Wet van 31 mei 1937

Type Wet
Publication 2019-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten:

Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenschelijk is den Rijksstudiedienst voor de Luchtvaart om te zetten in een Stichting en dat het in verband daarmede noodig is een regeling te treffen, als bedoeld in artikel 89 a van de Comptabiliteitswet 1927 (Staatsblad No. 259);

Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel 1

Onze Ministers van Waterstaat, van Defensie, van Koloniën, van Handel, Nijverheid en Scheepvaart, van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen en van Financiën worden gemachtigd om voor en namens het Rijk met de Vereeniging van Nederlandsche Vliegtuigfabrikanten, gevestigd te ’s-Gravenhage, de N. V. Koninklijke Luchtvaartmaatschappij voor Nederland en Koloniën, gevestigd te ’s-Gravenhage, de N. V. Koninklijke Nederlandsch-Indische Luchtvaartmaatschappij, gevestigd te Amsterdam en de Koninklijke Nederlandsche Vereeniging voor Luchtvaart, gevestigd te ’s-Gravenhage, een Stichting, genaamd "Nationaal Luchtvaartlaboratorium", in het leven te roepen overeenkomstig de bepalingen van de bij deze wet gevoegde ontwerp-akte van oprichting.

Artikel 2

Onze Ministers van Waterstaat en van Financiën worden gemachtigd om voor en namens het Rijk met het Bestuur van de Stichting een overeenkomst aan te gaan overeenkomstig het bij deze wet gevoegd model.

Onze Ministers van Economische Zaken en Klimaat en Financiën worden gemachtigd overeenkomsten tot wijziging van de in dit artikel bedoelde overeenkomst met het Bestuur van de Stichting aan te gaan.

Wijzigingen van deze overeenkomst zullen onverwijld door de zorg van Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat aan de Staten-Generaal worden medegedeeld.

Artikel 3
1.

Aan de stichting wordt jaarlijks door Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat subsidie verleend voor het verrichten van onderzoek en ontwikkeling op het gebied van de lucht- en ruimtevaart.

2.

Aan de stichting kan in bijzondere gevallen door Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat op aanvraag een incidentele subsidie worden verleend.

3.

Bij regeling van Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat worden regels gegeven inzake

Artikel 4

Aan de door Onze Ministers van Economische Zaken en Klimaat en Financiën aan te wijzen ambtenaren wordt, telkens wanneer zulks wordt verlangd, inzage in de boekhouding der Stichting gegeven, en worden alle daaromtrent gevraagde inlichtingen verstrekt.

Artikel 5

Deze wet treedt in werking met ingang van den dag volgende op dien harer afkondiging.

Akte van oprichting van de Stichting Nationaal Luchtvaartlaboratorium

1.

De Heeren, te dezen onderscheidenlijk vertegenwoordigende de Ministers van Waterstaat, van Defensie, van Koloniën, van Handel, Nijverheid en Scheepvaart, van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen en van Financiën, die te dezen handelen namens het Rijk;

2.

de Heeren en , te dezen handelende voor en namens de Vereeniging van Nederlandsche Vliegtuigfabrikanten, gevestigd te ’s-Gravenhage;

3.

De Heer , te dezen handelende voor en namens de N. V. Koninklijke Luchtvaart Maatschappij voor Nederland en Koloniën, gevestigd te ’s-Gravenhage;

4.

De Heer , te dezen handelende voor en namens de N. V. Koninklijke Nederlandsch-Indische Luchtvaartmaatschappij, gevestigd te Amsterdam;

5.

De Heer , te dezen handelende voor en namens de Koninklijke Nederlandsche Vereeniging voor Luchtvaart, gevestigd te ’s-Gravenhage, verklaren over te gaan tot het in het leven roepen eener stichting en tot dat doel te storten een bedrag van duizend gulden, waarin door het Rijk voor f 600 wordt deelgenomen.

Voor deze stichting zullen gelden de navolgende bepalingen:

Artikel 1

De Stichting draagt den naam: "Nationaal Luchtvaartlaboratorium" en is gevestigd te ’s-Gravenhage.

Artikel 2

De Stichting heeft ten doel:

Artikel 3

1.

Het beheer van het in het voorgaande artikel bedoelde laboratorium geschiedt door het bestuur van de Stichting ingevolge een met het Rijk te sluiten overeenkomst met inachtneming van de voorwaarden en bepalingen van die overeenkomst.

2.

Onder het gezag en het toezicht van het bestuur berust de dagelijksche leiding van zaken in het Nationaal Luchtvaartlaboratorium bij een of meer directeuren. In geval meer dan één directeur wordt benoemd, wordt de verdeeling der werkzaamheden tusschen hen door het Bestuur geregeld.

Artikel 4

De geldmiddelen van de Stichting bestaan uit het stichtingskapitaal en worden verder verkregen door bijdragen ineens en jaarlijksche bijdragen, door vergoedingen voor onderzoekingen of voor het gelegenheid geven daartoe en voor adviezen, door schenkingen, erfstellingen en legaten, door gekweekte renten en uit anderen hoofde.

Artikel 5

1.

Het bestuur is als volgt samengesteld:

2.

Voor de eerste maal is het bestuur als volgt samengesteld:

Hiervan treden af op 1 Januari 1939 de sub b, 1°., c, e, f 2°., h en j van dit lid genoemde leden en op 1 Januari 1941 de sub a, b, 2°., d, f, 1°., g en i genoemde leden.

De sub a, b, c, d, e en j van dit lid genoemde leden en plaatsvervangende leden worden geacht benoemd te zijn door den Minister, respectievelijk genoemd sub a, b, c, d, e en j van lid 1, de sub f, g, h en i genoemde leden en plaatsvervangende leden door de lichamen, respectievelijk genoemd sub f, g, h en i van lid 1.

3.

Onder voorbehoud van eerder ontslag door dengene die hen heeft benoemd en behoudens het bepaalde in het vorig lid, hebben de leden en plaatsvervangende leden van het bestuur zitting voor een tijdvak van vier jaren en zijn aanstonds weder benoembaar.

4.

Zoolang in een vacature niet voorzien is, vormen de overblijvende leden het bestuur.

5.

De voorziening in een vacature zal op overeenkomstige wijze geschieden als waarop de benoeming van het lid of plaatsvervangend lid, dat de vaceerende plaats innam, geschiedde.

Artikel 6

1.

De voorzitter van het bestuur wordt, behalve bij de instelling van de Stichting, uit de leden van het bestuur, uit een voordracht van dit college van ten minste twee personen, benoemd door den Minister van Waterstaat.

2.

Het bestuur wijst uit zijn midden een ondervoorzitter aan, die den voorzitter bij diens verhindering, afwezigheid of ontstentenis vervangt. Het bestuur kan aan den ondervoorzitter als zoodanig ontslag verleenen.

3.

Voor de eerste maal treedt als voorzitter op ......

Artikel 7

Het bestuur voorziet in het secretariaat en het penningmeesterschap.

Artikel 8

Een of meer uit en door het bestuur aan te wijzen leden oefenen naar door het bestuur te stellen regelen onder zijn verantwoordelijkheid een deel der bevoegdheden van het bestuur uit. Hiertoe behoort in ieder geval het lid, bedoeld in artikel 5, lid 1, sub a.

Het bestuur kan aan het (de) hierboven bedoelde lid (leden) voor zijn (hun) werkzaamheden ingevolge dit artikel een door het bestuur vast te stellen vergoeding toekennen.

Artikel 9

Het bestuur vertegenwoordigt de Stichting in en buiten rechte. Tegenover derden blijkt van de medewerking van het bestuur voldoende door de medewerking van den voorzitter, zoomede van het lid, bedoeld in artikel 5, lid 1, sub a.

Artikel 10

1.

Het bestuur vergadert ten minste twee malen per jaar en verder zoo dikwijls als de voorzitter het noodig acht of ten minste twee leden van het bestuur hem daartoe schriftelijk hun verlangen te kennen geven met opgave van de punten, welke zij behandeld wenschen te zien.

2.

Met instemming van den voorzitter kunnen de leden zich in de bestuursvergadering, tijdens de behandeling van eenig onderwerp, doen bijstaan door personen, wier tegenwoordigheid in verband met de behandeling van het betreffende onderwerp door hen wenschelijk geacht wordt.

3.

Besluiten worden genomen met volstrekte meerderheid van stemmen. Bij staking van stemmen beslist de voorzitter, wanneer het personen betreft en wordt het voorstel geacht te zijn verworpen, wanneer het zaken betreft.

4.

Geen der leden kan meer dan één stem uitbrengen. De stemming over personen geschiedt schriftelijk; de stemming over zaken geschiedt mondeling, tenzij de vergadering anders beslist.

Met goedkeuring van den voorzitter kan de stem ook schriftelijk buiten vergadering worden uitgebracht.

5.

De Directeur (Directeuren) woont (wonen) de vergaderingen van het bestuur bij, tenzij het bestuur voor een bepaald geval anders beslist.

6.

De Directeur van den Luchtvaartdienst of een door dezen aangewezen ambtenaar heeft het recht de vergaderingen van het bestuur bij te wonen.

Artikel 11

1.

Het in artikel 5, lid 1 onder a bedoelde lid kan verzet aanteekenen tegen een besluit van het bestuur, dat betrekking heeft op de veiligheid van het luchtverkeer of op de besteding van gelden, met dien verstande, dat dit recht niet geldt ten aanzien van besluiten betreffende besteding van gelden, welke bijzondere lichamen of personen voor een bepaald omschreven doel ter beschikking van de Stichting hebben gesteld en welke het bestuur voor dat doel wenscht te gebruiken.

2.

Wanneer het lid van zijn in het vorig lid omschreven bevoegdheid gebruik maakt, dient hij uiterlijk op den tweeden dag volgende op dien, waarop het besluit is genomen, bij den voorzitter een nota in, waarin hij tevens de beweegredenen van zijn verzet uiteenzet. Het besluit wordt hierdoor geschorst. De voorzitter doet hiervan mededeeling aan de leden.

3.

Indien verzet is aangeteekend, verzoekt de voorzitter den Minister van Waterstaat, onder overlegging van het besluit met een toelichting en van de in het vorige lid bedoelde nota, te beslissen of het besluit al dan niet ten uitvoer kan worden gelegd. De Minister wordt geacht tegen tenuitvoerlegging van het besluit geen bezwaar te hebben, indien hij binnen veertien dagen na den dag, waarop het verzoek gedaan is, geen andere beslissing ter kennis van den voorzitter heeft gebracht.

4.

Elk der in artikel 5, lid 1, onder f, g, h en i bedoelde leden kan verzet aanteekenen tegen een besluit van het bestuur, de begrooting betreffende, voor zoover door dat besluit op het door het lid vertegenwoordigde lichaam geldelijke verplichtingen zouden worden gelegd, welke de door dat lichaam ingevolge de in artikel 3, lid 1 bedoelde overeenkomst aanvaarde verplichtingen te boven zouden gaan. Lid 2 van het onderhavig artikel vindt overeenkomstige toepassing.

5.

De voorzitter vraagt het lichaam, welks vertegenwoordiger in het bestuur verzet heeft aangeteekend, onder overlegging van het besluit met een toelichting en van de ingevolge het vorige lid ingediende nota, of het het verzet handhaaft. Het lichaam wordt geacht geen bezwaar te hebben tegen het besluit, indien het binnen een maand na dien, waarop het verzoek gedaan is, den voorzitter niet heeft medegedeeld het verzet te handhaven. Deelt het lichaam den voorzitter mede het verzet te handhaven, dan heeft het besluit ten opzichte van dat lichaam geen rechtsgevolg.

Artikel 12

1.

Onverminderd het bepaalde in lid 2 van dit artikel kan het bestuur commissies van advies of bijstand instellen, welke naar gelang van den aard harer taak een tijdelijk dan wel een vast karakter kunnen hebben. In het laatste geval wordt de samenstelling, bevoegdheid en werkkring van de commissie geregeld bij een door het bestuur vast te stellen reglement.

2.

Er wordt ingesteld een commissie, samengesteld uit personen, die geacht kunnen worden in wetenschappelijk opzicht deskundig te zijn op bij de luchtvaart betrokken gebieden. De wijze van benoeming, bevoegdheid en werkkring van deze commissie, zoomede de wijze, waarop door het bestuur met deze commissie overleg wordt gepleegd, worden geregeld bij een reglement, dat de goedkeuring van den Minister van Waterstaat behoeft. In dit reglement zal er in worden voorzien, dat in elk geval verband gewaarborgd is met het Koninklijk Nederlandsch Meteorologisch Instituut.

Artikel 13

1.

Het bestuur, de in lid 2 van artikel 12 bedoelde commissie of een door het bestuur of door deze commissie ingestelde commissie kan aan allen, die bij een vergadering tegenwoordig zijn, geheimhouding opleggen omtrent onderwerpen, welke in die vergadering zijn behandeld. Zij wordt in acht genomen, totdat zij door het bestuur of door de commissie, die haar heeft opgelegd, wordt opgeheven.

2.

De leden van het bestuur, van de in lid 2 van artikel 12 bedoelde commissie of van een door het bestuur of door deze commissie ingestelde commissie en alle andere personen, die bij een vergadering tegenwoordig waren, zijn tot geheimhouding verplicht ten aanzien van eenig onderwerp, waaromtrent de daarbij betrokken Minister geheimhouding heeft opgelegd. Zij wordt in acht genomen, totdat zij door den Minister, die haar heeft opgelegd, wordt opgeheven.

3.

De in de voorgaande twee leden bedoelde verplichting tot geheimhouding bestaat niet voor een lid ten aanzien van den Minister, die hem benoemd heeft.

Artikel 14

Het bestuur neemt, voor zooveel deze akte en de in artikel 3 bedoelde overeenkomst daaromtrent geen bepalingen bevatten, een beslissing in alle gevallen, welke de organisatie van de Stichting en de uitvoering van de genomen besluiten betreffen.

Artikel 15

1.

Het bestuur stelt jaarlijks een verslag vast omtrent de werkzaamheden en de bereikte resultaten. De uitkomsten van de onderzoekingen zullen, voor zoover daardoor geen belangen van deelnemers aan de Stichting, dan wel van derden - zulks ter beoordeeling van den voorzitter van het bestuur - zullen worden geschaad, worden nedergelegd in verslagen, welke op de door het bestuur te bepalen wijze zullen worden gepubliceerd.

2.

Het bestuur brengt de in lid 1 bedoelde bescheiden ter kennis van de in den aanhef dezes genoemde Ministers, van de Nijverheidsorganisatie T.N.O., van de in artikel 5, lid 1, onder f, g, h en i genoemde lichamen en voorts van hen, die naar het oordeel van het bestuur daarvoor in aanmerking komen.

3.

Het boekjaar loopt van den eersten Januari tot en met den een en dertigsten December. Het eerste boekjaar loopt tot en met een en dertig December 1937.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.