Rijkswet van 28 oktober 1964, houdende Belastingregeling voor het Koninkrijk

Type Rijkswet
Publication 2010-10-10
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat de Regeringen van Nederland, Suriname en de Nederlandse Antillen het in onderling overleg raadzaam oordelen, dat op het stuk van de belastingen een onderlinge regeling bij Rijkswet wordt vastgesteld;

dat het derhalve wenselijk is zulke regelen met toepassing van artikel 38 van het Statuut voor het Koninkrijk vast te stellen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State van het Koninkrijk gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, de bepalingen van het Statuut voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Algemene bepaling

Artikel 1
1.

In Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten worden vreemdelingen niet onderworpen aan enige belasting of daarmede verband houdende verplichting welke drukkender is dan die, waaraan Nederlanders onder overigens gelijke omstandigheden worden onderworpen.

2.

Een lichaam dat is opgericht naar het recht van een land van het Koninkrijk wordt in een ander land van het Koninkrijk niet aan enige belastingheffing of daarmee verband houdende verplichting onderworpen, die anders of zwaarder is dan de belastingheffing en daarmee verband houdende verplichtingen, waaraan lichamen die naar het recht van het andere land zijn opgericht onder dezelfde omstandigheden zijn of kunnen worden onderworpen.

3.

De belasting in een van de landen van niet-inwoners ter zake van een binnen dat land aangehouden vaste inrichting is in beginsel niet drukkender dan de belasting van inwoners die dezelfde werkzaamheden onder overigens gelijke omstandigheden uitoefenen. De vorige volzin heeft geen betrekking op aan de personen of de persoonlijke omstandigheden gebonden tegemoetkomingen, zoals die welke verleend worden op grond van gezinssamenstelling en besteding van het inkomen.

Hoofdstuk I. Begripsbepalingen

Artikel 2
1.

Deze Rijkswet verstaat onder:

2.

Een vaste inrichting is onder meer:

3.

Als het aanhouden van een vaste inrichting wordt niet aangemerkt:

4.

Een onderneming wordt niet geacht een vaste vertegenwoordiger te hebben enkel op grond van het feit, dat zij zaken doet door tussenkomst van een makelaar, een commissionnair of een andere agent met een wezenlijk onafhankelijke positie, mits die personen daarbij optreden in de normale uitoefening van hun onderneming.

5.

Deze Rijkswet verstaat hierna mede onder:

6.

Een in deze Rijkswet gebezigd doch niet omschreven begrip wordt, tenzij het zinsverband anders vereist, voor elk land verstaan in de zin van de desbetreffende belastingregelingen van dat land.

7.

Voor de toepassing van deze Rijkswet geniet winst uit onderneming hij, voor wiens rekening een onderneming wordt gedreven, daaronder begrepen hij die, anders dan als aandeelhouder, medegerechtigd is tot het vermogen van een onderneming.

8.

Voor de toepassing van dit artikel, artikel 13a en artikel 24, tiende lid,

Hoofdstuk II. Vermijding van dubbele belasting

Afdeling 1. Belastingen naar inkomen en vermogen

Artikel 3
1.

Deze afdeling is van toepassing op belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, geheven ten behoeve van een van de landen of een staatkundig onderdeel daarvan.

2.

Tot de belastingen naar het inkomen en naar het vermogen behoren mede belastingen naar bestanddelen van het inkomen of van het vermogen, daaronder begrepen belastingen naar voordelen uit vervreemding van roerende of onroerende goederen, belastingen naar waardevermeerdering, alsmede belastingen naar het gehele bedrag van door ondernemingen betaalde lonen.

3.

De bestaande belastingen waarop deze afdeling van toepassing is, zijn:

Artikel 4
1.

Inkomsten genoten door een inwoner van een van de landen uit onroerende goederen gelegen of gevestigd binnen een van de andere landen, mogen in dat andere land worden belast, ook ingeval deze inkomsten deel uitmaken van de winst van een onderneming.

2.

De uitdrukking "onroerende goederen" omvat mede:

3.

Onder inkomsten uit onroerende goederen worden verstaan voordelen uit onroerende goederen en uit vervreemding van onroerende goederen alsmede waardevermeerderingen van onroerende goederen.

4.

Bij het bepalen van de inkomsten uit onroerende goederen welke deel uitmaken van de winst van een onderneming, vindt artikel 5, tweede en vierde lid, overeenkomstige toepassing.

Artikel 5
1.

Winst uit onderneming - voor zover niet bestaande uit inkomsten uit onroerende goederen - genoten door een inwoner van een van de landen, mag in een van de andere landen worden belast indien en voor zover die winst is toe te rekenen aan een binnen dat andere land aangehouden vaste inrichting.

2.

De aan een vaste inrichting toe te rekenen winst wordt gesteld op de winst welke met de vaste inrichting zou zijn behaald, indien zij een onafhankelijke onderneming ware, die dezelfde of soortgelijke werkzaamheden uitoefent onder dezelfde of soortgelijke omstandigheden. Tussen de onderneming en de vaste inrichting in rekening gebrachte rente en royalty’s blijven daarbij buiten aanmerking.

3.

Aan een vaste inrichting wordt geen winst toegerekend op grond van enkele aankoop door de vaste inrichting van goederen ten behoeve van de onderneming. Indien de onderneming goederen aankoopt ten behoeve van een vaste inrichting in een der landen, wordt aan enkele aankoop geen winst toegerekend.

4.

De Ministers van Financiën van de betrokken landen kunnen gezamenlijk met betrekking tot bepaalde ondernemingen of groepen van ondernemingen bepalen dat de aan een vaste inrichting toe te rekenen winst wordt vastgesteld door uit te gaan van het bedrag van de totale winst van de onderneming, dan wel andere van het tweede en derde lid afwijkende regelingen treffen.

Artikel 6

Winst uit onderneming genoten door een inwoner van een van de landen uit het optreden als verzekeraar binnen een van de andere landen wordt geacht te zijn behaald met behulp van een vaste inrichting binnen dat andere land.

Artikel 7
1.

Winst uit onderneming genoten door een inwoner van een van de landen uit het uitvoeren van bouw-, constructie-, montage-, graaf-, ontginnings-, bagger- of opruimingswerken of dergelijke werkzaamheden binnen een van de andere landen gedurende meer dan 183 dagen binnen een tijdvak van twaalf maanden, wordt geacht te zijn behaald met behulp van een vaste inrichting binnen dat andere land, voorzover die winst aan de werkzaamheden binnen dat land kan worden toegerekend.

2.

Onverminderd het eerste lid wordt de winst uit onderneming genoten door een inwoner van een van de landen uit het uitvoeren van een werk in de zin van het eerste lid binnen een van de andere landen, geacht te zijn behaald met behulp van een vaste inrichting in laatstbedoeld land, voor zover die winst aan de werkzaamheden binnen dat land kan worden toegerekend, ook indien het werk achtereenvolgens door verschillende ondernemers binnen dat land wordt uitgevoerd en de totale duur van de uitvoering van het werk 183 dagen binnen een tijdvak van twaalf maanden overschrijdt.

Artikel 8

Winst uit onderneming genoten door een inwoner van een van de landen uit het verrichten van luchtkarteringswerkzaamheden en andere werkzaamheden vanuit de lucht, gericht op de inventarisatie van natuurlijke hulpbronnen binnen een van de andere landen, wordt geacht te zijn behaald met behulp van een vaste inrichting binnen dat andere land, voor zover die winst aan de werkzaamheden binnen laatstbedoeld land kan worden toegerekend.

Artikel 9

Winst uit onderneming genoten door een inwoner van een van de landen uit het optreden als musicus, als artist of als beoefenaar van een tak van sport binnen een van de andere landen, wordt geacht te zijn behaald met behulp van een vaste inrichting binnen dat andere land.

Artikel 10
1.

Ingeval in de handels- of financiële betrekkingen tussen twee van elkaar afhankelijke ondernemingen, waarvan de ene is gevestigd in een van de landen en de andere in een van de andere landen, voorwaarden bestaan welke afwijken van die welke zouden zijn gemaakt tussen onafhankelijke ondernemingen, mogen alle voordelen, welke zonder deze voorwaarden zouden zijn opgekomen aan een van de ondernemingen, maar tengevolge van die voorwaarden haar niet zijn opgekomen, worden begrepen in de voordelen van die onderneming en dienovereenkomstig worden belast.

2.

Als van elkaar afhankelijke ondernemingen worden aangemerkt ondernemingen welker kapitaal - geheel of ten dele, middellijk of onmiddellijk - is verschaft door dezelfde personen of welke - geheel of ten dele, middellijk of onmiddellijk - staan onder leiding of toezicht van dezelfde personen.

Artikel 11
1.

Dividend genoten door een inwoner van een van de landen en verschuldigd door een lichaam dat inwoner is van een van de andere landen, mag worden belast in eerstbedoeld land.

2.

Indien in het land waarvan een lichaam dat dividend verschuldigd is, inwoner is, bij wege van inhouding een belasting van dividenden wordt geheven, laat het eerste lid zodanige belasting onverlet met dien verstande, dat het tarief 15 percent niet te boven gaat.

3.

Het tarief van de in het tweede lid bedoelde belasting gaat onder nader te stellen voorwaarden ter verzekering van een juiste toepassing van dit artikel zowel naar doel als naar strekking 7,5 percent niet te boven indien het dividend wordt genoten door een lichaam waarvan het kapitaal geheel of ten dele in aandelen is verdeeld en dat inwoner is van het andere land en voor ten minste 25 percent van het nominaal gestorte kapitaal aandeelhouder is van het lichaam dat het dividend verschuldigd is. Het tarief bedraagt onder nader te stellen voorwaarden ter verzekering van een juiste toepassing van dit artikel zowel naar doel als naar strekking in het in de vorige volzin bedoelde geval echter niet meer dan 5 percent indien het dividend in het land waarvan het lichaam dat het dividend geniet inwoner is, onderworpen is aan een belasting naar de winst met een tarief van ten minste 5,5 percent. In afwijking van de voorgaande twee volzinnen geldt met betrekking tot dividend dat wordt genoten door een lichaam dat inwoner is van Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten en verschuldigd is door een lichaam dat inwoner is van Nederland het volgende:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.