Wet van 5 juli 1979, tot instelling van een gemeente Lelystad en nadere vaststelling van de grens van de gemeente Dronten
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is over te gaan tot instelling van een gemeente Lelystad en tegelijkertijd de grens van de gemeente Dronten nader vast te stellen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Hoofdstuk I. Instelling van een gemeente en grensbepaling
Artikel 1
Ingesteld wordt een gemeente, genaamd Lelystad.
Artikel 2
Het gebied van de gemeente Lelystad wordt als volgt bepaald:
beginnende in de zuidoostelijke hoek van het perceel, kadastraal bekend gemeente Oostelijk Flevoland, sectie L, nummer 208, volgt de grens van de gemeente Lelystad een lijn welke enerzijds wordt begrensd door de percelen, kadastraal bekend gemeente Oostelijk Flevoland, sectie L, nummers 283, 243, 515, 223, gemeente Zuidelijk Flevoland, sectie D, nummer 4, gemeente Oostelijk Flevoland, sectie L, nummer 482, gemeente Zuidelijk Flevoland, sectie D, nummers 27, 14, 24, 12, 22, 8, 20, sectie W, nummers 57, 56, 54, gemeente Markerwaard, sectie V, nummers 14, 13 en 6, alsmede het niet gekadastreerde IJsselmeer en anderzijds door de percelen, kadastraal bekend gemeente Oostelijk Flevoland, sectie L, nummers 208, 207, 194, 426, 242, 399, 225, 224, 514, 483, sectie Z, nummer 168, gemeente Zuidelijk Flevoland, sectie D, nummers 15, 26, nogmaals 15, 25, 23, 21, 19, sectie W, nummer 55, gemeente Oostelijk Flevoland, sectie L, nummer 513, sectie H, nummers 389, 390, gemeente Markerwaard, sectie V, nummer 7, gemeente Oostelijk Flevoland, sectie H, nummer 382, tot de zuidoostelijke hoek van laatstgenoemd perceel. Vandaar volgt de grens de grens van de gemeente Dronten zoals deze na toepassing van het tweede lid komt te lopen, tot het punt van uitgang.
De grens van de gemeente Dronten wordt nader aldus vastgesteld dat tot het gebied van deze gemeente mede gaat behoren het gebied dat wordt begrensd door de volgende lijn:
beginnende in de meest noordelijke hoek van het perceel, kadastraal bekend gemeente Oostelijk Flevoland, sectie I, nummer 198, volgt de grens welke enerzijds wordt begrensd door de percelen, kadastraal bekend gemeente Oostelijk Flevoland, sectie I, nummers 198, 176, 177, 179, 182, 185, 343, 118, 282, 304, 130, 132, 338, 250, 341, sectie L, nummers 372, 172, 173, 174, 79, 293, 308, 517 en 519 en anderzijds door de percelen, kadastraal bekend gemeente Oostelijk Flevoland, sectie I, nummers 196, 236, 237, 234, 235, 174, 173, 172, 162, 184, 342, 339, 340, sectie L, nummers 208, 283, 292, 291, 294, 300, 528, 301, 302, 516 en 518 tot de zuidwestelijke hoek van het perceel, kadastraal bekend gemeente Oostelijk Flevoland, sectie L, nummer 519. Vandaar volgt de grens, eerst in algemeen noordoostelijke en daarna in algemeen noord-noordwestelijke richting de bestaande grens tussen enerzijds het openbaar lichaam "Zuidelijke IJsselmeerpolders" en anderzijds de gemeenten Harderwijk, Nunspeet en Dronten, tot het punt van uitgang.
Artikel 3
De in artikel 2 omschreven gebieden houden op deel uit te maken van het gebied van het openbaar lichaam "Zuidelijke IJsselmeerpolders".
Hoofdstuk II. Hoger gezag
Artikel 4
Vervallen
Hoofdstuk III. Rechtskracht voorschriften en uitoefening bevoegdheden
Artikel 5
De op de dag vóór die van inwerkingtreding van deze wet voor het in heteerste onderscheidenlijk tweede lid van artikel 2 omschreven gebied geldende voorschriften van de Landdrost van het openbaar lichaam "Zuidelijke IJsselmeerpolders" worden geacht te zijn vastgesteld door het bevoegde gezag der gemeente Lelystad onderscheidenlijk der gemeente Dronten; zij behouden hun rechtskracht voor zover dit gezag niet anders bepaalt.
De bevoegdheden die bij de in het eerste lid bedoelde voorschriften zijn toegekend aan de Landdrost, worden uitgeoefend door het orgaan waaraan de uitoefening in een gemeente ingevolge wettelijke voorschriften toevertrouwd is.
De bevoegdheden die bij de in het eerste lid bedoelde voorschriften zijn toegekend aan ambtenaren van het openbaar lichaam "Zuidelijke IJsselmeerpolders", worden uitgeoefend door de overeenkomstige ambtenaren van de gemeente Lelystad onderscheidenlijk Dronten.
Artikel 6
De op de dag vóór die van inwerkingtreding van deze wet voor het in het eerste onderscheidenlijk tweede lid van artikel 2 omschreven gebied ingevolge artikel 11 van de Wet openbaar lichaam "Zuidelijke IJsselmeerpolders" geldende plannen tot regeling der bebouwing en der bestemming van gronden worden aangemerkt als ingevolge de Wet op de Ruimtelijke Ordening vastgestelde en goedgekeurde bestemmingsplannen. Zij behouden hun rechtskracht zolang het bevoegde gezag niet anders bepaalt.
Artikel 7
Onverminderd het bepaalde in artikel 302 van de gemeentewet wordt de bevoegdheid tot het heffen en invorderen van bestaande plaatselijke belastingen in het in heteerste onderscheidenlijk tweede lid van artikel 2 omschreven gebied over een belastingjaar dat vóór de dag van inwerkingtreding van deze wet is aangevangen, uitgeoefend door de organen en ambtenaren van de gemeente Lelystad onderscheidenlijk Dronten.
Het gestelde in het eerste lid vindt geen toepassing ingeval van de bevoegdheid tot heffing van de belastingen reeds vóór de inwerkingtreding van deze wet gebruik is gemaakt door de organen van het openbaar lichaam "Zuidelijke IJsselmeerpolders" doch de verschuldigde bedragen nog niet zijn voldaan, geïnd of ingevorderd.
Hoofdstuk IV. Overgang rechten en verplichtingen
Artikel 8
Onverminderd het bepaalde in artikel 9 gaan op de dag van inwerkingtreding van deze wet alle rechten en verplichtingen van het openbaar lichaam "Zuidelijke IJsselmeerpolders", uitsluitend betrekking hebbende op het in heteerste onderscheidenlijk tweede lid van artikel 2 omschreven gebied, over op de gemeente Lelystad onderscheidenlijk Dronten, zonder dat daarvoor een nadere akte wordt gevorderd.
Ten aanzien van de overige rechten en verplichtingen van het openbaar lichaam "Zuidelijke IJsselmeerpolders" kan Onze Minister van Binnenlandse Zaken, de betrokken besturen gehoord en zonder dat daarvoor een nadere akte wordt gevorderd, bepalen dat zij geheel of gedeeltelijk op de gemeente Lelystad overgaan.
Wettelijke procedures en rechtsgedingen betreffende de rechten en verplichtingen die ingevolge de vorige leden naar de gemeente Lelystad onderscheidenlijk Dronten overgaan, worden met ingang van de dag van inwerkingtreding van deze wet voortgezet door of tegen de gemeente Lelystad onderscheidenlijk Dronten. Ten aanzien van de rechtsgedingen is het bepaalde in de artikelen 254-262 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van overeenkomstige toepassing.
Ten aanzien van de in het eerste en tweede lid begrepen onroerende zaken zal verandering van de tenaamstelling in de kadastrale leggers plaatshebben. Onze Minister van Binnenlandse Zaken doet de daartoe nodige opgave aan de desbetreffende hypotheekbewaarder.
Artikel 9
De uitkeringen die van overheidswege over de vóór de dag van inwerkingtreding van deze wet aangevangen boekingstijdvakken, dienstjaren of uitkeringsjaren met betrekking tot het in artikel 2 omschreven gebied verschuldigd zijn, worden gedaan aan onderscheidenlijk door het openbaar lichaam "Zuidelijke IJsselmeerpolders".
Artikel 10
Indien in verband met het bepaalde in artikel 7, tweede lid, artikel 8, eerste en tweede lid, en artikel 9 een verrekening dient plaats te vinden, bepaalt Onze Minister van Binnenlandse Zaken, de betrokken besturen gehoord, het bedrag en, voor zoveel nodig, de wijze van betaling daarvan.
Artikel 11
Tegen een besluit van Onze Minister van Binnenlandse Zaken als bedoeld in artikel 8, tweede lid, of artikel 10 staat voor elk daarbij betrokken bestuur binnen een maand, te rekenen van de dag van verzending van het besluit, beroep op Ons open.
Artikel 12
De begroting van de inkomsten en uitgaven der gemeente Lelystad voor het op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet aanvangende dienstjaar wordt vastgesteld binnen drie maanden na dat tijdstip.
Voor het tijdvak waarin voor de gemeente Lelystad nog geen begroting is vastgesteld, zijn burgemeester en wethouders dier gemeente bevoegd tot het doen van de door hen nodig geachte uitgaven, voor zover Onze Minister van Binnenlandse Zaken heeft verklaard dat daartegen geen bezwaar bestaat.
Artikel 13
Wij wijzen op de voordracht van Onze Ministers van Binnenlandse Zaken, van Verkeer en Waterstaat en van Financiën, de raad der gemeente Lelystad onderscheidenlijk Dronten gehoord, de rijkseigendommen aan die in eigendom, beheer en onderhoud op deze gemeenten overgaan, en bepalen de voorwaarden en tijdstippen van overgang.
Ten aanzien van de in het vorige lid begrepen onroerende zaken is het bepaalde in het vierde lid van artikel 8 van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk V. Voorzieningen in verband met verkiezingen
Artikel 14
De kandidaatstelling en de eventuele stemming voor de eerste verkiezing van de leden van de raad der gemeente Lelystad geschieden op door Onze Minister van Binnenlandse Zaken vast te stellen dagen, met dien verstande dat de stemming plaatsvindt uiterlijk vier maanden na de dag waarop dit hoofdstuk in werking treedt.
Voor de in het eerste lid bedoelde verkiezing kan Onze Minister van Binnenlandse Zaken besluiten tot afwijking van de in artikel G 3 der Kieswet bedoelde termijnen inzake registratie van namen en aanduidingen van politieke groeperingen.
De krachtens dit artikel te kiezen raad zal bestaan uit het door Onze Minister van Binnenlandse Zaken met overeenkomstige toepassing van artikel 5 der gemeentewet te bepalen aantal leden.
Als kiezersregister voor de eerste verkiezing van de raad wordt aangemerkt het gedeelte van het kiezersregister van het openbaar lichaam "Zuidelijke IJsselmeerpolders", betrekking hebbende op degenen die op de dag der kandidaatstelling werkelijke woonplaats hebben in het in heteerste lid van artikel 2 omschreven gebied.
Artikel 15
Voor de toepassing van artikel 21 der gemeentewet ten aanzien van het lidmaatschap van de krachtens artikel 14 te kiezen raad worden onder ingezetenen verstaan zij die hun werkelijke woonplaats hebben in het in heteerste lid van artikel 2 omschreven gebied.
Artikel 16
Het indelen in stemdistricten en het benoemen van de leden en de plaatsvervangende leden van het hoofdstembureau en van de stembureaus voor de in artikel 14 bedoelde verkiezing geschieden vóór een door Onze Minister van Binnenlandse Zaken te bepalen dag door de Landdrost van het openbaar lichaam "Zuidelijke IJsselmeerpolders".
Artikel 17
Voor zover met betrekking tot de in artikel 14 bedoelde verkiezing ingevolge enig wettelijk voorschrift medewerking moet worden verleend door de raad, burgemeester en wethouders of de burgemeester onderscheidenlijk door gedeputeerde staten of Onze Commissaris in de provincie, geschiedt dit door de Landdrost van het openbaar lichaam "Zuidelijke IJsselmeerpolders" onderscheidenlijk door Gedeputeerde Staten van Gelderland of Onze Commissaris in die provincie.
Artikel 18
Het onderzoek van de geloofsbrieven van de overeenkomstig artikel 14 gekozen leden geschiedt vóór een door Onze Minister van Binnenlandse Zaken te bepalen dag door de adviesraad tot bijstand van de Landdrost van het openbaar lichaam "Zuidelijke IJsselmeerpolders" voor het gebied "Lelystad".
Artikel 19
De eerste vergadering van de overeenkomstig artikel 14 gekozen raad vindt plaats op de eerste werkdag, volgende op de datum van instelling der gemeente. In deze vergadering worden de wethouders benoemd.
De gewone zittingsperiode van de leden van de in het eerste lid bedoelde raad en de door die raad benoemde wethouders eindigt op de eerste dinsdag van september 1982.
Hoofdstuk VI. Rechtspositie van de ambtenaren en het overig personeel
Artikel 20
Op de datum van inwerkingtreding dezer wet gaat het personeel, verbonden aan de in het in heteerste lid van artikel 2 omschreven gebied gevestigde openbare scholen, over in dienst van de gemeente Lelystad op dezelfde voet als waarop en ook overigens in dezelfde rechtstoestand als waarin het op de dag, voorafgaande aan die datum, werkzaam was.
Artikel 21
De Landdrost van het openbaar lichaam "Zuidelijke IJsselmeerpolders" bepaalt tijdig, de betrokkenen gehoord en in overeenstemming met het dagelijks adviescollege dan wel, voor zover het gewoonlijk door de raad te benoemen functionarissen betreft, de adviesraad voor het gebied "Lelystad", welke overige in dienst van het openbaar lichaam werkzame ambtenaren - daaronder begrepen de op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzame personen - naar de gemeente Lelystad zullen overgaan. Van de dag van inwerkingtreding dezer wet af worden deze ambtenaren geacht in dezelfde rang, met dezelfde bezoldiging en ook overigens op dezelfde voet in dienst te zijn van de gemeente Lelystad.
In de gevallen waarin tussen de Landdrost en het dagelijks adviescollege onderscheidenlijk de adviesraad geen overeenstemming wordt bereikt, beslist Onze Minister van Binnenlandse Zaken.
Artikel 22
De ambtenaren die door de toepassing van artikel 21 in dienst van de gemeente Lelystad overgaan, aanvaarden hun werkzaamheden op de dag van inwerkingtreding dezer wet. De eden of beloften, in verband met hun ambt afgelegd, worden geacht mede op die dienstvervulling betrekking te hebben.
Artikel 23
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.