Wet van 7 juli 1988, houdende algemene regeling met betrekking tot het scheepvaartverkeer op de binnenwateren en op zee
Het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de artikelen 4, eerste lid, onderdeel a, 9, tweede lid, 10, tweede en derde lid, artikel 11, eerste en tweede lid, 16a, dat niet uitsluitend bepalingen bevat ter implementatie van een besluit van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart, wordt gelijktijdig in de Staatscourant bekend gemaakt en aan de beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd.
Gedurende 30 dagen vanaf de dag waarop de bekendmaking is geschied, kan een ieder met betrekking tot het ontwerp zijn zienswijze naar voren brengen bij Onze Minister.
Binnen de in het tweede lid bedoelde termijn kan door of namens een der Kamers of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een der Kamers van de Staten-Generaal de wens te kennen worden gegeven dat het in de maatregel te regelen onderwerp bij de wet wordt geregeld.
In het geval, bedoeld in het derde lid, dienen Wij zo spoedig mogelijk een desbetreffend wetsvoorstel in.
Artikel 53
De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de onderscheidene artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Bij de inwerkingtreding van deze wet stelt Onze Minister van Veiligheid en Justitie de nummering van de artikelen, paragrafen en hoofdstukken van deze wet opnieuw vast, en brengt de in deze wet voorkomende aanhalingen van de artikelen, paragrafen en hoofdstukken met de nieuwe nummering in overeenstemming. Hij draagt zorg dat de overeenkomstig de eerste volzin bijgewerkte tekst van deze wet in het Staatsblad wordt geplaatst.
Artikel 54
Deze wet kan worden aangehaald als: Scheepvaartverkeerswet.
Bijlage. bij de Scheepvaartverkeerswet, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van deze wet
- A. De scheepvaartwegen, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet zijn de navolgende: met inbegrip van de havens, gelegen aan de onder I tot en met IV genoemde scheepvaartwegen.
- I.
-
- de Eemsmonding, zoals omschreven in Bijlage B van het Eems-Dollardverdrag (Trb. 1960, 69), met uitzondering van het gebied ten zuiden van de Geisedam, maar met inbegrip van:
- a. de scheepvaartweg vanaf de zeesluis te Delfzijl tot in het Oosterhornhaven;
- b. het bij de Eemsmonding aansluitende gedeelte van de territoriale zee dat ligt binnen het gebied begrensd door een lijn die loopt van de positie 53°34'.7NO6°21'.90 naar 53°34'.9NO6°13'.70, vandaar naar 53°37'.1NO6°19'.50, vandaar naar 53°39'.0NO6°27'10 en vandaar naar 53°37'.5NO6°31'.20, onverminderd het bepaalde in artikel 40 van het Eems-Dollardverdrag;
-
- de Vlierede, waaronder wordt begrepen het gebied tussen de tonnenlijnen, liggende binnen een cirkel met een straal van een zeemijl, met als middelpunt de positie 53°18'.0 N 05°10'.9 O, en de Rede van Texel, waaronder wordt begrepen het gebied tussen de meridianen van 04°44'.0 O en 04°50'.0 O, aan de noordzijde begrensd door de zuidkust van het eiland Texel en vervolgens door de parallel van 53°00'.0 N en aan de zuidzijde door de noordkust van het vasteland van de provincie Noord-Holland en voorts de Veerhaven en de buitenhaven tot aan de sluis van het Noordhollands kanaal;
-
- de bevaarbare scheepvaartwegen over de Waddenzee tussen de Vlierede, Terschelling en Vlieland tot aan de lijn die loopt over de posities 53°21'.6 N 05°12'.9 O en 53°17'.8 N 05°03'.6 O, Harlingen, Kornwerderzand, Den Oever, Oude Schild en de Rede van Texel.
- II.
-
- het gedeelte van de territoriale zee dat ligt binnen het gebied begrensd door een lijn die loopt van de positie 52°27'.9NO4°32'.00 naar 52°27'.8NO4°31'.00, vandaar naar 52°26'.0NO4°27'.80, vandaar naar 52°26'.9NO4°19'.30, vandaar naar 52°31'.9NO4°20'.90, vandaar naar 52°30'.7NO4°31'.20 en vandaar naar 52°28'.1NO4°32'.60;
-
- het Noordzeekanaal;
-
- de zijkanalen naar Beverwijk, naar Haarlem en naar Zaanstad;
-
- het IJ tot aan de Oranjesluizen en de ingang van het Amsterdam-Rijnkanaal;
- III.
-
- het gedeelte van de territoriale zee dat ligt binnen het gebied begrensd door een lijn die loopt van de positie 51°59'.7NO4°02'.90, langs de kust naar positie 51°58'.2NO4°00'.50, vandaar naar 51°58'.4NO3°46'.60, vandaar naar 52°04'.9NO3°45'.20, vandaar naar 52°05'.7NO3°51'.00, vandaar naar 52°04'.6NO3°58'.90 en vandaar naar 51°59'.7NO4°02'.90;
-
- de Maasmond, de Nieuwe Waterweg, het Breeddiep, het Beerkanaal en het Calandkanaal;
-
- het Hartelkanaal;
-
- de Nieuwe Maas, de Koningshaven;
-
- de Noord, de Rietbaan;
-
- de Oude Maas, het Spui en de Beningen;
-
- de Hollandse IJssel tot aan de stuw bij Krimpen aan de IJssel;
-
- de Beneden Merwede tot aan Hardinxveld-Giessendam en het Wantij;
-
- de Dordtsche Kil, de Krabbegeul en het Mallegat;
-
- het Hollandsch Diep ten westen van de Moerdijkbrug;
-
- het Haringvliet en het Vuile Gat;
-
- de Krammer benoorden de Krammersluizen, het Zuid-Vlije en het Volkerak;
- IV.
-
- het gedeelte van de territoriale zee dat ligt binnen het gebied begrensd door een lijn die loopt van de positie 51°42'.6NO3°41'.60 naar 51°39.1NO3°19'.70, vandaar naar 51°33'.7NO3°10'.00, vandaar naar 51°23'.4NO2°58'.20, en vandaar naar 51°22'.3NO3°21'.80;
-
- de Westerschelde;
-
- het Kanaal van Terneuzen naar Gent, met inbegrip van de Axelse Sassing;
-
- de Oosterschelde, het Keeten, het Mastgat, het Zijpe en de Krammer bezuiden de Krammersluizen;
-
- het Kanaal door Walcheren, met inbegrip van het Verbrede Arnekanaal tot de spoorbrug;
-
- het Kanaal door Zuid-Beveland;
-
- het Veerse Meer;
- B. De onder A bedoelde scheepvaartwegen zijn aangegeven op de bij deze bijlage behorende kaarten.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 37a
Dit lid is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit lid in werking treden.
In afwijking van het bij of krachtens deze wet bepaalde kan Onze Minister de maatregelen treffen die hij nodig acht in het belang van een ordelijk verloop van het scheepvaartverkeer.
Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de door hem krachtens het eerste lid getroffen maatregelen.
Hoofdstuk 8. Bijzondere bepalingen
Bijlage. bij de Scheepvaartverkeerswet, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van deze wet
- A. De scheepvaartwegen, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet zijn de navolgende: met inbegrip van de havens, gelegen aan de onder I tot en met IV genoemde scheepvaartwegen.
- I.
-
- de Eemsmonding, zoals omschreven in Bijlage B van het Eems-Dollardverdrag (Trb. 1960, 69), met uitzondering van het gebied ten zuiden van de Geisedam, maar met inbegrip van:
- a. de scheepvaartweg vanaf de zeesluis te Delfzijl tot in het Oosterhornhaven;
- b. het bij de Eemsmonding aansluitende gedeelte van de territoriale zee dat ligt binnen het gebied begrensd door een lijn die loopt van de positie 53°34'.7NO6°21'.90 naar 53°34'.9NO6°13'.70, vandaar naar 53°37'.1NO6°19'.50, vandaar naar 53°39'.0NO6°27'10 en vandaar naar 53°37'.5NO6°31'.20, onverminderd het bepaalde in artikel 40 van het Eems-Dollardverdrag;
-
- de Vlierede, waaronder wordt begrepen het gebied tussen de tonnenlijnen, liggende binnen een cirkel met een straal van een zeemijl, met als middelpunt de positie 53°18'.0 N 05°10'.9 O, en de Rede van Texel, waaronder wordt begrepen het gebied tussen de meridianen van 04°44'.0 O en 04°50'.0 O, aan de noordzijde begrensd door de zuidkust van het eiland Texel en vervolgens door de parallel van 53°00'.0 N en aan de zuidzijde door de noordkust van het vasteland van de provincie Noord-Holland en voorts de Veerhaven en de buitenhaven tot aan de sluis van het Noordhollands kanaal;
-
- de bevaarbare scheepvaartwegen over de Waddenzee tussen de Vlierede, Terschelling en Vlieland tot aan de lijn die loopt over de posities 53°21'.6 N 05°12'.9 O en 53°17'.8 N 05°03'.6 O, Harlingen, Kornwerderzand, Den Oever, Oude Schild en de Rede van Texel.
- II.
-
- het gedeelte van de territoriale zee dat ligt binnen het gebied begrensd door een lijn die loopt van de positie 52°27'.9NO4°32'.00 naar 52°27'.8NO4°31'.00, vandaar naar 52°26'.0NO4°27'.80, vandaar naar 52°26'.9NO4°19'.30, vandaar naar 52°31'.9NO4°20'.90, vandaar naar 52°30'.7NO4°31'.20 en vandaar naar 52°28'.1NO4°32'.60;
-
- het Noordzeekanaal;
-
- de zijkanalen naar Beverwijk, naar Haarlem en naar Zaanstad;
-
- het IJ tot aan de Oranjesluizen en de ingang van het Amsterdam-Rijnkanaal;
- III.
-
- het gedeelte van de territoriale zee dat ligt binnen het gebied begrensd door een lijn die loopt van de positie 51°59'.7NO4°02'.90, langs de kust naar positie 51°58'.2NO4°00'.50, vandaar naar 51°58'.4NO3°46'.60, vandaar naar 52°04'.9NO3°45'.20, vandaar naar 52°05'.7NO3°51'.00, vandaar naar 52°04'.6NO3°58'.90 en vandaar naar 51°59'.7NO4°02'.90;
-
- de Maasmond, de Nieuwe Waterweg, het Breeddiep, het Beerkanaal en het Calandkanaal;
-
- het Hartelkanaal;
-
- de Nieuwe Maas, de Koningshaven;
-
- de Noord, de Rietbaan;
-
- de Oude Maas, het Spui en de Beningen;
-
- de Hollandse IJssel tot aan de stuw bij Krimpen aan de IJssel;
-
- de Beneden Merwede tot aan Hardinxveld-Giessendam en het Wantij;
-
- de Dordtsche Kil, de Krabbegeul en het Mallegat;
-
- het Hollandsch Diep ten westen van de Moerdijkbrug;
-
- het Haringvliet en het Vuile Gat;
-
- de Krammer benoorden de Krammersluizen, het Zuid-Vlije en het Volkerak;
- IV.
-
- het gedeelte van de territoriale zee dat ligt binnen het gebied begrensd door een lijn die loopt van de positie 51°42'.6NO3°41'.60 naar 51°39.1NO3°19'.70, vandaar naar 51°33'.7NO3°10'.00, vandaar naar 51°23'.4NO2°58'.20, en vandaar naar 51°22'.3NO3°21'.80;
-
- de Westerschelde;
-
- het Kanaal van Terneuzen naar Gent, met inbegrip van de Axelse Sassing;
-
- de Oosterschelde, het Keeten, het Mastgat, het Zijpe en de Krammer bezuiden de Krammersluizen;
-
- het Kanaal door Walcheren, met inbegrip van het Verbrede Arnekanaal tot de spoorbrug;
-
- het Kanaal door Zuid-Beveland;
-
- het Veerse Meer;
- B. De onder A bedoelde scheepvaartwegen zijn aangegeven op de bij deze bijlage behorende kaarten.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 15ba
Een aanwijzing, bedoeld in de artikelen 15a, tweede lid, en 15b, eerste lid, behoeft de goedkeuring van de Autoriteit Consument en Markt. Onverminderd artikel 10:27 van de Algemene wet bestuursrecht kan de goedkeuring kan slechts worden onthouden indien het belang van behoorlijk markttoezicht zich daartegen verzet.
Een krachtens de artikelen 15a, tweede lid, onderscheidenlijk 15b, eerste lid, aangewezen organisatie voert in de boekhouding een administratief onderscheid in voor iedere dienst of taak die bij of krachtens de wet bij uitsluiting aan registerloodsen, de organen van de Nederlandse en regionale loodsencorporaties, de aangewezen organisaties of samenwerkingsverbanden van registerloodsen is opgedragen.
Bij regeling van de Autoriteit Consument en Markt kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de boekhouding, bedoeld in het tweede lid.
De algemene raad en de ledenvergadering van de Nederlandse loodsencorporatie zijn bevoegd van de krachtens de artikelen 15a, tweede lid, onderscheidenlijk 15b, eerste lid, aangewezen organisaties, alsmede van de ter uitvoering van artikel 15, eerste lid, onder b, van de Loodsenwet opgerichte samenwerkingsverbanden van registerloodsen, alle inlichtingen en gegevens te verlangen die deze organen voor de uitoefening van de hen bij en krachtens de Loodsenwet opgedragen taken redelijkerwijs nodig achten. De organisaties en samenwerkingsverbanden verlenen binnen de gestelde termijn alle gevraagde medewerking.
Hoofdstuk 3. Gegevens ten behoeve van de statistiek
Hoofdstuk 4. Gebruik van scheepvaartwegen door personen die zich anders dan op een schip te water bevinden
Hoofdstuk 5. Bepalingen met betrekking tot de uitvoering van verdragen en besluiten van volkenrechtelijke organisaties
Hoofdstuk 6. Dwangbepalingen
Hoofdstuk 7. Straf-, opsporings- en politiebepalingen
Hoofdstuk 8. Bijzondere bepalingen
Hoofdstuk 8. Bijzondere bepalingen
Bijlage. bij de Scheepvaartverkeerswet, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van deze wet
- A. De scheepvaartwegen, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet zijn de navolgende: met inbegrip van de havens, gelegen aan de onder I tot en met IV genoemde scheepvaartwegen.
- I.
-
- de Eemsmonding, zoals omschreven in Bijlage B van het Eems-Dollardverdrag (Trb. 1960, 69), met uitzondering van het gebied ten zuiden van de Geisedam, maar met inbegrip van:
- a. de scheepvaartweg vanaf de zeesluis te Delfzijl tot in het Oosterhornhaven;
- b. het bij de Eemsmonding aansluitende gedeelte van de territoriale zee dat ligt binnen het gebied begrensd door een lijn die loopt van de positie 53°34'.7NO6°21'.90 naar 53°34'.9NO6°13'.70, vandaar naar 53°37'.1NO6°19'.50, vandaar naar 53°39'.0NO6°27'10 en vandaar naar 53°37'.5NO6°31'.20, onverminderd het bepaalde in artikel 40 van het Eems-Dollardverdrag;
-
- de Vlierede, waaronder wordt begrepen het gebied tussen de tonnenlijnen, liggende binnen een cirkel met een straal van een zeemijl, met als middelpunt de positie 53°18'.0 N 05°10'.9 O, en de Rede van Texel, waaronder wordt begrepen het gebied tussen de meridianen van 04°44'.0 O en 04°50'.0 O, aan de noordzijde begrensd door de zuidkust van het eiland Texel en vervolgens door de parallel van 53°00'.0 N en aan de zuidzijde door de noordkust van het vasteland van de provincie Noord-Holland en voorts de Veerhaven en de buitenhaven tot aan de sluis van het Noordhollands kanaal;
-
- de bevaarbare scheepvaartwegen over de Waddenzee tussen de Vlierede, Terschelling en Vlieland tot aan de lijn die loopt over de posities 53°21'.6 N 05°12'.9 O en 53°17'.8 N 05°03'.6 O, Harlingen, Kornwerderzand, Den Oever, Oude Schild en de Rede van Texel.
- II.
-
- het gedeelte van de territoriale zee dat ligt binnen het gebied begrensd door een lijn die loopt van de positie 52°27'.9NO4°32'.00 naar 52°27'.8NO4°31'.00, vandaar naar 52°26'.0NO4°27'.80, vandaar naar 52°26'.9NO4°19'.30, vandaar naar 52°31'.9NO4°20'.90, vandaar naar 52°30'.7NO4°31'.20 en vandaar naar 52°28'.1NO4°32'.60;
-
- het Noordzeekanaal;
-
- de zijkanalen naar Beverwijk, naar Haarlem en naar Zaanstad;
-
- het IJ tot aan de Oranjesluizen en de ingang van het Amsterdam-Rijnkanaal;
- III.
-
- het gedeelte van de territoriale zee dat ligt binnen het gebied begrensd door een lijn die loopt van de positie 51°59'.7NO4°02'.90, langs de kust naar positie 51°58'.2NO4°00'.50, vandaar naar 51°58'.4NO3°46'.60, vandaar naar 52°04'.9NO3°45'.20, vandaar naar 52°05'.7NO3°51'.00, vandaar naar 52°04'.6NO3°58'.90 en vandaar naar 51°59'.7NO4°02'.90;
-
- de Maasmond, de Nieuwe Waterweg, het Breeddiep, het Beerkanaal en het Calandkanaal;
-
- het Hartelkanaal;
-
- de Nieuwe Maas, de Koningshaven;
-
- de Noord, de Rietbaan;
-
- de Oude Maas, het Spui en de Beningen;
-
- de Hollandse IJssel tot aan de stuw bij Krimpen aan de IJssel;
-
- de Beneden Merwede tot aan Hardinxveld-Giessendam en het Wantij;
-
- de Dordtsche Kil, de Krabbegeul en het Mallegat;
-
- het Hollandsch Diep ten westen van de Moerdijkbrug;
-
- het Haringvliet en het Vuile Gat;
-
- de Krammer benoorden de Krammersluizen, het Zuid-Vlije en het Volkerak;
- IV.
-
- het gedeelte van de territoriale zee dat ligt binnen het gebied begrensd door een lijn die loopt van de positie 51°42'.6NO3°41'.60 naar 51°39.1NO3°19'.70, vandaar naar 51°33'.7NO3°10'.00, vandaar naar 51°23'.4NO2°58'.20, en vandaar naar 51°22'.3NO3°21'.80;
-
- de Westerschelde;
-
- het Kanaal van Terneuzen naar Gent, met inbegrip van de Axelse Sassing;
-
- de Oosterschelde, het Keeten, het Mastgat, het Zijpe en de Krammer bezuiden de Krammersluizen;
-
- het Kanaal door Walcheren, met inbegrip van het Verbrede Arnekanaal tot de spoorbrug;
-
- het Kanaal door Zuid-Beveland;
-
- het Veerse Meer;
- B. De onder A bedoelde scheepvaartwegen zijn aangegeven op de bij deze bijlage behorende kaarten.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 23a
Behoeft de voorzitter van een veiligheidsregio, in geval van een ramp of crisis, bijstand van de Gemeenschappelijk Nautische Autoriteit, genoemd in artikel 6 van het Verdrag inzake het gemeenschappelijk nautisch beheer, dan dient hij een daartoe strekkend verzoek in bij Onze Minister. Onze Minister geleidt dit verzoek door aan de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit.
Hoofdstuk 6. Dwangbepalingen
Hoofdstuk 7. Straf-, opsporings- en politiebepalingen
Artikel 31a
Overtreding van artikel 9, eerste lid, van het Scheldereglement met een zeeschip, een Scheldevaarder of een schip als bedoeld in artikel 13 wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de derde categorie.
Niet-nakoming van de voorschriften verbonden aan een ontheffing, bedoeld in artikel 9, vierde lid, van het Scheldereglement, van een verplichting opgelegd krachtens artikel 11 van het Scheldereglement, alsmede overtreding van de regels gesteld bij en krachtens de artikelen 13, eerste lid, en 14, eerste lid, van het Scheldereglement, wordt gestraft met hechtenis van twee maanden of een geldboete van de derde categorie.
Overtreding van de regels gesteld krachtens artikel 4, derde lid, van het verdrag inzake het gemeenschappelijk nautisch beheer wordt gestraft met:
- a. hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de derde categorie, indien de overtreding is begaan in de Nederlandse territoriale zee of de Westerschelde;
- b. hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de tweede categorie, indien de overtreding is begaan op een andere scheepvaartweg waarop dat verdrag van toepassing is;
- c. hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de derde categorie, indien de overtreding betrekking heeft op het ontvangen, bewaren of verstrekken van gegevens met betrekking tot de scheepvaart door organisaties en personen die niet deelnemen aan het scheepvaartverkeer,
een en ander voorzover overtreding van de desbetreffende regel bij regeling van Onze Minister als een strafbaar feit is aangemerkt.
Niet-nakoming van een krachtens het verdrag inzake het gemeenschappelijk nautisch beheer gegeven gebod of verbod, vervat in een verkeersteken of een bekendmaking met dezelfde strekking als een verkeersteken, in de zin van dat verdrag, dan wel een krachtens dat verdrag gegeven voorschrift of beperking, verbonden aan een vrijstelling of ontheffing van een verkeersteken of bekendmaking met dezelfde strekking als een verkeersteken, dan wel een krachtens dat verdrag gegeven verkeersaanwijzing, wordt gestraft met:
- a. hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de derde categorie indien de overtreding is begaan in de Nederlandse territoriale zee of de Westerschelde;
- b. hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de tweede categorie, indien de overtreding is begaan op een andere scheepvaartweg waarop dat verdrag van toepassing is.
De bij of krachtens dit artikel strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.
Hoofdstuk 8. Bijzondere bepalingen
Hoofdstuk 9. Overige bepalingen
Bijlage. bij de Scheepvaartverkeerswet, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van deze wet
De scheepvaartwegen, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet zijn de navolgende:
- I.
-
- de Eemsmonding, zoals omschreven in Bijlage B van het Eems-Dollardverdrag (Trb. 1960, 69), met uitzondering van het gebied ten zuiden van de Geisedam, maar met inbegrip van:
- a. de scheepvaartweg vanaf de zeesluis te Delfzijl tot in het Oosterhornhaven;
- b. het bij de Eemsmonding aansluitende gedeelte van de territoriale zee dat ligt binnen het gebied begrensd door een lijn die loopt van de positie 53°34'.7NO6°21'.90 naar 53°34'.9NO6°13'.70, vandaar naar 53°37'.1NO6°19'.50, vandaar naar 53°39'.0NO6°27'10 en vandaar naar 53°37'.5NO6°31'.20, onverminderd het bepaalde in artikel 40 van het Eems-Dollardverdrag;
-
- de Vlierede, waaronder wordt begrepen het gebied tussen de tonnenlijnen, liggende binnen een cirkel met een straal van een zeemijl, met als middelpunt de positie 53°18'.0 N 05°10'.9 O, en de Rede van Texel, waaronder wordt begrepen het gebied tussen de meridianen van 04°44'.0 O en 04°50'.0 O, aan de noordzijde begrensd door de zuidkust van het eiland Texel en vervolgens door de parallel van 53°00'.0 N en aan de zuidzijde door de noordkust van het vasteland van de provincie Noord-Holland en voorts de Veerhaven en de buitenhaven tot aan de sluis van het Noordhollands kanaal;
-
- de bevaarbare scheepvaartwegen over de Waddenzee tussen de Vlierede, Terschelling en Vlieland tot aan de lijn die loopt over de posities 53°21'.6 N 05°12'.9 O en 53°17'.8 N 05°03'.6 O, Harlingen, Kornwerderzand, Den Oever, Oude Schild en de Rede van Texel.
- II.
-
- het gedeelte van de territoriale zee dat ligt binnen het gebied begrensd door een lijn die loopt van de positie 52°27'.9NO4°32'.00 naar 52°27'.8NO4°31'.00, vandaar naar 52°26'.0NO4°27'.80, vandaar naar 52°26'.9NO4°19'.30, vandaar naar 52°31'.9NO4°20'.90, vandaar naar 52°30'.7NO4°31'.20 en vandaar naar 52°28'.1NO4°32'.60;
-
- het Noordzeekanaal;
-
- de zijkanalen naar Beverwijk, naar Haarlem en naar Zaanstad;
-
- het IJ tot aan de Oranjesluizen en de ingang van het Amsterdam-Rijnkanaal;
- III. met inbegrip van de havens gelegen aan de onder I tot en met III genoemde scheepvaartwegen.
-
- het gedeelte van de territoriale zee dat ligt binnen het gebied begrensd door een lijn die loopt van het licht noorderpier naar 52°07.04’ N; 004°00.00’ O, vandaar naar 52°07.40’ N; 003°51.36’ O, vandaar naar 52°07.40’ N; 003°45.00’ O, vandaar naar 52°04.84’ N; 003°40.97’ O, vandaar naar 51°57.21’ N; 003°41.98’ O, en vandaar naar 51°58.27’ N; 004°00.62’ O;
-
- de Maasmond, de Nieuwe Waterweg, het Breeddiep, het Beerkanaal en het Calandkanaal;
-
- het Hartelkanaal;
-
- de Nieuwe Maas, de Koningshaven;
-
- de Noord, de Rietbaan;
-
- de Oude Maas, het Spui en de Beningen;
-
- de Hollandse IJssel tot aan de stuw bij Krimpen aan de IJssel;
-
- de Beneden Merwede tot aan Hardinxveld-Giessendam en het Wantij;
-
- de Dordtsche Kil, de Krabbegeul en het Mallegat;
-
- het Hollandsch Diep ten westen van de Moerdijkbrug;
-
- het Haringvliet en het Vuile Gat;
-
- de Krammer benoorden de Krammersluizen, het Zuid-Vlije en het Volkerak;
- IV.
-
- het gedeelte van de territoriale zee dat ligt binnen het gebied begrensd door een lijn die loopt over de kerktorens van Aagtekerke en Domburg tot de positie 51°37’.0N, 03°27’.2O, vandaar naar de positie 51°42’.6N, 03°41’.6O;
-
- de havenbekkens, havens, steigers en aanlegplaatsen die gelegen zijn aan de Westerschelde;
-
- de havenbekkens, havens, steigers en aanlegplaatsen die gelegen zijn aan het Kanaal van Gent naar Terneuzen;
-
- de Oosterschelde, het Keeten, het Mastgat, het Zijpe en de Krammer bezuiden de Krammersluizen;
-
- het Kanaal door Walcheren, met inbegrip van het Verbrede Arnekanaal tot de spoorbrug;
-
- het Kanaal door Zuid-Beveland;
-
- het Veerse Meer; met inbegrip van de havens gelegen aan de onder 1 en 4 tot en met 7 genoemde scheepvaartwegen.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 35a
In de gevallen, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a, b of c, overhandigt de houder van een vaarbewijs tegen wie proces-verbaal wordt opgemaakt wegens overtreding van een voorschrift als bedoeld in artikel 35b, eerste lid, zijn vaarbewijs op eerste vordering aan de opsporingsambtenaar.
Vaarbewijzen die ingevolge het eerste lid zijn ingevorderd worden onverwijld overgedragen aan de officier van justitie. De officier van justitie is bevoegd ingevorderde vaarbewijzen onder zich te houden totdat de veroordeling onherroepelijk is geworden of, indien de bevoegdheid tot het voeren van schepen onvoorwaardelijk is ontzegd, tot het tijdstip waarop de ontzegging is verstreken, indien:
- a. bij onderzoek is gebleken of, bij ontbreken van een dergelijk onderzoek, een ernstig vermoeden bestaat dat het alcoholgehalte van de adem van degene die een schip voert of stuurt, hoger is dan 785 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht, onderscheidenlijk het alcoholgehalte van zijn bloed hoger blijkt te zijn dan 1,8 milligram alcohol per milliliter bloed;
- b. met een zodanige snelheid is gevaren dat ernstig gevaar voor de veiligheid van personen of goederen is ontstaan; of
- c. op grond van andere feiten of omstandigheden ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat de bestuurder opnieuw een feit als bedoeld in artikel 35b, eerste lid, zal begaan.
De officier van justitie geeft het ingevorderde vaarbewijs onverwijld terug aan de houder:
- a. indien hij binnen tien dagen na de dag van invordering geen toepassing geeft aan het tweede lid;
- b. indien ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat aan de houder in geval van veroordeling door de rechter geen onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid tot het voeren van een schip zal worden opgelegd, dan wel geen onvoorwaardelijke ontzegging van langere duur dan de tijd gedurende welke het vaarbewijs is ingevorderd of ingehouden geweest, of
- c. indien het onderzoek van de zaak op de terechtzitting niet binnen 26 weken na de dag van invordering is aangevangen.
Tegen toepassing van het eerste of tweede lid kan de belanghebbende bij klaagschrift opkomen. Zolang in de zaak nog geen vervolging is ingesteld, wordt het klaagschrift ingediend ter griffie van de rechtbank in het arrondissement waar het in het eerste lid bedoelde feit werd begaan, en anders ter griffie van het gerecht in feitelijke aanleg waarvoor de vervolging plaatsvindt of het laatst plaatsvond. Artikel 552a, vierde en zesde lid, van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing. De raadkamer van het gerecht geeft zo spoedig mogelijk, na de belanghebbende, desverlangd bijgestaan door diens raadsman, te hebben gehoord, althans opgeroepen, zijn met redenen omklede beslissing, die onverwijld aan de belanghebbende wordt betekend. Tegen de beslissing kan door het openbaar ministerie binnen veertien dagen daarna en door de belanghebbende binnen veertien dagen na de betekening beroep in cassatie worden ingesteld. De Hoge Raad beslist zo spoedig mogelijk.
Indien de zaak eindigt zonder oplegging van straf of maatregel of met zodanige oplegging, maar op grond van een feit waarvoor de toepassing van het eerste of tweede lid niet is toegelaten, kan de rechter op verzoek van de gewezen verdachte hem een vergoeding ten laste van de Staat toekennen voor de schade die hij ten gevolge van die toepassing heeft geleden, waaronder begrepen nadeel dat niet in vermogensschade bestaat. De artikelen 533, derde, vierde en zesde lid, 534, 535 en 536 van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 35b
De houder van een vaarbewijs kan de bevoegdheid tot het voeren van schepen, voor zover daartoe een vaarbewijs is vereist, voor ten hoogste vijf jaren worden ontzegd wegens het op de binnenwateren voeren of doen voeren van:
- a. een snelle motorboot in strijd met voorschriften gesteld krachtens artikel 4, eerste lid, onderdelen a en d, en derde lid, en waarbij ernstig gevaar voor de veiligheid van personen of goederen is ontstaan, of in strijd met artikel 27, of
- b. een schip waarvoor een bij ministeriële regeling aan te wijzen vaarbewijs is vereist, herhaaldelijk in strijd met artikel 27.
Indien tijdens het plegen van een van de feiten, bedoeld in het eerste lid, nog geen vijf jaren zijn verlopen na het einde van de tijdsduur waarvoor bij een vroegere onherroepelijke veroordeling wegens een van die feiten de betrokkene de bevoegdheid tot het voeren van schepen, voor zover daartoe een vaarbewijs is vereist, is ontzegd, kan hem die bevoegdheid voor ten hoogste tien jaren worden ontzegd.
Bij het opleggen van de straf, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt de tijd gedurende welke het vaarbewijs van de veroordeelde ingevolge artikel 35a vóór het tijdstip waarop die straf ingaat, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van die straf in mindering gebracht.
De tenuitvoerlegging van de veroordeling vindt niet plaats dan nadat aan de veroordeelde in persoon een schrijven is uitgereikt, volgens de artikelen 36d en 36e van het Wetboek van Strafvordering, waarin het tijdstip van ingang en de duur van de ontzegging, de verplichting tot inlevering van het vaarbewijs uiterlijk op dat tijdstip, alsmede het gevolg van niet tijdige inlevering worden medegedeeld.
De houder levert het vaarbewijs, tenzij het is ingevorderd en niet teruggegeven, in op het parket van het openbaar ministerie vanwaar hij het schrijven, bedoeld in het vierde lid, heeft ontvangen, uiterlijk op het tijdstip van ingang van de ontzegging.
Teruggave van het vaarbewijs vindt plaats zodra de termijn van de ontzegging is verstreken.
De termijn van ontzegging van de bevoegdheid tot het voeren van schepen wordt van rechtswege verlengd met het aantal dagen dat is verstreken tussen het tijdstip waarop het vaarbewijs ingevolge het vijfde lid had moeten worden ingeleverd en het tijdstip waarop nadien die inlevering heeft plaatsgevonden.
Artikel 35c
De opsporingsambtenaar die bij de uitoefening van de hem bij of krachtens wet verleende bevoegdheden de beschikking krijgt over een vaarwijs waarvan ingevolge dit hoofdstuk de overgifte is gevorderd, waarvan een verplichting tot inlevering bestaat of dat ingevolge de Binnenvaartwet zijn geldigheid heeft verloren, is bevoegd dat vaarbewijs in te nemen en het door te geleiden naar het betrokken parket van het openbaar ministerie, naar degene bij wie de houder dat vaarbewijs had dienen in te leveren onderscheidenlijk naar de instantie die het heeft afgegeven.
Hoofdstuk 9. Overige bepalingen
Bijlage. bij de Scheepvaartverkeerswet, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van deze wet
De scheepvaartwegen, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet zijn de navolgende:
- I.
-
- de Eemsmonding, zoals omschreven in Bijlage B van het Eems-Dollardverdrag (Trb. 1960, 69), met uitzondering van het gebied ten zuiden van de Geisedam, maar met inbegrip van:
- a. de scheepvaartweg vanaf de zeesluis te Delfzijl tot in het Oosterhornhaven;
- b. het bij de Eemsmonding aansluitende gedeelte van de territoriale zee dat ligt binnen het gebied begrensd door een lijn die loopt van de positie 53°34'.7NO6°21'.90 naar 53°34'.9NO6°13'.70, vandaar naar 53°37'.1NO6°19'.50, vandaar naar 53°39'.0NO6°27'10 en vandaar naar 53°37'.5NO6°31'.20, onverminderd het bepaalde in artikel 40 van het Eems-Dollardverdrag;
-
- de Vlierede, waaronder wordt begrepen het gebied tussen de tonnenlijnen, liggende binnen een cirkel met een straal van een zeemijl, met als middelpunt de positie 53°18'.0 N 05°10'.9 O, en de Rede van Texel, waaronder wordt begrepen het gebied tussen de meridianen van 04°44'.0 O en 04°50'.0 O, aan de noordzijde begrensd door de zuidkust van het eiland Texel en vervolgens door de parallel van 53°00'.0 N en aan de zuidzijde door de noordkust van het vasteland van de provincie Noord-Holland en voorts de Veerhaven en de buitenhaven tot aan de sluis van het Noordhollands kanaal;
-
- de bevaarbare scheepvaartwegen over de Waddenzee tussen de Vlierede, Terschelling en Vlieland tot aan de lijn die loopt over de posities 53°21'.6 N 05°12'.9 O en 53°17'.8 N 05°03'.6 O, Harlingen, Kornwerderzand, Den Oever, Oude Schild en de Rede van Texel.
- II.
-
- het gedeelte van de territoriale zee dat ligt binnen het gebied begrensd door een lijn die loopt van de positie 52°27'.9NO4°32'.00 naar 52°27'.8NO4°31'.00, vandaar naar 52°26'.0NO4°27'.80, vandaar naar 52°26'.9NO4°19'.30, vandaar naar 52°31'.9NO4°20'.90, vandaar naar 52°30'.7NO4°31'.20 en vandaar naar 52°28'.1NO4°32'.60;
-
- het Noordzeekanaal;
-
- de zijkanalen naar Beverwijk, naar Haarlem en naar Zaanstad;
-
- het IJ tot aan de Oranjesluizen en de ingang van het Amsterdam-Rijnkanaal;
- III. met inbegrip van de havens gelegen aan de onder I tot en met III genoemde scheepvaartwegen.
-
- het gedeelte van de territoriale zee dat ligt binnen het gebied begrensd door een lijn die loopt van het licht zuiderpier 51°59.14' N; 004°02.49' O, vandaar naar 51°58.11' N; 003°57.86' O, vandaar naar 51°57.10' N; 003°40.05' O, vandaar naar 51°56.88' N; 003°38.86' O, vandaar naar 51°58.57' N; 003°38.29' O, en vandaar naar 52°02.08' N; 003°39.21' O; vandaar naar 52°03.79' N; 003°40.65' O, en vandaar naar 52°05.84' N; 003°42.43' O; vandaar naar 52°07.13' N; 003°44.66' O, vandaar naar 52°07.18' N; 003°55.95' O, en vandaar naar 52°07.19' N; 004°00.08' O; vandaar naar 51°59.67' N; 004°02.84' O, en vandaar naar 51°59.14' N; 004°02.49' O (terug bij de zuiderpier)
-
- de Maasmond, de Nieuwe Waterweg, het Breeddiep, het Beerkanaal, het Yangtzekanaal en het Calandkanaal;
-
- het Hartelkanaal;
-
- de Nieuwe Maas, de Koningshaven;
-
- de Noord, de Rietbaan;
-
- de Oude Maas, het Spui en de Beningen;
-
- de Hollandse IJssel tot aan de stuw bij Krimpen aan de IJssel;
-
- de Beneden Merwede tot aan Hardinxveld-Giessendam en het Wantij;
-
- de Dordtsche Kil, de Krabbegeul en het Mallegat;
-
- het Hollandsch Diep ten westen van de Moerdijkbrug;
-
- het Haringvliet en het Vuile Gat;
-
- de Krammer benoorden de Krammersluizen, het Zuid-Vlije en het Volkerak;
- IV.
-
- het gedeelte van de territoriale zee dat ligt binnen het gebied begrensd door een lijn die loopt over de kerktorens van Aagtekerke en Domburg tot de positie 51°37’.0N, 03°27’.2O, vandaar naar de positie 51°42’.6N, 03°41’.6O;
-
- de havenbekkens, havens, steigers en aanlegplaatsen die gelegen zijn aan de Westerschelde;
-
- de havenbekkens, havens, steigers en aanlegplaatsen die gelegen zijn aan het Kanaal van Gent naar Terneuzen;
-
- de Oosterschelde, het Keeten, het Mastgat, het Zijpe en de Krammer bezuiden de Krammersluizen;
-
- het Kanaal door Walcheren, met inbegrip van het Verbrede Arnekanaal tot de spoorbrug;
-
- het Kanaal door Zuid-Beveland;
-
- het Veerse Meer; met inbegrip van de havens gelegen aan de onder 1 en 4 tot en met 7 genoemde scheepvaartwegen.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 4a
Ter uitvoering van artikel 4, eerste lid, onderdeel e, en artikel 4, derde lid, worden persoonsgegevens verwerkt. De verwerking van deze gegevens vindt plaats ter verzekering van de veiligheid en het vlotte verloop van het scheepvaartverkeer en ter uitvoering van verdragen of bindende EU-rechtshandelingen alleen of gezamenlijk. Het bevoegd gezag en de organisatie of persoon die niet deelneemt aan het scheepvaartverkeer die bij of krachtens algemene maatregel van bestuur is aangewezen, is verwerkingsverantwoordelijke.
De verwerking van gegevens bedoeld in het eerste lid kan tevens de verwerking van gegevens over gezondheid als bedoeld in artikel 4, onderdeel 15, van de Algemene verordening gegevensbescherming bevatten. Deze verwerking vindt plaats teneinde de veiligheid en reddingkansen te verhogen van opvarenden aan boord van passagiersschepen.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de bescherming van de persoonsgegevens bedoeld in het eerste en tweede lid.
Ter uitvoering van artikel 4, tweede lid, onderdeel b, worden gegevens over gezondheid als bedoeld in artikel 4, onderdeel 15, van de Algemene verordening gegevensbescherming en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming verwerkt. De verwerking van deze gegevens vindt plaats teneinde te kunnen beoordelen of de aanvragers van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen Rijnpatenten voldoen of niet meer voldoen aan de wettelijke vereisten voor de verlening van deze patenten. De bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen bevoegde autoriteit is verwerkingsverantwoordelijke.
§ 3. Het loodsen
§ 4. Vergoedingen
Hoofdstuk 5. Bepalingen met betrekking tot de uitvoering van verdragen en besluiten van volkenrechtelijke organisaties
Hoofdstuk 6. Dwangbepalingen
Hoofdstuk 7. Straf-, opsporings- en politiebepalingen
Hoofdstuk 9. Overige bepalingen
Bijlage. bij de Scheepvaartverkeerswet, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van deze wet
De scheepvaartwegen, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet zijn de navolgende:
- I.
-
- de Eemsmonding, zoals omschreven in Bijlage B van het Eems-Dollardverdrag (Trb. 1960, 69), met uitzondering van het gebied ten zuiden van de Geisedam, maar met inbegrip van:
- a. de scheepvaartweg vanaf de zeesluis te Delfzijl tot in het Oosterhornhaven;
- b. het bij de Eemsmonding aansluitende gedeelte van de territoriale zee dat ligt binnen het gebied begrensd door een lijn die loopt van de positie 53°34'.7NO6°21'.90 naar 53°34'.9NO6°13'.70, vandaar naar 53°37'.1NO6°19'.50, vandaar naar 53°39'.0NO6°27'10 en vandaar naar 53°37'.5NO6°31'.20, onverminderd het bepaalde in artikel 40 van het Eems-Dollardverdrag;
-
- de Vlierede, waaronder wordt begrepen het gebied tussen de tonnenlijnen, liggende binnen een cirkel met een straal van een zeemijl, met als middelpunt de positie 53°18'.0 N 05°10'.9 O, en de Rede van Texel, waaronder wordt begrepen het gebied tussen de meridianen van 04°44'.0 O en 04°50'.0 O, aan de noordzijde begrensd door de zuidkust van het eiland Texel en vervolgens door de parallel van 53°00'.0 N en aan de zuidzijde door de noordkust van het vasteland van de provincie Noord-Holland en voorts de Veerhaven en de buitenhaven tot aan de sluis van het Noordhollands kanaal;
-
- de bevaarbare scheepvaartwegen over de Waddenzee tussen de Vlierede, Terschelling en Vlieland tot aan de lijn die loopt over de posities 53°21'.6 N 05°12'.9 O en 53°17'.8 N 05°03'.6 O, Harlingen, Kornwerderzand, Den Oever, Oude Schild en de Rede van Texel.
- II.
-
- het gedeelte van de territoriale zee dat ligt binnen het gebied begrensd door een lijn die loopt van de positie 52°27'.9NO4°32'.00 naar 52°27'.8NO4°31'.00, vandaar naar 52°26'.0NO4°27'.80, vandaar naar 52°26'.9NO4°19'.30, vandaar naar 52°31'.9NO4°20'.90, vandaar naar 52°30'.7NO4°31'.20 en vandaar naar 52°28'.1NO4°32'.60;
-
- het Noordzeekanaal;
-
- de zijkanalen naar Beverwijk, naar Haarlem en naar Zaanstad;
-
- het IJ tot aan de Oranjesluizen en de ingang van het Amsterdam-Rijnkanaal;
- III. met inbegrip van de havens gelegen aan de onder I tot en met III genoemde scheepvaartwegen.
-
- het gedeelte van de territoriale zee dat ligt binnen het gebied begrensd door een lijn die loopt van het licht zuiderpier 51°59.14' N; 004°02.49' O, vandaar naar 51°58.11' N; 003°57.86' O, vandaar naar 51°57.10' N; 003°40.05' O, vandaar naar 51°56.88' N; 003°38.86' O, vandaar naar 51°58.57' N; 003°38.29' O, en vandaar naar 52°02.08' N; 003°39.21' O; vandaar naar 52°03.79' N; 003°40.65' O, en vandaar naar 52°05.84' N; 003°42.43' O; vandaar naar 52°07.13' N; 003°44.66' O, vandaar naar 52°07.18' N; 003°55.95' O, en vandaar naar 52°07.19' N; 004°00.08' O; vandaar naar 51°59.67' N; 004°02.84' O, en vandaar naar 51°59.14' N; 004°02.49' O (terug bij de zuiderpier)
-
- de Maasmond, de Nieuwe Waterweg, het Breeddiep, het Beerkanaal, het Yangtzekanaal en het Calandkanaal;
-
- het Hartelkanaal;
-
- de Nieuwe Maas, de Koningshaven;
-
- de Noord, de Rietbaan;
-
- de Oude Maas, het Spui en de Beningen;
-
- de Hollandse IJssel tot aan de stuw bij Krimpen aan de IJssel;
-
- de Beneden Merwede tot aan Hardinxveld-Giessendam en het Wantij;
-
- de Dordtsche Kil, de Krabbegeul en het Mallegat;
-
- het Hollandsch Diep ten westen van de Moerdijkbrug;
-
- het Haringvliet en het Vuile Gat;
-
- de Krammer benoorden de Krammersluizen, het Zuid-Vlije en het Volkerak;
- IV.
-
- het gedeelte van de territoriale zee dat ligt binnen het gebied begrensd door een lijn die loopt over de kerktorens van Aagtekerke en Domburg tot de positie 51°37’.0N, 03°27’.2O, vandaar naar de positie 51°42’.6N, 03°41’.6O;
-
- de havenbekkens, havens, steigers en aanlegplaatsen die gelegen zijn aan de Westerschelde;
-
- de havenbekkens, havens, steigers en aanlegplaatsen die gelegen zijn aan het Kanaal van Gent naar Terneuzen;
-
- de Oosterschelde, het Keeten, het Mastgat, het Zijpe en de Krammer bezuiden de Krammersluizen;
-
- het Kanaal door Walcheren, met inbegrip van het Verbrede Arnekanaal tot de spoorbrug;
-
- het Kanaal door Zuid-Beveland;
-
- het Veerse Meer; met inbegrip van de havens gelegen aan de onder 1 en 4 tot en met 7 genoemde scheepvaartwegen.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)