Wet van 7 juli 1988, houdende regels betreffende loodsen

Type Wet
Publication 2022-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de uitvoerende taken van de overheid ten aanzien van het loodsen van zeeschepen te beëindigen en in de plaats daarvan een openbaar lichaam voor beroep in te stellen als bedoeld in artikel 134 van de Grondwet, daarbij regels stellend over de opleiding tot loods en de bevoegdheid tot uitoefening van dit beroep, aldus tevens de grondslag scheppend voor de uitvoering van verdragen en besluiten van volkenrechtelijke organisaties, waaronder de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen inzake het loodsen van schepen door Noordzeeloodsen op de Noordzee en in het Kanaal (Pb EG L33/32);

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel I

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

Artikel 1
1.

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

2.

De begrippen in deze wet en de daarop berustende bepalingen hebben, tenzij anders is bepaald, dezelfde betekenis als in de Scheepvaartverkeerswet.

Hoofdstuk II. De loodsen

§ 1. Algemeen

Artikel 2
1.

De loods adviseert aan boord de kapitein of verkeersdeelnemer over de door deze te voeren navigatie.

2.

Indien de loods zijn functie aan boord van het te loodsen schip uitoefent, mag hij met instemming van de kapitein optreden als verkeersdeelnemer.

3.

Indien de loods zijn functie niet aan boord van het te loodsen schip kan uitoefenen, mag hij de kapitein of de verkeersdeelnemer vanaf een ander schip of vanaf de wal adviseren.

4.

Indien de loods zijn functie vanaf een ander schip of vanaf de wal uitoefent, mag hij, voor zover hij daartoe bij of krachtens artikel 9 van de Scheepvaartverkeerswet bevoegd is, de kapitein of de verkeersdeelnemer ook verkeersinformatie geven.

5.

Indien zich aan boord van het te loodsen schip een loods bevindt, kan een loods vanaf de wal aan deze loods adviezen en, voor zover hij daartoe bij of krachtens artikel 9 van de Scheepvaartverkeerswet bevoegd is, verkeersinformatie geven, in het geval van verminderd zicht, slechte weersomstandigheden of andere bijzondere omstandigheden.

6.

Ter bescherming van de belangen, genoemd in artikel 3, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet, worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur voorschriften vastgesteld die de loodsen voor en bij de uitoefening van hun beroep in acht dienen te nemen.

Artikel 3

De loods is, voor zover hij handelt in de uitoefening van de in artikel 2 genoemde taken en bevoegdheden, slechts aansprakelijk voor schade door hem veroorzaakt door opzet of grove schuld.

§ 2. Registerloodsen

Artikel 4
1.

Bij of krachtens verordening worden regels gesteld met betrekking tot de bevoegdheid van de registerloods ten aanzien van loodsplichtige scheepvaartwegen en categorieën van schepen en met betrekking tot het op peil houden van de in verband met het uitoefenen van het beroep van registerloods benodigde kennis en vaardigheden. Deze verordening en de krachtens die verordening te geven regels behoeven de goedkeuring van Onze Minister. De goedkeuring kan worden onthouden wegens strijd met de belangen, genoemd in artikel 3, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet.

2.

Het is degene die geen daartoe bevoegd registerloods is, verboden diensten als loods aan te bieden dan wel te verlenen aan:

3.

Het verbod, genoemd in het tweede lid, geldt niet met betrekking tot schepen voor de vaart op loodsplichtige scheepvaartwegen, aangewezen krachtens artikel 10, vierde lid, van de Scheepvaartverkeerswet, voor zover die schepen op binnenwateren varen.

4.

Het verbod, genoemd in het tweede lid, geldt niet voor de tot de Belgische loodsdienst behorende loods die krachtens het Scheldereglement als zodanig optreedt en de tot de Duitse loodsdienst behorende loods die krachtens het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland tot regeling van de samenwerking in de Eemsmonding (Trb. 1960, 69) als zodanig optreedt.

§ 3. Niet-registerloodsen

Artikel 5
1.

Onverminderd artikel 4, worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur eisen gesteld met betrekking tot de opleiding, kundigheid, ervaring en geschiktheid voor het loodsen van schepen op bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen wateren en ten aanzien van het in verband met de beroepsuitoefening af te geven document.

2.

De kosten verbonden aan en de kosten die samenhangen met de bij of krachtens het eerste lid, gestelde eisen, kunnen ten laste worden gebracht van de aanvrager van het in die maatregel genoemde examen of document.

3.

De bedragen ter vergoeding van de kosten, bedoeld in het tweede lid, worden bij ministeriële regeling vastgesteld.

4.

Ter uitvoering van de in het eerste lid bedoelde eisen worden persoonsgegevens verwerkt over gezondheid. De verwerking van deze gegevens strekt ertoe te kunnen beoordelen of de geschiktheid voor het loodsen van schepen aanwezig is of niet meer aanwezig is. Onze Minister is verwerkingsverantwoordelijke voor deze verwerking.

Hoofdstuk III. De loodsencorporaties

§ 1. De Nederlandse loodsencorporatie

Artikel 6
1.

De gezamenlijke registerloodsen vormen de Nederlandse loodsencorporatie. De corporatie is een openbaar lichaam in de zin van artikel 134 van de Grondwet. Zij is gevestigd te Rotterdam.

2.

De corporatie heeft een voorzitter, een algemene raad en een ledenvergadering.

Artikel 7

De voorzitter vertegenwoordigt de corporatie in en buiten rechte.

Artikel 8
1.

De algemene raad voert het geldelijk beheer en het overig bestuur. Deze raad bestaat uit de voorzitter en de voorzitters van de regionale corporaties of hun plaatsvervangers.

2.

De voorzitter wordt door de ledenvergadering benoemd voor een termijn van ten hoogste vier jaren. Hij is geen lid van het bestuur van een regionale corporatie.

3.

De voorzitter wordt bij verhindering vervangen door een lid van de algemene raad, daartoe door die raad aangewezen.

Artikel 9
1.

De algemene raad heeft in het bijzonder tot taak:

2.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de opleiding, kundigheid, ervaring en geschiktheid die worden gevorderd bij de toelating tot de opleiding en bij de examens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 1°, en worden regels gesteld omtrent de wijze van examinering.

3.

Ten behoeve van de uitvoering van het eerste lid, onderdeel a, onder 1° en 2°, en tweede lid, worden persoonsgegevens verwerkt over gezondheid. De verwerking van deze gegevens vindt plaats teneinde te kunnen beoordelen of de geschiktheid voor het uitoefenen van het beroep van registerloods aanwezig is.

4.

De taken genoemd in het eerste lid, onderdeel a, onder 3° en 5°, worden uitsluitend verricht voor zover deze betrekking hebben op registerloodsen in meer dan één regio.

5.

Voor de deelname aan een van de opleidingen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, 2°, is een vergoeding verschuldigd voor de kosten aan de algemene raad, volgens een bij besluit van de Autoriteit Consument en Markt overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens hoofdstuk VIA vast te stellen tarief.

§ 2. De regionale loodsencorporaties

Artikel 10
1.

De gezamenlijke registerloodsen van eenzelfde regio vormen de regionale loodsencorporatie in die regio.

2.

De namen en de vestigingsplaatsen van de regionale loodsencorporaties zijn als volgt:

3.

De grenzen van een regio worden bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld.

4.

Een regionale corporatie is rechtspersoon.

5.

Een regionale corporatie heeft een voorzitter, een bestuur en een ledenvergadering.

Artikel 11

De voorzitter van een regionale corporatie vertegenwoordigt de regionale corporatie in en buiten rechte.

Artikel 12
1.

Het bestuur voert het geldelijke beheer en het overige bestuur van de regionale corporatie.

2.

Het bestuur bestaat uit de voorzitter van de regionale corporatie en:

3.

De voorzitter van de regionale corporatie, de andere leden van het bestuur, alsmede hun plaatsvervangers, worden door de ledenvergadering uit de leden van de regionale corporatie benoemd voor een termijn van ten hoogste vier jaren.

4.

De voorzitter van de regionale corporatie en de andere leden van het bestuur worden bij verhindering vervangen door hun plaatsvervangers.

Artikel 13
1.

Het bestuur van de regionale corporatie heeft in het bijzonder tot taak:

2.

De taken, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, onder 2° en 3°, worden uitsluitend verricht voor zover daarin niet is voorzien krachtens artikel 9, eerste lid, onderdeel a, onder 3° of 5°.

§ 3. De vergaderingen

Artikel 14
1.

De voorzitter van de corporatie of van een regionale corporatie, roept een vergadering bijeen zo vaak hij zulks nodig acht of indien zulks schriftelijk, onder opgave van de te behandelen onderwerpen, wordt verzocht:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.