Besluit van 9 juni 1982, omtrent het regiem voor militairen die in het huis van bewaring en de gevangenis het Militair Penitentiair Centrum "Nieuwersluis" voorlopig arrest, respectievelijk gevangenisstraf, hechtenis of militaire detentie ondergaan

Type AMvB
Publication 2008-12-17
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van Onze Minister van Justitie en de Staatssecretaris van Justitie van 11 augustus 1981, stafbureau Juridische Zaken/directie Gevangeniswezen nr. 671/381, gedaan in overeenstemming met Onze Minister van Defensie;

Overwegende, dat het wenselijk is nieuwe regelen vast te stellen betreffende het regiem dat geldt voor militairen die in het Militair Penitentiair Centrum "Nieuwersluis" voorlopig arrest, respectievelijk gevangenisstraf, hechtenis of militaire detentie ondergaan;

Gelet op artikel 22 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 1, 10 en 12 van het Wetboek van Militair Strafrecht;

Gezien het advies van de Centrale Raad van Advies voor het Gevangeniswezen, de Psychopatenzorg en de Reclassering van 19 december 1980, nr. SG 338/380;

De Raad van State gehoord (advies van 2 november 1981, nr. 811028/4);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 1 juni 1982, Stafbureau Juridische Zaken/directie Gevangeniswezen nr. 478/382, uitgebracht in overeenstemming met Onze Minister van Defensie;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

"Onze Minister": Onze Minister van Justitie

"gedetineerde": de militair die rechtens van zijn vrijheid is beroofd en verblijft in het Militair Penitentiair Centrum Stroe.

Artikel 2

Voor de gedetineerden gelden, voor zover bij of krachtens dit besluit niet anders is bepaald, de bepalingen van de Penitentiaire beginselenwet en de bij of krachtens deze wet gestelde regels.

Artikel 3
1.

De tot hechtenis of militaire detentie veroordeelden worden in beperkte gemeenschap geplaatst.

2.

De gedetineerde die zulks verzoekt wordt in afzondering geplaatst tenzij dit naar het redelijk oordeel van de directeur niet mogelijk of gewenst is.

Artikel 4

Voor zover Onze Minister niet anders bepaalt, zijn met betrekking tot de voeding, de kleding, de geneeskundige verzorging, de sociale verzorging, de geestelijke verzorging, de reis- en vervoerskosten en de ontwikkeling en ontspanning van de gedetineerden de voorschriften welke in de krijgsmacht gelden, van toepassing.

Artikel 5

De gedetineerden verrichten, voor zover daarvan niet vrijgesteld, militaire dienst, militair onderwijs en oefeningen daaronder begrepen.

Artikel 6

De gedetineerde die geen militaire inkomsten geniet, ontvangt een zakgeld, waarvan het bedrag door Onze Minister na overleg met Onze Minister van Defensie wordt vastgesteld.

Artikel 7

Ten aanzien van bepaalde in voorlopig arrest gestelden kunnen de bevoegde militair-justitiële autoriteiten in het belang van het onderzoek:

Artikel 8

Onze Minister kan nadere regelen stellen ter uitvoering van dit besluit.

Artikel 9

Het Koninklijk besluit van 19 oktober 1961 (Stb. 336) en het Koninklijk besluit van 9 mei 1963 (Stb. 204), zoals beide gewijzigd bij het Koninklijk besluit van 11 oktober 1974 (Stb. 600), worden ingetrokken op de dag waarop dit besluit in werking treedt.

Artikel 10

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het is geplaatst.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.