Aanwijzing als opsporingsambtenaren ex artikel 62 WAG
Gezien het schrijven van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 2 januari 1956, no. A-2/081717, Directoraat-Generaal van het Verkeer;
Gelet op het bepaalde in artikel 62 van de Wet Autovervoer Goederen, artikel 63 van de Wet Goederenvervoer Binnenscheepvaart en de artikelen 1, aanhef en sub 5°., en 17, eerste lid, sub 2°., van de Wet op de economische delicten,
Besluit:
Onder intrekking van de desbetreffende beschikking van 25 januari 1954, no. 254/385, 2de afdeling A, worden aangewezen als opsporingsambtenaren, belast met de opsporing van overtredingen van voorschriften, gesteld bij of krachtens de Wet Autovervoer Goederen en de Wet Goederenvervoer Binnenscheepvaart:
- a. de directeur-generaal van het verkeer;
- b. de inspecteur-generaal van het verkeer;
- c. de rijks(hoofd)inspecteurs van het verkeer (A), hoofden van de districten der Rijksverkeersinspectie;
- d. de aan de sub c genoemde rijks(hoofd)inspecteurs van het verkeer (A) toegevoegde rijksinspecteurs van het verkeer (A), rijksinspecteurs van het verkeer 2de klasse en adjunct-rijksinspecteurs van het verkeer;
- e. de rijksopzichters van het verkeer;
- f. de rijkshoofdcontroleurs van het verkeer;
- g. de rijkscontroleurs van het verkeer (A).
Deze beschikking wordt bekendgemaakt in de Nederlandse Staatscourant en treedt in werking op de dag harer bekendmaking.