Wet van 20 december 1956, houdende verhoging van militaire pensioenen met een algemene toeslag

Type Wet
Publication 1963-06-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat de beperking van overheidspensioenen bij gelijktijdige aanspraak op een pensioenwet krachtens de Algemene Ouderdomswet (Stb. 1956, 281) het wenselijk maakt de militaire pensioenen verder aan te passen aan het geldend bezoldigingspeil;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel 1
1.

Deze wet verstaat onder pensioen: het nominale bedrag, zoals dit laatstelijk is of wordt vastgesteld, van een pensioen ten laste van het Rijk of van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds, toegekend krachtens of op de voet van de Pensioenwet voor de zeemacht 1922 (Stb. 65), de Pensioenwet voor de landmacht 1922 (Stb. 66), de Pensioenwet voor het personeel der Koninklijke marine-reserve 1923 (Stb 355), de Pensioenwet voor het reserve-personeel der landmacht 1923 (Stb. 356) - met uitzondering van een pensioen toegekend krachtens de artikelen 20 van genoemde wetten -, de Pensioenwet voor de vrijwilligers bij de landstorm 1925 (Stb. 278), onderscheidenlijk krachtens of op de voet van de Militaire Weduwenwet 1922 (Stb. 337), dan wel een der aan genoemde wetten voorafgaande regelingen of wetten betreffende pensioenaanspraken, welke daarna in eerstbedoelde wetten zijn geregeld of geacht worden te zijn geregeld.

2.

Deze wet begrijpt mede onder pensioen: de wettelijke verhogingen en aanvullingen, met uitzondering van:

Artikel 2
1.

Voor zover het recht op pensioen op het tijdstip van het in werking treden van deze wet niet is vervallen, worden de pensioenen met ingang van dat tijdstip of van het later tijdstip, waarop zij zullen ingaan, met inachtneming van de volgende bepalingen, ambtshalve verhoogd met een toeslag, verder te noemen algemene toeslag.

2.

Op het tijdstip, met ingang waarvan een pensioen is verhoogd met een algemene toeslag of met een overgangstoeslag, als bedoeld in artikel 15, vervallen de toeslagen en de extra bijslag, welke, krachtens de in artikel 1, tweede lid, onder a genoemde wetten, op een pensioen zijn verleend.

Artikel 3
1.

De algemene toeslag wordt uitgedrukt in een percentage van het pensioen, verder te noemen verhogingspercentage.

2.

De berekening van het verhogingspercentage geschiedt met behulp van grondgetallen. Elk grondgetal heeft betrekking op het daarbij in artikel 4 aangegeven tijdvak.

Artikel 4
1.

Voor de berekening van het verhogingspercentage voor pensioenen, welke krachtens of op de voet van een der wetten, genaamd in artikel 1, eerste lid, aan militairen der zeemacht en aan nabestaanden man militairen of gepensioneerde militairen der zeemacht zijn of worden toegekend - met uitzondering van die, genoemd in het derde lid - hebben de in onderstaande kolommen vermelde grondgetallen betrekking op de daarnaast vermelde tijdvakken en de daarboven vermelde rangen en stand of de door Ons of door Onze Minister van Marine daarmede gelijkgestelde rangen en stand:

Tijdvakken Tijdvakken Luitenant-admiraal Vice-admiraal Schout-bij-nacht Commandeur Kapitein ter zee
vóór 1 januari 1918 1918 217,8 235 196,9
1 januari 1918 tot en met 31 december 1919 182,3 175,8 144
1 januari 1920 „ „ „ 30 april 1924 126,7 118 106,3
1 mei 1924 „ „ „ 30 september 1924 137,1 127,9 115,2
1 oktober 1924 „ „ „ 31 december 1924 150,1 140,4 127,2
1 januari 1925 „ „ „ 31 december 1925 138,3 132,5 119,7
1 januari 1926 „ „ „ 31 oktober 1928 128,8 132,5 119,7
1 november 1928 „ „ „ 31 december 1933 115,8 120,1 111,5
1 januari 1934 „ „ „ 31 december 1935 139,6 144,4 134,8
1 januari 1936 „ „ „ 31 juli 1941 152,1 157,1 147
1 augustus 1941 „ „ „ 31 december 1943 139,6 144,4 134,8
1 januari 1944 „ „ „ 31 december 1944 125,1 139,6 144,4 134,8
1 januari 1945 „ „ „ 30 juni 1947 101,1 119,4 123,8 99,9
1 juli 1947 „ „ „ 31 december 1949 65,1 71,5 71,3 51,8
1 januari 1950 „ „ „ 31 augustus 1950 56,9 62,9 62,7 44,1
1 september 1950 „ „ „ 15 maart 1951 49,8 55,5 55,3 37,6
16 maart 1951 „ „ „ 31 maart 1952 53,1 52,7
1 april 1951 „ „ „ 31 december 1952 45,1 48,2
16 maart 1951 „ „ „ 31 december 1952 47,8 35,1
1 januari 1953 „ „ „ 31 december 1953 34,8 25,9 26,4 26,1
1 januari 1954 „ „ „ 31 december 1954 19,2 19,9 20,2 21,1 20,6
1 januari 1955 „ „ „ 30 juni 1955 10,3 10,9 11,2 12 11,6
1 juli 1955 „ „ „ 31 december 1956 8 8 8 8 8
1 januari 1957 0 0 0 0 0
Tijdvakken Tijdvakken Tijdvakken Kapitein-luitenant ter zee Luitenant ter zee der 1e klasse Luitenant ter zee der 2e klasse oudste categorie en luitenant ter zee der 2e klasse tot 1 januari 1955 Luitenant ter zee der 2e klasse jongste categorie en luitenant ter zee der 3e klasse van 1 juli 1945 tot 1 januari 1955 Luitenant ter zee der 3e klasse en adelborst der 1e klasse van 1 juli 1945 tot 1 januari 1955
--- --- --- --- --- --- --- ---
vóór 1 januari 1918 230,4 263,4 329,8 302,4
1 januari 1918 tot en met 31 december 1919 138,2 118,4 177,7 224,7
1 januari 1920 „ „ „ 30 april 1924 100,8 89,5 137,5 105,7
1 mei 1924 „ „ „ 30 september 1924 109,6 97,6 146,2 111,1
1 oktober 1924 „ „ „ 31 december 1924 121 108,5 159,7 123
1 januari 1925 „ „ „ 31 december 1925 123,9 115,9 142,8 169,6
1 januari 1926 „ „ „ 31 oktober 1928 123,9 112,5 137,5 157,1
1 november 1928 „ „ „ 31 december 1933 114,5 102,8 122,9 145,7
1 januari 1934 „ „ „ 31 december 1935 138,2 125,1 147,3 172,2
1 januari 1936 „ „ „ 31 juli 1941 150,5 136,8 149,8 186,1
1 augustus 1941 „ „ „ 31 december 1943 138,2 125,1 137,5 172,2
1 januari 1944 „ „ „ 31 december 1944 138,2 125,1 137,5 148,1
1 januari 1945 „ „ „ 30 juni 1947 101,3 97,1 117,6 97,6 129,5
1 juli 1947 „ „ „ 31 december 1949 46,9 43,7 53,5 45,8 54,7
1 januari 1950 „ „ „ 31 augustus 1950 39,5 36,4 45,4 38,1 45,9
1 september 1950 „ „ „ 15 maart 1951 33,2 30,2 38,9 31,9 39,5
16 maart 1951 „ „ „ 31 december 1952 30,7 27,5 35 27,9 30,9
1 januari 1953 „ „ „ 31 december 1953 22,1 19,5 27,9 21,6 28,4
1 januari 1954 „ „ „ 31 december 1954 20,9 20,2 19,6 19,2 19,1
1 januari 1955 „ „ „ 30 juni 1955 11,9 11,2 10,7 10,3 10,3
1 juli 1955 „ „ „ 31 december 1956 8 8 8 8 7,9
1 januari 1957 0 0 0 0 0
Tijdvakken Tijdvakken Tijdvakken Adjudant-onderofficier Sergeant-majoor Sergeant Korporaal Matroos
--- --- --- --- --- --- --- ---
vóór 1 januari 1918 345,5 360,1 374,4 534,5 529,2
1 januari 1918 tot en met 31 december 1919 194,2 197,2 218,4 248,8 268,9
1 januari 1920 „ „ „ 30 april 1924 123,3 115,5 117,5 126,3 138,5
1 mei 1924 „ „ „ 30 september 1924 129,8 120,8 121,9 132,1 143,1
1 oktober 1924 „ „ „ 31 december 1924 142,3 132,2 134,6 144,7 155,6
1 januari 1925 „ „ „ 31 december 1925 145,3 162,6 162,7 161,2 172,3
1 januari 1926 „ „ „ 31 oktober 1928 140,9 157 156,5 156,3 166,5
1 november 1928 „ „ „ 31 december 1933 132,4 141,5 141,5 142,5 158,2
1 januari 1934 „ „ „ 31 december 1935 157,7 167,6 167,8 169 186
1 januari 1936 „ „ „ 31 juli 1941 171 181,5 181,5 182,4 200,5
1 augustus 1941 „ „ „ 31 december 1943 157,7 167,6 167,8 169 186
1 januari 1944 „ „ „ 31 december 1944 157,7 145,4 143,8 144,9 160,3
1 januari 1945 „ „ „ 30 juni 1947 124,3 116,9 121,9 111,7 139,9
1 juli 1947 „ „ „ 31 december 1949 52,4 52,2 54,8 55,7 55,9
1 januari 1950 „ „ „ 31 augustus 1950 44,3 44 46,4 45,1 45
1 september 1950 „ „ „ 15 maart 1951 37,9 37,6 39,9 38,7 38,6
16 maart 1951 „ „ „ 31 december 1952 32,8 31,6 33,2 31,5 31,2
1 januari 1953 „ „ „ 31 december 1953 27,8 27,9 30,4 28,6 28,1
1 januari 1954 „ „ „ 31 december 1954 18,5 18,8 19 19,6 20
1 januari 1955 „ „ „ 30 juni 1955 9,8 10 10,1 10,9 11
1 juli 1955 „ „ „ 31 december 1956 8 8 7,9 8,2 8,1
1 januari 1957 0 0 0 0 0
2.

Voor de berekening van het verhogingspercentage voor pensioenen, welke krachtens of op de voet van een der wetten, genoemd in artikel 1, eerste lid, aan militairen der Koninklijke landmacht of luchtmacht en aan nabestaanden van militairen of gepensioneerde militairen der Koninklijke landmacht of luchtmacht zijn of worden toegekend - met uitzondering van die, genoemd in het derde lid - hebben de in onderstaande kolommen vermelde grondgetallen betrekking op de daarnaast vermelde tijdvakken en de daarboven vermelde rangen en stand en klassen of de door Ons of door Onze Minister van Oorlog daarmede gelijkgestelde rangen en stand der klassen:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.