Wet van 13 juni 1979, houdende regelen met betrekking tot een aantal algemene onderwerpen op het gebied van de milieuhygiëne
- c. transportroute: openbare weg, krachtens artikel 2 van de Spoorwegwet aangewezen hoofdspoorweg of vaarweg;
- d. buisleiding: vaste leiding waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd en die geen deel uitmaakt van een inrichting;
- e. externe veiligheid: veiligheid buiten inrichtingen waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn of krachtens een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 aanwezig mogen zijn en veiligheid buiten transportroutes en buisleidingen waarover of waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd, voor zover die veiligheid kan worden beïnvloed door een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere stoffen dan bedoeld in het eerste lid, onder b, worden aangewezen die, voor zover het betreft inrichtingen en buisleidingen, voor de toepassing van deze titel en de daarop gebaseerde bepalingen worden aangemerkt als gevaarlijke stof.
Artikel 12.12
Vervallen
Artikel 12.13
Vervallen
Artikel 12.14
Vervallen
Artikel 12.15
Vervallen
Artikel 12.16
Vervallen
Artikel 12.17
Vervallen
Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
Afdeling 13.1. Algemeen
Artikel 10.44a
Vervallen
Artikel 10.44b
Vervallen
§ 9.8.2. Rapportage- en reductieverplichting
Afdeling 13.4. Bijzondere gevallen
Hoofdstuk 11. Andere handelingen
§ 9.8.5. Overgangsbepalingen
Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
§ 10.6.2. Het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
§ 10.6.2. Het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
§ 11.2.4. Inlichtingen aan een andere lidstaat van de Europese Unie
§ 12.3.4. Slotbepalingen
Titel 10.6. Het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
Titel 15.9. Heffingen op gemeentelijk en provinciaal niveau
Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
Titel 15.1
Titel 10.7. Het overbrengen van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap
Afdeling 11.3.2. Naleving en registratie van geluidproductieplafonds
Afdeling 16.2.2. Vergunning
Afdeling 11.3.1. Algemeen
§ 11.2.3. Actieplannen
Afdeling 11.3.6. Sanering
Afdeling 16.2.5. De overgang van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
Titel 11a.1. Kwaliteit van werkzaamheden en integriteit van degenen die deze werkzaamheden uitvoeren
Afdeling 16.2.1. Algemeen
Afdeling 16.3.1. Algemeen
Afdeling 13.3. Afvalvoorzieningen categorie A met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen
Afdeling 11.3.6. Sanering
Afdeling 16.3.4. De inlevering van NOx-emissierechten, het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar en de geldigheid van NOx-emissierechten
Hoofdstuk 11a. Andere handelingen
Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
§ 15.2.6. Heffing en invordering
§ 20.3. Advisering inzake beroepen milieubeheer
Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
Artikel 21.4
Vervallen
Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
Bijlage. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in de artikelen 4.6, derde lid, 4.12, derde lid, en 4.19, derde lid, van de Wet milieubeheer:
Wet inzake de luchtverontreiniging
Wet verontreiniging oppervlaktewateren
Interimwet bodemsanering
Wet voorkoming verontreiniging door schepen
Wet inrichting landelijk gebied
Wet energiebesparing toestellen
Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Stb. 1995, 525)
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Titel 9.2. Stoffen, preparaten en genetisch gemodificeerde organismen
Artikel 9.3.1
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ter uitvoering van de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen.
Artikel 9.3.2
Onze Minister is de bevoegde instantie, bedoeld in de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen.
Voor onderdelen van de verordening die betrekking hebben op beleid dat behoort tot de verantwoordelijkheid van een Onzer andere Ministers, wordt voor die onderdelen die minister als bevoegde instantie aangewezen. De aanwijzing geschiedt bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met die minister.
Artikel 9.3.3
Het is verboden te handelen in strijd met de volgende bepalingen van de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen: de artikelen 5, 7, derde lid, 8, tweede lid, 9, vierde en zesde lid, 14, eerste, zesde en zevende lid, 31, eerste, tweede, derde, zevende en negende lid, 32, eerste en derde lid, 33, 34, 35, 37, vierde tot en met zevende lid, 38, eerste, derde en vierde lid, 39, eerste en tweede lid, 40, derde en vierde lid, 50, vierde lid, 55, 56, eerste en tweede lid, 60, tiende lid, 65 en 67, eerste lid.
Het is eveneens verboden te handelen in strijd met de volgende bepalingen van de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen: de artikelen 6, eerste en derde lid, 7, eerste, tweede en vijfde lid, 9, tweede lid, 11, eerste lid, 13, eerste, derde en vierde lid, 17, eerste lid, 18, eerste lid, 19, eerste lid, 22, eerste, tweede en vierde lid, 24, tweede lid, 25, eerste en tweede lid, 26, eerste en derde lid, 30, eerste, tweede, derde en vierde lid, 31, vijfde en achtste lid, 32, tweede lid, 36, 37, tweede en derde lid, 41, vierde lid, 46, tweede lid, 49, 50, tweede en derde lid, 61, eerste en derde lid, 63, derde lid, 66, eerste lid en 105.
Het is verboden handelingen te verrichten of na te laten in strijd met andere bepalingen van de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen dan genoemd in het eerste of tweede lid, voor zover die bepalingen ter uitvoering van artikel 126 van die verordening bij algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen.
Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het derde lid vervalt een jaar nadat hij in werking is getreden, dan wel, indien binnen die termijn een voorstel van wet tot wijziging van het eerste of tweede lid bij de Staten-Generaal is ingediend, op het tijdstip waarop dat voorstel is verworpen of, na tot wet te zijn verheven, in werking is getreden.
Het eerste tot en met vierde lid zijn niet van toepassing op gedragingen, voorzover daaromtrent regels zijn gesteld bij of krachtens de Warenwet.
Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
Titel 10.2. Het afvalbeheersplan
Artikel 10.16a
Vervallen
Artikel 10.16a
Vervallen
Artikel 10.16b
Vervallen
Titel 9.2. Stoffen, preparaten en genetisch gemodificeerde organismen
Titel 9.3. De EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen
Titel 9.3. De EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen
§ 10.6.2. Het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
Artikel 10.44a
Vervallen
Artikel 10.1a
Vervallen
Artikel 10.44b
Vervallen
Artikel 10.44d
Vervallen
§ 10.6.3. De inzameling van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
§ 9.7.1. Algemeen
Titel 9.6. De bijdrage van de vervoerssector aan milieu-, klimaat- en energiebeleid
Titel 10.3. Preventie en nuttige toepassing
Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
Titel 10.4. Het beheer van huishoudelijke en andere afvalstoffen
Artikel 12.10
Vervallen
Titel 12.2. Registratie gegevens externe veiligheid inrichtingen, transportroutes en buisleidingen
Artikel 12.11*
In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. bevoegd gezag:
- 1°. bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens artikel 8.1 te verlenen;
- 2°. bestuursorgaan waaraan krachtens artikel 8.41, tweede lid, onder a, een melding wordt gericht;
- 3°. Onze Minister voor zover de bevoegdheid tot vergunningverlening betrekking heeft op inrichtingen als bedoeld in artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet;
- 4°. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat voor openbare wegen en vaarwegen voorzover deze door het Rijk worden beheerd en voor krachtens artikel 2 van de Spoorwegwet aangewezen hoofdspoorwegen;
- 5°. gedeputeerde staten voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door de provincie worden beheerd;
- 6°. burgemeester en wethouders voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door de gemeente worden beheerd;
- 7°. dagelijks bestuur van het waterschap voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door het waterschap worden beheerd;
- 8°. Onze Minister van Economische Zaken voor buisleidingen voor zover die door of namens het Rijk worden beheerd en voor buisleidingen waarvoor door het Rijk concessie is verleend;
- 9°. Onze Minister van Economische Zaken voor inrichtingen waarop de Mijnbouwwet van toepassing is;
- b. gevaarlijke stoffen:
- 1°. voor zover het betreft inrichtingen en buisleidingen: stoffen die ingevolge de Wet milieugevaarlijke stoffen zijn ingedeeld in een categorie als bedoeld in artikel 34, tweede lid, alsmede splijtstoffen en radioactieve stoffen als bedoeld in artikel 1 van de Kernenergiewet;
- 2°. voor zover het betreft transportroutes: stoffen die ingevolge de Wet vervoer gevaarlijke stoffen als gevaarlijk zijn aangewezen;
- c. transportroute: openbare weg, krachtens artikel 2 van de Spoorwegwet aangewezen hoofdspoorweg of vaarweg;
- d. buisleiding: vaste leiding waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd en die geen deel uitmaakt van een inrichting;
- e. externe veiligheid: veiligheid buiten inrichtingen waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn of krachtens een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 aanwezig mogen zijn en veiligheid buiten transportroutes en buisleidingen waarover of waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd, voor zover die veiligheid kan worden beïnvloed door een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere stoffen dan bedoeld in het eerste lid, onder b, worden aangewezen die, voor zover het betreft inrichtingen en buisleidingen, voor de toepassing van deze titel en de daarop gebaseerde bepalingen worden aangemerkt als gevaarlijke stof.
Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
Afdeling 13.1. Algemeen
Artikel 10.44a
Vervallen
Artikel 10.44b
Vervallen
§ 9.8.2. Raffinagereductie-eenheden
§ 10.6.4. Verdere bepalingen omtrent het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
Afdeling 13.3. Beschikkingen inzake wijziging of intrekking van een vergunning of ontheffing
Afdeling 13.1. Algemeen
Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
§ 10.6.3. De inzameling van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
§ 10.6.3. De inzameling van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
§ 10.6.3. De inzameling van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
§ 10.6.4. Verdere bepalingen omtrent het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
Titel 10.6. Het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
Titel 15.9A. Rechten
Titel 15.7. Keuringen
Hoofdstuk 11. Geluid
Titel 10.8. Verdere bepalingen
Titel 10.8. Verdere bepalingen
Afdeling 11.3.3. Vaststelling of wijziging van geluidproductieplafonds
§ 11.2.4. Inlichtingen aan een andere lidstaat van de Europese Unie
§ 11.3.2.1. Naleving van de geluidproductieplafonds
Titel 12.1. Registers beschermde gebieden
Afdeling 11.3.5. Overschrijding van de maximale waarde
Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten
Afdeling 11.3.4. Geluidproductieplafonds voor op 1 juli 2012 bestaande of geprojecteerde wegen en spoorwegen
Afdeling 11.3.5. Overschrijding van de maximale waarde
Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
Artikel 17.6
In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
activiteit: beroepshalve of bedrijfsmatig verrichte activiteit, ongeacht het openbare of particuliere, winstgevende of niet-winstgevende karakter daarvan;
beschermde soorten: soorten als bedoeld in artikel 2, derde lid, onder a, van EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid;
degene die de activiteit verricht: de natuurlijke persoon of de privaatrechtelijke of publiekrechtelijke rechtspersoon die de activiteit verricht of heeft verricht, regelt of heeft geregeld, of aan wie een doorslaggevende economische zeggenschap over het technisch functioneren van de activiteit is overgedragen, met inbegrip van de houder van een vergunning of toelating voor het verrichten van de activiteit en de persoon die de activiteit laat of heeft laten registreren of er kennisgeving van doet of heeft gedaan;
ecosysteemfuncties: functies die natuurlijke rijkdommen vervullen ten behoeve van andere natuurlijke rijkdommen of het publiek;
EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid: richtlijn nr. 2004/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 21 april 2004 betreffende milieuaansprakelijkheid met betrekking tot het voorkomen en herstellen van milieuschade (PbEU L 143);
herstelmaatregelen: maatregelen of combinatie van maatregelen, met inbegrip van inperkende of tussentijdse maatregelen, gericht op herstel, rehabilitatie of vervanging van de aangetaste natuurlijke rijkdommen of ecosysteemfuncties, of op het verschaffen van een gelijkwaardig alternatief voor rijkdommen of functies als bedoeld in bijlage II bij EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid;
kosten: kosten verbonden aan de toepassing van preventieve maatregelen of herstelmaatregelen, met inbegrip van ramingskosten van milieuschade, onmiddellijke dreiging van zulke schade en alternatieve maatregelen, alsook de administratieve, juridische en handhavingskosten, de kosten van het vergaren van gegevens en andere algemene kosten, en de kosten in verband met monitoring en toezicht;
milieuschade:
- 1°. elke vorm van schade aan beschermde soorten of natuurlijke habitats die, gelet op de referentietoestand en de criteria van bijlage I bij EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid, aanmerkelijke negatieve effecten heeft op het bereiken of handhaven van de gunstige staat van instandhouding van deze soorten of habitats;
- 2°. elke vorm van schade aan wateren die een aanmerkelijke negatieve invloed heeft op de ecologische, chemische of kwantitatieve toestand of het ecologisch potentieel, als omschreven in de kaderrichtlijn water, van de betrokken wateren, met uitzondering van de negatieve effecten waarop artikel 4, zevende lid, van die richtlijn van toepassing is;
- 3°. elke vorm van schade die een aanmerkelijke negatieve invloed heeft op de milieutoestand van de betrokken maritieme wateren, als omschreven in richtlijn 2008/56/EG van het Europees parlement en de Raad van 17 juni 2008 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het beleid ten aanzien van het mariene milieu (Kaderrichtlijn mariene strategie) (PbEU 2008, L 164), voor zover bijzondere aspecten van de milieutoestand van het mariene milieu al niet in de kaderrichtlijn water worden behandeld;
- 4°. elke vorm van bodemverontreiniging die een aanmerkelijk risico inhoudt voor negatieve effecten op de menselijke gezondheid, waarbij direct of indirect op, in of onder de bodem, stoffen, preparaten, organismen of micro-organismen gebracht zijn;
milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan: milieuschade of een voldoende waarschijnlijkheid dat zich in de nabije toekomst milieuschade zal voordoen;
natuurlijke habitats: habitats van de soorten, natuurlijke habitats en voortplantings- of rustplaatsen als bedoeld in artikel 2, derde lid, onder b, van EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid;
natuurlijke regeneratie:
- 1°. in het geval van schade aan wateren, beschermde soorten of natuurlijke habitats: de terugkeer van aangetaste natuurlijke rijkdommen en ecosysteemfuncties tot de referentietoestand;
- 2°. in geval van bodemverontreiniging: het verdwijnen van een aanmerkelijk gevaar van een nadelig effect op de menselijke gezondheid;
natuurlijke rijkdommen: beschermde soorten, natuurlijke habitats, wateren of bodem;
preventieve maatregelen: maatregelen naar aanleiding van een gebeurtenis, handeling of nalatigheid waardoor een onmiddellijke dreiging van milieuschade is ontstaan, teneinde die schade te voorkomen of tot een minimum te beperken;
referentietoestand: de toestand waarin de natuurlijke rijkdommen of ecosysteemfuncties zich ten tijde van de schade zouden hebben bevonden indien zich geen milieuschade had voorgedaan, gereconstrueerd aan de hand van de beste beschikbare informatie;
schade: meetbare negatieve verandering in de natuurlijke rijkdommen of aantasting van een ecosysteemfunctie, die direct of indirect optreedt;
staat van instandhouding: staat van instandhouding als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid;
wateren: wateren waarop de kaderrichtlijn water van toepassing is.
In afwijking van het bepaalde in artikel 1.1 wordt in deze titel en de daarop berustende bepalingen onder emissie verstaan: het als gevolg van menselijke activiteiten in het milieu brengen van stoffen, preparaten, organismen of micro-organismen.
Een wijziging van een van de bijlagen bij EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid gaat voor de toepassing van deze titel en de daarop berustende bepalingen gelden met ingang van de dag waarop aan de desbetreffende wijziging uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.
Onder schade aan beschermde soorten en natuurlijke habitats wordt voor de toepassing van deze titel mede begrepen schade aan deze soorten en habitats binnen de exclusieve economische zone.
Hoofdstuk 11a. Andere handelingen
Hoofdstuk 14. Coördinatie
§ 14.1. Coördinatie bij aanvragen om een beschikking
§ 20.2. Beroep tegen besluiten die zijn voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht
Paragraaf 16.2.1.1. Algemeen
Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
Artikel 21.4
Vervallen
Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
Bijlage. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in de artikelen 4.6, derde lid, 4.12, derde lid, en 4.19, derde lid, van de Wet milieubeheer:
Wet inzake de luchtverontreiniging
Wet verontreiniging oppervlaktewateren
Interimwet bodemsanering
Wet voorkoming verontreiniging door schepen
Wet inrichting landelijk gebied
Wet energiebesparing toestellen
Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Stb. 1995, 525)
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Titel 9.4. De EG-richtlijn ecologisch ontwerp energieverbruikende producten
Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
Titel 10.1. Algemeen
Titel 8.2. Algemene regels
Artikel 10.16c
Vervallen
Titel 9.3. De EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen
§ 10.6.1. De afgifte en ontvangst van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
§ 10.6.2. Het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
Artikel 10.1a
Vervallen
§ 10.6.4. Verdere bepalingen omtrent het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
Hoofdstuk 11. Andere handelingen
Titel 10.4. Het beheer van huishoudelijke en andere afvalstoffen
Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
Titel 12.1. Milieuverslaglegging
Artikel 12.10
Vervallen
Titel 10.6. Het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
Artikel 12.11*
In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. bevoegd gezag:
- 1°. bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens artikel 8.1 te verlenen;
- 2°. bestuursorgaan waaraan krachtens artikel 8.41, tweede lid, onder a, een melding wordt gericht;
- 3°. Onze Minister voor zover de bevoegdheid tot vergunningverlening betrekking heeft op inrichtingen als bedoeld in artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet;
- 4°. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat voor openbare wegen en vaarwegen voorzover deze door het Rijk worden beheerd en voor krachtens artikel 2 van de Spoorwegwet aangewezen hoofdspoorwegen;
- 5°. gedeputeerde staten voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door de provincie worden beheerd;
- 6°. burgemeester en wethouders voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door de gemeente worden beheerd;
- 7°. dagelijks bestuur van het waterschap voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door het waterschap worden beheerd;
- 8°. Onze Minister van Economische Zaken voor buisleidingen voor zover die door of namens het Rijk worden beheerd en voor buisleidingen waarvoor door het Rijk concessie is verleend;
- 9°. Onze Minister van Economische Zaken voor inrichtingen waarop de Mijnbouwwet van toepassing is;
- b. gevaarlijke stoffen:
- 1°. voor zover het betreft inrichtingen en buisleidingen: stoffen die ingevolge de Wet milieugevaarlijke stoffen zijn ingedeeld in een categorie als bedoeld in artikel 34, tweede lid, alsmede splijtstoffen en radioactieve stoffen als bedoeld in artikel 1 van de Kernenergiewet;
- 2°. voor zover het betreft transportroutes: stoffen die ingevolge de Wet vervoer gevaarlijke stoffen als gevaarlijk zijn aangewezen;
- c. transportroute: openbare weg, krachtens artikel 2 van de Spoorwegwet aangewezen hoofdspoorweg of vaarweg;
- d. buisleiding: vaste leiding waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd en die geen deel uitmaakt van een inrichting;
- e. externe veiligheid: veiligheid buiten inrichtingen waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn of krachtens een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 aanwezig mogen zijn en veiligheid buiten transportroutes en buisleidingen waarover of waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd, voor zover die veiligheid kan worden beïnvloed door een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere stoffen dan bedoeld in het eerste lid, onder b, worden aangewezen die, voor zover het betreft inrichtingen en buisleidingen, voor de toepassing van deze titel en de daarop gebaseerde bepalingen worden aangemerkt als gevaarlijke stof.
Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
Artikel 10.44c
Vervallen
Afdeling 13.3. Beschikkingen inzake wijziging of intrekking van een vergunning of ontheffing
Afdeling 13.4. Bijzondere gevallen
Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
§ 12.3.1. Algemeen
§ 12.3.3. PRTR
§ 12.3.4. Slotbepalingen
§ 11.3.2.1. Naleving van de geluidproductieplafonds
Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
Titel 11.1. Algemeen
Titel 15.7. Keuringen
Titel 15.8. Statiegeld, retourpremies
Titel 15.9A. Rechten
Titel 15.10. Afvalbeheersbijdragen
Titel 11.3. Wegen en spoorwegen met geluidproductieplafonds
Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
Titel 15.1
Titel 10.8. Verdere bepalingen
Afdeling 16.2.2. Vergunning
§ 11.3.2.1. Naleving van de geluidproductieplafonds
§ 11.2.4. Inlichtingen aan een andere lidstaat van de Europese Unie
Titel 16.1. Algemeen
Afdeling 16.2.1. Inrichtingen
Afdeling 16.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissie-reductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
Afdeling 11.3.6. Sanering
Afdeling 11.3.7. Overige bepalingen
Hoofdstuk 11a. Andere handelingen
Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
Artikel 20.2a
Vervallen
§ 20.1. Algemeen
§ 20.3. Advisering inzake beroepen milieubeheer
Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
Artikel 21.4
Vervallen
Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
Bijlage. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in de artikelen 4.6, derde lid, 4.12, derde lid, en 4.19, derde lid, van de Wet milieubeheer:
Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden
Wet inzake de luchtverontreiniging
Wet verontreiniging oppervlaktewateren
Interimwet bodemsanering
Wet voorkoming verontreiniging door schepen
Wet inrichting landelijk gebied
Wet energiebesparing toestellen
Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Stb. 1995, 525)
Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 9.4.1
In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
aanbieder van diensten van de informatiemaatschappij: aanbieder van een dienst zoals gedefinieerd in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEU 2015, L 241);
CE-markering: markering als bedoeld in besluit nr. 93/465/EEG van de Raad van de Europese Unie van 22 juli 1993 betreffende de modules voor de verschillende fasen van de conformiteitbeoordelingsprocedures en de voorschriften inzake het aanbrengen en het gebruik van de CE-markering van overeenstemming (PbEG L 220) en bestaande uit het opschrift «CE» als weergegeven in bijlage III bij de EG-richtlijn ecologisch ontwerp energiegerelateerde producten;
componenten en subeenheden: onderdelen die bedoeld zijn om in een ingevolge een algemene maatregel van bestuur of een uitvoeringsmaatregel als bedoeld in artikel 9.4.4, tweede lid, aangewezen energiegerelateerd product te worden ingebouwd en die niet als losse onderdelen ten behoeve van gebruikers op de markt worden geïntroduceerd of in gebruik worden genomen, dan wel waarvan de milieuprestaties niet onafhankelijk van voornoemd product kunnen worden beoordeeld;
conformiteitsverklaring: document waarbij de fabrikant overeenkomstig bijlage VI bij de EG-richtlijn ecologisch ontwerp energiegerelateerde producten verklaart dat aan alle voor dat product relevante bepalingen van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel wordt voldaan, onder verwijzing naar die uitvoeringsmaatregel;
EG-richtlijn ecologisch ontwerp energiegerelateerde producten: richtlijn nr. 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 21 oktober 2009 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energiegerelateerde producten (herschikking) (PbEU L 285);
energiegerelateerd product: product dat wanneer het op de markt is geïntroduceerd of in gebruik is genomen, een effect heeft op het energieverbruik, met inbegrip van onderdelen die bedoeld zijn om in dat product te worden ingebouwd en die ten behoeve van gebruikers op de markt worden geïntroduceerd of in gebruik worden genomen als losse onderdelen waarvan de milieuprestaties onafhankelijk kunnen worden beoordeeld;
fabrikant: degene die een energiegerelateerd product vervaardigt met het oog op het op de markt introduceren onder zijn eigen naam of handelsmerk of voor eigen gebruik;
importeur: in de Europese Gemeenschap gevestigde persoon die in het kader van zijn commerciële activiteiten een product uit een land buiten de Europese Unie op de markt introduceert;
marktdeelnemer: marktdeelnemer als bedoeld in artikel 3, onderdeel 13, van de EU-verordening markttoezicht;
op de markt introduceren: op de markt aanbieden, tegen vergoeding of kosteloos, met het oog op de distributie of het gebruik ervan, ongeacht de wijze waarop dat geschiedt;
uitvoeringsmaatregel: krachtens de EG-richtlijn ecologisch ontwerp energiegerelateerde producten goedgekeurde maatregel tot vaststelling van voorschriften voor een ecologisch ontwerp voor daarin aangegeven energiegerelateerde producten.
Voor de toepassing van deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt onder ecologisch ontwerp, ecologisch profiel, geharmoniseerde norm, materialen, milieuprestaties, productontwerp onderscheidenlijk verbetering van de milieuprestaties verstaan hetgeen daaronder in artikel 2 van de EG-richtlijn ecologisch ontwerp energiegerelateerde producten wordt verstaan.
Bij het ontbreken van een fabrikant of importeur van een energiegerelateerd product wordt degene die dat energiegerelateerde product op de markt introduceert of in gebruik neemt, voor de toepassing van deze titel en de daarop berustende bepalingen als fabrikant aangemerkt.
Een wijziging van de in het tweede lid genoemde begrippen in de EG-richtlijn ecologisch ontwerp energiegerelateerde producten of van een bijlage bij die richtlijn waarnaar bij of krachtens deze titel wordt verwezen, gaat voor de toepassing van het bij of krachtens deze titel bepaalde gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijziging uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij een besluit van Onze Minister, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.
Artikel 9.4.2
Een fabrikant kan een persoon schriftelijk machtigen om namens hem bij of krachtens deze titel geldende verplichtingen na te komen, mits deze gemachtigde binnen de Europese Gemeenschap is gevestigd.
Artikel 9.4.3
Deze titel is niet van toepassing op middelen voor het vervoer van personen of goederen.
Artikel 9.4.4
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van energie-efficiëntie en bescherming van het milieu met betrekking tot het ecologisch ontwerp van een categorie van energiegerelateerde producten en de verstrekking van daarmee verband houdende informatie over die producten aan de gebruikers regels worden gesteld.
Het is de fabrikant onderscheidenlijk importeur van een energiegerelateerd product dat behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie of tot een categorie, aangewezen in een uitvoeringsmaatregel die in de vorm van een verordening is gesteld, verboden dat product op de markt te introduceren of in gebruik te nemen, indien met betrekking tot dat product niet wordt voldaan aan de bij of krachtens deze titel en in de uitvoeringsmaatregel gestelde eisen.
Artikel 9.4.5
De fabrikant onderscheidenlijk importeur draagt er zorg voor dat een energiegerelateerd product dat behoort tot een ingevolge een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 9.4.4, tweede lid, aangewezen categorie of tot een categorie, aangewezen in een uitvoeringsmaatregel die in de vorm van een verordening is gesteld, alvorens dat product op de markt wordt geïntroduceerd of in gebruik wordt genomen, aan een conformiteitsbeoordeling wordt onderworpen, waarbij wordt getoetst of het voldoet aan de bij of krachtens deze titel en in de uitvoeringsmaatregel gestelde eisen. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gegeven met betrekking tot de wijze waarop de toetsing met betrekking tot dat product plaatsvindt. Onze Minister kan een of meer instanties aanwijzen, die de conformiteitsbeoordeling verrichten.
De fabrikant maakt met betrekking tot een energiegerelateerd product dat behoort tot een ingevolge een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 9.4.4, tweede lid, aangewezen categorie of tot een categorie, aangewezen in een uitvoeringsmaatregel die in de vorm van een verordening is gesteld, een conformiteitsverklaring op en brengt een CE-markering op het product aan. De importeur draagt er zorg voor dat hij met betrekking tot een dergelijk product beschikt over de conformiteitsverklaring en dat op het product een CE-markering is aangebracht.
Artikel 9.4.6
De fabrikant onderscheidenlijk importeur van een energiegerelateerd product dat behoort tot een ingevolge een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 9.4.4, tweede lid, aangewezen categorie of tot een categorie, aangewezen in een uitvoeringsmaatregel die in de vorm van een verordening is gesteld, bewaart na het in Nederland op de markt introduceren of in gebruik nemen van dat product de relevante documenten betreffende de conformiteitsbeoordeling, als bedoeld in artikel 9.4.5, eerste lid, en de daaromtrent afgegeven conformiteitsverklaringen gedurende een periode van tien jaar na beëindiging van de vervaardiging van dat product.
De fabrikant onderscheidenlijk importeur stelt de in het eerste lid bedoelde documenten binnen tien dagen na ontvangst van een verzoek van het bevoegd gezag, belast met het toezicht op de naleving van de wet, beschikbaar aan dat bevoegde gezag.
Fabrikanten van componenten en subeenheden kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur met betrekking tot een energiegerelateerd product dat behoort tot een ingevolge een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 9.4.4, tweede lid, aangewezen categorie of tot een categorie, aangewezen in een uitvoeringsmaatregel die in de vorm van een verordening is gesteld, worden verplicht aan de fabrikant onderscheidenlijk importeur van dat product daarbij aangegeven relevante informatie te verstrekken over de materiaalsamenstelling en het verbruik van energie, materialen of hulpbronnen van de door hen geproduceerde componenten of subeenheden.
Artikel 9.4.7
Het is verboden op een energiegerelateerd product een markering aan te brengen, die de gebruikers van dat product kan misleiden omtrent de betekenis of de vorm van de CE-markering.
Het is verboden een energiegerelateerd product dat behoort tot een ingevolge een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 9.4.4, tweede lid, aangewezen categorie of tot een categorie, aangewezen in een uitvoeringsmaatregel die in de vorm van een verordening is gesteld, dat nog niet op de markt is geïntroduceerd en niet in overeenstemming is met het bij of krachtens deze titel bepaalde en met de toepasselijke uitvoeringsmaatregel, te tonen of te demonstreren op handelsbeurzen, tentoonstellingen of soortgelijke evenementen. Het verbod geldt niet indien duidelijk zichtbaar is aangegeven dat het product nog niet met die uitvoeringsmaatregel in overeenstemming is en niet op de markt zal worden geïntroduceerd, zolang het product nog niet met het bij of krachtens deze titel bepaalde en met de toepasselijke uitvoeringsmaatregel in overeenstemming is.
Artikel 9.4.8
Een energiegerelateerd product, behorende tot een ingevolge een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 9.4.4, tweede lid, aangewezen categorie of tot een categorie, aangewezen in een uitvoeringsmaatregel die in de vorm van een verordening is gesteld, dat van een CE-markering is voorzien, wordt vermoed te voldoen aan de voor dat product bij of krachtens deze titel en in de uitvoeringsmaatregel gestelde eisen.
Een energiegerelateerd product, behorende tot een ingevolge een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 9.4.4, tweede lid, aangewezen categorie of tot een categorie, aangewezen in een uitvoeringsmaatregel die in de vorm van een verordening is gesteld, waarvoor een geharmoniseerde norm is toegepast waarvan het referentienummer in het Publicatieblad van de Europese Unie is bekendgemaakt, wordt vermoed te voldoen aan de voorschriften van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel waarop die norm betrekking heeft.
Een energiegerelateerd product, behorende tot een ingevolge een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 9.4.4, tweede lid, aangewezen categorie of tot een categorie, aangewezen in een uitvoeringsmaatregel die in de vorm van een verordening is gesteld, waarvoor overeenkomstig verordening (EG) nr. 66/2010 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 november 2009 betreffende de EU-milieukeur (PbEU L 27) de communautaire milieukeur is verleend, wordt vermoed te voldoen aan de voorschriften inzake ecologisch ontwerp van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel voor zover de milieukeur aan die voorschriften voldoet.
Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
Artikel 8.43
Vervallen
Titel 8.3. Regels met betrekking tot gesloten stortplaatsen
Titel 10.3. Preventie en nuttige toepassing
Artikel 10.16a
Vervallen
Artikel 10.16b
Vervallen
Artikel 10.16c
Vervallen
Titel 10.2. Het afvalbeheersplan
Titel 9.3a. De EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels
Titel 9.3a. De EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels
§ 10.6.1. De afgifte en ontvangst van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
§ 10.6.2. Het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
Artikel 10.1a
Vervallen
Artikel 10.44b
Vervallen
Artikel 10.44c
Vervallen
Artikel 10.44d
Vervallen
Artikel 10.44e
Vervallen
§ 9.7.1. Algemeen
§ 9.7.1. Algemeen
Titel 10.4. Het beheer van huishoudelijke en andere afvalstoffen
Hoofdstuk 11. Andere handelingen
Titel 10.5. Het zich ontdoen, de inzameling en het transport van afvalwater
Titel 12.2. Registratie gegevens externe veiligheid inrichtingen, transportroutes en buisleidingen
Artikel 12.11*
In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. bevoegd gezag:
- 1°. bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens artikel 8.1 te verlenen;
- 2°. bestuursorgaan waaraan krachtens artikel 8.41, tweede lid, onder a, een melding wordt gericht;
- 3°. Onze Minister voor zover de bevoegdheid tot vergunningverlening betrekking heeft op inrichtingen als bedoeld in artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet;
- 4°. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat voor openbare wegen en vaarwegen voorzover deze door het Rijk worden beheerd en voor krachtens artikel 2 van de Spoorwegwet aangewezen hoofdspoorwegen;
- 5°. gedeputeerde staten voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door de provincie worden beheerd;
- 6°. burgemeester en wethouders voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door de gemeente worden beheerd;
- 7°. dagelijks bestuur van het waterschap voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door het waterschap worden beheerd;
- 8°. Onze Minister van Economische Zaken voor buisleidingen voor zover die door of namens het Rijk worden beheerd en voor buisleidingen waarvoor door het Rijk concessie is verleend;
- 9°. Onze Minister van Economische Zaken voor inrichtingen waarop de Mijnbouwwet van toepassing is;
- b. gevaarlijke stoffen:
- 1°. voor zover het betreft inrichtingen en buisleidingen: stoffen die ingevolge de Wet milieugevaarlijke stoffen zijn ingedeeld in een categorie als bedoeld in artikel 34, tweede lid, alsmede splijtstoffen en radioactieve stoffen als bedoeld in artikel 1 van de Kernenergiewet;
- 2°. voor zover het betreft transportroutes: stoffen die ingevolge de Wet vervoer gevaarlijke stoffen als gevaarlijk zijn aangewezen;
- c. transportroute: openbare weg, krachtens artikel 2 van de Spoorwegwet aangewezen hoofdspoorweg of vaarweg;
- d. buisleiding: vaste leiding waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd en die geen deel uitmaakt van een inrichting;
- e. externe veiligheid: veiligheid buiten inrichtingen waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn of krachtens een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 aanwezig mogen zijn en veiligheid buiten transportroutes en buisleidingen waarover of waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd, voor zover die veiligheid kan worden beïnvloed door een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere stoffen dan bedoeld in het eerste lid, onder b, worden aangewezen die, voor zover het betreft inrichtingen en buisleidingen, voor de toepassing van deze titel en de daarop gebaseerde bepalingen worden aangemerkt als gevaarlijke stof.
Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
Artikel 10.44b
Vervallen
Artikel 10.16a
Vervallen
Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
Afdeling 13.4. Bijzondere gevallen
Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
§ 9.8.5. Overgangsbepalingen
Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
§ 12.3.4. Aanvullende rapportageverplichtingen
§ 12.3.4. Aanvullende rapportageverplichtingen
§ 10.6.1. De afgifte en ontvangst van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
§ 10.6.1. De afgifte en ontvangst van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
Titel 15.6. Regulerende verbruiksbelastingen
Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
Titel 11.3. Wegen en spoorwegen met geluidproductieplafonds
Titel 15.1
Hoofdstuk 11. Geluid
Titel 11.1. Algemeen
Titel 10.8. Verdere bepalingen
§ 16.2.3.1. Het nationale toewijzingsplan
§ 11.3.2.1. Naleving van de geluidproductieplafonds
Afdeling 11.3.3. Vaststelling of wijziging van geluidproductieplafonds
Afdeling 13.1. Algemeen
Titel 12.2. Registratie gegevens externe veiligheid inrichtingen, transportroutes en buisleidingen
Afdeling 16.2.1. Inrichtingen
Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen
Hoofdstuk 11a. Andere handelingen
Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
§ 20.2. Beroep tegen besluiten die zijn voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht
§ 20.3. Advisering inzake beroepen milieubeheer
Artikel 21.4
Vervallen
Hoofdstuk 18. Handhaving
Bijlage. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in de artikelen 4.6, derde lid, 4.12, derde lid, en 4.19, derde lid, van de Wet milieubeheer:
Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden
Wet inzake de luchtverontreiniging
Wet verontreiniging oppervlaktewateren
Interimwet bodemsanering
Wet voorkoming verontreiniging door schepen
Wet inrichting landelijk gebied
Wet energiebesparing toestellen
Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Stb. 1995, 525)
Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Titel 5.1. Algemene bepalingen ten aanzien van milieukwaliteitseisen
Titel 5.2. Luchtkwaliteitseisen
Artikel 5.6
Vervallen
Artikel 5.7
Vervallen
Artikel 5.8
Vervallen
Artikel 5.9
Vervallen
Artikel 5.10
Vervallen
Artikel 5.11
Vervallen
Artikel 5.12
Vervallen
Artikel 5.13
Vervallen
Artikel 5.14
Vervallen
Artikel 5.15
Vervallen
Artikel 5.16
Vervallen
Artikel 5.16a
Vervallen
Artikel 5.17
Vervallen
Artikel 5.18
Vervallen
Artikel 5.19
Vervallen
Artikel 5.20
Vervallen
Artikel 5.21
Vervallen
Artikel 5.22
Vervallen
Artikel 5.23
Vervallen
Hoofdstuk 6. Milieuzonering
Hoofdstuk 6. Milieuzonering
§ 5.2.6. Handhaving en internationale samenwerking
§ 7.2. Plannen en besluiten ten aanzien waarvan het maken van een milieu-effectrapport verplicht is
§ 7.1. Algemeen
§ 7.5. De voorbereiding van een milieu-effectrapport dat betrekking heeft op een besluit
§ 7.6a. Het plan
§ 7.11. Activiteiten met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen
Hoofdstuk 8. Inrichtingen
Titel 8.1. Vergunningen
Afdeling 8.1.2. Wijziging of intrekking van vergunningen
Afdeling 8.1.3. Bijzondere gevallen
§ 8.1.3.1. Algemeen
§ 8.1.3.3. Gevallen waarin afvalstoffen op een bepaalde wijze nuttig worden toegepast of worden verwijderd
§ 8.2.1. Regels voor niet-vergunningplichtige inrichtingen
Paragraaf 8.2
Hoofdstuk 9. Stoffen en produkten
Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
Titel 10.1. Algemeen
Titel 9.4. De EG-richtlijn ecologisch ontwerp energiegerelateerde producten
Titel 10.2. Het afvalbeheerplan
Titel 9.7. Hernieuwbare energie vervoer
§ 9.7.3. Emissiereductie-eenheden
Titel 10.7. Het overbrengen van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap
Titel 9.8. Rapportage- en reductieverplichting vervoersemissies
Titel 9.8. Rapportage- en reductieverplichting vervoersemissies
Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
Titel 12.1. Milieuverslaglegging
Artikel 10.16a
Vervallen
Artikel 12.11*
In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. bevoegd gezag:
- 1°. bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens artikel 8.1 te verlenen;
- 2°. bestuursorgaan waaraan krachtens artikel 8.41, tweede lid, onder a, een melding wordt gericht;
- 3°. Onze Minister voor zover de bevoegdheid tot vergunningverlening betrekking heeft op inrichtingen als bedoeld in artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet;
- 4°. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat voor openbare wegen en vaarwegen voorzover deze door het Rijk worden beheerd en voor krachtens artikel 2 van de Spoorwegwet aangewezen hoofdspoorwegen;
- 5°. gedeputeerde staten voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door de provincie worden beheerd;
- 6°. burgemeester en wethouders voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door de gemeente worden beheerd;
- 7°. dagelijks bestuur van het waterschap voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door het waterschap worden beheerd;
- 8°. Onze Minister van Economische Zaken voor buisleidingen voor zover die door of namens het Rijk worden beheerd en voor buisleidingen waarvoor door het Rijk concessie is verleend;
- 9°. Onze Minister van Economische Zaken voor inrichtingen waarop de Mijnbouwwet van toepassing is;
- b. gevaarlijke stoffen:
- 1°. voor zover het betreft inrichtingen en buisleidingen: stoffen die ingevolge de Wet milieugevaarlijke stoffen zijn ingedeeld in een categorie als bedoeld in artikel 34, tweede lid, alsmede splijtstoffen en radioactieve stoffen als bedoeld in artikel 1 van de Kernenergiewet;
- 2°. voor zover het betreft transportroutes: stoffen die ingevolge de Wet vervoer gevaarlijke stoffen als gevaarlijk zijn aangewezen;
- c. transportroute: openbare weg, krachtens artikel 2 van de Spoorwegwet aangewezen hoofdspoorweg of vaarweg;
- d. buisleiding: vaste leiding waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd en die geen deel uitmaakt van een inrichting;
- e. externe veiligheid: veiligheid buiten inrichtingen waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn of krachtens een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 aanwezig mogen zijn en veiligheid buiten transportroutes en buisleidingen waarover of waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd, voor zover die veiligheid kan worden beïnvloed door een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere stoffen dan bedoeld in het eerste lid, onder b, worden aangewezen die, voor zover het betreft inrichtingen en buisleidingen, voor de toepassing van deze titel en de daarop gebaseerde bepalingen worden aangemerkt als gevaarlijke stof.
Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
Artikel 13.12
Vervallen
Artikel 13.13
Vervallen
§ 12.3.4. Slotbepalingen
Afdeling 13.3. Beschikkingen inzake wijziging of intrekking van een vergunning of ontheffing
Afdeling 13.4. Bijzondere gevallen
Hoofdstuk 14. Coördinatie
§ 10.6.1. De afgifte en ontvangst van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
§ 11.2.2. Geluidsbelastingkaarten
§ 11.2.2. Geluidsbelastingkaarten
§ 11.2.3. Actieplannen
Titel 11.1. Algemeen
Titel 11.2. Geluidsbelastingkaarten en actieplannen
Titel 15.10. Afvalbeheersbijdragen
Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
Titel 15.5. Fonds Luchtverontreiniging
Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
§ 16.2.3.1. Het nationale toewijzingsplan
Afdeling 11.3.7. Overige bepalingen
Afdeling 16.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten en het gebruik van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
Afdeling 16.3.1. Algemeen
Afdeling 16.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissie-reductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
Afdeling 13.1. Algemeen
Afdeling 13.1. Algemeen
Afdeling 16.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissie-reductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
§ 15.2.6. Heffing en invordering
§ 15.2.3. Vrijstelling
§ 20.3. Advisering inzake beroepen milieubeheer
Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
Artikel 21.4
Vervallen
Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in de artikelen 4.6, derde lid, 4.12, derde lid, en 4.19, derde lid, van de Wet milieubeheer:
Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden
Wet inzake de luchtverontreiniging
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)