Wet van 14 september 1961, houdende regelen inzake de belastingheffing met betrekking tot kansspelen

Type Wet
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de belastingheffing met betrekking tot kansspelen nader te regelen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk I. Belastingplicht

Artikel 1

Onder de naam kansspelbelasting wordt een belasting geheven van:

Artikel 2
1.

Onder kansspelen worden verstaan gelegenheden, gegeven tot mededinging naar:

2.

Onder kansspelen op afstand worden verstaan kansspelen die op afstand met elektronische communicatiemiddelen worden gegeven en waaraan wordt deelgenomen zonder fysiek contact met degene die gelegenheid geeft of die voor deelname aan die kansspelen ruimte en middelen ter beschikking stelt, met uitzondering van promotionele kansspelen en kansspelen waarvoor op grond van een ander artikel dan artikel 31a, eerste lid, van de Wet op de kansspelen een vergunning is verleend.

3.

Onder kansspelautomatenspel wordt verstaan een kansspel dat bestaat uit een door de speler in werking gesteld mechanisch, elektrisch of elektronisch proces, waarbij het resultaat kan leiden tot rechtstreekse of niet-rechtstreekse uitkering van prijzen, met inbegrip van extra speelduur.

4.

Onder piramidespelen worden verstaan gelegenheden waarbij deelnemers een goed afgeven of een verplichting aangaan teneinde daaruit een voordeel te verwerven dat geheel of ten dele afhankelijk is van de afgifte van een goed of het aangaan van een verplichting door latere deelnemers.

5.

Onder casinospelen worden verstaan casinospelen als bedoeld in artikel 27i van de Wet op de kansspelen, met inbegrip van spelen die naar hun aard en opzet vergelijkbaar zijn met dergelijke casinospelen.

6.

Kansspelen worden als binnenlands beschouwd, indien zij worden gehouden door natuurlijke personen of door lichamen in de zin van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, van wie een of meer in Nederland wonen of zijn gevestigd.

7.

Kansspelen worden als buitenlands beschouwd, indien zij niet vallen onder het zesde lid.

Hoofdstuk II. Voorwerp van de belasting

Artikel 3
1.

De belasting wordt geheven:

2.

Onder prijzen worden verstaan alle goederen waaraan in het economische verkeer waarde kan worden toegekend, welke aan de deelnemers van de kansspelen uit hoofde van hun deelneming toevallen.

3.

Voor zover de prijzen niet in geld bestaan, worden zij in aanmerking genomen naar de waarde welke daaraan in het economische verkeer kan worden toegekend.

Hoofdstuk III. Vrijstellingen

Artikel 4
1.

Indien artikel 1, onderdeel g of h, van toepassing is, is van de belasting vrijgesteld:

2.

Alle prijzen uit loterijen en prijsvragen welke verschuldigd zijn door dezelfde schuldenaar en vallen op loten of onderdelen van loten op grond van dezelfde toevallige gebeurtenis, worden voor de toepassing van het eerste lid tezamen als één prijs beschouwd.

Hoofdstuk IV. Tarief

Artikel 5
1.

De belasting bedraagt 37,8 percent.

2.

Neemt, in het geval waarin artikel 1, onderdeel g, van toepassing is, degene die de prijs verschuldigd is, de belasting voor zijn rekening, dan wordt voor het berekenen van de belasting de prijs met 100/62,2 vermenigvuldigd.

Hoofdstuk V. Wijze van heffing

Artikel 5a
1.

In de gevallen waarin artikel 1, onderdeel a, b, c, d, e of f, van toepassing is, moet de in een tijdvak verschuldigd geworden belasting op aangifte worden voldaan.

2.

De belasting is verschuldigd op de laatste dag van het tijdvak, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a.

Artikel 5b

Vervallen

Artikel 6
1.

In de gevallen waarin artikel 1, onderdeel g, van toepassing is, wordt de belasting geheven door inhouding op de prijs.

2.

Inhoudingsplichtige is degene die de prijs verschuldigd is.

3.

De inhoudingsplichtige is verplicht de belasting in te houden op het tijdstip waarop de prijs ter beschikking is gesteld.

4.

Overtreft de belasting de prijs voor zover deze in geld bestaat, dan wordt het ontbrekende geacht te zijn ingehouden op het in het derde lid omschreven tijdstip, met dien verstande dat de inhoudingsplichtige bevoegd is dat ontbrekende te verhalen op de belastingplichtige. De inhoudingsplichtige kan de afgifte van de prijs voor zover deze niet in geld bestaat opschorten tot voldoening van deze vordering plaatsvindt.

5.

De inhoudingsplichtige is verplicht de ingehouden belasting op aangifte af te dragen. Het tijdstip waarop de belasting is verschuldigd, is het tijdstip waarop de prijs ter beschikking is gesteld of, onder bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden, de laatste dag van de kalendermaand of van het kalenderkwartaal waarin de prijs ter beschikking is gesteld.

Artikel 7

Vervallen

Artikel 8
1.

In de gevallen waarin artikel 1, onderdeel h, van toepassing is, moet de belasting op aangifte worden voldaan.

2.

De belasting wordt verschuldigd op het tijdstip waarop de prijs:

Artikel 9

Vervallen

Artikel 10

Vervallen

Hoofdstuk VI. Strafbepaling

Artikel 11

Vervallen

Hoofdstuk VII. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 12

Vervallen

Artikel 13

Vervallen

Artikel 14

Vervallen

Artikel 15

Vervallen

Artikel 16

Vervallen

Artikel 17

Vervallen

Artikel 18

Vervallen

Artikel 19
1.

Deze wet treedt in werking met ingang van een door Ons te bepalen tijdstip.

2.

Haar bepalingen zijn van toepassing, indien de gerechtigdheid tot de prijs op of na dat tijdstip ontstaat.

Artikel 20

Deze wet kan worden aangehaald als: Wet op de kansspelbelasting.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 8a
1.

In de gevallen waarin artikel 1, onderdeel i, van toepassing is, moet de belasting op aangifte worden voldaan.

2.

De belasting is verschuldigd op de laatste dag van de kalendermaand, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c.

Hoofdstuk VI. Strafbepaling

Hoofdstuk VII. Overgangs- en slotbepalingen

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.