Wetboek van Koophandel

Type Wet
Publication 2025-07-01
State In force
Source BWB
artikelen 1332
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

de feestdagen, de berekening der termijnen en het verbod van respijtdagen (artikelen 171, 171a, 172 en 173).

2.

Eveneens zijn op het orderbriefje toepasselijk de bepalingen betreffende den wisselbrief, betaalbaar bij eenen derde of in een andere plaats dan die van het domicilie van den betrokkene (artikelen 103 en 126), de renteclausule (artikel 104), de verschillen in de vermelding met betrekking tot de som, welke moet worden betaald (artikel 105), de gevolgen van het plaatsen eener handteekening onder de omstandigheden bedoeld in artikel 106, die van de handteekening van eenen persoon, die handelt zonder bevoegdheid of die zijne bevoegdheid overschrijdt (artikel 107), en den wisselbrief in blanco (artikel 109).

3.

Eveneens zijn op het orderbriefje toepasselijk de bepalingen betreffende het aval (artikelen 129-131); indien overeenkomstig hetgeen is bepaald bij artikel 130, laatste lid, het aval niet vermeldt, voor wien het is gegeven, wordt het geacht voor rekening van den onderteekenaar van het orderbriefje te zijn gegeven.

Artikel 177
1.

De onderteekenaar van een orderbriefje is op dezelfde wijze verbonden als de acceptant van eenen wisselbrief.

2.

De orderbriefjes, betaalbaar zekeren tijd na zicht, moeten ter teekening voor "gezien" aan den onderteekenaar worden aangeboden binnen den bij artikel 122 vastgestelden termijn. De zichttermijn loopt van de dagteekening van het visum, hetwelk door den onderteekenaar op het orderbriefje moet worden geplaatst. De weigering van dezen zijn visum te plaatsen, moet worden vastgesteld door een protest (artikel 124), van welks dagteekening de zichttermijn begint te loopen.

titel Zevende. Van chèques, en van promessen en quitantiën aan toonder

afdeeling Eerste. Van de uitgifte en den vorm van de chèque

Artikel 178

De chèque behelst:

  • 1°. de benaming "chèque", opgenomen in den tekst zelf en uitgedrukt in de taal, waarin de titel is gesteld;
  • 2°. de onvoorwaardelijke opdracht tot betaling van een bepaalde som;
  • 3°. den naam van dengene, die betalen moet (betrokkene);
  • 4°. de aanwijzing van de plaats, waar de betaling moet geschieden;
  • 5°. de vermelding van de dagteekening, alsmede van de plaats, waar de chèque is getrokken;
  • 6°. de handteekening van dengene, die de chèque uitgeeft (trekker).
Artikel 179
1.

De titel, waarin ééne der vermeldingen, in het voorgaande artikel aangegeven, ontbreekt, geldt niet als chèque, behoudens in de hieronder genoemde gevallen.

2.

Bij gebreke van een bijzondere aanwijzing, wordt de plaats, aangegeven naast den naam van den betrokkene, geacht te zijn de plaats van betaling. Indien meerdere plaatsen zijn aangegeven naast den naam van den betrokkene, is de chèque betaalbaar op de eerstaangegeven plaats.

3.

Bij gebreke van die aanwijzingen of van iedere andere aanwijzing, is de chèque betaalbaar in de plaats, waar het hoofdkantoor van den betrokkene is gevestigd.

4.

De chèque, welke niet de plaats aanwijst, waar zij is getrokken, wordt geacht te zijn onderteekend in de plaats, aangegeven naast den naam des trekkers.

Artikel 180

De chèque moet worden getrokken op eenen bankier, die fonds onder zich heeft ter beschikking van den trekker, en krachtens een uitdrukkelijke of stilzwijgende overeenkomst, volgens welke de trekker het recht heeft per chèque over dat fonds te beschikken. In geval van niet-inachtneming van die voorschriften blijft de titel echter als chèque geldig.

Artikel 181

De chèque kan niet worden geaccepteerd. Eene vermelding van acceptatie, op de chèque gesteld, wordt voor niet geschreven gehouden.

Artikel 182
1.

De chèque kan betaalbaar worden gesteld:

aan een met name genoemden persoon, met of zonder uitdrukkelijke clausule: "aan order";

aan een met name genoemden persoon, met de clausule: "niet aan order", of een soortgelijke clausule;

aan toonder.

2.

De chèque, betaalbaar gesteld aan een met name genoemden persoon, met de vermelding: "of aan toonder", of een soortgelijke uitdrukking, geldt als chèque aan toonder.

3.

De chèque zonder vermelding van den nemer geldt als chèque aan toonder.

Artikel 183
1.

De chèque kan aan de order van den trekker luiden.

2.

De chèque kan worden getrokken voor rekening van eenen derde. De trekker wordt geacht voor zijn eigene rekening te hebben getrokken, indien uit de chèque of uit den adviesbrief niet blijkt, voor wiens rekening zulks is geschied.

3.

De chèque kan op den trekker zelf getrokken worden.

Artikel 183a
1.

Wanneer de trekker op de chèque de vermelding "waarde ter incasseering", "ter incasso", "in lastgeving" of eenige andere vermelding, met zich brengend een bloote opdracht tot inning, heeft geplaatst, kan de nemer alle uit de chèque voortvloeiende rechten uitoefenen, maar hij kan deze niet anders overdragen dan bijwege van lastgeving.

2.

Bij een zoodanige chèque kunnen de chèqueschuldenaren aan den houder slechts de verweermiddelen tegenwerpen, welke aan den trekker zouden kunnen worden tegengeworpen.

3.

De opdracht, vervat in een incasso-chèque, eindigt niet door dood of latere onbekwaamheid van den lastgever.

Artikel 184

Eene in de chèque opgenomen renteclausule wordt voor niet geschreven gehouden.

Artikel 185

De chèque kan betaalbaar zijn aan de woonplaats van eenen derde, hetzij in de plaats, waar de betrokkene zijn domicilie heeft, hetzij in een andere plaats.

Artikel 186
1.

De chèque, waarvan het bedrag voluit in letters en tevens in cijfers is geschreven, geldt, in geval van verschil, ten beloope van de som, voluit in letters geschreven.

2.

De chèque, waarvan het bedrag meermalen is geschreven, hetzij voluit in letters, hetzij in cijfers, geldt, in geval van verschil, slechts ten beloope van de kleinste som.

Artikel 187

Indien de chèque handteekeningen bevat van personen, die onbekwaam zijn zich door middel van een chèque te verbinden, valsche handteekeningen of handteekeningen van verdichte personen, of handteekeningen, welke, onverschillig om welke andere reden, de personen, die die handteekeningen hebben geplaatst of in wier naam zulks is geschied, niet kunnen verbinden, zijn de verbintenissen der andere personen, wier handteekeningen op de chèque voorkomen, desniettemin geldig.

Artikel 188

Ieder, die zijne handteekening op eene chèque plaatst als vertegenwoordiger van eenen persoon, voor wien hij niet de bevoegdheid had te handelen, is zelf krachtens de chèque verbonden, en heeft, betaald hebbende, dezelfde rechten, als de beweerde vertegenwoordigde zou hebben gehad. Hetzelfde geldt ten aanzien van den vertegenwoordiger, die zijne bevoegdheid heeft overschreden.

Artikel 189

De trekker staat in voor de betaling. Elke clausule, waarbij hij deze verplichting uitsluit, wordt voor niet geschreven gehouden.

Artikel 190

Indien eene chèque, onvolledig ten tijde der uitgifte, is volledig gemaakt in strijd met de aangegane overeenkomsten, kan de niet-naleving van die overeenkomsten niet worden tegengeworpen aan den houder, die de cheque te goeder trouw heeft verkregen.

Artikel 190a

De trekker, of degene voor wiens rekening de chèque is getrokken, is verplicht zorg te dragen dat het noodige fonds tot betaling op den dag der aanbieding in handen van den betrokkene zij, zelfs indien de chèque bij eenen derde is betaalbaar gesteld, onverminderd de verplichting van den trekker overeenkomstig artikel 189.

Artikel 190b

De betrokkene wordt geacht, het noodige fonds in handen te hebben, indien hij bij de aanbieding van de chèque aan den trekker of aan dengene voor wiens rekening is getrokken, een opeischbare som schuldig is, ten minste gelijkstaande met het beloop van de chèque.

afdeeling Tweede. Van de overdracht

Artikel 191
1.

De chèque, die betaalbaar is gesteld aan een met name genoemden persoon met of zonder uitdrukkelijke clausule: "aan order", kan door middel van endossement worden overgedragen.

2.

De chèque, die betaalbaar is gesteld aan een met name genoemden persoon met de clausule: "niet aan order", of een soortgelijke clausule, kan slechts worden overgedragen in den vorm en met de gevolgen van een gewone cessie. Een op zulk een chèque geplaatst endossement geldt als een gewone cessie.

3.

Het endossement kan worden gesteld zelfs ten voordeele van den trekker of van iederen anderen chèqueschuldenaar. Deze personen kunnen de chèque opnieuw endosseeren.

Artikel 192
1.

Het endossement moet onvoorwaardelijk zijn. Elke daarin opgenomen voorwaarde wordt voor niet geschreven gehouden.

2.

Het gedeeltelijke endossement is nietig.

3.

Eveneens is nietig het endossement van den betrokkene.

4.

Het endossement aan toonder geldt als endossement in blanco.

5.

Het endossement aan den betrokkene geldt slechts als kwijting, behoudens wanneer de betrokkene meer kantoren heeft en wanneer het endossement is gesteld ten voordeele van een ander kantoor dan dat, waarop de chèque is getrokken.

Artikel 193
1.

Het endossement moet gesteld worden op de chèque of op een vastgehecht blad (verlengstuk). Het moet worden onderteekend door den endossant.

2.

Het endossement kan den geëndosseerde onvermeld laten, of bestaan uit de enkele handteekening van den endossant (endossement in blanco). In het laatste geval moet het endossement om geldig te zijn, op de rugzijde van de chèque of op het verlengstuk worden gesteld.

Artikel 194
1.

Door het endossement worden alle uit de chèque voortvloeiende rechten overgedragen.

2.

Indien het endossement in blanco is, kan de houder:

  • 1°. het blanco invullen, hetzij met zijn eigen naam, hetzij met den naam van een anderen persoon;
  • 2°. de chèque wederom in blanco of aan een anderen persoon endosseeren;
  • 3°. de chèque aan eenen derde overgeven, zonder het blanco in te vullen, en zonder haar te endosseeren.
Artikel 195
1.

Tenzij het tegendeel bedongen is, staat de endossant in voor de betaling.

2.

Hij kan een nieuw endossement verbieden; in dat geval staat hij tegenover de personen, aan wie de chèque later is geëndosseerd, niet in voor de betaling.

Artikel 196

Hij, die een door endossement overdraagbare chèque onder zich heeft, wordt beschouwd als de rechtmatige houder, indien hij van zijn recht doet blijken door een ononderbroken reeks van endossementen, zelfs indien het laatste endossement in blanco is gesteld. De doorgehaalde endossementen worden te dien aanzien voor niet geschreven gehouden. Wanneer een endossement in blanco door een ander endossement is gevolgd, wordt de onderteekenaar van dit laatste geacht, de chèque door het endossement in blanco verkregen te hebben.

Artikel 197

Een op eene chèque aan toonder voorkomend endossement maakt den endossant verantwoordelijk overeenkomstig de bepalingen betreffende het recht van regres; het maakt overigens den titel niet tot eene chèque aan order.

Artikel 198

Indien iemand, op welke wijze dan ook, het bezit van de chèque heeft verloren, is de houder, in wiens handen de chèque zich bevindt, niet verplicht de chèque af te geven, indien hij deze te goeder trouw heeft verkregen en zulks onverschillig of het betreft eene chèque aan toonder, dan wel een voor endossement vatbare chèque, ten aanzien van welke de houder op de wijze in artikel 196 voorzien van zijn recht doet blijken.

Artikel 199

Zij, die uit hoofde van de chèque worden aangesproken, kunnen de verweermiddelen, gegrond op hun persoonlijke verhouding tot den trekker of tot vroegere houders, niet aan den houder tegenwerpen, tenzij deze bij de verkrijging van de chèque desbewust ten nadeele van den schuldenaar heeft gehandeld.

Artikel 200
1.

Wanneer het endossement de vermelding bevat: "waarde ter incasseering", "ter incasso", "in lastgeving" of eenige andere vermelding, met zich brengend een bloote opdracht tot inning, kan de houder alle uit de chèque voortvloeiende rechten uitoefenen, maar hij kan deze niet anders endosseeren dan bijwege van lastgeving.

2.

De chèqueschuldenaren kunnen in dat geval aan den houder slechts de verweermiddelen tegenwerpen, welke aan den endossant zouden kunnen worden tegengeworpen.

3.

De opdracht, vervat in een incasso-endossement, eindigt niet door den dood of door de latere onbekwaamheid van den lastgever.

Artikel 201
1.

Het endossement, na het protest of de daarmede gelijkstaande verklaring, of na het einde van den aanbiedingstermijn op de chèque gesteld, heeft slechts de gevolgen eener gewone cessie.

2.

Behoudens tegenbewijs, wordt het endossement zonder dagteekening geacht te zijn gesteld vóór het protest of de daarmede gelijkstaande verklaringen, of vóór het verstrijken van den in het voorgaande lid bedoelden termijn.

afdeeling Derde. Van het aval

Artikel 202
1.

De betaling van de chèque kan zoowel voor haar geheele bedrag als voor een gedeelte daarvan door eenen borgtocht (aval) worden verzekerd.

2.

Deze borgtocht kan door eenen derde, behalve door den betrokkene, of zelfs door iemand, wiens handteekening op de chèque voorkomt, worden gegeven.

Artikel 203
1.

Het aval wordt op de chèque of op een verlengstuk gesteld.

2.

Het wordt uitgedrukt door de woorden: "goed voor aval", of door een soortgelijke uitdrukking; het wordt door den avalgever onderteekend.

3.

De enkele handteekening van den avalgever, gesteld op de voorzijde van de chèque, geldt als aval, behalve wanneer de handteekening die is van den trekker.

4.

Het kan ook geschieden bij een afzonderlijk geschrift of bij een brief, vermeldende de plaats, waar het is gegeven.

5.

In het aval moet worden vermeld, voor wien het is gegeven. Bij gebreke hiervan wordt het geacht voor den trekker te zijn gegeven.

Artikel 204
1.

De avalgever is op dezelfde wijze verbonden als degene, voor wien het aval is gegeven.

2.

Zijne verbintenis is geldig, zelfs indien, wegens een andere oorzaak dan een vormgebrek de door hem gewaarborgde verbintenis nietig is.

3.

Door te betalen verkrijgt de avalgever de rechten, welke krachtens de chèque kunnen worden uitgeoefend tegen dengene, voor wien het aval is gegeven en tegen degenen, die tegenover dezen krachtens de chèque verbonden zijn.

afdeeling Vierde. Van de aanbieding en van de betaling

Artikel 205
1.

De chèque is betaalbaar op zicht. Elke vermelding van het tegendeel wordt voor niet geschreven gehouden.

2.

De chèque, die ter betaling wordt aangeboden vóór den dag, vermeld als datum van uitgifte, is betaalbaar op den dag van de aanbieding.

Artikel 206
1.

De chèque, die in hetzelfde land uitgegeven en betaalbaar is, moet binnen den termijn van acht dagen ter betaling worden aangeboden. Indien echter uit de chèque zelve blijkt, dat zij bestemd is om in een ander land te circuleeren, wordt deze termijn verlengd, hetzij tot twintig, hetzij tot zeventig dagen, al naar gelang zij bestemd was in hetzelfde of in een ander werelddeel te circuleeren. Te dien aanzien worden de chèques, uitgegeven en betaalbaar in een land in Europa en bestemd om te circuleeren in een kustland van de Middellandsche Zee of omgekeerd, beschouwd als bestemd om te circuleeren in hetzelfde werelddeel.

2.

De chèque, uitgegeven in het Rijk in Europa en betaalbaar in Nederlandsch-Indië, Suriname of Curaçao, of omgekeerd, moet ter betaling aangeboden worden binnen den tijd van zeventig dagen.

3.

De chèque, die uitgegeven is in een ander land dan dat, waar zij betaalbaar is, moet worden aangeboden binnen een termijn, hetzij van twintig dagen, hetzij van zeventig dagen, naar gelang de plaats van uitgifte en de plaats van betaling gelegen zijn in hetzelfde of in een ander werelddeel.

4.

Te dien aanzien worden de chèques, uitgegeven in een land in Europa en betaalbaar in een kustland van de Middellandsche Zee of omgekeerd, beschouwd als uitgegeven en betaalbaar in hetzelfde werelddeel.

5.

De bovengenoemde termijnen beginnen te loopen van den dag, op de chèque als datum van uitgifte vermeld.

Artikel 207

De dag van uitgifte van eene chèque, getrokken tusschen twee plaatsen met verschillende tijdrekening, wordt herleid tot den overeenkomstigen dag van de tijdrekening van de plaats van betaling.

Artikel 208
1.

De aanbieding aan eene verrekeningskamer geldt als aanbieding ter betaling.

2.

Bij algemeenen maatregel van bestuur zullen de instellingen worden aangewezen, die in den zin van dezen Titel als verrekeningskamers worden beschouwd.

Artikel 209
1.

De herroeping van de chèque is slechts van kracht na het einde van den termijn van aanbieding.

2.

Indien geene herroeping plaats heeft, kan de betrokkene zelfs na het einde van dien termijn betalen.

Artikel 210

Noch de dood van den trekker, noch zijn na de uitgifte opkomende onbekwaamheid zijn van invloed op de gevolgen van de chèque.

Artikel 211
1.

Buiten het geval, in artikel 227a vermeld, kan de betrokkene de chèque betalende, vorderen, dat hem deze, van behoorlijke kwijting van den houder voorzien, wordt uitgeleverd.

2.

De houder mag niet weigeren een gedeeltelijke betaling aan te nemen.

3.

In geval van gedeeltelijke betaling kan de betrokkene vorderen, dat van die betaling op de chèque melding wordt gemaakt en dat hem daarvoor kwijting wordt gegeven.

Artikel 212
1.

De betrokkene, die een door endossement overdraagbare chèque betaalt, is gehouden de regelmatigheid van de reeks van endossementen, maar niet de handteekening der endossanten te onderzoeken.

2.

Indien hij, niet bevrijdend betaald hebbende, verplicht wordt, ten tweede male te betalen, heeft hij verhaal op allen die de cheque niet te goeder trouw hebben verkregen.

Artikel 213
1.

Eene chèque, waarvan de betaling is bedongen in ander geld dan dat van de plaats van betaling, kan binnen den termijn van aanbieding worden betaald in het geld van het land volgens zijne waarde op den dag van betaling. Indien de betaling niet heeft plaats gehad bij de aanbieding, kan de houder te zijner keuze vorderen, dat de chèquesom voldaan wordt in het geld van het land volgens den koers, hetzij van den dag van aanbieding, hetzij van den dag van betaling.

2.

De waarde van het vreemde geld wordt bepaald volgens de gebruiken van de plaats van betaling. De trekker kan echter voorschrijven, dat het te betalen bedrag moet worden berekend volgens een in de chèque voorgeschreven koers.

3.

Het bovenstaande is niet van toepassing, indien de trekker heeft voorgeschreven, dat de betaling moet geschieden in een bepaald aangeduid geld (clausule van werkelijke betaling in vreemd geld).

4.

Indien het bedrag van de chèque is aangegeven in geld, hetwelk dezelfde benaming maar een verschillende waarde heeft in het land van uitgifte en in dat van betaling, wordt men vermoed het geld van de plaats van betaling te hebben bedoeld.

afdeeling Vijfde. Van de gekruiste chèque en van de verrekeningschèque

Artikel 214
1.

De trekker of de houder van eene chèque kan deze kruisen met de in het volgende artikel genoemde gevolgen.

2.

De kruising geschiedt door het plaatsen van twee evenwijdige lijnen op de voorzijde van de chèque. Zij kan algemeen zijn of bijzonder.

3.

De kruising is algemeen, indien zij tusschen de twee lijnen geen enkele aanwijzing bevat, of wel de vermelding: "bankier", of een soortgelijk woord; zij is bijzonder, indien de naam van eenen bankier voorkomt tusschen de twee lijnen.

4.

De algemeene kruising kan worden veranderd in een bijzondere, maar de bijzondere kruising kan niet worden veranderd in een algemeene.

5.

De doorhaling van de kruising of van den naam van den aangewezen bankier wordt geacht niet te zijn geschied.

Artikel 215
1.

Eene chèque met algemeene kruising kan door den betrokkene slechts worden betaald aan eenen bankier of aan eenen cliënt van den betrokkene.

2.

Eene chèque met bijzondere kruising kan door den betrokkene slechts worden betaald aan den aangewezen bankier of, indien deze de betrokkene is, slechts aan een zijner cliënten. Echter kan de aangegeven bankier de chèque ter incasseering aan een anderen bankier overdragen.

3.

Een bankier mag een gekruiste chèque slechts in ontvangst nemen van een van zijne cliënten of van een anderen bankier. Hij mag haar niet innen voor rekening van andere personen dan deze.

4.

Een chèque, welke meer dan één bijzondere kruising draagt, mag door den betrokkene slechts worden betaald, indien er niet meer dan twee kruisingen zijn, waarvan de ééne strekt tot inning door eene verrekeningskamer.

5.

De betrokkene of de bankier, die de bovenstaande bepalingen niet naleeft, is verantwoordelijk voor de schade tot beloop van het bedrag van de chèque.

Artikel 216
1.

De trekker, alsmede de houder van eene chèque, kan verbieden, dat deze in baar geld betaald wordt door op de voorzijde in schuinsche richting te vermelden: "in rekening te brengen", of een soortgelijke uitdrukking op te nemen.

2.

In dat geval mag de chèque den betrokkene slechts aanleiding geven tot eene boeking (rekening-courant, giro of schuldvergelijking). De boeking geldt als betaling.

3.

De doorhaling van de vermelding: "in rekening te brengen" wordt geacht niet te zijn geschied.

4.

De betrokkene, die de bovenstaande bepalingen niet naleeft, is verantwoordelijk voor de schade tot beloop van het bedrag van de chèque.

afdeeling Zesde. Van het recht van regres in geval van non-betaling

Artikel 217

De houder kan zijn recht van regres uitoefenen op de endossanten, den trekker en de andere chèqueschuldenaren, indien de chèque, tijdig aangeboden, niet wordt betaald en indien de weigering van betaling wordt vastgesteld:

  • 1°. hetzij door een authentieke akte (protest);
  • 2°. hetzij door eene verklaring van den betrokkene, gedagteekend en geschreven op de chèque onder vermelding van den dag van aanbieding;
  • 3°. hetzij door een gedagteekende verklaring van eene verrekeningskamer, waarbij vastgesteld wordt, dat de chèque tijdig aangeboden en niet betaald is.
Artikel 217a
1.

Indien de non-betaling van de chèque door protest of een daarmede gelijkstaande verklaring is vastgesteld, is niettemin de trekker, al ware het protest niet in tijds gedaan of de met protest gelijkstaande verklaring niet in tijds afgegeven, tot vrijwaring gehouden, tenzij hij bewees, dat de betrokkene op den dag der aanbieding het noodige fonds tot betaling van de chèque in handen had. Indien het vereischte fonds slechts gedeeltelijk aanwezig was, is de trekker voor het ontbrekende gehouden.

2.

In geval van niet tijdig protest of niet tijdige met protest gelijkstaande verklaring is de trekker, op straffe van tot vrijwaring te zijn gehouden, verplicht, den houder af te staan en over te dragen de vordering op het fonds, dat de betrokkene van hem op den dag der aanbieding heeft in handen gehad, en zulks tot het beloop van de chèque; en hij moet aan den houder, te diens koste, de noodige bewijzen verschaffen om die vordering te doen gelden. Indien de trekker in staat van faillissement is verklaard of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, zijn de curatoren onderscheidenlijk de bewindvoerders in zijnen boedel tot dezelfde verplichtingen gehouden, ten ware deze mochten verkiezen, den houder als schuldeischer, voor het beloop van de chèque, toe te laten.

Artikel 218
1.

Het protest of de daarmede gelijkstaande verklaring moet worden gedaan vóór het einde van den termijn van aanbieding.

2.

Indien de aanbieding plaats heeft op den laatsten dag van den termijn, kan het protest of de daarmede gelijkstaande verklaring op den eerstvolgenden werkdag worden gedaan.

Artikel 218a
1.

De betaling van eene chèque moet gevraagd en het daaropvolgend protest gedaan worden ter woonplaatse van den betrokkene.

2.

Indien de chèque getrokken is om in een andere aangewezen woonplaats of door een anderen aangewezen persoon, hetzij in dezelfde, hetzij in een andere gemeente te worden betaald, moet de betaling gevraagd en het protest opgemaakt worden ter aangewezene woonplaats of aan den aangewezen persoon.

Artikel 218b
1.

Het protest van non-betaling wordt gedaan door een deurwaarder. Deze kan zich desverkiezende doen vergezellen door een of twee getuigen.

2.

Het protest behelst:

  • 1°. een letterlijk afschrift van de chèque, van de endossementen, van het aval en van de adressen daarop gesteld;
  • 2°. de vermelding dat zij de betaling aan de personen, of ter plaatse in het voorgaand artikel gemeld, afgevraagd en niet bekomen hebben;
  • 3°. de vermelding van de opgegeven reden van non-betaling;
  • 4°. de aanmaning om het protest te teekenen, en de redenen van weigering;
  • 5°. de vermelding, dat hij, deurwaarder, wegens die non-betaling heeft geprotesteerd.
3.

Indien het protest een vermiste chèque betreft, volstaat, in plaats van het bepaalde onder 1°. van het voorgaande lid, een zoo nauwkeurig mogelijke omschrijving van den inhoud der chèque.

Artikel 218c

De deurwaarders zijn verplicht, op straffe van schadevergoeding, afschrift van het protest te laten, en hiervan melding in het afschrift te maken, en hetzelve, naar orde des tijds, in te schrijven in een bijzonder register, genommerd en gewaarmerkt door de kantonrechter van de rechtbank van het arrondissement waarin hun woonplaats is gelegen, en om wijders, zulks begeerd wordende, een of meer afschriften van het protest aan de belanghebbenden te leveren.

Artikel 219
1.

De houder moet van de non-betaling kennisgeven aan zijnen endossant en aan den trekker binnen de vier werkdagen, volgende op den dag van het protest of de daarmede gelijkstaande verklaring en, indien de chèque getrokken is met de clausule zonder kosten, volgende op dien der aanbieding. Elke endossant moet binnen de twee werkdagen, volgende op den dag van ontvangst der kennisgeving, de door hem ontvangen kennisgeving aan zijnen endossant mededeelen, met aanwijzing van de namen en adressen van degenen, die de voorafgaande kennisgevingen hebben gedaan, en zoo vervolgens, teruggaande tot den trekker. Deze termijnen loopen van de ontvangst der voorafgaande kennisgeving af.

2.

Indien overeenkomstig het voorgaande lid eene kennisgeving is gedaan aan iemand, wiens handteekening op de chèque voorkomt, moet gelijke kennisgeving binnen denzelfden termijn aan diens avalgever worden gedaan.

3.

Indien een endossant zijn adres niet of op onleesbare wijze heeft aangeduid, kan worden volstaan met kennisgeving aan den voorafgaanden endossant.

4.

Hij, die eene kennisgeving heeft te doen, kan zulks doen in iederen vorm, zelfs door enkele terugzending van de chèque.

5.

Hij moet bewijzen, dat hij de kennisgeving binnen den vastgestelden termijn heeft gedaan. Deze termijn wordt gehouden te zijn in acht genomen, wanneer een brief, die de kennisgeving behelst, binnen den genoemden termijn ter post is bezorgd.

6.

Hij, die de kennisgeving niet binnen den bovenvermelden termijn doet, stelt zich niet bloot aan verval van zijn recht, hij is, indien daartoe aanleiding bestaat, verantwoordelijk voor de schade, door zijne nalatigheid veroorzaakt, zonder dat echter de schadevergoeding de chèquesom kan te boven gaan.

Artikel 220
1.

De trekker, een endossant of een avalgever kan door de clausule "zonder kosten", "zonder protest", of een andere soortgelijke op de chèque gestelde en onderteekende clausule, den houder van het opmaken van een protest of een daarmede gelijkstaande verklaring ter uitoefening van zijn recht van regres ontslaan.

2.

Deze clausule ontslaat den houder niet van de aanbieding van de chèque binnen de voorgeschreven termijnen, noch van het doen van de kennisgevingen. Het bewijs van de niet-inachtneming der termijnen moet worden geleverd door dengene, die zich daarop tegenover den houder beroept.

3.

Is de clausule door den trekker gesteld, dan heeft zij gevolgen ten aanzien van allen, wier handteekeningen op de chèque voorkomen; is zij door eenen endossant of door eenen avalgever gesteld, dan heeft zij gevolgen alleen voor dezen endossant of avalgever. Indien de houder, ondanks de door den trekker gestelde clausule, toch de weigering van betaling doet vaststellen door protest of een daarmede gelijkstaande verklaring, zijn de kosten daarvan voor zijne rekening. Indien de clausule van eenen endossant of eenen avalgever afkomstig is, kunnen de kosten van het protest of van de daarmede gelijkstaande verklaring, indien een akte van dien aard is opgesteld, op allen, wier handteekeningen op de chèque voorkomen, worden verhaald.

Artikel 221
1.

Allen, die uit hoofde van eene chèque verbonden zijn, zijn hoofdelijk jegens den houder verbonden. Bovendien is ook de derde, voor wiens rekening de chèque is getrokken en die de waarde daarvoor heeft genoten, jegens den houder aansprakelijk.

2.

De houder kan deze personen, zoowel ieder afzonderlijk, als gezamenlijk, aanspreken, zonder verplicht te zijn de volgorde, waarin zij zich hebben verbonden, in acht te nemen.

3.

Hetzelfde recht komt toe aan ieder, wiens handteekening op de chèque voorkomt en die deze, ter voldoening aan zijnen regresplicht, heeft betaald.

4.

De vordering, ingesteld tegen éénen der chèqueschuldenaren, belet niet de anderen aan te spreken, al hadden dezen zich later verbonden dan de eerst aangesprokene.

Artikel 221a
1.

De houder van eene chèque, waarvan de non-betaling door protest of een daarmede gelijk staande verklaring is vastgesteld, heeft in geen geval eenig recht op het fonds, dat de betrokkene van den trekker in handen heeft.

2.

Bij faillissement van den trekker of indien ten aanzien van hem van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard behooren die penningen aan diens boedel.

Artikel 222

De houder kan van dengene, tegen wien hij zijn recht van regres uitoefent, vorderen:

  • 1°. de som van de niet betaalde chèque;
  • 2°. de wettelijke rente, te rekenen van de dag der aanbieding, voor chèques die in Nederland uitgegeven en betaalbaar zijn, en een rente van zes ten honderd, te rekenen van de dag der aanbieding, voor alle overige chèques;
  • 3°. de kosten van protest of van de daarmede gelijkstaande verklaring, die van de gedane kennisgevingen, alsmede de andere kosten.
Artikel 223

Hij, die ter voldoening aan zijnen regresplicht de chèque heeft betaald, kan van degenen, die tegenover hem regresplichtig zijn, vorderen:

  • 1°. het geheele bedrag, dat hij betaald heeft;
  • 2°. de wettelijke rente, te rekenen van de dag der betaling, voor chèques die in Nederland uitgegeven en betaalbaar zijn, en een rente van zes ten honderd, te rekenen van de dag der betaling, voor alle overige chèques;
  • 3°. de door hem gemaakte kosten.
Artikel 224
1.

Elke chèqueschuldenaar, tegen wien het recht van regres wordt of kan worden uitgeoefend, kan, tegen betaling ter voldoening aan zijnen regresplicht, de afgifte vorderen van de chèque met het protest, of de daarmede gelijkstaande verklaring, alsmede een voor voldaan geteekende rekening.

2.

Elke endossant, die ter voldoening aan zijnen regresplicht, de chèque heeft betaald, kan zijn endossement en dat van de volgende endossanten doorhalen.

Artikel 225
1.

Wanneer de aanbieding van de chèque, het opmaken van het protest, of de daarmede gelijkstaande verklaring, binnen de voorgeschreven termijnen wordt verhinderd door een onoverkomelijk beletsel (wettelijk voorschrift van eenigen Staat of ander geval van overmacht), worden deze termijnen verlengd.

2.

De houder is verplicht van de overmacht onverwijld aan zijnen endossant kennis te geven, en deze kennisgeving, gedagteekend en onderteekend op de chèque of op een verlengstuk te vermelden; voor het overige zijn de bepalingen van artikel 219 toepasselijk.

3.

Na ophouden van de overmacht moet de houder onverwijld de chèque ter betaling aanbieden, en, indien daartoe aanleiding bestaat, de weigering van betaling doen vaststellen door protest of een daarmede gelijkstaande verklaring.

4.

Indien de overmacht meer dan vijftien dagen aanhoudt, te rekenen van den dag, waarop de houder, al ware het vóór het einde van den aanbiedingstermijn, van de overmacht aan zijnen endossant heeft kennis gegeven, kan het recht van regres worden uitgeoefend, zonder dat de aanbieding of het opmaken van protest of de daarmede gelijkstaande verklaring noodig zijn.

5.

Feiten, welke voor den houder of voor dengene, dien hij met de aanbieding van de chèque of met het opmaken van het protest of de daarmede gelijkstaande verklaring belastte, van zuiver persoonlijken aard zijn, worden niet beschouwd als gevallen van overmacht.

afdeeling Zevende. Van chèque-exemplaren en vermiste chèques

Artikel 226

Behoudens de chèques aan toonder, kan elke chèque, uitgegeven in een land en betaalbaar in een ander land of in een overzeesch gebied van hetzelfde land en omgekeerd, of wel uitgegeven en betaalbaar in een zelfde overzeesch gebied of in verschillende overzeesche gebieden van hetzelfde land, in meer gelijkluidende exemplaren worden getrokken. Wanneer eene chèque in meer exemplaren is getrokken, moeten die exemplaren in den tekst zelf van den titel worden genummerd bij gebreke waarvan elk exemplaar wordt beschouwd als een afzonderlijke chèque.

Artikel 227
1.

De betaling op één der exemplaren gedaan, bevrijdt, ook al ware niet bedongen, dat die betaling de kracht der andere exemplaren te niet doet.

2.

De endossant, die de exemplaren aan verschillende personen heeft overgedragen, alsook de latere endossanten, zijn verbonden wegens alle exemplaren, die hunne handteekening dragen en die niet zijn uitgeleverd.

Artikel 227a

Degene die de cheque waarvan hij houder was, vermist, kan met inachtneming van artikel 49, derde lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek van de betrokkene betaling vragen.

Artikel 227b

Degene die een cheque waarvan hij houder was, en welke is vervallen en, zoveel nodig, geprotesteerd, vermist, kan met inachtneming van artikel 49, derde lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek zijn rechten alleen tegen de trekker uitoefenen.

afdeeling Achtste. Van veranderingen

Artikel 228

In geval van verandering van den tekst van eene chèque zijn zij, die daarna hunne handteekeningen op de chèque geplaatst hebben, volgens den veranderden tekst verbonden; zij, die daarvoor hunne handteekeningen op de chèque geplaatst hebben, zijn verbonden volgens den oorspronkelijken tekst.

afdeeling Negende. Van verjaring

Artikel 228a

Behoudens de bepalingen van het volgende artikel gaat schuld uit eene chèque te niet door alle middelen van schuldbevrijding, bij het Burgerlijk Wetboek aangewezen.

Artikel 229
1.

De regresvorderingen van den houder tegen de endossanten, den trekker en de andere chèqueschuldenaren, verjaren door een tijdsverloop van zes maanden, te rekenen van het einde van den termijn van aanbieding.

2.

De regresvorderingen van de verschillende chèqueschuldenaren tegen elkander, die gehouden zijn tot de betaling van eene chèque, verjaren door een tijdsverloop van zes maanden, te rekenen van den dag, waarop de chèqueschuldenaar ter voldoening aan zijnen regresplicht de chèque heeft betaald, of van den dag, waarop hij zelf in rechte is aangesproken.

3.

De in het eerste en tweede lid bedoelde verjaring kan niet worden ingeroepen door den trekker, indien of voor zoover hij geen fonds heeft bezorgd noch door den trekker of de endossanten, die zich ongerechtvaardigd zouden hebben verrijkt; alles onverminderd het bepaalde in artikel 306 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 229a
1.

De stuiting der verjaring is slechts van kracht tegen dengene, ten aanzien van wien de stuitingshandeling heeft plaats gehad.

2.

Op de in het vorige artikel bedoelde verjaringen is artikel 321, eerste lid, onder a-d van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek niet van toepassing; in de gevallen bedoeld in artikel 321, eerste lid, onder b en c, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek heeft de onbekwame of rechthebbende, wiens rechtsvordering is verjaard, verhaal op de wettelijke vertegenwoordiger of bewindvoerder.

afdeeling Tiende. Algemeene bepalingen

Artikel 229abis

Met bankiers, genoemd in de voorafgaande Afdeelingen van dezen Titel worden gelijkgesteld alle personen of instellingen, die in hun werkzaamheid regelmatig gelden ter onmiddellijke beschikking van anderen houden.

Artikel 229b
1.

De aanbieding en het protest van eene chèque kunnen niet plaats hebben dan op eenen werkdag.

2.

Wanneer de laatste dag van den termijn, door de wet gesteld voor het verrichten van handelingen nopens de chèque, met name voor de aanbieding en voor het opmaken van het protest of een daarmede gelijkstaande verklaring, een wettelijke feestdag is, wordt deze termijn verlengd tot den eersten werkdag, volgende op het einde van dien termijn. De tusschenliggende feestdagen zijn begrepen in de berekening van den termijn.

Artikel 229bbis

Als wettelijke feestdag in den zin van deze Afdeeling worden beschouwd de Zondag, de Nieuwjaarsdag, de Christelijke tweede Paasch- en Pinksterdagen, de beide Kerstdagen, de Hemelvaartsdag en de verjaardag van de Koning.

Artikel 229c

In de termijnen, bij de voorafgaande Afdeelingen van dezen Titel voorzien, is niet begrepen de dag, waarop deze termijnen beginnen te loopen.

Artikel 229d

Geen enkele respijtdag, noch wettelijke, noch rechterlijke, is toegestaan.

Artikel 229dbis

Vervallen

afdeeling Elfde. Van quitantiën en promessen aan toonder

Artikel 229e

Quitantiën en promessen aan toonder moeten de juiste dagteekening der oorspronkelijke uitgifte bevatten.

Artikel 229f

De oorspronkelijke uitgever van quitantiën aan toonder, door eenen derde betaalbaar, is jegens iederen houder voor de voldoening aansprakelijk gedurende tien dagen na de dagteekening, die dag niet daaronder begrepen.

Artikel 229g
1.

De verantwoordelijkheid van den oorspronkelijken uitgever blijft echter voortduren, tenzij hij bewees, dat hij, gedurende den bij het vorige artikel bepaalden tijd, fonds ten beloope van het uitgegeven papier bij den persoon, op wien hetzelve is afgegeven, heeft gehad.

2.

De oorspronkelijke uitgever is, op straffe van voortduring van zijne verantwoordelijkheid, verpligt den houder af te staan en over te dragen de vordering op het fonds, dat de persoon, op wien het papier is afgegeven van hem ten vervaldage heeft in handen gehad, en zulks ten beloope van het uitgegeven papier; en hij moet aan den houder, te diens koste, de noodige bewijzen verschaffen om die vordering te doen gelden. Indien de oorspronkelijke uitgever in staat van faillissement is verklaard of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, zijn de curatoren onderscheidenlijk de bewindvoerders in zijnen boedel tot dezelfde verpligtingen gehouden, ten ware deze mogten verkiezen, den houder als schuldeischer, ten beloope van het uitgegeven papier, toe te laten.

Artikel 229h

Buiten den oorspronkelijken uitgever, blijft een ieder die het voormeld papier in betaling heeft gegeven, gedurende den tijd van drie dagen daarna, de dag der uitgifte niet daaronder begrepen, aansprakelijk jegens dengenen die het van hem heeft ontvangen.

Artikel 229i
1.

De houder eener promesse aan toonder is verpligt voldoening te vorderen binnen den tijd van drie dagen na den dag, op welken hij dat papier heeft in betaling genomen, die dag niet daaronder gerekend, en hij moet, bij wanbetaling, binnen een gelijken termijn daarna, de promesse ter intrekking aanbieden aan dengenen die hem dezelve heeft in betaling gegeven, alles op verbeurte van zijn verhaal tegen denzelven, doch onverminderd zijn regt tegen dengenen die de promesse heeft geteekend.

2.

Indien bij de promesse de dag is uitgedrukt op welken dezelve betaalbaar is, begint de termijn van drie dagen eerst te loopen daags na den uitgedrukten betaaldag.

Artikel 229j

Indien de laatste dag van eenigen termijn, waaromtrent in deze Afdeeling eenige bepaling voorkomt, invalt op eenen wettelijken feestdag in den zin van art. 229b bis, blijft de verpligting en verantwoordelijkheid voortduren tot en met den eersten daaropvolgenden dag, welke geen wettelijke feestdag is.

Artikel 229k
1.

Alle regtsvordering tegen de in deze Afdeeling vermelde uitgevers van papier, of tegen hen, die buiten den oorspronkelijken uitgever het papier in betaling hebben gegeven, verjaart door tijdsverloop van zes maanden, te rekenen van den dag der oorspronkelijke uitgifte.

2.

De in het vorig lid bedoelde verjaring kan niet worden ingeroepen door den uitgever, indien of voor zoover hij geen fonds heeft bezorgd noch door den uitgever of door hen, die buiten den oorspronkelijken uitgever het papier in betaling hebben gegeven, voor zoover ze zich ongeregtvaardigd zouden hebben verrijkt; alles onverminderd het bepaalde in artikel 306 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.

3.

Op de in dit artikel genoemde verjaringen is het tweede lid van art. 229a van toepassing.

titel Achtste. Van reclame of terugvordering in geval van faillissement

Artikel 230

Vervallen

Artikel 231

Vervallen

Artikel 232

Vervallen

Artikel 233

Vervallen

Artikel 234

Vervallen

Artikel 235

Vervallen

Artikel 236

Vervallen

Artikel 237

Vervallen

Artikel 238

Vervallen

Artikel 239

Vervallen

Artikel 240

Vervallen

Artikel 241

Vervallen

Artikel 242

Vervallen

Artikel 243

Vervallen

Artikel 244

Vervallen

Artikel 245

Vervallen

titel Negende. Van assurantie of verzekering in het algemeen

Artikel 246

Vervallen

Artikel 247

Vervallen

Artikel 248

Vervallen

Artikel 249

Vervallen

Artikel 250

Vervallen

Artikel 251

Vervallen

Artikel 252

Vervallen

Artikel 253

Vervallen

Artikel 254

Vervallen

Artikel 255

Vervallen

Artikel 256

Vervallen

Artikel 257

Vervallen

Artikel 258

Vervallen

Artikel 259

Vervallen

Artikel 260

Vervallen

Artikel 261

Vervallen

Artikel 262

Vervallen

Artikel 263

Vervallen

Artikel 264

Vervallen

Artikel 265

Vervallen

Artikel 266

Vervallen

Artikel 267

Vervallen

Artikel 268

Vervallen

Artikel 269

Vervallen

Artikel 270

Vervallen

Artikel 271

Vervallen

Artikel 272

Vervallen

Artikel 273

Vervallen

Artikel 274

Vervallen

Artikel 275

Vervallen

Artikel 276

Vervallen

Artikel 277

Vervallen

Artikel 278

Vervallen

Artikel 279

Vervallen

Artikel 280

Vervallen

Artikel 281

Vervallen

Artikel 282

Vervallen

Artikel 283

Vervallen

Artikel 284

Vervallen

Artikel 285

Vervallen

Artikel 286

Vervallen

titel Tiende. Van verzekering tegen de gevaren van brand, tegen die waaraan de voortbrengselen van den landbouw te velde onderhevig zijn, en van levensverzekering

afdeeling Eerste. Van verzekering tegen gevaren van brand

Artikel 287

Vervallen

Artikel 288

Vervallen

Artikel 289

Vervallen

Artikel 290

Vervallen

Artikel 291

Vervallen

Artikel 292

Vervallen

Artikel 293

Vervallen

Artikel 294

Vervallen

Artikel 295

Vervallen

Artikel 296

Vervallen

Artikel 297

Vervallen

Artikel 298

Vervallen

afdeeling Tweede. Van verzekering tegen de gevaren waaraan de voortbrengselen van den landbouw te velde onderhevig zijn

Artikel 299

Vervallen

Artikel 300

Vervallen

Artikel 301

Vervallen

afdeeling Derde. Van levensverzekering

Artikel 302

Vervallen

Artikel 303

Vervallen

Artikel 304

Vervallen

Artikel 305

Vervallen

Artikel 306

Vervallen

Artikel 307

Vervallen

Artikel 308

Vervallen

Boek Tweede. Van de regten en verpligtingen uit scheepvaart voortspruitende

Algemeene Bepaling

Artikel 309
1.

De betekenis van begrippen voorkomende in Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, met uitzondering van die voorkomende in de artikelen 5, 6, 7 en 10, geldt evenzeer voor dit wetboek.

titel Eerste. Van zeeschepen

Artikel 310

In de eerste tot en met derde titel van dit boek worden onder schepen uitsluitend verstaan zeeschepen.

Artikel 311

Vervallen

Artikel 311a

Vervallen

Artikel 311b

Vervallen

Artikel 312

Vervallen

Artikel 313

Vervallen

Artikel 314

Vervallen

Artikel 315

Vervallen

Artikel 316

Vervallen

Artikel 317

Vervallen

Artikel 318

Vervallen

Artikel 318a

Vervallen

Artikel 318b

Vervallen

Artikel 318c

Vervallen

Artikel 318d

Vervallen

Artikel 318e

Vervallen

Artikel 318f

Vervallen

Artikel 318g

Vervallen

Artikel 318h

Vervallen

Artikel 318i

Vervallen

Artikel 318j

Vervallen

Artikel 318k

Vervallen

Artikel 318l

Vervallen

Artikel 318m

Vervallen

Artikel 318n

Vervallen

Artikel 318o

Vervallen

Artikel 318p

Vervallen

Artikel 318q

Vervallen

Artikel 318r

Vervallen

Artikel 318s

Vervallen

Artikel 318t

Vervallen

Artikel 318u

Vervallen

Artikel 318v

Vervallen

Artikel 319

Vervallen

Artikel 319a

Vervallen

Artikel 319b

Vervallen

titel Tweede

Artikel 320

Vervallen

Artikel 321

Vervallen

Artikel 322

Vervallen

Artikel 323

Vervallen

Artikel 324

Vervallen

Artikel 325

Vervallen

Artikel 326

Vervallen

Artikel 327

Vervallen

Artikel 328

Vervallen

Artikel 329

Vervallen

Artikel 330

Vervallen

Artikel 331

Vervallen

Artikel 332

Vervallen

Artikel 333

Vervallen

Artikel 334

Vervallen

Artikel 335

Vervallen

Artikel 336

Vervallen

Artikel 337

Vervallen

Artikel 338

Vervallen

Artikel 339

Vervallen

Artikel 340

Vervallen

Artikel 340a

Vervallen

Artikel 340b

Vervallen

Artikel 340c

Vervallen

Artikel 340d

Vervallen

Artikel 340e

Vervallen

Artikel 340f

Vervallen

Artikel 340g

Vervallen

titel Derde. Van den kapitein

Artikel 341

Onder opvarenden worden in dezen titel verstaan allen, die zich aan boord bevinden, buiten den kapitein.

Artikel 341a

Vervallen

Artikel 341b

Vervallen

Artikel 342

De kapitein is verplicht met zoodanige bekwaamheid en nauwgezetheid en met zoodanig beleid te handelen als voor eene behoorlijke vervulling zijner taak noodig is.

Artikel 343
1.

De kapitein is verplicht de gebruikelijke regels en de bestaande voorschriften ter verzekering van de zeewaardigheid en de veiligheid van het schip, van de veiligheid der opvarenden en der zaken aan boord, met nauwgezetheid op te volgen.

2.

Hij onderneemt de reis niet, tenzij het schip tot het volvoeren daarvan geschikt, naar behooren uitgerust en voldoende bemand is.

Artikel 344

De kapitein is verplicht overal waar de wet, de gewoonte of de voorzichtigheid dit gebiedt, zich van een loods te bedienen.

Artikel 345

De kapitein mag gedurende de vaart of bij dreigend gevaar het schip niet verlaten, tenzij zijne afwezigheid volstrekt noodzakelijk is of de zorg voor lijfsbehoud hem daartoe dwingt.

Artikel 346

Vervallen

Artikel 347
1.

De kapitein moet aan boord voorzien zijn van:

den zeebrief, den meetbrief en een uittreksel uit de registratie voor schepen als bedoeld in artikel 101, eerste lid, van de Kadasterwet vermeldende tenminste de gegevens, bedoeld in artikel 85, tweede lid, onder a, c, d, e, f, g en j, van die wet, alsmede de gegevens omtrent niet doorgehaalde voorlopige aantekeningen, met dien verstande dat, ingeval dat uittreksel meer dan één dag vóór die van het laatste vertrek van het schip uit een Nederlandse haven is afgegeven, op dat uittreksel een verklaring van de bewaarder van het kadaster en de openbare registers moet voorkomen dat sedert de afgifte de op dat uittreksel vermelde gegevens blijkens de stukken, ingeschreven in de desbetreffende openbare registers tot op de dag vóór die van het vertrek, geen wijziging hebben ondergaan;

het manifest der lading, de charter-partij en de cognossementen, dan wel afschriften van die stukken;

de Nederlandsche wetten en reglementen op de reis van toepassing, en alle verdere noodige papieren.

2.

Ten aanzien van de charter-partij en de cognossementen geldt deze verplichting niet in de door Ons te omschrijven omstandigheden.

Artikel 348
1.

De kapitein zorgt, dat aan boord een scheepsdagboek (dagregister of journaal) wordt gehouden, waarin alles van eenig belang, dat op de reis voorvalt, nauwkeurig wordt opgeteekend.

2.

De kapitein van een schip, dat door mechanische kracht wordt voortbewogen, zorgt bovendien, dat door een lid van het machinekamer-personeel een machine-dagboek wordt gehouden.

Artikel 349
1.

Op Nederlandse schepen mogen alleen dagboeken in gebruik worden genomen, welke blad voor blad zijn genummerd.

2.

De dagboeken worden, zo mogelijk, dagelijks bijgehouden, gedagtekend en door de kapitein en de zeevarende, die hij met het houden van het boek heeft belast, ondertekend.

3.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het inrichten van de dagboeken.

Artikel 350

De kapitein, de eigenaar en de rompbevrachter zijn verplicht aan belanghebbenden op hunne aanvrage inzage en, tegen betaling van de kosten, afschrift van de dagboeken te geven.

Artikel 351

Wanneer de kapitein zich in zaken van aanbelang met leden van de bemanning heeft beraden, wordt van de hem gegeven adviezen in het scheepsdagboek melding gemaakt.

Artikel 352

Vervallen

Artikel 353
1.

Na aankomst in een haven kan de kapitein door een notaris eene scheepsverklaring doen opmaken omtrent de voorvallen der reis.

2.

Indien het schip of de zaken aan boord schade hebben geleden of eenig buitengewoon voorval heeft plaats gehad, is de kapitein verplicht binnen 48 uren na aankomst, in de plaats van aankomst of in een nabijgelegen plaats althans eene voorloopige verklaring te doen opmaken. Eene voorloopige verklaring moet binnen acht dagen door eene volledige verklaring worden gevolgd.

3.

De kapitein heeft zich te wenden in het Koninkrijk buiten Europa tot het bevoegde gezag en buiten het Koninkrijk tot den Nederlandschen consulairen ambtenaar of, bij ontstentenis van zoodanigen ambtenaar, tot het bevoegde gezag.

4.

De notaris is verplicht van scheepsverklaringen tegen betaling der kosten afschrift uit te reiken aan ieder die het verlangt.

Artikel 354
1.

Bij het berekenen van de in artikel 353 genoemde wettelijke termijn tellen de Zondag en de daarmede gelijkgestelde dagen en, in het buitenland, de aldaar algemeen erkende wettelijke feestdagen niet mede.

2.

Met den Zondag worden gelijkgesteld de Nieuwjaarsdag, de Christelijke tweede Paasch- en Pinksterdagen, de beide Kerstdagen en de Hemelvaartsdag.

Artikel 355

De door den kapitein aan te wijzen zeevarenden zijn verplicht bij het opmaken van de scheepsverklaring hunne medewerking te verleenen door van hunne bevinding verklaring af te leggen.

Artikel 356

De beoordeeling van de bewijskracht van scheepsdagboeken en scheepsverklaringen, ten aanzien van de daarin vermelde voorvallen der reis, is voor ieder geval aan den rechter overgelaten.

Artikel 357

De kapitein is bevoegd, indien dit tot behoud van schip of lading noodzakelijk is, scheepstoebehooren en bestanddeelen van de lading zoowel over boord te werpen als te verbruiken.

Artikel 358

De kapitein is in geval van nood gedurende de reis bevoegd, levensmiddelen, welke in het bezit zijn van opvarenden of tot de lading behooren, tegen schadevergoeding tot zich te nemen, ten einde die te verbruiken in het belang van allen die zich aan boord bevinden.

Artikel 358a
1.

De kapitein is verplicht aan personen, die in gevaar verkeeren, en in het bijzonder, als zijn schip bij eene aanvaring betrokken is geweest, aan de andere daarbij betrokken schepen en de personen, die zich aan boord dier schepen bevinden, de hulp te verleenen, waartoe hij bij machte is, zonder zijn eigen schip en de opvarenden daarvan aan ernstig gevaar bloot te stellen.

2.

Hij is bovendien verplicht, voor zooverre hem dit mogelijk is, aan de andere bij de aanvaring betrokken schepen op te geven den naam van zijn schip, van de haven waar het thuis behoort en van de havens van waar het komt en waarheen het bestemd is.

3.

Niet-nakoming van deze verplichtingen door den kapitein geeft geen aanspraak tegen hem, die uit welken hoofde dan ook verantwoordelijk is voor het optreden van de kapitein.

Artikel 358b
1.

De kapitein van een Nederlandsch, naar Nederland bestemd schip, in eene buitenlandsche haven vertoevend, is verplicht, zich daar bevindende, hulpbehoevende Nederlandsche zeelieden, voorzoover aan boord voor hen plaats is, op verlangen van den Nederlandschen consulairen ambtenaar of, waar deze ontbreekt, van de plaatselijke overheid, naar Nederland over te brengen.

2.

De kosten hiervan zijn voor rekening van den Staat. De vaststelling dier kosten geschiedt op den grondslag door Ons te bepalen.

Artikel 359

De kapitein heeft de zorg voor alles wat met het beladen en het lossen van het schip in verband staat, voor zooverre niet andere personen daarmee zijn belast.

Artikel 360

Vervallen

Artikel 361

Vervallen

Artikel 362

Vervallen

Artikel 363

Vervallen

Artikel 364

Vervallen

Artikel 365

Vervallen

Artikel 366

Vervallen

Artikel 367

De kapitein, vernemende dat de vlag, waaronder hij vaart, onvrij is geworden, is verplicht in de meest in de nabijheid gelegen onzijdige haven binnen te loopen en aldaar te blijven liggen, totdat hij op veilige wijze kan vertrekken of van hem die daartoe bevoegd is stellige orders om te vertrekken heeft ontvangen.

Artikel 368

Indien den kapitein blijkt, dat de haven, waarheen het schip is bestemd, wordt geblokkeerd, is hij verplicht in de meest geschikte in de nabijheid gelegen haven binnen te loopen.

Artikel 369

Vervallen

Artikel 370

De kapitein mag van den koers, welken hij moet volgen, afwijken ter redding van menschenlevens.

Artikel 371

Vervallen

Artikel 371a

Indien gedurende de reis iemand aan boord wordt ontdekt, die niet in het bezit is van een geldig reisbiljet en niet bereid of niet in staat is op eerste aanmaning van den kapitein vracht te betalen, heeft deze het recht hem aan boord werk te laten verrichten, waartoe hij in staat is, en hem bij de eerste gelegenheid die zich voordoet van boord te verwijderen.

Artikel 372

Noch de kapitein, noch een opvarende mag voor eigen rekening goederen in het schip vervoeren, tenzij krachtens overeenkomst met of verlof van de eigenaar en, indien het schip is vervracht, ook van den bevrachter.

Artikel 373

Vervallen

Artikel 374
1.

Artikel 347, het tweede lid van artikel 348 en artikel 349, eerste lid, zijn niet van toepassing op zeevissersschepen.

2.

Aan boord moeten aanwezig zijn een uittreksel uit de registratie voor schepen als bedoeld in artikel 101, eerste lid, van de Kadasterwet vermeldende tenminste de gegevens, bedoeld in artikel 85, tweede lid, onder a, c, d, e, f, g en j, van die wet, alsmede de gegevens omtrent niet doorgehaalde voorlopige aantekeningen, welk uittreksel op een zodanig tijdstip moet zijn afgegeven door de bewaarder van het kadaster en de openbare registers dat de daarin vermelde gegevens overeenstemmen met die welke in de registratie voor schepen ten aanzien van het betrokken schip staan vermeld ten tijde van het uitvaren van dat schip, en de wetten en reglementen op deze schepen van toepassing.

Artikel 375

Vervallen

Artikel 376

Vervallen

Artikel 377

Vervallen

Artikel 378

Vervallen

Artikel 379

Vervallen

Artikel 380

Vervallen

Artikel 381

Vervallen

Artikel 382

Vervallen

Artikel 383

Vervallen

Artikel 384

Vervallen

Artikel 385

Vervallen

Artikel 386

Vervallen

Artikel 387

Vervallen

Artikel 388

Na afloop van eene reis is de kapitein verplicht de scheepspapieren aan de werkgever af te geven tegen ontvangstbewijs.

Artikel 389

Vervallen

Artikel 390

Vervallen

Artikel 391

Vervallen

Artikel 392

Vervallen

Artikel 392a

Vervallen

titel Vierde. Van de schepelingen

§ 1. Algemeene bepalingen

Artikel 393

Vervallen

Artikel 394

Vervallen

Artikel 395

Vervallen

§ 2. Van de arbeidsovereenkomst tot de vaart ter zee

Artikel 396

Vervallen

Artikel 397

Vervallen

Artikel 398

Vervallen

Artikel 399

Vervallen

Artikel 400

Vervallen

Artikel 401

Vervallen

Artikel 402

Vervallen

Artikel 403

Vervallen

Artikel 404

Vervallen

Artikel 405

Vervallen

Artikel 406

Vervallen

Artikel 407

Vervallen

Artikel 408

Vervallen

Artikel 409

Vervallen

Artikel 410

Vervallen

Artikel 411

Vervallen

Artikel 412

Vervallen

Artikel 413

Vervallen

Artikel 414

Vervallen

Artikel 415

Vervallen

Artikel 415a

Vervallen

Artikel 415b

Vervallen

Artikel 415c

Vervallen

Artikel 415d

Vervallen

Artikel 415e

Vervallen

Artikel 415f

Vervallen

Artikel 415g

Vervallen

Artikel 415h

Vervallen

Artikel 415i

Vervallen

Artikel 416

Vervallen

Artikel 417

Vervallen

Artikel 418

Vervallen

Artikel 419

Vervallen

Artikel 420

Vervallen

Artikel 421

Vervallen

Artikel 422

Vervallen

Artikel 423

Vervallen

Artikel 424

Vervallen

Artikel 425

Vervallen

Artikel 426

Vervallen

Artikel 427

Vervallen

Artikel 428

Vervallen

Artikel 429

Vervallen

Artikel 430

Vervallen

Artikel 431

Vervallen

Artikel 432

Vervallen

Artikel 433

Vervallen

Artikel 434

Vervallen

Artikel 435

Vervallen

Artikel 436

Vervallen

Artikel 437

Vervallen

Artikel 438

Vervallen

Artikel 439

Vervallen

Artikel 440

Vervallen

Artikel 441

Vervallen

Artikel 442

Vervallen

Artikel 443

Vervallen

Artikel 444

Vervallen

Artikel 445

Vervallen

Artikel 446

Vervallen

Artikel 447

Vervallen

Artikel 448

Vervallen

Artikel 449

Vervallen

Artikel 450

Vervallen

Artikel 450a

Vervallen

Artikel 450aa

Vervallen

Artikel 450b

Vervallen

Artikel 450c

Vervallen

Artikel 450d

Vervallen

§ 3. Van de monsterrol en het monsterboekje

Artikel 450e

Vervallen

Artikel 451

Vervallen

Artikel 451a

Vervallen

Artikel 451b

Vervallen

Artikel 451c

Vervallen

Artikel 451d

Vervallen

Artikel 451e

Vervallen

Artikel 451f

Vervallen

Artikel 451g

Vervallen

Artikel 451h

Vervallen

Artikel 451i

Vervallen

Artikel 451j

Vervallen

§ 4. Van de schepelingen ter visscherij

Artikel 452

Vervallen

§ 5. Van de schepelingen ter zeevisserij die een arbeidsovereenkomst met de zeewerkgever hebben gesloten

Artikel 452a

Vervallen

Artikel 452b

Vervallen

Artikel 452c

Vervallen

Artikel 452d

Vervallen

Artikel 452e

Vervallen

Artikel 452f

Vervallen

Artikel 452g

Vervallen

Artikel 452h

Vervallen

Artikel 452i

Vervallen

Artikel 452j

Vervallen

Artikel 452k

Vervallen

Artikel 452l

Vervallen

Artikel 452m

Vervallen

Artikel 452n

Vervallen

Artikel 452o

Vervallen

Artikel 452p

Vervallen

§ 6. Van de kapitein en de schepelingen ter zeevisserij die een maatschapsovereenkomst hebben gesloten

Artikel 452q

Vervallen

Artikel 452r

Vervallen

Artikel 452s

Vervallen

Artikel 452t

Vervallen

Artikel 452u

Vervallen

Artikel 452v

Vervallen

Artikel 452w

Vervallen

titel Vijfde. Van vervrachting en bevrachting van schepen

§ 1. Algemeene bepalingen

Artikel 453

Vervallen

Artikel 454

Vervallen

Artikel 455

Vervallen

Artikel 456

Vervallen

Artikel 457

Vervallen

Artikel 458

Vervallen

Artikel 459

Vervallen

Artikel 459a

Vervallen

§ 2. Tijd-bevrachting

Artikel 460

Vervallen

Artikel 461

Vervallen

Artikel 462

Vervallen

Artikel 463

Vervallen

Artikel 464

Vervallen

Artikel 465

Vervallen

Vijfde titel A. Van het vervoer van goederen

§ 1. Algemeene bepalingen

Artikel 466

Vervallen

Artikel 467

Vervallen

Artikel 467a

Vervallen

Artikel 468

Vervallen

Artikel 469

Vervallen

Artikel 469a

Vervallen

Artikel 469b

Vervallen

Artikel 470

Vervallen

Artikel 470a

Vervallen

Artikel 471

Vervallen

Artikel 472

Vervallen

Artikel 473

Vervallen

Artikel 473a

Vervallen

Artikel 474

Vervallen

Artikel 475

Vervallen

Artikel 476

Vervallen

Artikel 477

Vervallen

Artikel 478

Vervallen

Artikel 479

Vervallen

Artikel 480

Vervallen

Artikel 481

Vervallen

Artikel 482

Vervallen

Artikel 483

Vervallen

Artikel 484

Vervallen

Artikel 485

Vervallen

Artikel 486

Vervallen

Artikel 487

Vervallen

Artikel 488

Vervallen

Artikel 489

Vervallen

Artikel 490

Vervallen

Artikel 491

Vervallen

Artikel 492

Vervallen

Artikel 493

Vervallen

Artikel 494

Vervallen

Artikel 495

Vervallen

Artikel 496

Vervallen

Artikel 497

Vervallen

Artikel 498

Vervallen

Artikel 499

Vervallen

Artikel 500

Vervallen

Artikel 501

Vervallen

Artikel 502

Vervallen

Artikel 503

Vervallen

Artikel 504

Vervallen

Artikel 505

Vervallen

Artikel 506

Vervallen

Artikel 507

Vervallen

Artikel 508

Vervallen

Artikel 509

Vervallen

Artikel 510

Vervallen

Artikel 511

Vervallen

Artikel 512

Vervallen

Artikel 513

Vervallen

Artikel 513a

Vervallen

Artikel 514

Vervallen

Artikel 515

Vervallen

Artikel 516

Vervallen

Artikel 517

Vervallen

Artikel 517a

Vervallen

Artikel 517b

Vervallen

Artikel 517c

Vervallen

Artikel 517d

Vervallen

§ 2. Vaste lijnen

Artikel 517e

Vervallen

Artikel 517f

Vervallen

Artikel 517g

Vervallen

Artikel 517h

Vervallen

Artikel 517i

Vervallen

Artikel 517j

Vervallen

Artikel 517k

Vervallen

Artikel 517l

Vervallen

Artikel 517m

Vervallen

Artikel 517n

Vervallen

Artikel 517o

Vervallen

Artikel 517p

Vervallen

Artikel 517q

Vervallen

Artikel 517r

Vervallen

Artikel 517s

Vervallen

Artikel 517t

Vervallen

Artikel 517u

Vervallen

Artikel 517ubis

Vervallen

Artikel 517v

Vervallen

Artikel 517w

Vervallen

Artikel 517x

Vervallen

Artikel 517ij

Vervallen

§ 3. Tijd-bevrachting

Artikel 517z

Vervallen

Artikel 518

Vervallen

Artikel 518a

Vervallen

Artikel 518b

Vervallen

Artikel 518c

Vervallen

Artikel 518d

Vervallen

Artikel 518e

Vervallen

Artikel 518f

Vervallen

Artikel 518g

Vervallen

§ 4. Reis-bevrachting

Artikel 518h

Vervallen

Artikel 518i

Vervallen

Artikel 518j

Vervallen

Artikel 518k

Vervallen

Artikel 518l

Vervallen

Artikel 518m

Vervallen

Artikel 518n

Vervallen

Artikel 518o

Vervallen

Artikel 518p

Vervallen

Artikel 518q

Vervallen

Artikel 518r

Vervallen

Artikel 518s

Vervallen

Artikel 518t

Vervallen

Artikel 518u

Vervallen

Artikel 518v

Vervallen

Artikel 518w

Vervallen

Artikel 518x

Vervallen

Artikel 518ij

Vervallen

Artikel 518z

Vervallen

Artikel 519

Vervallen

Artikel 519a

Vervallen

Artikel 519b

Vervallen

Artikel 519c

Vervallen

Artikel 519d

Vervallen

Artikel 519e

Vervallen

Artikel 519f

Vervallen

Artikel 519g

Vervallen

Artikel 519h

Vervallen

Artikel 519i

Vervallen

Artikel 519j

Vervallen

Artikel 519k

Vervallen

Artikel 519l

Vervallen

Artikel 519m

Vervallen

Artikel 519n

Vervallen

Artikel 519o

Vervallen

Artikel 519p

Vervallen

Artikel 519q

Vervallen

Artikel 519r

Vervallen

Artikel 519s

Vervallen

Artikel 519t

Vervallen

Artikel 519u

Vervallen

Artikel 519v

Vervallen

Artikel 519w

Vervallen

Artikel 519x

Vervallen

Artikel 519ij

Vervallen

Artikel 519z

Vervallen

Artikel 520

Vervallen

Artikel 520a

Vervallen

Artikel 520abis

Vervallen

Artikel 520b

Vervallen

Artikel 520c

Vervallen

Artikel 520d

Vervallen

Artikel 520e

Vervallen

Artikel 520f

Vervallen

§ 5. Vervoer van stukgoederen

Artikel 520g

Vervallen

Artikel 520h

Vervallen

Artikel 520i

Vervallen

Artikel 520j

Vervallen

Artikel 520k

Vervallen

Artikel 520l

Vervallen

Artikel 520m

Vervallen

Artikel 520n

Vervallen

Artikel 520o

Vervallen

Artikel 520p

Vervallen

Artikel 520q

Vervallen

Artikel 520r

Vervallen

Artikel 520s

Vervallen

Artikel 520t

Vervallen

Vijfde titel B. Van het vervoer van personen

§ 1. Algemeene bepalingen

Artikel 521

Vervallen

Artikel 522

Vervallen

Artikel 523

Vervallen

Artikel 524

Vervallen

Artikel 524a

Vervallen

Artikel 524b

Vervallen

Artikel 525

Vervallen

Artikel 526

Vervallen

Artikel 527

Vervallen

Artikel 528

Vervallen

Artikel 529

Vervallen

Artikel 530

Vervallen

Artikel 531

Vervallen

Artikel 532

Vervallen

Artikel 533

Vervallen

Artikel 533a

Vervallen

Artikel 533b

Vervallen

Artikel 533c

Vervallen

§ 2. Vaste lijnen

Artikel 533d

Vervallen

Artikel 533e

Vervallen

Artikel 533f

Vervallen

Artikel 533g

Vervallen

Artikel 533h

Vervallen

Artikel 533i

Vervallen

Artikel 533j

Vervallen

Artikel 533k

Vervallen

Artikel 533l

Vervallen

Artikel 533m

Vervallen

Artikel 533mbis

Vervallen

§ 3. Tijd-bevrachting

Artikel 533n

Vervallen

Artikel 533o

Vervallen

Artikel 533p

Vervallen

§ 4. Reis-bevrachting

Artikel 533q

Vervallen

Artikel 533r

Vervallen

Artikel 533s

Vervallen

Artikel 533t

Vervallen

Artikel 533u

Vervallen

§ 5. Vervoer van enkele personen

Artikel 533v

Vervallen

Artikel 533w

Vervallen

Artikel 533x

Vervallen

Artikel 533ij

Vervallen

Artikel 533z

Vervallen

titel Zesde. Van aanvaring

Artikel 534

Vervallen

Artikel 535

Vervallen

Artikel 536

Vervallen

Artikel 536a

Vervallen

Artikel 537

Vervallen

Artikel 538

Vervallen

Artikel 539

Vervallen

Artikel 540

Vervallen

Artikel 541

Vervallen

Artikel 542

Vervallen

Artikel 543

Vervallen

Artikel 544

Vervallen

Artikel 544a

Vervallen

titel Zevende. Van hulp en berging

Artikel 545

Vervallen

Artikel 546

Vervallen

Artikel 547

Vervallen

Artikel 548

Vervallen

Artikel 549

Vervallen

Artikel 550

Vervallen

Artikel 551

Vervallen

Artikel 552

Vervallen

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)