Uitvoering Wet op de gevaarlijke werktuigen en Besluit containers

Type Ministeriële regeling
Publication 2015-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 4, tweede lid, eerste zin, vijfde en zesde lid, artikel 5, derde en vierde lid, artikel 11, eerste lid, en artikel 12, eerste lid, eerste zin, van de Wet op de gevaarlijke werktuigen (Stb. 1952 104), alsmede artikel 2, onder c, artikel 8, tweede lid, en artikel 15, derde lid, van het Besluit containers (Stb. 1983, 177).

Besluit:

Hoofdstuk I. Inleidende bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

Als wissellaadbakken, bedoeld in artikel 1a, onder 3°, van het Warenwetbesluit containers, worden aangemerkt containers die:

Hoofdstuk II. Keuring

Artikel 3

De beproevingen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van het Warenwetbesluit containers, worden uitgevoerd overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 4 tot en met 10.

Artikel 4
1.

Bij de hefbeproeving wordt de container op zodanige wijze opgehesen, dat er zo weinig mogelijk versnellingskrachten ontstaan. Daarna wordt de container gedurende vijf minuten opgehesen gehouden of ondersteund en vervolgens op de begane grond geplaatst.

2.

Een container die ingericht is om te worden gehesen aan zijn hoekstukken, wordt bij de herbeproeving:

3.

Een container die ingericht is om te worden opgehesen met behulp van lepels in sleuven, wordt bij de hefbeproeving geplaatst op staven die zich in één horizontaal vlak bevinden en waarvan de breedte overeenstemt met die van de voor het heffen van een beladen container te gebruiken lepels. De container moet zodanig worden geplaatst, dat in elke lepelsleuf een staaf gestoken is over een afstand van 75% van de lengte van de sleuf.

4.

Een container die ingericht is om te worden opgehesen met behulp van grijparmen, wordt bij de hefbeproeving met elk van de aangrijpingspunten geplaatst op steunblokken waarvan de bovenzijden zich in één horizontaal vlak bevinden en waar van de afmetingen overeenstemmen met die van de aangrijpingspunten

5.

Gedurende de hefbeproeving moet de container gelijktijdig onderworpen zijn aan de belastingen overeenkomstig de hierna volgende tabel:

kolom 1 kolom 2
container als bedoeld in het: een zodanige inwendige, gelijkmatig verdeelde, belasting dat de totale massa van de container en de beproevingsbelasting gelijk is aan:
tweede lid 2 R
derde lid 1,25 R
vierde lid 1,25 R

met dien verstande dat zodanige uitwendige krachten worden uitgeoefend, dat de totale massa zoals aangegeven in kolom 2 kan worden opgeheven.

Bij een tankcontainer wordt, indien de totale massa van de container en de inwendig aangebrachte beproevingsbelasting minder is dan 2R, een aanvullende belasting verdeeld over de lengte van de tank op de container aangebracht.

6.

Een container die ingericht is om in beladen toestand te worden opgehesen of opgeheven volgens een methode, anders dan bedoeld in het tweede, derde of vierde lid, moet tevens worden onderworpen aan een inwendige belasting en aan uitwendig uitgeoefende krachten, welke de aan die methode eigen versnellingskrachten typeren.

Artikel 5
1.

Bij de stapelbeproeving wordt de container met het midden van elk van de vier bodemhoekstukken geplaatst op steunblokken waarvan de bovenzijden zich in één horizontaal plat vlak bevinden, de afmetingen zoveel mogelijk overeenstemmen met die van de bodemhoekstukken en de onderzijden rusten op een niet vervormbaar horizontaal oppervlak.

2.

Gedurende de stapelbeproeving wordt de container gelijktijdig onderworpen aan:

3.

Indien bij internationaal vervoer de omstandigheden zodanig zijn dat de maximale verticale versnelling aanmerkelijk afwijkt van 1,8 g en het gebruik van de container op betrouwbare en doeltreffende wijze is beperkt tot zodanige vervoersomstandigheden, mag het stapelgewicht worden aangepast aan de bijbehorende versnellingswaarden.

4.

Na geslaagde voltooiing van de stapelbeproeving met gebruikmaking van het aangepaste stapelgewicht, bedoeld in het derde lid, wordt de toelaatbare statische stapelbelasting op de bovenzijde van de container bepaald en wordt deze op een goed zichtbare plaats vermeld op de plaat, bedoeld in artikel 12, eerste lid, met inachtneming van het tweede lid van dat artikel.

5.

Tankcontainers kunnen in onbeladen toestand worden beproefd.

Artikel 6
1.

De puntbelastingsbeproeving wordt uitgevoerd op de buitenzijde van het dak en op de binnenzijde van de bodem van de container.

2.

Bij de puntbelastingsbeproeving op de buitenzijde van het dak wordt die buitenzijde op het zwakste gedeelte over een oppervlakte van 600 mm × 300 mm onderworpen aan een uitwendige, gelijkmatig verdeelde, belasting, bestaande in een vertikaal neerwaarts gerichte zwaartekracht als gevolg van een massa van 300 kilogram.

3.

Bij de puntbelastingsbeproeving op de binnenzijde van de bodem wordt de container met de bodemhoeken geplaatst op steunblokken waarvan de bovenzijden zich in één horizontaal vlak bevinden, en wel zodanig dat het bodemraam van de container vrij kan buigen. In deze stand van de container wordt over zijn gehele bodem een proeflast voortbewogen van 54,6 kg, bestaande in twee lasten van 27,3 kg die elk met de bodem een aanrakingsoppervlakte hebben van 142 cm² bij een breedte van 180 mm en waarvan de middelpunten 760 mm van elkaar verwijderd zijn.

Artikel 7

Bij de torsiebeproeving wordt de container in onbeladen toestand met elk van de bodemhoeken bevestigd op steunblokken waarvan de bovenzijden zich in één horizontaal vlak bevinden, en wel zodanig dat de container niet in vertikale richting kan worden bewogen en dat zijwaartse beweging met alleen wordt verhinderd aan de bodemhoeken die diagonaal gelegen zijn tegenover de hoeken waarop de beproevingskrachten worden uitgeoefend. In deze stand van de container wordt afzonderlijk of gelijktijdig op de kopstructuren een zodanige uitwendige belasting, gelijk aan die waarvoor de container ontworpen is, uitgeoefend dat hij zijwaarts wordt geduwd en getrokken en wel:

een en ander in de richting van de bovenhoekstukken langs lijnen, evenwijdig met het bodemraam en de vlakken van de kopwanden, en vervolgens in omgekeerde richting.

Artikel 8
1.

Bij de beproeving van de weerstand tegen vervorming in de lengterichting (statische belasting) wordt de container aan twee bodemhoekstukken die zich aan één zijde van de container bevinden, in de lengterichting vastgezet aan deugdelijke verankeringspunten. In deze stand wordt de container onderworpen aan:

2.

Wanneer bij een tankcontainer de totale massa van de container en de inwendig aangebrachte beproevingsbelasting minder is dan R, wordt op die container een aanvullende belasting aangebracht.

Artikel 9
1.

Bij de beproeving van de kopwanden wordt een inwendige, gelijkmatig verdeelde, kracht van 0,4 × de zwaartekracht bij Pg uitgeoefend op:

2.

In geval van afzonderlijke beproeving van de kopwanden moeten de reactiekrachten van de op die kopwanden uitgeoefende belasting zich beperken tot de structuur van het bodemraam van de container.

3.

Indien de kopwanden van een container zodanig ontworpen zijn dat zij een andere kracht dan 0,4 × de zwaartekracht bij Pg kunnen weerstaan, moet, in afwijking van het eerste lid, die andere belasting worden uitgeoefend.

Artikel 10
1.

Bij de beproeving van de zijwanden wordt een inwendige, gelijkmatig verdeelde, kracht van 0,6 × de zwaartekracht bij Pg uitgeoefend op:

2.

Bij de beproeving, bedoeld in het eerste lid, moeten de reactiekrachten van de op de zijwand uitgeoefende belasting zich beperken tot de hoekstukken.

3.

Bij de beproeving, bedoeld in het eerste lid, moet een container die geen vaste bovenafdekking heeft, zich bevinden in de staat waarin die container bestemd is te worden gebruikt.

4.

Indien de zijwanden van een container zodanig ontworpen zijn, dat zij een andere kracht dan 0,6 × de zwaartekracht bij Pg kunnen weerstaan, moet, in afwijking van het eerste lid, die andere belasting worden uitgeoefend.

Hoofdstuk III. Merk van goedkeuring

Artikel 11

Vervallen

Artikel 12
1.

Het merk van goedkeuring van een container bestaat in een plaat van duurzaam corrosie- en brandbestendig materiaal met een formaat van ten minste 200 mm × 100 mm, waarop in ten minste de Engelse of de Franse taal duidelijk en onuitwisbaar met betrekking tot de container vermeld moeten zijn:

2.

De inrichting van de plaat, bedoeld in het eerste lid, geschiedt overeenkomstig Bijlage 1, Hoofdstuk I, Bepaling 1, en Aanhangsel bij de Internationale Overeenkomst voor veilige containers 1972 (Trb. 1976, 28).

3.

Wanneer het toelaatbaar stapelgewicht of de belastingswaarde bij torsiebeproeving lager is dan 192.000 kg respectievelijk 150 kN, wordt de container geacht een verminderd stapelvermogen respectievelijk een verminderde bestendigheid bij torsiebelasting te hebben en wordt zulks op een goed zichtbare plaats op vermeld op de plaat, bedoeld in het eerste lid, met inachtneming van het tweede lid.

Artikel 13

Fabrikanten van en handelaren in containers zijn bevoegd om containers die geheel overeenkomstig een of meer goedgekeurde, het type kenmerkende monsters vervaardigd zijn, te voorzien van het merk van goedkeuring, onder voorwaarde dat:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.