Wetboek van Koophandel
de feestdagen, de berekening der termijnen en het verbod van respijtdagen (artikelen 171, 171a, 172 en 173).
Eveneens zijn op het orderbriefje toepasselijk de bepalingen betreffende den wisselbrief, betaalbaar bij eenen derde of in een andere plaats dan die van het domicilie van den betrokkene (artikelen 103 en 126), de renteclausule (artikel 104), de verschillen in de vermelding met betrekking tot de som, welke moet worden betaald (artikel 105), de gevolgen van het plaatsen eener handteekening onder de omstandigheden bedoeld in artikel 106, die van de handteekening van eenen persoon, die handelt zonder bevoegdheid of die zijne bevoegdheid overschrijdt (artikel 107), en den wisselbrief in blanco (artikel 109).
Eveneens zijn op het orderbriefje toepasselijk de bepalingen betreffende het aval (artikelen 129-131); indien overeenkomstig hetgeen is bepaald bij artikel 130, laatste lid, het aval niet vermeldt, voor wien het is gegeven, wordt het geacht voor rekening van den onderteekenaar van het orderbriefje te zijn gegeven.
Artikel 177
De onderteekenaar van een orderbriefje is op dezelfde wijze verbonden als de acceptant van eenen wisselbrief.
De orderbriefjes, betaalbaar zekeren tijd na zicht, moeten ter teekening voor "gezien" aan den onderteekenaar worden aangeboden binnen den bij artikel 122 vastgestelden termijn. De zichttermijn loopt van de dagteekening van het visum, hetwelk door den onderteekenaar op het orderbriefje moet worden geplaatst. De weigering van dezen zijn visum te plaatsen, moet worden vastgesteld door een protest (artikel 124), van welks dagteekening de zichttermijn begint te loopen.
titel Zevende. Van chèques, en van promessen en quitantiën aan toonder
afdeeling Eerste. Van de uitgifte en den vorm van de chèque
Artikel 178
De chèque behelst:
- 1°. de benaming "chèque", opgenomen in den tekst zelf en uitgedrukt in de taal, waarin de titel is gesteld;
- 2°. de onvoorwaardelijke opdracht tot betaling van een bepaalde som;
- 3°. den naam van dengene, die betalen moet (betrokkene);
- 4°. de aanwijzing van de plaats, waar de betaling moet geschieden;
- 5°. de vermelding van de dagteekening, alsmede van de plaats, waar de chèque is getrokken;
- 6°. de handteekening van dengene, die de chèque uitgeeft (trekker).
Artikel 179
De titel, waarin ééne der vermeldingen, in het voorgaande artikel aangegeven, ontbreekt, geldt niet als chèque, behoudens in de hieronder genoemde gevallen.
Bij gebreke van een bijzondere aanwijzing, wordt de plaats, aangegeven naast den naam van den betrokkene, geacht te zijn de plaats van betaling. Indien meerdere plaatsen zijn aangegeven naast den naam van den betrokkene, is de chèque betaalbaar op de eerstaangegeven plaats.
Bij gebreke van die aanwijzingen of van iedere andere aanwijzing, is de chèque betaalbaar in de plaats, waar het hoofdkantoor van den betrokkene is gevestigd.
De chèque, welke niet de plaats aanwijst, waar zij is getrokken, wordt geacht te zijn onderteekend in de plaats, aangegeven naast den naam des trekkers.
Artikel 180
De chèque moet worden getrokken op eenen bankier, die fonds onder zich heeft ter beschikking van den trekker, en krachtens een uitdrukkelijke of stilzwijgende overeenkomst, volgens welke de trekker het recht heeft per chèque over dat fonds te beschikken. In geval van niet-inachtneming van die voorschriften blijft de titel echter als chèque geldig.
Artikel 181
De chèque kan niet worden geaccepteerd. Eene vermelding van acceptatie, op de chèque gesteld, wordt voor niet geschreven gehouden.
Artikel 182
De chèque kan betaalbaar worden gesteld:
aan een met name genoemden persoon, met of zonder uitdrukkelijke clausule: "aan order";
aan een met name genoemden persoon, met de clausule: "niet aan order", of een soortgelijke clausule;
aan toonder.
De chèque, betaalbaar gesteld aan een met name genoemden persoon, met de vermelding: "of aan toonder", of een soortgelijke uitdrukking, geldt als chèque aan toonder.
De chèque zonder vermelding van den nemer geldt als chèque aan toonder.
Artikel 183
De chèque kan aan de order van den trekker luiden.
De chèque kan worden getrokken voor rekening van eenen derde. De trekker wordt geacht voor zijn eigene rekening te hebben getrokken, indien uit de chèque of uit den adviesbrief niet blijkt, voor wiens rekening zulks is geschied.
De chèque kan op den trekker zelf getrokken worden.
Artikel 183a
Wanneer de trekker op de chèque de vermelding "waarde ter incasseering", "ter incasso", "in lastgeving" of eenige andere vermelding, met zich brengend een bloote opdracht tot inning, heeft geplaatst, kan de nemer alle uit de chèque voortvloeiende rechten uitoefenen, maar hij kan deze niet anders overdragen dan bijwege van lastgeving.
Bij een zoodanige chèque kunnen de chèqueschuldenaren aan den houder slechts de verweermiddelen tegenwerpen, welke aan den trekker zouden kunnen worden tegengeworpen.
De opdracht, vervat in een incasso-chèque, eindigt niet door dood of latere onbekwaamheid van den lastgever.
Artikel 184
Eene in de chèque opgenomen renteclausule wordt voor niet geschreven gehouden.
Artikel 185
De chèque kan betaalbaar zijn aan de woonplaats van eenen derde, hetzij in de plaats, waar de betrokkene zijn domicilie heeft, hetzij in een andere plaats.
Artikel 186
De chèque, waarvan het bedrag voluit in letters en tevens in cijfers is geschreven, geldt, in geval van verschil, ten beloope van de som, voluit in letters geschreven.
De chèque, waarvan het bedrag meermalen is geschreven, hetzij voluit in letters, hetzij in cijfers, geldt, in geval van verschil, slechts ten beloope van de kleinste som.
Artikel 187
Indien de chèque handteekeningen bevat van personen, die onbekwaam zijn zich door middel van een chèque te verbinden, valsche handteekeningen of handteekeningen van verdichte personen, of handteekeningen, welke, onverschillig om welke andere reden, de personen, die die handteekeningen hebben geplaatst of in wier naam zulks is geschied, niet kunnen verbinden, zijn de verbintenissen der andere personen, wier handteekeningen op de chèque voorkomen, desniettemin geldig.
Artikel 188
Ieder, die zijne handteekening op eene chèque plaatst als vertegenwoordiger van eenen persoon, voor wien hij niet de bevoegdheid had te handelen, is zelf krachtens de chèque verbonden, en heeft, betaald hebbende, dezelfde rechten, als de beweerde vertegenwoordigde zou hebben gehad. Hetzelfde geldt ten aanzien van den vertegenwoordiger, die zijne bevoegdheid heeft overschreden.
Artikel 189
De trekker staat in voor de betaling. Elke clausule, waarbij hij deze verplichting uitsluit, wordt voor niet geschreven gehouden.
Artikel 190
Indien eene chèque, onvolledig ten tijde der uitgifte, is volledig gemaakt in strijd met de aangegane overeenkomsten, kan de niet-naleving van die overeenkomsten niet worden tegengeworpen aan den houder, die de cheque te goeder trouw heeft verkregen.
Artikel 190a
De trekker, of degene voor wiens rekening de chèque is getrokken, is verplicht zorg te dragen dat het noodige fonds tot betaling op den dag der aanbieding in handen van den betrokkene zij, zelfs indien de chèque bij eenen derde is betaalbaar gesteld, onverminderd de verplichting van den trekker overeenkomstig artikel 189.
Artikel 190b
De betrokkene wordt geacht, het noodige fonds in handen te hebben, indien hij bij de aanbieding van de chèque aan den trekker of aan dengene voor wiens rekening is getrokken, een opeischbare som schuldig is, ten minste gelijkstaande met het beloop van de chèque.
afdeeling Tweede. Van de overdracht
Artikel 191
De chèque, die betaalbaar is gesteld aan een met name genoemden persoon met of zonder uitdrukkelijke clausule: "aan order", kan door middel van endossement worden overgedragen.
De chèque, die betaalbaar is gesteld aan een met name genoemden persoon met de clausule: "niet aan order", of een soortgelijke clausule, kan slechts worden overgedragen in den vorm en met de gevolgen van een gewone cessie. Een op zulk een chèque geplaatst endossement geldt als een gewone cessie.
Het endossement kan worden gesteld zelfs ten voordeele van den trekker of van iederen anderen chèqueschuldenaar. Deze personen kunnen de chèque opnieuw endosseeren.
Artikel 192
Het endossement moet onvoorwaardelijk zijn. Elke daarin opgenomen voorwaarde wordt voor niet geschreven gehouden.
Het gedeeltelijke endossement is nietig.
Eveneens is nietig het endossement van den betrokkene.
Het endossement aan toonder geldt als endossement in blanco.
Het endossement aan den betrokkene geldt slechts als kwijting, behoudens wanneer de betrokkene meer kantoren heeft en wanneer het endossement is gesteld ten voordeele van een ander kantoor dan dat, waarop de chèque is getrokken.
Artikel 193
Het endossement moet gesteld worden op de chèque of op een vastgehecht blad (verlengstuk). Het moet worden onderteekend door den endossant.
Het endossement kan den geëndosseerde onvermeld laten, of bestaan uit de enkele handteekening van den endossant (endossement in blanco). In het laatste geval moet het endossement om geldig te zijn, op de rugzijde van de chèque of op het verlengstuk worden gesteld.
Artikel 194
Door het endossement worden alle uit de chèque voortvloeiende rechten overgedragen.
Indien het endossement in blanco is, kan de houder:
- 1°. het blanco invullen, hetzij met zijn eigen naam, hetzij met den naam van een anderen persoon;
- 2°. de chèque wederom in blanco of aan een anderen persoon endosseeren;
- 3°. de chèque aan eenen derde overgeven, zonder het blanco in te vullen, en zonder haar te endosseeren.
Artikel 195
Tenzij het tegendeel bedongen is, staat de endossant in voor de betaling.
Hij kan een nieuw endossement verbieden; in dat geval staat hij tegenover de personen, aan wie de chèque later is geëndosseerd, niet in voor de betaling.
Artikel 196
Hij, die een door endossement overdraagbare chèque onder zich heeft, wordt beschouwd als de rechtmatige houder, indien hij van zijn recht doet blijken door een ononderbroken reeks van endossementen, zelfs indien het laatste endossement in blanco is gesteld. De doorgehaalde endossementen worden te dien aanzien voor niet geschreven gehouden. Wanneer een endossement in blanco door een ander endossement is gevolgd, wordt de onderteekenaar van dit laatste geacht, de chèque door het endossement in blanco verkregen te hebben.
Artikel 197
Een op eene chèque aan toonder voorkomend endossement maakt den endossant verantwoordelijk overeenkomstig de bepalingen betreffende het recht van regres; het maakt overigens den titel niet tot eene chèque aan order.
Artikel 198
Indien iemand, op welke wijze dan ook, het bezit van de chèque heeft verloren, is de houder, in wiens handen de chèque zich bevindt, niet verplicht de chèque af te geven, indien hij deze te goeder trouw heeft verkregen en zulks onverschillig of het betreft eene chèque aan toonder, dan wel een voor endossement vatbare chèque, ten aanzien van welke de houder op de wijze in artikel 196 voorzien van zijn recht doet blijken.
Artikel 199
Zij, die uit hoofde van de chèque worden aangesproken, kunnen de verweermiddelen, gegrond op hun persoonlijke verhouding tot den trekker of tot vroegere houders, niet aan den houder tegenwerpen, tenzij deze bij de verkrijging van de chèque desbewust ten nadeele van den schuldenaar heeft gehandeld.
Artikel 200
Wanneer het endossement de vermelding bevat: "waarde ter incasseering", "ter incasso", "in lastgeving" of eenige andere vermelding, met zich brengend een bloote opdracht tot inning, kan de houder alle uit de chèque voortvloeiende rechten uitoefenen, maar hij kan deze niet anders endosseeren dan bijwege van lastgeving.
De chèqueschuldenaren kunnen in dat geval aan den houder slechts de verweermiddelen tegenwerpen, welke aan den endossant zouden kunnen worden tegengeworpen.
De opdracht, vervat in een incasso-endossement, eindigt niet door den dood of door de latere onbekwaamheid van den lastgever.
Artikel 201
Het endossement, na het protest of de daarmede gelijkstaande verklaring, of na het einde van den aanbiedingstermijn op de chèque gesteld, heeft slechts de gevolgen eener gewone cessie.
Behoudens tegenbewijs, wordt het endossement zonder dagteekening geacht te zijn gesteld vóór het protest of de daarmede gelijkstaande verklaringen, of vóór het verstrijken van den in het voorgaande lid bedoelden termijn.
afdeeling Derde. Van het aval
Artikel 202
De betaling van de chèque kan zoowel voor haar geheele bedrag als voor een gedeelte daarvan door eenen borgtocht (aval) worden verzekerd.
Deze borgtocht kan door eenen derde, behalve door den betrokkene, of zelfs door iemand, wiens handteekening op de chèque voorkomt, worden gegeven.
Artikel 203
Het aval wordt op de chèque of op een verlengstuk gesteld.
Het wordt uitgedrukt door de woorden: "goed voor aval", of door een soortgelijke uitdrukking; het wordt door den avalgever onderteekend.
De enkele handteekening van den avalgever, gesteld op de voorzijde van de chèque, geldt als aval, behalve wanneer de handteekening die is van den trekker.
Het kan ook geschieden bij een afzonderlijk geschrift of bij een brief, vermeldende de plaats, waar het is gegeven.
In het aval moet worden vermeld, voor wien het is gegeven. Bij gebreke hiervan wordt het geacht voor den trekker te zijn gegeven.
Artikel 204
De avalgever is op dezelfde wijze verbonden als degene, voor wien het aval is gegeven.
Zijne verbintenis is geldig, zelfs indien, wegens een andere oorzaak dan een vormgebrek de door hem gewaarborgde verbintenis nietig is.
Door te betalen verkrijgt de avalgever de rechten, welke krachtens de chèque kunnen worden uitgeoefend tegen dengene, voor wien het aval is gegeven en tegen degenen, die tegenover dezen krachtens de chèque verbonden zijn.
afdeeling Vierde. Van de aanbieding en van de betaling
Artikel 205
De chèque is betaalbaar op zicht. Elke vermelding van het tegendeel wordt voor niet geschreven gehouden.
De chèque, die ter betaling wordt aangeboden vóór den dag, vermeld als datum van uitgifte, is betaalbaar op den dag van de aanbieding.
Artikel 206
De chèque, die in hetzelfde land uitgegeven en betaalbaar is, moet binnen den termijn van acht dagen ter betaling worden aangeboden. Indien echter uit de chèque zelve blijkt, dat zij bestemd is om in een ander land te circuleeren, wordt deze termijn verlengd, hetzij tot twintig, hetzij tot zeventig dagen, al naar gelang zij bestemd was in hetzelfde of in een ander werelddeel te circuleeren. Te dien aanzien worden de chèques, uitgegeven en betaalbaar in een land in Europa en bestemd om te circuleeren in een kustland van de Middellandsche Zee of omgekeerd, beschouwd als bestemd om te circuleeren in hetzelfde werelddeel.
De chèque, uitgegeven in het Rijk in Europa en betaalbaar in Nederlandsch-Indië, Suriname of Curaçao, of omgekeerd, moet ter betaling aangeboden worden binnen den tijd van zeventig dagen.
De chèque, die uitgegeven is in een ander land dan dat, waar zij betaalbaar is, moet worden aangeboden binnen een termijn, hetzij van twintig dagen, hetzij van zeventig dagen, naar gelang de plaats van uitgifte en de plaats van betaling gelegen zijn in hetzelfde of in een ander werelddeel.
Te dien aanzien worden de chèques, uitgegeven in een land in Europa en betaalbaar in een kustland van de Middellandsche Zee of omgekeerd, beschouwd als uitgegeven en betaalbaar in hetzelfde werelddeel.
De bovengenoemde termijnen beginnen te loopen van den dag, op de chèque als datum van uitgifte vermeld.
Artikel 207
De dag van uitgifte van eene chèque, getrokken tusschen twee plaatsen met verschillende tijdrekening, wordt herleid tot den overeenkomstigen dag van de tijdrekening van de plaats van betaling.
Artikel 208
De aanbieding aan eene verrekeningskamer geldt als aanbieding ter betaling.
Bij algemeenen maatregel van bestuur zullen de instellingen worden aangewezen, die in den zin van dezen Titel als verrekeningskamers worden beschouwd.
Artikel 209
De herroeping van de chèque is slechts van kracht na het einde van den termijn van aanbieding.
Indien geene herroeping plaats heeft, kan de betrokkene zelfs na het einde van dien termijn betalen.
Artikel 210
Noch de dood van den trekker, noch zijn na de uitgifte opkomende onbekwaamheid zijn van invloed op de gevolgen van de chèque.
Artikel 211
Buiten het geval, in artikel 227a vermeld, kan de betrokkene de chèque betalende, vorderen, dat hem deze, van behoorlijke kwijting van den houder voorzien, wordt uitgeleverd.
De houder mag niet weigeren een gedeeltelijke betaling aan te nemen.
In geval van gedeeltelijke betaling kan de betrokkene vorderen, dat van die betaling op de chèque melding wordt gemaakt en dat hem daarvoor kwijting wordt gegeven.
Artikel 212
De betrokkene, die een door endossement overdraagbare chèque betaalt, is gehouden de regelmatigheid van de reeks van endossementen, maar niet de handteekening der endossanten te onderzoeken.
Indien hij, niet bevrijdend betaald hebbende, verplicht wordt, ten tweede male te betalen, heeft hij verhaal op allen die de cheque niet te goeder trouw hebben verkregen.
Artikel 213
Eene chèque, waarvan de betaling is bedongen in ander geld dan dat van de plaats van betaling, kan binnen den termijn van aanbieding worden betaald in het geld van het land volgens zijne waarde op den dag van betaling. Indien de betaling niet heeft plaats gehad bij de aanbieding, kan de houder te zijner keuze vorderen, dat de chèquesom voldaan wordt in het geld van het land volgens den koers, hetzij van den dag van aanbieding, hetzij van den dag van betaling.
De waarde van het vreemde geld wordt bepaald volgens de gebruiken van de plaats van betaling. De trekker kan echter voorschrijven, dat het te betalen bedrag moet worden berekend volgens een in de chèque voorgeschreven koers.
Het bovenstaande is niet van toepassing, indien de trekker heeft voorgeschreven, dat de betaling moet geschieden in een bepaald aangeduid geld (clausule van werkelijke betaling in vreemd geld).
Indien het bedrag van de chèque is aangegeven in geld, hetwelk dezelfde benaming maar een verschillende waarde heeft in het land van uitgifte en in dat van betaling, wordt men vermoed het geld van de plaats van betaling te hebben bedoeld.
afdeeling Vijfde. Van de gekruiste chèque en van de verrekeningschèque
Artikel 214
De trekker of de houder van eene chèque kan deze kruisen met de in het volgende artikel genoemde gevolgen.
De kruising geschiedt door het plaatsen van twee evenwijdige lijnen op de voorzijde van de chèque. Zij kan algemeen zijn of bijzonder.
De kruising is algemeen, indien zij tusschen de twee lijnen geen enkele aanwijzing bevat, of wel de vermelding: "bankier", of een soortgelijk woord; zij is bijzonder, indien de naam van eenen bankier voorkomt tusschen de twee lijnen.
De algemeene kruising kan worden veranderd in een bijzondere, maar de bijzondere kruising kan niet worden veranderd in een algemeene.
De doorhaling van de kruising of van den naam van den aangewezen bankier wordt geacht niet te zijn geschied.
Artikel 215
Eene chèque met algemeene kruising kan door den betrokkene slechts worden betaald aan eenen bankier of aan eenen cliënt van den betrokkene.
Eene chèque met bijzondere kruising kan door den betrokkene slechts worden betaald aan den aangewezen bankier of, indien deze de betrokkene is, slechts aan een zijner cliënten. Echter kan de aangegeven bankier de chèque ter incasseering aan een anderen bankier overdragen.
Een bankier mag een gekruiste chèque slechts in ontvangst nemen van een van zijne cliënten of van een anderen bankier. Hij mag haar niet innen voor rekening van andere personen dan deze.
Een chèque, welke meer dan één bijzondere kruising draagt, mag door den betrokkene slechts worden betaald, indien er niet meer dan twee kruisingen zijn, waarvan de ééne strekt tot inning door eene verrekeningskamer.
De betrokkene of de bankier, die de bovenstaande bepalingen niet naleeft, is verantwoordelijk voor de schade tot beloop van het bedrag van de chèque.
Artikel 216
De trekker, alsmede de houder van eene chèque, kan verbieden, dat deze in baar geld betaald wordt door op de voorzijde in schuinsche richting te vermelden: "in rekening te brengen", of een soortgelijke uitdrukking op te nemen.
In dat geval mag de chèque den betrokkene slechts aanleiding geven tot eene boeking (rekening-courant, giro of schuldvergelijking). De boeking geldt als betaling.
De doorhaling van de vermelding: "in rekening te brengen" wordt geacht niet te zijn geschied.
De betrokkene, die de bovenstaande bepalingen niet naleeft, is verantwoordelijk voor de schade tot beloop van het bedrag van de chèque.
afdeeling Zesde. Van het recht van regres in geval van non-betaling
Artikel 217
De houder kan zijn recht van regres uitoefenen op de endossanten, den trekker en de andere chèqueschuldenaren, indien de chèque, tijdig aangeboden, niet wordt betaald en indien de weigering van betaling wordt vastgesteld:
- 1°. hetzij door een authentieke akte (protest);
- 2°. hetzij door eene verklaring van den betrokkene, gedagteekend en geschreven op de chèque onder vermelding van den dag van aanbieding;
- 3°. hetzij door een gedagteekende verklaring van eene verrekeningskamer, waarbij vastgesteld wordt, dat de chèque tijdig aangeboden en niet betaald is.
Artikel 217a
Indien de non-betaling van de chèque door protest of een daarmede gelijkstaande verklaring is vastgesteld, is niettemin de trekker, al ware het protest niet in tijds gedaan of de met protest gelijkstaande verklaring niet in tijds afgegeven, tot vrijwaring gehouden, tenzij hij bewees, dat de betrokkene op den dag der aanbieding het noodige fonds tot betaling van de chèque in handen had. Indien het vereischte fonds slechts gedeeltelijk aanwezig was, is de trekker voor het ontbrekende gehouden.
In geval van niet tijdig protest of niet tijdige met protest gelijkstaande verklaring is de trekker, op straffe van tot vrijwaring te zijn gehouden, verplicht, den houder af te staan en over te dragen de vordering op het fonds, dat de betrokkene van hem op den dag der aanbieding heeft in handen gehad, en zulks tot het beloop van de chèque; en hij moet aan den houder, te diens koste, de noodige bewijzen verschaffen om die vordering te doen gelden. Indien de trekker in staat van faillissement is verklaard of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, zijn de curatoren onderscheidenlijk de bewindvoerders in zijnen boedel tot dezelfde verplichtingen gehouden, ten ware deze mochten verkiezen, den houder als schuldeischer, voor het beloop van de chèque, toe te laten.
Artikel 218
Het protest of de daarmede gelijkstaande verklaring moet worden gedaan vóór het einde van den termijn van aanbieding.
Indien de aanbieding plaats heeft op den laatsten dag van den termijn, kan het protest of de daarmede gelijkstaande verklaring op den eerstvolgenden werkdag worden gedaan.
Artikel 218a
De betaling van eene chèque moet gevraagd en het daaropvolgend protest gedaan worden ter woonplaatse van den betrokkene.
Indien de chèque getrokken is om in een andere aangewezen woonplaats of door een anderen aangewezen persoon, hetzij in dezelfde, hetzij in een andere gemeente te worden betaald, moet de betaling gevraagd en het protest opgemaakt worden ter aangewezene woonplaats of aan den aangewezen persoon.
Artikel 54 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 218b
Het protest van non-betaling wordt gedaan door een deurwaarder. Deze kan zich desverkiezende doen vergezellen door een of twee getuigen.
Het protest behelst:
- 1°. een letterlijk afschrift van de chèque, van de endossementen, van het aval en van de adressen daarop gesteld;
- 2°. de vermelding dat zij de betaling aan de personen, of ter plaatse in het voorgaand artikel gemeld, afgevraagd en niet bekomen hebben;
- 3°. de vermelding van de opgegeven reden van non-betaling;
- 4°. de aanmaning om het protest te teekenen, en de redenen van weigering;
- 5°. de vermelding, dat hij, deurwaarder, wegens die non-betaling heeft geprotesteerd.
Indien het protest een vermiste chèque betreft, volstaat, in plaats van het bepaalde onder 1°. van het voorgaande lid, een zoo nauwkeurig mogelijke omschrijving van den inhoud der chèque.
Artikel 218c
De deurwaarders zijn verplicht, op straffe van schadevergoeding, afschrift van het protest te laten, en hiervan melding in het afschrift te maken, en hetzelve, naar orde des tijds, in te schrijven in een bijzonder register, genommerd en gewaarmerkt door de kantonrechter van de rechtbank van het arrondissement waarin hun woonplaats is gelegen, en om wijders, zulks begeerd wordende, een of meer afschriften van het protest aan de belanghebbenden te leveren.
Artikel 219
De houder moet van de non-betaling kennisgeven aan zijnen endossant en aan den trekker binnen de vier werkdagen, volgende op den dag van het protest of de daarmede gelijkstaande verklaring en, indien de chèque getrokken is met de clausule zonder kosten, volgende op dien der aanbieding. Elke endossant moet binnen de twee werkdagen, volgende op den dag van ontvangst der kennisgeving, de door hem ontvangen kennisgeving aan zijnen endossant mededeelen, met aanwijzing van de namen en adressen van degenen, die de voorafgaande kennisgevingen hebben gedaan, en zoo vervolgens, teruggaande tot den trekker. Deze termijnen loopen van de ontvangst der voorafgaande kennisgeving af.
Indien overeenkomstig het voorgaande lid eene kennisgeving is gedaan aan iemand, wiens handteekening op de chèque voorkomt, moet gelijke kennisgeving binnen denzelfden termijn aan diens avalgever worden gedaan.
Indien een endossant zijn adres niet of op onleesbare wijze heeft aangeduid, kan worden volstaan met kennisgeving aan den voorafgaanden endossant.
Hij, die eene kennisgeving heeft te doen, kan zulks doen in iederen vorm, zelfs door enkele terugzending van de chèque.
Hij moet bewijzen, dat hij de kennisgeving binnen den vastgestelden termijn heeft gedaan. Deze termijn wordt gehouden te zijn in acht genomen, wanneer een brief, die de kennisgeving behelst, binnen den genoemden termijn ter post is bezorgd.
Hij, die de kennisgeving niet binnen den bovenvermelden termijn doet, stelt zich niet bloot aan verval van zijn recht, hij is, indien daartoe aanleiding bestaat, verantwoordelijk voor de schade, door zijne nalatigheid veroorzaakt, zonder dat echter de schadevergoeding de chèquesom kan te boven gaan.
Artikel 220
De trekker, een endossant of een avalgever kan door de clausule "zonder kosten", "zonder protest", of een andere soortgelijke op de chèque gestelde en onderteekende clausule, den houder van het opmaken van een protest of een daarmede gelijkstaande verklaring ter uitoefening van zijn recht van regres ontslaan.
Deze clausule ontslaat den houder niet van de aanbieding van de chèque binnen de voorgeschreven termijnen, noch van het doen van de kennisgevingen. Het bewijs van de niet-inachtneming der termijnen moet worden geleverd door dengene, die zich daarop tegenover den houder beroept.
Is de clausule door den trekker gesteld, dan heeft zij gevolgen ten aanzien van allen, wier handteekeningen op de chèque voorkomen; is zij door eenen endossant of door eenen avalgever gesteld, dan heeft zij gevolgen alleen voor dezen endossant of avalgever. Indien de houder, ondanks de door den trekker gestelde clausule, toch de weigering van betaling doet vaststellen door protest of een daarmede gelijkstaande verklaring, zijn de kosten daarvan voor zijne rekening. Indien de clausule van eenen endossant of eenen avalgever afkomstig is, kunnen de kosten van het protest of van de daarmede gelijkstaande verklaring, indien een akte van dien aard is opgesteld, op allen, wier handteekeningen op de chèque voorkomen, worden verhaald.
Artikel 221
Allen, die uit hoofde van eene chèque verbonden zijn, zijn hoofdelijk jegens den houder verbonden. Bovendien is ook de derde, voor wiens rekening de chèque is getrokken en die de waarde daarvoor heeft genoten, jegens den houder aansprakelijk.
De houder kan deze personen, zoowel ieder afzonderlijk, als gezamenlijk, aanspreken, zonder verplicht te zijn de volgorde, waarin zij zich hebben verbonden, in acht te nemen.
Hetzelfde recht komt toe aan ieder, wiens handteekening op de chèque voorkomt en die deze, ter voldoening aan zijnen regresplicht, heeft betaald.
De vordering, ingesteld tegen éénen der chèqueschuldenaren, belet niet de anderen aan te spreken, al hadden dezen zich later verbonden dan de eerst aangesprokene.
Artikel 221a
De houder van eene chèque, waarvan de non-betaling door protest of een daarmede gelijk staande verklaring is vastgesteld, heeft in geen geval eenig recht op het fonds, dat de betrokkene van den trekker in handen heeft.
Bij faillissement van den trekker of indien ten aanzien van hem van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard behooren die penningen aan diens boedel.
Artikel 222
De houder kan van dengene, tegen wien hij zijn recht van regres uitoefent, vorderen:
- 1°. de som van de niet betaalde chèque;
- 2°. de wettelijke rente, te rekenen van de dag der aanbieding, voor chèques die in Nederland uitgegeven en betaalbaar zijn, en een rente van zes ten honderd, te rekenen van de dag der aanbieding, voor alle overige chèques;
- 3°. de kosten van protest of van de daarmede gelijkstaande verklaring, die van de gedane kennisgevingen, alsmede de andere kosten.
Artikel 223
Hij, die ter voldoening aan zijnen regresplicht de chèque heeft betaald, kan van degenen, die tegenover hem regresplichtig zijn, vorderen:
- 1°. het geheele bedrag, dat hij betaald heeft;
- 2°. de wettelijke rente, te rekenen van de dag der betaling, voor chèques die in Nederland uitgegeven en betaalbaar zijn, en een rente van zes ten honderd, te rekenen van de dag der betaling, voor alle overige chèques;
- 3°. de door hem gemaakte kosten.
Artikel 224
Elke chèqueschuldenaar, tegen wien het recht van regres wordt of kan worden uitgeoefend, kan, tegen betaling ter voldoening aan zijnen regresplicht, de afgifte vorderen van de chèque met het protest, of de daarmede gelijkstaande verklaring, alsmede een voor voldaan geteekende rekening.
Elke endossant, die ter voldoening aan zijnen regresplicht, de chèque heeft betaald, kan zijn endossement en dat van de volgende endossanten doorhalen.
Artikel 225
Wanneer de aanbieding van de chèque, het opmaken van het protest, of de daarmede gelijkstaande verklaring, binnen de voorgeschreven termijnen wordt verhinderd door een onoverkomelijk beletsel (wettelijk voorschrift van eenigen Staat of ander geval van overmacht), worden deze termijnen verlengd.
De houder is verplicht van de overmacht onverwijld aan zijnen endossant kennis te geven, en deze kennisgeving, gedagteekend en onderteekend op de chèque of op een verlengstuk te vermelden; voor het overige zijn de bepalingen van artikel 219 toepasselijk.
Na ophouden van de overmacht moet de houder onverwijld de chèque ter betaling aanbieden, en, indien daartoe aanleiding bestaat, de weigering van betaling doen vaststellen door protest of een daarmede gelijkstaande verklaring.
Indien de overmacht meer dan vijftien dagen aanhoudt, te rekenen van den dag, waarop de houder, al ware het vóór het einde van den aanbiedingstermijn, van de overmacht aan zijnen endossant heeft kennis gegeven, kan het recht van regres worden uitgeoefend, zonder dat de aanbieding of het opmaken van protest of de daarmede gelijkstaande verklaring noodig zijn.
Feiten, welke voor den houder of voor dengene, dien hij met de aanbieding van de chèque of met het opmaken van het protest of de daarmede gelijkstaande verklaring belastte, van zuiver persoonlijken aard zijn, worden niet beschouwd als gevallen van overmacht.
afdeeling Zevende. Van chèque-exemplaren en vermiste chèques
Artikel 226
Behoudens de chèques aan toonder, kan elke chèque, uitgegeven in een land en betaalbaar in een ander land of in een overzeesch gebied van hetzelfde land en omgekeerd, of wel uitgegeven en betaalbaar in een zelfde overzeesch gebied of in verschillende overzeesche gebieden van hetzelfde land, in meer gelijkluidende exemplaren worden getrokken. Wanneer eene chèque in meer exemplaren is getrokken, moeten die exemplaren in den tekst zelf van den titel worden genummerd bij gebreke waarvan elk exemplaar wordt beschouwd als een afzonderlijke chèque.
Artikel 227
De betaling op één der exemplaren gedaan, bevrijdt, ook al ware niet bedongen, dat die betaling de kracht der andere exemplaren te niet doet.
De endossant, die de exemplaren aan verschillende personen heeft overgedragen, alsook de latere endossanten, zijn verbonden wegens alle exemplaren, die hunne handteekening dragen en die niet zijn uitgeleverd.
Artikel 227a
Degene die de cheque waarvan hij houder was, vermist, kan met inachtneming van artikel 49, derde lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek van de betrokkene betaling vragen.
Artikel 227b
Degene die een cheque waarvan hij houder was, en welke is vervallen en, zoveel nodig, geprotesteerd, vermist, kan met inachtneming van artikel 49, derde lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek zijn rechten alleen tegen de trekker uitoefenen.
afdeeling Achtste. Van veranderingen
Artikel 228
In geval van verandering van den tekst van eene chèque zijn zij, die daarna hunne handteekeningen op de chèque geplaatst hebben, volgens den veranderden tekst verbonden; zij, die daarvoor hunne handteekeningen op de chèque geplaatst hebben, zijn verbonden volgens den oorspronkelijken tekst.
afdeeling Negende. Van verjaring
Artikel 228a
Behoudens de bepalingen van het volgende artikel gaat schuld uit eene chèque te niet door alle middelen van schuldbevrijding, bij het Burgerlijk Wetboek aangewezen.
Artikel 229
De regresvorderingen van den houder tegen de endossanten, den trekker en de andere chèqueschuldenaren, verjaren door een tijdsverloop van zes maanden, te rekenen van het einde van den termijn van aanbieding.
De regresvorderingen van de verschillende chèqueschuldenaren tegen elkander, die gehouden zijn tot de betaling van eene chèque, verjaren door een tijdsverloop van zes maanden, te rekenen van den dag, waarop de chèqueschuldenaar ter voldoening aan zijnen regresplicht de chèque heeft betaald, of van den dag, waarop hij zelf in rechte is aangesproken.
De in het eerste en tweede lid bedoelde verjaring kan niet worden ingeroepen door den trekker, indien of voor zoover hij geen fonds heeft bezorgd noch door den trekker of de endossanten, die zich ongerechtvaardigd zouden hebben verrijkt; alles onverminderd het bepaalde in artikel 306 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.
Artikel 229a
De stuiting der verjaring is slechts van kracht tegen dengene, ten aanzien van wien de stuitingshandeling heeft plaats gehad.
Op de in het vorige artikel bedoelde verjaringen is artikel 321, eerste lid, onder a-d van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek niet van toepassing; in de gevallen bedoeld in artikel 321, eerste lid, onder b en c, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek heeft de onbekwame of rechthebbende, wiens rechtsvordering is verjaard, verhaal op de wettelijke vertegenwoordiger of bewindvoerder.
afdeeling Tiende. Algemeene bepalingen
Artikel 229abis
Met bankiers, genoemd in de voorafgaande Afdeelingen van dezen Titel worden gelijkgesteld alle personen of instellingen, die in hun werkzaamheid regelmatig gelden ter onmiddellijke beschikking van anderen houden.
Artikel 229b
De aanbieding en het protest van eene chèque kunnen niet plaats hebben dan op eenen werkdag.
Wanneer de laatste dag van den termijn, door de wet gesteld voor het verrichten van handelingen nopens de chèque, met name voor de aanbieding en voor het opmaken van het protest of een daarmede gelijkstaande verklaring, een wettelijke feestdag is, wordt deze termijn verlengd tot den eersten werkdag, volgende op het einde van dien termijn. De tusschenliggende feestdagen zijn begrepen in de berekening van den termijn.
Artikel 229bbis
Als wettelijke feestdag in den zin van deze Afdeeling worden beschouwd de Zondag, de Nieuwjaarsdag, de Christelijke tweede Paasch- en Pinksterdagen, de beide Kerstdagen, de Hemelvaartsdag en de verjaardag van de Koning.
Artikel 229c
In de termijnen, bij de voorafgaande Afdeelingen van dezen Titel voorzien, is niet begrepen de dag, waarop deze termijnen beginnen te loopen.
Artikel 229d
Geen enkele respijtdag, noch wettelijke, noch rechterlijke, is toegestaan.
Artikel 229dbis
Vervallen
afdeeling Elfde. Van quitantiën en promessen aan toonder
Artikel 229e
Quitantiën en promessen aan toonder moeten de juiste dagteekening der oorspronkelijke uitgifte bevatten.
Artikel 229f
De oorspronkelijke uitgever van quitantiën aan toonder, door eenen derde betaalbaar, is jegens iederen houder voor de voldoening aansprakelijk gedurende tien dagen na de dagteekening, die dag niet daaronder begrepen.
Artikel 229g
De verantwoordelijkheid van den oorspronkelijken uitgever blijft echter voortduren, tenzij hij bewees, dat hij, gedurende den bij het vorige artikel bepaalden tijd, fonds ten beloope van het uitgegeven papier bij den persoon, op wien hetzelve is afgegeven, heeft gehad.
De oorspronkelijke uitgever is, op straffe van voortduring van zijne verantwoordelijkheid, verpligt den houder af te staan en over te dragen de vordering op het fonds, dat de persoon, op wien het papier is afgegeven van hem ten vervaldage heeft in handen gehad, en zulks ten beloope van het uitgegeven papier; en hij moet aan den houder, te diens koste, de noodige bewijzen verschaffen om die vordering te doen gelden. Indien de oorspronkelijke uitgever in staat van faillissement is verklaard of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, zijn de curatoren onderscheidenlijk de bewindvoerders in zijnen boedel tot dezelfde verpligtingen gehouden, ten ware deze mogten verkiezen, den houder als schuldeischer, ten beloope van het uitgegeven papier, toe te laten.
Artikel 229h
Buiten den oorspronkelijken uitgever, blijft een ieder die het voormeld papier in betaling heeft gegeven, gedurende den tijd van drie dagen daarna, de dag der uitgifte niet daaronder begrepen, aansprakelijk jegens dengenen die het van hem heeft ontvangen.
Artikel 229i
De houder eener promesse aan toonder is verpligt voldoening te vorderen binnen den tijd van drie dagen na den dag, op welken hij dat papier heeft in betaling genomen, die dag niet daaronder gerekend, en hij moet, bij wanbetaling, binnen een gelijken termijn daarna, de promesse ter intrekking aanbieden aan dengenen die hem dezelve heeft in betaling gegeven, alles op verbeurte van zijn verhaal tegen denzelven, doch onverminderd zijn regt tegen dengenen die de promesse heeft geteekend.
Indien bij de promesse de dag is uitgedrukt op welken dezelve betaalbaar is, begint de termijn van drie dagen eerst te loopen daags na den uitgedrukten betaaldag.
Artikel 229j
Indien de laatste dag van eenigen termijn, waaromtrent in deze Afdeeling eenige bepaling voorkomt, invalt op eenen wettelijken feestdag in den zin van art. 229b bis, blijft de verpligting en verantwoordelijkheid voortduren tot en met den eersten daaropvolgenden dag, welke geen wettelijke feestdag is.
Artikel 229k
Alle regtsvordering tegen de in deze Afdeeling vermelde uitgevers van papier, of tegen hen, die buiten den oorspronkelijken uitgever het papier in betaling hebben gegeven, verjaart door tijdsverloop van zes maanden, te rekenen van den dag der oorspronkelijke uitgifte.
De in het vorig lid bedoelde verjaring kan niet worden ingeroepen door den uitgever, indien of voor zoover hij geen fonds heeft bezorgd noch door den uitgever of door hen, die buiten den oorspronkelijken uitgever het papier in betaling hebben gegeven, voor zoover ze zich ongeregtvaardigd zouden hebben verrijkt; alles onverminderd het bepaalde in artikel 306 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.
Op de in dit artikel genoemde verjaringen is het tweede lid van art. 229a van toepassing.
titel Achtste. Van reclame of terugvordering in geval van faillissement
Artikel 230
Vervallen
Artikel 231
Vervallen
Artikel 232
Vervallen
Artikel 233
Vervallen
Artikel 234
Vervallen
Artikel 235
Vervallen
Artikel 236
Vervallen
Artikel 237
Vervallen
Artikel 238
Vervallen
Artikel 239
Vervallen
Artikel 240
Vervallen
Artikel 241
Vervallen
Artikel 242
Vervallen
Artikel 243
Vervallen
Artikel 244
Vervallen
Artikel 245
Vervallen
titel Negende. Van assurantie of verzekering in het algemeen
Artikel 246
Vervallen
Artikel 247
Vervallen
Artikel 248
Vervallen
Artikel 249
Vervallen
Artikel 250
Vervallen
Artikel 251
Vervallen
Artikel 252
Vervallen
Artikel 253
Vervallen
Artikel 254
Vervallen
Artikel 255
Vervallen
Artikel 256
Vervallen
Artikel 257
Vervallen
Artikel 258
Vervallen
Artikel 259
Vervallen
Artikel 260
Vervallen
Artikel 261
Vervallen
Artikel 262
Vervallen
Artikel 263
Vervallen
Artikel 264
Vervallen
Artikel 265
Vervallen
Artikel 266
Vervallen
Artikel 267
Vervallen
Artikel 268
Vervallen
Artikel 269
Vervallen
Artikel 270
Vervallen
Artikel 271
Vervallen
Artikel 272
Vervallen
Artikel 273
Vervallen
Artikel 274
Vervallen
Artikel 275
Vervallen
Artikel 276
Vervallen
Artikel 277
Vervallen
Artikel 278
Vervallen
Artikel 279
Vervallen
Artikel 280
Vervallen
Artikel 281
Vervallen
Artikel 282
Vervallen
Artikel 283
Vervallen
Artikel 284
Vervallen
Artikel 285
Vervallen
Artikel 286
Vervallen
titel Tiende. Van verzekering tegen de gevaren van brand, tegen die waaraan de voortbrengselen van den landbouw te velde onderhevig zijn, en van levensverzekering
afdeeling Eerste. Van verzekering tegen gevaren van brand
Artikel 287
Vervallen
Artikel 288
Vervallen
Artikel 289
Vervallen
Artikel 290
Vervallen
Artikel 291
Vervallen
Artikel 292
Vervallen
Artikel 293
Vervallen
Artikel 294
Vervallen
Artikel 295
Vervallen
Artikel 296
Vervallen
Artikel 297
Vervallen
Artikel 298
Vervallen
afdeeling Tweede. Van verzekering tegen de gevaren waaraan de voortbrengselen van den landbouw te velde onderhevig zijn
Artikel 299
Vervallen
Artikel 300
Vervallen
Artikel 301
Vervallen
afdeeling Derde. Van levensverzekering
Artikel 302
Vervallen
Artikel 303
Vervallen
Artikel 304
Vervallen
Artikel 305
Vervallen
Artikel 306
Vervallen
Artikel 307
Vervallen
Artikel 308
Vervallen
Boek Tweede. Van de regten en verpligtingen uit scheepvaart voortspruitende
Algemeene Bepaling
Artikel 309
De betekenis van begrippen voorkomende in Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, met uitzondering van die voorkomende in de artikelen 5, 6, 7 en 10, geldt evenzeer voor dit wetboek.
titel Eerste. Van zeeschepen
Artikel 310
In de eerste tot en met derde titel van dit boek worden onder schepen uitsluitend verstaan zeeschepen.
Artikel 311
Vervallen
Artikel 311a
Vervallen
Artikel 311b
Vervallen
Artikel 312
Vervallen
Artikel 313
Vervallen
Artikel 314
Vervallen
Artikel 315
Vervallen
Artikel 316
Vervallen
Artikel 317
Vervallen
Artikel 318
Vervallen
Artikel 318a
Vervallen
Artikel 318b
Vervallen
Artikel 318c
Vervallen
Artikel 318d
Vervallen
Artikel 318e
Vervallen
Artikel 318f
Vervallen
Artikel 318g
Vervallen
Artikel 318h
Vervallen
Artikel 318i
Vervallen
Artikel 318j
Vervallen
Artikel 318k
Vervallen
Artikel 318l
Vervallen
Artikel 318m
Vervallen
Artikel 318n
Vervallen
Artikel 318o
Vervallen
Artikel 318p
Vervallen
Artikel 318q
Vervallen
Artikel 318r
Vervallen
Artikel 318s
Vervallen
Artikel 318t
Vervallen
Artikel 318u
Vervallen
Artikel 318v
Vervallen
Artikel 319
Vervallen
Artikel 319a
Vervallen
Artikel 319b
Vervallen
titel Tweede
Artikel 320
Vervallen
Artikel 321
Vervallen
Artikel 322
Vervallen
Artikel 323
Vervallen
Artikel 324
Vervallen
Artikel 325
Vervallen
Artikel 326
Vervallen
Artikel 327
Vervallen
Artikel 328
Vervallen
Artikel 329
Vervallen
Artikel 330
Vervallen
Artikel 331
Vervallen
Artikel 332
Vervallen
Artikel 333
Vervallen
Artikel 334
Vervallen
Artikel 335
Vervallen
Artikel 336
Vervallen
Artikel 337
Vervallen
Artikel 338
Vervallen
Artikel 339
Vervallen
Artikel 340
Vervallen
Artikel 340a
Vervallen
Artikel 340b
Vervallen
Artikel 340c
Vervallen
Artikel 340d
Vervallen
Artikel 340e
Vervallen
Artikel 340f
Vervallen
Artikel 340g
Vervallen
titel Derde. Van den kapitein
Artikel 341
Onder opvarenden worden in dezen titel verstaan allen, die zich aan boord bevinden, buiten den kapitein.
Artikel 341a
Vervallen
Artikel 341b
Vervallen
Artikel 342
De kapitein is verplicht met zoodanige bekwaamheid en nauwgezetheid en met zoodanig beleid te handelen als voor eene behoorlijke vervulling zijner taak noodig is.
Artikel 343
De kapitein is verplicht de gebruikelijke regels en de bestaande voorschriften ter verzekering van de zeewaardigheid en de veiligheid van het schip, van de veiligheid der opvarenden en der zaken aan boord, met nauwgezetheid op te volgen.
Hij onderneemt de reis niet, tenzij het schip tot het volvoeren daarvan geschikt, naar behooren uitgerust en voldoende bemand is.
Artikel 344
De kapitein is verplicht overal waar de wet, de gewoonte of de voorzichtigheid dit gebiedt, zich van een loods te bedienen.
Artikel 345
De kapitein mag gedurende de vaart of bij dreigend gevaar het schip niet verlaten, tenzij zijne afwezigheid volstrekt noodzakelijk is of de zorg voor lijfsbehoud hem daartoe dwingt.
Artikel 346
Vervallen
Artikel 347
De kapitein moet aan boord voorzien zijn van:
den zeebrief, den meetbrief en een uittreksel uit de registratie voor schepen als bedoeld in artikel 101, eerste lid, van de Kadasterwet vermeldende tenminste de gegevens, bedoeld in artikel 85, tweede lid, onder a, c, d, e, f, g en j, van die wet, alsmede de gegevens omtrent niet doorgehaalde voorlopige aantekeningen, met dien verstande dat, ingeval dat uittreksel meer dan één dag vóór die van het laatste vertrek van het schip uit een Nederlandse haven is afgegeven, op dat uittreksel een verklaring van de bewaarder van het kadaster en de openbare registers moet voorkomen dat sedert de afgifte de op dat uittreksel vermelde gegevens blijkens de stukken, ingeschreven in de desbetreffende openbare registers tot op de dag vóór die van het vertrek, geen wijziging hebben ondergaan;
het manifest der lading, de charter-partij en de cognossementen, dan wel afschriften van die stukken;
de Nederlandsche wetten en reglementen op de reis van toepassing, en alle verdere noodige papieren.
Ten aanzien van de charter-partij en de cognossementen geldt deze verplichting niet in de door Ons te omschrijven omstandigheden.
Artikel 348
De kapitein zorgt, dat aan boord een scheepsdagboek (dagregister of journaal) wordt gehouden, waarin alles van eenig belang, dat op de reis voorvalt, nauwkeurig wordt opgeteekend.
De kapitein van een schip, dat door mechanische kracht wordt voortbewogen, zorgt bovendien, dat door een lid van het machinekamer-personeel een machine-dagboek wordt gehouden.
Artikel 349
Op Nederlandse schepen mogen alleen dagboeken in gebruik worden genomen, welke blad voor blad zijn genummerd.
De dagboeken worden, zo mogelijk, dagelijks bijgehouden, gedagtekend en door de kapitein en de zeevarende, die hij met het houden van het boek heeft belast, ondertekend.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het inrichten van de dagboeken.
Artikel 350
De kapitein, de eigenaar en de rompbevrachter zijn verplicht aan belanghebbenden op hunne aanvrage inzage en, tegen betaling van de kosten, afschrift van de dagboeken te geven.
Artikel 351
Wanneer de kapitein zich in zaken van aanbelang met leden van de bemanning heeft beraden, wordt van de hem gegeven adviezen in het scheepsdagboek melding gemaakt.
Artikel 352
Vervallen
Artikel 353
Na aankomst in een haven kan de kapitein door een notaris eene scheepsverklaring doen opmaken omtrent de voorvallen der reis.
Indien het schip of de zaken aan boord schade hebben geleden of eenig buitengewoon voorval heeft plaats gehad, is de kapitein verplicht binnen 48 uren na aankomst, in de plaats van aankomst of in een nabijgelegen plaats althans eene voorloopige verklaring te doen opmaken. Eene voorloopige verklaring moet binnen acht dagen door eene volledige verklaring worden gevolgd.
De kapitein heeft zich te wenden in het Koninkrijk buiten Europa tot het bevoegde gezag en buiten het Koninkrijk tot den Nederlandschen consulairen ambtenaar of, bij ontstentenis van zoodanigen ambtenaar, tot het bevoegde gezag.
De notaris is verplicht van scheepsverklaringen tegen betaling der kosten afschrift uit te reiken aan ieder die het verlangt.
Artikel 354
Bij het berekenen van de in artikel 353 genoemde wettelijke termijn tellen de Zondag en de daarmede gelijkgestelde dagen en, in het buitenland, de aldaar algemeen erkende wettelijke feestdagen niet mede.
Met den Zondag worden gelijkgesteld de Nieuwjaarsdag, de Christelijke tweede Paasch- en Pinksterdagen, de beide Kerstdagen en de Hemelvaartsdag.
Artikel 355
De door den kapitein aan te wijzen zeevarenden zijn verplicht bij het opmaken van de scheepsverklaring hunne medewerking te verleenen door van hunne bevinding verklaring af te leggen.
Artikel 356
De beoordeeling van de bewijskracht van scheepsdagboeken en scheepsverklaringen, ten aanzien van de daarin vermelde voorvallen der reis, is voor ieder geval aan den rechter overgelaten.
Artikel 357
De kapitein is bevoegd, indien dit tot behoud van schip of lading noodzakelijk is, scheepstoebehooren en bestanddeelen van de lading zoowel over boord te werpen als te verbruiken.
Artikel 358
De kapitein is in geval van nood gedurende de reis bevoegd, levensmiddelen, welke in het bezit zijn van opvarenden of tot de lading behooren, tegen schadevergoeding tot zich te nemen, ten einde die te verbruiken in het belang van allen die zich aan boord bevinden.
Artikel 358a
De kapitein is verplicht aan personen, die in gevaar verkeeren, en in het bijzonder, als zijn schip bij eene aanvaring betrokken is geweest, aan de andere daarbij betrokken schepen en de personen, die zich aan boord dier schepen bevinden, de hulp te verleenen, waartoe hij bij machte is, zonder zijn eigen schip en de opvarenden daarvan aan ernstig gevaar bloot te stellen.
Hij is bovendien verplicht, voor zooverre hem dit mogelijk is, aan de andere bij de aanvaring betrokken schepen op te geven den naam van zijn schip, van de haven waar het thuis behoort en van de havens van waar het komt en waarheen het bestemd is.
Niet-nakoming van deze verplichtingen door den kapitein geeft geen aanspraak tegen hem, die uit welken hoofde dan ook verantwoordelijk is voor het optreden van de kapitein.
Artikel 358b
De kapitein van een Nederlandsch, naar Nederland bestemd schip, in eene buitenlandsche haven vertoevend, is verplicht, zich daar bevindende, hulpbehoevende Nederlandsche zeelieden, voorzoover aan boord voor hen plaats is, op verlangen van den Nederlandschen consulairen ambtenaar of, waar deze ontbreekt, van de plaatselijke overheid, naar Nederland over te brengen.
De kosten hiervan zijn voor rekening van den Staat. De vaststelling dier kosten geschiedt op den grondslag door Ons te bepalen.
Artikel 359
De kapitein heeft de zorg voor alles wat met het beladen en het lossen van het schip in verband staat, voor zooverre niet andere personen daarmee zijn belast.
Artikel 360
Vervallen
Artikel 361
Vervallen
Artikel 362
Vervallen
Artikel 363
Vervallen
Artikel 364
Vervallen
Artikel 365
Vervallen
Artikel 366
Vervallen
Artikel 367
De kapitein, vernemende dat de vlag, waaronder hij vaart, onvrij is geworden, is verplicht in de meest in de nabijheid gelegen onzijdige haven binnen te loopen en aldaar te blijven liggen, totdat hij op veilige wijze kan vertrekken of van hem die daartoe bevoegd is stellige orders om te vertrekken heeft ontvangen.
Artikel 368
Indien den kapitein blijkt, dat de haven, waarheen het schip is bestemd, wordt geblokkeerd, is hij verplicht in de meest geschikte in de nabijheid gelegen haven binnen te loopen.
Artikel 369
Vervallen
Artikel 370
De kapitein mag van den koers, welken hij moet volgen, afwijken ter redding van menschenlevens.
Artikel 371
Vervallen
Artikel 371a
Indien gedurende de reis iemand aan boord wordt ontdekt, die niet in het bezit is van een geldig reisbiljet en niet bereid of niet in staat is op eerste aanmaning van den kapitein vracht te betalen, heeft deze het recht hem aan boord werk te laten verrichten, waartoe hij in staat is, en hem bij de eerste gelegenheid die zich voordoet van boord te verwijderen.
Artikel 372
Noch de kapitein, noch een opvarende mag voor eigen rekening goederen in het schip vervoeren, tenzij krachtens overeenkomst met of verlof van de eigenaar en, indien het schip is vervracht, ook van den bevrachter.
Artikel 373
Vervallen
Artikel 374
Artikel 347, het tweede lid van artikel 348 en artikel 349, eerste lid, zijn niet van toepassing op zeevissersschepen.
Aan boord moeten aanwezig zijn een uittreksel uit de registratie voor schepen als bedoeld in artikel 101, eerste lid, van de Kadasterwet vermeldende tenminste de gegevens, bedoeld in artikel 85, tweede lid, onder a, c, d, e, f, g en j, van die wet, alsmede de gegevens omtrent niet doorgehaalde voorlopige aantekeningen, welk uittreksel op een zodanig tijdstip moet zijn afgegeven door de bewaarder van het kadaster en de openbare registers dat de daarin vermelde gegevens overeenstemmen met die welke in de registratie voor schepen ten aanzien van het betrokken schip staan vermeld ten tijde van het uitvaren van dat schip, en de wetten en reglementen op deze schepen van toepassing.
Artikel 375
Vervallen
Artikel 376
Vervallen
Artikel 377
Vervallen
Artikel 378
Vervallen
Artikel 379
Vervallen
Artikel 380
Vervallen
Artikel 381
Vervallen
Artikel 382
Vervallen
Artikel 383
Vervallen
Artikel 384
Vervallen
Artikel 385
Vervallen
Artikel 386
Vervallen
Artikel 387
Vervallen
Artikel 388
Na afloop van eene reis is de kapitein verplicht de scheepspapieren aan de werkgever af te geven tegen ontvangstbewijs.
Artikel 389
Vervallen
Artikel 390
Vervallen
Artikel 391
Vervallen
Artikel 392
Vervallen
Artikel 392a
Vervallen
titel Vierde. Van de schepelingen
§ 1. Algemeene bepalingen
Artikel 393
Vervallen
Artikel 394
Vervallen
Artikel 395
Vervallen
§ 2. Van de arbeidsovereenkomst tot de vaart ter zee
Artikel 396
Vervallen
Artikel 397
Vervallen
Artikel 398
Vervallen
Artikel 399
Vervallen
Artikel 400
Vervallen
Artikel 401
Vervallen
Artikel 402
Vervallen
Artikel 403
Vervallen
Artikel 404
Vervallen
Artikel 405
Vervallen
Artikel 406
Vervallen
Artikel 407
Vervallen
Artikel 408
Vervallen
Artikel 409
Vervallen
Artikel 410
Vervallen
Artikel 411
Vervallen
Artikel 412
Vervallen
Artikel 413
Vervallen
Artikel 414
Vervallen
Artikel 415
Vervallen
Artikel 415a
Vervallen
Artikel 415b
Vervallen
Artikel 415c
Vervallen
Artikel 415d
Vervallen
Artikel 415e
Vervallen
Artikel 415f
Vervallen
Artikel 415g
Vervallen
Artikel 415h
Vervallen
Artikel 415i
Vervallen
Artikel 416
Vervallen
Artikel 417
Vervallen
Artikel 418
Vervallen
Artikel 419
Vervallen
Artikel 420
Vervallen
Artikel 421
Vervallen
Artikel 422
Vervallen
Artikel 423
Vervallen
Artikel 424
Vervallen
Artikel 425
Vervallen
Artikel 426
Vervallen
Artikel 427
Vervallen
Artikel 428
Vervallen
Artikel 429
Vervallen
Artikel 430
Vervallen
Artikel 431
Vervallen
Artikel 432
Vervallen
Artikel 433
Vervallen
Artikel 434
Vervallen
Artikel 435
Vervallen
Artikel 436
Vervallen
Artikel 437
Vervallen
Artikel 438
Vervallen
Artikel 439
Vervallen
Artikel 440
Vervallen
Artikel 441
Vervallen
Artikel 442
Vervallen
Artikel 443
Vervallen
Artikel 444
Vervallen
Artikel 445
Vervallen
Artikel 446
Vervallen
Artikel 447
Vervallen
Artikel 448
Vervallen
Artikel 449
Vervallen
Artikel 450
Vervallen
Artikel 450a
Vervallen
Artikel 450aa
Vervallen
Artikel 450b
Vervallen
Artikel 450c
Vervallen
Artikel 450d
Vervallen
§ 3. Van de monsterrol en het monsterboekje
Artikel 450e
Vervallen
Artikel 451
Vervallen
Artikel 451a
Vervallen
Artikel 451b
Vervallen
Artikel 451c
Vervallen
Artikel 451d
Vervallen
Artikel 451e
Vervallen
Artikel 451f
Vervallen
Artikel 451g
Vervallen
Artikel 451h
Vervallen
Artikel 451i
Vervallen
Artikel 451j
Vervallen
§ 4. Van de schepelingen ter visscherij
Artikel 452
Vervallen
§ 5. Van de schepelingen ter zeevisserij die een arbeidsovereenkomst met de zeewerkgever hebben gesloten
Artikel 452a
Vervallen
Artikel 452b
Vervallen
Artikel 452c
Vervallen
Artikel 452d
Vervallen
Artikel 452e
Vervallen
Artikel 452f
Vervallen
Artikel 452g
Vervallen
Artikel 452h
Vervallen
Artikel 452i
Vervallen
Artikel 452j
Vervallen
Artikel 452k
Vervallen
Artikel 452l
Vervallen
Artikel 452m
Vervallen
Artikel 452n
Vervallen
Artikel 452o
Vervallen
Artikel 452p
Vervallen
§ 6. Van de kapitein en de schepelingen ter zeevisserij die een maatschapsovereenkomst hebben gesloten
Artikel 452q
Vervallen
Artikel 452r
Vervallen
Artikel 452s
Vervallen
Artikel 452t
Vervallen
Artikel 452u
Vervallen
Artikel 452v
Vervallen
Artikel 452w
Vervallen
titel Vijfde. Van vervrachting en bevrachting van schepen
§ 1. Algemeene bepalingen
Artikel 453
Vervallen
Artikel 454
Vervallen
Artikel 455
Vervallen
Artikel 456
Vervallen
Artikel 457
Vervallen
Artikel 458
Vervallen
Artikel 459
Vervallen
Artikel 459a
Vervallen
§ 2. Tijd-bevrachting
Artikel 460
Vervallen
Artikel 461
Vervallen
Artikel 462
Vervallen
Artikel 463
Vervallen
Artikel 464
Vervallen
Artikel 465
Vervallen
Vijfde titel A. Van het vervoer van goederen
§ 1. Algemeene bepalingen
Artikel 466
Vervallen
Artikel 467
Vervallen
Artikel 467a
Vervallen
Artikel 468
Vervallen
Artikel 469
Vervallen
Artikel 469a
Vervallen
Artikel 469b
Vervallen
Artikel 470
Vervallen
Artikel 470a
Vervallen
Artikel 471
Vervallen
Artikel 472
Vervallen
Artikel 473
Vervallen
Artikel 473a
Vervallen
Artikel 474
Vervallen
Artikel 475
Vervallen
Artikel 476
Vervallen
Artikel 477
Vervallen
Artikel 478
Vervallen
Artikel 479
Vervallen
Artikel 480
Vervallen
Artikel 481
Vervallen
Artikel 482
Vervallen
Artikel 483
Vervallen
Artikel 484
Vervallen
Artikel 485
Vervallen
Artikel 486
Vervallen
Artikel 487
Vervallen
Artikel 488
Vervallen
Artikel 489
Vervallen
Artikel 490
Vervallen
Artikel 491
Vervallen
Artikel 492
Vervallen
Artikel 493
Vervallen
Artikel 494
Vervallen
Artikel 495
Vervallen
Artikel 496
Vervallen
Artikel 497
Vervallen
Artikel 498
Vervallen
Artikel 499
Vervallen
Artikel 500
Vervallen
Artikel 501
Vervallen
Artikel 502
Vervallen
Artikel 503
Vervallen
Artikel 504
Vervallen
Artikel 505
Vervallen
Artikel 506
Vervallen
Artikel 507
Vervallen
Artikel 508
Vervallen
Artikel 509
Vervallen
Artikel 510
Vervallen
Artikel 511
Vervallen
Artikel 512
Vervallen
Artikel 513
Vervallen
Artikel 513a
Vervallen
Artikel 514
Vervallen
Artikel 515
Vervallen
Artikel 516
Vervallen
Artikel 517
Vervallen
Artikel 517a
Vervallen
Artikel 517b
Vervallen
Artikel 517c
Vervallen
Artikel 517d
Vervallen
§ 2. Vaste lijnen
Artikel 517e
Vervallen
Artikel 517f
Vervallen
Artikel 517g
Vervallen
Artikel 517h
Vervallen
Artikel 517i
Vervallen
Artikel 517j
Vervallen
Artikel 517k
Vervallen
Artikel 517l
Vervallen
Artikel 517m
Vervallen
Artikel 517n
Vervallen
Artikel 517o
Vervallen
Artikel 517p
Vervallen
Artikel 517q
Vervallen
Artikel 517r
Vervallen
Artikel 517s
Vervallen
Artikel 517t
Vervallen
Artikel 517u
Vervallen
Artikel 517ubis
Vervallen
Artikel 517v
Vervallen
Artikel 517w
Vervallen
Artikel 517x
Vervallen
Artikel 517ij
Vervallen
§ 3. Tijd-bevrachting
Artikel 517z
Vervallen
Artikel 518
Vervallen
Artikel 518a
Vervallen
Artikel 518b
Vervallen
Artikel 518c
Vervallen
Artikel 518d
Vervallen
Artikel 518e
Vervallen
Artikel 518f
Vervallen
Artikel 518g
Vervallen
§ 4. Reis-bevrachting
Artikel 518h
Vervallen
Artikel 518i
Vervallen
Artikel 518j
Vervallen
Artikel 518k
Vervallen
Artikel 518l
Vervallen
Artikel 518m
Vervallen
Artikel 518n
Vervallen
Artikel 518o
Vervallen
Artikel 518p
Vervallen
Artikel 518q
Vervallen
Artikel 518r
Vervallen
Artikel 518s
Vervallen
Artikel 518t
Vervallen
Artikel 518u
Vervallen
Artikel 518v
Vervallen
Artikel 518w
Vervallen
Artikel 518x
Vervallen
Artikel 518ij
Vervallen
Artikel 518z
Vervallen
Artikel 519
Vervallen
Artikel 519a
Vervallen
Artikel 519b
Vervallen
Artikel 519c
Vervallen
Artikel 519d
Vervallen
Artikel 519e
Vervallen
Artikel 519f
Vervallen
Artikel 519g
Vervallen
Artikel 519h
Vervallen
Artikel 519i
Vervallen
Artikel 519j
Vervallen
Artikel 519k
Vervallen
Artikel 519l
Vervallen
Artikel 519m
Vervallen
Artikel 519n
Vervallen
Artikel 519o
Vervallen
Artikel 519p
Vervallen
Artikel 519q
Vervallen
Artikel 519r
Vervallen
Artikel 519s
Vervallen
Artikel 519t
Vervallen
Artikel 519u
Vervallen
Artikel 519v
Vervallen
Artikel 519w
Vervallen
Artikel 519x
Vervallen
Artikel 519ij
Vervallen
Artikel 519z
Vervallen
Artikel 520
Vervallen
Artikel 520a
Vervallen
Artikel 520abis
Vervallen
Artikel 520b
Vervallen
Artikel 520c
Vervallen
Artikel 520d
Vervallen
Artikel 520e
Vervallen
Artikel 520f
Vervallen
§ 5. Vervoer van stukgoederen
Artikel 520g
Vervallen
Artikel 520h
Vervallen
Artikel 520i
Vervallen
Artikel 520j
Vervallen
Artikel 520k
Vervallen
Artikel 520l
Vervallen
Artikel 520m
Vervallen
Artikel 520n
Vervallen
Artikel 520o
Vervallen
Artikel 520p
Vervallen
Artikel 520q
Vervallen
Artikel 520r
Vervallen
Artikel 520s
Vervallen
Artikel 520t
Vervallen
Vijfde titel B. Van het vervoer van personen
§ 1. Algemeene bepalingen
Artikel 521
Vervallen
Artikel 522
Vervallen
Artikel 523
Vervallen
Artikel 524
Vervallen
Artikel 524a
Vervallen
Artikel 524b
Vervallen
Artikel 525
Vervallen
Artikel 526
Vervallen
Artikel 527
Vervallen
Artikel 528
Vervallen
Artikel 529
Vervallen
Artikel 530
Vervallen
Artikel 531
Vervallen
Artikel 532
Vervallen
Artikel 533
Vervallen
Artikel 533a
Vervallen
Artikel 533b
Vervallen
Artikel 533c
Vervallen
§ 2. Vaste lijnen
Artikel 533d
Vervallen
Artikel 533e
Vervallen
Artikel 533f
Vervallen
Artikel 533g
Vervallen
Artikel 533h
Vervallen
Artikel 533i
Vervallen
Artikel 533j
Vervallen
Artikel 533k
Vervallen
Artikel 533l
Vervallen
Artikel 533m
Vervallen
Artikel 533mbis
Vervallen
§ 3. Tijd-bevrachting
Artikel 533n
Vervallen
Artikel 533o
Vervallen
Artikel 533p
Vervallen
§ 4. Reis-bevrachting
Artikel 533q
Vervallen
Artikel 533r
Vervallen
Artikel 533s
Vervallen
Artikel 533t
Vervallen
Artikel 533u
Vervallen
§ 5. Vervoer van enkele personen
Artikel 533v
Vervallen
Artikel 533w
Vervallen
Artikel 533x
Vervallen
Artikel 533ij
Vervallen
Artikel 533z
Vervallen
titel Zesde. Van aanvaring
Artikel 534
Vervallen
Artikel 535
Vervallen
Artikel 536
Vervallen
Artikel 536a
Vervallen
Artikel 537
Vervallen
Artikel 538
Vervallen
Artikel 539
Vervallen
Artikel 540
Vervallen
Artikel 541
Vervallen
Artikel 542
Vervallen
Artikel 543
Vervallen
Artikel 544
Vervallen
Artikel 544a
Vervallen
titel Zevende. Van hulp en berging
Artikel 545
Vervallen
Artikel 546
Vervallen
Artikel 547
Vervallen
Artikel 548
Vervallen
Artikel 549
Vervallen
Artikel 550
Vervallen
Artikel 551
Vervallen
Artikel 552
Vervallen
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)