Besluit van 13 augustus 1985, houdende voorschriften omtrent de bekostiging van scholen voor kinderen van wie de ouders een trekkend bestaan leiden
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen, drs. G. van Leijenhorst, van 7 juni 1985, nr. 6359/2326, centrale directie Wetgeving en Juridische Zaken;
Gelet op artikel 115 van de Wet op het basisonderwijs (Stb. 1984, 2);
Gehoord de Onderwijsraad (advies van 10 oktober 1984, nr. O.R. III/99815LO);
De Raad van State gehoord (advies van 23 juli 1985, nr. W05.85.0299/12.5.29);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen, drs. G. van Leijenhorst, van 2 augustus 1985, nr. 6640/2326, centrale directie Wetgeving en Juridische Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Titel A. Algemeen
Artikel A 1. Begripsbepalingen
In dit besluit wordt verstaan onder:
wet: Wet op het primair onderwijs;
school: een basisschool als bedoeld in de titels B en C van dit besluit, tenzij het tegendeel blijkt;
schooljaar: het tijdvak van 1 augustus tot en met 31 juli daaraanvolgend voor zover in dit besluit niet anders is bepaald.
Artikel A 2. Afwijking van bepalingen en van overeenkomstige toepassing zijnde bepalingen van de WPO
Artikel 4 van de wet is niet van toepassing op een school als bedoeld in dit besluit. Artikel 2 van de wet is niet van toepassing op de school, bedoeld in titel C van dit besluit.
De artikelen 8, 10 tot en met 16, behoudens de in artikel 13 bedoelde algemene maatregel van bestuur, 29 tot en met 36, 38a, 40, eerste, tweede en negende tot en met elfde lid, 40b, 41, 42, 45a, 50 tot en met 63, 66, 67, 69, zesde lid, 120, 152, 155, 165 tot en met 179, 181, 182, 183, 187 tot en met 191 en 194 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing. Voorts is het Besluit vernieuwde kerndoelen WPO van overeenkomstige toepassing.
Artikel A 3. Van overeenkomstige toepassing zijnde bepaling van het Besluit bekostiging WPO
Vervallen
Titel B. Rijdende scholen voor kinderen van kermisexploitanten of van circusmedewerkers
Afdeling 1. Algemeen
Artikel B 1. Standplaats scholen
Het onderwijs aan kinderen van wie de ouders in het kermisbedrijf of het circusbedrijf werkzaam zijn, wordt gegeven in daartoe ingerichte voertuigen die standplaats kiezen bij daarvoor in aanmerking komende kermissen of circussen.
Gedurende een aantal maanden in het jaar kunnen de scholen een vaste standplaats innemen die wordt bepaald door het bevoegd gezag in overeenstemming met de inspecteur. Indien de inspecteur bedenkingen heeft tegen de standplaats en het bevoegd gezag weigert daaraan tegemoet te komen, besluit Onze Minister.
In afwijking van het eerste lid kan het onderwijs ook gedeeltelijk op afstand worden gegeven.
Afdeling 2. Onderwijs
Artikel B 2. Doelgroep
Het onderwijs aan kinderen van wie de ouders in het kermisbedrijf, onderscheidenlijk het circusbedrijf werkzaam zijn, wordt gegeven in scholen die bestemd zijn voor kinderen vanaf de leeftijd van 4 tot omstreeks 12 jaar. Het legt mede de grondslag voor het volgen van aansluitend basisonderwijs, onderscheidenlijk aansluitend voortgezet onderwijs.
Artikel B 3. Inhoud onderwijs
Artikel 9 , eerste tot en met derde lid, vijfde en zesde lid, van de wet is van overeenkomstige toepassing.
Artikel B 3a
Vervallen.
Artikel B 4
Vervallen.
Artikel B 5. Reisplan
Vervallen
Afdeling 3. Personeel
Artikel B 6
Vervallen
Artikel B 7. Directie, leraren en onderwijsondersteunend personeel
Vervallen
Artikel B 8
Vervallen
Artikel B 9
Vervallen
Afdeling 4. Leerlingen
Artikel B 10. Toelatingsleeftijd, duur onderwijs
Om als leerling tot een school voor kinderen als bedoeld in artikel B 2 te worden toegelaten, moet het kind de leeftijd van 4 jaar hebben bereikt.
De leerlingen verlaten de school, bedoeld in het eerste lid, in elk geval na afloop van het schooljaar waarin zij de leeftijd van 14 jaar hebben bereikt.
Afdeling 5. Overige bepalingen
Artikel B 10a. Godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs
Vervallen
Artikel B 11
Vervallen
Afdeling 6. Bekostiging
§ 1. Algemeen
Artikel B 12. Besluit bekostiging WPO 2022
De artikelen 1, 2, 4, 9 tot en met 12, 23, 24 en 26 van het Besluit bekostiging WPO 2022 zijn van overeenkomstige toepassing.
§ 2. Aanvang van de bekostiging
Artikel B 13. Verzoek om bekostiging
Het bevoegd gezag van een bijzondere school kan Onze Minister verzoeken de school voor bekostiging in aanmerking te brengen.
Het verzoek gaat vergezeld van een opgave van het verwachte aantal leerlingen en de voorgestelde datum van aanvang van de bekostiging. Voorts vermeldt het bevoegd gezag naam en adres van het bevoegd gezag en de richting van de school.
Onze Minister willigt het verzoek in elk geval in, indien op grond van de bij het verzoek overgelegde gegevens aannemelijk is dat de school zal worden bezocht door ten minste 20 leerlingen.
Onze Minister besluit binnen 3 maanden na ontvangst van het verzoek. Indien Onze Minister niet binnen 3 maanden heeft besloten, is het verzoek ingewilligd.
§ 3. Voorziening in de huisvesting
Artikel B 14. Voertuigen bestemd voor de huisvesting
Het bevoegd gezag van een bijzondere school dat een voertuig bestemd voor de huisvesting wenst met inbegrip van ingrijpende voorzieningen aan een dergelijk voertuig, dient een daartoe strekkend verzoek in bij Onze Minister. Het bevoegd gezag vermeldt de reden en de omvang van de voorziening.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing, indien het bevoegd gezag een andere voorziening wenst die niet het gewoon onderhoud betreft, alsmede indien het bevoegd gezag een aanschaffing wenst te doen waarmee bij de eerste inrichting van de school geen rekening was gehouden.
Onze Minister weigert inwilliging van het verzoek, indien hij van oordeel is dat:
- a. op andere wijze dan is gevraagd redelijkerwijs in de behoefte aan huisvesting van de school kan worden voorzien;
- b. de voorgenomen voorziening niet gerechtvaardigd is op grond van de te verwachten ontwikkeling van het aantal leerlingen;
- c. de voorgenomen voorziening niet gerechtvaardigd is op grond van onderwijskundige ontwikkelingen;
- d. de voorgenomen voorziening op grond van de hem ten dienste staande gegevens niet noodzakelijk is.
Alvorens Onze Minister een besluit neemt die afwijkt van hetgeen in het verzoek is aangegeven, pleegt hij overleg met het bevoegd gezag.
Artikel B 13, vierde lid, van dit besluit is van overeenkomstige toepassing.
Artikel B 15. Onderscheiden kosten
De kosten die voor vergoeding uit 's Rijks kas in aanmerking kunnen komen, zijn:
- a. de kosten, bedoeld in artikel 115, tweede lid, onderdelen a tot en met d, f tot en met i en k, van de wet;
- b. het onderhoud en de schoonmaak van het voertuig, bedoeld in artikel B 14;
- c. de kosten voor verplaatsing en inneming van standplaats;
- d. de kosten voor noodzakelijk vervoer van leerlingen ten behoeve van het schoolbezoek; en
- e. de reiskosten en andere noodzakelijke kosten verbonden aan het ononderbroken meerdaagse verblijf van het personeel.
De bekostiging is redelijkerwijs voldoende voor het leiden en beheren van de school, voor het geven van onderwijs aan de school en voor de overige werkzaamheden die verband houden met het onderwijs aan de school.
De bekostiging bestaat uit een jaarlijks bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag per school.
§ 4. Bekostiging
Artikel B 16. Aanvullende bekostiging bij bijzondere ontwikkelingen
In geval van bijzondere ontwikkelingen in het basisonderwijs, kan Onze Minister in aanvulling op de bekostiging, bedoeld in artikel B 15, bekostiging verstrekken.
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over het verstrekken van de aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid.
Onze Minister kan een bekostigingsplafond instellen voor de aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid. In dat geval worden bij ministeriële regeling regels gesteld over de verdeling.
§ 4A. Bekostiging personeel
Artikel B 16a. Bekostiging
Vervallen
Artikel B 16b. Vaststelling bekostiging personeel
Vervallen
Artikel B 16c. Verstrekken gegevens aan Minister
Vervallen
Artikel B 16d. Opbouw normatieve formatie
Vervallen
Artikel B 16e. Berekening basisformatie
Vervallen
Artikel B 16f. Berekening formatie vakonderwijs
Vervallen
Artikel B 16g. Aanvullende bekostiging voor de schoolleiding
Vervallen
Artikel B 16h. Opslag i.v.m. formatieve fricties
Vervallen
Artikel B 16i. Opslag vanwege herbezetting i.v.m. arbeidsduurverkorting
Vervallen
Artikel B 16i.1. Opslag vanwege herbezetting i.v.m. uitbreiding arbeidsduurverkorting
Vervallen
Artikel B 16i.2. Opslag vanwege herbezetting i.v.m. toepassing regeling bevordering arbeidsparticipatie ouderen
Vervallen
Artikel B 16i.3. Opslag t.b.v. schoolspecifiek formatie- en personeelsbeleid voor de schooljaren 1993-1994 en 1994-1995
Vervallen
Artikel B 16j. Opbouw formatie speciale doeleinden
Vervallen
Artikel B 16k. Berekening formatie onderwijs in eigen taal en cultuur
Vervallen
Artikel B 16k.1. Berekening formatie voor personeelsbeleid, kwaliteitsverbetering en innovatie
Vervallen
Artikel B 16l. Budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid
Vervallen
Artikel B 16m. Omrekening formatieplaatsen en uren in formatierekeneenheden
Vervallen
§ 5. Wijze van bekostiging
Artikel B 17. Vergoeding Rijk aan bevoegd gezag van een bijzondere school van kosten voor voertuigen bestemd voor de huisvesting
Het Rijk vergoedt aan het bevoegd gezag van een bijzondere school de kosten van de voorzieningen genoemd in artikel B 14.
Artikel B 18. Bekostiging voor de materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding
Vervallen
Artikel B 19. Rekening en verantwoording
Vervallen
Artikel B 20. Vaststelling bekostiging en latere wijziging bekostiging
Onze Minister stelt jaarlijks uiterlijk op 1 januari, de bekostigingsbedragen, bedoeld in artikel B 15 vast. De bedragen hebben betrekking op een kalenderjaar.
De in het eerste lid bedoelde bekostigingsbedragen kunnen gedurende het kalenderjaar door Onze Minister worden gewijzigd wegens algemene salarismaatregelen of wegens andere al dan niet uit de rijksbegroting voortvloeiende maatregelen.
Artikel B 20a. Besteding vergoeding personeel
De vergoeding, bedoeld in artikel B 20, eerste lid onderdeel a, wordt besteed aan de kosten van het personeel dat is aangesteld ten laste van het formatiebudget.
De vergoeding, bedoeld in artikel B 20, eerste lid onderdeel b, wordt besteed aan personele uitgaven.
Artikel B 21. Betaalritme
De betaling van de bekostiging vindt maandelijks plaats in een bij ministeriële regeling vast te stellen betaalritme dat voor verschillende delen van de bekostiging verschillend kan worden vastgesteld.
§ 6. Beëindiging van de bekostiging
Artikel B 22. Einde bekostiging
De bekostiging van een school onder het bevoegd gezag wordt beëindigd op 1 augustus indien het aantal leerlingen van alle scholen onder dat bevoegd gezag gedurende drie achtereenvolgende jaren per school gemiddeld telkens minder heeft bedragen dan 10.
De bekostiging van een bijzondere school wordt niet beëindigd binnen de eerste 5 jaren van bekostiging van de school.
Artikel B 23. Overdracht van gebouwen, terreinen en roerende zaken
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.