Besluit van 5 maart 1977 strekkend tot vaststelling en tevens tot bepaling van het tijdstip van inwerkingtreding van een algemene maatregel van bestuur ter uitvoering van artikel 222a van de Faillissementwet zoals ingevoegd bij de Wet van 6 mei 1976 (Stb. 1976, 280) houdende wijzigingen van enige bepalingen van de Faillissementwet en tevens strekkend tot bepaling van het tijdstip van inwerkingtreding van voornoemde Wet van 6 mei 1976

Type AMvB
Publication 1977-05-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 20 januari 1977, Stafafdeling Wetgeving Privaatrecht nr. 27/677;

Gelet op artikel 222a, tweede lid van de Faillissementswet, zoals ingevoegd bij de Wet van 6 mei 1976, houdende wijzigingen van enige bepalingen van de Faillissementswet (Stb. 280) en mede gelet op artikel II van voornoemde Wet van 6 mei 1976;

De Raad van State gehoord (advies van 2 februari 1977, nr. 6);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 28 februari 1977, Stafafdeling Wetgeving Privaatrecht nr. 103/677;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

In het ingevolge artikel 222a, eerste lid, van de Faillissementswet ter griffie van elke rechtbank berustende openbare register wordt aantekening gehouden van de na de inwerkingtreding van dit Besluit plaats gehad hebbende rechtsfeiten, zoals vermeld in het bij dit Besluit behorende model.

Artikel 2

Het register bestaat uit kaarten volgens het bij dit Besluit behorende model.

Artikel 3

Elke kaart van het register bevat slechts de gegevens met betrekking tot de aan het hoofd daarvan vermelde schuldenaar aan wie voorlopig of definitief surséance van betaling is verleend.

Artikel 4

Het kaartregister wordt in alfabetische volgorde aangehouden. Onze Minister van Justitie kan hieromtrent nadere voorschriften geven.

Artikel 5

De Wet van 6 mei 1976 (Stb. 1976, 280) en dit Besluit treden in werking op 1 mei 1977.

Dit Besluit kan worden aangehaald als: Besluit register surséance van betaling.

Model

Surséance van betaling nummer
Naam van de schuldenaar: Rechter-commissaris mr.
benoemd bij besch. van:
beroep/bedrijf Bewindvoerder(s): 1.
ben. bij besch. 2.
wonende/verblijvende/gevestigd te: van: 3.
Beslissingen in eerste aanleg Beslissingen in hoger beroep Besl. in beroep in cassatie
Verlening
1. voorlopig verleend bij besch. van:
2. definitief verleend bij besch. van: 2.
3. afgewezen bij besch. van: met/zonder faillietverklaring 3.
Verlenging
4. a. verlenging bij besch. van: tot
b. verlenging bij besch. van: tot
Intrekking
5. intrekking bij besch. van:
a. op verzoek schuldenaar
b. op verzoek bewindvoerder(s)/schuldeiser(s)/ambtshalve, met/zonder faillietverkl. 5b.
Het akkoord
6. aanneming akkoord op:
7. verwerping akkoord op: door faillietverklaring bij vonnis van: t.o.v. R.C./rechtbank wel/niet gevolgd 7. verbetering p.v. behandeling akkoord t.o.v. rb. toegestaan/geweigerd bij besch. hof van:
8. verbetering p.v. behandeling akkoord t.o.v. R.C. toegestaan/geweigerd
bij besch. rechtbank van:
9. homologatie akkoord bij vonnis 9.
10. weigering horuologatie akkoord bij besch. van met/zonder 10.
faillietverklaring
11.Ontbinding akkoord met faillietverkl. bij vonnis van: 11.
Einde surséance van betaling Einde surséance van betaling aantekeningen aantekeningen
geëindigd op: 19 geëindigd op: 19
– door verloop van de termijn waarvoor zij was verleend of verlengd. – door verloop van de termijn waarvoor zij was verleend of verlengd.
– door de beschikking genoemd onder 5a. – door de beschikking genoemd onder 5a.
– door de beschikking van de rechtbank/het hof houdende weigering verbetering p.v. – door de beschikking van de rechtbank/het hof houdende weigering verbetering p.v.
behandeling akkoord, genoemd onder 8/7 (tweede kolom). behandeling akkoord, genoemd onder 8/7 (tweede kolom).
– door het in kracht van gewijsde gaan van het arrest/vonnis/de beschikking genoemd onder 3/5b/9/10. – door het in kracht van gewijsde gaan van het arrest/vonnis/de beschikking genoemd onder 3/5b/9/10.
– door het ongebruikt verstrijken van de termijnen van art. 277 F., na verwerping van het akkoord. – door het ongebruikt verstrijken van de termijnen van art. 277 F., na verwerping van het akkoord.

Summiere inhoud van het akkoord:

Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit, hetwelk met de bijbehorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.