Wet van den 19den December 1931, houdende regelen betreffende den rechtstoestand van de militaire ambtenaren
Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten:
Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat regelen betreffende den rechtstoestand van de militaire ambtenaren van zee- en landmacht behooren te worden gesteld;
Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Titel I. Algemeene bepaling
Artikel 1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. ambtenaren: militaire ambtenaren en burgerlijke ambtenaren, waarbij wordt verstaan onder:
-
- militaire ambtenaren: zij, die zijn aangesteld bij het beroepspersoneel van de krijgsmacht of bij het reservepersoneel van de krijgsmacht om in militaire openbare dienst werkzaam te zijn,
-
- burgerlijke ambtenaren: burgerlijke ambtenaren die zijn aangesteld om werkzaam te zijn bij het Ministerie van Defensie;
- b. werkelijke dienst: de tijd gedurende welke de militair ambtenaar
-
- is aangesteld bij het beroepspersoneel van de krijgsmacht en hij niet op non-activiteit is gesteld en hem geen buitengewoon verlof van lange duur is verleend;
-
- is aangesteld bij het reservepersoneel van de krijgsmacht en hij als zodanig feitelijk onder de wapenen is,
- c. buitengewone omstandigheden: een uitzonderingstoestand als bedoeld in artikel 1 van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden dan wel andere omstandigheden die naar het oordeel van Onze Minister toepassing van buitengewone bevoegdheden op grond van deze wet noodzakelijk maken,
- d. Onze Minister: Onze Minister van Defensie,
- e. militaire gezondheidszorg: het geheel aan maatregelen, voorzieningen en verstrekkingen verleend door of vanwege de militair geneeskundige dienst ten behoeve van het behoud, herstel en bevordering van de gezondheid en inzetbaarheid van de militair,
- f. militair geneeskundige dienst: het geheel van instanties en eenheden binnen de krijgsmacht, belast met het verlenen van militaire gezondheidszorg,
- g. geïntegreerde gezondheidszorg: het samenhangend stelsel van preventieve, curatieve met inbegrip van huisartsgeneeskundige, bepaalde bedrijfsgeneeskundige en operationeel geneeskundige activiteiten verricht door een eerstelijns medisch zorgteam voor het verlenen van militaire gezondheidszorg,
- h. algemeen militair arts (AMA): een tot de militair geneeskundige dienst behorende militaire arts, opgeleid tot of in staat geacht tot het toepassen van de basiskennis en -vaardigheden van de geïntegreerde gezondheidszorg, opgenomen in het register van algemeen militaire artsen,
- i. medisch zorgteam: een functioneel team, bestaande uit één of meer algemeen militaire artsen, tenminste één geregistreerd huisarts en één geregistreerd bedrijfsarts van de militair geneeskundige dienst, belast met het verlenen van geïntegreerde gezondheidszorg aan de aan dit team toegewezen militairen,
- j. geïntegreerd militair geneeskundig dossier: het geheel aan eerstelijns geneeskundige gegevens omtrent een militair ten behoeve van het verlenen van geïntegreerde gezondheidszorg door een medisch zorgteam.
In deze wet wordt, voorzover hun belang daarmee is gemoeid of dit uit de vroegere rechtsbetrekking volgt, mede verstaan onder militaire ambtenaren: gewezen militaire ambtenaren.
Titel II. Bezwaar, beroep en klachtrecht
Artikel 2
Vervallen
§ 2. Rechtsmacht
Artikel 3
In afwijking van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift dertien weken, indien de belanghebbende zich om redenen van dienst buiten Nederland bevindt.
In afwijking van artikel 8:55, eerste lid, derde volzin, van de Algemene wet bestuursrecht bedraagt de termijn voor het indienen van een verzetschrift dertien weken, indien de belanghebbende zich om redenen van dienst buiten Nederland bevindt.
In afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht bedraagt de beslistermijn zes maanden, indien een of meer belanghebbenden, getuigen of deskundigen zich om redenen van dienst buiten Nederland bevinden.
Indien dringende redenen van operationele aard verhinderen dat binnen de in het derde lid bedoelde termijn wordt beslist, kan deze termijn ten hoogste twee keer met drie maanden worden verlengd.
Artikel 4
Vervallen
Artikel 5
De eerste volzin van artikel 54, derde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie is van overeenkomstige toepassing indien beroep is ingesteld door nagelaten betrekkingen of rechtverkrijgenden.
Tot militair lid zijn alleen benoembaar zij die Nederlander en militair ambtenaar of eervol ontslagen militair ambtenaar zijn.
Zij mogen niet:
- a. sedert meer dan zes jaar uit de militaire dienst zijn ontslagen;
- b. deel uitmaken van het bestuur of in dienst zijn van een vereniging van militairen. Onder vereniging van militairen is voor de toepassing van deze bepaling een verband van verenigingen en een onderdeel van een vereniging begrepen.
Een militair lid wordt door Onze Minister benoemd voor de tijd van vier jaren. Het lid is bij zijn aftreden eenmaal herbenoembaar. Op zijn verzoek wordt het lid door Onze Minister ontslag verleend.
In geval van gelijktijdige benoeming geldt als oudstbenoemde het lid wiens naam in het benoemingsbesluit het eerst is vermeld en zo vervolgens. Heeft de benoeming plaats gehad bij verschillende besluiten van gelijke datum, dan wordt het laagst genummerde besluit geacht het eerst te zijn genomen en zo vervolgens.
Ten aanzien van een militair lid zijn de artikelen 46c, 46ca, 46d, 46e, 46f, 46g, 46i, met uitzondering van het eerste lid, onderdeel c, 46j, 46l, 46m, 46o en 46p van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de overeenkomstige toepassing van artikel 46j onderscheidenlijk artikel 46o, tweede lid, onder functionele autoriteit wordt verstaan: bestuur onderscheidenlijk president van het gerecht, met dien verstande dat mede ontslag wordt verleend:
- a. bij ontslag, anders dan eervol, uit de militaire dienst, of
- b. bij ontslag uit de militaire dienst ter zake van onbekwaamheid of ongeschiktheid anders dan uit hoofde van een ziekte of een gebrek, en dat mede schorsing plaats heeft indien het militaire lid in zijn militaire ambt is geschorst.
Artikel 5a
Artikel 66, vijfde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een militair lid.
Artikel 5b
Aan de militaire leden wordt een vergoeding toegekend met overeenkomstige toepassing van de regels die gelden voor de rechters-plaatsvervangers.
Artikel 6
In afwijking van artikel 8:12 van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechtbank ook aan de commandant van de bodem waarop of het korps of de inrichting waarbij de betrokken militaire ambtenaar dient of heeft gediend, opdragen het vooronderzoek of een gedeelte daarvan te verrichten.
Artikel 7
Indien tijdens de behandeling van een beroep blijkt, dat een samenhangend strafrechtelijk onderzoek of een tuchtproces ingevolge de Wet militair tuchtrecht aanhangig is, wordt de behandeling, tenzij het beroep tegen een voorloopige voorziening is gericht, tot na afloop van dat onderzoek of dat tuchtproces geschorst.
Artikel 8
Een uitspraak van den strafrechter, in kracht van gewijsde gegaan, of ingevolge de Wet militair tuchtrecht in beroep gewezen, waarbij de militaire ambtenaar aan eenig feit is schuldig verklaard, geldt in een militaire ambtenarenzaak als bewijs van dat feit.
Artikel 9
De militaire ambtenaar die zich bezwaard voelt over een van een militaire meerdere als bedoeld in artikel 67 van het Wetboek van Militair Strafrecht ontvangen bevel, dan wel meent van een zodanige meerdere een krenkende of onbillijke behandeling te hebben ondervonden, kan daarover in afwijking van artikel 9:8, eerste lid, onder b, van de Algemene wet bestuursrecht binnen zes weken schriftelijk een met redenen omklede klacht indienen bij de tot straffen bevoegde militaire meerdere, bedoeld in artikel 49 van de Wet militair tuchtrecht onder wiens rechtstreeks bevel degene, tegen wie de klacht is gericht, is gesteld dan wel bij een door Onze Minister aangewezen functionaris.
Geen klacht kan worden ingediend over besluiten of handelingen ter uitvoering van de Wet militair tuchtrecht.
Op de behandeling van de klacht zijn de afdelingen 9.1.2 en 9.1.3 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in afwijking van artikel 9:11, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht de klacht binnen twaalf weken wordt afgehandeld indien de klager dan wel de militaire meerdere tegen wie het klaagschrift is gericht dan wel getuigen zich om redenen van dienst buiten Nederland bevinden.
Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld ter uitvoering van dit artikel.
Artikel 10
In deze titel wordt verstaan onder bezoldiging:
- a. de bedragen – onder de benaming bezoldiging of welke benaming ook – waarop de ambtenaar als zodanig uit hoofde van zijn dienstbetrekking aanspraak heeft;
- b. de bedragen – onder de benaming pensioen, wachtgeld, uitkering of welke benaming ook – waarop de gewezen ambtenaar als zodanig uit hoofde van zijn vroegere dienstbetrekking aanspraak heeft of waarop zijn nagelaten betrekkingen uit hoofde van zijn overlijden aanspraak hebben.
Onder ambtenaar wordt in deze titel mede verstaan de nagelaten betrekkingen van een ambtenaar die uit hoofde van zijn overlijden pensioen genieten.
Beslag omvat in deze titel ook de vordering, bedoeld in artikel 19 van de Invorderingswet 1990.
Titel III. Van middelen tot bewaring en verwerkelijking van recht
Artikel 11
Artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op beschikkingen inzake functietoewijzing, bevordering en aanwijzing voor het volgen van een opleiding.
Titel III. Van middelen tot bewaring en verwerkelijking van recht
Artikel 12
Voor zover deze onderwerpen niet reeds bij of krachtens de wet zijn geregeld, worden voor de militaire ambtenaren bij of krachtens algemene maatregel van bestuur voorschriften vastgesteld betreffende:
- a. aanstelling;
- b. het onderzoek naar de geschiktheid en bekwaamheid;
- c. opleiding;
- d. bevordering;
- e. schorsing;
- f. ontslag;
- g. diensttijden;
- h. verlof;
- i. gezondheidszorg;
- j. bescherming bij de arbeid;
- k. woon-, verblijfs- en bereikbaarheidsverplichtingen;
- l. medezeggenschap;
- m. bezoldiging en overige militaire inkomsten;
- n. wachtgeld;
- o. overige rechten en verplichtingen;
- p. de wijze, waarop met de daarvoor in aanmerking komende vakorganisaties van overheidspersoneel overleg wordt gepleegd over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van militaire ambtenaren, alsmede de gevallen waarin overeenstemming in dat overleg dient te worden bereikt;
- q. de gevallen waarin berichten inzake de rechtspositie van de ambtenaar in afwijking van de artikelen 2:7, tweede lid, en 2:8 van de Algemene wet bestuursrecht uitsluitend elektronisch verzonden behoeven te worden en de voorwaarden die daarbij in acht worden genomen.
Artikel 12a
De militaire ambtenaar dient zich te onthouden van het openbaren van gedachten of gevoelens dan wel de uitoefening van het recht tot vereniging, tot vergadering en tot betoging, indien door de uitoefening van deze rechten de goede vervulling van zijn functie of de goede functionering van de openbare dienst, voor zover deze in verband staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd.
Het eerste lid is, voor wat betreft het recht van vereniging, niet van toepassing op het lidmaatschap van:
- a. een politieke groepering waarvan de naam of aanduiding is ingeschreven overeenkomstig de artikelen G1 of G2 van de Kieswet;
- b. een politieke groepering waarvan de naam of aanduiding is ingeschreven overeenkomstig artikel G3 van de Kieswet, en die, indien na de inschrijving verkiezingen zijn gehouden voor de gemeenteraden, aan de laatst gehouden verkiezingen heeft deelgenomen; of
- c. een vakvereniging.
De militaire ambtenaar is verplicht tot geheimhouding van enig gegeven, de dienst betreffende, tegenover een ieder die tot kennisneming daarvan niet bevoegd is, voor zover die verplichting uit de aard der zaak volgt.
Artikel 12b
De militaire ambtenaar is niet gehouden tot dienstverrichting op voor hem op grond van zijn godsdienst of levensovertuiging geldende feest- en rustdagen, tenzij het dienstbelang dit onvermijdelijk maakt.
Artikel 12c
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.