Wet van 26 maart 1981, houdende regeling van het agrarisch grondverkeer

Type Wet
Publication 2021-07-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regelen te stellen met betrekking tot een toetsing bij de vervreemding van landbouwgronden en natuurterreinen ter bevordering van een evenwichtige prijsontwikkeling, alsmede met betrekking tot de totstandkoming van een voorkeursrecht voor het bureau beheer landbouwgronden bij de verwerving van landbouwgronden en natuurterreinen.

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Titel I. Inleidende bepalingen

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Onze Minister: Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

landbouw: akkerbouw, veehouderij - daaronder begrepen intensieve veehouderij -, tuinbouw - daaronder begrepen fruitteelt en het kweken van bomen, bloemen en bloembollen -, bosbouw en elke andere vorm van bodemcultuur;

land: landbouwgrond en natuurterreinen;

landbouwgrond: grond, waarop enige vorm van landbouw wordt of onmiddellijk kan worden uitgeoefend;

natuurterreinen: heidevelden, hoogveenterrein, zandverstuivingen, duinterreinen, kwelders, schorren, gorzen, slikken, riet- en ruigtlanden, laagveenmoerassen, voor zover het geen landbouwgrond is;

beperkt recht: het recht van erfpacht, opstal, beklemming of vruchtgebruik;

vervreemding: de overdracht in eigendom of de toedeling van een onroerende zaak alsmede de overdracht of toedeling dan wel vestiging van een beperkt recht waaraan een onroerende zaak is onderworpen;

vervreemder: de eigenaar van een onroerende zaak of de rechthebbende op een beperkt recht waaraan een onroerende zaak is onderworpen, die tot vervreemding wenst over te gaan, alsmede degene die bij ontbinding van een gemeenschap met de vereffening is belast en tot vervreemding wenst over te gaan;

bedrijf: een complex, bestaande uit een of meer gebouwen of gedeelten daarvan en de daarbij behorende landbouwgrond dienende tot uitoefening van de landbouw;

bedrijfsleider: de natuurlijke persoon die leiding geeft aan een in de vorm van een privaatrechtelijke rechtspersoon gedreven bedrijf;

bureau: bureau beheer landbouwgronden als bedoeld in artikel 28;

hoofdberoep: het beroep, waaruit een persoon in overwegende mate zijn inkomsten trekt.

Artikel 2

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel 3
1.

De verklaring van de grondkamer bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder c, is niet vereist ten aanzien van een vervreemding met betrekking tot een onroerende zaak die gelegen is in een gebied waarvan bij besluit van burgemeester en wethouders is verklaard, dat daarin uitsluitend of nagenoeg uitsluitend gelegen zijn onroerende zaken, die duurzaam voor andere dan landbouwkundige doeleinden worden gebruikt en die niet als natuurterrein dienen te worden aangemerkt.

2.

Op de voorbereiding van het in het eerste lid bedoelde besluit is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.

3.

Het besluit vermeldt, onder verwijzing naar een bijgevoegde kadastrale kaart, de kadastrale aanduiding van de binnen dit gebied liggende onroerende zaken.

4.

Burgemeester en wethouders verstrekken een exemplaar van het besluit en de bijbehorende kadastrale kaart aan het desbetreffende kantoor van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers.

5.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere voorschriften worden gegeven met betrekking tot de omschrijving en de aanduiding van het gebied.

Artikel 4

Voor de toepassing van artikel 2, eerste lid, wordt met de daar bedoelde notariële verklaring gelijkgesteld de verklaring van een persoon die een onderhandse akte tot levering heeft opgesteld en daartoe krachtens artikel 91 van de Overgangswet van het nieuwe Burgerlijk Wetboek bevoegd was.

Artikel 5

Na de inschrijving van een akte kan de nietigheid wegens niet inachtneming van het bepaalde bij of krachtens deze wet niet meer worden ingeroepen.

Titel II. Overdracht van land en vestiging of overdracht van een beperkt recht op land

Artikel 6
1.

Een overeenkomst tot vervreemding van land behoeft de goedkeuring van de grondkamer.

2.

Een overeenkomst tot vervreemding van land wordt goedgekeurd, indien het betreft:

3.

Een overeenkomst tot vervreemding van land tussen bloed- of aanverwanten in de zijlijn tot de tweede graad wordt goedgekeurd, indien voldaan wordt aan de vereisten als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onder a, of artikel 9, onder c.

4.

Wij kunnen voorschriften verbinden aan een aanwijzing als bedoeld in het tweede lid, onder b. Deze voorschriften kunnen beperkingen inhouden. De aanwijzing wordt door Onze Minister in de Staatscourant bekend gemaakt.

5.

Burgemeester en wethouders beslissen binnen dertig dagen na de indiening van een aanvraag tot het verkrijgen van een verklaring als bedoeld in het tweede lid, onder g. Indien burgemeester en wethouders binnen de gestelde termijn geen beslissing hebben genomen, kan de afgifte van een verklaring worden gevraagd aan gedeputeerde staten die binnen dertig dagen nadien beslissen.

6.

De in het tweede lid, onder g, bedoelde verklaringen zijn geldig gedurende zes maanden na de dagtekening, tenzij het college, dat de verklaring afgeeft daarop een kortere geldigheidsduur vermeldt.

7.

Het bepaalde in het tweede lid, onder j, vindt slechts toepassing indien het betreft landbouwgrond gelegen in een bestemmingsplan waar een niet-agrarische bestemming geldt of waarvan de betrokken overheid verklaart dat het gebruik anders dan landbouwkundig zal zijn. Omtrent deze verklaring kunnen bij algemene maatregel van bestuur regelen worden gesteld.

8.

Indien het betreft landbouwgrond waarvoor geen verklaring als bedoeld in het vorige lid wordt overgelegd, wordt de overeenkomst goedgekeurd, indien een goedgekeurde overeenkomst of ontwerp-overeenkomst wordt overgelegd, waarbij de betrokken overheid wederom tot vervreemding van de landbouwgrond overgaat.

Artikel 7
1.

Een overeenkomst tot vervreemding van een landgoed wordt door de grondkamer goedgekeurd, indien het aannemelijk is, dat de verwerver het landgoed als eenheid in stand zal houden.

2.

Onder een landgoed wordt verstaan:

3.

Een aanwijzing, als bedoeld in het vorige lid, onder b, geschiedt op verzoek van de eigenaar of op verzoek van meerdere eigenaren gezamenlijk.

4.

Een aanwijzing, als bedoeld in het tweede lid, onder b, heeft ten gevolge dat het land voor twee jaren, te rekenen vanaf de dagtekening van de beschikking wordt aangemerkt als een landgoed.

5.

Tegen de weigering van een aanwijzing als bedoeld in het tweede lid, onder b, staat beroep open op de Centrale Grondkamer.

Artikel 8
1.

Onverminderd het bepaalde in de artikelen 6, tweede lid, 7 en 37, eerste lid, verleent de grondkamer haar goedkeuring aan een overeenkomst tot vervreemding van land, indien wordt voldaan aan vereisten, welke bij algemene maatregel van bestuur kunnen worden gesteld. Deze vereisten kunnen verschillen naar gelang de produktierichting van de bedrijven die bij de vervreemding betrokken zijn en naar gelang het gebied waarin het land gelegen is.

2.

Voor zover het landbouwgrond betreft kunnen de in het vorige lid bedoelde vereisten uitsluitend betrekking hebben op:

3.

Voor zover het natuurterreinen betreft kunnen in de in het eerste lid bedoelde vereisten uitsluitend betrekking hebben op:

4.

Ten aanzien van overeenkomsten tot vervreemding van landbouwgrond gelegen binnen gebieden, waarin de uitoefening van de landbouw mede gericht dient te zijn op doeleinden van natuur- of landschapsbehoud, dan wel gelegen binnen gebieden, waarin het beheer in de toekomst uitsluitend of nagenoeg uitsluitend gericht zal zijn op doeleinden van natuur- of landschapsbehoud, kunnen bij algemene maatregel van bestuur nadere vereisten worden gesteld. Deze vereisten kunnen afwijkingen inhouden van de vereisten bedoeld in het tweede lid. De nadere vereisten kunnen niet de verplichting inhouden tot het afsluiten van een beheersovereenkomst, dan wel betrekking hebben op specifieke ervaring met landbouw, zoals in deze gebieden wordt nagestreefd.

5.

Een krachtens het eerste lid vastgestelde maatregel wordt aan de beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. Binnen 30 dagen na de overlegging kan door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van één der Kamers de wens te kennen worden gegeven dat het in de maatregel te regelen onderwerp bij de wet wordt geregeld. Indien zodanige wens te kennen is gegeven, dienen wij zo spoedig mogelijk een desbetreffend wetsontwerp in. De maatregel treedt in werking met ingang van een door Ons te bepalen tijdstip, dat niet eerder gelegen zal zijn dan nadat dertig dagen na de overlegging zijn verstreken, indien gedurende die termijn niet door of namens één der Kamers of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van één der Kamers de wens wordt te kennen gegeven, dat de inwerkingtreding van de maatregel bij de wet zal worden geregeld.

Artikel 9

Een overeenkomst tot vervreemding van landbouwgrond, gelegen binnen een gebied waarvoor op grond van artikel 8 vereisten ten aanzien van landbouwgrond zijn gesteld, wordt door de grondkamer goedgekeurd, indien de verwerver aannemelijk maakt, dat hij de landbouwgrond zal gebruiken voor een produktierichting, waarvoor op grond van artikel 8 geen vereisten zijn gesteld, of ter uitoefening van een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen beroep, en indien:

Artikel 10
1.

Een overeenkomst tot vervreemding van landbouwgrond aan een natuurlijke persoon wordt door de grondkamer goedgekeurd, indien een goedgekeurde pachtovereenkomst of ontwerp-pachtovereenkomst met betrekking tot de te vervreemden landbouwgrond wordt overgelegd.

2.

De artikelen 14, eerste lid, onder a en c, en tweede lid, 15, 16, 17, zijn in geval van een goedkeuring als bedoeld in het vorige lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor "toestemming" telkens "goedkeuring" moet worden gelezen.

Artikel 11

Indien de grondkamer haar goedkeuring aan een overeenkomst onthoudt, verklaart zij deze nietig.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.