verstaan het in het desbetreffende vangstgebied varen met een vissersvaartuig dat is uitgerust met het vistuig dat in het voor dat gebied en voor de desbetreffende visserij op grond van artikel 15, zesde lid, van de basisverordening vastgestelde teruggooiplan bij de desbetreffende doelsoort is vermeld en dat in voorkomend geval de daarbij vermelde maaswijdte heeft, tenzij dat vistuig overeenkomstig artikel 47 van de controleverordening is vastgemaakt en opgeborgen.
Artikel 11. Ontheffing vangstverboden voor wetenschappelijk onderzoek
Van het verbod, bedoeld in artikel 10, eerste en tweede lid, kan op grond van artikel 6d van het Reglement zee- en kustvisserij 1977 uitsluitend ontheffing worden verleend, voor het uitoefenen van de visserij ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek, voor zover:
- a. het onderzoek wordt begeleid door een wetenschappelijk instituut;
- b. het onderzoek, blijkens het bij de aanvraag voor de ontheffing te overleggen projectplan, naar het oordeel van de minister in het belang is van de Nederlandse visserij;
- c. het de vissoorten betreft waarop het onderzoek betrekking heeft;
- d. de resultaten van het onderzoek beschikbaar worden gesteld voor de Nederlandse visserijsector; en
- e. de totale vangsten waarvoor ontheffing wordt verleend het in artikel 33, zesde lid, van de controleverordening, genoemde percentage van de in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden of in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden 2025, voor zover van toepassing voor 2026, aan Nederland toegewezen vangstmogelijkheden niet te boven gaat.
Artikel 12. Reservering vangstmogelijkheden
De Minister kan een deel van de in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden of in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden 2025, voor zover van toepassing voor 2026, aan Nederland toegewezen vangstmogelijkheden reserveren ten behoeve van:
- a. ruilen van vangstmogelijkheden met andere lidstaten als bedoeld in artikel 16, achtste lid, van de basisverordening;
- b. toewijzing aan een ondernemer, een groep of een producentenorganisatie, overeenkomstig de door de minister vast te stellen criteria, indien is komen vast te staan dat die ondernemer of de ondernemers die aan de desbetreffende groep of producentenorganisatie deelnemen, in een nader te bepalen periode hebben gehandeld overeenkomstig de artikelen 21, eerste lid, 22, 53, 57 en 105 van deze regeling en aan de artikelen 39, eerste lid, en 49 van de controleverordening; of
- c. het afboeken van vangsten of bijvangsten van soorten die op grond van artikel 15 van de basisverordening moeten worden aangeland.
De in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde toewijzing bedraagt per vissoort en vangstgebied ten hoogste 10% van de in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden of in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden 2025, voor zover van toepassing voor 2026, voor die vissoort in het desbetreffende vangstgebied aan Nederland toegedeelde vangstmogelijkheden.
Artikel 13. Overige verboden
Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 10, eerste lid, 14, derde lid, 16, 17, tweede lid, 19, eerste, tweede en vijfde lid, 22, eerste lid, 23, eerste en tweede lid, 29, 30, eerste lid, 32, tweede en vierde lid, 35, eerste tot en met vijfde lid, 37, eerste en derde lid, 38, eerste en tweede lid, 41, 42, tweede lid, 43, eerste en tweede lid, 46, 49 en 59, eerste en tweede lid, van de verordening vangstmogelijkheden en de artikelen 19bis, eerste lid, en 25 van de verordening vangstmogelijkheden 2025.
De sluitingsperiode als bedoeld in artikel 14, derde lid, van de verordening vangstmogelijkheden is:
- a. voor Europese aal met een totale lengte van 12 centimeter of meer, van 1 september tot en met 28 februari; en
- b. voor Europese aal met een totale lengte van minder dan 12 centimeter, van 1 januari tot en met 31 december.
Het is verboden visserijactiviteiten uit te oefenen in strijd met de artikelen 17, eerste lid, 30, tweede lid, 32, eerste en derde lid, 36, eerste lid, 43, vierde lid, 45, 47, onderdelen b tot en met e, 48 en 58 van de verordening vangstmogelijkheden.
De uitzonderingen, bedoeld in artikel 10, derde lid, aanhef en onderdelen c en d, van de verordening vangstmogelijkheden, gelden uitsluitend voor vissersvaartuigen ten behoeve waarvan een vismachtiging als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de controleverordening is verleend voor de in artikel 10, derde lid, aanhef en onderdelen c onderscheidenlijk d, van de verordening vangstmogelijkheden bedoelde visserijactiviteiten.
Artikel 14. Visserij op diepzeebestanden
Het is verboden in strijd te handelen met artikel 5, vijfde en zesde lid, artikel 8, zevende lid, artikel 9, tweede, derde en negende lid, artikel 11, tweede lid, de artikelen 12 en 13, artikel 15, vierde lid, van verordening 2016/2336 en met artikel 3, eerste lid, en artikel 7, eerste lid, van verordening nr. 2347/2002, voor zover het Unievissersvaartuigen betreft die visserijactiviteiten uitvoeren in het gereglementeerde gebied van NEAFC, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel c, van verordening 2016/2336.
De aanvraag om een vismachtiging als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de controleverordening, voor de in artikel 5, eerste of derde lid, van verordening 2016/2336 bedoelde visserij onderscheidenlijk visserijactiviteiten, voldoet aan artikel 8, eerste lid, van verordening 2016/2336.
De aanvraag om een vismachtiging als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de controleverordening, voor de in artikel 5, eerste lid, van verordening 2016/2336 bedoelde visserij betreft een vissersvaartuig:
- a. waarmee in de jaren 2009, 2010 of 2011 ten minste 100 ton van de in bijlage I bij verordening 2016/2336 vermelde soorten is aangeland, of
- b. dat dient ter vervanging van een of meer vissersvaartuigen van de desbetreffende ondernemer ten aanzien waarvan is voldaan aan onderdeel a en het motorvermogen van het vervangende vissersvaartuig niet meer bedraagt dan het motorvermogen van het vissersvaartuig of de vissersvaartuigen die worden vervangen.
Als havens als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van verordening 2016/2336, worden aangewezen de havens die zijn vermeld in bijlage 2 B met uitzondering van Den Helder.
Artikel 15. Pelagische visserij
Het is verboden met een vissersvaartuig enige visserijactiviteit uit te oefenen in de zone van de SPRFMO, bedoeld in artikel 4, onderdeel u, van de verordening vangstmogelijkheden.
Het eerste lid is niet van toepassing op vissersvaartuigen die pelagische visserij uitoefenen en die aantoonbaar in 2007, 2008 of 2009 in de in het eerste lid bedoelde zone visserijactiviteiten hebben uitgeoefend of op een vissersvaartuig dat voornoemd vissersvaartuig vervangt, indien:
- a. het vissersvaartuig hetzelfde of een kleiner brutotonnage heeft dan het te vervangen vaartuig;
- b. het vissersvaartuig pelagische visserij uitoefent; en
- c. de personen op wier naam de vaartuigen staan geregistreerd in het visserijregister, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van het Registratiebesluit, minimaal 4 weken voor het moment van vervangen een melding aan de minister hebben gedaan.
Artikel 16. Vangstmogelijkheden Oostzee
Het is verboden in strijd te handelen met artikelen 7, eerste, derde en vijfde lid, 8, eerste lid, 9, eerste lid, en artikel 12, eerste en tweede lid, van de verordening vangstmogelijkheden Oostzee.
Artikel 17. Vangstmogelijkheden Middellandse Zee en Zwarte Zee
Het is verboden te handelen in strijd met de artikelen 4, tweede en vierde lid, en 23 van de verordening vangstmogelijkheden Middellandse Zee en Zwarte Zee.
Het is verboden visserijactiviteiten uit te oefenen in strijd met de artikelen 18, tweede lid, en 19, vierde lid, van de verordening vangstmogelijkheden Middellandse Zee en Zwarte Zee.
Artikel 18. Herstelmaatregelen kabeljauw Noordzee
Het is verboden visserijactiviteiten uit te oefenen in de gebieden en gedurende de perioden, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de verordening vangstmogelijkheden.
Artikel 19. Aanvullende visserij-inspanning annex IIA
Vervallen
Artikel 20. Overige visserij-inspanning
Het is verboden te vissen met de typen vistuigen, bedoeld in hoofdstuk I van bijlage II van de verordening vangstmogelijkheden, in het gebied, bedoeld in dat hoofdstuk, en die typen vistuig aan boord te houden.
§ 2. Vangstverboden contingentering
Artikel 21. Vangstverbod
Het is verboden met een vissersvaartuig op een vissoort, genoemd in bijlage 8, in het daarbij voor die vissoort aangewezen vangstgebied te vissen.
Het eerste lid geldt niet indien voor het vissersvaartuig voor het desbetreffende vangstgebied een contingent geldt van de desbetreffende vissoort, voor zover dat contingent nog niet is opgevist en indien is voldaan aan artikel 22, eerste lid.
Het is verboden te varen of te vissen met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL1 en dat is uitgerust met een in bijlage 8a vermeld vistuig dat in voorkomend geval de daarbij vermelde maaswijdte heeft, indien de aanlandplicht van toepassing is op vangsten van de vissoort of de vissoorten die bij dat vistuig is onderscheidenlijk zijn vermeld.
Het derde lid geldt niet indien voor het vissersvaartuig een contingent geldt van de bij het desbetreffende vistuig in bijlage 8a vermelde vissoort of in voorkomend geval vissoorten, voor zover dat contingent of die contingenten, nog niet is onderscheidenlijk zijn opgevist en indien is voldaan aan artikel 22, eerste lid.
Het is verboden in de ICES-sectoren 7d en 7e te varen of te vissen met een vissersvaartuig waarvoor een vismachtiging is verleend als bedoeld in artikel 8, derde lid, van verordening nr. 1954/2003 en dat is uitgerust met de schotse zegen met een maaswijdte van 80–99 millimeter, tenzij voor het vissersvaartuig een contingent horsmakreel geldt dat nog niet is opgevist.
Het is verboden vangsten van een vissoort, genoemd in bijlage 8, aan boord te houden of aan te landen in de gevallen dat de aanlandplicht niet van toepassing is, tenzij voor het vissersvaartuig een contingent voor de desbetreffende vissoort geldt dat nog niet is opgevist.
Artikel 22. Nadere voorschriften
Voor zover het de vissoorten tong of schol betreft, geldt voor het vissersvaartuig voor het desbetreffende vangstgebied zowel een contingent tong als een contingent schol.
Indien voor meer dan één vissersvaartuig van een ondernemer contingenten voor hetzelfde vangstgebied en voor dezelfde vissoort gelden, wordt voor de toepassing van artikel 21, tweede, vierde en vijfde en zesde lid, en artikel 46a, eerste lid, de som van die contingenten in aanmerking genomen.
Artikel 23. Uitzondering vangstverbod MFL1
In afwijking van artikel 21, eerste en derde lid, is het toegestaan met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL1 op een vissoort te vissen in het daarbij voor die vissoort aangewezen vangstgebied onderscheidenlijk te varen of te vissen met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL1 en dat is uitgerust met het in bijlage 8a vermeld vistuig, dat in voorkomend geval de daarbij vermelde maaswijdte heeft, voor zover een ondernemer een individueel aandeel in een groepscontingent voor de desbetreffende vissoort heeft en dat groepscontingent nog niet is opgevist.
In afwijking van artikel 21, vijfde lid, is het toegestaan te varen of te vissen met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL1 dat is uitgerust met de schotse zegen met een maaswijdte van 80–99 millimeter in de ICES-sectoren 7d en 7e, voor zover een ondernemer een individueel aandeel in een groepscontinent voor de desbetreffende vissoort heeft en dat groepscontingent nog niet is opgevist.
In afwijking van artikel 21, zesde lid, is het toegestaan met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL1 een vissoort aan boord te houden of aan te landen voor zover een ondernemer een individueel aandeel in een groepscontingent voor de desbetreffende vissoort heeft en dat groepscontingent nog niet is opgevist.
Artikel 24. Toegestane vangsthoeveelheden
In afwijking van artikel 21, eerste, derde en zesde lid, is het toegestaan met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL1 op de vissoorten kabeljauw, wijting of makreel te vissen in de vangstgebieden, bedoeld in bijlage 9, of te varen of te vissen met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL1 en dat is uitgerust met een in bijlage 8a vermeld vistuig dat in voorkomend geval de daarbij vermelde maaswijdte heeft en waarbij de vissoorten kabeljauw, wijting of makreel worden vermeld, onderscheidenlijk deze vissoorten aan boord te houden of aan te landen, voor zover:
- a. voor het vissersvaartuig geen contingent kabeljauw, wijting of makreel, maar wel enig ander contingent geldt, of voor het vissersvaartuig ingevolge artikel 36 van de Uitvoeringsregeling visserij een vergunning voor het vangen van garnalen is verleend, en door het desbetreffende vissersvaartuig de in bijlage 9, vermelde hoeveelheid kabeljauw, wijting of makreel in de desbetreffende kalendermaand nog niet is opgevist;
- b. het een vissersvaartuig met een brutotonnage van meer dan 1.200 BT waarmee de pelagische visserij wordt uitgeoefend betreft en door het desbetreffende vissersvaartuig de som van de hoeveelheden kabeljauw, wijting of makreel per kalendermaand, bedoeld onder a, voor de desbetreffende vissoort in het desbetreffende kalenderjaar nog niet is opgevist;
- c. voor het vissersvaartuig noch een contingent geldt noch ingevolge artikel 36 van de Uitvoeringsregeling visserij een vergunning voor het vangen van garnalen is verleend, en door het desbetreffende vissersvaartuig de in bijlage 9, vermelde hoeveelheid kabeljauw, wijting of makreel in het desbetreffende kalenderjaar nog niet is opgevist; of
- d. voor het vissersvaartuig geen contingent horsmakreel voor de EU-wateren van de ICES-sectoren 4b, 4c en 7d tezamen geldt en door het desbetreffende vissersvaartuig de in bijlage 9, vermelde hoeveelheid horsmakreel in het desbetreffende kalenderjaar nog niet is opgevist.
In afwijking van artikel 21, vijfde lid, is het toegestaan met een vissersvaartuig dat is uitgerust met een schotse zegen met een maaswijdte van 80–99 millimeter in ICES-sectoren 7d en 7e te vissen of te varen, voor zover voor het vissersvaartuig geen contingent horsmakreel voor de EU-wateren van de ICES-sectoren 4b, 4c en 7d tezamen geldt en door het desbetreffende vissersvaartuig de hoeveelheid horsmakreel, bedoeld in het eerste lid, onder d, in het desbetreffende kalenderjaar nog niet is opgevist.
De som van de ingevolge het eerste lid voor het kalenderjaar toegestane hoeveelheden kabeljauw, wijting, makreel of horsmakreel voor een vissersvaartuig van een ondernemer die lid is van een groep of producentenorganisatie worden in beheer gegeven aan de desbetreffende groep of producentenorganisatie.
Indien de visvergunning wordt ingetrokken ingevolge artikel 96, eerste lid, wordt de som van de ingevolge het eerste lid aan het betreffende vissersvaartuig beschikbaar gestelde hoeveelheden kabeljauw, wijting, makreel of horsmakreel voor zover die nog niet zijn opgevist, toegevoegd aan de door de minister gereserveerde vangstmogelijkheden, bedoeld in artikel 12, eerste lid.
In afwijking van het vierde lid, blijft, indien de visvergunning wordt ingetrokken ingevolge artikel 96, eerste lid, onderdeel c, de som van de ingevolge het eerste lid aan het betreffende vissersvaartuig beschikbaar gestelde hoeveelheden kabeljauw, wijting, makreel of horsmakreel voor zover deze nog niet zijn opgevist, indien ze ingevolge artikel 32, eerste lid, aan een groepscontingent zijn toegekend, onderdeel van dat groepscontingent.
Artikel 25. Toegestane bijvangsten kabeljauw of wijting
Vervallen
Artikel 26. Toegestane bijvangsten makreel
Vervallen
Artikel 27. Toegestane bijvangst horsmakreel
Vervallen
Artikel 28. Volledig gedocumenteerde visserij
Vervallen
§ 3. Contingenten
Artikel 29. Bepaling contingent
Een ondernemer heeft in enig kalenderjaar voor zijn vissersvaartuig recht op een contingent van een in bijlage 8 vermelde vissoort ter grootte van het in bijlage 8 bij die vissoort vermelde percentage:
- a. van de hoeveelheid waarvoor hij voor dat vissersvaartuig een recht op een contingent had op 31 december om 24.00 uur van het vorige kalenderjaar, voor zover hij op dat moment voor dat vissersvaartuig een recht op een contingent had van meer dan 0 kilogram van die vissoort; of
- b. van de hoeveelheid waarvoor hij voor dat vissersvaartuig een recht op een contingent had op 31 december om 24.00 uur van het laatste kalenderjaar waarin die hoeveelheid groter was dan 0 kilogram, voor zover hij op 31 december om 24.00 uur van het vorige kalenderjaar voor zijn vissersvaartuig een recht op een contingent had voor een hoeveelheid van 0 kilogram van die vissoort en op dat moment voor die vissoort in bijlage 8 een percentage van 0% was opgenomen.
Een ondernemer heeft slechts recht op een contingent tong of schol, indien hij ook recht heeft op een contingent schol onderscheidenlijk tong.
Voor de bepaling van een contingent voor een kalenderjaar wordt de hoeveelheid waarmee het contingent voor het daaraan voorafgaande jaar ingevolge artikel 39 is gekort, niet meegerekend.
De minister wijzigt het in het eerste lid genoemde percentage voor een vissoort indien ten gevolge van een bindende EU-rechtshandeling de in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden of in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden 2025, voor zover van toepassing voor 2026, aan Nederland toegewezen vangstmogelijkheden van die vissoort worden verlaagd.
De minister kan ten behoeve van een ondernemer die zijn contingent van een vissoort nog niet heeft overschreden, het in het eerste lid genoemde percentage wijzigen indien:
- a. het Nederlands quotum voor die vissoort daartoe ruimte biedt; of
- b. ten gevolge van de in artikel 15 van de verordening vangstmogelijkheden genoemde bepalingen, wijziging optreedt in de voor Nederland beschikbare hoeveelheid van die vissoort.
Artikel 30. Document met contingent
De minister reikt aan de ondernemer die op grond van artikel 29, eerste lid, recht heeft op een contingent, een document uit waarin het overeenkomstig de artikelen 29 en 39 bepaalde contingent van een vissoort voor het desbetreffende kalenderjaar is vermeld en dat ten minste de volgende gegevens bevat:
- a. de naam van de ondernemer op wiens naam het vissersvaartuig, waarvoor het contingent geldt, staat geregistreerd; en
- b. de lettertekens en het nummer van het desbetreffende vissersvaartuig.
Indien na ontbinding van een samenwerkingsverband dat een vissersvaartuig in exploitatie heeft, een of meer van de deelnemers van dit samenwerkingsverband de exploitatie van dat vissersvaartuig voortzetten, wordt na melding daartoe door alle voormalige deelnemers van het ontbonden samenwerkingsverband de tenaamstelling van het document gewijzigd.
§ 4. Groepscontingenten
Artikel 31. In beheer geven contingent aan groep of PO
Ondernemers kunnen de voor hun vissersvaartuigen geldende contingenten van een vissoort voor het desbetreffende kalenderjaar in beheer geven aan een groep of een producentenorganisatie, indien – voor zover het een groep betreft – is voldaan aan het tweede lid.
De groep bestaat uit ten minste vijftien ondernemers die lid zijn van één producentenorganisatie en bezit rechtspersoonlijkheid.
Artikel 32. Toekenning groepscontingent
Indien de minister voor 1 februari van enig kalenderjaar een daartoe strekkend verzoek dat is ingediend overeenkomstig artikel 34 heeft ontvangen van een groep of een producentenorganisatie, kent hij aan die groep of producentenorganisatie een groepscontingent van een vissoort voor een vangstgebied toe gelijk aan:
- a. de som van de contingenten van die vissoort die in beheer zijn gegeven aan de desbetreffende groep of producentenorganisatie, en
- b. de som van de op grond van artikel 24 aan de desbetreffende groep of producentenorganisatie in beheer gegeven hoeveelheden van de desbetreffende vissoort,
voor zover deze niet zijn opgevist en aangeland.
Een groepscontingent van een vissoort staat op naam van de groep of de producentenorganisatie en geldt ten gunste van de vissersvaartuigen van ondernemers:
- a. waarvan de contingenten of de in artikel 24 bedoelde som van de hoeveelheden van de desbetreffende soorten aan de groep of de producentenorganisatie in beheer zijn gegeven, of
- b. die lid zijn van de desbetreffende producentenorganisatie en in voorkomend geval van de desbetreffende groep.
Artikel 33. Recht op individueel aandeel
Een ondernemer heeft slechts recht op een individueel aandeel in een groepscontingent van een vissoort indien:
- a. hij alle geldende, en gedurende het kalenderjaar eventueel te verwerven contingenten van een vissoort aan de groep of de producentenorganisatie in beheer geeft en
- b. hij met zijn vissersvaartuig of vissersvaartuigen niet aan andere groepen deelneemt.
Indien het groepscontingent van een vissoort volledig is opgevist, is het de ondernemer in afwijking van het eerste lid, onderdeel a, toegestaan het contingent van de desbetreffende vissoort dat hij nadien verwerft, niet aan de groep of de producentenorganisatie in beheer te geven.
Artikel 34. Indiening verzoek door groep of PO
Het verzoek, bedoeld in artikel 32, eerste lid, wordt door de groep of de producentenorganisatie ingediend en gaat vergezeld van de volgende bescheiden:
- a. een visplan;
- b. de statuten van de groep of de producentenorganisatie, waarin in ieder geval is bepaald dat de leden van de groep of de producentenorganisatie alle aan te voeren vis via bemiddeling van visafslagen moeten verhandelen en dat bij niet-naleving van de door de groep of de producentenorganisatie opgestelde bepalingen een sanctiesysteem zal worden toegepast en op welke wijze de geïnde boetes door de groep of de producentenorganisatie zullen worden besteed;
- c. het huishoudelijk reglement van de groep of de producentenorganisatie; en
- d. een overzicht van alle leden van de groep of de producentenorganisatie in voorkomend geval onder vermelding van de voor hun vissersvaartuigen geldende contingenten die zij voor het desbetreffende kalenderjaar aan de groep of de producentenorganisatie in beheer hebben gegeven.
In het visplan is ten minste aangegeven:
- a. de spreiding van de aanvoer van het beschikbare groepscontingent; en
- b. de maatregelen die zijn genomen of zullen worden genomen om de visserij-inspanning van de deelnemers aan het groepscontingent af te stemmen op de desbetreffende groepscontingenten.
Indien het verzoek wordt gedaan door een producentenorganisatie, behoeven de in het eerste lid bedoelde bescheiden niet te worden ingediend, voor zover deze door de desbetreffende producentenorganisatie voor 1 februari van het desbetreffende kalenderjaar zijn ingediend op grond van artikel 28 van de GMO-verordening.
De minister wijst het verzoek af, indien:
- a. de voorgeschreven bescheiden niet zijn overgelegd; of
- b. naar zijn oordeel de naleving van deze regeling en van de afspraken die binnen de groep of de producentenorganisatie zijn gemaakt, onvoldoende is verzekerd.
Artikel 35. Verplichtingen van bestuur van groep of PO
Het bestuur van de groep of van de producentenorganisatie:
- a. ziet toe op de naleving van het visplan;
- b. ziet erop toe dat de leden van de groep of de producentenorganisatie het groepscontingent niet overschrijden;
- c. ziet erop toe dat de leden van de groep of de producentenorganisatie de artikelen 20a en 21 naleven;
- d. past in geval van overschrijding van het individueel aandeel of van het groepscontingent sanctiemaatregelen toe;
- e. registreert en administreert huur- en verhuurtransacties en eventuele terbeschikkingstellingen als bedoeld in onderdeel k;
- f. voert een deugdelijke administratie waaruit te allen tijde de omvang van het groepscontingent blijkt, alsmede de hoeveelheden van de desbetreffende vissoort die per vissersvaartuig, per deelgebied of sector zijn aangeland;
- g. overlegt elke wijziging van de statuten en huishoudelijke reglementen van de groep of de producentenorganisatie onverwijld aan de minister;
- h. verleent ambtenaren van de NVWA te allen tijde inzage in de gegevens, bedoeld in de onderdelen e en f;
- i. verstrekt de minister op verzoek een kopie van de gegevens, bedoeld in de onderdelen e en f; en
- j. stuurt de door het bestuur van de groep of van de producentenorganisatie ingevolge artikel 110, tweede lid, ontvangen gegevens na ontvangst onverwijld door aan de minister;
- k. ziet, indien de extra hoeveelheid vangstmogelijkheden wordt opgedeeld per individueel vissersvaartuig, erop toe dat voor het ter beschikking stellen van een deel hiervan aan een ander vissersvaartuig geen financiële vergoeding wordt gegeven.
De producentenorganisatie streeft de in artikel 7 van de GMO-verordening genoemde doelstellingen na en kan daartoe de in artikel 8 van de GMO-verordening bedoelde maatregelen toepassen.
Artikel 36. Onttrekking aan groepscontingent
De ten behoeve van een groepscontingent in beheer gegeven contingenten of som van de in artikel 24 bedoelde hoeveelheden van een vissoort kunnen door een ondernemer gedurende een kalenderjaar slechts geheel of gedeeltelijk aan het groepscontingent worden onttrokken, indien:
- a. hij daarvan melding doet aan de minister;
- b. de melding vergezeld gaat van een schriftelijke verklaring van het bestuur van de desbetreffende groep of producentenorganisatie dat het met de onttrekking instemt; en
- c. het groepscontingent van de desbetreffende vissoort of indien het tong of schol betreft, het groepscontingent tong en het groepscontingent schol op het moment van ontvangst van de melding nog niet geheel is opgevist.
De te onttrekken contingenten of de som van de in artikel 24 bedoelde hoeveelheden van een vissoort worden verminderd met de vangsten die tot de datum van onttrekking op basis van die contingenten of de som van de in artikel 24 bedoelde hoeveelheden zijn gerealiseerd.
De onttrekking vindt slechts plaats na kennisgeving van de minister aan de ondernemer en aan de groep of de producentenorganisatie, dat de melding is ontvangen.
Artikel 37. Uitsluiting deelname
De minister kan op verzoek van het bestuur van de groep of van de producentenorganisatie een deelnemer aan een groepscontingent van verdere deelname uitsluiten indien de deelnemer de binnen de groep of de producentenorganisatie geldende regels niet naleeft.
De uitgesloten deelnemer aan een groepscontingent heeft voor zover hij een contingent of een som van de in artikel 24 bedoelde hoeveelheden in beheer heeft gegeven aan de groep of de producentenorganisatie voor zijn vissersvaartuig recht op een contingent onderscheidenlijk een som van de in artikel 24 bedoelde hoeveelheden van de desbetreffende vissoort dat gelijk is aan het op grond van de artikel 29, eerste lid, geldende contingent van die vissoort, verminderd met de tot de datum van uitsluiting met dat vissersvaartuig gerealiseerde vangsten of indien deze hoger zijn, verminderd met het evenredig aandeel van de vangsten gerealiseerd door de deelnemers aan het groepscontingent.
Artikel 38. Basis voor bepaling contingenten
Bij de vermindering, bedoeld in de artikelen 36, tweede lid, en 37, tweede lid, gaat de minister uit van de gegevens uit het Visserij Registratie en Informatie Systeem van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, aangevuld met de gegevens uit de laatste door het bestuur van de groep of van de producentenorganisatie overgelegde kopie van de administratieve gegevens, bedoeld in artikel 35, onderdeel f, behoudens tegenbewijs van de belanghebbende bij het desbetreffende contingent.
§ 5. Korting, overdracht, aanhouding en ingebruikgeving van contingenten
Artikel 39. Korting op contingenten
Indien de ondernemer het contingent van een vissoort in een kalenderjaar overschrijdt, wordt het contingent van die vissoort voor het daarop volgende kalenderjaar overeenkomstig gekort.
Indien de hoeveelheid waarmee het contingent van die vissoort in een kalenderjaar wordt overschreden, groter is dan het contingent van die vissoort voor het daarop volgende kalenderjaar, wordt het contingent van die vissoort voor de op dat jaar volgende kalenderjaren overeenkomstig gekort.
Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing indien de ondernemer in het kalenderjaar de som van de voor zijn vissersvaartuigen geldende contingenten overschrijdt.
Indien het groepscontingent van een vissoort in een kalenderjaar wordt overschreden, worden de contingenten van die vissoort van de deelnemers aan dat groepscontingent voor het daarop volgende kalenderjaar gekort met de hoeveelheid waarmee hun individueel aandeel van die vissoort in dat groepscontingent is overschreden.
Indien de hoeveelheid, bedoeld in het vierde lid, groter is dan het contingent van die vissoort voor het daarop volgende kalenderjaar, wordt het contingent van die vissoort voor de op dat jaar volgende kalenderjaren overeenkomstig gekort.
In afwijking van het eerste tot en met vijfde lid, kan de minister op verzoek van de ondernemer de overschrijding van:
- a. het contingent schol geheel of gedeeltelijk in mindering brengen op het op grond van artikel 29, eerste lid, geldende contingent tong waarbij voor elke 5 kilogram schol 1 kilogram tong in mindering wordt gebracht; of
- b. het contingent tong geheel of gedeeltelijk in mindering brengen op het op grond van artikel 29, eerste lid, geldende contingent schol, waarbij voor elke kilogram tong 5 kilogram schol in mindering wordt gebracht.
De leden 1 tot en met 5, gelden niet indien aan de ondernemer of de deelnemers aan het groepscontingent op basis van een overeenkomstig artikel 46a ingediende aanvraag een aanlandcontingent ter grootte van de overschrijding is verstrekt, voor zover de betrokken ondernemer of de betrokken deelnemers aan het groepscontingent heeft onderscheidenlijk hebben voldaan aan artikel 46c.
Artikel 40. Andere verdeling van contingenten over vissersvaartuigen
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)