Herleiding gedeelten van kalenderjaren en van jaarpremies

Type Ministeriële regeling
Publication 2024-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 13, derde lid, van de Algemene Ouderdomswet

Gehoord de Sociale Verzekeringsbank:

Besluit:

Artikel 1
1.

Gedeelten van kalenderjaren, gedurende welke de pensioengerechtigde na het bereiken van de aanvangsleeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, doch voor het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, niet verzekerd is geweest, worden voor de vaststelling van de korting, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet, samengeteld en herleid tot gehele kalenderjaren.

2.

Gedeelten van kalenderjaren, gedurende welke de echtgenoot van de pensioengerechtigde na het bereiken van de aanvangsleeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, doch vóór het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet van die pensioengerechtigden niet verzekerd is geweest, worden voor de vaststelling van de korting, bedoeld in artikel 13, tweede lid, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet, samengeteld en herleid tot gehele kalenderjaren.

3.

De samentelling en herleiding, bedoeld in het eerste en tweede lid, geschiedt met inachtneming van het volgende:

4.

Een na de in het eerste, tweede en derde lid bedoelde herleiding overblijvend gedeelte van een kalenderjaar blijft verder buiten beschouwing. Het bepaalde in de vorige volzin vindt overeenkomstig toepassing, indien de samentelling minder dan een kalenderjaar oplevert, alsmede indien de betrokkene slechts éénmaal gedurende een voor korting meetellend gedeelte van een kalenderjaar niet verzekerd is geweest.

Artikel 2

Vervallen

Artikel 3

Vervallen

Artikel 4

Deze regeling berust mede op artikel 7, tweede lid, van de Algemene Ouderdomswet.

Artikel 5

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling herleiding van gedeelten van kalenderjaren.

Artikel 1a
1.

Gedeelten van kalenderjaren, gedurende welke de pensioengerechtigde na het bereiken van de aanvangsleeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, doch voor het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, verzekerd is geweest, worden voor de vaststelling of de pensioengerechtigde minimaal één kalenderjaar verzekerd is geweest als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, van de Algemene Ouderdomswet samengesteld en herleid tot gehele kalenderjaren.

2.

Artikel 1, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.