Besluit van 3 december 1985

Type AMvB
Publication 2022-07-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L. de Graaf, van 20 september 1985, Directoraat-Generaal Sociale Zekerheid, Directie Sociale Verzekeringen, Hoofdafdeling Volksverzekeringen, nr. SZ/SV/VV/85/3297;

Gelet op de artikelen 57, onderdeel b, en 60, onderdeel b, van de Algemene Ouderdomswet (Stb. 1985, 181);

De Raad van State gehoord (advies van 29 oktober 1985, No. W.12.85.0503/17.5.44);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L. de Graaf, d.d. 28 november 1985, Directoraat-Generaal Sociale Zekerheid, Directie Sociale Verzekeringen, Hoofdafdeling Volksverzekeringen, nr. SZ/SV/VV/85/3297;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

Voor de toepassing van artikel 55 van de Algemene Ouderdomswet wordt met het wonen binnen het Rijk gelijkgesteld:

Artikel 2

Voor de toepassing van artikel 55 van de Algemene Ouderdomswet wordt met het wonen binnen het Rijk gelijkgesteld het wonen buiten het Rijk gedurende de tijd, dat betrokkene verzekerd was ingevolge de Algemene Ouderdomswet.

Artikel 3

Voor de toepassing van artikel 56 van de Algemene Ouderdomswet wordt met het wonen binnen het Rijk gelijkgesteld:

Artikel 4

Vervallen

Artikel 5

Vervallen

Artikel 6
1.

Voor de toepassing van artikel 56 van de Algemene Ouderdomswet wordt met het wonen binnen het Rijk gelijkgesteld het wonen buiten het Rijk van degene, die van 1 januari 1957 tot het bereiken van de leeftijd van 65 jaar onafgebroken verzekerd is geweest krachtens de Algemene Ouderdomswet.

2.

Voor de toepassing van het bepaalde in het eerste lid, onderdeel a, wordt, uitsluitend voor de vaststelling van de toeslag, bedoeld in artikel 8 van de Algemene Ouderdomswet met toepassing van het bepaalde in artikel 13, tweede lid, onderdeel a, van die wet de jongere echtgenoot van de pensioengerechtigde geacht het 65ste levensjaar te hebben voleindigd op dezelfde dag als die pensioengerechtigde.

Artikel 7

Vervallen

Artikel 8

Vervallen

Artikel 9

Vervallen

Artikel 10. Overgangsrecht
1.

De artikelen 4, 5, 7 en 10, zoals die artikelen luidden op 30 juni 2022, blijven van toepassing op degene waarbij voor de toepassing van de artikel 55 dan wel artikel 56 het wonen buiten Nederland op die dag is gelijkgesteld met het wonen in Nederland.

2.

Artikel 6, eerste lid, onderdeel b, zoals dat onderdeel luidde op 30 juni 2022, blijft van toepassing op degene waarbij voor de toepassing van de artikel 55 dan wel artikel 56 het wonen buiten Nederland op die dag is gelijkgesteld met het wonen in Nederland.

Artikel 11

Het koninklijk besluit van 20 december 1956 (Stb. 628) tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de artikelen 45, onder b, en 48, onder b, van de Algemene Ouderdomswet, wordt ingetrokken.

Artikel 12

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Lasten en bevelen, dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.