Wet van 18 januari 1956, houdende nieuwe wettelijke voorschriften met betrekking tot de organisatie van de zorg voor de volksgezondheid
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is nieuwe wettelijke voorschriften vast te stellen met betrekking tot de organisatie van de zorg voor de volksgezondheid;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Hoofdstuk I. Algemene bepaling
Artikel 1
Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder:
- a. "Onze Minister": Onze Minister, belast met de zaken betreffende de volksgezondheid;
- b. "inspecteur-generaal": de inspecteur-generaal, bedoeld in artikel 37;
- c. "Provinciale Raad": de Provinciale Raad voor de Volksgezondheid;
- d. "provinciale kruisverenigingen": de provinciale verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid, die uitsluitend het behartigen of doen behartigen van wijkverpleging en andere sociaal-hygiënische zorg beogen en bij een nationale vereniging met gelijke doelstelling zijn aangesloten;
- e. "persoonsgegevens": persoonsgegevens als bedoeld in artikel 4, onderdeel 1, van de Algemene verordening gegevensbescherming.
Hoofdstuk II. De Nationale Raad voor de Volksgezondheid
§ 1. Van de zetel en de taak
Artikel 2
Vervallen
Artikel 3
Vervallen
§ 2. Van de samenstelling
Artikel 4
Vervallen
Artikel 5
Vervallen
Artikel 6
Vervallen
Artikel 7
Vervallen
Artikel 8
Vervallen
§ 3. Van de Kamers en de commissies
Artikel 9
Vervallen
Artikel 10
Vervallen
Artikel 11
Vervallen
Artikel 12
Vervallen
Artikel 13
Vervallen
Artikel 13a
Vervallen
§ 4. Van de werkwijze
Artikel 14
Vervallen
Artikel 15
Vervallen
Artikel 16
Vervallen
Artikel 17
Vervallen
Artikel 18
Vervallen
Artikel 19
Vervallen
§ 5. Van de vergoedingen
Artikel 20
Vervallen
Hoofdstuk III. De Gezondheidsraad
Artikel 21
Er is een Gezondheidsraad.
De in artikel 10, eerste volzin, van de Kaderwet adviescolleges opgenomen bovengrens voor het aantal leden van adviescolleges geldt niet voor de Gezondheidsraad.
In afwijking van artikel 10, tweede volzin, van de Kaderwet adviescolleges kunnen bij koninklijk besluit uit de andere leden ten hoogste twee vice-voorzitters worden benoemd.
Een vice-voorzitter oefent een door de voorzitter in overeenstemming met die vice-voorzitter te bepalen gedeelte van de taak van de voorzitter uit.
In afwijking van artikel 11, tweede lid, van de Kaderwet adviescolleges, kan herbenoeming van de leden driemaal plaatsvinden.
In afwijking van artikel 11, tweede lid, van de Kaderwet adviescolleges, worden de voorzitter en vice-voorzitters, ongeacht de duur van een eerder lidmaatschap, voor ten hoogste vier jaar benoemd als lid, tevens voorzitter, onderscheidenlijk vice-voorzitter. Herbenoeming als lid, tevens voorzitter dan wel vice-voorzitter, kan twee maal en telkens voor ten hoogste vier jaar plaatsvinden.
Artikel 22
De Gezondheidsraad heeft tot taak Onze Ministers en de beide kamers der Staten-Generaal voor te lichten over de stand der wetenschap ten aanzien van vraagstukken op het gebied van de volksgezondheid en het gezondheids(zorg)onderzoek door middel van het uitbrengen van rapporten.
Artikel 23
Voor de toepassing van de Kaderwet adviescolleges en artikel 3.3, tweede lid, onderdeel e, van de Wet open overheid wordt een rapport dat geen advies bevat, gelijkgesteld aan een advies.
Artikel 24
In afwijking van artikel 16 van de Kaderwet adviescolleges kan de voorzitter uit de leden commissies instellen.
De voorzitter wijst uit de leden van een commissie een voorzitter aan.
De voorzitter en de vice-voorzitters zijn bevoegd de vergaderingen van de onderscheidene commissies, waarvan zij geen lid zijn, bij te wonen en aan de beraadslagingen deel te nemen.
Artikel 25
In afwijking van artikel 19, tweede lid, van de Kaderwet adviescolleges kan de voorzitter op verzoek van een commissie andere personen betrekken bij de werkzaamheden van die commissie, voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is.
Artikel 26
In afwijking van de artikelen 17, 18 en 20, eerste lid, van de Kaderwet adviescolleges is een commissie als bedoeld in artikel 24 bevoegd in naam van de Gezondheidsraad door tussenkomst van de voorzitter een rapport als bedoeld in artikel 22 uit te brengen. Op de beraadslaging en besluitvorming binnen een commissie is artikel 20 van de Kaderwet adviescolleges van overeenkomstige toepassing.
Artikel 26a
In afwijking van artikel 21 van de Kaderwet adviescolleges wordt een reglement van orde voor de Gezondheidsraad en de commissies door de voorzitter vastgesteld.
Artikel 27
In afwijking van artikel 15, tweede lid, van de Kaderwet adviescolleges is de secretaris van de Gezondheidsraad voor zijn werkzaamheden voor de Gezondheidsraad uitsluitend verantwoording schuldig aan de voorzitter.
Artikel 28
Vervallen
Artikel 29
Vervallen
Artikel 30
Vervallen
Artikel 31
Vervallen
Artikel 32
Vervallen
Artikel 33
Vervallen
Artikel 34
Vervallen
Artikel 35
Vervallen
Hoofdstuk IV. Het Staatstoezicht op de Volksgezondheid
Artikel 36
Er is een Staatstoezicht op de volksgezondheid, ressorterend onder Onze Minister, dat bestaat uit bij algemene maatregel van bestuur aangewezen onderdelen en dat tot taak heeft:
- a. het verrichten van onderzoek naar de staat van de volksgezondheid en de determinanten daarvan alsmede, waar nodig, het aangeven en bevorderen van middelen tot verbetering daarvan;
- b. het toezicht op de naleving en de opsporing van overtredingen van het bepaalde bij of krachtens wettelijke voorschriften op het gebied van de volksgezondheid, een en ander voor zover de ambtenaren van het Staatstoezicht daarmede zijn belast bij of krachtens wettelijk voorschrift;
- c. de uitvoering van bij of krachtens wettelijk voorschrift opgedragen taken en toegekende bevoegdheden op het gebied van de volksgezondheid;
- d. voor zover een onderdeel daartoe door Onze Minister is aangewezen, het verrichten van werkzaamheden ter uitvoering van de taak als National Authority for Containment als bedoeld in Resolutie WHA71.16 van de Wereldgezondheidsorganisatie inzake polio-eradicatie.
Het Staatstoezicht heeft voorts tot taak het uitbrengen van adviezen en het verstrekken van inlichtingen aan Onze Minister op verzoek of uit eigen beweging, met betrekking tot hetgeen het Staatstoezicht op grond van het eerste lid ter kennis is gekomen.
De in het eerste lid, onder b, genoemde taken strekken zich ook uit tot de voorschriften van een verordening van de Raad van de Europese Gemeenschappen op het gebied van de volksgezondheid, voor zover de verordening toezicht op de naleving en opsporing van overtredingen daarvan vordert.
Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat een of meer onderdelen van het Staatstoezicht ressorteren onder een andere Minister dan Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De voordracht voor een zodanige algemene maatregel van bestuur wordt gedaan door Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, in overeenstemming met Onze Minister wie het mede aangaat.
Ten behoeve van de organisatie van het Staatstoezicht op de volksgezondheid kunnen bij algemene maatregel van bestuur nadere regels worden gesteld.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de verstrekking van persoonsgegevens ter uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid, onder d.
Artikel 37
Aan het hoofd van elk onderdeel van het Staatstoezicht staat een inspecteur-generaal, die bij besluit van Onze Minister wordt aangewezen. De aanwijzing eindigt van rechtswege met ingang van de datum dat de uitoefening van de functie van inspecteur-generaal geen onderdeel meer uitmaakt van de werkzaamheden van de betreffende ambtenaar. Hij neemt bij de vervulling van zijn taak de aanwijzingen van Onze Minister in acht.
Artikel 38
De artikelen 36, eerste, tweede en vierde lid, 37, 44 en 44a zijn van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Bij algemene maatregel van bestuur kan bij de aanwijzing van regelgeving als bedoeld in artikel 44, eerste lid, worden bepaald dat informatie betreffende het toezicht en de uitvoering van die regelgeving niet op basis van dat lid openbaar zal worden gemaakt, indien de informatie betrekking heeft op het toezicht en de uitvoering in die openbare lichamen.
Het Staatstoezicht op de Volksgezondheid is in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bevoegd tot de uitoefening van de in artikel 36, eerste en tweede lid, genoemde taken, voor zover het gaat om de voorschriften bij of krachtens de:
- c. Warenwet BES;
- h. Vergunningwet BES.
Het Staatstoezicht op de Volksgezondheid oefent in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba zijn taken uit met inachtneming van de rechten, plichten en bevoegdheden, genoemd in de Hoofdstukken 3, 4 en 5 van de Wet Inspectie Biociden BES.
Artikel 39
Met betrekking tot de uitvoering van de in artikel 36, eerste lid, onder a, bedoelde taak:
- a. zijn de artikelen 5:12, 5:13, 5:15, 5:16, 5:16a, 5:17, 5:18 en 5:20, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing en is Onze Minister bevoegd tot overeenkomstige toepassing van artikel 5:20, derde lid, van de Algemeen wet bestuursrecht.
- b. hebben de aan de ambtenaren toekomende bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 5:16 en 5:17 van de Algemene wet bestuursrecht, mede betrekking op patiëntendossiers.
Voor zover de betrokken beroepsbeoefenaar uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift tot geheimhouding van het dossier verplicht is, kan de beroepsbeoefenaar deze verplichting, in afwijking van artikel 5:20, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, niet inroepen tegenover de ambtenaren indien deze gebruik maken van de bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b. Op deze ambtenaren rust dezelfde geheimhoudingsplicht als op de betrokken beroepsbeoefenaar.
Met betrekking tot de uitvoering van de in artikel 36, eerste lid, onder d, bedoelde taak is het eerste lid, onder a, van overeenkomstige toepassing.
Artikel 40
Vervallen
Artikel 41
De inspecteur-generaal dient aan Gedeputeerde Staten of aan Onze Commissaris in een provincie, aan de gemeenteraad, aan Burgemeester en Wethouders of aan de burgemeesters, van bericht en raad in daarvoor in aanmerking komende zaken, hun werkkring betreffende.
Artikel 42
Vervallen
Artikel 43
Gedeputeerde Staten en Burgemeester en Wethouders zenden aan de inspecteur-generaal en aan de Provinciale Raad, binnen wier werkgebied de provincie, respectievelijk de gemeente is gelegen, een afschrift of afdruk van elk der verordeningen, besluiten of verslagen, de volksgezondheid in hun provincie, respectievelijk gemeente betreffende, en van de daarin gemaakte aanvullingen of wijzigingen.
Zij verstrekken aan de inspecteur-generaal alle door hem verlangde inlichtingen over de naleving van wetten en verordeningen, de volksgezondheid betreffende.
Artikel 44
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.