← Geldende tekst · Geschiedenis

Regelen vergoeding kosten geneeskundige behandeling en verpleging zeeliedenoorlogsslachtoffers

Geldende tekst a fecha 1978-04-01

Gelet op artikel 9, eerste lid, van het Koninklijk besluit van 22 oktober 1949 (Stb. J 469) tot uitvoering van de artikelen 3, vijfde lid, en 13 van de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers (Stb. 1947, H 420);

Overwegende, dat de bij de beschikkingen van de toenmalige Minister van Verkeer en Waterstaat van 28 augustus 1950, nr. 250502 Z (Stcrt. 172), en 15 januari 1951, nr. 261565 Z (Stcrt. 12), vastgestelde regelen voor het verlenen van vergoeding van kosten van geneeskundige behandeling en verpleging aan zeelieden-oorlogsslachtoffers, zoals deze regelen zijn gewijzigd bij beschikking van voornoemde minister van 26 september 1957, nr. 464.123 J 69/69/9 (Stcrt. 189), dienen te worden aangepast aan de wijziging, welke bij besluit van 7 mei 1973 (Stcrt. 262) is aangebracht in artikel 8 van het Koninklijk besluit van 22 oktober 1949 (Stb. J 469), en dat het voorts gewenst is die ministeriële regelen tekstueel in overeenstemming te brengen met de regelen, welke ter zake voor de verzetsslachtoffers bij beschikking van 3 mei 1972, nr. U 7858 (Stcrt. 90), zijn vastgesteld,

Besluit:

Artikel 1

In deze beschikking wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

De vergoeding ter zake van kosten van geneeskundige behandeling en verpleging, bedoeld in artikel 3, zesde lid, der wet en de artikelen 9 en 11 van het Koninklijk besluit van 22 oktober 1949 (Stb. J 469) wordt aan de zeeman uitbetaald na overlegging van een rekening betreffende die behandeling en verpleging. Deze rekening dient vóór het einde van het jaar, volgende op dat, waarin de kosten de zeeman in rekening zijn gebracht of de uitgaven door hem zijn gedaan, op de door de Raad aan te geven wijze bij hem te worden ingediend.

2.

Indien de zeeman de rekening niet zelf voldoet, wordt de vergoeding uitbetaald aan degene, die de behandeling en verpleging heeft verstrekt, dan wel te wiens laste deze zijn gekomen.

Artikel 3

De in artikel 2 bedoelde vergoeding wordt verleend met inachtneming van de volgende regelen

Artikel 4

De beschikkingen van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 28 augustus 1950, nr. 250502 Z (Stcrt. 172), en 15 januari 1951, nr. 261565 Z (Stcrt. 12), worden ingetrokken.

Artikel 3

Deze beschikking treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van haar bekendmaking in de Nederlandse Staatscourant.