Wet van 18 januari 1956, houdende nieuwe wettelijke voorschriften met betrekking tot de organisatie van de zorg voor de volksgezondheid

Type Wet
Publication 2025-07-05
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is nieuwe wettelijke voorschriften vast te stellen met betrekking tot de organisatie van de zorg voor de volksgezondheid;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk I. Algemene bepaling

Artikel 1

Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder:

Hoofdstuk II. De Nationale Raad voor de Volksgezondheid

§ 1. Van de zetel en de taak

Artikel 2

Vervallen

Artikel 3

Vervallen

§ 2. Van de samenstelling

Artikel 4

Vervallen

Artikel 5

Vervallen

Artikel 6

Vervallen

Artikel 7

Vervallen

Artikel 8

Vervallen

§ 3. Van de Kamers en de commissies

Artikel 9

Vervallen

Artikel 10

Vervallen

Artikel 11

Vervallen

Artikel 12

Vervallen

Artikel 13

Vervallen

Artikel 13a

Vervallen

§ 4. Van de werkwijze

Artikel 14

Vervallen

Artikel 15

Vervallen

Artikel 16

Vervallen

Artikel 17

Vervallen

Artikel 18

Vervallen

Artikel 19

Vervallen

§ 5. Van de vergoedingen

Artikel 20

Vervallen

Hoofdstuk III. De Gezondheidsraad

Artikel 21
1.

Er is een Gezondheidsraad.

2.

De in artikel 10, eerste volzin, van de Kaderwet adviescolleges opgenomen bovengrens voor het aantal leden van adviescolleges geldt niet voor de Gezondheidsraad.

3.

In afwijking van artikel 10, tweede volzin, van de Kaderwet adviescolleges kunnen bij koninklijk besluit uit de andere leden ten hoogste twee vice-voorzitters worden benoemd.

4.

Een vice-voorzitter oefent een door de voorzitter in overeenstemming met die vice-voorzitter te bepalen gedeelte van de taak van de voorzitter uit.

5.

In afwijking van artikel 11, tweede lid, van de Kaderwet adviescolleges, kan herbenoeming van de leden driemaal plaatsvinden.

6.

In afwijking van artikel 11, tweede lid, van de Kaderwet adviescolleges, worden de voorzitter en vice-voorzitters, ongeacht de duur van een eerder lidmaatschap, voor ten hoogste vier jaar benoemd als lid, tevens voorzitter, onderscheidenlijk vice-voorzitter. Herbenoeming als lid, tevens voorzitter dan wel vice-voorzitter, kan twee maal en telkens voor ten hoogste vier jaar plaatsvinden.

Artikel 22

De Gezondheidsraad heeft tot taak Onze Ministers en de beide kamers der Staten-Generaal voor te lichten over de stand der wetenschap ten aanzien van vraagstukken op het gebied van de volksgezondheid en het gezondheids(zorg)onderzoek door middel van het uitbrengen van rapporten.

Artikel 23

Voor de toepassing van de Kaderwet adviescolleges en artikel 3.3, tweede lid, onderdeel e, van de Wet open overheid wordt een rapport dat geen advies bevat, gelijkgesteld aan een advies.

Artikel 24
1.

In afwijking van artikel 16 van de Kaderwet adviescolleges kan de voorzitter uit de leden commissies instellen.

2.

De voorzitter wijst uit de leden van een commissie een voorzitter aan.

3.

De voorzitter en de vice-voorzitters zijn bevoegd de vergaderingen van de onderscheidene commissies, waarvan zij geen lid zijn, bij te wonen en aan de beraadslagingen deel te nemen.

Artikel 25

In afwijking van artikel 19, tweede lid, van de Kaderwet adviescolleges kan de voorzitter op verzoek van een commissie andere personen betrekken bij de werkzaamheden van die commissie, voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is.

Artikel 26

In afwijking van de artikelen 17, 18 en 20, eerste lid, van de Kaderwet adviescolleges is een commissie als bedoeld in artikel 24 bevoegd in naam van de Gezondheidsraad door tussenkomst van de voorzitter een rapport als bedoeld in artikel 22 uit te brengen. Op de beraadslaging en besluitvorming binnen een commissie is artikel 20 van de Kaderwet adviescolleges van overeenkomstige toepassing.

Artikel 26a

In afwijking van artikel 21 van de Kaderwet adviescolleges wordt een reglement van orde voor de Gezondheidsraad en de commissies door de voorzitter vastgesteld.

Artikel 27

In afwijking van artikel 15, tweede lid, van de Kaderwet adviescolleges is de secretaris van de Gezondheidsraad voor zijn werkzaamheden voor de Gezondheidsraad uitsluitend verantwoording schuldig aan de voorzitter.

Artikel 28

Vervallen

Artikel 29

Vervallen

Artikel 30

Vervallen

Artikel 31

Vervallen

Artikel 32

Vervallen

Artikel 33

Vervallen

Artikel 34

Vervallen

Artikel 35

Vervallen

Hoofdstuk IV. Het Staatstoezicht op de Volksgezondheid

Artikel 36
1.

Er is een Staatstoezicht op de volksgezondheid, ressorterend onder Onze Minister, dat bestaat uit bij algemene maatregel van bestuur aangewezen onderdelen en dat tot taak heeft:

2.

Het Staatstoezicht heeft voorts tot taak het uitbrengen van adviezen en het verstrekken van inlichtingen aan Onze Minister op verzoek of uit eigen beweging, met betrekking tot hetgeen het Staatstoezicht op grond van het eerste lid ter kennis is gekomen.

3.

De in het eerste lid, onder b, genoemde taken strekken zich ook uit tot de voorschriften van een verordening van de Raad van de Europese Gemeenschappen op het gebied van de volksgezondheid, voor zover de verordening toezicht op de naleving en opsporing van overtredingen daarvan vordert.

4.

Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat een of meer onderdelen van het Staatstoezicht ressorteren onder een andere Minister dan Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De voordracht voor een zodanige algemene maatregel van bestuur wordt gedaan door Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, in overeenstemming met Onze Minister wie het mede aangaat.

5.

Ten behoeve van de organisatie van het Staatstoezicht op de volksgezondheid kunnen bij algemene maatregel van bestuur nadere regels worden gesteld.

6.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de verstrekking van persoonsgegevens ter uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid, onder d.

Artikel 37

Aan het hoofd van elk onderdeel van het Staatstoezicht staat een inspecteur-generaal, die bij besluit van Onze Minister wordt aangewezen. De aanwijzing eindigt van rechtswege met ingang van de datum dat de uitoefening van de functie van inspecteur-generaal geen onderdeel meer uitmaakt van de werkzaamheden van de betreffende ambtenaar. Hij neemt bij de vervulling van zijn taak de aanwijzingen van Onze Minister in acht.

Artikel 38
1.

De artikelen 36, eerste, tweede en vierde lid, 37, 44 en 44a zijn van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Bij algemene maatregel van bestuur kan bij de aanwijzing van regelgeving als bedoeld in artikel 44, eerste lid, worden bepaald dat informatie betreffende het toezicht en de uitvoering van die regelgeving niet op basis van dat lid openbaar zal worden gemaakt, indien de informatie betrekking heeft op het toezicht en de uitvoering in die openbare lichamen.

2.

Het Staatstoezicht op de Volksgezondheid is in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bevoegd tot de uitoefening van de in artikel 36, eerste en tweede lid, genoemde taken, voor zover het gaat om de voorschriften bij of krachtens de:

3.

Het Staatstoezicht op de Volksgezondheid oefent in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba zijn taken uit met inachtneming van de rechten, plichten en bevoegdheden, genoemd in de Hoofdstukken 3, 4 en 5 van de Wet Inspectie Biociden BES.

Artikel 39
1.

Met betrekking tot de uitvoering van de in artikel 36, eerste lid, onder a, bedoelde taak:

2.

Voor zover de betrokken beroepsbeoefenaar uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift tot geheimhouding van het dossier verplicht is, kan de beroepsbeoefenaar deze verplichting, in afwijking van artikel 5:20, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, niet inroepen tegenover de ambtenaren indien deze gebruik maken van de bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b. Op deze ambtenaren rust dezelfde geheimhoudingsplicht als op de betrokken beroepsbeoefenaar.

3.

Met betrekking tot de uitvoering van de in artikel 36, eerste lid, onder d, bedoelde taak is het eerste lid, onder a, van overeenkomstige toepassing.

Artikel 40

Vervallen

Artikel 41

De inspecteur-generaal dient aan Gedeputeerde Staten of aan Onze Commissaris in een provincie, aan de gemeenteraad, aan Burgemeester en Wethouders of aan de burgemeesters, van bericht en raad in daarvoor in aanmerking komende zaken, hun werkkring betreffende.

Artikel 42

Vervallen

Artikel 43
1.

Gedeputeerde Staten en Burgemeester en Wethouders zenden aan de inspecteur-generaal en aan de Provinciale Raad, binnen wier werkgebied de provincie, respectievelijk de gemeente is gelegen, een afschrift of afdruk van elk der verordeningen, besluiten of verslagen, de volksgezondheid in hun provincie, respectievelijk gemeente betreffende, en van de daarin gemaakte aanvullingen of wijzigingen.

2.

Zij verstrekken aan de inspecteur-generaal alle door hem verlangde inlichtingen over de naleving van wetten en verordeningen, de volksgezondheid betreffende.

Artikel 44

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.