Besluit van 12 augustus 1968 tot vaststelling van het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968

Type AMvB
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 43
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
    1. van de eerststervende van twee of meer personen, wordt gelijkgesteld met een canon, een retributie, een huur of een uitkering, afhankelijk van het leven van iemand die vijf jaren ouder is dan de oudste van de vorenbedoelde personen.
  • f. Een canon, een retributie, een huur of een uitkering tot een onzeker jaarlijks bedrag wordt gelijkgesteld met een canon, een retributie, een huur of een uitkering tot het geschatte gemiddelde jaarlijkse bedrag.
  • g. De waarde van een schuldplichtigheid, niet vallende onder een van de vorige leden, wordt gesteld op het bedrag waarvoor zodanige schuldplichtigheid zou kunnen worden verkocht.
  • h. Een canon, een retributie, een huur of een uitkering tot andere zaken dan geld, wordt gelijkgesteld met een canon, een retributie, een huur of een uitkering tot een jaarlijks bedrag gelijk aan de waarde welke aan die zaken in het economische verkeer kan worden toegekend.

Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit, hetwelk in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Artikel 7a

1.

Als diensten als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel g, onder 3°, van de wet worden aangewezen de diensten die verleend worden op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, mits deze diensten:

  • a. worden verricht door de gemeente zelf of ter uitvoering van een overeenkomst die door de gemeente daartoe is gesloten;
  • c. bestaan uit:
  • 1°. het schoonhouden van de woonruimte;
  • 2°. het schoonhouden van kleding en huishoudlinnen behorende tot het huishouden van de cliënt;
  • 3°. het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van de verzorging van de cliënt;
  • 4°. ondersteunende activiteiten gericht op de bevordering van participatie en zelfredzaamheid.
2.

Het vereiste, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, geldt niet ten aanzien van diensten verricht voor de cliënt aan wie een persoonsgebonden budget is verstrekt als bedoeld in artikel 2.3.6, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.

3.

Tot de diensten, bedoeld in het eerste lid, behoren in ieder geval niet:

  • a. het doen van aanpassingen aan, op of in de woonruimte;
  • b. het verrichten van onderhoud of herstelwerkzaamheden aan, op of in de woonruimte;
  • c. hovenierswerkzaamheden;
  • d. vervoersdiensten.
4.

Als dienst als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel g, onder 3°, van de wet wordt eveneens aangewezen het ter beschikking stellen van personeel aan een andere ondernemer in het kader van diensten die verleend worden op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, mits:

  • c. de terbeschikkingstelling van het personeel onontbeerlijk is voor het verrichten van deze vrijgestelde diensten; en
  • d. de terbeschikkingstelling van het personeel er in hoofdzaak niet toe strekt extra opbrengsten te verkrijgen door de uitlener in rechtstreekse mededinging met commerciële ondernemers die aan de heffing van belasting zijn onderworpen.

Hoofdstuk III. Grensoverschrijdend verkeer van goederen en diensten

Hoofdstuk IV. Suppletie

Hoofdstuk V. Bijzondere regelingen

Afdeling A. Ondernemers met verschillende tarieven

Afdeling B. Zegelsystemen, waardebonnen enz.

Afdeling C. Aftrek van voorbelasting

Afdeling D. Bevoorrading van vervoermiddelen

Afdeling E. Verlegging

Afdeling F. Fiscaal vertegenwoordiger

Slotbepaling

Bijlage B

  • a. Vervallen;
  • b. De leveringen en diensten als bedoeld in artikel 7 van het besluit, die als zodanig worden verricht door de hierna genoemde instellingen:
    1. kruisverenigingen;
    1. instellingen tot bestrijding van de tuberculose;
    1. instellingen voor reumatiekbestrijding;
    1. instellingen werkzaam op het gebied van de Eerste Hulp Bij Ongevallen;
    1. instellingen werkzaam op het gebied van adoptiebemiddeling;
    1. scholen voor langdurig zieke kinderen;
    1. consultatiebureaus voor alcohol en drugs;
    1. bureaus voor seksuele en huwelijksvoorlichting, alleen voor diensten;
    1. speeltuinverenigingen;
    1. vervallen;
    1. dagverblijven voor gehandicapten;
    1. instellingen van zeemanszorg, mede voor het verstrekken van spijzen en dranken;
  • 15.
  • b. instellingen die werkzaam zijn op het terrein van het bevorderen van sociale samenhang en leefbaarheid als bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, voor zover werkzaam op het gebied van club- en buurthuiswerk;
    1. instellingen die zich bezighouden met vormingswerk in internaatsverband, mede voor het verstrekken van spijzen en dranken;
    1. Samenwerkingsverbanden als bedoeld in artikel 18a, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs of landelijke samenwerkingsverbanden als bedoeld in artikel 18a, vijftiende lid, van de Wet op het primair onderwijs, voor zover zij werkzaamheden verrichten als uitvloeisel van het ondersteuningsplan, bedoeld in artikel 18a, achtste lid, van die wet;
    1. Samenwerkingsverbanden als bedoeld in artikel 2.47, tweede lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 of landelijke samenwerkingsverbanden als bedoeld in artikel 2.47, achttiende lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020, voor zover zij werkzaamheden verrichten als uitvloeisel van het ondersteuningsplan, bedoeld in artikel 2.47, negende lid, van die wet;
    1. instellingen die zich ten doel stellen de bestrijding van bos- en heidebranden;
    1. Samenwerkingsverbanden op het gebied van multidisciplinaire eerstelijns- en geboortezorg die kosten voor zorgprestaties declareren voor zover deze diensten worden bekostigd op grond van de Zorgverzekeringswet en nader staan beschreven in de door de Nederlandse Zorgautoriteit voor deze vormen van zorg vastgestelde beleidsregels ingevolge de Wet marktordening gezondheidszorg;
    1. vervallen;
    1. militaire tehuizen, mede voor het verstrekken van spijzen en dranken;
    1. instellingen op het gebied van bejaardenzorg voor prestaties die in het bijzonder zijn gericht op het handhaven of bevorderen van de mogelijkheden voor ouderen om zo lang mogelijk zelfstandig te blijven wonen, mede voor het verstrekken van spijzen en dranken, maar met uitzondering van leveringen en diensten in het kader van personenalarmering;
    1. vervallen;
    1. vervallen;
    1. vervallen;
    1. instellingen voor algemeen maatschappelijk en bedrijfsmaatschappelijk werk;
    1. jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet, mede voor het verstrekken van spijzen en dranken en het ter beschikking stellen van personeel;
    1. natuurijsbanen, alleen voor het geven van gelegenheid tot sportbeoefening;
    1. instellingen ter bestrijding van hart- en vaatziekten voorzover het reanimatieonderwijs betreft, die daarvoor via convenanten nauw samenwerken met de Nederlandse Hartstichting;
    1. instellingen die werkzaam zijn op het gebied van schuldhulpverlening, met uitzondering van bewindvoering in het kader van de wettelijke schuldregeling, voorzover de diensten niet reeds kunnen worden gerangschikt onder artikel 11, eerste lid, onderdeel j, van de wet;
    1. amateurtoneelverenigingen;
    1. amateurmuziekverenigingen;
    1. carnavalsverenigingen;
    1. kleindierverenigingen.

Algemene aantekening

Als leveringen en diensten van sociale of culturele aard worden niet aangemerkt de leveringen van goederen welke door de in onderdeel b bedoelde instellingen in het kader van arbeidstherapie zijn voortgebracht en de diensten welke door die instellingen in dat kader worden verricht.

Als diensten van sociale of culturele aard worden voorts niet aangemerkt diensten als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel g, onder 2° en 3°, van de wet die worden verleend aan anderen dan de personen, bedoeld in dat onderdeel, onder 2° en 3°.

De in onderdeel b bedoelde instellingen, behoudens die bedoeld in de posten 9, voor zover betrekking hebbend op wijkverpleging, 12, voor zover betrekking hebbend op gehandicapten die beschikken over een indicatiebesluit waaruit blijkt dat zij recht hebben op de daar bedoelde diensten, 15, onder a, 20, 29, 30 en 33, mogen niet systematisch het maken van winst beogen en, zo er wel winst wordt gemaakt, mogen zij deze niet uitkeren, maar moet die winst worden aangewend voor de instandhouding of verbetering van de leveringen en diensten die worden verleend.

De terbeschikkingstelling van personeel, bedoeld in onderdeel b, post 15, onder a, en post 30, dient te voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • c. De terbeschikkingstelling van het personeel is onontbeerlijk voor het verrichten van deze vrijgestelde prestaties; en
  • d. De terbeschikkingstelling van het personeel strekt er in hoofdzaak niet toe extra opbrengsten te verkrijgen door de uitlener in rechtstreekse mededinging met commerciële ondernemers die aan de heffing van belasting zijn onderworpen.

Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit, hetwelk in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Artikel 25

De Dienst Wegverkeer, genoemd in artikel 4a van de Wegenverkeerswet 1994, wordt aangewezen als nationale autoriteit als bedoeld in artikel 5 ter, vierde lid, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 79/2012 van de Commissie van 31 januari 2012 tot vaststelling van nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 904/2010 van de Raad betreffende de administratieve samenwerking en de bestrijding van fraude op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde (PbEU 2012, L 29) voor het verwerken van inkomende en uitgaande verzoeken om voertuigregistratiegegevens voor btw-doeleinden.

Slotbepaling

Bijlage C

Vervallen.

Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit, hetwelk in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Artikel 15a

1.

Het niet of niet tijdig doen van de suppletie, bedoeld in artikel 15, eerste lid, en het niet doen van de suppletie op de op grond van artikel 15, derde lid, aangegeven wijze worden aangemerkt als een overtreding.

2.

De bevoegdheid tot het opleggen van een vergrijpboete voor een overtreding als bedoeld in het eerste lid vervalt door verloop van vijf jaren na afloop van het kalenderjaar waarin de belastingschuld is ontstaan of de teruggaaf is verleend.

Hoofdstuk V. Bijzondere regelingen

Afdeling A. Ondernemers met verschillende tarieven

Afdeling B. Zegelsystemen, waardebonnen enz.

Afdeling C. Aftrek van voorbelasting

Afdeling E. Verlegging

Afdeling F. Fiscaal vertegenwoordiger

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)