Besluit van 4 september 1969, tot uitvoering van de artikelen 16, 17, 19, eerste lid, en 21 van de Kernenergiewet

Type AMvB
Publication 2025-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van Onze Ministers van Economische Zaken en van Sociale Zaken en Volksgezondheid van 8 mei 1968, no. 668/372 W.J.A., gedaan in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, de Centrale Raad voor de Kernenergie gehoord;

Gelet op de artikelen 16, 17, 19, eerste lid, 21, 26, 73 en 76, eerste lid, van de Kernenergiewet (Stb. 1963, 82);

De Raad van State gehoord (advies van 10 juli 1968, no. 42);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Economische Zaken en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Volksgezondheid van 3 september 1969, no. 669/609 W.J.A., uitgebracht in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk I. Inleidende bepalingen

Artikel 1
1.

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

2.

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt onder «activiteit», «blootstelling», «deskundige», «effectieve dosis» «eindberging», «equivalente dosis», «gezondheidsschade», «omgevingsdosisequivalent», «radiotoxiciteitsequivalent», »richtlijn 2011/77/Euratom» en «wet» verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.2 in samenhang met bijlage 1 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming.

3.

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt onder «besmetting», «lozing in de lucht», «lozing in het openbare riool» en «lozing in het oppervlaktewater» verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.2 in samenhang met bijlage 1 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming, met dien verstande dat in plaats van «radioactieve stoffen» telkens «splijtstoffen of ertsen» wordt gelezen.

4.

Vervallen.

5.

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt onder «voorhanden hebben» mede verstaan: in bezit hebben, beheren, bewaren of anderszins feitelijk onder zich hebben, of het vervaardigen, bewerken, hanteren en opslaan, met uitzondering van het voorhanden hebben bij de opslag in verband met vervoer.

6.

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt onder drukvaten, installatieleidingen, veiligheidsappendages en onder druk staande appendages verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in het Warenwetbesluit drukapparatuur.

Artikel 2

Dit besluit is niet van toepassing op het vervoeren, het voorhanden hebben bij opslag in verband met het vervoer en het binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen of doen brengen van splijtstoffen of ertsen.

Hoofdstuk II. Aanvragen om vergunningen

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 3
1.

De aanvraag om een vergunning voor handelingen binnen een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet, of op een locatie waarop een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt verricht, wordt ingediend door degene die de inrichting drijft of de milieubelastende activiteit verricht.

2.

Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid betreft niet de handelingen die worden verricht door een persoon die in het bezit is van een vergunning voor het op steeds wisselende plaatsen verrichten van zodanige handelingen.

3.

De aanvraag bevat:

4.

Aanvragen om een vergunning, welke vallen onder verschillende bepalingen van de paragrafen 2 en 3, kunnen, voor zover die aanvragen betrekking hebben op dezelfde inrichting, uitrusting of locatie dan wel op inrichtingen, uitrustingen of locaties, die tezamen een geheel vormen en die in elkaars onmiddellijke nabijheid zijn gelegen, in de vorm van een enkele, samengestelde aanvraag worden ingediend. Op zodanige aanvraag zijn alle bepalingen van toepassing, welke betrekking hebben op de afzonderlijke aanvragen, waaruit zij is samengesteld, met dien verstande dat in gevallen, waarin onverkorte toepassing dezer bepalingen zou leiden tot meervoudige vermelding van eenzelfde gegeven, met een enkelvoudige vermelding kan worden volstaan.

5.

Indien een aanvraag om een vergunning betrekking heeft op een inrichting, uitrusting of locatie, ten aanzien waarvan reeds eerder een aanvraag is ingediend, kan, voor zover bepaalde gegevens reeds bij de eerdere aanvraag zijn verstrekt en geen wijziging hebben ondergaan, naar die eerdere aanvraag worden verwezen.

6.

De Autoriteit kan de indiening van verdere afschriften van de aanvraag of van daarbij behorende bijlagen verlangen.

§ 2. Aanvragen om een vergunning voor het voorhanden hebben of het zich ontdoen van splijtstoffen of ertsen

Artikel 4
1.

De aanvraag om een vergunning voor het voorhanden hebben van splijtstoffen bevat in ieder geval:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.