Besluit van 4 December 1925, tot uitvoering van artikel 198 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering

Type Koninklijk besluit
Publication 1994-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van Onzen Minister van Justitie van 27 October 1925, 2de afdeeling A n°. 897;

Gezien artikel 198 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering;

Den Raad van State gehoord (advies van 17 November 1925 n°. 19);

Gelet op het nader rapport van Onzen Minister van Justitie van 30 November 1925, 2de afdeeling A n°. 931;

Hebben goedgevonden en verstaan te bevelen:

Artikel 1

De aanwijzing van eene inrichting ingevolge artikel 198 van het Wetboek van Strafvordering kan niet plaats hebben dan indien met betrekking tot die inrichting voldaan wordt aan de navolgende voorwaarden:

Artikel 2

Een aanwijzing als bedoeld in artikel 198 van het Wetboek van Strafvordering, wordt aangevraagd door middel van een verklaring van het bestuur van de inrichting, dat het zich wenst te onderwerpen aan de in artikel 1 omschreven voorwaarden.

Artikel 3

Onze Minister van Justitie doet alsdan een onderzoek instellen.

Artikel 4

De aanwijzing kan geschieden onder voorbehoud, dat binnen een daarbij te stellen termijn bepaalde verbeteringen worden aangebracht.

Artikel 5
1.

Bij niet-naleving of overtreding der voorwaarden, zulks ter beoordeeling van Onzen Minister van Justitie, kan de aanwijzing worden ingetrokken. De intrekking geschiedt niet dan nadat het bestuur in de gelegenheid is gesteld alsnog ten genoege van Onzen Minister van Justitie aan de voorwaarden te voldoen tenzij de vereiste spoed zich daartegen verzet.

2.

Op straffe van intrekking der aanwijzing mogen wijzigingen ten aanzien van de punten, waarop de voorwaarden van artikel 1 betrekking hebben, niet worden aangebracht, dan nadat Onze Minister van Justitie verklaard heeft, dat ondanks die wijzigingen de inrichting aan de voorwaarden van artikel 1 blijft voldoen.

Artikel 6

Dit besluit treedt in werking tegelijk met het nieuwe Wetboek van Strafvordering.

Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst en in afschrift zal worden gezonden aan den Raad van State.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.