Besluit van 20 juli 1953, tot vaststelling van regelen ter uitvoering van de Inkwartieringswet

Type AMvB
Publication 2002-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van Onze Minister van Oorlog en van Marine van 30 Juni 1953, No. 3963;

Gelet op de Inkwartieringswet;

De Raad van State gehoord (advies van 7 Juli 1953, La. No. 17);

Gezien het nader rapport van Onze voornoemde Minister van 17 Juli 1953, Nr. 380.394 BIJ/Nr. Minmar 329781/249071;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 2

In dit besluit wordt mede verstaan onder:

Artikel 3
1.

Geen verstrekkingen worden gevorderd indien daardoor de uitoefening van een beroep of bedrijf in ernstige mate wordt belet of belemmerd.

2.

Het in het voorgaande lid gestelde lijdt uitzondering in geval van buitengewone omstandigheden, welke gevaar opleveren voor de uit- of inwendige veiligheid van de Staat, indien en voor zover de commandant, die vordert, van oordeel is dat het belang waarvoor de vordering geschiedt voorrang dient te hebben op de voorziening in de essentiële behoeften van de volkshuishouding, tenzij het betreft zaken en diensten van vitaal belang voor de functionnering van bedrijven, welke zijn opgenomen op een door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister, wie het mede aangaat, samengestelde lijst.

Artikel 4
1.

Geen vordering vindt plaats:

2.

Onze in het voorgaande lid genoemde Ministers bepalen in hoeverre in geval van buitengewone omstandigheden, welke gevaar opleveren voor de uit- of inwendige veiligheid van de Staat, van het gestelde in het eerste lid kan worden afgeweken. Daaromtrent worden bij de instructie, bedoeld in het derde lid van artikel 28 der wet, nadere voorschriften gegeven.

Artikel 5

Zo min mogelijk worden verstrekkingen gevorderd, waardoor de uitoefening van de openbare eredienst en de werkzaamheden in het belang van de gezondheidszorg, alsmede die van instellingen van weldadigheid en van sociale instellingen worden belet of belemmerd.

Artikel 6
1.

Geen verstrekkingen worden gevorderd van Ons en van de Leden van Ons Huis.

2.

Bij de toepassing van de wet en van dit besluit worden de uitzonderingen, welke in het volkenrecht zijn erkend, in acht genomen.

Hoofdstuk II. Inkwartiering en onderhoud

Afdeling 1. Algemene bepalingen

Artikel 7

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Artikel 8

In de hierna volgende bepalingen van dit hoofdstuk worden onder officier mede begrepen de adjudant-onderofficier en de onderofficier met een daaraan gelijkgestelde of hogere rang.

Artikel 9

In ruimten, welke krachtens dit hoofdstuk verwarmd moeten zijn, dient de temperatuur tenminste 16° Celsius te bedragen.

Artikel 10

De in dit hoofdstuk vermelde verstrekkingen worden alleen verschaft op de wijze en in de mate als door de commandant wordt aangevraagd of gevorderd.

Artikel 11
1.

Aan de vordering tot inkwartiering wordt, al naar gelang de commandant zulks aanvraagt of vordert, voldaan door:

2.

Onder individuele inkwartiering wordt verstaan het onder dak brengen van ten hoogste twee militairen in een afzonderlijke kamer van een bewoond huis.

3.

Onder collectieve inkwartiering wordt verstaan het gezamenlijk onderdak brengen van meer dan twee militairen in een ruimte.

Artikel 12
1.

Officieren en afzonderlijk reizende militairen worden, met inachtneming van artikel 14 der wet, zoveel mogelijk individueel ingekwartierd.

2.

Indien de toestand ter plaatse geen voldoende individuele inkwartiering toelaat, kunnen officieren tot de troep behorende ook collectief worden ingekwartierd, met dien verstande dat zij steeds gezamenlijk in een of meer afzonderlijke ruimten moeten kunnen worden ingekwartierd.

Artikel 13
1.

Als besmettelijke ziekten in de zin van het tweede lid van artikel 19 der wet worden aangemerkt:

Pest

Cholera

Gele koorts

Vlektyphus en andere Rickettsiosen

Febris Recurrens

Pokken (Variola major en minor)

Febris Typhoidea

Salmonellosen

Bacillaire Dysenterie

Amoeben Dysenterie

Roodvonk

Diphterie

Meningitis Cerebrospinalis (Epidemica)

Poliomyelitis Anterior Acuta

Encephalitis Lethargica

Leptospirosen

Ornithosis

Hepatitis Infectiosa

Open longtuberculose.

2.

Onder gebouwen, waarin een besmettelijke ziekte heerst, worden mede begrepen gebouwen waarin een kiemdrager verblijft van:

Febris Typhoidea

Salmonellosen

Bacillaire Dysenterie

Amoeben Dysenterie.

Afdeling 2. Individuele inkwartiering

Artikel 14
1.

In geval van individuele inkwartiering moet worden verschaft een behoorlijke kamer, voorzien van:

2.

De kamer, het meubilair en de overige zaken genoemd in het eerste lid worden door de zorg van de kwartiergever schoongehouden.

3.

In geval van inkwartiering des winters dient de in het eerste lid bedoelde kamer verwarmd te zijn gedurende de avonduren, of dient de ingekwartierde een plaats in een verwarmd en behoorlijk verlicht vertrek te worden verschaft, zulks ter keuze van de kwartiergever.

Artikel 15

Voor opper- of vlagofficieren, alsmede voor door Onze Minister aangewezen hoofdofficieren, wordt zo mogelijk boven de in artikel 14 omschreven verstrekking nog verschaft een behoorlijk verlichte en des winters ook verwarmde werkkamer, voorzien van de nodige meubelen, waaronder een tafel en enige stoelen. Alsdan behoeft de in artikel 14 bedoelde kamer niet verwarmd te zijn.

Artikel 16
1.

In geval van individuele inkwartiering met voeding draagt degene, van wie de inkwartiering is gevorderd, zorg voor de maaltijden van de ingekwartierde.

2.

Wanneer de kwartiergever verlangt dat de ingekwartierde militair aan de gewone maaltijden van het gezin deelneemt, wordt daaraan voldaan voorzover de militaire dienst zulks toelaat.

Afdeling 3. Collectieve Inkwartiering

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 17
1.

De ruimten in deze afdeling bedoeld moeten voldoen aan de eisen, welke Onze Minister op het gebied van de gezondheidszorg daaraan stelt.

2.

Zij dienen behoorlijk verlicht en des winters zonodig ook verwarmd te zijn.

3.

Zij dienen, zo geen brandblusapparaten aanwezig zijn, voorzien te zijn van een voldoende hoeveelheid zand en een voldoend aantal emmers met schoppen.

4.

De ruimten dienen, voorzover zij door of vanwege de militaire gebruikers onderhouden worden, voorzien te zijn van schoonmaakgereedschap en reinigingsmiddelen.

5.

Voorzover de ruimten niet aan de in dit artikel gestelde eisen voldoen, worden door de zorg van de burgemeester in overeenstemming met de commandant de nodige voorzieningen getroffen.

§ 2. Anders dan in buitengewone omstandigheden

Artikel 18
1.

In geval van collectieve inkwartiering moet voor de legering van militairen worden verschaft:

2.

Indien bedzakken en kussenzakken zijn verstrekt, dient het stro eenmaal in de drie maanden ververst te worden. Indien geen bedzakken en kussenzakken zijn verstrekt, dient het stro eenmaal per maand ververst te worden en dient tussentijds een vierde deel van de totale hoeveelheid bijgevuld te worden.

3.

Het stro, dat bij het einde van de collectieve inkwartiering en bij de verversing vrij komt, wordt door de zorg van de burgemeester zo mogelijk tegen de marktprijs ten bate van het Rijk verkocht, waarbij degenen die het stro verstrekt hebben in de gelegenheid worden gesteld het stro terug te kopen.

Artikel 19
1.

De gebouwen, bedoeld in het eerste lid van artikel 18, dienen voorzien te zijn van voldoende sanitaire installaties, waarbij als regel geldt dat per 20 man een toilet en één waterkraan of -pomp of per man één wasblik met voldoende waswater beschikbaar is.

2.

Indien geen voldoende sanitaire installaties aanwezig zijn, doet de burgemeester in overeenstemming met de commandant de nodige voorzieningen treffen.

Artikel 20
1.

In geval van collectieve inkwartiering met voeding worden, behoudens de verstrekking bedoeld in de vierde afdeling, lokalen verschaft, geschikt tot het nuttigen van maaltijden en voorzien van een voldoend aantal tafels en stoelen of banken.

2.

Voorts dienen bij collectieve inkwartiering verschaft te worden:

3.

De in het tweede lid onder a bedoelde gebouwen of gedeelten van gebouwen alsmede de onder c bedoelde lokalititen dienen zoveel mogelijk voorzien te zijn van een telefoonaansluiting.

Artikel 21

In geval van collectieve inkwartiering worden de in arrest gestelde militairen ondergebracht in bestaande arrestantenlokalen.

Artikel 22
1.

Indien voor de legering gebruik gemaakt wordt van tenten of slaapzakken, worden daarvoor geschikte terreinen beschikbaar gesteld.

2.

Bij voorkeur worden bestaande kampeerterreinen beschikbaar gesteld, voorzover daardoor het gebruik door burgers niet in ernstige mate wordt geschaad.

3.

De artikelen 18 en 19 zijn alsdan van overeenkomstige toepassing.

Artikel 23

Voor de stalling van paarden dient beschikbaar te worden gesteld een ruimte van tenminste 1.50 m breedte en 3 m lengte per paard in stallen of daartoe geschikte gebouwen.

§ 3. Buitengewone omstandigheden, welke gevaar opleveren voor de uit- of inwendige veiligheid van de Staat

Artikel 24

In geval van buitengewone omstandigheden, welke gevaar opleveren voor de uit- of inwendige veiligheid van de Staat, dienen boven de verstrekkingen genoemd in de vorige paragraaf ten behoeve van de collectief ingekwartierde militairen nog verschaft te worden:

Artikel 25
1.

De burgemeester doet aan de gebouwen en terreinen, bedoeld in deze afdeling, voorzieningen treffen welke door de commandant in verband met het gebruik nodig worden geoordeeld.

2.

Het gestelde in het eerste lid laat onverlet de bevoegdheid van de commandant zelf de nodige voorzieningen te treffen.

Artikel 26

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.