Wet van 16 mei 1986, houdende regelen inzake de toekenning van een buitengewoon pensioen aan de deelnemers aan het verzet in het voormalige Nederlands-Indië en aan hun nagelaten betrekkingen
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regelen te stellen betreffende het toekennen van buitengewoon pensioen aan hen, die tijdens de vijandelijke bezetting van het voormalige Nederlands-Indië hebben deelgenomen aan het verzet, alsmede aan hun nagelaten betrekkingen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
hoofdstuk Eerste. Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze wet wordt verstaan onder:
- a. Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
- b. de Raad: de Pensioen- en Uitkeringsraad, bedoeld in artikel 3 van de Wet uitvoering wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen;
- c. de Sociale verzekeringsbank: de Sociale verzekeringsbank, genoemd in hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
- d. de pensioengrondslag: de pensioengrondslag, bedoeld in artikel 10;
- e. nagelaten betrekkingen: de personen, bedoeld in de artikelen 19, 20 en 34;
- f. "minimum-pensioengrondslag": de pensioengrondslag, bedoeld in artikel 10, achtste lid, onder a.
Artikel 1a
Voor de toepassing van deze wet wordt gelijkgesteld met:
- a. huwelijk: het geregistreerd partnerschap;
- b. gehuwd: als partner geregistreerd;
- c. echtgenoot of echtgenote: de geregistreerde partner;
- d. weduwe of weduwnaar: de achtergebleven partij bij een geregistreerd partnerschap;
Artikel 2
Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder:
- a. verzet: activiteiten welke na de capitulatie van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger, anders dan in militair verband, werden verricht met het oogmerk door daad of houding afbreuk te doen aan de militaire of ideologische doeleinden van de bezetter zonder dat daarbij persoonlijk gewin of andere persoonlijke motieven een rol speelden en welke een zekere mate van duurzaamheid of intensiteit inhielden en waaraan voor betrokkene een duidelijk risico verbonden was;
- b. deelnemers aan het verzet: zij die verzet hebben gepleegd tegen de vijandelijke bezettende macht van het Rijk in Azië.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën van personen worden aangewezen op wie deze wet van overeenkomstige toepassing zal zijn.
Artikel 3
Deze wet is van toepassing op de deelnemers aan het verzet en hun nagelaten betrekkingen, die de Nederlandse nationaliteit bezitten.
De Raad kan deze wet van toepassing verklaren op de verzetsdeelnemer of zijn nagelaten betrekkingen indien ten aanzien van hen sprake is van zodanige bij hen gelegen omstandigheden dat als gevolg daarvan het een klaarblijkelijke hardheid zou zijn hen van de toepassing van deze wet uit te sluiten. Een dergelijk besluit wordt niet genomen dan nadat Onze Minister daarin heeft toegestemd. Toestemming kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.
Voor toekenning van buitengewoon pensioen dan wel erkenning als deelnemer aan het verzet komen niet in aanmerking zij, die zich tijdens de vijandelijke bezetting van het Rijk in Azië uit Nederlands nationaal oogpunt beschouwd, onwaardig hebben gedragen. Evenmin komen in aanmerking de nagelaten betrekkingen van de deelnemers aan het verzet, op wie vorenbedoelde omschrijving van toepassing is.
Artikel 4
Vervallen
Artikel 5
De voordracht voor een krachtens deze wet vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet gedaan dan nadat het ontwerp in de Staatscourant is bekendgemaakt en aan een ieder de gelegenheid is geboden om binnen vier weken na de dag waarop de bekendmaking is geschied, wensen en bedenkingen ter kennis van Onze Minister te brengen. Gelijktijdig met de bekendmaking wordt het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd.
hoofdstuk Tweede. Het buitengewoon pensioen van de deelnemers aan het verzet
§ 1. Het recht op buitengewoon pensioen
Artikel 6
De deelnemer aan het verzet heeft recht op buitengewoon pensioen ingeval van verwonding, verminking, ziekten of gebreken welke door of in verband met het verzet zijn ontstaan of verergerd dan wel het gevolg zijn van de behandeling ondervonden tijdens gevangenschap ter zake van het verzet, mits de toestand van de belanghebbende ten gevolge van de verwonding, verminking, ziekten of gebreken een invaliditeit blijkt te veroorzaken van tenminste 10%.
Indien de in het eerste lid bedoelde verwonding, verminking, ziekten of gebreken een invaliditeit veroorzaken van tenminste 40%, doch het totaal der invaliditeit een hoger percentage bedraagt, geldt voor de vaststelling van de mate van invaliditeit waarnaar het buitengewoon pensioen wordt berekend, dit hogere percentage voorzover de meerdere invaliditeit niet duidelijk uit andere oorzaken dan het verzet is ontstaan.
Het verband of gevolg, bedoeld in het eerste lid, wordt geacht aanwezig te zijn, indien de deelnemer aan het verzet:
- a. tijdens de bezetting of in aansluiting daarop in verband met het verzet drie maanden of langer in gevangenschap heeft doorgebracht dan wel naar het oordeel van de Raad, de Stichting Pelita gehoord, in verband met de aard van zijn verzetsactiviteiten aan buitengewoon zware en langdurige spanningen heeft blootgestaan en
- b. voor tenminste 60% invalide is en deze invaliditeit niet duidelijk uit andere oorzaken dan het verzet is ontstaan.
Bij de toepassing van dit artikel wordt rekening gehouden met de inzichten en ervaringen van de medische wetenschap met betrekking tot de relatie tussen het verzet en de geestelijke en lichamelijke gezondheidstoestand.
§ 2. De voet waarop het buitengewoon pensioen wordt verleend
Artikel 7
Het buitengewoon pensioen kan als blijvend of voorlopig pensioen worden toegekend.
Artikel 8
Het blijvend buitengewoon pensioen wordt toegekend, indien, hetzij bij eerste toekenning, hetzij bij vernieuwing van pensioen, verandering van het invaliditeitspercentage voor de toekomst niet aannemelijk wordt geacht.
Artikel 9
Het voorlopig buitengewoon pensioen wordt toegekend, indien verandering van het invaliditeitspercentage voor de toekomst aannemelijk wordt geacht.
Het voorlopig buitengewoon pensioen wordt voor tenminste één jaar en voor ten hoogste vijf jaren toegekend; een zodanig pensioen wordt opnieuw toegekend, zo dikwijls daartoe aanleiding bestaat. De termijn van tenminste één jaar is niet van toepassing bij de tweede of verdere toekenning van voorlopig buitengewoon pensioen.
§ 3. De pensioengrondslag
Artikel 10
Ingeval krachtens deze wet aanspraak op buitengewoon pensioen bestaat, stelt de Raad de pensioengrondslag vast, waarnaar het buitengewoon pensioen wordt berekend.
- a. Indien de deelnemer aan het verzet voor het bereiken van de leeftijd, waarop gelijksoortige valide personen in de regel hun werkzaamheden beëindigen, ten gevolge van de verwonding, verminking, ziekten of gebreken, bedoeld in artikel 6, gedwongen werd of wordt zijn werkzaamheden in beroep of bedrijf te beëindigen of blijvend te verminderen, wordt de pensioengrondslag vastgesteld naar het inkomen uit arbeid, dat de deelnemer aan het verzet ten tijde van de aanvraag, bedoeld in artikel 26, in Nederland, ware hij niet invalide geweest, zou hebben genoten uit het door hem uitgeoefende beroep of bedrijf, waarin hij voor het eerst ten gevolge van zijn invaliditeit zijn werkzaamheden moest beëindigen of blijvend verminderen;
- b. indien de deelnemer aan het verzet, bedoeld onder a, na het tot uiting komen van de invaliditeit ten gevolge waarvan hij zijn werkzaamheden in beroep of bedrijf heeft moeten beëindigen of blijvend verminderen, arbeid heeft aanvaard in een ander beroep of bedrijf, wordt, indien dat voor hem gunstiger is, de pensioengrondslag vastgesteld naar het inkomen dat de deelnemer aan het verzet ten tijde van de aanvraag, bedoeld in artikel 26, in Nederland uit arbeid in laatstbedoeld beroep of bedrijf zou hebben genoten, indien hij deze werkzaamheden door of in verband met zijn invaliditeit niet had moeten beëindigen of blijvend verminderen;
- c. onder arbeid in een ander beroep of bedrijf, bedoeld onder b, wordt verstaan: arbeid, welke gedurende een aaneengesloten periode van tenminste drie jaar in de voor dat beroep of bedrijf gebruikelijke arbeidstijd is verricht;
- d. de Raad kan, bij beschikking, van het bepaalde onder c afwijken, indien naar zijn oordeel de onverkorte toepassing daarvan, gelet op alle omstandigheden, in een individueel geval onredelijk zou zijn.
Indien het in het tweede lid bedoelde beroep of bedrijf buiten Nederland werd uitgeoefend, wordt bij de vaststelling van de pensioengrondslag, waarnaar het buitengewoon pensioen wordt berekend, rekening gehouden met het meest vergelijkbare beroep of bedrijf in Nederland, alsmede met de (vak)opleiding, bekwaamheid en andere factoren, welke ter zake van belang kunnen zijn.
Bij de vaststelling van de pensioengrondslag, bedoeld in het tweede en derde lid, wordt geen rekening gehouden met de mogelijkheid van inkomensvermeerdering ten gevolge van bevordering, verhoging van de vakbekwaamheid, uitbreiding van het bedrijf of andere dergelijke factoren.
Bij door Onze Minister te stellen regelen wordt bepaald wat onder inkomen uit arbeid in beroep of bedrijf, bedoeld in het tweede lid, moet worden verstaan.
Indien de deelnemer aan het verzet vóór het tot uiting komen van zijn invaliditeit ten gevolge van de verwonding, verminking, ziekten of gebreken, bedoeld in artikel 6, door of in verband met het volgen van onderwijs nog geen arbeid in beroep of bedrijf uitoefende, en hij ten gevolge van die invaliditeit nimmer in staat is geweest door arbeid in beroep of bedrijf een inkomen te verwerven dat in overeenstemming was met het niveau van het gevolgde onderwijs, wordt de pensioengrondslag vastgesteld met inachtneming van door Onze Minister te stellen regelen.
Indien de deelnemer aan het verzet ten tijde van het tot uiting komen van de invaliditeit, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, niet was aangewezen op inkomen uit arbeid in beroep of bedrijf dan wel de leeftijd heeft of had bereikt waarop gelijksoortige valide personen in de regel hun werkzaamheden beëindigen dan wel indien die invaliditeit niet heeft geleid tot beëindiging of vermindering van zijn werkzaamheden in beroep of bedrijf, wordt de pensioengrondslag vastgesteld op het bedrag genoemd in het achtste lid, onder a.
De pensioengrondslag bedraagt per 1 januari 1983 op jaarbasis:
- a. tenminste € 22.416,78 per 1 januari 2026: € 37.914,82, en ten hoogste
- b.
| 100 % van de eerste | € 46.762,50 |
|---|---|
| 36,84% van de volgende | € 28.878,11 |
| 30 % van de volgende | € 15.197,39 |
| 20 % van de volgende | € 15.426,00 |
| 10 % van de volgende | € 15.239,15 en |
| 5 % van de volgende | € 30.382,47 |
| van het overeenkomstig de voorgaande leden vastgestelde jaarinkomen. | van het overeenkomstig de voorgaande leden vastgestelde jaarinkomen. |
per 1 januari 2026 achtereenvolgens: € 79.092,21; € 48.843,30; € 25.704,26; € 26.090,94; € 25.774,90; € 51.387,74.
§ 4. De berekening van het buitengewoon pensioen
Artikel 11
Het buitengewoon pensioen bedraagt zoveel procent van de pensioengrondslag als het voor de belanghebbende vastgestelde invaliditeitspercentage beloopt.
Invaliditeitspercentages hoger dan tien worden naar boven afgerond in veelvouden van tien.
Bij een percentage van minder dan tien wordt invaliditeit geacht niet te bestaan.
Artikel 12
Het buitengewoon pensioen wordt éénmaal met 20% van de pensioengrondslag vermeerderd, wanneer een blijvend buitengewoon pensioen is verleend, dat is berekend naar een invaliditeit van 80 of 90%.
Het buitengewoon pensioen wordt éénmaal met 40% van de pensioengrondslag vermeerderd, wanneer een blijvend buitengewoon pensioen is verleend, dat is berekend naar een invaliditeit van 100%.
Artikel 13
Tenzij de belanghebbende reeds op grond van het bepaalde in artikel 12 recht heeft op een vermeerdering, wordt het buitengewoon pensioen éénmaal met 20% van de pensioengrondslag vermeerderd, wanneer ten gevolge van de verwonding, verminking, ziekten of gebreken die ontstaan zijn als gevolg van het verzet:
- a. een der ledematen is verloren gegaan of voorgoed geheel onbruikbaar is geworden dan wel een toestand is ontstaan die met een zodanig verlies of een zodanige onbruikbaarheid is gelijk te stellen;
- b. twee of meer der ledematen dermate in beweeglijkheid of bruikbaarheid zijn verminderd dat de toestand van de belanghebbende met die onder a beschreven is gelijk te stellen;
- c. het gezichtsvermogen door organische oorzaken zodanig is beperkt dat het vermogen om zich zelfstandig te bewegen er ernstig door wordt getroffen;
òf
- d. belangrijke misvorming van het gelaat is ontstaan, welke door hulpmiddelen niet voldoende te verbergen is, zodat de belanghebbende de omgang met zijn medemensen ernstig wordt bemoeilijkt.
Artikel 14
Tenzij de belanghebbende reeds op grond van het bepaalde in artikel 12 recht heeft op een vermeerdering, wordt het buitengewoon pensioen éénmaal met 40% van de pensioengrondslag vermeerderd, wanneer ten gevolge van de verwonding, verminking, ziekten of gebreken, die ontstaan zijn als gevolg van het verzet:
- a. twee of meer ledematen zijn verloren gegaan of voorgoed geheel onbruikbaar zijn geworden dan wel een toestand is ontstaan die met een zodanig verlies of een zodanige onbruikbaarheid is gelijk te stellen;
- b. het gezichtsvermogen voorgoed geheel verloren is gegaan of een toestand is ontstaan welke met blindheid is gelijk te stellen;
òf
- c. onherstelbare krankzinnigheid is ontstaan of een toestand welke daarmee is gelijk te stellen.
Artikel 15
Wanneer op grond van verwonding, verminking, ziekten of gebreken als bedoeld in artikel 6, een buitengewoon pensioen wordt toegekend en uit hoofde van die verwonding, verminking, ziekten of gebreken behandeling of verpleging is vereist, wordt aan de gepensioneerde ter zake daarvan vergoeding verleend volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regelen.
In afwijking van het eerste lid kan aan categorieën gepensioneerden vergoeding ter zake van bepaalde de behandeling of verpleging omvattende voorzieningen worden verleend zonder dat deze voorzieningen uit hoofde van verwonding, verminking, ziekten of gebreken als bedoeld in artikel 6, eerste lid, zijn vereist. Bij algemene maatregel van bestuur worden ter zake regels gesteld.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.