Wet van 30 mei 1963, betreffende verplichte verzekering tegen wettelijke aansprakelijkheid inzake motorrijtuigen
Het Schadevergoedingsorgaan beëindigt de behandeling van het verzoek zodra de verzekeraar of diens schaderegelaar in Nederland binnen de in het eerste lid genoemde periode van twee maanden alsnog een met redenen omkleed antwoord op het verzoek heeft gegeven.
Artikel 27q
Het Schadevergoedingsorgaan stelt de navolgende partijen onmiddellijk in kennis van het bij hem ingediende verzoek tot schadevergoeding met de mededeling dat het verzoek binnen twee maanden na de indiening ervan in behandeling wordt genomen:
- a. de verzekeraar van het motorrijtuig waarmee de schade is veroorzaakt, of diens schaderegelaar;
- b. het schadevergoedingsorgaan in de lidstaat van vestiging van de verzekeraar, bedoeld in onderdeel a; en
- c. indien deze bekend is, de persoon die de schade heeft veroorzaakt.
Artikel 27r
Het Schadevergoedingsorgaan gaat slechts over tot vergoeding van schade, indien de benadeelde aantoont dat hij alle bekende als zodanig aansprakelijke personen en, voor zover de aansprakelijkheid van deze personen behoort te zijn verzekerd volgens de desbetreffende wetgeving van de lidstaat waar het motorrijtuig waarmee de schade is veroorzaakt, gewoonlijk is gestald, hun verzekeraars of hun schaderegelaars in Nederland tot betaling heeft aangemaand.
Artikel 27s
Het Schadevergoedingsorgaan vergoedt geen schade, hoger dan de wettelijk vastgelegde bedragen in de lidstaat waar het feit heeft plaatsgevonden waaruit de schade is ontstaan, dan wel in de lidstaat waar het motorrijtuig gewoonlijk is gestald, indien in laatstbedoelde lidstaat de dekking hoger is.
Artikel 27t
Na vergoeding van schade aan een benadeelde heeft het Schadevergoedingsorgaan recht van verhaal:
- a. in de in artikel 27o, eerste lid, onderdelen a en b genoemde gevallen op het schadevergoedingsorgaan in de lidstaat van vestiging van de verzekeraar van het motorrijtuig waarmee de schade is veroorzaakt;
- b. in het in artikel 27o, eerste lid, onderdeel c genoemde geval op het nationale waarborgfonds in de lidstaat waar het motorrijtuig waarmee de schade is veroorzaakt gewoonlijk is gestald, dat overeenkomt met het Waarborgfonds Motorverkeer;
- c. in het in artikel 27o, eerste lid, onderdeel d genoemde geval op het nationale waarborgfonds in de lidstaat waar het feit heeft plaatsgevonden waaruit de schade is ontstaan, dat overeenkomt met het Waarborgfonds Motorverkeer;
- d. indien het ongeval is veroorzaakt door een motorrijtuig uit een staat buiten de Europese Unie, waar een bureau, groep van verzekeraars of instantie werkzaam is dat, onderscheidenlijk die overeenkomt met het bureau, bedoeld in artikel 2, zesde lid, en waarvan de verzekeraar binnen twee maanden na het ongeval niet kan worden geïdentificeerd, op het nationale waarborgfonds in de lidstaat waar het feit heeft plaatsgevonden waaruit de schade is ontstaan, dat overeenkomt met het Waarborgfonds Motorverkeer.
Indien een schadevergoedingsorgaan uit een andere lidstaat een persoon in diens lidstaat schade heeft vergoed op basis van wetgeving die overeenkomt met artikel 27o en daarna verhaal zoekt op het Schadevergoedingsorgaan, restitueert het Schadevergoedingsorgaan de door het schadevergoedingsorgaan uit die andere lidstaat betaalde bedrag. Het Schadevergoedingsorgaan meldt de naam van de betrokken verzekeraar aan de Pensioen- & Verzekeringskamer.
Indien op het Schadevergoedingsorgaan verhaal is genomen door een schadevergoedingsorgaan uit een andere lidstaat, heeft het voor het betaalde bedrag verhaal op degene die burgerrechtelijk aansprakelijk is of op diens verzekeraar.
Hoofdstuk 5. Gevolgen van het intrekken van de vergunning of het opleggen van een verbod ter zake van acquisitie
Hoofdstuk 6. Verbods- en strafbepalingen
Hoofdstuk 7. Slotbepalingen
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 5a
De verzekeringnemer heeft te allen tijde het recht van de verzekeraar een verklaring te verzoeken omtrent de ingediende schadevorderingen of het ontbreken daarvan ten aanzien van het door de verzekering gedekte motorrijtuig of de gedekte motorrijtuigen gedurende ten minste de laatste 5 voorafgaande jaren van de looptijd van de verzekering. De verzekeraar verstrekt deze verklaring binnen 15 dagen na indiening van het verzoek aan de hand van het op grond van artikel 16 van de richtlijn vastgestelde model.
Een verzekeraar maakt op zijn website openbaar op welke wijze hij bij het berekenen van de premie voor de in artikel 2, eerste lid, bedoelde verzekering gebruik maakt van de in het eerste lid bedoelde verklaringen.
Een verzekeraar maakt, als hij bij het berekenen van de premie of bij het toekennen van kortingen rekening houdt met verklaringen als bedoeld in het eerste lid, geen onderscheid tussen verzekeringnemers uitsluitend op grond van hun vorige lidstaat van woonplaats. Een verzekeraar kent bij het berekenen van de premie en bij het toekennen van kortingen op de premie eenzelfde gewicht toe aan verklaringen als bedoeld in het eerste lid die in Nederland zijn afgegeven als aan verklaringen die in een andere lidstaat zijn afgegeven.
Hoofdstuk 2. Vrijstellingen
Hoofdstuk 3. Verzekerde sommen
Hoofdstuk 3. Verzekerde sommen
Hoofdstuk 4a. Het Informatiecentrum
Hoofdstuk 4b. Het Schadevergoedingsorgaan
Hoofdstuk 5. Gevolgen van het intrekken van de vergunning of het opleggen van een verbod ter zake van acquisitie
Hoofdstuk 6. Verbods- en strafbepalingen
Hoofdstuk 7. Slotbepalingen
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 26d
Het fonds is bevoegd om overeenkomsten als bedoeld in de artikelen 10bis, dertiende lid, en 25bis, dertiende lid, van de richtlijn uit te onderhandelen en te sluiten.
Hoofdstuk 4a. Het Informatiecentrum
Hoofdstuk 5. Gevolgen van het intrekken van de vergunning of het opleggen van een verbod ter zake van acquisitie
Hoofdstuk 6. Verbods- en strafbepalingen
Hoofdstuk 7. Slotbepalingen
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 1a
In afwijking van artikel 1 worden voor de toepassing van deze wet niet verstaan onder motorrijtuigen, de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen rij- of voertuigen die:
- a. nauwelijks gevaar opleveren; en
- b. niet hebben te gelden als voertuig in de zin van artikel 1, onderdeel 1, van de richtlijn.
Artikel 6a
Is bij een ongeval zowel een motorrijtuig betrokken als een aanhangwagen dat aan dit motorrijtuig is gekoppeld of na koppeling daarvan is losgemaakt of losgeraakt en is de aanhangwagen afzonderlijk verzekerd tegen de burgerrechtelijke aansprakelijkheid waartoe in het verkeer aanleiding wordt gegeven, dan stelt de verzekeraar van de aanhangwagen de benadeelde op diens verzoek onverwijld in kennis van de identiteit van de verzekeraar van het motorrijtuig, indien de verzekeraar van de aanhangwagen niet zelf gehouden is de schade van de benadeelde volledig te vergoeden. Als de verzekeraar van de aanhangwagen niet in staat is de verzekeraar van het motorrijtuig te identificeren, stelt deze de benadeelde onverwijld in kennis van de in de lidstaat van het ongeval geldende schadevergoedingsregeling overeenkomstig artikel 10 van de richtlijn.
Hoofdstuk 2. Vrijstellingen
Hoofdstuk 4. Het Waarborgfonds Motorverkeer
Artikel 24b
Onverminderd het bepaalde in artikel 24, betalen de schadeverzekeraars met zetel in Nederland die een vergunning hebben als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht voor de uitoefening van hun bedrijf in de branche Aansprakelijkheid motorrijtuigen, jaarlijks aan het fonds een door het fonds te bepalen bedrag ter financiering van de verplichtingen van het fonds ingevolge de artikelen 26a tot en met 26c. Dit bedrag wordt berekend op basis van het aantal en de aard van de door ieder van hen in Nederland of in een andere lidstaat verzekerde motorrijtuigen.
Onverminderd het bepaalde in artikel 24, betalen de schadeverzekeraars met zetel in een staat die geen lidstaat is en die een vergunning hebben als bedoeld in artikel 2:40, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht voor de uitoefening van hun bedrijf in de branche Aansprakelijkheid motorrijtuigen, jaarlijks aan het fonds een door het fonds te bepalen bedrag ter financiering van de verplichtingen van het fonds ingevolge de artikelen 26a tot en met 26c. Dit bedrag wordt berekend op basis van het aantal en de aard van de door ieder van hen in Nederland verzekerde motorrijtuigen.
De bepaling van de bedragen bedoeld in het eerste en tweede lid geschiedt uiterlijk op 30 juni van ieder jaar. De storting moet geschieden binnen een maand na het besluit tot bepaling van het verschuldigde bedrag.
De bedragen bedoeld in het eerste en tweede lid worden door het fonds afzonderlijk van de in artikel 24, eerste en derde lid, bedoelde bedragen geadministreerd.
De kosten die voortvloeien uit de verplichtingen die het fonds ingevolge de artikelen 26a tot en met 26c heeft, worden uitsluitend uit de krachtens het eerste en tweede lid ontvangen bedragen voldaan. Niettemin is het fonds bevoegd deze kosten in eerste instantie te voldoen uit de krachtens artikel 24, eerste lid, ontvangen bedragen, mits het fonds het aldus aangewende bedrag binnen een jaar aanvult met de krachtens het eerste en tweede lid ontvangen bedragen.
Over de kosten die op grond van het vijfde lid worden voldaan uit de krachtens artikel 24, eerste lid, ontvangen bedragen wordt rente in rekening gebracht. De hoogte van deze rente is gebaseerd op de rente bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Regeling schatkistbankieren RWT’s en andere rechtspersonen.
Het fonds brengt van de krachtens het eerste en tweede lid ontvangen bedragen jaarlijks een bedrag over naar zijn algemene middelen.
De schadeverzekeraars bedoeld in het eerste en tweede lid, waarborgen, ieder overeenkomstig het aantal en de aard van de door hen verzekerde motorrijtuigen als bedoeld in het eerste en tweede lid, de verplichtingen van het fonds ingevolge de artikelen 26a tot en met 26c.
Artikel 26a
Een benadeelde met woonplaats in Nederland kan, wanneer er een burgerrechtelijke aansprakelijkheid bestaat voor de schade ten gevolge van feiten die zijn veroorzaakt door een motorrijtuig en die zich hebben voorgedaan in Nederland of die zijn veroorzaakt door een motorrijtuig dat gewoonlijk is gestald en verzekerd in een lidstaat en die zich hebben voorgedaan in een andere lidstaat dan Nederland of in een staat buiten de Europese Unie waar een bureau, groep van verzekeraars of instantie werkzaam is dat onderscheidenlijk die overeenkomt met het bureau, bedoeld in artikel 2, zesde lid, een recht op schadevergoeding tegen het fonds geldend maken, vanaf het tijdstip dat:
- a. de verzekeraar van het motorrijtuig is onderworpen aan een faillissementsprocedure;
- b. de verzekeraar van het motorrijtuig is onderworpen aan een liquidatieprocedure als bedoeld in artikel 268 van richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (PbEU 2009, L 335); of
- c. de Nederlandsche Bank N.V. ten aanzien van de verzekeraar van het motorrijtuig een besluit tot afwikkeling als bedoeld in artikel 3A:85 van de Wet op het financieel toezicht heeft genomen, voor zover door dat besluit de benadeelde minder zou ontvangen dan zonder dat besluit.
In gevallen als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder c, kan ook een benadeelde met woonplaats buiten Nederland een recht op schadevergoeding tegen het fonds geldend maken. Bovendien kan een benadeelde met woonplaats in een staat buiten de Europese Unie, wanneer er een burgerrechtelijke aansprakelijkheid bestaat als bedoeld in het eerste lid, een recht op schadevergoeding tegen het fonds geldend maken, vanaf het tijdstip dat de verzekeraar op grond van artikel 213ag van de Faillissementswet in staat van faillissement is verklaard.
Het fonds is niet aansprakelijk voor de schade voor zover deze buiten de dekking valt die de verzekering ten minste moet bieden op grond van de wetgeving van het land waar het feit is voorgevallen dan wel op grond van de wetgeving van het land waar het motorrijtuig gewoonlijk is gestald, indien in laatstbedoeld land de dekking ruimer is.
Het fonds is slechts aansprakelijk, indien de benadeelde aantoont dat hij alle bekende als zodanig aansprakelijke personen en, voor zover de aansprakelijkheid van deze personen volgens de toepasselijke wetgeving verzekerd behoort te zijn, hun verzekeraars tot betaling heeft gemaand. Aanmaning kan echter achterwege blijven jegens de verzekeraar die verkeert in een situatie als bedoeld in het eerste lid en jegens de verzekeringnemer en andere verzekerden wiens aansprakelijkheid overeenkomstig de toepasselijke wetgeving is gedekt door een verzekering met deze verzekeraar.
Voor de toepassing van dit artikel en de artikelen 26b en 26c wordt onder verzekeraar verstaan: de verzekeraar die in een lidstaat in het bezit is van een vergunning als bedoeld in artikel 14 of 162 van richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (PbEU 2009, L 335).
Artikel 26b
Als bij het fonds een vordering als bedoeld in artikel 26a, eerste of tweede lid, is ingediend, stelt het fonds de volgende instellingen of personen hiervan in kennis:
- a. het orgaan bedoeld in artikel 10bis of artikel 25bis van de richtlijn in de lidstaat van herkomst van de verzekeraar;
- b. als de vordering betrekking heeft op de vergoeding van schade als gevolg van feiten die zich hebben voorgedaan in een andere staat dan de lidstaat van woonplaats van de benadeelde, het schadevergoedingsorgaan bedoeld in artikel 24 van de richtlijn in de lidstaat van woonplaats van de benadeelde; en
- c. de verzekeraar of zijn bewindvoerder of liquidateur in de zin van artikel 268, eerste lid, onderdeel e) respectievelijk onderdeel f) van richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (PbEU 2009, L 335), dan wel de Nederlandsche Bank N.V.
Een verzekeraar die verkeert in een situatie als bedoeld in artikel 26a, eerste lid, dan wel zijn bewindvoerder of liquidateur bedoeld in het vorige lid, of de Nederlandsche Bank N.V., stelt het fonds of het orgaan bedoeld in artikel 10bis of artikel 25bis van de richtlijn in een andere lidstaat ervan in kennis als hij een vergoeding uitkeert of zijn aansprakelijkheid afwijst met betrekking tot een vordering die ook bij dit fonds of dit orgaan is ingediend.
Aan degenen die een vordering bij het fonds hebben ingediend als bedoeld in artikel 26a, eerste of tweede lid, doet het fonds, aan de hand van onder meer de inlichtingen die het op zijn verzoek van hen heeft verkregen, binnen drie maanden een met redenen omkleed voorstel tot schadevergoeding, als het heeft vastgesteld dat op grond van artikel 26a, eerste of tweede lid, een recht op schadevergoeding bestaat, de vordering niet wordt betwist en de schade geheel of gedeeltelijk is begroot. Als het fonds heeft vastgesteld dat er geen recht op schadevergoeding op grond van artikel 26a, eerste of tweede lid, bestaat, als de burgerrechtelijke aansprakelijkheid bedoeld in artikel 26a, eerste of tweede lid, wordt afgewezen of niet duidelijk is vastgesteld, of als de schade niet volledig is begroot, geeft het fonds binnen drie maanden een met redenen omkleed antwoord op de verschillende onderdelen van de vordering.
Het fonds keert een op grond van artikel 26a, eerste of tweede lid, verschuldigde schadevergoeding onverwijld aan de benadeelde uit, en in ieder geval binnen drie maanden nadat de benadeelde het voorstel bedoeld in het vorige lid heeft aanvaard. Is een gedeelte van de schade begroot, dan is de vorige zin van toepassing op dit gedeelte.
De artikelen 6, tweede lid, 7 en 9 zijn van overeenkomstige toepassing ten opzichte van het fonds.
De regels die op grond van het toepasselijke recht gelden voor de verjaring van de rechtsvordering van de benadeelde tegenover de verzekeraar, zijn van overeenkomstige toepassing op de rechtsvordering die de benadeelde ingevolge dit artikel en artikel 26a tegenover het fonds heeft, met dien verstande dat deze rechtsvordering in ieder geval met overeenkomstige toepassing van artikel 10 verjaart door verloop van drie jaar te rekenen van het feit waaruit de schade is ontstaan.
Artikel 26c
Het fonds stelt de organen bedoeld in de artikelen 10bis en 25bis van de richtlijn en de schadevergoedingsorganen bedoeld in artikel 24 van de richtlijn in andere lidstaten onverwijld in kennis van een beschikking als bedoeld in artikel 213ag, derde lid, van de Faillissementswet waarbij een verzekeraar waarvan Nederland de lidstaat van herkomst is, in staat van faillissement is verklaard.
Het fonds kan volledige terugbetaling vorderen van het op basis van artikel 26b, vierde lid, uitgekeerde bedrag van het orgaan bedoeld in artikel 10bis of artikel 25bis van de richtlijn in de lidstaat van herkomst van de verzekeraar. Als een orgaan als bedoeld in artikel 10bis of artikel 25bis van de richtlijn in een andere lidstaat een benadeelde schade heeft vergoed op basis van wetgeving die dient ter implementatie van artikel 10bis of artikel 25bis van de richtlijn vanwege het feit dat ten aanzien van een verzekeraar waarvan Nederland de lidstaat van herkomst is, sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 26a, eerste lid, onderdeel a of b, en dit orgaan verhaal zoekt op het fonds, restitueert het fonds het door dit orgaan in die andere lidstaat betaalde bedrag binnen een redelijke termijn en in ieder geval binnen zes maanden nadat het verzoek tot restitutie is gedaan, tenzij het fonds en dit orgaan schriftelijk anders zijn overeengekomen nadat het fonds het verzoek tot restitutie heeft ontvangen.
De rechten van de benadeelde jegens de persoon die het ongeval heeft veroorzaakt en jegens diens verzekeraar gaan bij wijze van subrogatie over op het fonds, voor zover de schade van de benadeelde ten laste van het fonds is vergoed op grond van het tweede lid van dit artikel of op grond van artikel 26b, vierde lid. Dit geldt echter niet voor de rechten van de benadeelde jegens een verzekeringnemer of een andere verzekerde, voor zover de aansprakelijkheid van deze verzekeringnemer of verzekerde overeenkomstig het toepasselijke recht is gedekt door een verzekering met de verzekeraar die verkeert in een situatie als bedoeld in artikel 26a, eerste lid.
Voor zover schade ten laste van een orgaan als bedoeld in artikel 10bis of artikel 25bis van de richtlijn in een andere lidstaat is vergoed op basis van wetgeving die dient ter implementatie van artikel 10bis of artikel 25bis van de richtlijn, vindt overgang van de rechten van de benadeelde als bedoeld in het vorige lid bij wijze van subrogatie plaats op het orgaan in die lidstaat overeenkomstig het recht van die lidstaat.
Waar dit dienstig is aan de vervulling van de taken die het fonds op grond van de artikelen 26a, 26b en dit artikel heeft, werkt het fonds samen met andere instellingen en personen, en in het bijzonder met:
- a. organen als bedoeld in artikel 10bis of artikel 25bis van de richtlijn in andere lidstaten;
- b. het Schadevergoedingsorgaan en de schadevergoedingsorganen bedoeld in artikel 24 van de richtlijn in andere lidstaten;
- c. de verzekeraar die verkeert in een situatie als bedoeld in artikel 26a, eerste lid;
- d. de bewindvoerder of liquidateur van deze verzekeraar in de zin van artikel 268, eerste lid, onderdeel e) respectievelijk onderdeel f) van richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (PbEU 2009, L 335), dan wel de Nederlandsche Bank N.V.;
- e. de schaderegelaars van deze verzekeraar;
- f. de bevoegde nationale autoriteiten van andere lidstaten.
Het fonds is bevoegd informatie, onder meer betreffende specifieke vorderingen als bedoeld in artikel 26a, eerste of tweede lid, te verzoeken en te verstrekken aan de in het vijfde lid bedoelde personen en organen voor zover dit noodzakelijk is voor de vervulling van de taken die het fonds heeft op grond van de artikelen 26a, 26b en dit artikel. Het Schadevergoedingsorgaan, de verzekeraar die verkeert in een situatie als bedoeld in artikel 26a, eerste lid, de schaderegelaars van deze verzekeraar, de bewindvoerder of liquidateur bedoeld in het vorige lid van deze verzekeraar, of, als ten aanzien van de verzekeraar een besluit is genomen als bedoeld in artikel 26a, eerste lid, onderdeel c, de Nederlandsche Bank N.V., verstrekken het fonds en de organen bedoeld in artikel 10bis of artikel 25bis van de richtlijn in andere lidstaten desgevraagd de in de vorige zin bedoelde informatie.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de taken en verplichtingen van het fonds en de procedure voor de terugbetalingen bedoeld in het tweede lid aan en door het fonds.
Hoofdstuk 4a. Het Informatiecentrum
Hoofdstuk 4b. Het Schadevergoedingsorgaan
Hoofdstuk 5. Gevolgen van het intrekken van de vergunning of het opleggen van een verbod ter zake van acquisitie
Hoofdstuk 6. Verbods- en strafbepalingen
Hoofdstuk 7. Slotbepalingen
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)