Wet van 31 juli 1930, houdende vaststelling van voorschriften omtrent openbare wegen

Type Wet
Publication 2024-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten:

Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is voorschriften vast te stellen omtrent openbare wegen, hetgeen ingevolge artikel 190 der Grondwet bij de wet zal moeten geschieden;

Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk I. Algemeene bepalingen

Artikel 1
1.

Deze wet is uitsluitend van toepassing op openbare wegen.

2.

Onder wegen worden in deze wet mede verstaan:

Artikel 2

Onder waterschappen worden in deze wet begrepen veenschappen en veenpolders.

Artikel 3

Onder rechthebbende wordt in deze wet verstaan de rechthebbende krachtens burgerlijk recht.

Hoofdstuk II. De openbaarheid

Artikel 4
1.

Een weg is openbaar:

2.

Het onder I en II bepaalde lijdt uitzondering wanneer, loopende den termijn van dertig of van tien jaren, gedurende een tijdvak van ten minste een jaar duidelijk ter plaatse is kenbaar gemaakt, dat de weg slechts ter bede voor een ieder toegankelijk is.

3.

Dit kenbaar maken kan geschieden door het stellen van opschriften als: eigen weg, particuliere weg, private weg en soortgelijke, of door andere kenteekenen.

Artikel 5
1.

Na de inwerkingtreding dezer wet kan de onder III van het eerste lid van het voorgaande artikel bedoelde bestemming slechts worden gegeven met medewerking van den raad der gemeente, waarin de weg is gelegen.

2.

Deze medewerking wordt niet vereischt wanneer die bestemming gegeven wordt door het Rijk, door eene provincie of door een waterschap.

3.

Op een verzoek tot medewerking wordt door den Raad binnen zestig dagen beslist. Die termijn kan bij een besluit van den Raad éénmaal voor gelijken tijd worden verlengd; dit besluit wordt onverwijld ter kennis gebracht van hem, die de medewerking heeft verzocht.

4.

Bij weigering van deze medewerking van een gemeente staat aan hem, die de medewerking heeft verzocht beroep op Gedeputeerde Staten open.

5.

Van een besluit tot medewerking als bedoeld in dit artikel wordt, indien dit wordt genomen door de gemeenteraad, mededeling gedaan aan gedeputeerde staten door toezending van een afschrift ervan.

Artikel 6

Het bestaan van eene beperking in het gebruik, anders dan krachtens een wettelijk voorschrift tot regeling van het verkeer, mag mede worden aangenomen op grond van de gesteldheid van den weg en van het gebruik, dat van den weg pleegt gemaakt te worden.

Artikel 7

Een weg heeft opgehouden openbaar te zijn:

Artikel 8
1.

Een weg, welke door het Rijk wordt onderhouden, kan aan het openbaar verkeer worden onttrokken bij een door Ons te nemen besluit.

2.

Een weg, welke door eene provincie wordt onderhouden of door een waterschap, en een weg, niet vallende onder de hiervoren genoemde, waarop een waterschap krachtens zijn inrichting of zijn reglement heeft toe te zien, kunnen aan het openbaar verkeer worden onttrokken bij een besluit van de Provinciale Staten.

3.

In afwijking van het eerste en tweede lid kan op grond van artikel 5.52, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet worden bepaald dat een projectbesluit als bedoeld in afdeling 5.2 van de Omgevingswet geldt als een besluit als bedoeld in het eerste of tweede lid.

Artikel 9
1.

Een weg, niet behoorende tot de in artikel 8 bedoelde, kan aan het openbaar verkeer worden onttrokken bij een besluit van den raad der gemeente, waarin de weg is gelegen.

2.

Het besluit, bedoeld in het eerste lid, wordt meegedeeld aan Gedeputeerde Staten.

Artikel 10

Vervallen

Artikel 11
1.

Ieder belanghebbende bij een weg, niet behoorende tot de in artikel 8 bedoelde, heeft het recht aan den raad der gemeente, waarin de weg is gelegen ten opzichte van dien weg toepassing van artikel 9 te verzoeken.

2.

Op de voorbereiding van de beslissing op het verzoek is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.

3.

Weigert de raad aan het verzoek te voldoen, dan staat aan den verzoeker beroep op Gedeputeerde Staten open.

Artikel 11a

Vervallen

Artikel 12

Van een uitspraak in beroep waarbij een weg aan het openbaar verkeer wordt onttrokken wordt door Burgemeester en Wethouders van de gemeente waarin de weg is gelegen mededeling gedaan op de in artikel 12 van de Bekendmakingswet bepaalde wijze.

Hoofdstuk III. Bepalingen in het bijzonder betreffende burgerlijke rechten ten aanzien van wegen

Artikel 13
1.

De eigendom van wegen wordt, zoolang en voor zoover niet het tegendeel blijkt, vermoed te zijn bij de provincie, de gemeente of het waterschap, door welke of door hetwelk de weg wordt onderhouden.

2.

Dit vermoeden werkt niet tegen dengene, van wien wel het onderhoud is overgenomen doch niet de eigendom.

Artikel 14
1.

Behoudens de beperkingen in het gebruik, als bedoeld in artikel 6 en behoudens het bepaalde bij het volgend lid, hebben de rechthebbende op en de onderhoudplichtige van een weg alle verkeer over den weg te dulden.

2.

De rechthebbende op en de onderhoudplichtige van een tot den weg behoorenden berm hebben alle verkeer over den berm te dulden, voor zoover het door omstandigheden wordt gebillijkt.

3.

De rechthebbende op en de onderhoudplichtige van een weg of een tot den weg behoorenden berm of een tot den weg behoorende bermsloot hebben bovendien te dulden:

4.

De rechthebbende op en de onderhoudplichtige van een tot den weg behoorenden berm of een tot den weg behoorende bermsloot hebben ter zake, in het voorgaande lid omschreven, recht op schadevergoeding doch, voor zooveel schade wordt geleden door hetgeen strekt tot onderhoud of verbetering van den weg, alleen dan, wanneer het recht op den berm of de bermsloot meer is beperkt, of de onderhoudslast daarvan meer is verzwaard, dan gebruikelijk was ten opzichte van dien berm of die bermsloot.

5.

Het eerste en tweede lid laten onverlet de heffing van de toltarieven, bedoeld in de Wet tijdelijke tolheffing Blankenburgverbinding en ViA15, en de heffing van de tarieven voor de vrachtwagenheffing, bedoeld in de Wet vrachtwagenheffing.

Hoofdstuk IV. Het onderhoud

Artikel 15
1.

Het Rijk, de provincie, de gemeente en het waterschap is verplicht een weg te onderhouden, wanneer dat openbare lichaam dien tot openbaren weg heeft bestemd.

2.

Het Rijk, de provincie, de gemeente en het waterschap is verplicht een weg en een in een weg zich bevindenden duiker te onderhouden, wanneer dat openbare lichaam dien weg of dien duiker gedurende tien achtereenvolgende jaren heeft onderhouden, ook al was bij den aanvang van die tien jaren de weg, welke is onderhouden of waarin de duiker is gelegen, nog niet openbaar.

3.

Tot het onderhoud van een weg als in het eerste en het tweede lid bedoeld, behoort mede het onderhoud van een tot dien weg behoorenden berm of een tot dien weg behoorende bermsloot, echter slechts voor zoover het onderhoud van den berm of de bermsloot dient ten behoeve van de instandhouding en de bruikbaarheid van den weg en voor zoover het onderhoud niet, uit welken hoofde ook, tot de verplichting van anderen behoort.

Artikel 16

De gemeente heeft te zorgen, dat de binnen haar gebied liggende wegen, met uitzondering van de wegen, welke door het Rijk of eene provincie worden onderhouden, van die bedoeld in artikel 17 en van die, waarop door een ander tol wordt geheven met uitzondering van de gemeentelijke wegen, genoemd in de bijlage bij de Wet vrachtwagenheffing, verkeeren in goeden staat.

Artikel 17

Het waterschap heeft te zorgen, dat de wegen welke het onderhoudt, en die waarop het krachtens zijne inrichting of krachtens zijn reglement heeft toe te zien, verkeeren in goeden staat.

Artikel 18

De gemeente en het waterschap worden geacht aan het in de artikelen 16 en 17 bepaalde te hebben voldaan:

de weg goed is onderhouden;

aard, breedte en lengte van de verharding gelijk zijn aan aard, breedte en lengte van de verharding, zooals die zijn aangegeven op den in artikel 27 bedoelden legger.

Artikel 18a
1.

Overdracht eener verplichting tot onderhoud van een weg door een gemeente of waterschap aan een gemeente of waterschap vereischt de goedkeuring van Gedeputeerde Staten der provincie, waarin de weg is gelegen.

2.

In het geval dat een gemeente haar verplichting tot onderhoud van een weg aan een andere gemeente overdraagt, is in afwijking van het eerste lid geen goedkeuring vereist. De overeenkomst tot overdracht wordt aan gedeputeerde staten medegedeeld.

Artikel 19
1.

De Gedeputeerde Staten kunnen het onderhoud van een weg, welke door de provincie wordt onderhouden, brengen ten laste van de gemeente, waarin de weg is gelegen.

2.

Bij dit besluit zal de provincie zich verbinden tot eene afkoopbare jaarlijksche uitkeering aan de gemeente, die met onderhoud wordt belast, welke uitkeering niet lager mag worden gesteld dan hetgeen per jaar voor behoorlijk onderhoud werd vereischt.

3.

Het bestuur van een waterschap kan onder goedkeuring van Gedeputeerde Staten het onderhoud van een weg, waarop het krachtens zijne inrichting of zijn reglement heeft toe te zien, ten laste van het waterschap brengen, voor zoover de bevoegdheid daartoe uitdrukkelijk bij het reglement der instelling is toegekend.

4.

Bij het besluit van het waterschapsbestuur, als in het derde lid bedoeld, kunnen zij, die van het onderhoud of het geven van bijdragen tot het onderhoud worden bevrijd, worden verplicht tot afkoopbare jaarlijksche uitkeeringen, welke gezamenlijk niet hooger mogen worden gesteld dan hetgeen per jaar voor behoorlijk onderhoud werd vereischt.

5.

Indien echter voor het gebruik van den weg tol wordt geheven, wordt wegens het gemis van de opbrengst der tolheffing eene schadevergoeding toegekend, welke in het besluit van het waterschapsbestuur, in het derde lid bedoeld, wordt opgenomen.

Artikel 20
1.

Burgemeester en wethouders kunnen het onderhoud van een binnen de gemeente liggenden weg ten laste van de gemeente brengen. Het besluit van burgemeester en wethouders wordt aan Gedeputeerde Staten meegedeeld.

2.

Deze bepaling is niet van toepassing op wegen, welke door het Rijk of eene provincie worden onderhouden, en op wegen, welke door een waterschap worden onderhouden of waarop een waterschap krachtens zijne inrichting of zijn reglement heeft toe te zien.

3.

Bij het besluit van burgemeester en wethouders als in het eerste lid bedoeld kunnen zij, die van het onderhoud of het geven van bijdragen tot het onderhoud worden bevrijd worden verplicht tot afkoopbare jaarlijksche uitkeeringen, welke gezamenlijk niet hooger mogen worden gesteld, dan hetgeen per jaar voor behoorlijk onderhoud werd vereischt.

4.

Indien echter voor het gebruik van den weg tol wordt geheven, wordt behoudens het geval dat ingevolge artikel 54 schadevergoeding wordt gegeven, wegens het gemis van de opbrengst der tolheffing eene schadevergoeding toegekend, welke in het besluit van burgemeester en wethouders in het eerste lid bedoeld, wordt opgenomen.

Artikel 20a

Het in artikel 19, tweede, vierde en vijfde lid en het in artikel 20, derde en vierde lid, bepaalde is alleen van toepassing, indien omtrent de overneming geen overeenstemming is verkregen.

Artikel 21

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.