Besluit van 26 oktober 1983, tot vaststelling van een reglement houdende bepalingen ter voorkoming van aanvaring of aandrijving op de openbare wateren in het Rijk, die voor de scheepvaart openstaan

Type AMvB
Publication 2025-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 5 april 1983, nr. RRV 16 895, Hoofddirectie van de Waterstaat, Hoofdafdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken, mede namens Onze Minister van Justitie;

Overwegende, dat de ontwikkelingen in het scheepvaartverkeer en het streven te komen tot een uniform stelsel van verkeersregels en verkeerstekens voor de vaarwegen in Europa het wenselijk maken de bepalingen ter voorkoming van aanvaring of aandrijving op de openbare wateren in het Rijk, die voor de scheepvaart openstaan, te herzien;

Gelet op artikel 1 van de Wet van 15 april 1891 (Stb. 91), houdende bepalingen tot voorkoming van aanvaring of aandrijving op de openbare wateren in het Rijk, die voor de scheepvaart openstaan;

De Raad van State gehoord (advies van 7 september 1983, nr. W09.83.0219/08.3.35);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 12 oktober 1983, nr. RRV 54005, Hoofddirectie van de Waterstaat, Hoofdafdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken, uitgebracht mede namens Onze Minister van Justitie;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

Vastgesteld wordt een reglement houdende bepalingen ter voorkoming van aanvaring of aandrijving op de openbare wateren in het Rijk, die voor de scheepvaart openstaan, met de daarbij behorende bijlagen, dat is gevoegd bij dit besluit, en dat wordt aangehaald als " Binnenvaartpolitiereglement".

Artikel 2
1.

Het Binnenvaartpolitiereglement geldt op de openbare wateren in het Rijk, die voor de scheepvaart openstaan, met uitzondering van:

2.

De in het eerste lid bedoelde lijn is de langs de Nederlandse kust gaande lijn, die loopt van:

De coördinaten zijn uitgedrukt in lengte en breedte volgens het World Geodetic System (WGS)-84, in graden en minuten.

3.

In afwijking van het eerste lid gelden de artikelen 1.01, onder A, 16°, 17° en 18°, 1.09, eerste lid, onder a, 8.01 tot en met 8.08, 9.04 en 9.05 van het Binnenvaartpolitiereglement tevens op de Boven-Rijn, de Waal, het Pannerdensch Kanaal, de Neder-Rijn en de Lek, en op de daaraan gelegen havens, laad- en losplaatsen en recreatieplassen.

Artikel 3

In dit besluit wordt verstaan onder Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.

Artikel 4
2.

Onze Minister wijst de instantie aan, bedoeld in artikel 4.06, eerste lid, onder a, van het Binnenvaartpolitiereglement.

3.
5.

Onze Minister wijst de categorieën van schepen aan, bedoeld in artikel 4.06, vierde lid, van het Binnenvaartpolitiereglement.

Artikel 5
1.

In het Binnenvaartpolitiereglement wordt onder de bevoegde autoriteit verstaan:

2.

In de volgende bepalingen van het Binnenvaartpolitiereglement worden onder de bevoegde autoriteit eveneens verstaan de ambtenaren van politie die zijn aangesteld voor de uitvoering van de politietaak: artikelen 1.10, vierde lid, 1.12, derde en vierde lid, 1.13, tweede en derde lid, 1.14, 1.15, tweede lid, 1.17, eerste lid, 1.20, 6.19, zesde lid, en 7.02, derde lid.

Artikel 6

Vervallen

Artikel 7

De besluiten en aanwijzingen, bedoeld in artikel 4 en artikel 5, eerste lid, onderdeel a, worden in de Staatscourant geplaatst, de aanwijzingen, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel b, in het publicatieblad, bedoeld in artikel 2 van de Bekendmakingswet, van het openbaar lichaam waartoe het aanwijzende orgaan behoort en de aanwijzingen, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, in het gemeenteblad.

Artikel 7a

Overtreding van de bepalingen van het Binnenvaartpolitiereglement, dan wel overtreding van de aan een aanwijzing van de bevoegde autoriteit verbonden voorwaarden, of de aan een vergunning, vrijstelling of ontheffing verbonden voorwaarden of voorschriften, is een strafbaar feit.

Artikel 8

Vervallen

Artikel 9

Vervallen

Artikel 10

Dit besluit treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip.

Wij kunnen andere tijdstippen vaststellen waarop verschillende artikelen of onderdelen van artikelen van dit besluit, dan wel verschillende artikelen of onderdelen van artikelen van het Binnenvaartpolitiereglement, in werking treden.

Artikel 11

Dit besluit kan worden aangehaald als "Vaststellingsbesluit Binnenvaartpolitiereglement".

Bijlage. Binnenvaartpolitiereglement (BPR)

Binnenvaartpolitiereglement

Lasten en bevelen, dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting en de bijlage bij deze laatste, alsmede het bij dit besluit gevoegde Binnenvaartpolitiereglement in het Staatsblad zullen worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Artikel 1a

Een wijziging van richtlijn nr. 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 27 juni 2002 betreffende de invoering van een communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart en tot intrekking van richtlijn 93/75/EEG van de Raad (PbEG L 208), gaat voor de toepassing van het Binnenvaartpolitiereglement gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.

Bijlage. Binnenvaartpolitiereglement (BPR)

Binnenvaartpolitiereglement

Lasten en bevelen, dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting en de bijlage bij deze laatste, alsmede het bij dit besluit gevoegde Binnenvaartpolitiereglement in het Staatsblad zullen worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.