← Geldende tekst · Geschiedenis

Beschikking grondbankstelsel

Geldende tekst a fecha 2007-10-21

Gelet op de artikelen 57 en 58 van de Wet agrarisch grondverkeer (Stb. 1981, 248) en op artikel 2 van het Besluit grondbankstelsel (Stb. 1982, 692);

Gehoord de commissie beheer landbouwgronden;

Besluit:

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

Artikel 1
1.

In deze beschikking wordt verstaan onder:

2.

Voor de toepassing van deze beschikking wordt:

Artikel 2
1.

Uitgifte als bedoeld in artikel 2 van het besluit kan plaatsvinden aan:

2.

Om voor uitgifte in aanmerking te komen dient aan de in deze beschikking neergelegde voorwaarden te zijn voldaan.

Hoofdstuk II. Regelen om voor uitgifte in aanmerking te komen

Titel I. Algemene regelen

Paragraaf 1. Regelen met betrekking tot de ondernemer

Artikel 3
1.

Voor zover de aanvrager als natuurlijk persoon een bedrijf uitoefent, kan uitgifte slechts plaatsvinden indien hij ten tijde van het indienen van de aanvrage;

2.

Het in het eerste lid, onder a, bedoelde vereiste wordt niet gesteld, indien uitgifte plaatsvindt in het geval van opvolging, als bedoeld in artikel 2, onder a, van het besluit, en mits degene die wordt opgevolgd aan dit vereiste voldoet.

3.

In de gevallen van bedrijfsvergroting, als bedoeld in artikel 2, onder c, van het besluit, kan, indien de aanvrager de leeftijd van 44 jaar heeft overschreden, in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onder c, uitgifte plaatsvinden, indien de aanvrager een bloed- of aanverwant in de rechte lijn of een pleegkind heeft van 16 jaar of ouder, waarvan aannemelijk wordt gemaakt dat hij de aanvrager zal opvolgen.

Artikel 4

Indien meer natuurlijke personen voor gezamenlijke rekening een bedrijf uitoefenen, kan uitgifte slechts plaatsvinden, indien:

Artikel 5

Indien een rechtspersoon een bedrijf uitoefent, kan uitgifte slechts plaatsvinden indien:

Paragraaf 2. Regelen met betrekking tot het bedrijf

Artikel 6

De aanvrage dient betrekking te hebben op een bedrijf waarvan de bedrijfsomvang van de sector veehouderij, dan wel van de sector akkerbouw, dan wel van deze sectoren gezamenlijk, in s.b.e. uitgedrukt, ten minste 80% van de totale bedrijfsomvang uitmaakt.

Artikel 7

Ten behoeve van het bedrijf mag gedurende een tijdvak van drie jaren onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip van indiening van de aanvrage geen aanvrage zijn ingediend die tot uitgifte op de voet van deze beschikking heeft geleid.

Artikel 8

De bedrijfsoppervlakte mag gedurende een tijdvak van vijf jaren onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip van indiening van de aanvrage niet zijn verkleind, tenzij verkleining heeft plaatsgevonden door onteigening, minnelijke verkoop ter voorkoming van onteigening, een rechterlijke uitspraak ingevolge artikel 370, eerste lid, onder b, of 377 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, een verdeling als bedoeld in artikel 3:178 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel onderbedeling in het kader van landinrichting als gevolg van toepassing van de artikelen 139 tot en met 144 van de Landinrichtingswet, of van artikel 56 van de Wet inrichting landelijk gebied, in het kader van de reconstructie als gevolg van toepassing van artikel 15 van de Reconstructiewet Midden-Delfland of in het kader van de herinrichting als gevolg van toepassing van artikel 55 van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën.

Artikel 9
1.

Uitgifte vindt plaats, indien de aanvrager aantoont dat:

2.

Ter beoordeling van de financieringsstructuur van het bedrijf dient de aanvrager de boekhouding over de drie jaren voorafgaande aan het jaar van indiening van de aanvrage over te leggen.

3.

Geen uitgifte vindt plaats, indien is gebleken dat een eigenaar, een (mede) rechthebbende, een aandeelhouder, dan wel een eigenaar van een of meerdere bewijzen van deelgerechtigheid van, onderscheidenlijk in het bedrijf, over voldoende financiële middelen beschikt om het met de aanvrage beoogde doel anders dan door uitgifte te kunnen realiseren.

4.

Geen uitgifte vindt plaats, indien is gebleken dat de aanvrager een of meerdere onroerende goederen, die tot het bedrijf behoren, heeft verkregen of zal verkrijgen tegen een prijs, die duidelijk uitgaat boven de prijs, die in de regio waarbinnen het bedrijf gelegen is, gangbaar is bij de aankoop van met betrokken onroerende goederen vergelijkbare goederen.

Paragraaf 3. Regelen met betrekking tot de voor uitgifte in aanmerking komende landbouwgrond

Artikel 10

De doelstellingen van het landbouwstructuurbeleid mogen door de uitgifte niet in nadelige zin worden beïnvloed. Van een zodanige beïnvloeding is onder meer sprake, indien: a. de levensvatbaarheid van het bedrijf waarvan de landbouwgrond afkomstig is door de uitgifte vermindert; b. met de uitgifte de verkavelingssituatie van het bedrijf waarop de aanvrage betrekking heeft, niet verantwoord is.

Artikel 11

In afwijking van artikel 10, onder b, zal, voor zover één of meer in de uitgifte betrokken percelen zijn gelegen in Midden-Delfland als bedoeld in artikel 1 van de Reconstructiewet Midden-Delfland, in een deelgebied, genoemd in artikel 1 van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën, in een gebied ten aanzien waarvan een besluit tot landinrichting als bedoeld in de hoofdstukken III en IV van de Landinrichtingswet is genomen, of in een gebied ten aanzien waarvan een besluit tot landinrichting als bedoeld in artikel 17 van de Wet inrichting landelijk gebied is genomen, uitgifte kunnen plaatsvinden, indien blijkens een schriftelijke verklaring inzake de toedeling van de landinrichtingscommissie, respectievelijk van gedeputeerde staten, na de verwezenlijking van het plan van toedeling de verkavelingssituatie van het bedrijf verantwoord zal zijn.

Artikel 12
1.

De oppervlakte van de uit te geven landbouwgrond dient ten minste 5 ha te bedragen.

2.

Landbouwgrond waarvan de aanvrager eigenaar of mede-eigenaar is kan niet in eigendom aan het bureau worden overgedragen.

Titel II. Bijzondere regelen

Paragraaf 1. Regelen met betrekking tot de uitgifte in geval van bedrijfsopvolging en uitoefening van het voorkeursrecht door de pachter

Artikel 13
1.

In de gevallen van opvolging en uitoefening van het voorkeursrecht door de pachter als bedoeld in artikel 2, onder a en b, van het besluit, kan uitgifte slechts plaatsvinden:

Artikel 14

De oppervlakte van de uit te geven landbouwgrond bedraagt ten hoogste 5 ha, tenzij de aanvrager aantoont dat de financieringsstructuur van het bedrijf bij uitgifte van slechts 5 ha ongunstig wordt. De toepassing van het laatste zinsdeel laat het bepaalde in artikel 13, onder c, onderlet.

Artikel 15
1.

De bedrijfsoppervlakte dient na uitgifte ten minste te zijn:

2.

In afwijking van het bepaalde in het eerste lid dient de bedrijfsoppervlakte, indien de aanvrager de dertigjarige leeftijd nog niet heeft overschreden, na uitgifte ten minste te zijn:

3.

Onder intensieve veehouderij als bedoeld in het tweede lid, onder c, wordt verstaan het in daartoe bestemde bedrijfsgebouwen houden van:

Paragraaf 2. Regelen met betrekking tot de uitgifte in geval van vergroting van de bedrijfsoppervlakte

Artikel 16

In geval van vergroting van de bedrijfsoppervlakte als bedoeld in artikel 2. onder c, van het besluit, kan uitgifte slechts plaatsvinden, indien:

Artikel 17

Indien de uit te geven landbouwgrond gelegen is in een beheersgebied als bedoeld in artikel 1, onderdeel l, van de Regeling beheersovereenkomsten en natuurontwikkeling, kan de uitgifte slechts plaatsvinden:

Artikel 18
1.

De oppervlakte van de in erfpacht uit te geven landbouwgrond bedraagt ten hoogste 10 ha.

2.

Indien de uitgifte van ten hoogste 10 ha zou leiden tot een ongewenste versnippering van de eigendom van een topografisch perceel landbouwgrond, kan uitgifte plaatsvinden tot een oppervlakte van ten hoogste 15 ha.

Artikel 19
1.

De som van de oppervlakte van de in erfpacht uit te geven percelen grond en van de bedrijfsoppervlakte op het tijdstip van het indienen van de aanvrage dient te zijn:

2.

Indien de aanvrager de dertigjarige leeftijd nog niet heeft overschreden, dient in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, de minimale bedrijfsoppervlakte na uitgifte te zijn:

3.

Onder intensieve veehouderij als bedoeld in het tweede lid, onder c, wordt verstaan het in daartoe bestemde bedrijfsgebouwen houden van:

Hoofdstuk III. De aanvraagprocedure

Artikel 20
1.

Om voor uitgifte in aanmerking te komen dient een aanvrage op een volledig ingevuld en ondertekend daartoe strekkend aanvraagformulier bij het hoofd beheer landbouwgronden te worden ingediend.

2.

Het aanvraagformulier wordt door de directeur vastgesteld.

Artikel 21

Het hoofd beheer landbouwgronden onderzoekt of er sprake is van een van de gevallen als bedoeld in artikel 2 van het besluit, alsmede of en in hoeverre wordt voldaan aan de in de artikelen 3, eerste lid, onder a en c, 4, onder a, voor zover het betreft het bepaalde in artikel 3, onder a en c, 5, 6, 7, 8, 14, eerste lid, 15, 16, 18 en 19 gestelde voorwaarden.

Artikel 22
1.

Indien blijkt dat aan de voorwaarden, als bedoeld in artikel 21, niet wordt voldaan, wijst de inspecteur de aanvrage namens de commissie af.

2.

Geen afwijzing vindt plaats, indien artikel 3, derde lid van toepassing kan zijn.

3.

De directeur Landelijke Gebieden en Kwaliteitszorg deelt de in het eerste lid bedoelde afwijzing onder vermelding van de redenen schriftelijk namens de commissie mede aan de aanvrager en zendt afschrift van zodanige mededeling aan de commissie en de sub-commissie.

Artikel 23

Het hoofd beheer landbouwgronden bereidt de verdere behandeling van aanvragen, waarop niet afwijzend is beslist, voor en gaat daarbij in ieder geval na of wordt voldaan aan de voorwaarden van deze beschikking om voor een toewijzing van een aanvrage in aanmerking te komen.

Artikel 24

Namens de commissie legt de inspecteur een voorstel voor een beslissing omtrent een aanvrage met het verzoek om advies voor aan de sub-commissie.

Artikel 25

De sub-commissie brengt over de aanvrage een met redenen omkleed advies uit en doet dit aan de directeur toekomen.

Artikel 26

De inspecteur deelt de aanvrager namens de commissie mede dat uitgifte zal kunnen plaatsvinden, indien:

Artikel 27
1.

In alle gevallen, waarin de mededeling als bedoeld in artikel 26, aanhef, niet kan worden gedaan, wordt de aanvrage door de commissie behandeld.

2.

De directeur doet de commissie ten behoeve van de behandeling van de aanvrage de noodzakelijke stukken toekomen.

3.

De beslissing van de commissie wordt schriftelijk door de commissie aan de aanvrager medegedeeld.

Hoofdstuk IV. De overeenkomst

Artikel 28
1.

De uitgifte vindt plaats door het sluiten van een erfpachtovereenkomst met het bureau.

2.

In geval van uitgifte ten behoeve van een bedrijf dat door meer natuurlijke personen voor gezamenlijke rekening wordt uitgeoefend, wordt de erfpachtovereenkomst tussen het bureau en deze personen gezamenlijk gesloten, indien het personen uit dezelfde generatie betreft.

3.

Indien de samenwerking als bedoeld in het tweede lid is aangegaan tussen bloed- of aanverwanten in de rechte lijn of met een pleegkind, wordt de erfpachtovereenkomst tussen het bureau en, na overleg, één van deze personen gesloten.

4.

In geval van uitgifte ten behoeve van een bedrijf dat door een rechtspersoon wordt uitgeoefend, wordt de erfpachtovereenkomst, tussen het bureau en deze persoon gesloten.

Artikel 29

De in de Beschikking uitgiftevoorwaarden grondbank opgenomen voorwaarden maken deel uit van de in artikel 28 bedoelde erfpachtovereenkomst.

Hoofdstuk V. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 30

Vervallen.

Artikel 31
1.

Deze beschikking kan worden aangehaald als 'Beschikking grondbankstelsel'.

2.

Zij wordt in de Nederlandse Staatscourant bekend gemaakt en treedt in werking met ingang van 1 januari 1983.

Bijlage. als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Beschikking grondbankstelsel

Aantal s.b.e.
per ha.
AKKERBOUW
Granen 2,5
Korrelmaïs 2,5
Vroege aardappelen 9,0
Pootaardappelen (zand of veen) 9,0
Pootaardappelen (klei) 12,0
Consumptie-aardappelen (zand) 6,0
Consumptie-aardappelen (klei) 7,5
Fabrieksaardappelen 4,5
Suikerbieten 6,5
Pootbieten 16,0
Aardappelen te velde verkocht 5,5
Groene erwt 3,5
Bruine bonen/witte bonen 3,5
Conservenerwten (contract) 2,0
Tuinbonen (contract) 2,5
Stamslabonen (contract) 2,5
Erwten, capucijners 3,5
Vlas 3,5
Bietenzaad 9,0
Koolzaad, blauwmaanzaad kanariezaad, graszaad, klaverzaad etc. 3,0
Overige landbouwzaden 3,0
Vlas te velde verkocht 2,5
Voederbieten 4,5
Snijmaïs 3,5
Koolrapen, wortelen 7,0
Klaver en luzerne 1,5
Grasland 1,0
Overige voedergewassen 2,5
Snijmaïs te velde verkocht 2,5
Overige knol- en wortelgewassen 4,5
Vervoerderde nagewassen, raaigrassen e.d. 1,5
Stoppelknollen e.d. 4,0
Bladkool e.d. 4,5
DIVERSEN
Grasland 1,0
Zaaiklaar verhuurd land 1,5
Deelbouw op eigen land 2,5
Werk voor derden 0,19
Boerenkaas 0,2
GROENTEN OPEN GROND
Tuinbonen (handpluk) 25,0
Stamslabonen (handpluk) 29,0
Stokbonen 39,0
Zaaiuien 7,0
Zaaiuien te velde verkocht 5,0
Zilveruien 6,0
Poot- en plantuien 14,0
Sjalotten 13,0
Waspeen 23,0
Bospeen (incl. nateelt) 44,0
Witlofwortelen 9,0
Winterwortelen 15,0
Kroten 14,0
Knolselderij 18,0
Knolselderij (contract) 11,0
Radijs (incl. nateelt) 74,0
Schorseneren 31,0
Kropsla 28,0
Andijvie 28,0
Spinazie 22,0
Spinazie (contract) 2,5
Prei 32,0
Rabarber 29,0
Asperges 20,0
Augurken 39,0
Aardbeien 42,0
Spruitkool 19,0
Witte kool (vroege) 10,0
Rode, savooiekool (vroege) 17,0
Herfst- en bewaarkool 18,0
Bloemkool (incl. nateelt) 29,0
Spitskool (incl. nateelt) 22,0
Overige groentegewassen Boomgaard en landbouwbedrijven 4,5
TUINBOUW
Appelen 20
Peren 19
Kersen, pruimen 17
Frambozen 57
Rode bessen 52
Zwarte bessen 35
Tuinbouwzaden 20
Bloemkwekerijgewassen 55
Boomkwekerijgewassen 75
Vaste planten 140
Hyacinten 65
Tulpen 55
Narcissen 32
Gladiolen 20
Aantal s.b.e.
per dier
Melkkoeien 2,5
Stieren ouder dan 1 jaar 1,25
Jongvee 0,7
Mestkalveren 0,4
Mestvee, meststieren 0,7
Paarden (excl. werkpaarden) 0,7
Schapen 0,3
Mestvarkens 0,18
Opfokzeugen en -beren 0,18
Fokzeugen en -beren 1,4
Leghennen 5 mnd en ouder 0,013
Opfokkuikens/jonge hennen 0,006
Slachtkuikens 0,0035
Slachtkuikenouderdieren 0,03
Slachtkuikenouderdieren jonger dan 6 mnd 0,01
Eenden voor de leg 0,03
Eenden voor de slacht 0,01
Kalkoenen voor de slacht 0,008
Kalkoenen voor de broed 0,07
Kalkoenen voor de broed jonger dan 7 mnd 0,02
Overig pluimvee 0,02
Nertsen 0,2
Konijnen, voedsters 0,2
Konijnen voor de slacht 0,02