Wet van 17 maart 1979, houdende regelen inzake aansprakelijkheid voor schade door kernongevallen

Type Wet
Publication 2024-09-06
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is regelen te stellen met betrekking tot de aansprakelijkheid voor schade, veroorzaakt door kernongevallen, in verband met het op 29 juli 1960 te Parijs tot stand gekomen Verdrag inzake wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie en het op 31 januari 1963 te Brussel tot stand gekomen Verdrag tot aanvulling van eerstgenoemd Verdrag;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk I. Begripsbepalingen

Artikel 1
1.

Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder:

Verdrag van Parijs: het op 29 juli 1960 te Parijs tot stand gekomen Verdrag inzake wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie (Trb. 1961, 27; 1962, 64), zoals dit Verdrag is gewijzigd bij het op 28 januari 1964 te Parijs gesloten Aanvullend Protocol bij dit Verdrag (Trb. 1964, 178), bij het op 16 november 1982 te Parijs gesloten Protocol bij dit Verdrag (Trb. 1983, 80) en bij het op 12 februari 2004 te Parijs gesloten Protocol bij dit Verdrag (Trb. 2005, 89);

Verdrag van Brussel: het op 31 januari 1963 te Brussel tot stand gekomen Verdrag tot aanvulling van het Verdrag van Parijs (Trb. 1963, 171), zoals dit Verdrag is gewijzigd bij het op 28 januari 1964 te Parijs gesloten Aanvullend Protocol bij dit Verdrag (Trb. 1964, 179), bij het op 16 november 1982 te Parijs gesloten Protocol bij dit Verdrag (Trb. 1983, 81) en bij het op 12 februari 2004 te Parijs gesloten Protocol bij dit Verdrag (Trb. 2005, 90);

Gezamenlijk Protocol: het op 21 september 1988 te Wenen tot stand gekomen Gezamenlijk Protocol betreffende de toepassing van het Verdrag van Wenen en het Verdrag van Parijs (Trb. 1988, 160);

kernongeval, kerninstallatie, splijtstoffen, radioactieve producten of afvalstoffen, nucleaire stoffen en exploitant: hetgeen daaronder in het Verdrag van Parijs wordt verstaan;

schade: hetgeen in artikel 1(a)(vii) van het Verdrag van Parijs onder «kernschade» wordt verstaan, met dien verstande dat de aldaar in de onderdelen 3 tot en met 6 vermelde elementen daaronder ten volle zijn begrepen.

2.

Voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens het Verdrag van Parijs, het Verdrag van Brussel en deze wet wordt als exploitant van een in Nederland gelegen kerninstallatie aangemerkt degene, die daartoe bevoegd zijnde, in Nederland een kerninstallatie opricht, in werking brengt of in werking houdt. Verlies van die bevoegdheid door intrekking of schorsing van de betrokken vergunning of ontheffing, doet de hoedanigheid van exploitant van een in Nederland gelegen kerninstallatie niet verloren gaan voor zover betreft de aansprakelijkheid voor schade, veroorzaakt door een kernongeval, waarbij betrokken zijn splijtstoffen of radioactieve produkten of afvalstoffen ten aanzien waarvan hij ten tijde van het verlies van zijn bevoegdheid aansprakelijk was of ten gevolge van op dat tijdstip reeds aangegane verplichtingen aansprakelijk zou zijn geworden, een en ander totdat zijn aansprakelijkheid als exploitant door een ander is overgenomen.

Hoofdstuk II. Uitvoering van het Verdrag van Parijs

Artikel 2

Bij de toepassing van het Verdrag van Parijs worden de bepalingen van deze wet in acht genomen.

Artikel 3

Vervallen

Artikel 4

Iedere persoon die met betrekking tot door een kernongeval veroorzaakte schade waarvoor de exploitant van een in Nederland gelegen kerninstallatie aansprakelijk is, schadevergoeding heeft betaald krachtens de bepalingen van een andere internationale overeenkomst dan de Verdragen van Parijs en Brussel of de wetgeving van andere Staten, verkrijgt de rechten ingevolge deze wet van de persoon die schade heeft geleden en aan wie hij de schadevergoeding heeft betaald, tot het bedrag dat hij heeft betaald. Artikel 6, onder (g), van het Verdrag van Parijs is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 5
1.

Het bedrag van de aansprakelijkheid van de exploitant van een in Nederland gelegen kerninstallatie wordt vastgesteld op € 1,2 miljard.

2.

In afwijking van het eerste lid kan bij regeling van Onze Minister van Financiën, in overeenstemming met Onze Minister van Veiligheid en Justitie en Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat:

3.

In afwijking van het eerste lid wordt het bedrag van de aansprakelijkheid van de betrokken exploitant voor kernschade geleden op het grondgebied van of binnen maritieme zones ingesteld in overeenstemming met het internationale recht van, of aan boord van een schip of luchtvaartuig dat is geregistreerd in een Staat als bedoeld in artikel 2, onder (a), aanhef en (i), (ii) of (iv), van het Verdrag van Parijs, vastgesteld op het bedrag dat naar het recht van de betrokken Staat op wederkerige basis toekomt aan benadeelden in Nederland, indien dit bedrag lager is dan het in het eerste lid genoemde bedrag.

4.

Bij algemene maatregel van bestuur kan, gelet op de mogelijkheden tot het verkrijgen van dekking, het in het eerste lid genoemde bedrag worden gewijzigd.

Artikel 6

Op verzoek van een vervoerder en met toestemming van de exploitant van een in Nederland gelegen kerninstallatie kan Onze Minister van Financiën, indien voldaan is aan de vereisten van artikel 10, onder (a), van het Verdrag van Parijs, bepalen, dat onder door hem te stellen voorwaarden die vervoerder in de plaats van die exploitant aansprakelijk zal zijn overeenkomstig het Verdrag van Parijs en deze wet.

Artikel 7
1.

Onverminderd het tweede en vierde lid, verjaart een rechtsvordering tot schadevergoeding door verloop van drie jaren na de aanvang van de dag waarop de betrokkene of, indien hij een wettelijke vertegenwoordiger heeft, deze laatste kennis draagt of redelijkerwijs kennis had behoren te dragen van de schade en van de aansprakelijke exploitant.

2.

Het recht op schadevergoeding vervalt:

3.

Voor de aansprakelijkheid van de exploitant met betrekking tot alle rechtsvorderingen tot schadevergoeding ter zake van schade aan personen, welke zijn ingesteld na een termijn van tien jaren na de datum van het kernongeval, doch voor het verstrijken van een termijn van dertig jaren na het kernongeval, worden door de Minister van Financiën verzekeringsovereenkomsten aangegaan of andere garanties verstrekt als bedoeld in artikel 9.

4.

Rechtsvorderingen tot schadevergoeding ingesteld na een termijn van tien jaren na de datum van het kernongeval laten onverlet het recht op schadevergoeding van een ieder die een rechtsvordering heeft ingesteld binnen die termijn.

Artikel 8
1.

Het bevoegde openbare gezag, bedoeld in artikel 10, onder (a) en (d), van het Verdrag van Parijs, is Onze Minister van Financiën.

2.

Onze Minister van Financiën kan in overeenstemming met Onze Ministers, wie het mede aangaat, bepalen, dat twee of meer kerninstallaties, welke door eenzelfde exploitant op hetzelfde terrein worden geëxploiteerd, met inbegrip van iedere andere opstal op dat terrein waar zich radioactieve stoffen bevinden, voor de toepassing van het Verdrag van Parijs en van deze wet als één kerninstallatie worden beschouwd.

Artikel 9

Indien een exploitant van een in Nederland gelegen kerninstallatie naar het oordeel van Onze Minister van Financiën geen of geen voldoende financiële zekerheid als bedoeld in artikel 10, onder (a), van het Verdrag van Parijs, kan verkrijgen, of indien deze financiële zekerheid naar het oordeel van Onze Minister van Financiën slechts tegen een onredelijke premie of vergoeding is te verkrijgen, is Onze voornoemde Minister gemachtigd op voorwaarden en tegen premies of vergoedingen als door hem te bepalen, voor de Staat als verzekeraar verzekeringsovereenkomsten ter zake aan te gaan of namens de Staat andere garanties ter zake te verstrekken.

Artikel 10
1.

Voor zover de uit de financiële zekerheid, bedoeld in artikel 10, onder (a), van het Verdrag van Parijs beschikbaar komende middelen ontoereikend zijn voor vergoeding van schade, waarvoor de exploitant van een in Nederland gelegen kerninstallatie aansprakelijk is, stelt de Staat aan die exploitant openbare middelen beschikbaar tot het bedrag van zijn aansprakelijkheid.

2.

Voor zover het ontbreken van de financiële zekerheid, bedoeld in het eerste lid, aan schuld van de exploitant te wijten is, heeft de Staat voor de in verband daarmede door hem beschikbaar gestelde middelen recht van verhaal op de exploitant.

3.

Tot het bedrag, dat de Staat ingevolge het eerste lid uit de openbare middelen aan de exploitant beschikbaar heeft gesteld, heeft hij het recht van verhaal van de exploitant, bedoeld in artikel 6, onder (f), van het Verdrag van Parijs. Bij de uitoefening van dit recht heeft de Staat voorrang boven de verzekeraars of andere personen, die financiële zekerheid als bedoeld in artikel 10, onder (a), van het Verdrag van Parijs, hebben gesteld.

Artikel 11

Handelingen van de verzekeraars of andere personen, die financiële zekerheid als bedoeld in artikel 10, onder (a), van het Verdrag van Parijs, hebben gesteld in strijd met het bepaalde in artikel 10, onder (d), van dit Verdrag, zijn van rechtswege nietig. De nietigheid wordt door de rechter ambtshalve uitgesproken.

Hoofdstuk III. Uitvoering van het Verdrag van Brussel

Artikel 12

Bij de toepassing van het Verdrag van Brussel worden de bepalingen van deze wet in acht genomen.

Artikel 13

Voor zover het ingevolge artikel 5 van deze wet geldende bedrag van de aansprakelijkheid ontoereikend is voor vergoeding van schade als bedoeld in artikel 2 van het Verdrag van Brussel, waarvoor de exploitant van een in Nederland gelegen kerninstallatie ingevolge het Verdrag van Parijs aansprakelijk is, worden de openbare middelen, bedoeld in artikel 3, onder (b) ii) en iii) en g), van het Verdrag van Brussel voor vergoeding van die schade beschikbaar gesteld anders dan ter dekking van de aansprakelijkheid van die exploitant.

Artikel 14

De staten die ingevolge artikel 5 van het Verdrag van Brussel recht van verhaal hebben voor de beschikbaar gestelde openbare middelen, hebben bij de uitoefening van dit recht voorrang boven de verzekeraars of andere personen die financiële zekerheid als bedoeld in artikel 10, onder (a), van het Verdrag van Parijs hebben gesteld.

Hoofdstuk IV. Aanvullende bepalingen

Artikel 15

Vervallen

Artikel 16

Het Verdrag van Parijs en de hoofdstukken I, II en V van deze wet zijn mede van toepassing ten aanzien van in Nederland gelegen kerninstallaties, welke niet zijn vermeld op de lijst, die overeenkomstig artikel 13 van het Verdrag van Brussel wordt opgesteld en bijgehouden, met dien verstande dat als bedrag van de aansprakelijkheid, bedoeld in artikel 5 van deze wet, geldt het in artikel 3 onder a) van het Verdrag van Brussel genoemd bedrag.

Artikel 17
1.

Ten aanzien van een kernongeval dat plaats vindt op het grondgebied van Nederland, worden de verzender en de vervoerder van de bij dat ongeval betrokken nucleaire stoffen, zomede degene die die stoffen ten tijde van het ongeval voorhanden had, aangemerkt als de exploitant van een in Nederland gelegen kerninstallatie en als zodanig hoofdelijk aansprakelijk gehouden voor de daardoor veroorzaakte schade, tenzij zij bewijzen dat een ander daarvoor aansprakelijk is ingevolge het Verdrag van Parijs of het Gezamenlijk Protocol, zulks met dien verstande dat als bedrag van de gezamenlijke aansprakelijkheid geldt het in artikel 3, onder a), van het Verdrag van Brussel genoemde bedrag.

2.

Op de aansprakelijkheid ingevolge het eerste lid zijn artikel 6 van het Verdrag van Parijs en hoofdstuk V, van deze wet mede van toepassing.

3.

Het eerste lid geldt niet:

Artikel 18
1.

Indien op het grondgebied van Nederland ten gevolge van een kernongeval schade wordt geleden, die ingevolge het Verdrag van Brussel of deze wet dient te worden vergoed en de daarvoor uit anderen hoofde beschikbaar komende middelen ontoereikend zijn voor de vergoeding van die schade tot een bedrag van € 3,2 miljard, stelt de Staat de openbare middelen beschikbaar die benodigd zijn ten einde die schade tot dat bedrag te vergoeden. Indien het een ongeval betreft waarbij de aansprakelijkheid van de exploitant op grond van artikel 5, derde lid, op een lager bedrag is vastgesteld dan het op grond van artikel 5, eerste lid, geldende bedrag, stelt de Staat tot een bedrag van € 1,5 miljard aan openbare middelen beschikbaar. Indien voor de desbetreffende installatie op grond van artikel 5, tweede lid, een lager bedrag is vastgesteld, stelt de Staat tot een bedrag van € 1,5 miljard aan openbare middelen beschikbaar.

2.

De Staat heeft voor de uitgekeerde bedragen en de daaraan verbonden kosten verhaal op degenen, die daarvoor ingevolge deze wet aansprakelijk zijn.

3.

Op de beschikbaarstelling van openbare middelen ingevolge het eerste lid is artikel 14 van overeenkomstige toepassing.

4.

Het eerste lid vindt mede toepassing op schade als daarin bedoeld, geleden in staten waarin ten tijde van het desbetreffende kernongeval een regeling van kracht is, die naar haar aard en toepassingsgebied gelijkwaardig is aan die van deze wet, tot het bedrag dat in de betrokken staat op wederkerige basis beschikbaar is.

5.

Bij algemene maatregel van bestuur kan het in het eerste lid genoemde bedrag in verband met geldontwaarding worden gewijzigd en kunnen nadere regels worden gesteld aangaande de beschikbaarstelling van openbare middelen ingevolge het eerste lid.

Artikel 19

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.