Uitvoering artikel 5, eerste lid, van de Noodwet Geneeskundigen
Gelet op artikel 5, eerste lid, van de Noodwet Geneeskundigen (Stb. 1971, 396);
De Raad voor de buitengewone geneeskundige en farmaceutische voorziening gehoord (advies van 9 maart 1978, nr. 17,624/CV);
Besluit:
Artikel 1
Als autoriteit die in de plaats van de Directeur-Generaal van de Volksgezondheid optreedt als bevoegd gezag in de zin van de Noodwet Geneeskundigen, wordt aangewezen de inspecteur-generaal van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd.
Artikel 2
Vervallen
Artikel 3
Vervallen
Artikel 4
Vervallen
Artikel 5
Vervallen
Artikel 6
Vervallen
Artikel 6a
De in artikel 1 als bevoegd gezag aangewezen autoriteit oefent – onverminderd het krachtens artikel 6 van de Noodwet Geneeskundigen bepaalde – de hem bij of krachtens de Noodwet Geneeskundigen toegekende bevoegdheden uit met inachtneming van de door de Directeur-Generaal van de Volksgezondheid gegeven aanwijzingen.’
Artikel 7
Dit besluit wordt met de daarbij behorende toelichting in de Nederlandse Staatscourant geplaatst.
Het treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Nederlandse Staatscourant, waarin het is geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.