Besluit van 10 september 1984, houdende afwijkingen van het bepaalde in de Wet medezeggenschap onderwijs

Type AMvB
Publication 2022-08-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen, drs. G. van Leijenhorst, mede namens Onze Minister van Landbouw en Visserij van 1 mei 1984, nr. 5171/1156, centrale directie Wetgeving en Juridische Zaken;

Gelet op artikel 17, tweede lid, van de Wet medezeggenschap onderwijs (Stb. 1981, 778);

De Onderwijsraad gehoord (advies van 15 juli 1983, O.R. 544 Alg.);

De Raad van State gehoord (advies van 20 juli 1984, no. W05.84.0261/14.4.28);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen, drs. G. van Leijenhorst, mede namens Onze Minister van Landbouw en Visserij, van 24 augustus 1984, nr. 5535/1156, centrale directie Wetgeving en Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

§ A. Algemene bepalingen

Artikel A-1

In dit besluit wordt verstaan onder:

§ B. Zeer kleine scholen voor kleuteronderwijs of gewoon lager onderwijs

Artikel B-1

In afwijking van de wet voor wat betreft de artikelen 4, tweede, derde en tiende lid, en 24, tweede lid, gelden de bepalingen van deze paragraaf voor die scholen voor kleuteronderwijs en die scholen voor gewoon lager onderwijs, waar de schoolleider de enige aan de school verbonden leidster onderscheidenlijk onderwijzer is.

Artikel B-2
1.

Het aantal leden van de medezeggenschapsraad bedraagt aan een school als bedoeld in artikel B-1 ten hoogste 3 leden.

2.

De medezeggenschapsraad bestaat uit:

3.

Het medezeggenschapsreglement kan niet bepalen dat het tot de taak van de schoolleider behoort om namens het bevoegd gezag de besprekingen met de medezeggenschapsraad te voeren, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de wet.

Artikel B-3

De voorlopige medezeggenschapsraad aan een school als bedoeld in artikel B-1 bestaat uit de schoolleider en een lid dat uit en door de ouders wordt gekozen.

Artikel B-4

Indien op het moment van inwerkingtreding van dit besluit aan een school als bedoeld in artikel B-1 geen medezeggenschapsraad of voorlopige medezeggenschapsraad is verbonden in overeenstemming met het bepaalde in de artikelen B-2 en B-3, wordt binnen drie maanden een voorlopige medezeggenschapsraad gekozen.

§ C. Groepen van scholen voor kleuteronderwijs en gewoon lager onderwijs

Artikel C-1

In afwijking van de wet voor wat betreft artikel 4, eerste en zevende lid, gelden de bepalingen van deze paragraaf in die gevallen, waarin een of meer scholen voor kleuteronderwijs en een of meer scholen voor gewoon lager onderwijs door hetzelfde bevoegd gezag in stand worden gehouden en samenwerken, of zullen gaan samenwerken met het oog op de vorming van een school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het basisonderwijs

(Stb. 1984, 2).

Artikel C-2
1.

In een geval als bedoeld in artikel C-1 kan het bevoegd gezag een medezeggenschapsraad instellen voor de groep van scholen, indien dit overeenstemt met de wens van ten minste twee derden zowel van het personeel van elk van de desbetreffende scholen als van de ouders van de leerlingen van elk van de desbetreffende scholen.

2.

Bij de berekening van het aantal leden van de medezeggenschapsraad wordt uitgegaan van het gezamenlijk aantal leerlingen van de desbetreffende scholen, met dien verstande dat het aantal leden in elk geval het dubbele van het aantal scholen bedraagt.

3.

In elk van de delen van de medezeggenschapsraad, die ingevolge artikel 4, derde lid onder a en b, van de wet worden gekozen, wordt ten minste een lid uit elk van de desbetreffende scholen gekozen.

4.

De schoolleider van elk van de desbetreffende scholen heeft, met adviserende stem, mede zitting in de medezeggenschapsraad, indien hij niet tot lid daarvan is gekozen.

Artikel C-3

Artikel C-2 is van overeenkomstige toepassing op de voorlopige medezeggenschapsraad.

§ D. Cursussen voor voortgezet onderwijs van geringe omvang

Artikel D-1

In afwijking van de wet voor wat betreft de artikelen 4, tweede tot en met zesde lid, en 24, tweede lid, gelden de bepalingen van deze paragraaf voor die cursussen voor voortgezet onderwijs, waarvan de cursusduur minder dan één jaar bedraagt en waaraan per leerling per week gedurende minder dan 7 lesuren onderwijs wordt gegeven.

Artikel D-2
1.

Het aantal leden van de medezeggenschapsraad bedraagt aan een cursus als bedoeld in artikel D-1 met minder dan 250 leerlingen ten hoogste 3 leden, met 250 tot 750 leerlingen ten hoogste 5 leden, met 750 tot 1250 leerlingen ten hoogste 7 leden en met 1250 of meer leerlingen ten hoogste 9 leden.

2.

De medezeggenschapsraad bestaat uit leden die uit en door het personeel worden gekozen.

Artikel D-3

Het aantal leden van de voorlopige medezeggenschapsraad bedraagt aan een cursus als bedoeld in artikel D-1 met minder dan 250 leerlingen 2 leden, met 250 tot 750 leerlingen 4 leden, met 750 tot 1250 leerlingen 6 leden en met 1250 of meer leerlingen 8 leden. Artikel D-2, tweede lid is van overeenkomstige toepassing.

Artikel D-4

Indien op het moment van inwerkingtreding van dit besluit aan een cursus als bedoeld in artikel D-1 geen medezeggenschapsraad of voorlopige medezeggenschapsraad is verbonden in overeenstemming met het bepaalde in de artikelen D-2 en D-3, wordt binnen drie maanden een voorlopige medezeggenschapsraad gekozen.

§ E. Groepen van cursussen en groepen van een school en een of meer cursussen

Artikel E-1

In afwijking van de wet voor wat betreft artikel 4, eerste en achtste lid, gelden de bepalingen van deze paragraaf voor die gevallen, waarin meer cursussen voor voortgezet onderwijs, die geen organisatorische eenheid vormen, door hetzelfde bevoegd gezag in stand worden gehouden, dan wel een bevoegd gezag een school en een of meer daaraan verbonden cursussen in stand houdt.

Artikel E-2
1.

In een geval als bedoeld in artikel E-1 kan het bevoegd gezag een medezeggenschapsraad instellen voor een of meer groepen van cursussen en, onderscheidenlijk of, voor een of meer cursussen afzonderlijk, dan wel voor een groep van een school en een of meer cursussen.

2.

Indien het bevoegd gezag een medezeggenschapsraad instelt voor een groep van cursussen, dan wel voor een groep van een school en een of meer cursussen, wordt bij de berekening van het aantal leden van de medezeggenschapsraad uitgegaan van het gezamenlijk aantal leerlingen van de desbetreffende cursussen, onderscheidenlijk school en cursus dan wel cursussen.

3.

Indien het bevoegd gezag een medezeggenschapsraad instelt voor een groep van cursussen, dan wel voor een groep van een school en een of meer cursussen kan de verkiezing van de leden van de medezeggenschapsraad plaatsvinden volgens een stelsel, waarin de desbetreffende cursussen, onderscheidenlijk school en cursus dan wel cursussen evenredig zijn vertegenwoordigd.

Artikel E-3

Artikel E-2 is van overeenkomstige toepassing op de voorlopige medezeggenschapsraad.

§ F. Medezeggenschap en samenvoeging van scholen

Artikel F-1
1.

In afwijking van de wet voor wat betreft de artikelen 3, eerste lid, 4, tweede lid, en 24, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, eerste en tweede volzin, gelden de bepalingen van deze paragraaf in die gevallen waarin een school ontstaat uit samenvoeging van twee of meer scholen.

2.

Onder samenvoeging wordt voor de toepassing van deze paragraaf verstaan:

Artikel F-2

In het geval dat aan de samen te voegen scholen met toepassing van artikel 17, eerste dan wel tweede lid, van de wet een gezamenlijke medezeggenschapsraad is gekozen, geldt deze raad vanaf de samenvoeging als krachtens artikel 4 van de wet te zijn gekozen aan de nieuwe school. Het medezeggenschapsreglement van de scholen geldt vanaf de samenvoeging als krachtens artikel 3, eerste lid, van de wet te zijn vastgesteld aan de nieuwe school, met uitzondering van de bepalingen ten aanzien waarvan het bevoegd gezag en de gezamenlijke medezeggenschapsraad, gezien de veranderingen in de feitelijke situatie, gezamenlijk constateren dat zij niet kunnen werken in de situatie na de samenvoeging. Indien is geconstateerd dat een of meer bepalingen van het medezeggenschapsreglement niet kunnen werken in de situatie na de samenvoeging, en het bevoegd gezag van oordeel is dat het medezeggenschapsreglement om die reden aanpassing behoeft, legt het bevoegd gezag na de samenvoeging onverwijld een wijziging van het medezeggenschapsreglement als voorstel aan de medezeggenschapsraad voor.

Artikel F-3

In het geval dat scholen met gelijkluidende medezeggenschapsreglementen worden samengevoegd, geldt vanaf de samenvoeging als krachtens artikel 4 van de wet aan de nieuwe school te zijn gekozen een medezeggenschapsraad, samengesteld uit de leden van de medezeggenschapsraden van deze scholen. De aldus samengestelde raad is aan de nieuwe school verbonden totaan de verkiezing van de medezeggenschapsraad van deze school. De medezeggenschapsreglementen van de scholen gelden vanaf de samenvoeging als het krachtens artikel 3, eerste lid, van de wet aan de nieuwe school vastgestelde medezeggenschapsreglement, met uitzondering van de bepalingen ten aanzien waarvan het bevoegd gezag en de medezeggenschapsraden van de samen te voegen scholen, gezien de veranderingen in de feitelijke situatie, gezamenlijk constateren dat zij niet kunnen werken in de situatie na de samenvoeging. Indien is geconstateerd dat een of meer bepalingen van het medezeggenschapsreglement niet kunnen werken in de situatie na de samenvoeging, en het bevoegd gezag van oordeel is dat het medezeggenschapsreglement om die reden aanpassing behoeft, legt het bevoegd gezag na de samenvoeging onverwijld een wijziging van het medezeggenschapsreglement als voorstel aan de medezeggenschapsraad voor.

Artikel F-4

In andere gevallen van samenvoeging dan die, bedoeld in de artikelen F-2 en F-3, geldt vanaf de samenvoeging als krachtens artikel 24, eerste lid, van de wet aan de nieuwe school te zijn gekozen een voorlopige medezeggenschapsraad, samengesteld uit de leden van de raden van de samengevoegde scholen. Na de samenvoeging legt het bevoegd gezag onverwijld een medezeggenschapsreglement als voorstel aan de voorlopige raad voor. Vervolgens spreekt de voorlopige raad zich, na overleg met het bevoegd gezag, binnen drie maanden over het voorstel uit.

Artikel F-5

Het bevoegd gezag kan in overeenstemming met de medezeggenschapsraden van de samen te voegen scholen besluiten, geen toepassing te geven aan het bepaalde in artikel F-2, F-3 onderscheidenlijk F-4. Alsdan wordt binnen drie maanden na de samenvoeging een voorlopige medezeggenschapsraad gekozen aan de nieuwe school en legt het bevoegd gezag onverwijld daarna een medezeggenschapsreglement als voorstel aan deze raad voor. Vervolgens spreekt de voorlopige raad zich, na overleg met het bevoegd gezag, binnen drie maanden over het voorstel uit.

§ G. Medezeggenschap na splitsing van scholen

Artikel G-1

In afwijking van de wet voor wat betreft artikel 3, eerste lid, gelden de bepalingen van deze paragraaf in die gevallen waarin een school wordt gesplitst, behoudens voor zover de splitsing geschiedt met het oog op een onmiddellijk op de splitsing volgende samenvoeging als bedoeld in Paragraaf F van dit besluit.

Artikel G-2

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.