Besluit van 17 mei 1965, houdende uitvoering van de Wet op de loonbelasting 1964
Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
Artikel 2ca
Als dienstbetrekking wordt beschouwd de arbeidsverhouding van degene, die als sekswerker persoonlijk arbeid verricht.
Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder sekswerker: degene die tegen betaling seksuele handelingen met of voor een ander verricht.
Hoofdstuk 2a. Voorwerp van de belasting (hoofdstuk II van de wet); stamrechtspaarrekening of stamrechtbeleggingsrecht; toegelaten aanbieders
Hoofdstuk 4. Pensioenregelingen (Hoofdstuk IIB van de wet)
Hoofdstuk 5. Aanvullende regelingen (Hoofdstuk VI van de wet)
Hoofdstuk 5. Aanvullende regelingen (Hoofdstuk VI van de wet)
Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
Artikel 7a
Vervallen
Hoofdstuk 3. Verklaringen gebruik auto
Hoofdstuk 4a. Heffing van de inhoudingsplichtige (hoofdstuk V van de wet): extraterritoriale werknemers
Artikel 10ca
Vervallen
Hoofdstuk 6. Belastingheffing van artiesten, beroepssporters en buitenlandse gezelschappen (hoofdstuk VII en VIIA van de wet)
Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
Hoofdstuk 4. Pensioenregelingen (Hoofdstuk IIB van de wet)
Artikel 10ea
Vergoedingen en verstrekkingen aan extraterritoriale werknemers van kosten, respectievelijk ter voorkoming van kosten van verblijf buiten het land van herkomst worden, ten aanzien van ingekomen werknemers op gezamenlijk verzoek van de werknemer en de inhoudingsplichtige, in elk geval beschouwd als vergoeding voor extraterritoriale kosten tot (bewijsregel):
- a. 30% van de grondslag voor een periode van ten hoogste 20 maanden, 20% van de grondslag voor de daaropvolgende periode van ten hoogste 20 maanden en 10% van de grondslag voor de daaropvolgende periode van ten hoogste 20 maanden, waarbij de grondslag de som is van:
- 1°. het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking ter zake van het verblijf buiten het land van herkomst dat is genoten tijdens de looptijd van de bewijsregel en waarover met toepassing van de artikelen 20a, 20b, 26 en 26b van de wet belasting wordt geheven, voor zover de ingekomen of uitgezonden werknemer ter zake geen recht heeft op voorkoming van dubbele belasting;
- 2°. de vergoeding voor extraterritoriale kosten, bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdeel e, van de wet;
- b. het bedrag van de schoolgelden.
In geval van verstrekkingen zijn de waarderingsregels krachtens artikel 13 van de wet van toepassing.
Indien de werknemer gedurende de tewerkstelling of gedurende een deel daarvan geen vergoeding geniet waarop artikel 31a, achtste lid, van de wet van toepassing is, leidt dat niet tot een verlenging van een of meer van de perioden van 20 maanden. Bij een werknemer als bedoeld in artikel 10ef geldt, met inachtneming van de eerste zin, vanaf de datum van tewerkstelling gedurende de eerste periode van 20 maanden 30% van de grondslag, gedurende de daaropvolgende periode van 20 maanden 20% van de grondslag en voor de daaropvolgende periode van 20 maanden 10% van de grondslag, voor zover de maximale looptijd ingevolge de artikelen 10ec tot en met 10ef nog niet is verstreken.
Artikel 10eb
Een werknemer bezit specifieke deskundigheid indien het loon, bedoeld in paragraaf 3.3.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001, op jaarbasis meer bedraagt dan € 48.013.
In afwijking van het eerste lid bezit een werknemer die in het wetenschappelijk onderwijs een Nederlandse mastergraad of een hiermee gelijkwaardige buitenlandse graad heeft behaald en die de leeftijd van 30 jaar nog niet heeft bereikt, specifieke deskundigheid indien het loon, bedoeld in paragraaf 3.3.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001, op jaarbasis meer bedraagt dan € 36.497.
In afwijking in zoverre van het eerste en tweede lid bezit een werknemer ook specifieke deskundigheid indien de werknemer:
- a. in het kader van wetenschappelijk onderzoek of wetenschappelijk onderwijs in Nederland wordt tewerkgesteld bij een onderzoeksinstelling als bedoeld in artikel 1.11, onderdelen a of b, van het Vreemdelingenbesluit 2000, of
- b. in Nederland wordt tewerkgesteld als arts in opleiding tot specialist aan een door de Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten aangewezen opleidingsinstituut.
Bij de beoordeling of de specifieke deskundigheid die een ingekomen werknemer bezit niet of schaars aanwezig is op de Nederlandse arbeidsmarkt, wordt in onderlinge samenhang rekening gehouden met de volgende factoren, voor zover relevant:
- a. het niveau van de door de werknemer gevolgde opleiding;
- b. de voor de functie relevante ervaring van de werknemer;
- c. het beloningsniveau van de onderhavige functie in Nederland in verhouding tot het beloningsniveau in het land van herkomst van de werknemer.
Bij het begin van het kalenderjaar worden de in het eerste en tweede lid genoemde bedragen bij ministeriële regeling gewijzigd in andere bedragen. Deze bedragen worden berekend door de te wijzigen bedragen te vermenigvuldigen met de tabelcorrectiefactor, bedoeld in artikel 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, en vervolgens de nodig geachte afronding aan te brengen. Indien in het voorafgaande kalenderjaar een dergelijke afronding is toegepast, kan bij wijziging worden uitgegaan van het niet-afgeronde bedrag.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter zake van de toepassing van dit artikel.
Artikel 10ec
Voor ingekomen werknemers bedraagt de looptijd van de bewijsregel maximaal vijf jaar, ingaande op de eerste dag van de tewerkstelling door de inhoudingsplichtige en eindigende op de laatste dag van het loontijdvak na het loontijdvak waarin die tewerkstelling is geëindigd.
Voor uitgezonden werknemers is de looptijd van de bewijsregel gelijk aan de duur van de uitzending.
Artikel 10ed
Indien een ingekomen werknemer tijdens de looptijd een andere inhoudingsplichtige krijgt, blijft op gezamenlijk verzoek van de werknemer en de nieuwe inhoudingsplichtige de bewijsregel gedurende de resterende looptijd van toepassing, mits de periode tussen het einde van de tewerkstelling door de oude inhoudingsplichtige en de totstandkoming van de arbeidsovereenkomst met de nieuwe inhoudingsplichtige niet langer is dan drie maanden.
Bij een dergelijk verzoek moet door de nieuwe inhoudingsplichtige opnieuw aannemelijk worden gemaakt dat de werknemer behoort te worden aangemerkt als ingekomen werknemer.
Artikel 10ee
Indien de ingekomen werknemer niet langer specifieke deskundigheid bezit die op de Nederlandse arbeidsmarkt niet of schaars aanwezig is, wordt de looptijd verminderd tot op het moment waarop deze situatie zich voordoet.
Artikel 10ef
Indien de ingekomen werknemer voorafgaand aan de aanvang van de tewerkstelling als ingekomen werknemer door de inhoudingsplichtige, in Nederland is tewerkgesteld of is verbleven, wordt de looptijd verminderd met de perioden van eerdere tewerkstelling en eerder verblijf.
Perioden van eerdere tewerkstelling en eerder verblijf die meer dan vijfentwintig jaar voorafgaand aan de tewerkstelling zijn geëindigd, worden niet in aanmerking genomen.
Voor de toepassing van het eerste en tweede lid is de ingekomen werknemer niet in Nederland tewerkgesteld indien hij in elk kalenderjaar van de periode van vijfentwintig jaar maximaal 20 dagen hier te lande heeft gewerkt.
Voor de toepassing van het eerste en tweede lid is de ingekomen werknemer niet in Nederland verbleven indien hij in elk kalenderjaar van de periode van vijfentwintig jaar in totaal niet langer dan zes weken in Nederland is verbleven wegens vakantie, familiebezoek of andere persoonlijke omstandigheden, waarbij in de periode van vijfentwintig jaar eenmalig een periode van maximaal drie aaneengesloten maanden in Nederland wegens vakantie, familiebezoek of andere persoonlijke omstandigheden niet in aanmerking wordt genomen.
Voor de toepassing van het eerste en tweede lid wordt een werknemer geacht in Nederland te zijn tewerkgesteld gedurende de gehele periode dat hij een door een inhoudingsplichtige uit een ander land aangeworven, of naar een inhoudingsplichtige gezonden werknemer in de zin van artikel 2 van de wet is.
Artikel 10eg
Indien een verzoek om toepassing van de bewijsregel als bedoeld in artikel 10ei niet is gedaan binnen vier maanden na aanvang van de tewerkstelling als ingekomen werknemer door de inhoudingsplichtige, wordt de looptijd verminderd met de periode tussen het tijdstip waarop de ingekomen werknemer door de inhoudingsplichtige is tewerkgesteld en het tijdstip waarop de beschikking, bedoeld in artikel 10ei, voor het eerst van toepassing is.
Artikel 10eh
Bij vermindering van de looptijd volgens dit hoofdstuk wordt elke periode waarmee de looptijd wordt verminderd naar boven afgerond op gehele kalendermaanden.
Artikel 10ei
Een verzoek om toepassing of voortgezette toepassing van de bewijsregel ten aanzien van een ingekomen werknemer wordt gedaan aan de inspecteur. Deze beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.
Indien het verzoek is gedaan binnen vier maanden na aanvang van de tewerkstelling als extraterritoriale werknemer door de inhoudingsplichtige, werkt de beschikking terug tot en met de aanvang van de tewerkstelling als extraterritoriale werknemer. Indien het verzoek later is gedaan, is de beschikking van toepassing met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin het verzoek is gedaan.
De inspecteur kan ambtshalve of op verzoek de beschikking in het voordeel van de werknemers of inhoudingsplichtige herzien in het geval van onjuistheden op het moment van het vaststellen van die beschikking.
De inspecteur kan de beschikking in het nadeel van de werknemer of de inhoudingsplichtige intrekken of herzien in het geval van onjuistheden op het moment van het vaststellen van die beschikking. Een intrekking of herziening heeft alleen gevolgen voor een toekomstig loontijdvak.
In afwijking van het vierde lid kan een intrekking of herziening ook gevolgen hebben voor voorafgaande en lopende loontijdvakken indien:
- a. de inspecteur aannemelijk maakt dat de inhoudingsplichtige of de werknemer te kwader trouw is ter zake van het feit dat heeft geleid tot een onjuistheid in de beschikking;
- b. de inspecteur aannemelijk maakt dat ten gevolge van een fout van de inspecteur de beschikking onjuist is vastgesteld en die fout de werknemer of inhoudingsplichtige redelijkerwijs kenbaar is.
Een intrekking of herziening in het nadeel van de werknemer of inhoudingsplichtige geschiedt bij voor bezwaar vatbare beschikking. Rechtsmiddelen tegen deze beschikking kunnen uitsluitend betrekking hebben op de intrekking of herziening.
Een intrekking of herziening in het nadeel van de werknemer of de inhoudingsplichtige is mogelijk voor zover de beschikking een loontijdvak bevat waarover de bevoegdheid tot naheffing, bedoeld in artikel 20 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, niet is vervallen.
Artikel 10ej
De inhoudingsplichtige wordt voor de toepassing van de bepalingen van dit hoofdstuk ten aanzien van een ingekomen werknemer geacht dezelfde inhoudingsplichtige te zijn als de zonder onderbreking voorafgaande inhoudingsplichtigen van de werknemer mits:
- a. de inhoudingsplichtige en de zonder onderbreking voorafgaande inhoudingsplichtige behoren tot een zelfde samenhangende groep inhoudingsplichtigen in de zin van artikel 27e van de wet, en
- b. aannemelijk is dat de werknemer opnieuw zou worden aangemerkt als ingekomen werknemer indien artikel 10ed zou worden toegepast.
Hoofdstuk 6. Belastingheffing van artiesten, beroepssporters en buitenlandse gezelschappen (hoofdstuk VII en VIIA van de wet)
Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
Hoofdstuk 4. Pensioenregelingen (Hoofdstuk IIB van de wet)
Hoofdstuk 6. Belastingheffing van artiesten, beroepssporters en buitenlandse gezelschappen (hoofdstuk VII en VIIA van de wet)
Hoofdstuk 7. Overgangs- en slotbepalingen (Hoofdstuk VIII van de wet)
Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
Artikel 10ba
Vervallen
Hoofdstuk 4a. Heffing van de inhoudingsplichtige (hoofdstuk V van de wet): extraterritoriale werknemers
Hoofdstuk 4b. Heffing van de inhoudingsplichtige (hoofdstuk V van de wet): pseudo-eindheffing voor hoog loon
Hoofdstuk 6. Belastingheffing van artiesten, beroepssporters en buitenlandse gezelschappen (hoofdstuk VII en VIIA van de wet)
Hoofdstuk 7. Overgangs- en slotbepalingen (Hoofdstuk VIII van de wet)
Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
Artikel 3bis
Degene die als musicus of anderszins als artiest optreedt, is geen artiest in de zin van artikel 5a van de wet, indien hij in Nederland woont en werkzaam is op basis van een voor aanvang van de betaling van de beloning gesloten schriftelijke overeenkomst waaruit blijkt dat het de bedoeling is van beide partijen dat hij geen artiest is in de zin van artikel 5a van de wet.
Hoofdstuk 2a. Voorwerp van de belasting (hoofdstuk II van de wet); stamrechtspaarrekening of stamrechtbeleggingsrecht; toegelaten aanbieders
Hoofdstuk 3. Verklaringen gebruik auto
Hoofdstuk 4a. Heffing van de inhoudingsplichtige (hoofdstuk V van de wet): extraterritoriale werknemers
Hoofdstuk 5. Aanvullende regelingen (Hoofdstuk VI van de wet)
Hoofdstuk 7. Overgangs- en slotbepalingen (Hoofdstuk VIII van de wet)
Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)