Wet van 16 mei 1986, houdende regelen inzake de toekenning van een buitengewoon pensioen aan de deelnemers aan het verzet in het voormalige Nederlands-Indië en aan hun nagelaten betrekkingen

Type Wet
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regelen te stellen betreffende het toekennen van buitengewoon pensioen aan hen, die tijdens de vijandelijke bezetting van het voormalige Nederlands-Indië hebben deelgenomen aan het verzet, alsmede aan hun nagelaten betrekkingen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

hoofdstuk Eerste. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze wet wordt verstaan onder:

Artikel 1a

Voor de toepassing van deze wet wordt gelijkgesteld met:

Artikel 2
1.

Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder:

2.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën van personen worden aangewezen op wie deze wet van overeenkomstige toepassing zal zijn.

Artikel 3
1.

Deze wet is van toepassing op de deelnemers aan het verzet en hun nagelaten betrekkingen, die de Nederlandse nationaliteit bezitten.

2.

De Raad kan deze wet van toepassing verklaren op de verzetsdeelnemer of zijn nagelaten betrekkingen indien ten aanzien van hen sprake is van zodanige bij hen gelegen omstandigheden dat als gevolg daarvan het een klaarblijkelijke hardheid zou zijn hen van de toepassing van deze wet uit te sluiten. Een dergelijk besluit wordt niet genomen dan nadat Onze Minister daarin heeft toegestemd. Toestemming kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.

3.

Voor toekenning van buitengewoon pensioen dan wel erkenning als deelnemer aan het verzet komen niet in aanmerking zij, die zich tijdens de vijandelijke bezetting van het Rijk in Azië uit Nederlands nationaal oogpunt beschouwd, onwaardig hebben gedragen. Evenmin komen in aanmerking de nagelaten betrekkingen van de deelnemers aan het verzet, op wie vorenbedoelde omschrijving van toepassing is.

Artikel 4

Vervallen

Artikel 5

De voordracht voor een krachtens deze wet vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet gedaan dan nadat het ontwerp in de Staatscourant is bekendgemaakt en aan een ieder de gelegenheid is geboden om binnen vier weken na de dag waarop de bekendmaking is geschied, wensen en bedenkingen ter kennis van Onze Minister te brengen. Gelijktijdig met de bekendmaking wordt het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd.

hoofdstuk Tweede. Het buitengewoon pensioen van de deelnemers aan het verzet

§ 1. Het recht op buitengewoon pensioen

Artikel 6
1.

De deelnemer aan het verzet heeft recht op buitengewoon pensioen ingeval van verwonding, verminking, ziekten of gebreken welke door of in verband met het verzet zijn ontstaan of verergerd dan wel het gevolg zijn van de behandeling ondervonden tijdens gevangenschap ter zake van het verzet, mits de toestand van de belanghebbende ten gevolge van de verwonding, verminking, ziekten of gebreken een invaliditeit blijkt te veroorzaken van tenminste 10%.

2.

Indien de in het eerste lid bedoelde verwonding, verminking, ziekten of gebreken een invaliditeit veroorzaken van tenminste 40%, doch het totaal der invaliditeit een hoger percentage bedraagt, geldt voor de vaststelling van de mate van invaliditeit waarnaar het buitengewoon pensioen wordt berekend, dit hogere percentage voorzover de meerdere invaliditeit niet duidelijk uit andere oorzaken dan het verzet is ontstaan.

3.

Het verband of gevolg, bedoeld in het eerste lid, wordt geacht aanwezig te zijn, indien de deelnemer aan het verzet:

4.

Bij de toepassing van dit artikel wordt rekening gehouden met de inzichten en ervaringen van de medische wetenschap met betrekking tot de relatie tussen het verzet en de geestelijke en lichamelijke gezondheidstoestand.

§ 2. De voet waarop het buitengewoon pensioen wordt verleend

Artikel 7

Het buitengewoon pensioen kan als blijvend of voorlopig pensioen worden toegekend.

Artikel 8

Het blijvend buitengewoon pensioen wordt toegekend, indien, hetzij bij eerste toekenning, hetzij bij vernieuwing van pensioen, verandering van het invaliditeitspercentage voor de toekomst niet aannemelijk wordt geacht.

Artikel 9
1.

Het voorlopig buitengewoon pensioen wordt toegekend, indien verandering van het invaliditeitspercentage voor de toekomst aannemelijk wordt geacht.

2.

Het voorlopig buitengewoon pensioen wordt voor tenminste één jaar en voor ten hoogste vijf jaren toegekend; een zodanig pensioen wordt opnieuw toegekend, zo dikwijls daartoe aanleiding bestaat. De termijn van tenminste één jaar is niet van toepassing bij de tweede of verdere toekenning van voorlopig buitengewoon pensioen.

§ 3. De pensioengrondslag

Artikel 10
1.

Ingeval krachtens deze wet aanspraak op buitengewoon pensioen bestaat, stelt de Raad de pensioengrondslag vast, waarnaar het buitengewoon pensioen wordt berekend.

3.

Indien het in het tweede lid bedoelde beroep of bedrijf buiten Nederland werd uitgeoefend, wordt bij de vaststelling van de pensioengrondslag, waarnaar het buitengewoon pensioen wordt berekend, rekening gehouden met het meest vergelijkbare beroep of bedrijf in Nederland, alsmede met de (vak)opleiding, bekwaamheid en andere factoren, welke ter zake van belang kunnen zijn.

4.

Bij de vaststelling van de pensioengrondslag, bedoeld in het tweede en derde lid, wordt geen rekening gehouden met de mogelijkheid van inkomensvermeerdering ten gevolge van bevordering, verhoging van de vakbekwaamheid, uitbreiding van het bedrijf of andere dergelijke factoren.

5.

Bij door Onze Minister te stellen regelen wordt bepaald wat onder inkomen uit arbeid in beroep of bedrijf, bedoeld in het tweede lid, moet worden verstaan.

6.

Indien de deelnemer aan het verzet vóór het tot uiting komen van zijn invaliditeit ten gevolge van de verwonding, verminking, ziekten of gebreken, bedoeld in artikel 6, door of in verband met het volgen van onderwijs nog geen arbeid in beroep of bedrijf uitoefende, en hij ten gevolge van die invaliditeit nimmer in staat is geweest door arbeid in beroep of bedrijf een inkomen te verwerven dat in overeenstemming was met het niveau van het gevolgde onderwijs, wordt de pensioengrondslag vastgesteld met inachtneming van door Onze Minister te stellen regelen.

7.

Indien de deelnemer aan het verzet ten tijde van het tot uiting komen van de invaliditeit, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, niet was aangewezen op inkomen uit arbeid in beroep of bedrijf dan wel de leeftijd heeft of had bereikt waarop gelijksoortige valide personen in de regel hun werkzaamheden beëindigen dan wel indien die invaliditeit niet heeft geleid tot beëindiging of vermindering van zijn werkzaamheden in beroep of bedrijf, wordt de pensioengrondslag vastgesteld op het bedrag genoemd in het achtste lid, onder a.

8.

De pensioengrondslag bedraagt per 1 januari 1983 op jaarbasis:

100 % van de eerste € 46.762,50
36,84% van de volgende € 28.878,11
30 % van de volgende € 15.197,39
20 % van de volgende € 15.426,00
10 % van de volgende € 15.239,15 en
5 % van de volgende € 30.382,47
van het overeenkomstig de voorgaande leden vastgestelde jaarinkomen. van het overeenkomstig de voorgaande leden vastgestelde jaarinkomen.

per 1 januari 2026 achtereenvolgens: € 79.092,21; € 48.843,30; € 25.704,26; € 26.090,94; € 25.774,90; € 51.387,74.

§ 4. De berekening van het buitengewoon pensioen

Artikel 11
1.

Het buitengewoon pensioen bedraagt zoveel procent van de pensioengrondslag als het voor de belanghebbende vastgestelde invaliditeitspercentage beloopt.

2.

Invaliditeitspercentages hoger dan tien worden naar boven afgerond in veelvouden van tien.

3.

Bij een percentage van minder dan tien wordt invaliditeit geacht niet te bestaan.

Artikel 12
1.

Het buitengewoon pensioen wordt éénmaal met 20% van de pensioengrondslag vermeerderd, wanneer een blijvend buitengewoon pensioen is verleend, dat is berekend naar een invaliditeit van 80 of 90%.

2.

Het buitengewoon pensioen wordt éénmaal met 40% van de pensioengrondslag vermeerderd, wanneer een blijvend buitengewoon pensioen is verleend, dat is berekend naar een invaliditeit van 100%.

Artikel 13

Tenzij de belanghebbende reeds op grond van het bepaalde in artikel 12 recht heeft op een vermeerdering, wordt het buitengewoon pensioen éénmaal met 20% van de pensioengrondslag vermeerderd, wanneer ten gevolge van de verwonding, verminking, ziekten of gebreken die ontstaan zijn als gevolg van het verzet:

òf

Artikel 14

Tenzij de belanghebbende reeds op grond van het bepaalde in artikel 12 recht heeft op een vermeerdering, wordt het buitengewoon pensioen éénmaal met 40% van de pensioengrondslag vermeerderd, wanneer ten gevolge van de verwonding, verminking, ziekten of gebreken, die ontstaan zijn als gevolg van het verzet:

òf

Artikel 15
1.

Wanneer op grond van verwonding, verminking, ziekten of gebreken als bedoeld in artikel 6, een buitengewoon pensioen wordt toegekend en uit hoofde van die verwonding, verminking, ziekten of gebreken behandeling of verpleging is vereist, wordt aan de gepensioneerde ter zake daarvan vergoeding verleend volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regelen.

2.

In afwijking van het eerste lid kan aan categorieën gepensioneerden vergoeding ter zake van bepaalde de behandeling of verpleging omvattende voorzieningen worden verleend zonder dat deze voorzieningen uit hoofde van verwonding, verminking, ziekten of gebreken als bedoeld in artikel 6, eerste lid, zijn vereist. Bij algemene maatregel van bestuur worden ter zake regels gesteld.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.