Wet van 12 juli 1821, houdende de grondslagen van het stelsel van 's Rijks belastingen, met den jare 1822

Type Wet
Publication 1821-08-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Alzoo Wij in overweging genomen hebben den uitslag der deliberatien van de kommissie, door Ons, bij besluit van den 23sten Januari des jaars 1820, n°. 17, tot herziening van het bestaande stelsel der In- en Uitgaande Regten en Accijnsen benoemd, en daardoor de noodzakelijkheid hebben ingezien, om in dat stelsel belangrijke wijzigingen daar te stellen, en hetzelve tevens, in zoo verre het voor de schatkist onvoldoende is, door zoodanige middelen aan te vullen, als daartoe het meest dienstig kunnen geacht worden;

Artikel 1
1.

Met den jare 1822, zal het stelsel van ’s Rijks belastingen, zoo en in dier voege zijn ingerigt, als bij de navolgende artikelen is omschreven.

2.

Voor zoo verre door het niet genoegzaam tijdig arresteren der te vervaardigen speciale wetten, aan de voorschrevene tijdsbepaling niet mogt kunnen worden voldaan, zal de termijn, tot de gelijktijdige invoering derzelven, nader door Ons worden vastgesteld; voorbehoudens de bepaling hierna bij art. 7, § A gemaakt, in het geval dat de nieuwe wet op de patenten, niet gelijktijdig met de overige belastingen mogt kunnen worden ingevoerd.

Artikel 2

Het voorschreven stelsel, zal bestaan uit de navolgende belastingen:

In gemeenten beneden de ... 5,000 inwoners f 00.40.
van 5,000 tot 10,000 – 00.50.
„ 10,000 tot 25,000 – 00.60.
„ 25,000 tot 50,000 – 00.80.
boven de ... 50,000 – 1.10.
In gemeenten beneden de 5,000 inwoners ... f 00.40.
--- --- --- ---
In gemeenten beneden de ... 5,000 inwoners f 00.40.
boven de ... 50,00 " -00.50.
Artikel 3
1.

De publieke en partikuliere entrepôts zullen, voor zoo veel zij bij de accijnsen noodig zijn, worden aangehouden, edoch zonder eenige kosten van toezigt, en alleenlijk onder eene billijke bepaling der huur, voor de eerstgenoemde.

2.

Ten opzigte van de sluit- en onsluitgelden, zullen zoodanige billijke bepalingen worden gemaakt, als geschikt zijn om aan de bezwaren der belanghebbenden te gemoet te komen.

Artikel 4

Bij de invoering der speciale wetten, zullen worden gehouden voor vervallen de tegenwoordig bestaande accijnsen op den turf, de steenkolen, de koffij, de buitenlandsche zeep, de potasch, de parelasch, de wedasch, de souda, de waag, de rondemaat, de buitenlandsche bieren en azijnen en en het buitenlandsch geraffineerde zout en suiker; bij het tarief der in- en uitgaande regten zal op deze afschaffing het noodig regard worden geslagen.

Artikel 5
1.

Met opzigt tot de accijnsen en in het bijzonder omtrent het gemaal, het geslagt en het binnenlandsch gedisteleerd, zullen de speciale wetten, zoodanige wijzigingen bepalen of faciliteiten toestaan, als in verband met de hoegrootheid en den aard der belasting zullen noodig geacht worden, wanneer de locale of andere omstandigheden zulks vereischen. Bovendien zullen Wij, na geraadpleegd te hebben de Provinciale Staten, en na gehoord te hebben den Raad van State, de accijns op het gemaal ten platten lande, bij wijze van uitkoop of admodiatie door de plaatselijke besturen doen heffen, in geheele distrikten, arrondissementen of provincien, waar zulks ten algemeene nutte of ten gerijve der ingezetenen strekken kan, of wel door de Provinciale Staten zal verlangd worden; en zulks tot eene bepaalde principale som per hoofd berekend, welke in verband met de doorgaande consumtie van tarwe of rogge, en overeenkomstig de quotiteit der belasting zal moeten worden geregeld, zoodanig dat dezelve nimmer het maximum van f 1.40 in principaal, zijnde de impost van een mudde tarwe per hoofd, zal mogen te boven gaan.

2.

Op gelijke wijze behouden Wij Ons voor, om bij de accijns op het geslagt ten platten lande, de waarde van het geslagt wordende vee, door de eigene aangifte der schatpligtigen te doen bepalen, behoudens het regt van benadering.

3.

In die steden welke geacht kunnen worden met het platte land gelijk te staan, zal de admodiatie voor het gemaal en de eigen aangifte der waarde van het geslagt, mede door Ons kunnen worden toegestaan.

Artikel 6

Van de belasting op het binnenlandsch geraffineerde zout, het gemaal, het geslagt, den wijn, het binnen- en buitenlandsch gedisteleerd, het bier, de azijn en de suiker zal afschrijving of restitutie gegeven worden der belasting, voor zoo verre deze objecten voor negotie naar buiten’slands worden uitgevoerd, op den voet en de wijze, en onder zoodanige bepalingen en voorzieningen, als bij de speciale wetten nader zullen worden omschreven.

Artikel 7

Ter bestrijding der gewone uitgaven, begrepen in de eerste afdeeling der begrooting bij de wet van 27 April 1820 (staatsblad n°. 7) vastgesteld, zullen worden gebezigd de navolgende belastingen en inkomsten.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.