Wet van 10 maart 1984, houdende regelen inzake de verlening van uitkeringen en bijzondere voorzieningen aan burger-oorlogsslachtoffers

Type Wet
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regelen te stellen betreffende de verlening van uitkeringen en bijzondere voorzieningen aan burger-oorlogsslachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog en hun nagelaten betrekkingen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

Artikel 1

Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt onder burger-oorlogsslachtoffer verstaan:

2.

Indien het letsel, bedoeld in het eerste lid, niet duidelijk door andere oorzaken dan het oorlogsgeweld als bedoeld in het eerste lid is ontstaan, wordt dit geacht zijn oorzaak te hebben in het oorlogsgeweld, dan wel in omstandigheden daarmee verband houdende. Daarbij wordt rekening gehouden met de inzichten en ervaringen van de medische wetenschap met betrekking tot de relatie tussen het oorlogsgeweld en de geestelijke en lichamelijke gezondheidstoestand.

Artikel 2a
1.

Voor de toepassing van deze wet wordt gelijkgesteld met:

2.

In deze wet en de daarop berustende bepalingen:

3.

Van een gezamenlijke huishouding als bedoeld in het eerste lid kan slechts sprake zijn indien twee personen gezamenlijk voorzien in huisvesting en bovendien beiden een bijdrage leveren in de kosten van de huishouding dan wel op andere wijze in elkaars verzorging voorzien. Onze Minister kan nadere regels stellen voor de toepassing van de eerste volzin.

Artikel 3
1.

Deze wet is van toepassing op:

2.

De Raad kan deze wet tevens van toepassing verklaren op degene die tijdens de oorlogsjaren 1940–1945 of in de na-oorlogse jaren, als burger is getroffen door oorlogsgeweld als bedoeld in artikel 2, eerste lid, of diens nabestaande die niet voldoet aan de in het eerste lid gestelde eisen en ten aanzien van wie het niet toepassen van deze wet een klaarblijkelijke hardheid zou zijn.

Artikel 4

Behoudens in nader bij algemene maatregel van bestuur te regelen gevallen kunnen aan deze wet geen aanspraken worden ontleend door:

Artikel 5

Aan deze wet kunnen geen rechten worden ontleend door:

Artikel 6

Vervallen

Hoofdstuk II. Uitkering en bijzondere voorzieningen

§ 1. Het recht op een uitkering

Artikel 7

Behoudens het bepaalde in artikel 9 heeft recht op een periodieke uitkering:

Artikel 8

Recht op een garantie-uitkering heeft het burger-oorlogsslachtoffer, dat ten tijde van het tot uiting komen van zijn invaliditeit, welke het gevolg is van het letsel, bedoeld in artikel 2, de leeftijd heeft bereikt waarop gelijksoortige valide personen in de regel hun werkzaamheden beëindigen, mits hij, indien hij die leeftijd nog niet zou hebben bereikt, door of in verband met die invaliditeit gedwongen zou zijn geweest zijn werkzaamheden in beroep of bedrijf te beëindigen of blijvend te verminderen.

Artikel 9
1.

De periodieke uitkering aan de weduwe of weduwnaar van het burger-oorlogsslachtoffer wordt ten hoogste gedurende een tijdvak van twee jaren na de datum van het overlijden verleend, indien de weduwe of weduwnaar op dat tijdstip nog niet de leeftijd van 40 jaren heeft bereikt, tenzij deze arbeidsongeschikt is of een of meer minderjarige kinderen te haren of zijnen laste heeft.

2.

Een periodieke uitkering aan de weduwe of weduwnaar van het burger-oorlogsslachtoffer wordt niet toegekend, indien het huwelijk is gesloten, nadat het burger-oorlogsslachtoffer, aan wie voordien een periodieke uitkering in de zin van deze wet was toegekend, de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt, tenzij de echtgenoten of geregistreerde partners reeds gedurende een periode van ten minste tien jaren met elkaar zijn gehuwd geweest of hebben samengeleefd.

§ 2. De grondslag

Artikel 10
1.

Indien aanspraak bestaat op een periodieke uitkering, wordt de grondslag vastgesteld, waarnaar de uitkering wordt berekend.

3.

Indien het in het tweede lid bedoelde beroep of bedrijf buiten Nederland werd uitgeoefend, wordt bij de vaststelling van de grondslag, waarnaar de uitkering wordt berekend, rekening gehouden met het meest vergelijkbare beroep of bedrijf in Nederland, alsmede met (vak)opleiding, bekwaamheid en andere factoren, welke ter zake van belang kunnen zijn.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.