Wet van 15 april 1886, houdende bepalingen, regelende het in werking treden van het bij de wet van 3 maart 1881 (Staatsblad n°. 35) vastgestelde Wetboek van Strafrecht en den overgang van de oude tot de nieuwe strafwetgeving, alsmede om overeenstemming te brengen tusschen de bestaande wetten en het nieuwe wetboek
Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, saluut! doen te weten:
Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat volgens art. 475 van het bij de wet van 3 Maart 1881 (Staatsblad n°. 35) vastgestelde "Wetboek van Strafrecht" het in werking treden van dat Wetboek bij de wet moet worden geregeld, terwijl het tevens noodzakelijk is zoowel om bepalingen vast te stellen omtrent den overgang van de oude tot de nieuwe strafwetgeving, als om overeenstemming te brengen tusschen de bestaande wetten en het nieuwe wetboek;
Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
§ I. Algemeene bepalingen
Artikel 1
De wetten van 10 Juni 1840 (Staatsblad n°. 20-26) zijn ingetrokken.
Artikel 2
Het bij de wet van 3 Maart 1881 (Staatsblad n°. 35) vastgestelde Wetboek van Strafrecht treedt in werking op den 1sten September 1886.
§ II. Bepalingen, houdende afschaffing, handhaving of wijziging van wetten die thans inwerking zijn
Artikel 3
Op het in art. 2 vermelde tijdstip zijn afgeschaft:
- a. het Fransche Wetboek van Strafrecht (Code Pénal), voor zoover het thans nog hier te lande van kracht is;
- b. het besluit van den Souvereinen Vorst van 24 Januari 1814 (Staatsblad n°. 17), omtrent den boekhandel en den eigendom van letterkundige werken, voor zooverre dit besluit nog niet is afgeschaft;
- c. de wetten van:
-
- October 1791, concernant les biens et usages ruraux et la police rurale;
-
- September 1816 (Staatsblad n°. 51), "tot vaststelling van straffen voor hen, die vreemde Mogendheden beleedigen";
-
- December 1817 (Staatsblad n°. 33), "houdende straffen tegen degenen, die, niet aan den militairen rechtsdwang onderworpen, de desertie van het krijgsvolk begunstigen";
-
- November 1818 (Staatsblad n°. 39), "houdende strafbepalingen om den slavenhandel te beteugelen";
-
- December 1824 (Staatsblad n°. 75), "houdende daarstelling van nadere maatregelen tot wering en uitroeijing van den slavenhandel";
-
- Mei 1829 (Staatsblad n°. 34), "houdende aanvulling van eenige gapingen in het Wetboek van Strafrecht";
-
- Mei 1829 (Staatsblad n°. 35), "strekkende om de vermenging van vergiftige of andere schadelijke zelfstandigheden in eet- en drinkwaren te beteugelen";
-
- Juni 1830 (Staatsblad n°. 15), "tot beteugeling van hoon en laster en andere vergrijpen tegen het openbaar gezag en de algemeene rust";
-
- April 1836 (Staatsblad n°. 13), "betrekkelijk de misdaden van valsche munt en muntschennis";
-
- Mei 1837 (Staatsblad n°. 21), "houdende tijdelijke aanvulling der bepalingen omtrent de enkele en bedriegelijke bankbreuk";
-
- Mei 1851 (Staatsblad n°. 44), "regelende de verjaring der straffen, uitgesproken wegens de misdrijven, vermeld in de wetten van 16 Mei 1829 (Staatsblad n°. 34) en 1 Juni 1830 ( Staatsblad n°. 15)";
-
- Juni 1851 (Staatsblad n°. 68), "tot invoering van het stelsel van eenzame opsluiting ten aanzien van enkele op te leggen straffen";
-
- Maart 1852 (Staatsblad n°. 20), "regelende de gevolgen van door den militairen strafregter uitgesproken veroordeelingen bij later gepleegde misdaad of wanbedrijf";
-
- Juni 1854 (Staatsblad n°. 102), "houdende eenige veranderingen in de straffen op misdrijven gesteld";
-
- Juni 1859 (Staatsblad n°. 44), "houdende wijziging en aanvulling der wet van 12 December 1817 (Staatsblad n°. 33), met opzigt tot het koopen, in pand of bewaring nemen, of ontvangen van militaire kleedingstukken enz.";
-
- December 1860 (Staatsblad n°. 102), "houdende aanvulling van art. 10 der wet van 29 Juni 1854 (Staatsblad n°. 102), omtrent strafbare poging tot misdaad";
-
- April 1864 (Staatsblad n°. 29), "houdende bepalingen voor het geval van wanbetaling van boeten in strafzaken";
-
- September 1870 (Staatsblad n°. 162), "tot afschaffing der doodstraf". De artt. 2 en 7 dezer wet blijven van kracht;
-
- Juli 1871 (Staatsblad n°. 84), tot wijziging van art. 7 der wet van 29 Juni 1854 (Staatsblad n°. 102), "houdende eenige veranderingen in de straffen op misdrijven gesteld";
-
- April 1872 (Staatsblad n°. 23), "houdende bedreiging van straf tegen de vernieling en de onbruikbaarmaking van schepen en andere vaartuigen door andere dan de in artt. 434 en 435 van het Wetboek van Strafrecht genoemde middelen";
-
- April 1872 (Staatsblad n°. 24), "tot vervanging van de artt. 414, 415 en 416 van het Wetboek van Strafrecht door andere bepalingen";
-
- December 1875 (Staatsblad n°. 255), "tot toepasselijkverklaring van art. 55 van het Wetboek van Strafrecht, voor zooveel de aansprakelijkheid voor de gerechtskosten betreft op hen, die wegens ééne en dezelfde overtreding veroordeeld worden";
- d. de strafbepalingen alsmede alle bepalingen omtrent onderwerpen in de acht eerste Titels van het eerste Boek van het Wetboek van Strafrecht behandeld, welke in andere dan de onder a, b en c genoemde wetten voorkomen, voor zoover die wetten vóór 1 Maart 1886 zijn in werking getreden en de bedoelde bepalingen niet in deze wet worden gehandhaafd. Disciplinaire voorschriften worden niet als bepalingen beschouwd, onder letter d bedoeld.
Artikel 4
Op het in art. 2 vermelde tijdstip zijn mede afgeschaft:
- 1°. het avis du Conseil d'Etat van 28 October/20 November 1806 sur la compétence en matière de délits commis à bord des vaisseaux neutres dans les ports et rades de France;
- 2°. de wet van 29 Juni 1854 (Staatsblad n°. 103), houdende "uitbreiding van de regtsmagt der kantonregters in strafzaken".
Artikel 5
De bepalingen krachtens welke de Regeering vreemdelingen, wegens bedelarij of landlooperij veroordeeld, over de grenzen doet leiden, blijven van kracht.
Artikel 6
Blijven van kracht de bepalingen omtrent onderwerpen in de acht eerste Titels van het eerste Boek van het Wetboek van Strafrecht behandeld alsmede de strafbepalingen, welke voorkomen in verdragen met buitenlandsche Mogendheden.
Feiten, bij deze verdragen strafbaar gesteld, worden, voor zoover deze strafbaarstelling niet geschiedt door toepasselijkverklaring van het nationale recht, beschouwd als overtredingen.
Artikel 7
Vervallen
Artikel 8
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
Artikel 9
Vervallen
Artikel 10
De volgende strafbepalingen en bepalingen omtrent onderwerpen in de eerste acht Titels van het eerste Boek van het Wetboek van Strafrecht behandeld blijven, behoudens de in deze wet vermelde wijzigingen, van kracht.
- 1°. Art. 12 van de publicatie van 24 Februari 1806, houdende bepalingen omtrent een algemeen rivier- of waterregt, art. 7 van Titel XXVIII en, voorzoover het hertogdom Limburg betreft, de artt. 42, 43 en 44 van Titel XXVII van de Ordonnance des eaux et forêts du mois d'Août 1669; Bevat wijzigingen in andere regelgeving
- 2°. Vervallen.
- 3°. de artt. 6 en 7 van de wet van 1 Maart 1815 (Staatsblad n°. 21), houdende "voorschriften ter viering der dagen aan den openbaren Christelijken Godsdienst toegewijd";
- 4°. Vervallen.
- 5°. Vervallen.
- 6°. de artt. 5, 20, 24, 26, 28, 30, 32, 33, 36, 37, 38, 40, 42, 43, 44, 45, 48, 53, 55, 56, 57, 64, 66 en 69 van de wet van 9 Juli 1842 (Staatsblad n°. 20) op "het Notarisambt", gewijzigd bij de wet van 6 Mei 1878 (Staatsblad n°. 29) en bij die van 26 April 1876 (Staatsblad n°. 85); Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
- 7°. art. 13 van de wet van 28 Augustus 1843 (Staatsblad n°. 37), houdende "vaststelling eener algemeene bepaling en van den eersten Titel van het tarief van justitiekosten en salarissen in burgerlijke zaken"; Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
- 8°. art. 7 der wet van 28 Augustus 1843 (Staatsblad n°. 38), houdende "vaststelling van den tweeden Titel van het tarief van justitiekosten en salarissen in burgerlijke zaken";
- 9°. Vervallen.
- 10°. de artt. 9, 12 en 13 van de wet van 10 September 1853 (Staatsblad n°. 102), tot "regeling van het toezigt op de onderscheidene kerkgenootschappen";
- 11°. de artt. 45, 57 en 58 van de wet van 21 December 1853 (Staatsblad n°. 128), houdende "bepalingen betrekkelijk het bouwen, planten en het maken van andere werken binnen zekeren afstand van vestingwerken van den Staat"; Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
- 12°. Vervallen.
- 13°. art. 23 van de wet van 22 April 1855 (Staatsblad n°. 32), tot "regeling en beperking der uitoefening van het regt van vereeniging en vergadering" voor zooveel betreft de verwijzing naar de artt. 16, 18, 20 en 21; Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
- 14°. Vervallen.
- 15°. art. 11 van de wet van 20 Augustus 1859 (Staatsblad n°. 93), houdende "bepalingen op de loodsdienst voor zeeschepen"; (het overige deel van dit nummer vervallen tengevolge van de Wet van 20 april 1895, S. 71) Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
- 16°. Vervallen.
- 17°. Vervallen.
- 18°. het eerste en tweede lid van art. 19 van de wet van 1 Juni 1865 (Staatsblad n°. 60), regelende "de uitoefening der geneeskunst", aangevuld door de wet van 23 April 1880 (Staatsblad n°. 65); Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
- 19°. art. 31, eerste en tweede lid, en art. 32, eerste, tweede en derde lid, van de wet van 1 Juni 1865 (Staatsblad n°. 61), regelende "de uitoefening der artsenijbereidkunst"; Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
- 20°. art. 41 en het tweede lid van art. 44 van de wet van 14 September 1866 (Staatsblad n°. 138), houdende "bepalingen betrekkelijk de inkwartieringen en het onderhoud van het krijgsvolk, en de transporten en leverantiën voor 's Konings legers of vestingen gevorderd", gewijzigd bij de wet van 29 Maart 1877 (Staatsblad n°. 53); Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
- 21°. art. 3 van de wet van 6 April 1869 (Staatsblad n°. 39), houdende "intrekking der wetten van 29 Floréal jaar X en 7 Ventôse jaar XII (Vervoer van vrachten op de landwegen)";
- 22°. Vervallen.
- 23°. art. 40, aanhef en 1°. en 2°., art. 41, aanhef en nos. 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 en 11, art. 42 en art. 43, aanhef en nos. 2, 3, 4 en 7 van de wet van 10 April 1869 (Staatsblad n°. 65), tot "vaststelling van bepalingen betrekkelijk het begraven van lijken, de begraafplaatsen en de begrafenisregten"; Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
- 24°. Vervallen.
- 25°. Vervallen.
- 26°. Vervallen.
- 27°. Vervallen.
- 28°. art. 12, 2de en 3de lid van de wet van 8 Juli 1874 (Staatsblad n°. 98), tot "regeling van de uitoefening der veeartsenijkunst", gewijzigd door de wet van 4 April 1875 (Staatsblad n°. 37); Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
- 29°.Vervallen.
- 30°. de artt. 53, 54, tweede lid, van de wet van 9 April 1875 (Staatsblad n°. 67), tot "regeling van de dienst en het gebruik der spoorwegen", art. 56, aanhef en 2de lid, met uitzondering der strafbaarstelling van het niet voldoen aan een krachtens art. 22 gegeven bevel of verbod; art. 56, 3de en 4de lid; artt. 58 en 63 dier wet; Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
- 31°. art. 22, met uitzondering van het voorlaatste lid, en art. 29, voor zooveel betreft de toepasselijkverklaring van art. 22, van de wet van 2 Juni 1875 (Staatsblad n°. 95), tot "regeling van het toezigt bij het oprigten van inrigtingen, welke gevaar, schade of hinder kunnen veroorzaken"; Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
- 32°. Vervallen.
- 33°. Vervallen.
- 34°. de artt. 65 en 102, eerste lid, van de wet van 28 April 1876 (Staatsblad n°. 102), tot "regeling van het hooger onderwijs", gewijzigd bij de wetten van 7 Mei 1878 (Staatsblad n°. 33), van 28 Juni 1881 (Staatsblad n°. 107), van 15 Juni 1883 (Staatsblad n°. 75) en van 23 Juli 1885 (Staatsblad n°. 141);
- 35°. art. 9, tweede lid, van de wet van 24 Juni 1876 (Staatsblad n°. 117), houdende "regeling van de voorwaarden tot verkrijging der afzonderlijke bevoegdheid tot uitoefening der tandheelkunst en van de uitoefening dier kunst";
- 36°. art. 2, 2de en 3de lid, van de wet van 28 Juni 1876 (Staatsblad n°. 150), houdende "maatregelen tegen het gevaar, hetwelk door den in-, door- en vervoer van vergiftige stoffen kan ontstaan"; Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
- 37°. Vervallen.
- 38°. art. 19 van de wet van 28 Maart 1877 (Staatsblad n°. 35), tot "wering van besmetting door uit zee aankomende schepen"; Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
- 39°. Vervallen.
- 40°. Vervallen.
- 41°. art. 9, met uitzondering van het voorlaatste lid, van de wet van 23 April 1880 (Staatsblad n°. 67), betreffende "de openbare middelen van vervoer, met uitzondering der spoorwegdiensten";
- 42°. Vervallen.
- 43°. Vervallen.
- 44°. Vervallen.
- 45°. de artt. 6, 7 en 8 van de wet 7 December 1883 (Staatsblad n°. 202), "ter uitvoering van de op 6 Mei 1882 te 's Gravenhage gesloten internationale overeenkomst tot regeling van de politie op de visscherij in de Noordzee buiten de territoriale wateren";
- 46°. de artt. 36, aanhef en 3°., 37, met uitzondering van het laatste lid, en 38 van de wet van 27 April 1884 (Staatsblad n°. 96), tot "regeling van het Staatstoezicht op krankzinnigen"; Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
- 47°.Vervallen.
Artikel 11
De feiten in het vorig artikel bedoeld, worden beschouwd als overtredingen. Zij worden als zoodanig berecht voor zoover niet in de bijzondere wet uitdrukkelijk het tegendeel bepaald is.
De in de wetten in het vorig artikel bedoeld met name genoemde poging blijft als zelfstandige overtreding strafbaar.
De op in het vorig artikel bedoelde feiten gestelde gevangenisstraf wordt vervangen door hechtenis met een maximum van gelijken duur doch den tijd van een jaar niet overschrijdende en met een minimum van één dag.
Het minimum der geldboete wordt gesteld op of verminderd tot vijftig cents.
Wanneer op herhaling van overtreding zwaardere straf is gesteld, zonder vermelding van eenig tijdvak, binnen hetwelk die herhaling moet hebben plaats gehad, is die bepaling slechts dan van kracht wanneer tijdens het plegen van de overtreding nog geen vijf jaren zijn verloopen sedert de vroegere veroordeeling van den schuldige onherroepelijk is geworden of de op de overtreding gestelde geldboete vrijwillig is betaald.
Waar een andere aanvangstijd van den termijn voor de herhaling vastgesteld, is bepaald, wordt de in het vorige lid bedoelde tijd van aanvang daarvoor in de plaats gesteld.
Artikel 12
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
Artikel 13
De bij bijzondere wetten en verordeningen verleende bevoegdheid tot het opsporen van strafbare feiten blijft gehandhaafd, ook voorzoover tegen die feiten thans in het Wetboek van Strafrecht is voorzien.
Artikel 14
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
Artikel 15
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
Artikel 16
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
Artikel 17
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
Artikel 18
Vervallen
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.