Wet van den 18den April 1827, op de zamenstelling der Regterlijke magt en het beleid der Justitie
Artikel 10:12 van de Algemene wet bestuursrecht en 4.12, eerste en vierde lid, van de Comptabiliteitswet 2016 zijn van overeenkomstige toepassing.
Paragraaf 2. Taken en bevoegdheden
Hoofdstuk 3. De procureur-generaal bij de Hoge Raad
Artikel 115
Vervallen
Hoofdstuk 3. De procureur-generaal bij de Hoge Raad
Afdeling 1. Taken en bevoegdheden
Afdeling 2. Inrichting
Afdeling 1. Taken en bevoegdheden
Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen
Bijlage. als bedoeld in artikel 41, tweede lid
De nevenvestigingsplaatsen van de rechtbanken zijn:
| rechtbank Alkmaar: | Hoorn |
|---|---|
| rechtbank Almelo: | Enschede |
| rechtbank Amsterdam: | Hilversum |
| rechtbank Arnhem: | Wageningen, Tiel, Nijmegen |
| rechtbank Assen: | Emmen |
| rechtbank Breda: | Tilburg, Bergen op Zoom |
| rechtbank Dordrecht | Gorinchem |
| rechtbank 's-Gravenhage: | Delft, Leiden, Gouda, Alphen aan den Rijn |
| rechtbank Groningen : | Winschoten |
| rechtbank Haarlem: | Haarlemmermeer, Zaanstad |
| rechtbank 's-Hertogenbosch: | Eindhoven, Helmond, Boxmeer |
| rechtbank Leeuwarden: | Heerenveen |
| rechtbank Maastricht: | Heerlen, Sittard-Geleen |
| rechtbank Middelburg: | Terneuzen |
| rechtbank Roermond: | Venlo |
| rechtbank Rotterdam: | Schiedam, Brielle |
| rechtbank Utrecht: | Amersfoort |
| rechtbank Zutphen: | Apeldoorn, Groenlo, Oude IJsselstreek |
| rechtbank Zwolle-Lelystad: | Deventer, Lelystad |
Lasten en bevelen dat deze in het staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, kollegien en ambtenaren, aan de naauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 137a
Bij het functioneel parket zijn werkzaam:
- a. een hoofdofficier van justitie;
- b. een plaatsvervangend hoofdofficier van justitie;
- c. officieren van justitie;
- d. plaatsvervangende officieren van justitie;
- e. officieren enkelvoudige zittingen;
- f. plaatsvervangende officieren enkelvoudige zittingen
- g. andere ambtenaren.
Bij het functioneel parket kunnen werkzaam zijn:
- a. senior officieren van justitie A;
- b. senior officieren van justitie;
- c. substituut-officieren van justitie;
- d. officieren in opleiding.
Aan het hoofd van het functioneel parket staat de hoofdofficier van justitie met de titel hoofd van het functioneel parket. Hij kan algemene en bijzondere aanwijzingen geven aan de bij zijn parket werkzame ambtenaren betreffende de uitoefening van de taken en bevoegdheden van het parket. In geval van afwezigheid, belet of ontstentenis van het hoofd van het functioneel parket wordt hij vervangen door de plaatsvervangend hoofdofficier van justitie.
De hoofdofficier van justitie, plaatsvervangend hoofdofficier van justitie, senior officieren van justitie A, senior officieren van justitie, officieren van justitie, substituut-officieren van justitie en plaatsvervangende officieren van justitie onderscheidenlijk officieren enkelvoudige zittingen en plaatsvervangende officieren enkelvoudige zittingen zijn van rechtswege plaatsvervangend officier van justitie onderscheidenlijk plaatsvervangend officier enkelvoudige zittingen bij de arrondissementsparketten, bij het landelijk parket, bij het parket centrale verwerking openbaar ministerie en bij het parket-generaal.
De officier enkelvoudige zittingen en de plaatsvervangende officier enkelvoudige zittingen hebben de bevoegdheden en verplichtingen die bij of krachtens de wet aan de officier van justitie worden toegekend, met uitzondering van de bevoegdheid om op te treden ter terechtzitting van een meervoudige kamer van de rechtbank.
Afdeling 1. Taken en bevoegdheden
Hoofdstuk 5. Rechterlijke ambtenaren in opleiding
Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen
Bijlage. als bedoeld in artikel 41, tweede lid
De nevenvestigingsplaatsen van de rechtbanken zijn:
| rechtbank Alkmaar: | Hoorn |
|---|---|
| rechtbank Almelo: | Enschede |
| rechtbank Amsterdam: | Hilversum |
| rechtbank Arnhem: | Wageningen, Tiel, Nijmegen |
| rechtbank Assen: | Emmen |
| rechtbank Breda: | Tilburg, Bergen op Zoom |
| rechtbank Dordrecht | Gorinchem |
| rechtbank 's-Gravenhage: | Delft, Leiden, Gouda, Alphen aan den Rijn |
| rechtbank Groningen : | Winschoten |
| rechtbank Haarlem: | Haarlemmermeer, Zaanstad |
| rechtbank 's-Hertogenbosch: | Eindhoven, Helmond, Boxmeer |
| rechtbank Leeuwarden: | Heerenveen |
| rechtbank Maastricht: | Heerlen, Sittard-Geleen |
| rechtbank Middelburg: | Terneuzen |
| rechtbank Roermond: | Venlo |
| rechtbank Rotterdam: | Schiedam, Brielle |
| rechtbank Utrecht: | Amersfoort |
| rechtbank Zutphen: | Apeldoorn, Groenlo, Oude IJsselstreek |
| rechtbank Zwolle-Lelystad: | Deventer, Lelystad |
Lasten en bevelen dat deze in het staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, kollegien en ambtenaren, aan de naauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 48a
De deskundige leden van de pachtkamers van de rechtbanken, bedoeld in artikel 48, tweede lid, van deze wet en hun plaatsvervangers worden benoemd bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister, gehoord Gedeputeerde Staten. Zij worden genoemd lid, onderscheidenlijk plaatsvervangend lid van de pachtkamer.
Om te kunnen worden benoemd tot lid of plaatsvervangend lid van een pachtkamer moet men Nederlander zijn.
De deskundige leden en de plaatsvervangende leden van de pachtkamers worden voor de tijd van vijf jaren benoemd. Zij zijn bij hun aftreden weer benoembaar. Zij worden op eigen verzoek bij koninklijk besluit ontslagen.
Bij de benoeming van de deskundige leden en van de plaatsvervangende leden wordt ervoor zorg gedragen dat in de pachtkamer noch het belang der pachters, noch het belang van de verpachters overheerst.
De deskundige leden leggen alvorens zij met hun werkzaamheden aanvangen de eed of belofte af volgens het formulier zoals dat is vastgesteld in de bijlage bij deze wet. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over hun beëdiging.
Met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die waarin een deskundig lid of een plaatsvervangend lid van de pachtkamer de leeftijd van zeventig jaren heeft bereikt, wordt aan hem bij koninklijk besluit ontslag verleend.
Artikel 48b
Het in de artikelen 46c, 46ca, 46d, 46e, 46f, 46i, met uitzondering van het eerste lid onder c, 46j, 46l, eerste en derde lid, 46m, 46o en 46p, van de Wet rechtspositie rechterlijk ambtenaren bepaalde is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de deskundige leden van de pachtkamers en hun plaatsvervangers, met dien verstande dat voor de overeenkomstige toepassing van artikel 46j onderscheidenlijk 46o, tweede lid, onder functionele autoriteit wordt verstaan: bestuur onderscheidenlijk president van het gerecht. Tevens zijn de artikelen 44, eerste, vierde tot en met achtste en tiende lid, en 44a, eerste tot en met achtste en tiende lid, van deze wet op hen van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het bestuur van het gerecht wordt aangemerkt als hun functionele autoriteit, zij voor de overeenkomstige toepassing van artikel 44, eerste en zevende lid, worden gelijkgesteld met rechters-plaatsvervangers in hetzelfde gerecht, en de president van het gerecht ten aanzien van hen de bevoegdheid, bedoeld in artikel 44, zesde lid, uitoefent.
Zij genieten vergoeding voor hun reis- en verblijfkosten en verdere vergoeding volgens bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen regels.
Bij algemene maatregel van bestuur worden voorschriften gegeven ter uitvoering van dit artikel en van artikel 48a.
Paragraaf 3. Vorming en bezetting van kamers
afdeling Vierde. De gerechtshoven
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Paragraaf 2. Vorming en bezetting van kamers
Artikel 69a
De deskundige leden van de pachtkamer van het gerechtshof en hun plaatsvervangers worden benoemd bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister. Zij worden genoemd raad, onderscheidenlijk plaatsvervangende raad in de pachtkamer van het gerechtshof.
Het bepaalde in de artikelen 48a, tweede, derde, vierde, vijfde lid en zesde lid, en 48b is mede op deze leden en hun plaatsvervangers van toepassing.
Afdeling 5. De Hoge Raad
AFDELING 6. RAAD VOOR DE RECHTSPRAAK
Paragraaf 1. Inrichting
Paragraaf 2. Taken en bevoegdheden
Paragraaf 3. Planning en bekostiging
Paragraaf 3. Planning en bekostiging
Hoofdstuk 3. De procureur-generaal bij de Hoge Raad
Artikel 117
In geval van afwezigheid, belet of ontstentenis wordt de procureur-generaal vervangen door de plaatsvervangend procureur-generaal en, bij afwezigheid, belet of ontstentenis ook van deze, door de advocaat-generaal oudste in rang.
Hoofdstuk 4. Het openbaar ministerie
Afdeling 1. Taken en bevoegdheden
Afdeling 2. Inrichting
Afdeling 2. Inrichting
Hoofdstuk 5. Rechterlijke ambtenaren in opleiding
Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen
Bijlage. als bedoeld in artikel 41, tweede lid
De nevenvestigingsplaatsen van de rechtbanken zijn:
| rechtbank Alkmaar: | Hoorn |
|---|---|
| rechtbank Almelo: | Enschede |
| rechtbank Amsterdam: | Hilversum |
| rechtbank Arnhem: | Tiel, Nijmegen |
| rechtbank Assen: | Emmen |
| rechtbank Breda: | Tilburg, Bergen op Zoom |
| rechtbank 's-Gravenhage: | Delft, Leiden, Gouda, Alphen aan den Rijn |
| rechtbank Haarlem: | Haarlemmermeer, Zaanstad |
| rechtbank 's-Hertogenbosch: | Eindhoven, Helmond, Boxmeer |
| rechtbank Leeuwarden: | Heerenveen |
| rechtbank Maastricht: | Heerlen, Sittard-Geleen |
| rechtbank Middelburg: | Terneuzen |
| rechtbank Roermond: | Venlo |
| rechtbank Rotterdam: | Brielle |
| rechtbank Utrecht: | Amersfoort |
| rechtbank Zutphen: | Apeldoorn |
| rechtbank Zwolle-Lelystad: | Deventer, Lelystad |
Lasten en bevelen dat deze in het staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, kollegien en ambtenaren, aan de naauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Bijlage. als bedoeld in artikel 41, tweede lid
De nevenvestigingsplaatsen van de rechtbanken zijn:
| rechtbank Alkmaar: | Hoorn |
|---|---|
| rechtbank Almelo: | Enschede |
| rechtbank Amsterdam: | Hilversum |
| rechtbank Arnhem: | Tiel, Nijmegen |
| rechtbank Assen: | Emmen |
| rechtbank Breda: | Tilburg, Bergen op Zoom |
| rechtbank 's-Gravenhage: | Delft, Leiden, Gouda, Alphen aan den Rijn |
| rechtbank Haarlem: | Haarlemmermeer, Zaanstad |
| rechtbank 's-Hertogenbosch: | Eindhoven, Helmond, Boxmeer |
| rechtbank Leeuwarden: | Heerenveen |
| rechtbank Maastricht: | Heerlen, Sittard-Geleen |
| rechtbank Middelburg: | Terneuzen |
| rechtbank Roermond: | Venlo |
| rechtbank Rotterdam: | Brielle |
| rechtbank Utrecht: | Amersfoort |
| rechtbank Zutphen: | Apeldoorn |
| rechtbank Zwolle-Lelystad: | Deventer, Lelystad |
Lasten en bevelen dat deze in het staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, kollegien en ambtenaren, aan de naauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 125a
Indien bij of krachtens een wet een bevoegdheid wordt toegekend aan de officier van justitie, kan deze bevoegdheid worden uitgeoefend door de rechterlijke ambtenaren, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 7°, van de wet, tenzij de regeling waarop de bevoegdheid steunt of de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet.
Indien bij of krachtens een wet een bevoegdheid wordt toegekend aan de advocaat-generaal, kan deze bevoegdheid worden uitgeoefend door de rechterlijke ambtenaren, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 6°, tenzij de regeling waarop de bevoegdheid steunt of de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet.
Afdeling 2. Inrichting
Afdeling 3. Overige bepalingen
Hoofdstuk 5. Rechterlijke ambtenaren in opleiding
Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen
Bijlage 2
Formulier voor het afleggen van de eed of belofte door een deskundig lid
Ik zweer/beloof dat ik trouw zal zijn aan de Koning, en dat ik de Grondwet en alle overige wetten zal onderhouden en nakomen.
Ik zweer/verklaar dat ik middellijk noch onmiddellijk, onder welke naam of voorwendsel ook, tot het verkrijgen van een benoeming aan iemand iets heb gegeven of beloofd, noch zal geven of beloven.
Ik zweer/verklaar dat ik nimmer enige giften of geschenken hoegenaamd zal aannemen of ontvangen van enig persoon van wie ik weet of vermoed dat hij een rechtsgeding heeft of zal krijgen waarbij ik als deskundig lid betrokken zou kunnen zijn.
Ik zweer/beloof dat ik gegevens waarover ik als deskundig lid de beschikking krijg en waarvan ik het vertrouwelijke karakter ken of redelijkerwijs moet vermoeden, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift mij tot mededeling verplicht of uit mijn werkzaamheden als deskundig lid de noodzaak tot mededeling voortvloeit, geheim zal houden.
Ik zweer/beloof dat ik mijn werkzaamheden als deskundig lid met eerlijkheid, nauwgezetheid en onzijdigheid, zonder aanzien van personen, zal verrichten en mij in deze verrichtingen zal gedragen zoals een goed deskundig lid betaamt.
Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!/Dat verklaar en beloof ik!
Op ........................, werd te .....................
ten overstaan van (1) ..............................
door (2) .............................
de bovenvermelde eed/belofte afgelegd.
(1) .............................
(2) .............................
Lasten en bevelen dat deze in het staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, kollegien en ambtenaren, aan de naauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Afdeling 1a. Klachtbehandeling door de Hoge Raad
Artikel 13c
Onverminderd artikel 13a, eerste lid, kan de procureur-generaal ook ambtshalve bij de Hoge Raad een vordering instellen tot het doen van een onderzoek naar de wijze waarop een rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast zich in de uitoefening van zijn functie heeft gedragen. Artikel 13b, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 13d
Een vordering bij de Hoge Raad als bedoeld in artikel 13a of 13c wordt behandeld door een bij het reglement van orde daartoe aangewezen kamer, die zitting houdt met drie leden.
Artikel 13e
De Hoge Raad kan het betrokken gerechtsbestuur, degene op wiens gedraging het onderzoek betrekking heeft, de verzoeker en anderen verzoeken hem schriftelijk of mondeling inlichtingen te verstrekken.
Het onderzoek geschiedt in raadkamer. De Hoge Raad kan, hetzij ambtshalve hetzij op verzoek van de procureur-generaal, het betrokken gerechtsbestuur, degene op wiens gedraging het onderzoek betrekking heeft of de verzoeker, getuigen horen.
De Hoge Raad stelt het betrokken gerechtsbestuur en degene op wiens gedraging het onderzoek betrekking heeft, in de gelegenheid omtrent een aanhangige vordering zijn zienswijze schriftelijk of mondeling te doen blijken.
Artikel 13f
De Hoge Raad beoordeelt of degene op wiens gedraging het onderzoek betrekking heeft, zich in de onderzochte aangelegenheid al dan niet behoorlijk heeft gedragen. De Hoge Raad kan tevens beoordelen of het betrokken gerechtsbestuur zich al dan niet behoorlijk heeft gedragen.
De Hoge Raad neemt een schriftelijke en met redenen omklede beslissing.
Een afschrift van de beslissing wordt gezonden aan de verzoeker, aan de rechterlijk ambtenaar op wiens gedraging het onderzoek betrekking had, en aan het betrokken gerechtsbestuur dan wel, indien het onderzoek betrekking had op een gedraging van een bij de Hoge Raad werkzame rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast, de president van de Hoge Raad.
Artikel 13g
De procureur-generaal bij en de president van de Hoge Raad stellen jaarlijks een verslag op van de overeenkomstig de artikelen 13a tot en met 13f verrichte werkzaamheden.
De procureur-generaal draagt er zorg voor dat het verslag openbaar wordt gemaakt en algemeen verkrijgbaar wordt gesteld. Artikel 5.1, eerste en tweede lid, van de Wet open overheid is van overeenkomstige toepassing.
Afdeling 2. De organisatie van de gerechten
Paragraaf 1. Inrichting
Paragraaf 2. Taken en bevoegdheden
Artikel 26
Het bestuur stelt een regeling vast voor de behandeling van klachten.
De regeling of een wijziging daarvan behoeft de instemming van de Raad. De artikelen 10:28 tot en met 10:31 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
De instemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het belang van een goede bedrijfsvoering van het gerecht.
Klachten zijn niet mogelijk ten aanzien van gedragingen waartegen ingevolge een wettelijk geregelde voorziening een procedure bij een rechterlijke instantie openstaat of heeft opengestaan, dan wel beroep openstaat of heeft opengestaan tegen een uitspraak die in een zodanige procedure is gedaan. Klachten kunnen evenmin een rechterlijke beslissing betreffen.
De regeling wordt gepubliceerd in de Staatscourant.
Afdeling 9.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.
Ten aanzien van de bij het gerecht werkzame gerechtsambtenaren, buitengriffiers, gerechtsauditeurs en rechterlijke ambtenaren in opleiding zijn titel 9.2 van de Algemene wet bestuursrecht alsmede artikel 1a, tweede lid, en hoofdstuk III van de Wet Nationale ombudsman van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de overeenkomstige toepassing hiervan als bestuursorgaan wordt aangemerkt het bestuur van het gerecht waar de betrokken gerechtsambtenaar, buitengriffier, gerechtsauditeur of rechterlijk ambtenaar in opleiding werkzaam is.
Paragraaf 3. Planning en bekostiging
Afdeling 3. De rechtbanken
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Paragraaf 2. De sector kanton
Paragraaf 3. Vorming en bezetting van kamers
afdeling Vierde. De gerechtshoven
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 62a
Onze Minister kan, gehoord de Raad, een gerechtshof of meerdere gerechtshoven aanwijzen waarvan de zittingsplaatsen onderscheidenlijk overige zittingsplaatsen ten behoeve van een in de aanwijzing te bepalen categorie of categorieën van zaken tijdelijk mede worden aangemerkt als zittingsplaatsen onderscheidenlijk overige zittingsplaatsen van een ander gerechtshof, indien dit noodzakelijk is als gevolg van gebrek aan voldoende zittingscapaciteit binnen het ressort waarin dat andere gerechtshof is gelegen.
In de aanwijzing bepaalt Onze Minister voor welke periode de aanwijzing geldt. De aanwijzing geldt ten hoogste drie jaren en kan eenmaal worden verlengd voor de duur van ten hoogste een jaar.
Indien de aanwijzing betrekking heeft op strafzaken vindt de aanwijzing niet plaats dan nadat Onze Minister daarover het College van procureurs-generaal heeft gehoord.
De aanwijzing wordt gepubliceerd in de Staatscourant.
Het derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een verlenging van de aanwijzing.
Artikel 62b
Het gerechtshof kan een zaak ter verdere behandeling verwijzen naar een ander gerechtshof, indien naar zijn oordeel door betrokkenheid van het gerechtshof behandeling van die zaak door een ander gerechtshof gewenst is.
Paragraaf 2. Vorming en bezetting van kamers
Afdeling 5. De Hoge Raad
AFDELING 6. RAAD VOOR DE RECHTSPRAAK
Paragraaf 1. Inrichting
Paragraaf 2. Taken en bevoegdheden
Artikel 96a
De Raad stelt een regeling vast voor de behandeling van klachten. Artikel 26, vierde tot en met zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Paragraaf 3. Planning en bekostiging
Paragraaf 4. Toezicht
Artikel 123
Het College van procureurs-generaal verleent de procureur-generaal bij de Hoge Raad de bijstand van het openbaar ministerie, die deze ter uitvoering van de aan hem opgedragen taken verlangt.
Hoofdstuk 4. Het openbaar ministerie
Afdeling 1. Taken en bevoegdheden
Afdeling 2. Inrichting
Artikel 139a
Het College kan de hoofden van door het College aangewezen arrondissementsparketten opdragen om taken op het gebied van de organisatie en de bedrijfsvoering van die parketten gezamenlijk uit te voeren onder verantwoordelijkheid van een daartoe aangewezen hoofdofficier van justitie.
Afdeling 3. Overige bepalingen
Hoofdstuk 5. Rechterlijke ambtenaren in opleiding
Hoofdstuk 5. Rechterlijke ambtenaren in opleiding
Bijlage. als bedoeld in artikel 41, tweede lid
De nevenvestigingsplaatsen van de rechtbanken zijn:
| rechtbank Alkmaar: | Hoorn |
|---|---|
| rechtbank Almelo: | Enschede |
| rechtbank Amsterdam: | Hilversum |
| rechtbank Arnhem: | Tiel, Nijmegen |
| rechtbank Assen: | Emmen |
| rechtbank Breda: | Tilburg, Bergen op Zoom |
| rechtbank 's-Gravenhage: | Delft, Leiden, Gouda, Alphen aan den Rijn |
| rechtbank Haarlem: | Haarlemmermeer, Zaanstad |
| rechtbank 's-Hertogenbosch: | Eindhoven, Helmond, Boxmeer |
| rechtbank Leeuwarden: | Heerenveen |
| rechtbank Maastricht: | Heerlen, Sittard-Geleen |
| rechtbank Middelburg: | Terneuzen |
| rechtbank Roermond: | Venlo |
| rechtbank Rotterdam: | Brielle |
| rechtbank Utrecht: | Amersfoort |
| rechtbank Zutphen: | Apeldoorn |
| rechtbank Zwolle-Lelystad: | Deventer, Lelystad |
Bijlage 2
Formulier voor het afleggen van de eed of belofte door een deskundig lid
Ik zweer/beloof dat ik trouw zal zijn aan de Koning, en dat ik de Grondwet en alle overige wetten zal onderhouden en nakomen.
Ik zweer/verklaar dat ik middellijk noch onmiddellijk, onder welke naam of voorwendsel ook, tot het verkrijgen van een benoeming aan iemand iets heb gegeven of beloofd, noch zal geven of beloven.
Ik zweer/verklaar dat ik nimmer enige giften of geschenken hoegenaamd zal aannemen of ontvangen van enig persoon van wie ik weet of vermoed dat hij een rechtsgeding heeft of zal krijgen waarbij ik als deskundig lid betrokken zou kunnen zijn.
Ik zweer/beloof dat ik gegevens waarover ik als deskundig lid de beschikking krijg en waarvan ik het vertrouwelijke karakter ken of redelijkerwijs moet vermoeden, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift mij tot mededeling verplicht of uit mijn werkzaamheden als deskundig lid de noodzaak tot mededeling voortvloeit, geheim zal houden.
Ik zweer/beloof dat ik mijn werkzaamheden als deskundig lid met eerlijkheid, nauwgezetheid en onzijdigheid, zonder aanzien van personen, zal verrichten en mij in deze verrichtingen zal gedragen zoals een goed deskundig lid betaamt.
Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!/Dat verklaar en beloof ik!
Op ........................, werd te .....................
ten overstaan van (1) ..............................
door (2) .............................
de bovenvermelde eed/belofte afgelegd.
(1) .............................
(2) .............................
Lasten en bevelen dat deze in het staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, kollegien en ambtenaren, aan de naauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 80a
De Hoge Raad kan, gehoord de procureur-generaal, het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren wanneer de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen, omdat de partij die het cassatieberoep instelt klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad neemt een beslissing als bedoeld in het eerste lid niet dan nadat de Hoge Raad kennis heeft genomen van:
- a. de procesinleiding, bedoeld in artikel 407 onderscheidenlijk artikel 426a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, en het verweerschrift, bedoeld in artikel 411, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 426b van dat Wetboek, voor zover ingediend;
- b. de schriftuur, houdende de middelen van cassatie, bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van Strafvordering; dan wel
- c. het beroepschrift waarbij beroep in cassatie wordt ingesteld, bedoeld in artikel 28 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, en het verweerschrift, bedoeld in artikel 29b, van die wet, voor zover ingediend.
Het beroep in cassatie wordt behandeld en beslist door drie leden van een meervoudige kamer, van wie een als voorzitter optreedt.
Indien de Hoge Raad toepassing geeft aan het eerste lid, kan hij zich bij de vermelding van de gronden van zijn beslissing beperken tot dit oordeel.
Artikel 81a
De Hoge Raad neemt kennis van door de rechtbanken en de gerechtshoven gestelde prejudiciële vragen.
AFDELING 6. RAAD VOOR DE RECHTSPRAAK
Paragraaf 1. Inrichting
Paragraaf 2. Taken en bevoegdheden
Paragraaf 4. Toezicht
Artikel 123
Het College van procureurs-generaal verleent de procureur-generaal bij de Hoge Raad de bijstand van het openbaar ministerie, die deze ter uitvoering van de aan hem opgedragen taken verlangt.
Hoofdstuk 4. Het openbaar ministerie
Afdeling 1. Taken en bevoegdheden
Afdeling 3. Overige bepalingen
Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen
Bijlage. als bedoeld in artikel 41, tweede lid
De nevenvestigingsplaatsen van de rechtbanken zijn:
| rechtbank Alkmaar: | Hoorn |
|---|---|
| rechtbank Almelo: | Enschede |
| rechtbank Amsterdam: | Hilversum |
| rechtbank Arnhem: | Tiel, Nijmegen |
| rechtbank Assen: | Emmen |
| rechtbank Breda: | Tilburg, Bergen op Zoom |
| rechtbank 's-Gravenhage: | Delft, Leiden, Gouda, Alphen aan den Rijn |
| rechtbank Haarlem: | Haarlemmermeer, Zaanstad |
| rechtbank 's-Hertogenbosch: | Eindhoven, Helmond, Boxmeer |
| rechtbank Leeuwarden: | Heerenveen |
| rechtbank Maastricht: | Heerlen, Sittard-Geleen |
| rechtbank Middelburg: | Terneuzen |
| rechtbank Roermond: | Venlo |
| rechtbank Rotterdam: | Brielle |
| rechtbank Utrecht: | Amersfoort |
| rechtbank Zutphen: | Apeldoorn |
| rechtbank Zwolle-Lelystad: | Deventer, Lelystad |
Bijlage 2
Formulier voor het afleggen van de eed of belofte door een deskundig lid
Ik zweer/beloof dat ik trouw zal zijn aan de Koning, en dat ik de Grondwet en alle overige wetten zal onderhouden en nakomen.
Ik zweer/verklaar dat ik middellijk noch onmiddellijk, onder welke naam of voorwendsel ook, tot het verkrijgen van een benoeming aan iemand iets heb gegeven of beloofd, noch zal geven of beloven.
Ik zweer/verklaar dat ik nimmer enige giften of geschenken hoegenaamd zal aannemen of ontvangen van enig persoon van wie ik weet of vermoed dat hij een rechtsgeding heeft of zal krijgen waarbij ik als deskundig lid betrokken zou kunnen zijn.
Ik zweer/beloof dat ik gegevens waarover ik als deskundig lid de beschikking krijg en waarvan ik het vertrouwelijke karakter ken of redelijkerwijs moet vermoeden, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift mij tot mededeling verplicht of uit mijn werkzaamheden als deskundig lid de noodzaak tot mededeling voortvloeit, geheim zal houden.
Ik zweer/beloof dat ik mijn werkzaamheden als deskundig lid met eerlijkheid, nauwgezetheid en onzijdigheid, zonder aanzien van personen, zal verrichten en mij in deze verrichtingen zal gedragen zoals een goed deskundig lid betaamt.
Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!/Dat verklaar en beloof ik!
Op ........................, werd te .....................
ten overstaan van (1) ..............................
door (2) .............................
de bovenvermelde eed/belofte afgelegd.
(1) .............................
(2) .............................
Lasten en bevelen dat deze in het staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, kollegien en ambtenaren, aan de naauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 21a
De reglementen, bedoeld in de artikelen 19 tot en met 21, behoeven de instemming van de Raad. De artikelen 10:28 tot en met 10:31 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
De instemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang, daaronder begrepen het belang van een goede toegankelijkheid van rechtspraak en van een goede bedrijfsvoering van het gerecht.
De reglementen, bedoeld in de artikelen 20 en 21, worden gepubliceerd in de Staatscourant.
Artikel 21b
Bij algemene maatregel van bestuur worden voor elk gerecht zittingsplaatsen aangewezen binnen het rechtsgebied waarin het gerecht is gelegen. Daarbij wordt in ieder geval rekening gehouden met het belang van een goede toegankelijkheid van rechtspraak en het belang van een goede bedrijfsvoering van het gerecht. De voordracht voor die algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Onze Minister kan, gehoord de Raad en het College van procureurs-generaal, binnen het rechtsgebied waarin het gerecht is gelegen overige zittingsplaatsen aanwijzen, al dan niet voor een bepaalde periode.
Onze Minister kan, na overleg met de Raad en het College van procureurs-generaal, bepalen dat in een zaak de terechtzitting zal worden gehouden op een door hem aan te wijzen locatie in of buiten het rechtsgebied waarin het gerecht is gelegen, indien dit noodzakelijk is in verband met de veiligheid van personen of andere zwaarwegende omstandigheden.
Artikel 23a
De Raad kan besturen van gerechten opdragen om een of meer van de taken, bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdelen a en c tot en met f, gezamenlijk uit te voeren.
Indien tot samenwerking overeenkomstig het eerste lid is besloten, stellen de betrokken besturen met betrekking tot die samenwerking nadere regels vast bij gemeenschappelijk reglement. Artikel 21a is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 26
Het bestuur stelt een regeling vast voor de behandeling van klachten.
De regeling of een wijziging daarvan behoeft de instemming van de Raad. De artikelen 10:28 tot en met 10:31 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
De instemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het belang van een goede bedrijfsvoering van het gerecht.
Klachten zijn niet mogelijk ten aanzien van gedragingen waartegen ingevolge een wettelijk geregelde voorziening een procedure bij een rechterlijke instantie openstaat of heeft opengestaan, dan wel beroep openstaat of heeft opengestaan tegen een uitspraak die in een zodanige procedure is gedaan. Klachten kunnen evenmin een rechterlijke beslissing betreffen.
De regeling wordt gepubliceerd in de Staatscourant.
Afdeling 9.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.
Ten aanzien van de bij het gerecht werkzame gerechtsambtenaren, buitengriffiers, senior-gerechtsauditeurs, gerechtsauditeurs en rechters in opleiding zijn titel 9.2 van de Algemene wet bestuursrecht alsmede artikel 1a, tweede lid, en hoofdstuk III van de Wet Nationale ombudsman van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de overeenkomstige toepassing hiervan als bestuursorgaan wordt aangemerkt het bestuur van het gerecht waar de betrokken gerechtsambtenaar, buitengriffier, senior-gerechtsauditeur, gerechtsauditeur of rechter in opleiding werkzaam is.
Paragraaf 3. Planning en bekostiging
Paragraaf 4. Toezicht
Afdeling 3. De rechtbanken
Artikel 46a
Onze Minister kan, gehoord de Raad, een rechtbank of meerdere rechtbanken aanwijzen waarvan de zittingsplaatsen onderscheidenlijk overige zittingsplaatsen ten behoeve van een in de aanwijzing te bepalen categorie of categorieën van zaken tijdelijk mede worden aangemerkt als zittingsplaatsen onderscheidenlijk overige zittingsplaatsen van een andere rechtbank, indien dit noodzakelijk is als gevolg van gebrek aan voldoende zittingscapaciteit binnen het arrondissement waarin die andere rechtbank is gelegen.
In de aanwijzing bepaalt Onze Minister voor welke periode de aanwijzing geldt. De aanwijzing geldt ten hoogste drie jaren en kan eenmaal worden verlengd voor de duur van ten hoogste een jaar.
Indien de aanwijzing betrekking heeft op strafzaken vindt de aanwijzing niet plaats dan nadat Onze Minister daarover het College van procureurs-generaal heeft gehoord.
De aanwijzing wordt gepubliceerd in de Staatscourant.
Het derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een verlenging van de aanwijzing.
Artikel 46b
De rechtbank kan een zaak ter verdere behandeling verwijzen naar een andere rechtbank, indien naar haar oordeel door betrokkenheid van de rechtbank behandeling van die zaak door een andere rechtbank gewenst is.
Paragraaf 2. Vorming en bezetting van kamers
afdeling Vierde. De gerechtshoven
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Paragraaf 2. Vorming en bezetting van kamers
Afdeling 5. De Hoge Raad
AFDELING 6. RAAD VOOR DE RECHTSPRAAK
Paragraaf 1. Inrichting
Paragraaf 2. Taken en bevoegdheden
Paragraaf 3. Planning en bekostiging
Paragraaf 4. Toezicht
Hoofdstuk 3. De procureur-generaal bij de Hoge Raad
Hoofdstuk 4. Het openbaar ministerie
Artikel 127
Onze Minister kan algemene en bijzondere aanwijzingen geven betreffende de uitoefening van de taken en bevoegdheden van het openbaar ministerie.
Afdeling 2. Inrichting
Artikel 139b
Het College stelt een reglement vast waarin wordt bepaald ten aanzien van welke strafbare feiten de officier van justitie bij het landelijk parket onderscheidenlijk de officier van justitie bij het functioneel parket overeenkomstig artikel 2, eerste lid, voorlaatste onderscheidenlijk laatste zinsnede, van het Wetboek van Strafvordering de vervolging instelt bij de rechtbank Amsterdam, de rechtbank Oost-Brabant, de rechtbank Overijssel of de rechtbank Rotterdam.
Alvorens het reglement vast te stellen, stelt het College de Raad in de gelegenheid zijn zienswijze over een ontwerp van het reglement naar voren te brengen.
Afdeling 3. Overige bepalingen
Hoofdstuk 5. Rechterlijke ambtenaren in opleiding
Hoofdstuk 4a. Bepalingen ter uitvoering van de Verordening EOM
Bijlage. als bedoeld in de artikelen 48a, vijfde lid, 66, vijfde lid, en 67, vijfde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie
Formulier voor het afleggen van de eed of belofte door een deskundig lid
Ik zweer/beloof dat ik trouw zal zijn aan de Koning, en dat ik de Grondwet en alle overige wetten zal onderhouden en nakomen.
Ik zweer/verklaar dat ik middellijk noch onmiddellijk, onder welke naam of voorwendsel ook, tot het verkrijgen van een benoeming aan iemand iets heb gegeven of beloofd, noch zal geven of beloven.
Ik zweer/verklaar dat ik nimmer enige giften of geschenken hoegenaamd zal aannemen of ontvangen van enig persoon van wie ik weet of vermoed dat hij een rechtsgeding heeft of zal krijgen waarbij ik als deskundig lid betrokken zou kunnen zijn.
Ik zweer/beloof dat ik gegevens waarover ik als deskundig lid de beschikking krijg en waarvan ik het vertrouwelijke karakter ken of redelijkerwijs moet vermoeden, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift mij tot mededeling verplicht of uit mijn werkzaamheden als deskundig lid de noodzaak tot mededeling voortvloeit, geheim zal houden.
Ik zweer/beloof dat ik mijn werkzaamheden als deskundig lid met eerlijkheid, nauwgezetheid en onzijdigheid, zonder aanzien van personen, zal verrichten en mij in deze verrichtingen zal gedragen zoals een goed deskundig lid betaamt.
Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!/Dat verklaar en beloof ik!
Op ........................, werd te .....................
ten overstaan van (1) ..............................
door (2) .............................
de bovenvermelde eed/belofte afgelegd.
(1) .............................
(2) .............................
Wanneer de eed of belofte door een deskundig lid in de Friese taal wordt afgelegd, luidt de tekst van de eed of belofte als volgt:
Wannear’t de eed of belofte troch in saakkundich lid yn de Fryske taal ôflein wurdt, is de tekst fan de eed of belofte lykas folget:
Ik swar/ûnthjit dat ik trou wêze sil oan de Kening, en dat ik de Grûnwet en alle oare wetten ûnderhâlde en neikomme sil.
Ik swar/ferklearje dat ik streekrjocht noch midlik, ûnder wat namme of útwynsel ek, foar it krijen fan in beneaming oan immen eat jûn of tasein haw, noch jaan of tasizze sil.
Ik swar/ferklearje dat ik nea likefolle hokker jeften of geskinken oannimme of ûntfange sil fan hokker persoan dan ek fan wa’t ik wit of tink dat hy in proses hat of krije sil dêr’t ik as saakkundich lid yn behelle wêze kinne soe.
Ik swar/ûnthjit dat ik gegevens dy’t ik as saakkundich lid ta myn foldwaan krij en dêr’t ik fan wit of yn alle ridlikheid fan oannimme moat dat dy in fertroulik karakter hawwe, geheim hâlde sil, útsein as in wetlik foarskrift, likefolle hokker, my ta meidieling ferplichtet of as út myn wurk as saakkundich lid de needsaak ta meidieling folget.
Ik swar/ûnthjit dat ik myn wurk as saakkundich lid earlik, sekuer en ûnpartidich, sûnder ûnderskie te meitsjen tusken persoanen, ferrjochtsje sil en my dêrby hâlde en drage sil sa’t in goed saakkundich lid foeget.
Sa wier helpe my God Almachtich!/Dat ferklearje en ûnthjit ik!
Op........................, waard yn.....................
yn bywêzen fan (1)..............................
troch (2).............................
de boppeneamde eed/belofte ôflein.
(1).............................
(2).............................
Lasten en bevelen dat deze in het staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, kollegien en ambtenaren, aan de naauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 137b
Bij het parket centrale verwerking openbaar ministerie zijn werkzaam:
- a. een hoofdofficier van justitie;
- b. een plaatsvervangend hoofdofficier van justitie;
- c. officieren van justitie;
- d. plaatsvervangende officieren van justitie;
- e. officieren enkelvoudige zittingen;
- f. plaatsvervangende officieren enkelvoudige zittingen;
- g. andere ambtenaren.
Bij het parket centrale verwerking openbaar ministerie kunnen werkzaam zijn:
- a. senior officieren van justitie A;
- b. senior officieren van justitie;
- c. substituut-officieren van justitie;
- d. officieren in opleiding.
Aan het hoofd van het parket centrale verwerking openbaar ministerie staat de hoofdofficier van justitie met de titel hoofd van het parket centrale verwerking openbaar ministerie. Hij kan algemene en bijzondere aanwijzingen geven aan de bij zijn parket werkzame ambtenaren betreffende de uitoefening van de taken en bevoegdheden van het parket.
In geval van afwezigheid, belet of ontstentenis van het hoofd van het parket centrale verwerking openbaar ministerie, wordt hij vervangen door de plaatsvervangend hoofdofficier van justitie.
De hoofdofficier van justitie, plaatsvervangend hoofdofficier van justitie, senior officieren van justitie A, senior officieren van justitie, officieren van justitie, substituut-officieren van justitie en plaatsvervangende officieren van justitie onderscheidenlijk officieren enkelvoudige zittingen en plaatsvervangende officieren enkelvoudige zittingen zijn van rechtswege plaatsvervangend officier van justitie onderscheidenlijk plaatsvervangend officier enkelvoudige zittingen bij de arrondissementsparketten, bij het landelijk parket, bij het functioneel parket en bij het parket-generaal.
De officier enkelvoudige zittingen en de plaatsvervangende officier enkelvoudige zittingen hebben de bevoegdheden en verplichtingen die bij of krachtens de wet aan de officier van justitie worden toegekend, met uitzondering van de bevoegdheid om op te treden ter terechtzitting van een meervoudige kamer van de rechtbank.
Afdeling 3. Overige bepalingen
Hoofdstuk 5. De opleiding van rechterlijke ambtenaren
Hoofdstuk 5. De opleiding van rechterlijke ambtenaren
Bijlage. als bedoeld in de artikelen 48a, vijfde lid, 66, vijfde lid, en 67, vijfde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie
Formulier voor het afleggen van de eed of belofte door een deskundig lid
Ik zweer/beloof dat ik trouw zal zijn aan de Koning, en dat ik de Grondwet en alle overige wetten zal onderhouden en nakomen.
Ik zweer/verklaar dat ik middellijk noch onmiddellijk, onder welke naam of voorwendsel ook, tot het verkrijgen van een benoeming aan iemand iets heb gegeven of beloofd, noch zal geven of beloven.
Ik zweer/verklaar dat ik nimmer enige giften of geschenken hoegenaamd zal aannemen of ontvangen van enig persoon van wie ik weet of vermoed dat hij een rechtsgeding heeft of zal krijgen waarbij ik als deskundig lid betrokken zou kunnen zijn.
Ik zweer/beloof dat ik gegevens waarover ik als deskundig lid de beschikking krijg en waarvan ik het vertrouwelijke karakter ken of redelijkerwijs moet vermoeden, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift mij tot mededeling verplicht of uit mijn werkzaamheden als deskundig lid de noodzaak tot mededeling voortvloeit, geheim zal houden.
Ik zweer/beloof dat ik mijn werkzaamheden als deskundig lid met eerlijkheid, nauwgezetheid en onzijdigheid, zonder aanzien van personen, zal verrichten en mij in deze verrichtingen zal gedragen zoals een goed deskundig lid betaamt.
Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!/Dat verklaar en beloof ik!
Op ........................, werd te .....................
ten overstaan van (1) ..............................
door (2) .............................
de bovenvermelde eed/belofte afgelegd.
(1) .............................
(2) .............................
Wanneer de eed of belofte door een deskundig lid in de Friese taal wordt afgelegd, luidt de tekst van de eed of belofte als volgt:
Wannear’t de eed of belofte troch in saakkundich lid yn de Fryske taal ôflein wurdt, is de tekst fan de eed of belofte lykas folget:
Ik swar/ûnthjit dat ik trou wêze sil oan de Kening, en dat ik de Grûnwet en alle oare wetten ûnderhâlde en neikomme sil.
Ik swar/ferklearje dat ik streekrjocht noch midlik, ûnder wat namme of útwynsel ek, foar it krijen fan in beneaming oan immen eat jûn of tasein haw, noch jaan of tasizze sil.
Ik swar/ferklearje dat ik nea likefolle hokker jeften of geskinken oannimme of ûntfange sil fan hokker persoan dan ek fan wa’t ik wit of tink dat hy in proses hat of krije sil dêr’t ik as saakkundich lid yn behelle wêze kinne soe.
Ik swar/ûnthjit dat ik gegevens dy’t ik as saakkundich lid ta myn foldwaan krij en dêr’t ik fan wit of yn alle ridlikheid fan oannimme moat dat dy in fertroulik karakter hawwe, geheim hâlde sil, útsein as in wetlik foarskrift, likefolle hokker, my ta meidieling ferplichtet of as út myn wurk as saakkundich lid de needsaak ta meidieling folget.
Ik swar/ûnthjit dat ik myn wurk as saakkundich lid earlik, sekuer en ûnpartidich, sûnder ûnderskie te meitsjen tusken persoanen, ferrjochtsje sil en my dêrby hâlde en drage sil sa’t in goed saakkundich lid foeget.
Sa wier helpe my God Almachtich!/Dat ferklearje en ûnthjit ik!
Op........................, waard yn.....................
yn bywêzen fan (1)..............................
troch (2).............................
de boppeneamde eed/belofte ôflein.
(1).............................
(2).............................
Lasten en bevelen dat deze in het staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, kollegien en ambtenaren, aan de naauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 21c
De zittingsplaatsen onderscheidenlijk overige zittingsplaatsen van de rechtbank Amsterdam, de rechtbank Oost-Brabant, de rechtbank Overijssel en de rechtbank Rotterdam zijn over en weer zittingsplaatsen onderscheidenlijk overige zittingsplaatsen van deze rechtbanken in zaken waarin deze rechtbanken bevoegd zijn op grond van artikel 2, eerste lid, voorlaatste en laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering.
Paragraaf 2. Taken en bevoegdheden
Artikel 26
Het bestuur stelt een regeling vast voor de behandeling van klachten.
De regeling of een wijziging daarvan behoeft de instemming van de Raad. De artikelen 10:28 tot en met 10:31 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
De instemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het belang van een goede bedrijfsvoering van het gerecht.
Klachten zijn niet mogelijk ten aanzien van gedragingen waartegen ingevolge een wettelijk geregelde voorziening een procedure bij een rechterlijke instantie openstaat of heeft opengestaan, dan wel beroep openstaat of heeft opengestaan tegen een uitspraak die in een zodanige procedure is gedaan. Klachten kunnen evenmin een rechterlijke beslissing betreffen.
De regeling wordt gepubliceerd in de Staatscourant.
Afdeling 9.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.
Ten aanzien van de bij het gerecht werkzame gerechtsambtenaren, buitengriffiers, senior-gerechtsauditeurs, gerechtsauditeurs en rechters in opleiding zijn titel 9.2 van de Algemene wet bestuursrecht alsmede artikel 1a, tweede lid, en hoofdstuk III van de Wet Nationale ombudsman van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de overeenkomstige toepassing hiervan als bestuursorgaan wordt aangemerkt het bestuur van het gerecht waar de betrokken gerechtsambtenaar, buitengriffier, senior-gerechtsauditeur, gerechtsauditeur of rechter in opleiding werkzaam is.
Paragraaf 4. Toezicht
Afdeling 3. De rechtbanken
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Paragraaf 2. Vorming en bezetting van kamers
afdeling Vierde. De gerechtshoven
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Paragraaf 2. Vorming en bezetting van kamers
Afdeling 5. De Hoge Raad
AFDELING 6. RAAD VOOR DE RECHTSPRAAK
Paragraaf 1. Inrichting
Paragraaf 3. Planning en bekostiging
Paragraaf 4. Toezicht
Hoofdstuk 3. De procureur-generaal bij de Hoge Raad
Hoofdstuk 4. Het openbaar ministerie
Artikel 128
Onze Minister stelt het College van procureurs-generaal in de gelegenheid zijn zienswijze kenbaar te maken voordat hij in een concreet geval een aanwijzing geeft betreffende de uitoefening van de taken en bevoegdheden van het openbaar ministerie.
Onze Minister deelt het College de voorgenomen aanwijzing en de motivering daarvan schriftelijk mede. Onze Minister kan het College voor het kenbaar maken van zijn zienswijze een termijn stellen. De zienswijze van het College wordt schriftelijk en gemotiveerd gegeven.
Een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid, wordt schriftelijk en gemotiveerd gegeven.
Slechts indien de aanwijzing in verband met de vereiste spoed niet schriftelijk kan worden gegeven, kan zij mondeling worden gegeven. In dat geval wordt zij zo spoedig mogelijk doch in elk geval binnen een week daarna op schrift gesteld. Het voorgaande is van overeenkomstige toepassing op het mededelen van een voorgenomen aanwijzing door Onze Minister en voor het geven van de zienswijze door het College.
De in het eerste lid bedoelde aanwijzing wordt, tezamen met de voorgenomen aanwijzing en de zienswijze van het College, door de officier van justitie of de advocaat-generaal bij de processtukken gevoegd. Voor zover het belang van de staat zich naar het oordeel van Onze Minister daartegen verzet, blijft voeging bij de processtukken achterwege, met dien verstande dat in dat geval bij de processtukken een verklaring wordt gevoegd waaruit blijkt dat een aanwijzing is gegeven.
Indien het betreft een aanwijzing tot het niet of niet verder opsporen of vervolgen, stelt Onze Minister de beide Kamers der Staten-Generaal zo spoedig mogelijk in kennis van de aanwijzing, de voorgenomen aanwijzing en de zienswijze van het College, voor zover het verstrekken van de desbetreffende stukken niet in strijd is met het belang van de staat.
Afdeling 2. Inrichting
Afdeling 3. Overige bepalingen
Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen
Bijlage. als bedoeld in de artikelen 48a, vijfde lid, 66, vijfde lid, en 67, vijfde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie
Formulier voor het afleggen van de eed of belofte door een deskundig lid
Ik zweer/beloof dat ik trouw zal zijn aan de Koning, en dat ik de Grondwet en alle overige wetten zal onderhouden en nakomen.
Ik zweer/verklaar dat ik middellijk noch onmiddellijk, onder welke naam of voorwendsel ook, tot het verkrijgen van een benoeming aan iemand iets heb gegeven of beloofd, noch zal geven of beloven.
Ik zweer/verklaar dat ik nimmer enige giften of geschenken hoegenaamd zal aannemen of ontvangen van enig persoon van wie ik weet of vermoed dat hij een rechtsgeding heeft of zal krijgen waarbij ik als deskundig lid betrokken zou kunnen zijn.
Ik zweer/beloof dat ik gegevens waarover ik als deskundig lid de beschikking krijg en waarvan ik het vertrouwelijke karakter ken of redelijkerwijs moet vermoeden, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift mij tot mededeling verplicht of uit mijn werkzaamheden als deskundig lid de noodzaak tot mededeling voortvloeit, geheim zal houden.
Ik zweer/beloof dat ik mijn werkzaamheden als deskundig lid met eerlijkheid, nauwgezetheid en onzijdigheid, zonder aanzien van personen, zal verrichten en mij in deze verrichtingen zal gedragen zoals een goed deskundig lid betaamt.
Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!/Dat verklaar en beloof ik!
Op ........................, werd te .....................
ten overstaan van (1) ..............................
door (2) .............................
de bovenvermelde eed/belofte afgelegd.
(1) .............................
(2) .............................
Wanneer de eed of belofte door een deskundig lid in de Friese taal wordt afgelegd, luidt de tekst van de eed of belofte als volgt:
Wannear’t de eed of belofte troch in saakkundich lid yn de Fryske taal ôflein wurdt, is de tekst fan de eed of belofte lykas folget:
Ik swar/ûnthjit dat ik trou wêze sil oan de Kening, en dat ik de Grûnwet en alle oare wetten ûnderhâlde en neikomme sil.
Ik swar/ferklearje dat ik streekrjocht noch midlik, ûnder wat namme of útwynsel ek, foar it krijen fan in beneaming oan immen eat jûn of tasein haw, noch jaan of tasizze sil.
Ik swar/ferklearje dat ik nea likefolle hokker jeften of geskinken oannimme of ûntfange sil fan hokker persoan dan ek fan wa’t ik wit of tink dat hy in proses hat of krije sil dêr’t ik as saakkundich lid yn behelle wêze kinne soe.
Ik swar/ûnthjit dat ik gegevens dy’t ik as saakkundich lid ta myn foldwaan krij en dêr’t ik fan wit of yn alle ridlikheid fan oannimme moat dat dy in fertroulik karakter hawwe, geheim hâlde sil, útsein as in wetlik foarskrift, likefolle hokker, my ta meidieling ferplichtet of as út myn wurk as saakkundich lid de needsaak ta meidieling folget.
Ik swar/ûnthjit dat ik myn wurk as saakkundich lid earlik, sekuer en ûnpartidich, sûnder ûnderskie te meitsjen tusken persoanen, ferrjochtsje sil en my dêrby hâlde en drage sil sa’t in goed saakkundich lid foeget.
Sa wier helpe my God Almachtich!/Dat ferklearje en ûnthjit ik!
Op........................, waard yn.....................
yn bywêzen fan (1)..............................
troch (2).............................
de boppeneamde eed/belofte ôflein.
(1).............................
(2).............................
Lasten en bevelen dat deze in het staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, kollegien en ambtenaren, aan de naauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen
Bijlage. als bedoeld in de artikelen 48a, vijfde lid, 66, vijfde lid, en 67, vijfde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie
Formulier voor het afleggen van de eed of belofte door een deskundig lid
Ik zweer/beloof dat ik trouw zal zijn aan de Koning, en dat ik de Grondwet en alle overige wetten zal onderhouden en nakomen.
Ik zweer/verklaar dat ik middellijk noch onmiddellijk, onder welke naam of voorwendsel ook, tot het verkrijgen van een benoeming aan iemand iets heb gegeven of beloofd, noch zal geven of beloven.
Ik zweer/verklaar dat ik nimmer enige giften of geschenken hoegenaamd zal aannemen of ontvangen van enig persoon van wie ik weet of vermoed dat hij een rechtsgeding heeft of zal krijgen waarbij ik als deskundig lid betrokken zou kunnen zijn.
Ik zweer/beloof dat ik gegevens waarover ik als deskundig lid de beschikking krijg en waarvan ik het vertrouwelijke karakter ken of redelijkerwijs moet vermoeden, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift mij tot mededeling verplicht of uit mijn werkzaamheden als deskundig lid de noodzaak tot mededeling voortvloeit, geheim zal houden.
Ik zweer/beloof dat ik mijn werkzaamheden als deskundig lid met eerlijkheid, nauwgezetheid en onzijdigheid, zonder aanzien van personen, zal verrichten en mij in deze verrichtingen zal gedragen zoals een goed deskundig lid betaamt.
Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!/Dat verklaar en beloof ik!
Op ........................, werd te .....................
ten overstaan van (1) ..............................
door (2) .............................
de bovenvermelde eed/belofte afgelegd.
(1) .............................
(2) .............................
Wanneer de eed of belofte door een deskundig lid in de Friese taal wordt afgelegd, luidt de tekst van de eed of belofte als volgt:
Wannear’t de eed of belofte troch in saakkundich lid yn de Fryske taal ôflein wurdt, is de tekst fan de eed of belofte lykas folget:
Ik swar/ûnthjit dat ik trou wêze sil oan de Kening, en dat ik de Grûnwet en alle oare wetten ûnderhâlde en neikomme sil.
Ik swar/ferklearje dat ik streekrjocht noch midlik, ûnder wat namme of útwynsel ek, foar it krijen fan in beneaming oan immen eat jûn of tasein haw, noch jaan of tasizze sil.
Ik swar/ferklearje dat ik nea likefolle hokker jeften of geskinken oannimme of ûntfange sil fan hokker persoan dan ek fan wa’t ik wit of tink dat hy in proses hat of krije sil dêr’t ik as saakkundich lid yn behelle wêze kinne soe.
Ik swar/ûnthjit dat ik gegevens dy’t ik as saakkundich lid ta myn foldwaan krij en dêr’t ik fan wit of yn alle ridlikheid fan oannimme moat dat dy in fertroulik karakter hawwe, geheim hâlde sil, útsein as in wetlik foarskrift, likefolle hokker, my ta meidieling ferplichtet of as út myn wurk as saakkundich lid de needsaak ta meidieling folget.
Ik swar/ûnthjit dat ik myn wurk as saakkundich lid earlik, sekuer en ûnpartidich, sûnder ûnderskie te meitsjen tusken persoanen, ferrjochtsje sil en my dêrby hâlde en drage sil sa’t in goed saakkundich lid foeget.
Sa wier helpe my God Almachtich!/Dat ferklearje en ûnthjit ik!
Op........................, waard yn.....................
yn bywêzen fan (1)..............................
troch (2).............................
de boppeneamde eed/belofte ôflein.
(1).............................
(2).............................
Lasten en bevelen dat deze in het staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, kollegien en ambtenaren, aan de naauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 144a
Alle bevoegdheden die naar Nederlands recht toekomen aan de officier van justitie, de advocaat-generaal en het openbaar ministerie, komen toe aan de gedelegeerd Europees aanklager, bedoeld in artikel 13 van de Verordening EOM, ten behoeve van de uitoefening van de taken van het Europees Openbaar Ministerie als bedoeld in artikel 4 van de Verordening EOM.
Artikel 144b
Bij toepassing van artikel 28, vierde lid, van de Verordening EOM heeft de Europese aanklager, bedoeld in artikel 12 van de Verordening EOM, dezelfde bevoegdheden als de gedelegeerd Europese aanklager op grond van artikel 144a.
Artikel 144c
De functie van gedelegeerd Europees aanklager wordt vervuld door een rechterlijk ambtenaar die werkzaam is bij het functioneel parket.
Artikel 144d
Het hoofd van het functioneel parket draagt zorg voor de noodzakelijke voorzieningen voor de gedelegeerd Europees aanklager, bedoeld in artikel 13 van de Verordening EOM, ten behoeve van de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 4 van de Verordening EOM.
Tot de noodzakelijke voorzieningen bedoeld in het eerste lid behoren in ieder geval:
- a. ambtelijke ondersteuning van de gedelegeerd Europese aanklager, en
- b. huisvesting van de gedelegeerd Europese aanklager en de ambtenaren belast met diens ondersteuning.
Het hoofd van het functioneel parket houdt bij de verdeling van werkzaamheden rekening met de werkzaamheden die de ambtenaren die de gedelegeerd Europese aanklager ondersteunen moeten verrichten. Deze ambtenaren zijn wat betreft de uitoefening van hun taken op grond van de Verordening EOM uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de gedelegeerd Europese aanklager.
Artikel 144e
Onze Minister doet namens Nederland de voordracht als bedoeld in artikel 16, eerste lid, en artikel 17, eerste lid, van de Verordening EOM, gehoord het College van procureurs-generaal.
Hoofdstuk 5. De opleiding van rechterlijke ambtenaren
Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen
Bijlage. als bedoeld in de artikelen 48a, vijfde lid, 66, vijfde lid, en 67, vijfde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie
Formulier voor het afleggen van de eed of belofte door een deskundig lid
Ik zweer/beloof dat ik trouw zal zijn aan de Koning, en dat ik de Grondwet en alle overige wetten zal onderhouden en nakomen.
Ik zweer/verklaar dat ik middellijk noch onmiddellijk, onder welke naam of voorwendsel ook, tot het verkrijgen van een benoeming aan iemand iets heb gegeven of beloofd, noch zal geven of beloven.
Ik zweer/verklaar dat ik nimmer enige giften of geschenken hoegenaamd zal aannemen of ontvangen van enig persoon van wie ik weet of vermoed dat hij een rechtsgeding heeft of zal krijgen waarbij ik als deskundig lid betrokken zou kunnen zijn.
Ik zweer/beloof dat ik gegevens waarover ik als deskundig lid de beschikking krijg en waarvan ik het vertrouwelijke karakter ken of redelijkerwijs moet vermoeden, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift mij tot mededeling verplicht of uit mijn werkzaamheden als deskundig lid de noodzaak tot mededeling voortvloeit, geheim zal houden.
Ik zweer/beloof dat ik mijn werkzaamheden als deskundig lid met eerlijkheid, nauwgezetheid en onzijdigheid, zonder aanzien van personen, zal verrichten en mij in deze verrichtingen zal gedragen zoals een goed deskundig lid betaamt.
Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!/Dat verklaar en beloof ik!
Op ........................, werd te .....................
ten overstaan van (1) ..............................
door (2) .............................
de bovenvermelde eed/belofte afgelegd.
(1) .............................
(2) .............................
Wanneer de eed of belofte door een deskundig lid in de Friese taal wordt afgelegd, luidt de tekst van de eed of belofte als volgt:
Wannear’t de eed of belofte troch in saakkundich lid yn de Fryske taal ôflein wurdt, is de tekst fan de eed of belofte lykas folget:
Ik swar/ûnthjit dat ik trou wêze sil oan de Kening, en dat ik de Grûnwet en alle oare wetten ûnderhâlde en neikomme sil.
Ik swar/ferklearje dat ik streekrjocht noch midlik, ûnder wat namme of útwynsel ek, foar it krijen fan in beneaming oan immen eat jûn of tasein haw, noch jaan of tasizze sil.
Ik swar/ferklearje dat ik nea likefolle hokker jeften of geskinken oannimme of ûntfange sil fan hokker persoan dan ek fan wa’t ik wit of tink dat hy in proses hat of krije sil dêr’t ik as saakkundich lid yn behelle wêze kinne soe.
Ik swar/ûnthjit dat ik gegevens dy’t ik as saakkundich lid ta myn foldwaan krij en dêr’t ik fan wit of yn alle ridlikheid fan oannimme moat dat dy in fertroulik karakter hawwe, geheim hâlde sil, útsein as in wetlik foarskrift, likefolle hokker, my ta meidieling ferplichtet of as út myn wurk as saakkundich lid de needsaak ta meidieling folget.
Ik swar/ûnthjit dat ik myn wurk as saakkundich lid earlik, sekuer en ûnpartidich, sûnder ûnderskie te meitsjen tusken persoanen, ferrjochtsje sil en my dêrby hâlde en drage sil sa’t in goed saakkundich lid foeget.
Sa wier helpe my God Almachtich!/Dat ferklearje en ûnthjit ik!
Op........................, waard yn.....................
yn bywêzen fan (1)..............................
troch (2).............................
de boppeneamde eed/belofte ôflein.
(1).............................
(2).............................
Lasten en bevelen dat deze in het staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, kollegien en ambtenaren, aan de naauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)