Wet van 28 oktober 1987, houdende regelen inzake de bescherming van oorspronkelijke topografieën van halfgeleiderprodukten

Type Wet
Publication 2020-02-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging hebben genomen, dat het ter uitvoering van de richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 16 december 1986 betreffende de rechtsbescherming van topografieën van halfgeleiderprodukten (Pb. L/24, 27 januari 1987) wenselijk is regelen te treffen inzake de bescherming van oorspronkelijke topografieën van halfgeleiderprodukten;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 2

De maker van een oorspronkelijke topografie van een halfgeleiderprodukt heeft een uitsluitend recht op deze topografie.

Artikel 3

Indien de arbeid, in dienst van een ander verricht, bestaat in het tot stand brengen van topografieën, wordt, tenzij anders is overeengekomen, als de maker van de topografie aangemerkt degene, in wiens dienst de topografie is tot stand gebracht.

Artikel 4

Buiten het geval, bedoeld in artikel 2, in samenhang met artikel 3, komt het uitsluitend recht op een topografie mede toe aan de persoon die een oorspronkelijke topografie, die nog niet elders in de wereld is geëxploiteerd, voor het eerst in een van de lid-Staten van de Europese Gemeenschappen of in een andere Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte met uitsluiting van anderen exploiteert, mits deze exploitatie geschiedt met toestemming van degene die de topografie heeft tot stand gebracht.

Artikel 5
1.

Het uitsluitend recht op een topografie houdt de bevoegdheid in om

2.

Het uitsluitend recht op een topografie kan tegenover derden alleen worden uitgeoefend, nadat het depot van de topografie is ingeschreven door het bureau.

Artikel 6

Is een exemplaar van de topografie of het halfgeleiderprodukt waarin de topografie is vervat, in een van de lid-Staten van de Europese Gemeenschappen of in een andere Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte door de houder van het uitsluitend recht of met diens toestemming in het verkeer gebracht, dan handelt de verkrijger niet in strijd met het uitsluitend recht op de topografie door ten aanzien van deze topografie of dit halfgeleiderprodukt de in artikel 5, eerste lid, onder c, genoemde handelingen te verrichten.

Artikel 7

Het uitsluitend recht op een topografie vervalt, indien niet binnen uiterlijk twee jaren na het tijdstip waarop een exemplaar van de topografie of het halfgeleiderprodukt waarin de topografie is vervat, voor de eerste maal door de houder van het uitsluitend recht of met diens toestemming in of buiten Nederland is geëxploiteerd, het depot van de topografie heeft plaatsgevonden, mits dit depot door het bureau in het register wordt ingeschreven.

Artikel 8
1.

Het depot geschiedt door indiening van een aanvraag om inschrijving, welke aanvraag vermeldt:

Bij de aanvraag kan een exemplaar van het halfgeleiderprodukt worden overgelegd.

2.

Bij het depot kan de deposant aangeven welke delen van de in het vorige lid onder c genoemde stukken bedrijfsgeheimen bevatten en niet ter kennis van derden kunnen worden gebracht, mits de herkenbaarheid van de topografie gewaarborgd blijft.

3.

De aanvraag en de bijgevoegde stukken zijn in het Nederlands gesteld.

4.

Indien de deposant of diens gevolmachtigde geen woonplaats in Nederland heeft, is hij verplicht aldaar een correspondentie-adres aan te geven alsmede elke wijziging daarvan ter kennis van het bureau te brengen.

5.

Bij het depot dient een bewijsstuk te worden overgelegd waaruit blijkt, dat bij het bureau een bedrag is gestort overeenkomstig een bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld tarief.

6.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels ten aanzien van het in dit artikel bepaalde worden gesteld.

Artikel 9
1.

Het bureau vermeldt op de aanvraag als bedoeld in artikel 8, eerste lid, de datum van het depot. Het schrijft het depot binnen vier weken in het register in.

2.

Het bureau schrijft het depot niet in, indien de in artikel 8, onder d, bedoelde datum meer dan twee jaren voor de datum van het depot ligt.

3.

Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald op welke wijze de inschrijving in het register plaatsvindt en welke gegevens daarin worden vermeld.

Artikel 10
1.

Het depot kan geen aanleiding geven tot enig onderzoek door het bureau naar de inhoud van het depot.

2.

Het bureau maakt de inschrijving van het depot zo spoedig mogelijk openbaar in een door het bureau uit te geven blad.

3.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels ten aanzien van het in het tweede lid bepaalde worden gesteld.

Artikel 11
1.

Een ieder kan vanaf de datum van de inschrijving van het depot desverlangd kennisnemen van de inschrijving en van de op het depot betrekking hebbende stukken alsmede een afschrift verkrijgen van de inschrijving. Van de in artikel 8, tweede lid, genoemde stukken kan kennis worden genomen, indien de houder van het uitsluitend recht daartoe toestemming heeft gegeven. Voor de kennisneming zijn geen kosten verschuldigd.

2.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ten aanzien van het in het vorige lid bepaalde nadere regels worden gesteld en wordt het voor het in het eerste lid bedoelde afschrift verschuldigde bedrag vastgesteld.

Artikel 12
1.

Onverminderd het bepaalde in artikel 7 vervalt het uitsluitend recht op een topografie door de doorhaling van de inschrijving van het depot op verzoek of door het verstrijken van de geldigheidsduur.

2.

De houder van de inschrijving van het depot van een topografie kan te allen tijde doorhaling van de inschrijving verzoeken. Indien uit het register blijkt dat rechten aan derden zijn verleend, kan de doorhaling slechts geschieden met hun toestemming.

Artikel 13
1.

Het uitsluitend recht op een topografie vervalt door verloop van tien jaren, te rekenen vanaf het einde van het kalenderjaar waarin het depot heeft plaatsgevonden, of, indien dit eerder is, vanaf het einde van het in het depot vermelde kalenderjaar waarin een exemplaar van de topografie of het halfgeleiderprodukt waarin de topografie is vervat, voor de eerste maal is geëxploiteerd.

2.

Het uitsluitend recht op een topografie die niet geëxploiteerd wordt en ten aanzien waarvan geen depot is verricht, vervalt door verloop van vijftien jaren te rekenen vanaf het einde van het kalenderjaar waarin de topografie is tot stand gebracht.

Artikel 14
1.

Het uitsluitend recht op een topografie is vatbaar voor gehele of gedeeltelijke overdracht of andere overgang. De levering van het uitsluitend recht op een topografie geschiedt door een daartoe bestemde akte.

2.

Het uitsluitend recht op een topografie kan voorwerp van een licentie zijn.

3.

De overdracht de vestiging van een beperkt recht of de licentie kan niet aan derden worden tegengeworpen dan nadat de akte in het register is ingeschreven. De artikelen 8, derde tot en met zesde lid, 9 en 10 zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 15
1.

Als inbreuk op het uitsluitend recht op de topografie van een halfgeleiderprodukt wordt niet beschouwd de verveelvoudiging van de topografie welke uitsluitend dient voor gebruik in de privésfeer voor niet-commerciële doeleinden, voor onderwijsdoeleinden of voor de analyse van de topografie.

2.

Ten aanzien van een door toepassing van de in het vorige lid bedoelde analyse tot stand gebrachte oorspronkelijke topografie wordt het verrichten van de in artikel 5 genoemde handelingen zonder toestemming van degene die het uitsluitend recht heeft op de geanalyseerde topografie, niet als inbreuk op het uitsluitend recht op laatstgenoemde topografie beschouwd.

Artikel 16
1.

De verkrijger te goeder trouw van een exemplaar van een halfgeleiderprodukt waarin een topografie is vervat, dat noch door de houder van het uitsluitend recht noch met diens toestemming in het verkeer is gebracht, handelt niet in strijd met het uitsluitend recht op deze topografie, indien hij zonder toestemming van de houder daarvan ten aanzien van dit halfgeleiderprodukt de in artikel 5, eerste lid, onder c, bedoelde handelingen verricht.

2.

Zodra de in het vorige lid bedoelde verkrijger weet of behoort te weten, dat exemplaren van het halfgeleiderprodukt waarin de topografie is vervat, noch door de houder van het uitsluitend recht noch met diens toestemming in het verkeer zijn gebracht, is hij slechts bevoegd ten aanzien van de door hem te goeder trouw verkregen exemplaren van het halfgeleiderprodukt zonder toestemming van de houder van het uitsluitend recht de in artikel 5, eerste lid, onder c, bedoelde handelingen te verrichten, indien hij aan laatstgenoemde een billijke vergoeding betaalt.

3.

Is een exemplaar van een halfgeleiderprodukt als bedoeld in het tweede lid in een van de lid-Staten van de Europese Gemeenschappen of in een andere Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte in het verkeer gebracht met inachtneming van het bepaalde in voornoemd lid, dan handelt de latere verkrijger niet in strijd met het uitsluitend recht op de topografie door ten aanzien van dit halfgeleiderprodukt de in artikel 5, eerste lid, onder c, genoemde handelingen te verrichten.

Artikel 17
1.

De houder van het uitsluitend recht op een topografie kan dit recht handhaven jegens een ieder die, zonder daartoe gerechtigd te zijn, een van de in artikel 5 genoemde handelingen verricht.

2.

De rechter kan op vordering van de houder van het uitsluitend recht, tussenpersonen wier diensten door derden worden gebruikt om inbreuk op het recht van de houder te maken, bevelen de diensten die worden gebruikt om die inbreuk te maken, te staken.

3.

De voorzieningenrechter kan op vordering van de houder van het uitsluitend recht tijdelijke voortzetting van de vermeende inbreuk op dit recht toestaan onder de voorwaarde dat zekerheid wordt gesteld voor vergoeding van de door de houder geleden schade. Onder dezelfde voorwaarden kan de rechter voortzetting van de dienstverlening door de tussenpersoon als bedoeld in het tweede lid toestaan.

4.

Hij kan, in plaats van schadevergoeding, vorderen, dat de verweerder veroordeeld wordt de door de inbreuk genoten winst af te dragen en dienaangaande rekening en verantwoording af te leggen; indien de rechter evenwel van oordeel is, dat de omstandigheden van het geval tot zulk een veroordeling geen aanleiding geven, zal hij de verweerder tot schadevergoeding kunnen veroordelen. In passende gevallen kan de rechter de schadevergoeding vaststellen als een forfaitair bedrag.

5.

De houder van het uitsluitend recht op een topografie kan de vordering tot schadevergoeding of het afdragen van de winst ook namens of mede namens licentienemers of pandhouders instellen, onverminderd de bevoegdheid van deze laatsten in een al of niet namens hen of mede namens hen door de houder van het uitsluitend recht op een topografie ingestelde vordering tussen te komen om rechtstreeks de door hen geleden schade vergoed te krijgen of om zich een evenredig deel van de door de verweerder af te dragen winst te doen toewijzen. Een zelfstandige vordering kunnen licentienemers en pandhouders slechts instellen met toestemming van de houder van het uitsluitend recht op de topografie.

Artikel 18

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.