Besluit van 25 augustus 1979, houdende vaststelling van de procedure voor het geneeskundig onderzoek ten aanzien van verzetsmilitairen en ondergedoken militairen

Type AMvB
Publication 2005-05-11
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Defensie, C. L. J. van Lent, van 27 februari 1979, afdeling pensioenen en wachtgelden, nr. P.130087/11-T;

Overwegende dat het wenselijk is het geneeskundig onderzoek, waaraan de verzetsmilitair en de ondergedoken militair in de zin van de Wet verbetering rechtspositie verzetsmilitairen (Stb. 1976, 19) onderworpen dienen te worden in geval van ziekten of gebreken, te doen plaatsvinden op een wijze die nauw aansluit bij de wijze waarop het geneeskundig onderzoek bij de uitvoering van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945 (Stb. 1977, 493) geschiedt;

Gelet op de artikelen 3 en 8 van de Wet verbetering rechtspositie verzetsmilitairen, alsmede op artikel T 1 van de Algemene militaire pensioenwet;

De Raad van State gehoord (advies van 28 maart 1979 nr. 9);

Gezien het nader rapport van de voornoemde Staatssecretaris van Defensie van 20 augustus 1979, afdeling Pensioenen en Wachtgelden, nr. 456.009/4 W,

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

Het geneeskundig onderzoek geschiedt door een door de geneeskundige autoriteit aan te wijzen arts.

2.

Op aanvraag van de betrokkene wijst de geneeskundige autoriteit bovendien een andere, door de betrokkene gekozen arts aan, die het onderzoek bijwoont en de in het vorig lid bedoelde arts schriftelijk van advies dient.

3.

Van de aanvraag kan een omschrijving van de omstandigheden, waaronder de verwonding of verminking of de ziekten of gebreken naar zijn mening zijn ontstaan, alsmede een omschrijving van de nadelige gevolgen, welke hij daarvan ondervindt, worden verlangd, zo mogelijk gestaafd door bewijsstukken.

Artikel 3

Indien de arts het voor het uitbrengen van zijn rapport nodig acht dat inlichtingen over de betrokkene of over de omstandigheden bedoeld in artikel 2, derde lid, worden ingewonnen en te zijner beschikking gesteld, zorgt Onze Minister dat hieraan zoveel mogelijk wordt voldaan.

Artikel 4
1.

De arts brengt zo spoedig mogelijk een met redenen omkleed rapport uit, waarin tenminste het volgende is opgenomen:

2.

Bij zijn rapport legt de arts de stukken over waarvan voor het opmaken van het rapport gebruik is gemaakt, desgewenst in gewaarmerkt afschrift, waaronder, indien aanwezig, het schriftelijk advies van de gekozen arts, alsmede de omschrijving van de betrokkene, zoals bedoeld in artikel 2, derde lid.

Artikel 5
1.

De arts zendt het rapport aan de geneeskundige autoriteit.

2.

De geneeskundige autoriteit is bevoegd de arts op te dragen het rapport met door hem verlangde gegevens aan te vullen, zonodig na een op zijn last voortgezet onderzoek.

3.

De geneeskundige autoriteit zendt, indien hij van oordeel is dat het rapport voldoende gegevens bevat, aan Onze Minister een uittreksel uit het rapport, na dit te hebben voorzien van zijn visum en van opmerkingen die hij nodig oordeelt.

4.

Onze Minister is bevoegd:

5.

Het uittreksel uit het rapport bevat de gegevens, als bedoeld in artikel 4, eerste lid, een en ander met weglating van eventuele medische gegevens.

Artikel 6
1.

Onze Minister is bevoegd over het volledige rapport van de arts, nadat dit door de geneeskundige autoriteit is voorzien van zijn visum, een schriftelijk oordeel van één of meer andere deskundigen te vragen. Deze is/zijn gehouden de gekozen arts, indien betrokken bij het geneeskundig onderzoek, te horen. Wijkt het inzicht van deze deskundige(n) af van dat van de geneeskundige autoriteit, dan wordt van het door de deskundige(n) uitgebracht schriftelijk oordeel geen gebruik gemaakt dan nadat de geneeskundige autoriteit tegenover Onze Minister zijn standpunt nader schriftelijk heeft kunnen verdedigen.

2.

Onze Minister is voorts bevoegd de betrokkene met diens instemming nogmaals geneeskundig te doen onderzoeken dan wel voor de tijd van ten hoogste drie maanden in een inrichting ter observatie te doen opnemen.

3.

Het in artikel 5, vijfde lid, bepaalde is van overeenkomstige toepassing op het door de deskundige(n) uitgebrachte schriftelijk oordeel, als bedoeld in artikel 6, eerste lid.

Artikel 7
1.

Onze Minister van Defensie kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de uitvoering van dit besluit.

2.

Van de bevoegdheid tot het vaststellen van ministeriële regelingen als bedoeld in het eerste lid kan mandaat worden verleend aan de hoofddirecteur personeel van het Ministerie van Defensie.

Artikel 8

Dit besluit kan worden aangehaald als "Besluit procedure geneeskundig onderzoek verzetsmilitairen en ondergedoken militairen".

Artikel 9

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na datum van afgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat dit besluit in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en aan de Algemene Rekenkamer.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.