Wet van 3 juli 1989, houdende administratiefrechtelijke afdoening van inbreuken op bepaalde verkeersvoorschriften

Type Wet
Publication 2026-01-01
Laatst bijgewerkt 2026-08-31
State In force
Source BWB
artikelen 60
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
Feit Overtreden artikel Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie
1 2 3 4 5 6 7 8
Afdeling A. Verkeer te land Afdeling A. Verkeer te land Afdeling A. Verkeer te land Afdeling A. Verkeer te land Afdeling A. Verkeer te land Afdeling A. Verkeer te land Afdeling A. Verkeer te land
Categorie-indeling B: Categorie-indeling B: Categorie-indeling B: Categorie-indeling B: Categorie-indeling B: Categorie-indeling B: Categorie-indeling B:
1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft; 1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft; 1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft; 1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft; 1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft; 1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft; 1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft;
2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen; 2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen; 2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen; 2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen; 2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen; 2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen; 2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen;
3 – Bromfietsers, snorfietsers en bijzondere bromfietsers; 3 – Bromfietsers, snorfietsers en bijzondere bromfietsers; 3 – Bromfietsers, snorfietsers en bijzondere bromfietsers; 3 – Bromfietsers, snorfietsers en bijzondere bromfietsers; 3 – Bromfietsers, snorfietsers en bijzondere bromfietsers; 3 – Bromfietsers, snorfietsers en bijzondere bromfietsers; 3 – Bromfietsers, snorfietsers en bijzondere bromfietsers;
4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor; 4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor; 4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor; 4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor; 4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor; 4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor; 4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor;
5 – Voetgangers; 5 – Voetgangers; 5 – Voetgangers; 5 – Voetgangers; 5 – Voetgangers; 5 – Voetgangers; 5 – Voetgangers;
6 – Overige weggebruikers; 6 – Overige weggebruikers; 6 – Overige weggebruikers; 6 – Overige weggebruikers; 6 – Overige weggebruikers; 6 – Overige weggebruikers; 6 – Overige weggebruikers;
7 – Gezagvoerders/schippers; 7 – Gezagvoerders/schippers; 7 – Gezagvoerders/schippers; 7 – Gezagvoerders/schippers; 7 – Gezagvoerders/schippers; 7 – Gezagvoerders/schippers; 7 – Gezagvoerders/schippers;
8 – Een ieder. 8 – Een ieder. 8 – Een ieder. 8 – Een ieder. 8 – Een ieder. 8 – Een ieder. 8 – Een ieder.
NB 1 De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen. Dit geldt eveneens voor geparkeerde aanhangwagens indien deze door een onder één van deze categorieën vallende bestuurders is geparkeerd. NB 1 De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen. Dit geldt eveneens voor geparkeerde aanhangwagens indien deze door een onder één van deze categorieën vallende bestuurders is geparkeerd. NB 1 De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen. Dit geldt eveneens voor geparkeerde aanhangwagens indien deze door een onder één van deze categorieën vallende bestuurders is geparkeerd. NB 1 De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen. Dit geldt eveneens voor geparkeerde aanhangwagens indien deze door een onder één van deze categorieën vallende bestuurders is geparkeerd. NB 1 De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen. Dit geldt eveneens voor geparkeerde aanhangwagens indien deze door een onder één van deze categorieën vallende bestuurders is geparkeerd. NB 1 De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen. Dit geldt eveneens voor geparkeerde aanhangwagens indien deze door een onder één van deze categorieën vallende bestuurders is geparkeerd. NB 1 De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen. Dit geldt eveneens voor geparkeerde aanhangwagens indien deze door een onder één van deze categorieën vallende bestuurders is geparkeerd.
NB 2 Op basis van artikel 2a RVV 1990 zijn, tenzij anders bepaald, voor brommobielen en bestuurders en passagiers van brommobielen de regels betreffende motorvoertuigen van toepassing. Voor de feitcodes waar dit op van toepassing is moet in geval van een overtreding met een brommobiel of door een bestuurder van een brommobiel gepleegde overtreding in plaats van motorvoertuig brommobiel worden gelezen. NB 2 Op basis van artikel 2a RVV 1990 zijn, tenzij anders bepaald, voor brommobielen en bestuurders en passagiers van brommobielen de regels betreffende motorvoertuigen van toepassing. Voor de feitcodes waar dit op van toepassing is moet in geval van een overtreding met een brommobiel of door een bestuurder van een brommobiel gepleegde overtreding in plaats van motorvoertuig brommobiel worden gelezen. NB 2 Op basis van artikel 2a RVV 1990 zijn, tenzij anders bepaald, voor brommobielen en bestuurders en passagiers van brommobielen de regels betreffende motorvoertuigen van toepassing. Voor de feitcodes waar dit op van toepassing is moet in geval van een overtreding met een brommobiel of door een bestuurder van een brommobiel gepleegde overtreding in plaats van motorvoertuig brommobiel worden gelezen. NB 2 Op basis van artikel 2a RVV 1990 zijn, tenzij anders bepaald, voor brommobielen en bestuurders en passagiers van brommobielen de regels betreffende motorvoertuigen van toepassing. Voor de feitcodes waar dit op van toepassing is moet in geval van een overtreding met een brommobiel of door een bestuurder van een brommobiel gepleegde overtreding in plaats van motorvoertuig brommobiel worden gelezen. NB 2 Op basis van artikel 2a RVV 1990 zijn, tenzij anders bepaald, voor brommobielen en bestuurders en passagiers van brommobielen de regels betreffende motorvoertuigen van toepassing. Voor de feitcodes waar dit op van toepassing is moet in geval van een overtreding met een brommobiel of door een bestuurder van een brommobiel gepleegde overtreding in plaats van motorvoertuig brommobiel worden gelezen. NB 2 Op basis van artikel 2a RVV 1990 zijn, tenzij anders bepaald, voor brommobielen en bestuurders en passagiers van brommobielen de regels betreffende motorvoertuigen van toepassing. Voor de feitcodes waar dit op van toepassing is moet in geval van een overtreding met een brommobiel of door een bestuurder van een brommobiel gepleegde overtreding in plaats van motorvoertuig brommobiel worden gelezen. NB 2 Op basis van artikel 2a RVV 1990 zijn, tenzij anders bepaald, voor brommobielen en bestuurders en passagiers van brommobielen de regels betreffende motorvoertuigen van toepassing. Voor de feitcodes waar dit op van toepassing is moet in geval van een overtreding met een brommobiel of door een bestuurder van een brommobiel gepleegde overtreding in plaats van motorvoertuig brommobiel worden gelezen.
Nummers K 006 – K 172: Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994); Reglement Rijbewijzen (RR) Nummers K 006 – K 172: Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994); Reglement Rijbewijzen (RR) Nummers K 006 – K 172: Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994); Reglement Rijbewijzen (RR) Nummers K 006 – K 172: Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994); Reglement Rijbewijzen (RR) Nummers K 006 – K 172: Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994); Reglement Rijbewijzen (RR) Nummers K 006 – K 172: Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994); Reglement Rijbewijzen (RR) Nummers K 006 – K 172: Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994); Reglement Rijbewijzen (RR)
K 025 als bestuurder van een motorrijtuig rijden terwijl het kentekenbewijs niet behoorlijk leesbaar is 36 lid 3 sub d WVW 1994 65 65 65
het kenteken niet behoorlijk zichtbaar aanwezig hebben op of aan 40 lid 1 WVW 1994
K 030 a – een motorrijtuig 190 190 130 190
K 030 b – de aanhangwagen 190 190 130 190
K 035 het ongeldig verklaarde kentekenbewijs niet binnen de bepaalde termijn inleveren bij de Dienst Wegverkeer 52c lid 3 WVW 1994 320
voor een kentekenplichtig motorrijtuig met een toegestane maximummassa van 3500 kg of minder
K 045 a – is geen keuringsbewijs afgegeven 72 lid 1 WVW 1994 190 190
K 045 b – heeft het keuringsbewijs zijn geldigheid verloren 72 lid 2 sub b WVW 1994 190 190
voor een kentekenplichtig motorrijtuig of aanhangwagen met een toegestane maximummassa van meer dan 3500 kg
K 046 a – is geen keuringsbewijs afgegeven 72 lid 1 WVW 1994 500 500
K 046 b – heeft het keuringsbewijs zijn geldigheid verloren 72 lid 2 sub b WVW 1994 500 500
als bestuurder van een motorrijtuig rijden terwijl het rijbewijs
K 060 a – niet voldoet aan de gestelde eisen 107 lid 2 sub a WVW 1994 65 65 45
K 060 e – zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur, waarbij de geldigheidsduur één jaar of minder is verstreken 107 lid 2 sub b WVW 1994 130 130 90
K 060 c – niet behoorlijk leesbaar is 107 lid 2 sub c WVW 1994 130 130 90
K 060 h als bestuurder van een bromfiets rijden, terwijl het rijbewijs ongeldig is verklaard voor een of meer categorieën, niet zijnde de categorie AM, en aan betrokkene geen nieuw rijbewijs voor de categorie AM is afgegeven 107 lid 2 sub b WVW 1994 90
K 065 cc als houder van een rijbewijs B dat met het oog op deelname aan begeleid rijden was afgegeven, jonger dan 18 jaar een motorrijtuig waarvoor rijbewijs B is vereist besturen zonder dat een op de begeleiderspas vermelde begeleider op de zitplaats naast de bestuurder zat 111a lid 3 onder b en c WVW 1994 190
rijonderricht geven voor rijbewijs B terwijl het lesmotorrijtuig niet is voorzien van
K 090 a – een dubbele bediening c.q. een onderbreker 110b lid 1 sub a WVW 1994 jo. 8 sub a RR 380
K 090 b – een binnen- en een buitenspiegel waarmee degene die rijonderricht geeft het achter en rechts naast hem gelegen weggedeelte kan overzien 110b lid 1 sub a WVW 1994 jo. 8 sub b RR 380
K 090 c – een op de voorgeschreven wijze aangebrachte aanduiding 110b lid 1 sub a WVW 1994 jo. 8 sub b RR 130
K 090 aa rijonderricht geven in het kader van de opleiding voor het praktijkexamen voor de rijbewijscategorie AM, tweewielige bromfiets, terwijl deze niet is voorzien van een op de voorgeschreven wijze aangebrachte aanduiding 110b lid 1 sub a WVW 1994 jo. 7a lid 1 RR 130
rijonderricht geven in het kader van de opleiding voor het praktijkexamen voor de rijbewijscategorie AM, drie- of vierwielige bromfiets, terwijl deze niet is voorzien van
K 090 bb – een dubbele bediening c.q. onderbreker 110b lid 1 sub a WVW 1994 jo. 7a lid 2 RR 380
K 090 cc – een binnen- en buitenspiegel ten behoeve van de rij-instructeur 110b lid 1 sub a WVW 1994 jo. 7a lid 2 RR 380
K 090 dd – een op de voorgeschreven wijze aangebrachte aanduiding 110b lid 1 sub a WVW 1994 jo. 7a lid 2 RR 130
K 145 a als bestuurder handelen in strijd met één of meer aan een ontheffing, vergunning of vrijstelling verbonden voorschrift(en), niet betrekking hebbend op de begeleiding of vakbekwaamheid 150 lid 2 WVW 1994 190 190 130 75
als bestuurder van een motorrijtuig niet op eerste vordering behoorlijk ter inzage afgeven
K 150 a – het kentekenbewijs 160 lid 1 sub a WVW 1994 65 65 65
K 150 c – het rijbewijs 160 lid 1 sub b WVW 1994 110 110 110
K 150 e – de ontheffing 160 lid 1 sub d WVW 1994 65
K 150 f – het ingevolge de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders vereiste getuigschrift 160 lid 1 sub c WVW 1994 90
K 150 g – een gehandicaptenparkeerkaart of een kaart ten behoeve van gehandicaptenvervoer 160 lid 1 sub e WVW 1994 190 190 130 75
K 150 h – de begeleiderspas 160 lid 1 sub f WVW 1994 90
K 150 aa als begeleider niet op eerste vordering behoorlijk ter inzage afgeven van het rijbewijs 160 lid 7 WVW 1994 90
K 155 a niet meewerken aan het onderzoek van de psychomotorische functies en de oog- en spraakfuncties en/of de aanwijzingen die in dat kader worden gegeven niet opvolgen 160 lid 5 sub a WVW 1994 320 320 220 120 320
K 155 b niet meewerken aan het voorlopig onderzoek van uitgeademde lucht en/of de aanwijzingen die in dat kader worden gegeven niet opvolgen 160 lid 5 sub b WVW 1994 320 320 220 120 320
K 155 c niet meewerken aan het onderzoek van speeksel en/of de aanwijzingen die in dat kader worden gegeven niet opvolgen 160 lid 5 sub c WVW 1994 320 320 220 120 320
Feit Overtreden artikel Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie
--- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- ---
1 2 3 4
Nummers S 005, VA 004 – VV 101: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) Nummers S 005, VA 004 – VV 101: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) Nummers S 005, VA 004 – VV 101: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) Nummers S 005, VA 004 – VV 101: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) Nummers S 005, VA 004 – VV 101: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) Nummers S 005, VA 004 – VV 101: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) Nummers S 005, VA 004 – VV 101: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)
Categorie-indeling C: (maximumsnelheid) Categorie-indeling C: (maximumsnelheid) Categorie-indeling C: (maximumsnelheid) Categorie-indeling C: (maximumsnelheid) Categorie-indeling C: (maximumsnelheid) Categorie-indeling C: (maximumsnelheid) Categorie-indeling C: (maximumsnelheid)
1 – Motorvoertuigen (uitgezonderd categorie 2 en 4); 1 – Motorvoertuigen (uitgezonderd categorie 2 en 4); 1 – Motorvoertuigen (uitgezonderd categorie 2 en 4); 1 – Motorvoertuigen (uitgezonderd categorie 2 en 4); 1 – Motorvoertuigen (uitgezonderd categorie 2 en 4); 1 – Motorvoertuigen (uitgezonderd categorie 2 en 4); 1 – Motorvoertuigen (uitgezonderd categorie 2 en 4);
2 – Vrachtauto’s, autobussen, als bedrijfsauto aangemerkte kampeerauto’s met een toegestane maximummassa van meer dan 3500 kg en motorvoertuigen met aanhangwagen; 2 – Vrachtauto’s, autobussen, als bedrijfsauto aangemerkte kampeerauto’s met een toegestane maximummassa van meer dan 3500 kg en motorvoertuigen met aanhangwagen; 2 – Vrachtauto’s, autobussen, als bedrijfsauto aangemerkte kampeerauto’s met een toegestane maximummassa van meer dan 3500 kg en motorvoertuigen met aanhangwagen; 2 – Vrachtauto’s, autobussen, als bedrijfsauto aangemerkte kampeerauto’s met een toegestane maximummassa van meer dan 3500 kg en motorvoertuigen met aanhangwagen; 2 – Vrachtauto’s, autobussen, als bedrijfsauto aangemerkte kampeerauto’s met een toegestane maximummassa van meer dan 3500 kg en motorvoertuigen met aanhangwagen; 2 – Vrachtauto’s, autobussen, als bedrijfsauto aangemerkte kampeerauto’s met een toegestane maximummassa van meer dan 3500 kg en motorvoertuigen met aanhangwagen; 2 – Vrachtauto’s, autobussen, als bedrijfsauto aangemerkte kampeerauto’s met een toegestane maximummassa van meer dan 3500 kg en motorvoertuigen met aanhangwagen;
3 – (Bijzondere) bromfietsen, brommobielen, snorfietsen en gehandicaptenvoertuigen met motor; 3 – (Bijzondere) bromfietsen, brommobielen, snorfietsen en gehandicaptenvoertuigen met motor; 3 – (Bijzondere) bromfietsen, brommobielen, snorfietsen en gehandicaptenvoertuigen met motor; 3 – (Bijzondere) bromfietsen, brommobielen, snorfietsen en gehandicaptenvoertuigen met motor; 3 – (Bijzondere) bromfietsen, brommobielen, snorfietsen en gehandicaptenvoertuigen met motor; 3 – (Bijzondere) bromfietsen, brommobielen, snorfietsen en gehandicaptenvoertuigen met motor; 3 – (Bijzondere) bromfietsen, brommobielen, snorfietsen en gehandicaptenvoertuigen met motor;
4 – Land- of bosbouwtrekkers, mobiele machines en motorrijtuigen met beperkte snelheid. 4 – Land- of bosbouwtrekkers, mobiele machines en motorrijtuigen met beperkte snelheid. 4 – Land- of bosbouwtrekkers, mobiele machines en motorrijtuigen met beperkte snelheid. 4 – Land- of bosbouwtrekkers, mobiele machines en motorrijtuigen met beperkte snelheid. 4 – Land- of bosbouwtrekkers, mobiele machines en motorrijtuigen met beperkte snelheid. 4 – Land- of bosbouwtrekkers, mobiele machines en motorrijtuigen met beperkte snelheid. 4 – Land- of bosbouwtrekkers, mobiele machines en motorrijtuigen met beperkte snelheid.
Hoofdstuk 2. Verkeersregels Hoofdstuk 2. Verkeersregels Hoofdstuk 2. Verkeersregels Hoofdstuk 2. Verkeersregels Hoofdstuk 2. Verkeersregels Hoofdstuk 2. Verkeersregels Hoofdstuk 2. Verkeersregels
VIII. Maximumsnelheid VIII. Maximumsnelheid VIII. Maximumsnelheid VIII. Maximumsnelheid VIII. Maximumsnelheid VIII. Maximumsnelheid VIII. Maximumsnelheid
a. Algemeen a. Algemeen a. Algemeen a. Algemeen a. Algemeen a. Algemeen a. Algemeen
als bestuurder niet in staat zijn, zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kan overzien en waarover deze vrij is 19 RVV 1990
S 005 a – bij snelheden tot en met 80 km/h 380 380 260 380
Snelheidsoverschrijdingen Snelheidsoverschrijdingen Snelheidsoverschrijdingen Snelheidsoverschrijdingen Snelheidsoverschrijdingen Snelheidsoverschrijdingen Snelheidsoverschrijdingen
Noot Noot Noot Noot Noot Noot Noot
1. * = Recidiveregeling snelheid (zie Richtlijn voor strafvordering feitgecodeerde misdrijven en overtredingen); bij staandehouding wordt bij overschrijding vanaf 50 km/h of 30 km/h (cat. 3) het rijbewijs ingevorderd en dient het proces-verbaal met het proces-verbaal van invordering te worden ingezonden naar het Openbaar Ministerie. 1. * = Recidiveregeling snelheid (zie Richtlijn voor strafvordering feitgecodeerde misdrijven en overtredingen); bij staandehouding wordt bij overschrijding vanaf 50 km/h of 30 km/h (cat. 3) het rijbewijs ingevorderd en dient het proces-verbaal met het proces-verbaal van invordering te worden ingezonden naar het Openbaar Ministerie. 1. * = Recidiveregeling snelheid (zie Richtlijn voor strafvordering feitgecodeerde misdrijven en overtredingen); bij staandehouding wordt bij overschrijding vanaf 50 km/h of 30 km/h (cat. 3) het rijbewijs ingevorderd en dient het proces-verbaal met het proces-verbaal van invordering te worden ingezonden naar het Openbaar Ministerie. 1. * = Recidiveregeling snelheid (zie Richtlijn voor strafvordering feitgecodeerde misdrijven en overtredingen); bij staandehouding wordt bij overschrijding vanaf 50 km/h of 30 km/h (cat. 3) het rijbewijs ingevorderd en dient het proces-verbaal met het proces-verbaal van invordering te worden ingezonden naar het Openbaar Ministerie. 1. * = Recidiveregeling snelheid (zie Richtlijn voor strafvordering feitgecodeerde misdrijven en overtredingen); bij staandehouding wordt bij overschrijding vanaf 50 km/h of 30 km/h (cat. 3) het rijbewijs ingevorderd en dient het proces-verbaal met het proces-verbaal van invordering te worden ingezonden naar het Openbaar Ministerie. 1. * = Recidiveregeling snelheid (zie Richtlijn voor strafvordering feitgecodeerde misdrijven en overtredingen); bij staandehouding wordt bij overschrijding vanaf 50 km/h of 30 km/h (cat. 3) het rijbewijs ingevorderd en dient het proces-verbaal met het proces-verbaal van invordering te worden ingezonden naar het Openbaar Ministerie. 1. * = Recidiveregeling snelheid (zie Richtlijn voor strafvordering feitgecodeerde misdrijven en overtredingen); bij staandehouding wordt bij overschrijding vanaf 50 km/h of 30 km/h (cat. 3) het rijbewijs ingevorderd en dient het proces-verbaal met het proces-verbaal van invordering te worden ingezonden naar het Openbaar Ministerie.
2. Indien bij een feitcode bij het tarief ’OBM’ staat vermeld dan betreft dit de eis ter zitting voor de eerste overtreding. Naast deze boete dient een OBM ov conform de recidiveregeling snelheidsovertredingen te worden geëist. 2. Indien bij een feitcode bij het tarief ’OBM’ staat vermeld dan betreft dit de eis ter zitting voor de eerste overtreding. Naast deze boete dient een OBM ov conform de recidiveregeling snelheidsovertredingen te worden geëist. 2. Indien bij een feitcode bij het tarief ’OBM’ staat vermeld dan betreft dit de eis ter zitting voor de eerste overtreding. Naast deze boete dient een OBM ov conform de recidiveregeling snelheidsovertredingen te worden geëist. 2. Indien bij een feitcode bij het tarief ’OBM’ staat vermeld dan betreft dit de eis ter zitting voor de eerste overtreding. Naast deze boete dient een OBM ov conform de recidiveregeling snelheidsovertredingen te worden geëist. 2. Indien bij een feitcode bij het tarief ’OBM’ staat vermeld dan betreft dit de eis ter zitting voor de eerste overtreding. Naast deze boete dient een OBM ov conform de recidiveregeling snelheidsovertredingen te worden geëist. 2. Indien bij een feitcode bij het tarief ’OBM’ staat vermeld dan betreft dit de eis ter zitting voor de eerste overtreding. Naast deze boete dient een OBM ov conform de recidiveregeling snelheidsovertredingen te worden geëist. 2. Indien bij een feitcode bij het tarief ’OBM’ staat vermeld dan betreft dit de eis ter zitting voor de eerste overtreding. Naast deze boete dient een OBM ov conform de recidiveregeling snelheidsovertredingen te worden geëist.
b. Binnen de bebouwde kom b. Binnen de bebouwde kom b. Binnen de bebouwde kom b. Binnen de bebouwde kom b. Binnen de bebouwde kom b. Binnen de bebouwde kom b. Binnen de bebouwde kom
overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom 20 sub a RVV 1990 (cat 1/2), 20 sub b en c RVV 1990 (cat 3), 22 sub c en d RVV 1990 (cat 3), 22a RVV 1990 (cat 4)
VA 004 – met 4 km/h 37 62 37 37
VA 005 – met 5 km/h 46 73 46 46
VA 006 – met 6 km/h 56 85 56 56
VA 007 – met 7 km/h 65 100 65 65
VA 008 – met 8 km/h 73 114 73 73
VA 009 – met 9 km/h 84 129 84 84
VA 010 – met 10 km/h 95 142 95 95
VA 011 – met 11 km/h 129 179 129 129
VA 012 – met 12 km/h 140 194 140 140
VA 013 – met 13 km/h 155 211 155 155
VA 014 – met 14 km/h 166 229 166 166
VA 015 – met 15 km/h 179 246 179 179
VA 016 – met 16 km/h 192 263 192 192
VA 017 – met 17 km/h 207 282 207 207
VA 018 – met 18 km/h 223 301 223 223
VA 019 – met 19 km/h 237 321 237 237
VA 020 – met 20 km/h 255 342 255 255
VA 021 – met 21 km/h 272 363 272 272
VA 022 – met 22 km/h 289 385 289 289
VA 023 – met 23 km/h 308 407 308 308
VA 024 – met 24 km/h 324 430 324 324
VA 025 – met 25 km/h 345 455 345 345
VA 026 – met 26 km/h 363 481 363 363
VA 027 – met 27 km/h 387 507 387 387
VA 028 – met 28 km/h 405 524 405 405
VA 029 – met 29 km/h 426 524 426 426
VA 030 – met 30 km/h 446 446
overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom 62 jo. bord A1 (uitgezonderd [30 km/h]) RVV 1990
VB 004 – met 4 km/h 37 62 37 37
VB 005 – met 5 km/h 46 73 46 46
VB 006 – met 6 km/h 56 85 56 56
VB 007 – met 7 km/h 65 100 65 65
VB 008 – met 8 km/h 73 114 73 73
VB 009 – met 9 km/h 84 129 84 84
VB 010 – met 10 km/h 95 142 95 95
VB 011 – met 11 km/h 129 179 129 129
VB 012 – met 12 km/h 140 194 140 140
VB 013 – met 13 km/h 155 211 155 155
VB 014 – met 14 km/h 166 229 166 166
VB 015 – met 15 km/h 179 246 179 179
VB 016 – met 16 km/h 192 263 192 192
VB 017 – met 17 km/h 207 282 207 207
VB 018 – met 18 km/h 223 301 223 223
VB 019 – met 19 km/h 237 321 237 237
VB 020 – met 20 km/h 255 342 255 255
VB 021 – met 21 km/h 272 363 272 272
VB 022 – met 22 km/h 289 385 289 289
VB 023 – met 23 km/h 308 407 308 308
VB 024 – met 24 km/h 324 430 324 324
VB 025 – met 25 km/h 345 455 345 345
VB 026 – met 26 km/h 363 481 363 363
VB 027 – met 27 km/h 387 507 387 387
VB 028 – met 28 km/h 405 524 405 405
VB 029 – met 29 km/h 426 524 426 426
VB 030 – met 30 km/h 446 446
overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom (bord A1 [30 km/h]) 62 jo. bord A1 RVV 1990
VS 004 – met 4 km/h 62 137 62 62
VS 005 – met 5 km/h 73 155 73 73
VS 006 – met 6 km/h 85 173 85 85
VS 007 – met 7 km/h 98 194 98 98
VS 008 – met 8 km/h 113 213 113 113
VS 009 – met 9 km/h 126 233 126 126
VS 010 – met 10 km/h 142 252 142 142
VS 011 – met 11 km/h 179 298 179 179
VS 012 – met 12 km/h 194 320 194 194
VS 013 – met 13 km/h 210 343 210 210
VS 014 – met 14 km/h 229 365 229 229
VS 015 – met 15 km/h 246 388 246 246
VS 016 – met 16 km/h 263 413 263 263
VS 017 – met 17 km/h 282 436 282 282
VS 018 – met 18 km/h 301 463 301 301
VS 019 – met 19 km/h 321 489 321 321
VS 020 – met 20 km/h 342 517 342 342
VS 021 – met 21 km/h 363 524 363 363
VS 022 – met 22 km/h 388 524 388 388
VS 023 – met 23 km/h 410 410 410
VS 024 – met 24 km/h 434 434 434
VS 025 – met 25 km/h 456 456 456
VS 026 – met 26 km/h 481 481 481
VS 027 – met 27 km/h 505 505 505
VS 028 – met 28 km/h 524 524 524
VS 029 – met 29 km/h 524 524 524
overschrijding van de maximumsnelheid binnen een erf 45 RVV 1990
VV 004 – met 4 km/h 62 137 62 62
VV 005 – met 5 km/h 73 155 73 73
VV 006 – met 6 km/h 85 173 85 85
VV 007 – met 7 km/h 98 194 98 98
VV 008 – met 8 km/h 113 213 113 113
VV 009 – met 9 km/h 126 233 126 126
VV 010 – met 10 km/h 142 252 142 142
VV 011 – met 11 km/h 179 298 179 179
VV 012 – met 12 km/h 194 320 194 194
VV 013 – met 13 km/h 210 343 210 210
VV 014 – met 14 km/h 229 365 229 229
VV 015 – met 15 km/h 246 388 246 246
VV 016 – met 16 km/h 263 413 263 263
VV 017 – met 17 km/h 282 436 282 282
VV 018 – met 18 km/h 301 463 301 301
VV 019 – met 19 km/h 321 489 321 321
VV 020 – met 20 km/h 342 517 342 342
VV 021 – met 21 km/h 363 524 363 363
VV 022 – met 22 km/h 388 524 388 388
VV 023 – met 23 km/h 410 410 410
VV 024 – met 24 km/h 434 434 434
VV 025 – met 25 km/h 456 456 456
VV 026 – met 26 km/h 481 481 481
VV 027 – met 27 km/h 505 505 505
VV 028 – met 28 km/h 524 524 524
VV 029 – met 29 km/h 524 524 524
overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom 62 jo. bord A3 RVV 1990
VC 004 – met 4 km/h 37 62 37 37
VC 005 – met 5 km/h 46 73 46 46
VC 006 – met 6 km/h 56 85 56 56
VC 007 – met 7 km/h 65 100 65 65
VC 008 – met 8 km/h 73 114 73 73
VC 009 – met 9 km/h 84 129 84 84
VC 010 – met 10 km/h 95 142 95 95
VC 011 – met 11 km/h 129 179 129 129
VC 012 – met 12 km/h 140 194 140 140
VC 013 – met 13 km/h 155 211 155 155
VC 014 – met 14 km/h 166 229 166 166
VC 015 – met 15 km/h 179 246 179 179
VC 016 – met 16 km/h 192 263 192 192
VC 017 – met 17 km/h 207 282 207 207
VC 018 – met 18 km/h 223 301 223 223
VC 019 – met 19 km/h 237 321 237 237
VC 020 – met 20 km/h 255 342 255 255
VC 021 – met 21 km/h 272 363 272 272
VC 022 – met 22 km/h 289 385 289 289
VC 023 – met 23 km/h 308 407 308 308
VC 024 – met 24 km/h 324 430 324 324
VC 025 – met 25 km/h 345 455 345 345
VC 026 – met 26 km/h 363 481 363 363
VC 027 – met 27 km/h 387 507 387 387
VC 028 – met 28 km/h 405 524 405 405
VC 029 – met 29 km/h 426 524 426 426
VC 030 – met 30 km/h 446 446
overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden 62 jo. bord A1 RVV 1990
VD 004 – met 4 km/h 62 137 62 62
VD 005 – met 5 km/h 73 155 73 73
VD 006 – met 6 km/h 85 173 85 85
VD 007 – met 7 km/h 98 194 98 98
VD 008 – met 8 km/h 113 213 113 113
VD 009 – met 9 km/h 126 233 126 126
VD 010 – met 10 km/h 142 252 142 142
VD 011 – met 11 km/h 179 298 179 179
VD 012 – met 12 km/h 194 320 194 194
VD 013 – met 13 km/h 210 343 210 210
VD 014 – met 14 km/h 229 365 229 229
VD 015 – met 15 km/h 246 388 246 246
VD 016 – met 16 km/h 263 413 263 263
VD 017 – met 17 km/h 282 436 282 282
VD 018 – met 18 km/h 301 463 301 301
VD 019 – met 19 km/h 321 489 321 321
VD 020 – met 20 km/h 342 517 342 342
VD 021 – met 21 km/h 363 524 363 363
VD 022 – met 22 km/h 388 524 388 388
VD 023 – met 23 km/h 410 410 410
VD 024 – met 24 km/h 434 434 434
VD 025 – met 25 km/h 456 456 456
VD 026 – met 26 km/h 481 481 481
VD 027 – met 27 km/h 505 505 505
VD 028 – met 28 km/h 524 524 524
VD 029 – met 29 km/h 524 524 524
overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden 62 jo. bord A3 RVV 1990
VE 004 – met 4 km/h 62 137 62 62
VE 005 – met 5 km/h 73 155 73 73
VE 006 – met 6 km/h 85 173 85 85
VE 007 – met 7 km/h 98 194 98 98
VE 008 – met 8 km/h 113 213 113 113
VE 009 – met 9 km/h 126 233 126 126
VE 010 – met 10 km/h 142 252 142 142
VE 011 – met 11 km/h 179 298 179 179
VE 012 – met 12 km/h 194 320 194 194
VE 013 – met 13 km/h 210 343 210 210
VE 014 – met 14 km/h 229 365 229 229
VE 015 – met 15 km/h 246 388 246 246
VE 016 – met 16 km/h 263 413 263 263
VE 017 – met 17 km/h 282 436 282 282
VE 018 – met 18 km/h 301 463 301 301
VE 019 – met 19 km/h 321 489 321 321
VE 020 – met 20 km/h 342 517 342 342
VE 021 – met 21 km/h 363 524 363 363
VE 022 – met 22 km/h 388 524 388 388
VE 023 – met 23 km/h 410 410 410
VE 024 – met 24 km/h 434 434 434
VE 025 – met 25 km/h 456 456 456
VE 026 – met 26 km/h 481 481 481
VE 027 – met 27 km/h 505 505 505
VE 028 – met 28 km/h 524 524 524
VE 029 – met 29 km/h 524 524 524
c. (Auto)wegen buiten de bebouwde kom c. (Auto)wegen buiten de bebouwde kom c. (Auto)wegen buiten de bebouwde kom c. (Auto)wegen buiten de bebouwde kom c. (Auto)wegen buiten de bebouwde kom c. (Auto)wegen buiten de bebouwde kom c. (Auto)wegen buiten de bebouwde kom
overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom 21 sub a RVV 1990 (cat 1), 22 sub a, b, e en f RVV 1990 (cat 2), 21 sub b en c RVV 1990 (cat 3), 22 sub c en d RVV 1990 (cat 3), 22a RVV 1990 (cat 4)
VF 004 – met 4 km/h 33 50 33 33
VF 005 – met 5 km/h 42 60 42 42
VF 006 – met 6 km/h 50 72 50 50
VF 007 – met 7 km/h 59 84 59 59
VF 008 – met 8 km/h 68 97 68 68
VF 009 – met 9 km/h 79 107 79 79
VF 010 – met 10 km/h 89 120 89 89
VF 011 – met 11 km/h 121 152 121 121
VF 012 – met 12 km/h 134 168 134 134
VF 013 – met 13 km/h 147 184 147 147
VF 014 – met 14 km/h 159 198 159 159
VF 015 – met 15 km/h 172 213 172 172
VF 016 – met 16 km/h 184 231 184 184
VF 017 – met 17 km/h 197 249 197 197
VF 018 – met 18 km/h 210 266 210 210
VF 019 – met 19 km/h 227 284 227 227
VF 020 – met 20 km/h 243 301 243 243
VF 021 – met 21 km/h 258 321 258 258
VF 022 – met 22 km/h 273 342 273 273
VF 023 – met 23 km/h 289 362 289 289
VF 024 – met 24 km/h 308 381 308 308
VF 025 – met 25 km/h 326 404 326 326
VF 026 – met 26 km/h 345 426 345 345
VF 027 – met 27 km/h 362 446 362 362
VF 028 – met 28 km/h 381 471 381 381
VF 029 – met 29 km/h 404 494 404 404
VF 030 – met 30 km/h 424 517 424
overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom 62 jo. bord A1 RVV 1990
VG 004 – met 4 km/h 33 50 33
VG 005 – met 5 km/h 42 60 42
VG 006 – met 6 km/h 50 72 50
VG 007 – met 7 km/h 59 84 59
VG 008 – met 8 km/h 68 97 68
VG 009 – met 9 km/h 79 107 79
VG 010 – met 10 km/h 89 120 89
VG 011 – met 11 km/h 121 152 121
VG 012 – met 12 km/h 134 168 134
VG 013 – met 13 km/h 147 184 147
VG 014 – met 14 km/h 159 198 159
VG 015 – met 15 km/h 172 213 172
VG 016 – met 16 km/h 184 231 184
VG 017 – met 17 km/h 197 249 197
VG 018 – met 18 km/h 210 266 210
VG 019 – met 19 km/h 227 284 227
VG 020 – met 20 km/h 243 301 243
VG 021 – met 21 km/h 258 321 258
VG 022 – met 22 km/h 273 342 273
VG 023 – met 23 km/h 289 362 289
VG 024 – met 24 km/h 308 381 308
VG 025 – met 25 km/h 326 404 326
VG 026 – met 26 km/h 345 426 345
VG 027 – met 27 km/h 362 446 362
VG 028 – met 28 km/h 381 471 381
VG 029 – met 29 km/h 404 494 404
VG 030 – met 30 km/h 424 517
overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom 62 jo. bord A3 RVV 1990
VH 004 – met 4 km/h 33 50 33
VH 005 – met 5 km/h 42 60 42
VH 006 – met 6 km/h 50 72 50
VH 007 – met 7 km/h 59 84 59
VH 008 – met 8 km/h 68 97 68
VH 009 – met 9 km/h 79 107 79
VH 010 – met 10 km/h 89 120 89
VH 011 – met 11 km/h 121 152 121
VH 012 – met 12 km/h 134 168 134
VH 013 – met 13 km/h 147 184 147
VH 014 – met 14 km/h 159 198 159
VH 015 – met 15 km/h 172 213 172
VH 016 – met 16 km/h 184 231 184
VH 017 – met 17 km/h 197 249 197
VH 018 – met 18 km/h 210 266 210
VH 019 – met 19 km/h 227 284 227
VH 020 – met 20 km/h 243 301 243
VH 021 – met 21 km/h 258 321 258
VH 022 – met 22 km/h 273 342 273
VH 023 – met 23 km/h 289 362 289
VH 024 – met 24 km/h 308 381 308
VH 025 – met 25 km/h 326 404 326
VH 026 – met 26 km/h 345 426 345
VH 027 – met 27 km/h 362 446 362
VH 028 – met 28 km/h 381 471 381
VH 029 – met 29 km/h 404 494 404
VH 030 – met 30 km/h 424 517
overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden 62 jo. bord A1 RVV 1990, 22 sub a, e en f RVV 1990 (cat 2)
VI 004 – met 4 km/h 50 73 50
VI 005 – met 5 km/h 60 89 60
VI 006 – met 6 km/h 72 107 72
VI 007 – met 7 km/h 84 124 84
VI 008 – met 8 km/h 97 142 97
VI 009 – met 9 km/h 108 160 108
VI 010 – met 10 km/h 121 179 121
VI 011 – met 11 km/h 156 220 156
VI 012 – met 12 km/h 171 240 171
VI 013 – met 13 km/h 184 259 184
VI 014 – met 14 km/h 198 281 198
VI 015 – met 15 km/h 213 301 213
VI 016 – met 16 km/h 231 324 231
VI 017 – met 17 km/h 249 346 249
VI 018 – met 18 km/h 266 371 266
VI 019 – met 19 km/h 284 395 284
VI 020 – met 20 km/h 301 418 301
VI 021 – met 21 km/h 321 445 321
VI 022 – met 22 km/h 342 469 342
VI 023 – met 23 km/h 362 497 362
VI 024 – met 24 km/h 381 523 381
VI 025 – met 25 km/h 404 524 404
VI 026 – met 26 km/h 426 524 426
VI 027 – met 27 km/h 446 524 446
VI 028 – met 28 km/h 471 471
VI 029 – met 29 km/h 494 494
VI 030 – met 30 km/h 517
overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden 62 jo. bord A3 RVV 1990, 22 sub a, e en f RVV 1990 (cat 2)
VK 004 – met 4 km/h 50 73 50
VK 005 – met 5 km/h 60 89 60
VK 006 – met 6 km/h 72 107 72
VK 007 – met 7 km/h 84 124 84
VK 008 – met 8 km/h 97 142 97
VK 009 – met 9 km/h 108 160 108
VK 010 – met 10 km/h 121 179 121
VK 011 – met 11 km/h 156 220 156
VK 012 – met 12 km/h 171 240 171
VK 013 – met 13 km/h 184 259 184
VK 014 – met 14 km/h 198 281 198
VK 015 – met 15 km/h 213 301 213
VK 016 – met 16 km/h 231 324 231
VK 017 – met 17 km/h 249 346 249
VK 018 – met 18 km/h 266 371 266
VK 019 – met 19 km/h 284 395 284
VK 020 – met 20 km/h 301 418 301
VK 021 – met 21 km/h 321 445 321
VK 022 – met 22 km/h 342 469 342
VK 023 – met 23 km/h 362 497 362
VK 024 – met 24 km/h 381 523 381
VK 025 – met 25 km/h 404 524 404
VK 026 – met 26 km/h 426 524 426
VK 027 – met 27 km/h 446 524 446
VK 028 – met 28 km/h 471 471
VK 029 – met 29 km/h 494 494
VK 030 – met 30 km/h 517
d. Autosnelwegen d. Autosnelwegen d. Autosnelwegen d. Autosnelwegen d. Autosnelwegen d. Autosnelwegen d. Autosnelwegen
overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen buiten de bebouwde kom 21 sub a RVV 1990 (cat 1), 22 sub a, b, e en f RVV 1990 (cat 2)
VL 004 – met 4 km/h 28 36
VL 005 – met 5 km/h 34 45
VL 006 – met 6 km/h 41 56
VL 007 – met 7 km/h 49 67
VL 008 – met 8 km/h 56 77
VL 009 – met 9 km/h 64 88
VL 010 – met 10 km/h 84 115
VL 011 – met 11 km/h 115 149
VL 012 – met 12 km/h 126 163
VL 013 – met 13 km/h 136 176
VL 014 – met 14 km/h 147 191
VL 015 – met 15 km/h 159 204
VL 016 – met 16 km/h 171 220
VL 017 – met 17 km/h 185 237
VL 018 – met 18 km/h 200 255
VL 019 – met 19 km/h 213 272
VL 020 – met 20 km/h 229 289
VL 021 – met 21 km/h 244 308
VL 022 – met 22 km/h 258 326
VL 023 – met 23 km/h 273 345
VL 024 – met 24 km/h 289 363
VL 025 – met 25 km/h 304 387
VL 026 – met 26 km/h 321 407
VL 027 – met 27 km/h 337 427
VL 028 – met 28 km/h 350 450
VL 029 – met 29 km/h 369 471
VL 030 – met 30 km/h 389 494
VL 031 a – met 31 km/h 408
VL 032 a – met 32 km/h 427
VL 033 a – met 33 km/h 446
VL 034 a – met 34 km/h 468
VL 035 a – met 35 km/h 488
VL 036 a – met 36 km/h 508
VL 037 a – met 37 km/h 524
VL 038 a – met 38 km/h 524
VL 039 a – met 39 km/h 524
overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen buiten de bebouwde kom 62 jo. bord A1 RVV 1990
VM 004 – met 4 km/h 28 36
VM 005 – met 5 km/h 34 45
VM 006 – met 6 km/h 41 56
VM 007 – met 7 km/h 49 67
VM 008 – met 8 km/h 56 77
VM 009 – met 9 km/h 64 88
VM 010 – met 10 km/h 84 115
VM 011 – met 11 km/h 115 149
VM 012 – met 12 km/h 126 163
VM 013 – met 13 km/h 136 176
VM 014 – met 14 km/h 147 191
VM 015 – met 15 km/h 159 204
VM 016 – met 16 km/h 171 220
VM 017 – met 17 km/h 185 237
VM 018 – met 18 km/h 200 255
VM 019 – met 19 km/h 213 272
VM 020 – met 20 km/h 229 289
VM 021 – met 21 km/h 244 308
VM 022 – met 22 km/h 258 326
VM 023 – met 23 km/h 273 345
VM 024 – met 24 km/h 289 363
VM 025 – met 25 km/h 304 387
VM 026 – met 26 km/h 321 407
VM 027 – met 27 km/h 337 427
VM 028 – met 28 km/h 350 450
VM 029 – met 29 km/h 369 471
VM 030 – met 30 km/h 389 494
VM 031 a – met 31 km/h 408
VM 032 a – met 32 km/h 427
VM 033 a – met 33 km/h 446
VM 034 a – met 34 km/h 468
VM 035 a – met 35 km/h 488
VM 036 a – met 36 km/h 508
VM 037 a – met 37 km/h 524
VM 038 a – met 38 km/h 524
VM 039 a – met 39 km/h 524
overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen buiten de bebouwde kom 62 jo. bord A3 RVV 1990
VN 004 – met 4 km/h 28 36
VN 005 – met 5 km/h 34 45
VN 006 – met 6 km/h 41 56
VN 007 – met 7 km/h 49 67
VN 008 – met 8 km/h 56 77
VN 009 – met 9 km/h 64 88
VN 010 – met 10 km/h 84 115
VN 011 – met 11 km/h 115 149
VN 012 – met 12 km/h 126 163
VN 013 – met 13 km/h 136 176
VN 014 – met 14 km/h 147 191
VN 015 – met 15 km/h 159 204
VN 016 – met 16 km/h 171 220
VN 017 – met 17 km/h 185 237
VN 018 – met 18 km/h 200 255
VN 019 – met 19 km/h 213 272
VN 020 – met 20 km/h 229 289
VN 021 – met 21 km/h 244 308
VN 022 – met 22 km/h 258 326
VN 023 – met 23 km/h 273 345
VN 024 – met 24 km/h 289 363
VN 025 – met 25 km/h 304 387
VN 026 – met 26 km/h 321 407
VN 027 – met 27 km/h 337 427
VN 028 – met 28 km/h 350 450
VN 029 – met 29 km/h 369 471
VN 030 – met 30 km/h 389 494
VN 031 a – met 31 km/h 408
VN 032 a – met 32 km/h 427
VN 033 a – met 33 km/h 446
VN 034 a – met 34 km/h 468
VN 035 a – met 35 km/h 488
VN 036 a – met 36 km/h 508
VN 037 a – met 37 km/h 524
VN 038 a – met 38 km/h 524
VN 039 a – met 39 km/h 524
overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen buiten de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden 62 jo. bord A1 RVV 1990, 22 sub a, e en f RVV 1990 (cat 2)
VO 004 – met 4 km/h 36 57
VO 005 – met 5 km/h 45 70
VO 006 – met 6 km/h 56 83
VO 007 – met 7 km/h 67 98
VO 008 – met 8 km/h 76 113
VO 009 – met 9 km/h 86 129
VO 010 – met 10 km/h 114 169
VO 011 – met 11 km/h 147 210
VO 012 – met 12 km/h 163 229
VO 013 – met 13 km/h 176 246
VO 014 – met 14 km/h 192 269
VO 015 – met 15 km/h 207 289
VO 016 – met 16 km/h 220 310
VO 017 – met 17 km/h 237 333
VO 018 – met 18 km/h 255 353
VO 019 – met 19 km/h 272 378
VO 020 – met 20 km/h 289 400
VO 021 – met 21 km/h 308 424
VO 022 – met 22 km/h 326 446
VO 023 – met 23 km/h 345 471
VO 024 – met 24 km/h 363 498
VO 025 – met 25 km/h 382 524
VO 026 – met 26 km/h 405 524
VO 027 – met 27 km/h 426 524
VO 028 – met 28 km/h 446
VO 029 – met 29 km/h 471
VO 030 – met 30 km/h 494
overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen buiten de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden 62 jo. bord A3 RVV 1990, 22 sub a, e en f RVV 1990 (cat 2)
VP 004 – met 4 km/h 36 57
VP 005 – met 5 km/h 45 70
VP 006 – met 6 km/h 56 83
VP 007 – met 7 km/h 67 98
VP 008 – met 8 km/h 76 113
VP 009 – met 9 km/h 86 129
VP 010 – met 10 km/h 114 169
VP 011 – met 11 km/h 147 210
VP 012 – met 12 km/h 163 229
VP 013 – met 13 km/h 176 246
VP 014 – met 14 km/h 192 269
VP 015 – met 15 km/h 207 289
VP 016 – met 16 km/h 220 310
VP 017 – met 17 km/h 237 333
VP 018 – met 18 km/h 255 353
VP 019 – met 19 km/h 272 378
VP 020 – met 20 km/h 289 400
VP 021 – met 21 km/h 308 424
VP 022 – met 22 km/h 326 446
VP 023 – met 23 km/h 345 471
VP 024 – met 24 km/h 363 498
VP 025 – met 25 km/h 382 524
VP 026 – met 26 km/h 405 524
VP 027 – met 27 km/h 426 524
VP 028 – met 28 km/h 446
VP 029 – met 29 km/h 471
VP 030 – met 30 km/h 494
Maatregel na ernstige verstoring olie-aanvoer Maatregel na ernstige verstoring olie-aanvoer Maatregel na ernstige verstoring olie-aanvoer Maatregel na ernstige verstoring olie-aanvoer Maatregel na ernstige verstoring olie-aanvoer Maatregel na ernstige verstoring olie-aanvoer Maatregel na ernstige verstoring olie-aanvoer
overschrijding van de door de Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat vastgestelde maximumsnelheid op autosnelwegen bij ernstige verstoring van de olieaanvoer 86b jo. 86a RVV 1990
VR 004 – met 4 km/h 37
VR 005 – met 5 km/h 46
VR 006 – met 6 km/h 56
VR 007 – met 7 km/h 65
VR 008 – met 8 km/h 73
VR 009 – met 9 km/h 84
VR 010 – met 10 km/h 95
VR 011 – met 11 km/h 129
VR 012 – met 12 km/h 140
VR 013 – met 13 km/h 155
VR 014 – met 14 km/h 166
VR 015 – met 15 km/h 179
VR 016 – met 16 km/h 192
VR 017 – met 17 km/h 207
VR 018 – met 18 km/h 223
VR 019 – met 19 km/h 237
VR 020 – met 20 km/h 255
VR 021 – met 21 km/h 272
VR 022 – met 22 km/h 289
VR 023 – met 23 km/h 308
VR 024 – met 24 km/h 324
VR 025 – met 25 km/h 345
VR 026 – met 26 km/h 363
VR 027 – met 27 km/h 387
VR 028 – met 28 km/h 405
VR 029 – met 29 km/h 426
VR 030 – met 30 km/h 446
Feit Overtreden artikel Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie
--- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- ---
1 2 3 4 5 6 7 8
Nummers R 302 – R 631: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) Nummers R 302 – R 631: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) Nummers R 302 – R 631: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) Nummers R 302 – R 631: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) Nummers R 302 – R 631: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) Nummers R 302 – R 631: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) Nummers R 302 – R 631: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)
Categorie-indeling B: Categorie-indeling B: Categorie-indeling B: Categorie-indeling B: Categorie-indeling B: Categorie-indeling B: Categorie-indeling B:
1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft; 1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft; 1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft; 1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft; 1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft; 1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft; 1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft;
2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen; 2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen; 2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen; 2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen; 2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen; 2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen; 2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen;
3 – Bromfietsers, snorfietsers en bijzondere bromfietsers; 3 – Bromfietsers, snorfietsers en bijzondere bromfietsers; 3 – Bromfietsers, snorfietsers en bijzondere bromfietsers; 3 – Bromfietsers, snorfietsers en bijzondere bromfietsers; 3 – Bromfietsers, snorfietsers en bijzondere bromfietsers; 3 – Bromfietsers, snorfietsers en bijzondere bromfietsers; 3 – Bromfietsers, snorfietsers en bijzondere bromfietsers;
4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor; 4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor; 4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor; 4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor; 4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor; 4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor; 4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor;
5 – Voetgangers; 5 – Voetgangers; 5 – Voetgangers; 5 – Voetgangers; 5 – Voetgangers; 5 – Voetgangers; 5 – Voetgangers;
6 – Overige weggebruikers; 6 – Overige weggebruikers; 6 – Overige weggebruikers; 6 – Overige weggebruikers; 6 – Overige weggebruikers; 6 – Overige weggebruikers; 6 – Overige weggebruikers;
7 – Gezagvoerders/schippers; 7 – Gezagvoerders/schippers; 7 – Gezagvoerders/schippers; 7 – Gezagvoerders/schippers; 7 – Gezagvoerders/schippers; 7 – Gezagvoerders/schippers; 7 – Gezagvoerders/schippers;
8 – Een ieder. 8 – Een ieder. 8 – Een ieder. 8 – Een ieder. 8 – Een ieder. 8 – Een ieder. 8 – Een ieder.
NB 1 De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen. Dit geldt eveneens voor geparkeerde aanhangwagens indien deze door een onder één van deze categorieën vallende bestuurders is geparkeerd. NB 1 De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen. Dit geldt eveneens voor geparkeerde aanhangwagens indien deze door een onder één van deze categorieën vallende bestuurders is geparkeerd. NB 1 De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen. Dit geldt eveneens voor geparkeerde aanhangwagens indien deze door een onder één van deze categorieën vallende bestuurders is geparkeerd. NB 1 De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen. Dit geldt eveneens voor geparkeerde aanhangwagens indien deze door een onder één van deze categorieën vallende bestuurders is geparkeerd. NB 1 De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen. Dit geldt eveneens voor geparkeerde aanhangwagens indien deze door een onder één van deze categorieën vallende bestuurders is geparkeerd. NB 1 De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen. Dit geldt eveneens voor geparkeerde aanhangwagens indien deze door een onder één van deze categorieën vallende bestuurders is geparkeerd. NB 1 De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen. Dit geldt eveneens voor geparkeerde aanhangwagens indien deze door een onder één van deze categorieën vallende bestuurders is geparkeerd.
NB 2 Op basis van artikel 2a RVV 1990 zijn, tenzij anders bepaald, voor brommobielen en bestuurders en passagiers van brommobielen de regels betreffende motorvoertuigen van toepassing. Voor de feitcodes waar dit op van toepassing is moet in geval van een overtreding met een brommobiel of door een bestuurder van een brommobiel gepleegde overtreding in plaats van motorvoertuig brommobiel worden gelezen. NB 2 Op basis van artikel 2a RVV 1990 zijn, tenzij anders bepaald, voor brommobielen en bestuurders en passagiers van brommobielen de regels betreffende motorvoertuigen van toepassing. Voor de feitcodes waar dit op van toepassing is moet in geval van een overtreding met een brommobiel of door een bestuurder van een brommobiel gepleegde overtreding in plaats van motorvoertuig brommobiel worden gelezen. NB 2 Op basis van artikel 2a RVV 1990 zijn, tenzij anders bepaald, voor brommobielen en bestuurders en passagiers van brommobielen de regels betreffende motorvoertuigen van toepassing. Voor de feitcodes waar dit op van toepassing is moet in geval van een overtreding met een brommobiel of door een bestuurder van een brommobiel gepleegde overtreding in plaats van motorvoertuig brommobiel worden gelezen. NB 2 Op basis van artikel 2a RVV 1990 zijn, tenzij anders bepaald, voor brommobielen en bestuurders en passagiers van brommobielen de regels betreffende motorvoertuigen van toepassing. Voor de feitcodes waar dit op van toepassing is moet in geval van een overtreding met een brommobiel of door een bestuurder van een brommobiel gepleegde overtreding in plaats van motorvoertuig brommobiel worden gelezen. NB 2 Op basis van artikel 2a RVV 1990 zijn, tenzij anders bepaald, voor brommobielen en bestuurders en passagiers van brommobielen de regels betreffende motorvoertuigen van toepassing. Voor de feitcodes waar dit op van toepassing is moet in geval van een overtreding met een brommobiel of door een bestuurder van een brommobiel gepleegde overtreding in plaats van motorvoertuig brommobiel worden gelezen. NB 2 Op basis van artikel 2a RVV 1990 zijn, tenzij anders bepaald, voor brommobielen en bestuurders en passagiers van brommobielen de regels betreffende motorvoertuigen van toepassing. Voor de feitcodes waar dit op van toepassing is moet in geval van een overtreding met een brommobiel of door een bestuurder van een brommobiel gepleegde overtreding in plaats van motorvoertuig brommobiel worden gelezen. NB 2 Op basis van artikel 2a RVV 1990 zijn, tenzij anders bepaald, voor brommobielen en bestuurders en passagiers van brommobielen de regels betreffende motorvoertuigen van toepassing. Voor de feitcodes waar dit op van toepassing is moet in geval van een overtreding met een brommobiel of door een bestuurder van een brommobiel gepleegde overtreding in plaats van motorvoertuig brommobiel worden gelezen.
Hoofdstuk 2. Verkeersregels Hoofdstuk 2. Verkeersregels Hoofdstuk 2. Verkeersregels Hoofdstuk 2. Verkeersregels Hoofdstuk 2. Verkeersregels Hoofdstuk 2. Verkeersregels Hoofdstuk 2. Verkeersregels
I. Plaats op de weg I. Plaats op de weg I. Plaats op de weg I. Plaats op de weg I. Plaats op de weg I. Plaats op de weg I. Plaats op de weg
R 301 als bestuurder van een motorvoertuig niet zoveel mogelijk rechts houden op een autoweg of autosnelweg 3 lid 1 RVV 1990 280 280
R 303 a als bestuurder van een voertuig niet zoveel mogelijk rechts houden op een andere weg dan autoweg of autosnelweg 3 lid 1 RVV 1990 320 320 220 120 120
R 305 als voetganger niet het voetpad of trottoir gebruiken 4 lid 1 RVV 1990 55
R 306 als voetganger bij gebreke van een voetpad of trottoir niet het fietspad of het fiets/bromfietspad gebruiken 4 lid 2 RVV 1990 55
R 307 als voetganger bij gebreke van een voetpad, een trottoir en een fietspad of fiets/bromfietspad niet de berm of de uiterste zijde van de rijbaan gebruiken 4 lid 3 RVV 1990 55
R 324 als persoon die zich verplaatst met behulp van een voorwerp, niet zijnde een voertuig, niet het fietspad, het fiets/bromfietspad, het trottoir of het voetpad gebruiken 4 lid 4 RVV 1990 55
R 308 als (snor)fietser niet het verplichte fietspad of fiets/bromfietspad gebruiken 5 lid 1 RVV 1990 130 75
R 309 als (snor)fietser bij gebreke van een verplicht fietspad of fiets/bromfietspad niet de rijbaan gebruiken 5 lid 2 RVV 1990 130 75
R 312 b als snorfietser met ingeschakelde verbrandingsmotor het onverplichte fietspad gebruiken 5 lid 3 RVV 1990 130
R 312 c als bestuurder van een snorfiets niet de rijbaan gebruiken terwijl dit bij verkeersbesluit, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de wet, is bepaald en dit bij het verkeersteken dat het verplichte fietspad aangeeft met een onderbord is aangeduid 5 lid 8 RVV 1990 130
R 310 als bromfietser niet het fiets/bromfietspad gebruiken 6 lid 1 RVV 1990 130
R 311 als bromfietser niet de rijbaan gebruiken bij ontbreken van een fiets/bromfietspad (bord G12a) 6 lid 2 RVV 1990 130
R 311 a als bestuurder van een bromfiets op meer dan twee wielen of een bromfiets met aanhangwagen, die met inbegrip van de lading breder is dan 0,75 m, niet de rijbaan gebruiken 6 lid 3 RVV 1990 130
R 313 als ruiter niet het ruiterpad gebruiken 8 lid 1 RVV 1990 75
R 314 als ruiter bij gebreke van een ruiterpad niet de berm of de rijbaan gebruiken 8 lid 2 RVV 1990 75
als bestuurder van een motorvoertuig niet de rijbaan gebruiken 10 lid 1 RVV 1990
R 315 a – door te rijden over het trottoir, het voetpad, het fietspad, het fiets-/bromfietspad of het ruiterpad 190 190 190
R 315 b – door stil te staan op het trottoir, het voetpad, het fietspad, het fiets-/bromfietspad of het ruiterpad 130 130 130
R 316 als bestuurder van een bespannen wagen niet de rijbaan gebruiken 10 lid 1 RVV 1990 75
R 317 als bestuurder van een onbespannen wagen niet de rijbaan gebruiken 10 lid 1 RVV 1990 75
R 319 als bestuurder van een motorvoertuig een met een doorgetrokken streep gemarkeerde fietsstrook gebruiken 10 lid 2 RVV 1990 190 190
R 323 als bromfietser een met een doorgetrokken streep gemarkeerde fietsstrook gebruiken 10 lid 2 RVV 1990 130
II. Inhalen II. Inhalen II. Inhalen II. Inhalen II. Inhalen II. Inhalen II. Inhalen
R 326 als bestuurder niet links inhalen 11 lid 1 RVV 1990 320 320 220 120 120
IV. Oprijden van kruispunten IV. Oprijden van kruispunten IV. Oprijden van kruispunten IV. Oprijden van kruispunten IV. Oprijden van kruispunten IV. Oprijden van kruispunten IV. Oprijden van kruispunten
R 331 als bestuurder een kruispunt blokkeren 14 RVV 1990 320 320 220 120 120
V. Verlenen van voorrang V. Verlenen van voorrang V. Verlenen van voorrang V. Verlenen van voorrang V. Verlenen van voorrang V. Verlenen van voorrang V. Verlenen van voorrang
R 336 als bestuurder op een kruispunt geen voorrang verlenen aan bestuurders van rechts 15 lid 1 RVV 1990 320 320 220 120 120
R 337 als bestuurder op een onverharde weg geen voorrang verlenen aan bestuurders op een verharde weg 15 lid 2 sub a RVV 1990 320 320 220 120 120
R 338 als bestuurder geen voorrang verlenen aan bestuurders van een tram 15 lid 2 sub b RVV 1990 320 320 220 120 120
R 340 a als weggebruiker een overweg opgaan, terwijl men niet direct kan doorgaan en de overweg niet geheel vrij kan maken 15a lid 1 RVV 1990 320 320 220 120 120
VI. Doorsnijden militaire colonnes en uitvaartstoeten van motorvoertuigen VI. Doorsnijden militaire colonnes en uitvaartstoeten van motorvoertuigen VI. Doorsnijden militaire colonnes en uitvaartstoeten van motorvoertuigen VI. Doorsnijden militaire colonnes en uitvaartstoeten van motorvoertuigen VI. Doorsnijden militaire colonnes en uitvaartstoeten van motorvoertuigen VI. Doorsnijden militaire colonnes en uitvaartstoeten van motorvoertuigen VI. Doorsnijden militaire colonnes en uitvaartstoeten van motorvoertuigen
R 341 als weggebruiker een militaire colonne doorsnijden 16 RVV 1990 130 130 90 50 35 50
R 342 als weggebruiker een uitvaartstoet van motorvoertuigen doorsnijden 16 RVV 1990 130 130 90 50 35 50
VII. Afslaan VII. Afslaan VII. Afslaan VII. Afslaan VII. Afslaan VII. Afslaan VII. Afslaan
R 346 als bestuurder afslaan zonder een teken met de richtingaanwijzer of met de arm te geven 17 lid 2 RVV 1990 130 130 90 50 50
R 347 a als bestuurder bij het afslaan niet het verkeer voor laten gaan, dat hem op dezelfde weg tegemoet komt 18 lid 1 RVV 1990 320 320 220 120 120
R 347 b als bestuurder bij het afslaan niet het verkeer voor laten gaan, dat zich naast dan wel links dicht achter hem bevindt 18 lid 1 RVV 1990 320 320 220 120 120
R 347 c als bestuurder bij het afslaan niet het verkeer voor laten gaan, dat zich naast dan wel rechts dicht achter hem bevindt 18 lid 1 RVV 1990 320 320 220 120 120
R 348 als bestuurder links afslaan zonder tegemoetkomende bestuurders die op hetzelfde kruispunt rechts afslaan, voor te laten gaan 18 lid 2 RVV 1990 320 320 220 120 120
Noot stilstaan en parkeren Noot stilstaan en parkeren Noot stilstaan en parkeren Noot stilstaan en parkeren Noot stilstaan en parkeren Noot stilstaan en parkeren Noot stilstaan en parkeren
In dit onderdeel zijn tevens enkele parkeerfeiten uit de plaatselijke verordeningen en de WVW 1994 opgenomen. In dit onderdeel zijn tevens enkele parkeerfeiten uit de plaatselijke verordeningen en de WVW 1994 opgenomen. In dit onderdeel zijn tevens enkele parkeerfeiten uit de plaatselijke verordeningen en de WVW 1994 opgenomen. In dit onderdeel zijn tevens enkele parkeerfeiten uit de plaatselijke verordeningen en de WVW 1994 opgenomen. In dit onderdeel zijn tevens enkele parkeerfeiten uit de plaatselijke verordeningen en de WVW 1994 opgenomen. In dit onderdeel zijn tevens enkele parkeerfeiten uit de plaatselijke verordeningen en de WVW 1994 opgenomen. In dit onderdeel zijn tevens enkele parkeerfeiten uit de plaatselijke verordeningen en de WVW 1994 opgenomen.
IX. Stilstaan IX. Stilstaan IX. Stilstaan IX. Stilstaan IX. Stilstaan IX. Stilstaan IX. Stilstaan
R 395 een voertuig op een zodanige wijze laten staan waardoor op de weg gevaar wordt/kan worden veroorzaakt, dan wel het verkeer wordt/kan worden gehinderd 5 WVW 1994 190 190 130 75 75
als bestuurder een voertuig laten stilstaan 23 lid 1
R 396 a – op een kruispunt sub a RVV 1990 190 190 75
R 396 b – op een fietsstrook sub b RVV 1990 130 130 50
R 396 c – op de rijbaan langs een fietsstrook sub b RVV 1990 130 130 50
R 396 d – op een oversteekplaats of binnen een afstand van vijf meter daarvan sub c RVV 1990 130 130 50
R 396 e – in een tunnel sub d RVV 1990 130 130 50
R 396 f – bij een bord bushalte ter hoogte van de geblokte markering sub e RVV 1990 130 130 50
R 396 g – bij een bord bushalte op een afstand van minder dan twaalf meter van dat bord terwijl de geblokte markering niet is aangebracht sub e RVV 1990 130 130 50
R 396 h – op de rijbaan langs een busstrook sub f RVV 1990 130 130 50
R 396 i – langs een gele doorgetrokken streep 62 jo. 23 lid 1 sub g RVV 1990 130 130 50
R 396 j – op een overweg 23 lid 1 sub a RVV 1990 130 130 50
X. Parkeren X. Parkeren X. Parkeren X. Parkeren X. Parkeren X. Parkeren X. Parkeren
als bestuurder een voertuig parkeren 24 lid 1
R 397 a – bij een kruispunt op een afstand van minder dan vijf meter daarvan sub a RVV 1990 130 130 50
R 397 b – voor een inrit of uitrit sub b RVV 1990 130 130 50
R 397 c – buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg sub c RVV 1990 130 130 50
R 397 d – op een parkeergelegenheid terwijl blijkens de aanduiding op of onder het bord, dat voertuig niet behoort tot de aangegeven categorie of groep voertuigen sub d RVV 1990 130 130 50
R 397 e – op een parkeergelegenheid, terwijl dat voertuig staat geparkeerd op een andere wijze dan op het bord of op het onderbord is aangegeven sub d RVV 1990 130 130 50
R 397 ea – op een parkeergelegenheid, terwijl dat voertuig staat geparkeerd met een ander doel dan op het bord of op het onderbord is aangegeven sub d RVV 1990 130 130 50
R 397 f – op een parkeergelegenheid, terwijl dat voertuig staat geparkeerd op dagen of uren waarop dit blijkens het onderbord is verboden sub d RVV 1990 130 130 50
R 397 g – langs een gele onderbroken streep sub e RVV 1990 130 130 50
R 397 h – op een gelegenheid bestemd voor onmiddellijk laden en lossen van goederen sub f RVV 1990 130 130 50
R 397 i – op een parkeerplaats voor vergunninghouders aangeduid door verkeersbord E9, zonder dat voor dat voertuig een vergunning tot parkeren op die plaats was verleend sub g RVV 1990 130 130 50
R 397 j – op een parkeergelegenheid aangeduid door één van de borden E4 tot en met E10, E12 of E13 van de bijlage I buiten de aangegeven parkeervakken 24 lid 4 RVV 1990 130 130 50
R 398 als bestuurder een voertuig dubbel parkeren 24 lid 3 RVV 1990 130 130 50
als bestuurder van een motorvoertuig op meer dan twee wielen parkeren op plaatsen die zijn voorzien van een blauwe streep, terwijl
R 400 ae – dat motorvoertuig niet is voorzien van een duidelijk zichtbare achter de voorruit geplaatste parkeerschijf 25 lid 2 RVV 1990 130
R 400 af – dat motorvoertuig niet is voorzien van een parkeerschijf, waarop aan de getoonde zijde slechts één kalenderuren aanduidende cijferreeks staat die vanaf het begin van het parkeren in duidelijk leesbare cijfers tegen een contrasterende achtergrond in hele of halve uren het tijdstip weergeeft waarop met het parkeren is begonnen 25 lid 3 RVV 1990 130
R 400 ab – de toegestane parkeerduur is verstreken 25 lid 4 RVV 1990 130
R 401 als bestuurder een voertuig parkeren in een parkeerschijfzone, anders dan op een parkeerplaats die als zodanig is aangeduid of aangegeven of die is voorzien van een blauwe streep 25 lid 1 RVV 1990 130 130 50
R 402 b als bestuurder op een gehandicaptenparkeerplaats parkeren anders dan met een motorvoertuig op meer dan twee wielen waarin duidelijk zichtbaar is aangebracht een geldige gehandicaptenparkeerkaart 26 lid 1 RVV 1990 400 400 160
R 402 c als bestuurder op een gehandicaptenparkeerplaats parkeren anders dan met een voertuig dat voor die gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats bestemd is 26 lid 1 RVV 1990 500 500 200
R 402 d als bestuurder op een gehandicaptenparkeerplaats parkeren anders dan dat het parkeren rechtstreeks verband houdt met het vervoer van een gehandicapte 26 lid 1 RVV 1990 400 400 160 160
R 403 a als bestuurder een motorvoertuig op meer dan twee wielen parkeren bij een parkeermeter tijdens een aangegeven tijdvak, terwijl de parkeermeter niet in werking is gesteld of aangeeft dat de parkeerduur is verstreken Pl.V 130
R 403 b als bestuurder een motorvoertuig op meer dan twee wielen parkeren bij een parkeermeter tijdens een aangegeven tijdvak, terwijl aldaar reeds een motorvoertuig staat geparkeerd Pl.V 130
R 405 als bestuurder een motorvoertuig op twee wielen, een bromfiets dan wel een snorfiets of een fiets parkeren op een parkeervak behorende bij een parkeermeter Pl.V 130 90 50
R 406 zonder ontheffing/vergunning een voertuig doen of laten staan in een park of plantsoen, op openbare beplantingen of groenstroken Pl.V 130 130 50
R 406 a een recreatiegebied gebruiken in strijd met de bepalingen geldend voor dat gebied door het parkeren of aanwezig hebben van een voertuig Pl.V 130 130 50
als bestuurder een voertuig parkeren op een parkeerterrein waar dit slechts met gebruikmaking van een ter plaatse aangebrachte parkeerautomaat is toegestaan Pl.V
R 409 a – anders dan voorzien van een door de parkeerautomaat afgegeven parkeerkaart, aangebracht op de voorgeschreven wijze 130 130 50
R 409 b – terwijl de op de parkeerkaart aangegeven parkeertijd is verstreken 130 130 50
R 409 c – zonder de aangebrachte parkeerautomaat in werking te stellen 130 130 50
R 409 d – terwijl de op de parkeerautomaat aangegeven parkeertijd is verstreken 130 130 50
een voertuig dat, met inbegrip van de lading Pl.V
R 414 a – langer is dan 6 m of hoger is dan 2,4 m zonder ontheffing/vergunning parkeren op een door het college of de burgemeester aangewezen plaats waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente 130 50
R 414 b – langer is dan 6 m, buiten de vastgestelde tijden, zonder ontheffing/vergunning parkeren op een door het college of de burgemeester aangewezen weg, waar dit parkeren buitensporig is met het oog op de verdeling van de beschikbare parkeerruimte 130 50
R 414 c – langer is dan 6 m of hoger is dan 2,4 m zodanig parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of op andere wijze hinder/overlast wordt aangedaan 130 50
R 493 zonder ontheffing/vergunning een geparkeerd voertuig op een door het college of de burgemeester aangewezen weg, waar dit niet is toegestaan, met het kennelijke doel te koop aanbieden of te verhandelen Pl.V 260 260 260
R 494 een defect voertuig langer dan de vastgestelde termijn op een weg parkeren Pl.V 130 130 130
R 495 zonder ontheffing/vergunning een kampeerwagen, caravan, magazijnwagen, keetwagen, aanhangwagen of ander dergelijk voertuig op een door het college of de burgemeester aangewezen weg waar dit niet is toegestaan, langer dan de vastgestelde termijn te plaatsen of hebben Pl.V 130 130 130
R 496 zonder ontheffing/vergunning een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame op een weg parkeren met als doel handelsreclame te maken Pl.V 260 260 260
R 592 a als bestuurder van een voertuig parkeren op een parkeerplaats voor vergunninghouders in strijd met de aan de parkeervergunning verbonden voorwaarden Pl.V 130 130 50
XI. Het plaatsen van fietsen en bromfietsen XI. Het plaatsen van fietsen en bromfietsen XI. Het plaatsen van fietsen en bromfietsen XI. Het plaatsen van fietsen en bromfietsen XI. Het plaatsen van fietsen en bromfietsen XI. Het plaatsen van fietsen en bromfietsen XI. Het plaatsen van fietsen en bromfietsen
R 412 b een brom-/ snorfiets plaatsen anders dan op het trottoir, voetpad, in de berm of door het bevoegde gezag aangewezen plaatsen 27 RVV 1990 90
XII. Signalen XII. Signalen XII. Signalen XII. Signalen XII. Signalen XII. Signalen XII. Signalen
R 418 als bestuurder van een motorvoertuig geen geel of groen zwaai-, flits- of knipperlicht voeren bij werkzaamheden en omstandigheden, waarbij dit, ingevolge artikel 6 van de Regeling optische en geluidssignalen, verplicht is indien de kans bestaat dat dit motorvoertuig niet tijdig wordt opgemerkt 30 lid 1 RVV 1990 130 130
R 419 signalen geven in andere gevallen of op andere wijze dan is toegestaan 31 RVV 1990 190 190 130 75 75 190
XIII. Gebruik van lichten tijdens het rijden XIII. Gebruik van lichten tijdens het rijden XIII. Gebruik van lichten tijdens het rijden XIII. Gebruik van lichten tijdens het rijden XIII. Gebruik van lichten tijdens het rijden XIII. Gebruik van lichten tijdens het rijden XIII. Gebruik van lichten tijdens het rijden
als bestuurder van een motorvoertuig, bromfiets, snorfiets, een gehandicaptenvoertuig dat is uitgerust met een verbrandingsmotor, of een gehandicaptenvoertuig dat is uitgerust met een elektromotor en voorzien van een gesloten carrosserie, geen dim- of grootlicht voeren 32 lid 1 RVV 1990
R 421 a – bij nacht, binnen de bebouwde kom 130 130 90 50
R 421 b – bij nacht, buiten de bebouwde kom 190 190 130 75
R 421 c – bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd 190 190 130 75
R 425 als bestuurder van een motorvoertuig, bromfietser, snorfietser of als bestuurder van een gehandicaptenvoertuig groot licht voeren bij dag, bij het tegenkomen van een andere weggebruiker, dan wel bij het op korte afstand volgen van een ander voertuig 32 lid 2 RVV 1990 190 190 130 75
als bestuurder van een motorvoertuig, bromfietser, snorfietser of als bestuurder van een gehandicaptenvoertuig rijden terwijl niet gelijktijdig met het groot licht, het dimlicht, het stadslicht of het mistlicht, het achterlicht brandt 32 lid 3 RVV 1990
R 426 a – bij nacht, binnen de bebouwde kom 130 130 90 50
R 426 b – bij nacht, buiten de bebouwde kom 190 190 130 75
R 426 c – bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd 190 190 130 75
als bestuurder rijden terwijl niet gelijktijdig met het groot licht, het dimlicht, het stadslicht of het mistlicht, de verlichting van de achterkentekenplaat brandt
R 428 a – van een motorvoertuig 32 lid 3 RVV 1990 65 65
R 428 b – van een motorvoertuig met aanhangwagen 33 RVV 1990 65 65
als bestuurder van een motorvoertuig met aanhangwagen geen achterlicht voeren 33 RVV 1990
R 431 d – bij nacht, binnen de bebouwde kom 130 130
R 431 e – bij nacht, buiten de bebouwde kom 190 190
R 431 f – bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd 190 190
als bestuurder van een motorvoertuig met aanhangwagen niet in de Regeling voertuigen voorgeschreven stadslicht voeren 33 RVV 1990
R 432 d – bij nacht, binnen de bebouwde kom 130 130
R 432 e – bij nacht, buiten de bebouwde kom 190 190
R 432 f – bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd 190 190
R 434 als bestuurder van een motorvoertuig of een gehandicaptenvoertuig, anders dan bij mist, sneeuwval of regen die het zicht ernstig belemmert, mistlicht(en) aan de voorzijde voeren 34 lid 1 RVV 1990 130 130 90 50
R 436 als bestuurder van een motorvoertuig of een gehandicaptenvoertuig mistachterlicht voeren, indien het zicht door mist of sneeuwval niet beperkt is tot een afstand van minder dan 50 meter 34 lid 2 RVV 1990 190 190 130 75
bij nacht of bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd geen voor- en achterlicht voeren
R 438 i – als bestuurder van een wagen 35b lid 1 RVV 1990 50
R 438 j – als bestuurder van een gehandicaptenvoertuig zonder motor, gebruikmakend van de rijbaan of het fiets-/bromfietspad 35b lid 2 RVV 1990 50
als fietser bij nacht of dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd
R 438 k – geen voortdurend voor tegemoetkomende weggebruikers zichtba(a)r(e) wit(te)- of ge(e)l(e) licht(en) aan de voorzijde voeren en/of voortdurend voor van achteren naderende weggebruikers zichtbaar rood licht aan de achterzijde voeren 35 en 35a RVV 1990 75
R 438 l – verblindend wit of geel licht aan de voorzijde voeren 35a lid 1 RVV 1990 75
R 438 m – knipperende verlichting voeren 35a lid 2 RVV 1990 75
als bestuurder van een snorfiets, zijnde een bromfiets als bedoeld in artikel 1, lid 1, onderdeel e, subonderdeel d, van de wet bij nacht of dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd
R 438 n – geen voortdurend voor tegemoetkomende weggebruikers zichtba(a)r(e) wit(te)- of ge(e)l(e) licht(en) aan de voorzijde voeren en/of voortdurend voor van achteren naderende weggebruikers zichtbaar rood licht aan de achterzijde voeren 35c jo. 35 en 35a RVV 1990 90
R 438 o – verblindend wit of geel licht aan de voorzijde voeren 35c jo. 35a lid 1 RVV 1990 90
R 438 p – knipperende verlichting voeren 35c jo. 35a lid 2 RVV 1990 90
bij nacht of bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd niet een lantaarn meevoeren die naar voren wit of geel licht en naar achteren rood licht straalt 36 RVV 1990
R 445 c – als ruiter 50
R 445 d – als geleider van rij-, trekdieren of vee 50
XIV. Gebruik van lichten tijdens het stilstaan XIV. Gebruik van lichten tijdens het stilstaan XIV. Gebruik van lichten tijdens het stilstaan XIV. Gebruik van lichten tijdens het stilstaan XIV. Gebruik van lichten tijdens het stilstaan XIV. Gebruik van lichten tijdens het stilstaan XIV. Gebruik van lichten tijdens het stilstaan
bij nacht of bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd buiten de bebouwde kom op de rijbaan en op langs autosnelwegen en autowegen gelegen parkeerstroken, parkeerhavens, vluchtstroken en vluchthavens geen stadslicht en achterlicht voeren
R 451 c – als bestuurder van een stilstaand motorvoertuig 38 RVV 1990 190
R 451 d – op een stilstaande aanhangwagen 39 RVV 1990 190
R 453 bij nacht of bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd op de rijbaan buiten de bebouwde kom geen voor- en achterlicht voeren op een stilstaande wagen 40 RVV 1990 75
XV. Bijzondere lichten XV. Bijzondere lichten XV. Bijzondere lichten XV. Bijzondere lichten XV. Bijzondere lichten XV. Bijzondere lichten XV. Bijzondere lichten
R 458 als bestuurder van een motorvoertuig tegelijk met enig ander licht aan de voorzijde dagrijlicht voeren 41 lid 1 RVV 1990 190 190
als bestuurder van een motorvoertuig aan de voorzijde naast het dimlicht of het mistlicht andere verlichting voeren dan bochtlicht, hoeklicht, richtlicht, manoeuvreerlichten voor zover niet sneller wordt gereden dan 10 km/h, markeringslichten of staaklichten 41 lid 2 RVV 1990
R 456 a – bij nacht 190 190
R 456 b – bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd 190 190
R 459 als bestuurder een verlicht transparant voeren vanuit een ander voertuig of op andere wijze dan genoemd 41a lid 5 RVV 1990 190 190 130 75 75 190
XVI. Autosnelwegen en autowegen XVI. Autosnelwegen en autowegen XVI. Autosnelwegen en autowegen XVI. Autosnelwegen en autowegen XVI. Autosnelwegen en autowegen XVI. Autosnelwegen en autowegen XVI. Autosnelwegen en autowegen
a. Autosnelwegen a. Autosnelwegen a. Autosnelwegen a. Autosnelwegen a. Autosnelwegen a. Autosnelwegen a. Autosnelwegen
R 461 a een autosnelweg gebruiken als voetganger of met een voertuig waarmee niet sneller kan en mag worden gereden dan 60 kilometer per uur 42 lid 1 RVV 1990 200 150 200 500
behoudens in noodgevallen als weggebruiker op een autosnelweg 43 lid 3 RVV 1990
R 465 b – gebruik maken van de berm 190 190
R 465 c – op de vluchtstrook of vluchthaven stilstaan 320 320
R 466 als bestuurder van een samenstel van voertuigen dat langer is dan 7 meter, op een autosnelweg met drie of meer rijstroken in dezelfde richting een andere dan de twee meest rechts gelegen rijstroken gebruiken 43 lid 4 RVV 1990 320
R 467 als bestuurder van een vrachtauto, op een autosnelweg met drie of meer rijstroken in dezelfde richting een andere dan de twee meest rechts gelegen rijstroken gebruiken 43 lid 4 RVV 1990 320
b. Autowegen b. Autowegen b. Autowegen b. Autowegen b. Autowegen b. Autowegen b. Autowegen
R 468 a anders dan als bestuurder van een motorvoertuig waarmee sneller mag en kan worden gereden dan 50 kilometer per uur, een autoweg gebruiken 42 lid 2 RVV 1990 200 150 200 500
behoudens in noodgevallen als weggebruiker op een autoweg 43 lid 3 RVV 1990
R 472 b – gebruik maken van de berm 190 190
R 472 c – op de vluchtstrook of vluchthaven stilstaan 320 320
XVII. Erven XVII. Erven XVII. Erven XVII. Erven XVII. Erven XVII. Erven XVII. Erven
R 475 a als bestuurder van een fiets de maximumsnelheid binnen een erf overschrijden tot en met 10 km/h 45 RVV 1990 50
R 475 b als bestuurder van een fiets de maximumsnelheid binnen een erf overschrijden met meer dan 10 km/h 45 RVV 1990 70
R 478 als bestuurder een motorvoertuig binnen een erf parkeren anders dan op parkeerplaatsen die als zodanig zijn aangeduid of aangegeven 46 RVV 1990 130 130
XXI. Loslopend vee XXI. Loslopend vee XXI. Loslopend vee XXI. Loslopend vee XXI. Loslopend vee XXI. Loslopend vee XXI. Loslopend vee
R 491 rij-, trekdieren of vee zonder toezicht op de weg los laten lopen 51 lid 1 RVV 1990 190
XXII. In- en uitstappende passagiers XXII. In- en uitstappende passagiers XXII. In- en uitstappende passagiers XXII. In- en uitstappende passagiers XXII. In- en uitstappende passagiers XXII. In- en uitstappende passagiers XXII. In- en uitstappende passagiers
R 492 als bestuurder een tram of autobus voorbij rijden aan de zijde waar passagiers in- en uitstappen zonder hen daartoe de gelegenheid te geven 52 RVV 1990 320 320 220 120 120
XXIII. Slepen XXIII. Slepen XXIII. Slepen XXIII. Slepen XXIII. Slepen XXIII. Slepen XXIII. Slepen
R 501 als bestuurder van een motorvoertuig een ander motorvoertuig slepen, terwijl de onderlinge afstand meer dan vijf meter bedraagt 53 RVV 1990 130 130
XXIV. Bijzondere manoeuvres XXIV. Bijzondere manoeuvres XXIV. Bijzondere manoeuvres XXIV. Bijzondere manoeuvres XXIV. Bijzondere manoeuvres XXIV. Bijzondere manoeuvres XXIV. Bijzondere manoeuvres
R 505 als bestuurder wegrijden zonder het overige verkeer voor te laten gaan 54 RVV 1990 320 320 220 120 120
R 506 als bestuurder achteruitrijden zonder het overige verkeer voor te laten gaan 54 RVV 1990 320 320 220 120 120
R 507 als bestuurder uit een uitrit de weg oprijden zonder het overige verkeer voor te laten gaan 54 RVV 1990 320 320 220 120 120
R 508 als bestuurder vanaf een weg een inrit oprijden zonder het overige verkeer voor te laten gaan 54 RVV 1990 320 320 220 120 120
R 509 als bestuurder keren zonder het overige verkeer voor te laten gaan 54 RVV 1990 320 320 220 120 120
R 510 als bestuurder van de invoegstrook de doorgaande rijbaan oprijden zonder het overige verkeer voor te laten gaan 54 RVV 1990 320 320 220 120 120
R 511 als bestuurder van de doorgaande rijbaan de uitrijstrook oprijden zonder het overige verkeer voor te laten gaan 54 RVV 1990 320 320 220 120 120
R 512 als bestuurder van rijstrook wisselen zonder het overige verkeer voor te laten gaan 54 RVV 1990 320 320 220 120 120
R 513 als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser bij het wegrijden geen teken met de richtingaanwijzer of arm geven 55 RVV 1990 130 130 90
R 514 als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser bij het inhalen van een ander voertuig geen teken met de richtingaanwijzer of arm geven 55 RVV 1990 130 130 90
R 515 als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser bij het oprijden van de doorgaande rijbaan geen teken met de richtingaanwijzer of arm geven 55 RVV 1990 130 130 90
R 516 als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser bij het verlaten van de doorgaande rijbaan geen teken met de richtingaanwijzer of arm geven 55 RVV 1990 130 130 90
R 517 als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser bij het wisselen van rijstrook geen teken met de richtingaanwijzer of arm geven 55 RVV 1990 130 130 90
R 518 als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser bij een andere belangrijke zijdelingse verplaatsing geen teken met de richtingaanwijzer of arm geven 55 RVV 1990 130 130 90
R 519 als bestuurder binnen de bebouwde kom geen gelegenheid geven aan een autobus weg te rijden van een halte wanneer de bestuurder van die autobus door het geven van een teken met zijn richtingaanwijzer zijn voornemen daartoe kenbaar maakt 56 lid 1 RVV 1990 190 190 130 75 75
XXV. Onnodig geluid XXV. Onnodig geluid XXV. Onnodig geluid XXV. Onnodig geluid XXV. Onnodig geluid XXV. Onnodig geluid XXV. Onnodig geluid
R 522 als bestuurder van een motorvoertuig, als bromfietser of snorfietser onnodig geluid veroorzaken met dat voertuig 57 RVV 1990 320 320 220
XXVI. Gevarendriehoek XXVI. Gevarendriehoek XXVI. Gevarendriehoek XXVI. Gevarendriehoek XXVI. Gevarendriehoek XXVI. Gevarendriehoek XXVI. Gevarendriehoek
R 526 het niet plaatsen van een gevarendriehoek in de voorgeschreven gevallen, op de voorgeschreven wijze bij een stilstaand motorvoertuig op meer dan twee wielen en aanhangwagens, zijnde een obstakel, terwijl geen knipperend waarschuwingslicht wordt gevoerd 58 RVV 1990 190 190
XXVIa. Zitplaatsen XXVIa. Zitplaatsen XXVIa. Zitplaatsen XXVIa. Zitplaatsen XXVIa. Zitplaatsen XXVIa. Zitplaatsen XXVIa. Zitplaatsen
R 530 a tijdens deelname aan het verkeer als bestuurder of passagier niet op de voor hem/haar bestemde zitplaats zitten en/of als bestuurder (een) passagier(s) vervoeren terwijl deze/die niet op de voor hem/hen bestemde zitplaats zit(ten) 58a lid 1 en lid 4 RVV 1990 190 190 130 75 190
R 530 b als brom-/ of snorfietser of fietser een passagier jonger dan acht jaar vervoeren anders dan op een doelmatige en veilige voorziening met voldoende steun voor rug, handen en voeten 58a lid 3 en 4 RVV 1990 130 75
XXVII. Autogordels en kinderbeveiligingssystemen XXVII. Autogordels en kinderbeveiligingssystemen XXVII. Autogordels en kinderbeveiligingssystemen XXVII. Autogordels en kinderbeveiligingssystemen XXVII. Autogordels en kinderbeveiligingssystemen XXVII. Autogordels en kinderbeveiligingssystemen XXVII. Autogordels en kinderbeveiligingssystemen
R 533 als bestuurder of passagier van een personenauto, bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel geen gebruik maken van de voor hen beschikbare autogordel 59 lid 1 RVV 1990 190 190 190
als bestuurder van een personenauto, bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel
R 535 f – (een) passagier(s) jonger dan 12 jaar en korter dan 1.35 meter vervoeren, zonder dat gebruik wordt gemaakt van een voor hem/hen geschikt en goedgekeurd kinderbeveiligingssysteem 59 lid 8 jo. 59 lid 1 RVV 1990 280
R 535 k – (een) passagier(s) jonger dan 12 jaar en met een lengte van 1.35 meter of meer vervoeren, zonder dat gebruik wordt gemaakt van een voor hem/hen beschikbare autogordel 59 lid 8 jo. 59 lid 1 RVV 1990 280
R 535 g – op de voorste zitplaats (een) passagier(s) in de leeftijd van 3 tot 18 jaar en korter dan 1.35 meter vervoeren, zonder dat een autogordel of goedgekeurd kinderbeveiligingssysteem beschikbaar is 59 lid 2 RVV 1990 280
R 535 h – (een) passagier(s) jonger dan 3 jaar vervoeren, terwijl geen autogordel of kinderbeveiligingssysteem beschikbaar is 59 lid 2 RVV 1990 280
R 535 i – terwijl de zitplaatsen voor passagiers zijn voorzien van autogordels, meer passagiers vervoeren dan er autogordels aanwezig zijn 59 lid 1 RVV 1990 280
R 535 j – (een) passagier(s) jonger dan 18 jaar in een naar achteren gericht kinderzitje op een passagierszitplaats vervoeren, terwijl de voorairbag van die zitplaats niet is uitgeschakeld 59 lid 3 RVV 1990 280
R 535 m – in een taxi op een van de voorste zitplaatsen (een) passagier(s) vervoeren jonger dan 18 jaar en met een lengte van minder dan 1.35 meter, terwijl geen kinderbeveiligingssysteem aanwezig is 59 lid 5 RVV 1990 280
R 535 mo – (een) passagier(s) jonger dan 12 jaar vervoeren terwijl de autogordel, de veiligheidsgordel of het kinderbeveiligingssysteem in een personenauto, bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel wordt gebruikt op een wijze die de beschermende werking ervan negatief beïnvloedt of kan beïnvloeden 59 lid 7 RVV 1990 280
R 535 e als bestuurder van een personenauto, bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel een passagier vervoeren die gebruik maakt van een rolstoel, terwijl de rolstoel niet is vastgezet op een wijze die de stabiliteit van de rolstoel en de veiligheid van de rolstoelgebruiker waarborgt 59 lid 8 jo. 59 lid 4 RVV 1990 320
R 535 oa de autogordel of de veiligheidsgordel in een personenauto, bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel gebruiken op een wijze die de beschermende werking ervan negatief beïnvloedt of kan beïnvloeden 59 lid 8 jo. 59 lid 7 RVV 1990 190 190
R 535 ob het kinderbeveiligingssysteem in een personenauto, bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel gebruiken op een wijze die de beschermende werking ervan negatief beïnvloedt of kan beïnvloeden 59 lid 8 jo. 59 lid 7 RVV 1990 280 280
R 535 s als bestuurder van een personenauto, bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel een passagier vervoeren die gebruik maakt van een rolstoel, zonder dat gebruik wordt gemaakt van de (beschikbare) veiligheidsgordel die deel uitmaakt van het voertuig of die deel uitmaakt van het systeem waarmee de rolstoel aan de vloer van het voertuig is bevestigd of van een door de Minister van IenW aangewezen constructie 59 lid 8 jo. 59 lid 4 RVV 1990 190
XXVIIa. Autobus XXVIIa. Autobus XXVIIa. Autobus XXVIIa. Autobus XXVIIa. Autobus XXVIIa. Autobus XXVIIa. Autobus
R 535 p als bestuurder van een aan het verkeer deelnemende autobus of passagier geen gebruik maken van de autogordel of het kinderbeveiligingssysteem waarmee de autobus is uitgerust 59a lid 1 RVV 1990 190 190
als bestuurder van een aan het verkeer deelnemende autobus
R 535 q – (een) passagier(s) van 3 jaar of ouder, maar jonger dan 12 jaar en korter dan 1.35 m vervoeren, zonder dat gebruik wordt gemaakt van een voor hem/hen geschikt en goedgekeurd kinderbeveiligingssysteem of bij gebrek daaraan, de autogordel, terwijl de passagier(s) zich op de zitplaats bevind(t)(en) 59a lid 4 jo. 59a lid 1 RVV 1990 190
R 535 r – (een) passagier(s) van 3 jaar of ouder maar jonger dan 12 jaar en met een lengte van 1.35 m of meer vervoeren, zonder dat gebruik wordt gemaakt van een voor hem/hen beschikbare autogordel, terwijl de passagier(s) zich op de zitplaats bevind(t)(en) 59a lid 4 jo. 59a lid 1 RVV 1990 190
XXVIII. Helmen XXVIII. Helmen XXVIII. Helmen XXVIII. Helmen XXVIII. Helmen XXVIII. Helmen XXVIII. Helmen
R 536 a als bestuurder of passagier van een bromfiets, snorfiets of brommobiel zonder gesloten carrosserie geen goedpassende helm dragen, die middels een sluiting op deugdelijke wijze is bevestigd en die is voorzien van een goedkeuringsmerk 60 lid 1 RVV 1990 130 130
R 536 c als bestuurder of passagier van een motorfiets dan wel driewielig motorvoertuig zonder gesloten carrosserie geen goedpassende helm dragen, die middels een sluiting op deugdelijke wijze is bevestigd en is voorzien van een goedkeuringsmerk 60 lid 1 RVV 1990 190 190 190
R 537 als bestuurder van een motorfiets, bromfiets, snorfiets of brommobiel dan wel driewielig motorvoertuig zonder gesloten carrosserie een passagier beneden de twaalf jaren vervoeren, die geen goedpassende helm draagt, die middels een sluiting op deugdelijke wijze is bevestigd en die is voorzien van een goedkeuringsmerk 60 lid 3 RVV 1990 190 190 130
XXX. Gebruik van mobiele telecommunicatieapparatuur XXX. Gebruik van mobiele telecommunicatieapparatuur XXX. Gebruik van mobiele telecommunicatieapparatuur XXX. Gebruik van mobiele telecommunicatieapparatuur XXX. Gebruik van mobiele telecommunicatieapparatuur XXX. Gebruik van mobiele telecommunicatieapparatuur XXX. Gebruik van mobiele telecommunicatieapparatuur
R 545 als bestuurder van een voertuig tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat dat gebruikt kan worden voor communicatie of informatieverwerking vasthouden 61a RVV 1990 440 440 300 170 440
XXXI. Vervoer van personen in of op aanhangwagens en in laadruimten XXXI. Vervoer van personen in of op aanhangwagens en in laadruimten XXXI. Vervoer van personen in of op aanhangwagens en in laadruimten XXXI. Vervoer van personen in of op aanhangwagens en in laadruimten XXXI. Vervoer van personen in of op aanhangwagens en in laadruimten XXXI. Vervoer van personen in of op aanhangwagens en in laadruimten XXXI. Vervoer van personen in of op aanhangwagens en in laadruimten
personen vervoeren 61b lid 1 RVV 1990
R 539 a – in de gesloten laadruimte van een motorvoertuig of bromfiets 190
R 539 b – in de open laadruimte van een motorvoertuig of bromfiets, dan wel in of op een aanhangwagen achter een motorvoertuig of bromfiets 320 320 220
Hoofdstuk 3. Verkeerstekens Hoofdstuk 3. Verkeerstekens Hoofdstuk 3. Verkeerstekens Hoofdstuk 3. Verkeerstekens Hoofdstuk 3. Verkeerstekens Hoofdstuk 3. Verkeerstekens Hoofdstuk 3. Verkeerstekens
II. Verkeersborden II. Verkeersborden II. Verkeersborden II. Verkeersborden II. Verkeersborden II. Verkeersborden II. Verkeersborden
R 544 a als bestuurder van een fiets de maximumsnelheid (bord A1) overschrijden tot en met 10 km/h 62 jo bord A1 RVV 1990 50
R 548 als bestuurder in strijd met bord B6 geen voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg 62 jo. bord B6 RVV 1990 320 320 220 120 120
R 544 b als bestuurder van een fiets de maximumsnelheid (bord A1) overschrijden met meer dan 10 km/h 62 jo bord A1 RVV 1990 70
als bestuurder in strijd met bord B7
R 549 a – niet stoppen 62 jo. bord B7 RVV 1990 190 190 130 75 75
R 549 b – geen voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg 62 jo. bord B7 RVV 1990 320 320 220 120 120
R 549 c – niet stoppen en geen voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg 62 jo. bord B7 RVV 1990 320 320 220 120 120
R 550 a als bestuurder in strijd met bord C1 (gesloten in beide richtingen voor voertuigen, ruiters en geleiders van rij-, trekdieren of vee) een weg gebruiken 62 jo. bord C1 RVV 1990 130 130 90 50 50
een weg gebruiken in strijd met bord C2 (eenrichtingsweg, in deze richting gesloten voor voertuigen, ruiters en geleiders van rij-, trekdieren of vee) 62 jo. bord C2 RVV 1990
R 551 b – als bestuurder op een andere weg dan autoweg of autosnelweg 190 190 130 75 75
als bestuurder een weg gebruiken in strijd met bord
R 552 a – C3 (eenrichtingsweg) 62 jo. bord C3 RVV 1990 190 190 130 75 75
R 552 b – C4 (eenrichtingsweg) 62 jo. bord C4 RVV 1990 190 190 130 75 75
R 553 b als bestuurder van een motorvoertuig op meer dan twee wielen in strijd met bord C6 (geslotenverklaring voor motorvoertuigen op meer dan twee wielen) een weg gebruiken 62 jo. bord C6 RVV 1990 130
R 553 d als bestuurder van een motorvoertuig op meer dan twee wielen een weg gebruiken in strijd met bord C6 (geslotenverklaring voor motorvoertuigen op meer dan twee wielen), waarbij gebied is aangeduid als milieuzone 62 jo. bord C6 RVV 1990 130
R 554 a als bestuurder van een vrachtauto een weg gebruiken in strijd met bord C7 (geslotenverklaring voor vrachtauto’s) (alle wegen behalve milieuzones) 62 jo. bord C7 RVV 1990 130
R 554 c als bestuurder van een vrachtauto een weg gebruiken in strijd met bord C7 (geslotenverklaring voor vrachtauto’s), waarbij gebied is aangeduid als milieuzone 62 jo. bord C7 RVV 1990 320
R 554 d als bestuurder van een autobus een weg gebruiken in strijd met bord C7a (geslotenverklaring voor autobussen) 62 jo. bord C7a RVV 1990 130
R 554 e als bestuurder van een autobus of vrachtauto een weg gebruiken in strijd met bord C7b (geslotenverklaring voor autobussen en vrachtauto’s) 62 jo. bord C7b RVV 1990 130
R 555 als bestuurder van landbouw- of bosbouwtrekker, motorrijtuig met beperkte snelheid of mobiele machine een weg gebruiken in strijd met bord C8 (geslotenverklaring voor landbouw- en bosbouwtrekkers, motorrijtuigen met beperkte snelheid en mobiele machines) 62 jo. bord C8 RVV 1990 130
R 556 als ruiter, geleider van rij-, trekdieren of vee, bestuurder van een wagen, een landbouw- of bosbouwtrekker, motorrijtuig met beperkte snelheid, mobiele machine, een brommobiel, een fiets, een brom- / snorfiets of een gehandicaptenvoertuig in strijd met bord C9 een weg gebruiken (geslotenverklaring) 62 jo. bord C9 RVV 1990 130 90 50 50
R 557 als bestuurder van een motorvoertuig met aanhangwagen een weg gebruiken in strijd met bord C10 (geslotenverklaring voor motorvoertuig met aanhangwagen) 62 jo. bord C10 RVV 1990 130 130
R 558 als bestuurder van een motorfiets een weg gebruiken in strijd met bord C11 (geslotenverklaring motorfiets) 62 jo. bord C11 RVV 1990 130
R 559 als bestuurder van een motorvoertuig een weg gebruiken in strijd met bord C12 (geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen) 62 jo. bord C12 RVV 1990 130 130
R 560 als bestuurder van een bromfiets, snorfiets of gehandicaptenvoertuig met motor een weg gebruiken in strijd met bord C13 (geslotenverklaring voor bromfiets, snorfiets of gehandicaptenvoertuig met motor) 62 jo. bord C13 RVV 1990 90 50
R 560 c als bestuurder van een bromfiets of snorfiets een weg gebruiken in strijd met bord C13 (geslotenverklaring voor bromfiets, snorfiets of gehandicaptenvoertuig, met in werking zijnde motor) waarbij gebied is aangeduid als milieuzone 62 jo. bord C13 RVV 1990 90
R 561 als bestuurder van een fiets of gehandicaptenvoertuig zonder motor een weg gebruiken in strijd met bord C14 (geslotenverklaring voor fiets of gehandicaptenvoertuig zonder motor) (categorie 3 betreft alleen snorfiets met uitgeschakelde motor) 62 jo. bord C14 RVV 1990 50 50
R 560 d als bestuurder van een bromfiets of snorfiets een weg gebruiken in strijd met bord C13 (geslotenverklaring voor bromfiets, snorfiets of gehandicaptenvoertuig, met in werking zijnde motor) waarbij het gebied is aangeduid als nulemissiezone 62 jo. bord C13 RVV 1990 90
R 562 als bestuurder van een fiets, een brom-/ snorfiets of gehandicaptenvoertuig een weg gebruiken in strijd met bord C15 (geslotenverklaring voor fiets, brom-/ snorfiets of gehandicaptenvoertuig) 62 jo. bord C15 RVV 1990 90 50
R 563 als voetganger een weg gebruiken in strijd met bord C16 (geslotenverklaring voor voetgangers) 62 jo. bord C16 RVV 1990 35
R 564 als bestuurder van een voertuig of samenstel van voertuigen een weg gebruiken in strijd met bord C17 (geslotenverklaring voor voertuigen en samenstellen van voertuigen die, met inbegrip van de lading, langer zijn dan op het bord C17 is aangegeven) 62 jo. bord C17 RVV 1990 190 75
R 565 als bestuurder van een voertuig een weg gebruiken in strijd met bord C18 (geslotenverklaring voor voertuigen die, met inbegrip van de lading, breder zijn dan op het bord C18 is aangegeven) 62 jo. bord C18 RVV 1990 190 75
R 566 als bestuurder van een voertuig een weg gebruiken in strijd met bord C19 (geslotenverklaring voor voertuigen die, met inbegrip van de lading, hoger zijn dan op het bord C19 is aangegeven) 62 jo. bord C19 RVV 1990 190 75
R 571 g als bestuurder van een vrachtauto een weg gebruiken in strijd met bord C22a (geslotenverklaring voor personen- en bedrijfsauto’s, vrachtauto’s of bussen met een dieselmotor vanwege milieuzone) 62 jo. bord C22a RVV 1990 320
R 571 h als bestuurder van een personenauto, bedrijfsauto of bus een weg gebruiken in strijd met bord C22a (geslotenverklaring voor personen- en bedrijfsauto’s, vrachtauto’s of bussen met een dieselmotor vanwege milieuzone) 62 jo. bord C22a RVV 1990 130
R 554 f als bestuurder van een vrachtauto of autobus een weg gebruiken in strijd met bord C7 (geslotenverklaring voor vrachtauto’s) of C7b (geslotenverklaring voor vrachtauto’s en autobussen), waarbij het bord is geplaatst in verband met werkzaamheden 62 jo. bord C7 of C7b RVV 1990 500
als bestuurder van een voertuig een weg gebruiken in strijd met bord C20 (geslotenverklaring voor voertuigen waarvan de aslast hoger is dan op het bord C20 is aangegeven) met een overschrijding van 62 jo. bord C20 RVV 1990
R 567 a – tot en met 10% 190 75
R 567 b – meer dan 10% tot en met 20% 280 110
R 567 c – meer dan 20% tot en met 30% 420 170
als bestuurder van een voertuig een weg gebruiken in strijd met bord C21 (geslotenverklaring voor voertuigen en samenstellen van voertuigen waarvan de totaalmassa of de som van de aslasten hoger is dan op het bord C21 is aangegeven) met een overschrijding van 62 jo. bord C21 RVV 1990
R 568 a – tot en met 10% 190 75
R 568 b – meer dan 10% tot en met 20% 280 110
R 568 c – meer dan 20% tot en met 30% 420 170
als bestuurder van een samenstel van voertuigen een weg gebruiken in strijd met bord C21 (geslotenverklaring voor voertuigen en samenstellen van voertuigen waarvan de totaalmassa of de som van de aslasten hoger is dan op het bord C21 is aangegeven) met een overschrijding van 62 jo. bord C21 RVV 1990
R 569 a – tot en met 10% 190 75
R 569 b – meer dan 10% tot en met 20% 280 110
R 569 c – meer dan 20% tot en met 30% 420 170
R 572 b als bestuurder van een vrachtauto een weg gebruiken in strijd met bord C22c (geslotenverklaring voor bedrijfsauto’s en vrachtauto’s vanwege nul-emissiezone) 62 jo. bord C22c RVV 1990 320
R 572 c als bestuurder van een bedrijfsauto een weg gebruiken in strijd met bord C22c (geslotenverklaring voor bedrijfsauto’s en vrachtauto’s vanwege nul-emissiezone) 62 jo. bord C22c RVV 1990 130
R 572 d als bestuurder van een vrachtauto een weg gebruiken in strijd met bord C22e (geslotenverklaring voor personenauto’s, bedrijfsauto’s, vrachtauto’s of autobussen vanwege emissie-eisen (milieuzone of nulemissiezone)) 62 jo. bord C22e RVV 1990 320
R 572 e als bestuurder van een personenauto, bedrijfsauto of autobus een weg gebruiken in strijd met bord C22e (geslotenverklaring voor personenauto’s, bedrijfsauto’s, vrachtauto’s of autobussen vanwege emissie-eisen (milieuzone of nulemissiezone)) 62 jo. bord C22e RVV 1990 130
R 574 als bestuurder rijden in strijd met de door bord D1 aangegeven rijrichting (rotonde; verplichte rijrichting) 62 jo. bord D1 RVV 1990 130 130 90 50 50
R 575 als bestuurder rijden in strijd met bord D2 aan de andere zijde dan het bord aangeeft (gebod voor alle bestuurders het bord D2 voorbij te gaan aan de zijde die de pijl aangeeft) 62 jo. bord D2 RVV 1990 130 130 90 50 50
R 576 als bestuurder in strijd met bord D4 een andere rijrichting volgen dan op het bord is aangegeven (gebod tot het volgen van de rijrichting die op het bord D4 is aangegeven) 62 jo. bord D4 RVV 1990 130 130 90 50 50
R 577 als bestuurder in strijd met bord D5 een andere rijrichting volgen dan op het bord is aangegeven (gebod tot het volgen van de rijrichting die op het bord D5 is aangegeven) 62 jo. bord D5 RVV 1990 130 130 90 50 50
R 578 als bestuurder in strijd met bord D6 een andere rijrichting volgen dan op het bord is aangegeven (gebod tot het volgen van één van de rijrichtingen die op het bord D6 zijn aangegeven) 62 jo. bord D6 RVV 1990 130 130 90 50 50
R 579 als bestuurder in strijd met bord D7 een andere rijrichting volgen dan op het bord is aangegeven (gebod tot het volgen van één van de rijrichtingen die op het bord D7 zijn aangegeven) 62 jo. bord D7 RVV 1990 130 130 90 50 50
R 584 als bestuurder een voertuig parkeren in strijd met (zone) bord E1 (parkeerverbod(szone)) 62 jo. bord E1 RVV 1990 130 130 50 130
R 585 als bestuurder een voertuig laten stilstaan in strijd met bord E2 (verbod stilstaan) 62 jo. bord E2 RVV 1990 130 130 50
R 587 b een brom- / snorfiets plaatsen in strijd met bord E3 (verbod (brom- / snor)fietsen te plaatsen) 62 jo. bord E3 RVV 1990 90
R 593 als bestuurder van een motorvoertuig in strijd met bord F1 een motorvoertuig inhalen (verbod voor motorvoertuigen om elkaar onderling in te halen) 62 jo. bord F1 RVV 1990 320 320
R 594 als bestuurder van een vrachtauto in strijd met bord F3 een motorvoertuig inhalen (verbod voor vrachtauto’s om motorvoertuigen in te halen) 62 jo. bord F3 RVV 1990 320
R 595 als bestuurder in strijd met bord F5 doorgaan bij nadering van verkeer uit tegengestelde richting (verbod voor bestuurders door te gaan bij nadering van verkeer uit tegengestelde richting) 62 jo. bord F5 RVV 1990 190 190 130 75 75
R 596 als bestuurder in strijd met bord F7 keren 62 jo. bord F7 RVV 1990 190 190 130 75 75
R 598 als bestuurder van een landbouw- of bosbouwtrekker, motorrijtuig met beperkte snelheid of mobiele machine in strijd met bord F11 geen gebruik maken van de voor dat motorvoertuig verplichte passeerbaan of passeerstrook 62 jo. bord F11 RVV 1990 130
R 599 a als bestuurder van een motorvoertuig, niet zijnde een lijnbus, in strijd met bord F13 gebruik maken van een uitsluitend voor lijnbussen bestemde rijbaan of rijstrook 62 jo. bord F13 RVV 1990 130 130 90 50
R 599 b als bestuurder van een motorvoertuig in strijd met bord F15 gebruik maken van een uitsluitend voor trams bestemde rijbaan of rijstrook 62 jo. bord F15 RVV 1990 130 130 90 50
R 599 c als bestuurder van een motorvoertuig, niet zijnde een lijnbus, in strijd met bord F17 gebruik maken van een uitsluitend voor lijnbussen en trams bestemde rijbaan of rijstrook 62 jo. bord F17 RVV 1990 130 130 90 50
R 599 d als bestuurder van een motorvoertuig, niet zijnde een vrachtauto of lijnbus, in strijd met bord F19 gebruik maken van een uitsluitend voor vrachtauto’s en lijnbussen bestemde rijbaan of rijstrook 62 jo. bord F19 RVV 1990 130 130 90 50
R 599 e als bestuurder van een motorvoertuig, niet zijnde een vrachtauto, in strijd met bord F21 gebruik maken van een uitsluitend voor vrachtauto’s bestemde rijbaan of rijstrook 62 jo. bord F21 RVV 1990 130 130 90 50
III. Verkeerslichten III. Verkeerslichten III. Verkeerslichten III. Verkeerslichten III. Verkeerslichten III. Verkeerslichten III. Verkeerslichten
R 601 als bestuurder niet doorgaan bij groen licht bij een driekleurig verkeerslicht 62 jo. 68 lid 1 sub a RVV 1990 190 190
R 602 als weggebruiker niet stoppen voor rood licht bij een driekleurig verkeerslicht 62 jo. 68 lid 1 sub c RVV 1990 320 320 220 120 95 120
R 603 als fietser, brom- / snorfietser of bestuurder van een gehandicaptenvoertuig bij geel of rood licht bij een driekleurig verkeerslicht rechts afslaan zonder het overige verkeer ter plaatse voor te laten gaan 62 jo. 68 lid 6 RVV 1990 220 120
R 604 als weggebruiker niet stoppen voor rood licht bij tweekleurig verkeerslicht 62 jo. 69 lid 1 sub b RVV 1990 320 320 220 120 95 120
R 605 als fietser, brom- / snorfietser of bestuurder van een gehandicaptenvoertuig bij geel of rood licht bij een tweekleurig verkeerslicht rechts afslaan zonder het overige verkeer ter plaatse voor te laten gaan 62 jo. 69 lid 2 ivm 68 lid 6 RVV 1990 220 120
R 606 als bestuurder van een tram, lijnbus of ander voertuig niet stoppen voor rood tram-/buslicht 62 jo. 70 lid 1 sub c ivm 70 lid 3, 4 RVV 1990 320 320 220 320
R 607 als bestuurder van een tram niet stoppen voor rood licht bij driekleurig verkeerslicht 62 jo. 68 lid 1 sub c RVV 1990 320
R 608 als weggebruiker niet stoppen voor rood knipperlicht bij overweglichten 62 jo. 71 sub b RVV 1990 320 320 220 120 95 120
R 609 als weggebruiker niet stoppen voor rood (knipper)licht bij bruglichten 62 jo. 72 RVV 1990 320 320 220 120 95 120
R 611 als bestuurder van een ander voertuig dan een lijnbus of een autobus een door een verlichte afbeelding van "BUS" gemarkeerde rijstrook gebruiken 62 jo. 73 sub d RVV 1990 190 190 130 75 75
R 611 a als bestuurder van een ander voertuig dan een lijnbus een door een verlichte afbeelding van "LIJNBUS" gemarkeerde rijstrook gebruiken 62 jo. 73 sub e RVV 1990 190 190 130 75 75
R 612 als voetganger of bestuurder van een gehandicaptenvoertuig beginnen over te steken bij rood voetgangerslicht 62 jo. 74 lid 1 sub c RVV 1990 120 95
R 613 als voetganger of bestuurder van een gehandicaptenvoertuig bij het oversteken het overige verkeer ter plaatse niet voor laten gaan, indien het rode licht is vervangen door een geel knipperlicht als bedoeld in artikel 75 van het RVV 1990 62 jo. 74 lid 2 RVV 1990 120 95
R 614 als weggebruiker niet stoppen voor rood licht bij toeritdosering 62 jo. 68 lid 1 sub c c.q. 69 lid 1 sub b RVV 1990 130 130
IV. Verkeerstekens op het wegdek IV. Verkeerstekens op het wegdek IV. Verkeerstekens op het wegdek IV. Verkeerstekens op het wegdek IV. Verkeerstekens op het wegdek IV. Verkeerstekens op het wegdek IV. Verkeerstekens op het wegdek
R 617 a als bestuurder de zich niet langs de rand van de rijbaanverharding bevindende doorgetrokken streep overschrijden met verkeer in een richting 62 jo. 76 lid 1 RVV 1990 190 190 130 75 75
R 617 b als bestuurder de zich niet langs de rand van de rijbaanverharding bevindende doorgetrokken streep overschrijden met verkeer in beide richtingen 62 jo. 76 lid 1 RVV 1990 320 320 220 120 120
R 617 c als bestuurder zich links bevinden van een tussen rijstroken of paden aangebrachte doorgetrokken streep met verkeer in beide richtingen 62 jo. 76 lid 1 RVV 1990 320 320 220 120 120
R 618 als bestuurder een verdrijvingsvlak gebruiken 62 jo. 77 RVV 1990 320 320 220 120 120
R 618 a als bestuurder een puntstuk gebruiken 62 jo. 77 RVV 1990 320 320 220 120 120
R 619 als bestuurder die de rijbaan volgt op een kruispunt niet de richting volgen die de voorsorteerstrook waarop die zich bevindt aangeeft 62 jo. 78 lid 1 RVV 1990 320 320 220 120 120
R 619 a als bestuurder die een doorgaande rijbaan verlaat en daartoe een uitrijstrook volgt ter hoogte van de daarin aangebrachte pijlen niet de richting volgen die de uitrijstrook aangeeft 62 jo. 78 lid 2 RVV 1990 320 320 220
R 620 als bestuurder niet stoppen voor stopstreep daar waar dit op grond van het RVV 1990 verplicht is 62 jo. 79 RVV 1990 130 130 90 50 50
R 621 als bestuurder in strijd met op het wegdek aangebrachte haaientanden geen voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg 62 jo. 80 RVV 1990 320 320 220 120 120
R 622 als weggebruiker, anders dan als bestuurder van een lijnbus, autobus of tram, gebruik maken van een busbaan of -strook aangeduid met "BUS" 62 jo. 81 RVV 1990 190 190 130 75 55 75
R 622 a als weggebruiker, anders dan als bestuurder van een lijnbus of tram, gebruik maken van een busbaan of -strook aangeduid met "LIJNBUS" 62 jo. 81 RVV 1990 190 190 130 75 55 75
Nummers R 701 – R 706: Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) Nummers R 701 – R 706: Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) Nummers R 701 – R 706: Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) Nummers R 701 – R 706: Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) Nummers R 701 – R 706: Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) Nummers R 701 – R 706: Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) Nummers R 701 – R 706: Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW)
R 701 zonder daartoe krachtens het Besluit bevoegd te zijn verkeerstekens op, langs of boven de wegen aanbrengen, doen aanbrengen, aangebracht houden, verwijderen, dan wel de zichtbaarheid daarvan wegnemen 1a BABW 190
R 702 voorwerpen, inrichting of borden, van welke aard ook, die het verkeer in verwarring zouden kunnen brengen op, langs of boven de wegen aanbrengen, doen aanbrengen of aangebracht houden 2 BABW 190
R 703 niet zo spoedig mogelijk op de juiste wijze inleveren van ongeldige gehandicaptenparkeerkaart 54 jo. 53 BABW 130
R 704 als verkeersregelaar niet op eerste vordering tonen van de krachtens de wet vereiste aanstellingspas 58a BABW 130
R 705 als verkeersregelaar, niet zijnde een weginspecteur in dienst van Rijkswaterstaat, een aanwijzing als bedoeld in artikel 82, 1e lid van het RVV 1990 vanaf een motorrijtuig, of als verkeersregelaar niet zijnde een transportbegeleider of een weginspecteur in dienst van Rijkswaterstaat, vanuit een motorrijtuig geven 58a BABW 130
R 706 als transportbegeleider of weginspecteur in dienst van Rijkswaterstaat vanuit een motorrijtuig een aanwijzing als bedoeld in artikel 82, 1e lid van het RVV 1990 op een weg onder beheer van het Rijk of op een kruispunt gelegen op andere weg geven 58a BABW 130
Nummers K 405 – K 540: Kentekenreglement (Kr) Nummers K 405 – K 540: Kentekenreglement (Kr) Nummers K 405 – K 540: Kentekenreglement (Kr) Nummers K 405 – K 540: Kentekenreglement (Kr) Nummers K 405 – K 540: Kentekenreglement (Kr) Nummers K 405 – K 540: Kentekenreglement (Kr) Nummers K 405 – K 540: Kentekenreglement (Kr)
K 405 de kentekenplaat voldoet niet aan de gestelde eisen 5 lid 1 en 3 Kr 190
Wijziging van de tenaamstelling: overdracht tussen particulieren Wijziging van de tenaamstelling: overdracht tussen particulieren Wijziging van de tenaamstelling: overdracht tussen particulieren Wijziging van de tenaamstelling: overdracht tussen particulieren Wijziging van de tenaamstelling: overdracht tussen particulieren Wijziging van de tenaamstelling: overdracht tussen particulieren Wijziging van de tenaamstelling: overdracht tussen particulieren
K 420 als nieuwe eigenaar/houder niet binnen één week de Dienst Wegverkeer op de voorgeschreven wijze om tenaamstelling verzoeken 26 lid 2, 58b lid 2 en 58l lid 2 Kr 480
Wijziging van de tenaamstelling: overlijden van een kentekenhouder Wijziging van de tenaamstelling: overlijden van een kentekenhouder Wijziging van de tenaamstelling: overlijden van een kentekenhouder Wijziging van de tenaamstelling: overlijden van een kentekenhouder Wijziging van de tenaamstelling: overlijden van een kentekenhouder Wijziging van de tenaamstelling: overlijden van een kentekenhouder Wijziging van de tenaamstelling: overlijden van een kentekenhouder
K 485 als eigenaar/houder na overlijden van degene die in het kentekenregister als tenaamgestelde staat geregistreerd niet binnen vijf weken op de voorgeschreven wijze bij de Dienst Wegverkeer een verzoek indienen om het voertuig op zijn naam te registreren 29 lid 1, 58f lid 1 en 58p lid 1 Kr 480
Aanvraag nieuw deel I (A) Aanvraag nieuw deel I (A) Aanvraag nieuw deel I (A) Aanvraag nieuw deel I (A) Aanvraag nieuw deel I (A) Aanvraag nieuw deel I (A) Aanvraag nieuw deel I (A)
Kentekencard vanaf 1 januari 2014 Kentekencard vanaf 1 januari 2014 Kentekencard vanaf 1 januari 2014 Kentekencard vanaf 1 januari 2014 Kentekencard vanaf 1 januari 2014 Kentekencard vanaf 1 januari 2014 Kentekencard vanaf 1 januari 2014
K 526 niet onverwijld bij de Dienst Wegverkeer de gewijzigde gegevens melden indien het voertuig niet meer overeenstemt met de gegevens in het kentekenregister 34 lid 1 Kr 130
Kentekenbewijzen afgegeven vóór 1 januari 2014 Kentekenbewijzen afgegeven vóór 1 januari 2014 Kentekenbewijzen afgegeven vóór 1 januari 2014 Kentekenbewijzen afgegeven vóór 1 januari 2014 Kentekenbewijzen afgegeven vóór 1 januari 2014 Kentekenbewijzen afgegeven vóór 1 januari 2014 Kentekenbewijzen afgegeven vóór 1 januari 2014
K 527 niet onverwijld bij de Dienst Wegverkeer de gewijzigde gegevens melden indien het voertuig niet meer overeenstemt met de gegevens op het afgegeven deel I 58h lid 1 en 58s lid 1 Kr 130
Handelaarskenteken(bewijs) Handelaarskenteken(bewijs) Handelaarskenteken(bewijs) Handelaarskenteken(bewijs) Handelaarskenteken(bewijs) Handelaarskenteken(bewijs) Handelaarskenteken(bewijs)
K 535 als kentekenhouder het handelaarskenteken niet op de voorgeschreven wijze gebruiken 44 Kr 480
K 540 het ongeldig verklaarde handelaarskentekenbewijs niet onverwijld inleveren 45 lid 2 Kr 480
Nummers A 919 a – A 934: Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM) en Besluit bewijs van verzekering niet-kentekenplichtige motorrijtuigen (BVM) Nummers A 919 a – A 934: Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM) en Besluit bewijs van verzekering niet-kentekenplichtige motorrijtuigen (BVM) Nummers A 919 a – A 934: Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM) en Besluit bewijs van verzekering niet-kentekenplichtige motorrijtuigen (BVM) Nummers A 919 a – A 934: Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM) en Besluit bewijs van verzekering niet-kentekenplichtige motorrijtuigen (BVM) Nummers A 919 a – A 934: Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM) en Besluit bewijs van verzekering niet-kentekenplichtige motorrijtuigen (BVM) Nummers A 919 a – A 934: Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM) en Besluit bewijs van verzekering niet-kentekenplichtige motorrijtuigen (BVM) Nummers A 919 a – A 934: Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM) en Besluit bewijs van verzekering niet-kentekenplichtige motorrijtuigen (BVM)
Gekentekende motorrijtuigen, niet zijnde bromfietsen of gehandicaptenvoertuigen Gekentekende motorrijtuigen, niet zijnde bromfietsen of gehandicaptenvoertuigen Gekentekende motorrijtuigen, niet zijnde bromfietsen of gehandicaptenvoertuigen Gekentekende motorrijtuigen, niet zijnde bromfietsen of gehandicaptenvoertuigen Gekentekende motorrijtuigen, niet zijnde bromfietsen of gehandicaptenvoertuigen Gekentekende motorrijtuigen, niet zijnde bromfietsen of gehandicaptenvoertuigen Gekentekende motorrijtuigen, niet zijnde bromfietsen of gehandicaptenvoertuigen
A 915 als bezitter, als houder of als degene op wiens naam een motorrijtuig in het kentekenregister is ingeschreven, voor een motorrijtuig, niet zijnde een bromfiets, dat in het kentekenregister is ingeschreven en tenaamgesteld, niet de vereiste verzekering sluiten en in stand houden 30 lid 2 WAM 500
Bromfietsen Bromfietsen Bromfietsen Bromfietsen Bromfietsen Bromfietsen Bromfietsen
A 902 als bezitter, als houder of als degene op wiens naam een motorrijtuig in het kentekenregister is ingeschreven, voor een motorrijtuig, zijnde een bromfiets, dat in het kentekenregister is ingeschreven en tenaamgesteld niet de vereiste verzekering sluiten en in stand houden 30 lid 2 WAM 480
Feit Overtreden artikel Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie
--- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- ---
02 03 03a 04 05 06 06a 07
Nummers N 010 – P 602: Besluit voertuigen (BV) en Regeling voertuigen (RV) Nummers N 010 – P 602: Besluit voertuigen (BV) en Regeling voertuigen (RV) Nummers N 010 – P 602: Besluit voertuigen (BV) en Regeling voertuigen (RV) Nummers N 010 – P 602: Besluit voertuigen (BV) en Regeling voertuigen (RV) Nummers N 010 – P 602: Besluit voertuigen (BV) en Regeling voertuigen (RV) Nummers N 010 – P 602: Besluit voertuigen (BV) en Regeling voertuigen (RV) Nummers N 010 – P 602: Besluit voertuigen (BV) en Regeling voertuigen (RV)
Categorie-indeling A: (Besluit en Regeling voertuigen) Categorie-indeling A: (Besluit en Regeling voertuigen) Categorie-indeling A: (Besluit en Regeling voertuigen) Categorie-indeling A: (Besluit en Regeling voertuigen) Categorie-indeling A: (Besluit en Regeling voertuigen) Categorie-indeling A: (Besluit en Regeling voertuigen) Categorie-indeling A: (Besluit en Regeling voertuigen)
2 – personenauto’s; 2 – personenauto’s; 2 – personenauto’s; 2 – personenauto’s; 2 – personenauto’s; 2 – personenauto’s; 2 – personenauto’s;
3 – bedrijfsauto’s; 3 – bedrijfsauto’s; 3 – bedrijfsauto’s; 3 – bedrijfsauto’s; 3 – bedrijfsauto’s; 3 – bedrijfsauto’s; 3 – bedrijfsauto’s;
3a – bussen; 3a – bussen; 3a – bussen; 3a – bussen; 3a – bussen; 3a – bussen; 3a – bussen;
4 – motorfietsen; 4 – motorfietsen; 4 – motorfietsen; 4 – motorfietsen; 4 – motorfietsen; 4 – motorfietsen; 4 – motorfietsen;
5 – driewielige motorrijtuigen; 5 – driewielige motorrijtuigen; 5 – driewielige motorrijtuigen; 5 – driewielige motorrijtuigen; 5 – driewielige motorrijtuigen; 5 – driewielige motorrijtuigen; 5 – driewielige motorrijtuigen;
6 – bromfietsen; 6 – bromfietsen; 6 – bromfietsen; 6 – bromfietsen; 6 – bromfietsen; 6 – bromfietsen; 6 – bromfietsen;
6a – bijzondere bromfietsen; 6a – bijzondere bromfietsen; 6a – bijzondere bromfietsen; 6a – bijzondere bromfietsen; 6a – bijzondere bromfietsen; 6a – bijzondere bromfietsen; 6a – bijzondere bromfietsen;
7 – motorrijtuigen met beperkte snelheid; 7 – motorrijtuigen met beperkte snelheid; 7 – motorrijtuigen met beperkte snelheid; 7 – motorrijtuigen met beperkte snelheid; 7 – motorrijtuigen met beperkte snelheid; 7 – motorrijtuigen met beperkte snelheid; 7 – motorrijtuigen met beperkte snelheid;
7a – mobiele machine; 7a – mobiele machine; 7a – mobiele machine; 7a – mobiele machine; 7a – mobiele machine; 7a – mobiele machine; 7a – mobiele machine;
8 – land- of bosbouwtrekkers; 8 – land- of bosbouwtrekkers; 8 – land- of bosbouwtrekkers; 8 – land- of bosbouwtrekkers; 8 – land- of bosbouwtrekkers; 8 – land- of bosbouwtrekkers; 8 – land- of bosbouwtrekkers;
9 – fietsen en gehandicaptenvoertuigen zonder motor (o.g.v. art. 5.1.4 RV m.u.v. afmetingen genoemd in 5.9.6 RV); 9 – fietsen en gehandicaptenvoertuigen zonder motor (o.g.v. art. 5.1.4 RV m.u.v. afmetingen genoemd in 5.9.6 RV); 9 – fietsen en gehandicaptenvoertuigen zonder motor (o.g.v. art. 5.1.4 RV m.u.v. afmetingen genoemd in 5.9.6 RV); 9 – fietsen en gehandicaptenvoertuigen zonder motor (o.g.v. art. 5.1.4 RV m.u.v. afmetingen genoemd in 5.9.6 RV); 9 – fietsen en gehandicaptenvoertuigen zonder motor (o.g.v. art. 5.1.4 RV m.u.v. afmetingen genoemd in 5.9.6 RV); 9 – fietsen en gehandicaptenvoertuigen zonder motor (o.g.v. art. 5.1.4 RV m.u.v. afmetingen genoemd in 5.9.6 RV); 9 – fietsen en gehandicaptenvoertuigen zonder motor (o.g.v. art. 5.1.4 RV m.u.v. afmetingen genoemd in 5.9.6 RV);
10 – gehandicaptenvoertuigen voorzien van een gesloten carrosserie, gehandicaptenvoertuigen die zijn uitgerust met een verbrandingsmotor, die niet zijn voorzien van een gesloten carrosserie en t.a.v. de afmetingen genoemd in 5.10.6 RV de gehandicaptenvoertuigen zonder motor; 10 – gehandicaptenvoertuigen voorzien van een gesloten carrosserie, gehandicaptenvoertuigen die zijn uitgerust met een verbrandingsmotor, die niet zijn voorzien van een gesloten carrosserie en t.a.v. de afmetingen genoemd in 5.10.6 RV de gehandicaptenvoertuigen zonder motor; 10 – gehandicaptenvoertuigen voorzien van een gesloten carrosserie, gehandicaptenvoertuigen die zijn uitgerust met een verbrandingsmotor, die niet zijn voorzien van een gesloten carrosserie en t.a.v. de afmetingen genoemd in 5.10.6 RV de gehandicaptenvoertuigen zonder motor; 10 – gehandicaptenvoertuigen voorzien van een gesloten carrosserie, gehandicaptenvoertuigen die zijn uitgerust met een verbrandingsmotor, die niet zijn voorzien van een gesloten carrosserie en t.a.v. de afmetingen genoemd in 5.10.6 RV de gehandicaptenvoertuigen zonder motor; 10 – gehandicaptenvoertuigen voorzien van een gesloten carrosserie, gehandicaptenvoertuigen die zijn uitgerust met een verbrandingsmotor, die niet zijn voorzien van een gesloten carrosserie en t.a.v. de afmetingen genoemd in 5.10.6 RV de gehandicaptenvoertuigen zonder motor; 10 – gehandicaptenvoertuigen voorzien van een gesloten carrosserie, gehandicaptenvoertuigen die zijn uitgerust met een verbrandingsmotor, die niet zijn voorzien van een gesloten carrosserie en t.a.v. de afmetingen genoemd in 5.10.6 RV de gehandicaptenvoertuigen zonder motor; 10 – gehandicaptenvoertuigen voorzien van een gesloten carrosserie, gehandicaptenvoertuigen die zijn uitgerust met een verbrandingsmotor, die niet zijn voorzien van een gesloten carrosserie en t.a.v. de afmetingen genoemd in 5.10.6 RV de gehandicaptenvoertuigen zonder motor;
11 – gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een elektromotor en niet voorzien van een gesloten carrosserie; 11 – gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een elektromotor en niet voorzien van een gesloten carrosserie; 11 – gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een elektromotor en niet voorzien van een gesloten carrosserie; 11 – gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een elektromotor en niet voorzien van een gesloten carrosserie; 11 – gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een elektromotor en niet voorzien van een gesloten carrosserie; 11 – gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een elektromotor en niet voorzien van een gesloten carrosserie; 11 – gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een elektromotor en niet voorzien van een gesloten carrosserie;
12 – aanhangwagens van de voertuigcategorie O met een toegestane maximummassa van meer dan 750 kg; 12 – aanhangwagens van de voertuigcategorie O met een toegestane maximummassa van meer dan 750 kg; 12 – aanhangwagens van de voertuigcategorie O met een toegestane maximummassa van meer dan 750 kg; 12 – aanhangwagens van de voertuigcategorie O met een toegestane maximummassa van meer dan 750 kg; 12 – aanhangwagens van de voertuigcategorie O met een toegestane maximummassa van meer dan 750 kg; 12 – aanhangwagens van de voertuigcategorie O met een toegestane maximummassa van meer dan 750 kg; 12 – aanhangwagens van de voertuigcategorie O met een toegestane maximummassa van meer dan 750 kg;
13 – aanhangwagens van de voertuigcategorie O met een toegestane maximummassa van niet meer dan 750 kg; 13 – aanhangwagens van de voertuigcategorie O met een toegestane maximummassa van niet meer dan 750 kg; 13 – aanhangwagens van de voertuigcategorie O met een toegestane maximummassa van niet meer dan 750 kg; 13 – aanhangwagens van de voertuigcategorie O met een toegestane maximummassa van niet meer dan 750 kg; 13 – aanhangwagens van de voertuigcategorie O met een toegestane maximummassa van niet meer dan 750 kg; 13 – aanhangwagens van de voertuigcategorie O met een toegestane maximummassa van niet meer dan 750 kg; 13 – aanhangwagens van de voertuigcategorie O met een toegestane maximummassa van niet meer dan 750 kg;
14 – landbouw- en/of bosbouwaanhangwagens en verwisselbare getrokken uitrustingsstukken; 14 – landbouw- en/of bosbouwaanhangwagens en verwisselbare getrokken uitrustingsstukken; 14 – landbouw- en/of bosbouwaanhangwagens en verwisselbare getrokken uitrustingsstukken; 14 – landbouw- en/of bosbouwaanhangwagens en verwisselbare getrokken uitrustingsstukken; 14 – landbouw- en/of bosbouwaanhangwagens en verwisselbare getrokken uitrustingsstukken; 14 – landbouw- en/of bosbouwaanhangwagens en verwisselbare getrokken uitrustingsstukken; 14 – landbouw- en/of bosbouwaanhangwagens en verwisselbare getrokken uitrustingsstukken;
15 – motorfietsaanhangwagens (15a) of bromfietsaanhangwagens (15b); 15 – motorfietsaanhangwagens (15a) of bromfietsaanhangwagens (15b); 15 – motorfietsaanhangwagens (15a) of bromfietsaanhangwagens (15b); 15 – motorfietsaanhangwagens (15a) of bromfietsaanhangwagens (15b); 15 – motorfietsaanhangwagens (15a) of bromfietsaanhangwagens (15b); 15 – motorfietsaanhangwagens (15a) of bromfietsaanhangwagens (15b); 15 – motorfietsaanhangwagens (15a) of bromfietsaanhangwagens (15b);
16 – fietsaanhangwagens; 16 – fietsaanhangwagens; 16 – fietsaanhangwagens; 16 – fietsaanhangwagens; 16 – fietsaanhangwagens; 16 – fietsaanhangwagens; 16 – fietsaanhangwagens;
17 – wagens. 17 – wagens. 17 – wagens. 17 – wagens. 17 – wagens. 17 – wagens. 17 – wagens.
Noot Regeling voertuigen (RV): Noot Regeling voertuigen (RV): Noot Regeling voertuigen (RV): Noot Regeling voertuigen (RV): Noot Regeling voertuigen (RV): Noot Regeling voertuigen (RV): Noot Regeling voertuigen (RV):
– De feiten met betrekking tot de RV zijn in 19 categorieën onderverdeeld en deze categorieën zijn genummerd van 2 t/m 17. Deze categorie-indeling komt overeen met de indeling van de RV. – De feiten met betrekking tot de RV zijn in 19 categorieën onderverdeeld en deze categorieën zijn genummerd van 2 t/m 17. Deze categorie-indeling komt overeen met de indeling van de RV. – De feiten met betrekking tot de RV zijn in 19 categorieën onderverdeeld en deze categorieën zijn genummerd van 2 t/m 17. Deze categorie-indeling komt overeen met de indeling van de RV. – De feiten met betrekking tot de RV zijn in 19 categorieën onderverdeeld en deze categorieën zijn genummerd van 2 t/m 17. Deze categorie-indeling komt overeen met de indeling van de RV. – De feiten met betrekking tot de RV zijn in 19 categorieën onderverdeeld en deze categorieën zijn genummerd van 2 t/m 17. Deze categorie-indeling komt overeen met de indeling van de RV. – De feiten met betrekking tot de RV zijn in 19 categorieën onderverdeeld en deze categorieën zijn genummerd van 2 t/m 17. Deze categorie-indeling komt overeen met de indeling van de RV. – De feiten met betrekking tot de RV zijn in 19 categorieën onderverdeeld en deze categorieën zijn genummerd van 2 t/m 17. Deze categorie-indeling komt overeen met de indeling van de RV.
– Bij categorie 15 kan het trekkende voertuig verschillend zijn (motor of bromfiets). Voor deze voertuigen gelden verschillende tarieven. Achter de categorie-aanduiding moet daarom voor de motorfiets een A en voor de bromfiets een B worden vermeld. – Bij categorie 15 kan het trekkende voertuig verschillend zijn (motor of bromfiets). Voor deze voertuigen gelden verschillende tarieven. Achter de categorie-aanduiding moet daarom voor de motorfiets een A en voor de bromfiets een B worden vermeld. – Bij categorie 15 kan het trekkende voertuig verschillend zijn (motor of bromfiets). Voor deze voertuigen gelden verschillende tarieven. Achter de categorie-aanduiding moet daarom voor de motorfiets een A en voor de bromfiets een B worden vermeld. – Bij categorie 15 kan het trekkende voertuig verschillend zijn (motor of bromfiets). Voor deze voertuigen gelden verschillende tarieven. Achter de categorie-aanduiding moet daarom voor de motorfiets een A en voor de bromfiets een B worden vermeld. – Bij categorie 15 kan het trekkende voertuig verschillend zijn (motor of bromfiets). Voor deze voertuigen gelden verschillende tarieven. Achter de categorie-aanduiding moet daarom voor de motorfiets een A en voor de bromfiets een B worden vermeld. – Bij categorie 15 kan het trekkende voertuig verschillend zijn (motor of bromfiets). Voor deze voertuigen gelden verschillende tarieven. Achter de categorie-aanduiding moet daarom voor de motorfiets een A en voor de bromfiets een B worden vermeld. – Bij categorie 15 kan het trekkende voertuig verschillend zijn (motor of bromfiets). Voor deze voertuigen gelden verschillende tarieven. Achter de categorie-aanduiding moet daarom voor de motorfiets een A en voor de bromfiets een B worden vermeld.
categorie: 15a – motorfiets categorie: 15a – motorfiets categorie: 15a – motorfiets categorie: 15a – motorfiets categorie: 15a – motorfiets categorie: 15a – motorfiets categorie: 15a – motorfiets
categorie: 15b – bromfiets categorie: 15b – bromfiets categorie: 15b – bromfiets categorie: 15b – bromfiets categorie: 15b – bromfiets categorie: 15b – bromfiets categorie: 15b – bromfiets
– Bij de in deze afdeling vermelde overtredingen is het niet toegestaan om uitsluitend een kenteken te vermelden op het mini proces-verbaal. De NAW-gegevens van de verdachte moeten eveneens worden vermeld. De verdachte dient daarom staande te worden gehouden. – Bij de in deze afdeling vermelde overtredingen is het niet toegestaan om uitsluitend een kenteken te vermelden op het mini proces-verbaal. De NAW-gegevens van de verdachte moeten eveneens worden vermeld. De verdachte dient daarom staande te worden gehouden. – Bij de in deze afdeling vermelde overtredingen is het niet toegestaan om uitsluitend een kenteken te vermelden op het mini proces-verbaal. De NAW-gegevens van de verdachte moeten eveneens worden vermeld. De verdachte dient daarom staande te worden gehouden. – Bij de in deze afdeling vermelde overtredingen is het niet toegestaan om uitsluitend een kenteken te vermelden op het mini proces-verbaal. De NAW-gegevens van de verdachte moeten eveneens worden vermeld. De verdachte dient daarom staande te worden gehouden. – Bij de in deze afdeling vermelde overtredingen is het niet toegestaan om uitsluitend een kenteken te vermelden op het mini proces-verbaal. De NAW-gegevens van de verdachte moeten eveneens worden vermeld. De verdachte dient daarom staande te worden gehouden. – Bij de in deze afdeling vermelde overtredingen is het niet toegestaan om uitsluitend een kenteken te vermelden op het mini proces-verbaal. De NAW-gegevens van de verdachte moeten eveneens worden vermeld. De verdachte dient daarom staande te worden gehouden. – Bij de in deze afdeling vermelde overtredingen is het niet toegestaan om uitsluitend een kenteken te vermelden op het mini proces-verbaal. De NAW-gegevens van de verdachte moeten eveneens worden vermeld. De verdachte dient daarom staande te worden gehouden.
– Op de kennisgeving/aankondiging moet een nadere toelichting op het feit worden vermeld, omdat de bepalingen van de RV in algemene feitomschrijvingen zijn weergegeven. – Op de kennisgeving/aankondiging moet een nadere toelichting op het feit worden vermeld, omdat de bepalingen van de RV in algemene feitomschrijvingen zijn weergegeven. – Op de kennisgeving/aankondiging moet een nadere toelichting op het feit worden vermeld, omdat de bepalingen van de RV in algemene feitomschrijvingen zijn weergegeven. – Op de kennisgeving/aankondiging moet een nadere toelichting op het feit worden vermeld, omdat de bepalingen van de RV in algemene feitomschrijvingen zijn weergegeven. – Op de kennisgeving/aankondiging moet een nadere toelichting op het feit worden vermeld, omdat de bepalingen van de RV in algemene feitomschrijvingen zijn weergegeven. – Op de kennisgeving/aankondiging moet een nadere toelichting op het feit worden vermeld, omdat de bepalingen van de RV in algemene feitomschrijvingen zijn weergegeven. – Op de kennisgeving/aankondiging moet een nadere toelichting op het feit worden vermeld, omdat de bepalingen van de RV in algemene feitomschrijvingen zijn weergegeven.
– Voor feiten gebaseerd op de RV geldt dat deze feiten niet op kenteken kunnen worden geconstateerd. – Voor feiten gebaseerd op de RV geldt dat deze feiten niet op kenteken kunnen worden geconstateerd. – Voor feiten gebaseerd op de RV geldt dat deze feiten niet op kenteken kunnen worden geconstateerd. – Voor feiten gebaseerd op de RV geldt dat deze feiten niet op kenteken kunnen worden geconstateerd. – Voor feiten gebaseerd op de RV geldt dat deze feiten niet op kenteken kunnen worden geconstateerd. – Voor feiten gebaseerd op de RV geldt dat deze feiten niet op kenteken kunnen worden geconstateerd. – Voor feiten gebaseerd op de RV geldt dat deze feiten niet op kenteken kunnen worden geconstateerd.
– De feiten die betrekking hebben op de massa of de last onder wiel of as gelden uitsluitend voor particulieren. Indien sprake is van beroepsmatig vervoer is de Wet op de economische delicten van toepassing. Zie hiervoor de feitcodeserie E 850 t/m E 858. – De feiten die betrekking hebben op de massa of de last onder wiel of as gelden uitsluitend voor particulieren. Indien sprake is van beroepsmatig vervoer is de Wet op de economische delicten van toepassing. Zie hiervoor de feitcodeserie E 850 t/m E 858. – De feiten die betrekking hebben op de massa of de last onder wiel of as gelden uitsluitend voor particulieren. Indien sprake is van beroepsmatig vervoer is de Wet op de economische delicten van toepassing. Zie hiervoor de feitcodeserie E 850 t/m E 858. – De feiten die betrekking hebben op de massa of de last onder wiel of as gelden uitsluitend voor particulieren. Indien sprake is van beroepsmatig vervoer is de Wet op de economische delicten van toepassing. Zie hiervoor de feitcodeserie E 850 t/m E 858. – De feiten die betrekking hebben op de massa of de last onder wiel of as gelden uitsluitend voor particulieren. Indien sprake is van beroepsmatig vervoer is de Wet op de economische delicten van toepassing. Zie hiervoor de feitcodeserie E 850 t/m E 858. – De feiten die betrekking hebben op de massa of de last onder wiel of as gelden uitsluitend voor particulieren. Indien sprake is van beroepsmatig vervoer is de Wet op de economische delicten van toepassing. Zie hiervoor de feitcodeserie E 850 t/m E 858. – De feiten die betrekking hebben op de massa of de last onder wiel of as gelden uitsluitend voor particulieren. Indien sprake is van beroepsmatig vervoer is de Wet op de economische delicten van toepassing. Zie hiervoor de feitcodeserie E 850 t/m E 858.
– Een aanhangwagen van de voertuigcategorie O met een toegestane maximummassa van meer dan 750 kg moet voldoen aan de in de in afdeling 12 opgenomen eisen. Dit houdt in dat als dit soort aanhangwagens door land- of bosbouwtrekkers e.d. worden voortbewogen deze toch moeten voldoen aan de voor categorie 12 geldende eisen. Dit geldt eveneens voor categorie 13 en 14 aanhangwagens, die aan de eisen van de respectievelijk categorie 13 en 14 moeten voldoen, maar dit is vanwege het ontbreken van een kenteken lastig dan wel niet vast te stellen en derhalve afhankelijk van de verklaring van de betrokkene. – Een aanhangwagen van de voertuigcategorie O met een toegestane maximummassa van meer dan 750 kg moet voldoen aan de in de in afdeling 12 opgenomen eisen. Dit houdt in dat als dit soort aanhangwagens door land- of bosbouwtrekkers e.d. worden voortbewogen deze toch moeten voldoen aan de voor categorie 12 geldende eisen. Dit geldt eveneens voor categorie 13 en 14 aanhangwagens, die aan de eisen van de respectievelijk categorie 13 en 14 moeten voldoen, maar dit is vanwege het ontbreken van een kenteken lastig dan wel niet vast te stellen en derhalve afhankelijk van de verklaring van de betrokkene. – Een aanhangwagen van de voertuigcategorie O met een toegestane maximummassa van meer dan 750 kg moet voldoen aan de in de in afdeling 12 opgenomen eisen. Dit houdt in dat als dit soort aanhangwagens door land- of bosbouwtrekkers e.d. worden voortbewogen deze toch moeten voldoen aan de voor categorie 12 geldende eisen. Dit geldt eveneens voor categorie 13 en 14 aanhangwagens, die aan de eisen van de respectievelijk categorie 13 en 14 moeten voldoen, maar dit is vanwege het ontbreken van een kenteken lastig dan wel niet vast te stellen en derhalve afhankelijk van de verklaring van de betrokkene. – Een aanhangwagen van de voertuigcategorie O met een toegestane maximummassa van meer dan 750 kg moet voldoen aan de in de in afdeling 12 opgenomen eisen. Dit houdt in dat als dit soort aanhangwagens door land- of bosbouwtrekkers e.d. worden voortbewogen deze toch moeten voldoen aan de voor categorie 12 geldende eisen. Dit geldt eveneens voor categorie 13 en 14 aanhangwagens, die aan de eisen van de respectievelijk categorie 13 en 14 moeten voldoen, maar dit is vanwege het ontbreken van een kenteken lastig dan wel niet vast te stellen en derhalve afhankelijk van de verklaring van de betrokkene. – Een aanhangwagen van de voertuigcategorie O met een toegestane maximummassa van meer dan 750 kg moet voldoen aan de in de in afdeling 12 opgenomen eisen. Dit houdt in dat als dit soort aanhangwagens door land- of bosbouwtrekkers e.d. worden voortbewogen deze toch moeten voldoen aan de voor categorie 12 geldende eisen. Dit geldt eveneens voor categorie 13 en 14 aanhangwagens, die aan de eisen van de respectievelijk categorie 13 en 14 moeten voldoen, maar dit is vanwege het ontbreken van een kenteken lastig dan wel niet vast te stellen en derhalve afhankelijk van de verklaring van de betrokkene. – Een aanhangwagen van de voertuigcategorie O met een toegestane maximummassa van meer dan 750 kg moet voldoen aan de in de in afdeling 12 opgenomen eisen. Dit houdt in dat als dit soort aanhangwagens door land- of bosbouwtrekkers e.d. worden voortbewogen deze toch moeten voldoen aan de voor categorie 12 geldende eisen. Dit geldt eveneens voor categorie 13 en 14 aanhangwagens, die aan de eisen van de respectievelijk categorie 13 en 14 moeten voldoen, maar dit is vanwege het ontbreken van een kenteken lastig dan wel niet vast te stellen en derhalve afhankelijk van de verklaring van de betrokkene. – Een aanhangwagen van de voertuigcategorie O met een toegestane maximummassa van meer dan 750 kg moet voldoen aan de in de in afdeling 12 opgenomen eisen. Dit houdt in dat als dit soort aanhangwagens door land- of bosbouwtrekkers e.d. worden voortbewogen deze toch moeten voldoen aan de voor categorie 12 geldende eisen. Dit geldt eveneens voor categorie 13 en 14 aanhangwagens, die aan de eisen van de respectievelijk categorie 13 en 14 moeten voldoen, maar dit is vanwege het ontbreken van een kenteken lastig dan wel niet vast te stellen en derhalve afhankelijk van de verklaring van de betrokkene.
– Een verwisselbaar getrokken uitrustingsstuk valt onder categorie 14 en moet aan de daarvoor geldende eisen voldoen. In afwijking hiervan moet een verwisselbaar getrokken uitrustingsstuk dat niet om een verticale as kan draaien ten opzichte van het trekkende voertuig voldoen aan het bepaalde in afdeling 18. – Een verwisselbaar getrokken uitrustingsstuk valt onder categorie 14 en moet aan de daarvoor geldende eisen voldoen. In afwijking hiervan moet een verwisselbaar getrokken uitrustingsstuk dat niet om een verticale as kan draaien ten opzichte van het trekkende voertuig voldoen aan het bepaalde in afdeling 18. – Een verwisselbaar getrokken uitrustingsstuk valt onder categorie 14 en moet aan de daarvoor geldende eisen voldoen. In afwijking hiervan moet een verwisselbaar getrokken uitrustingsstuk dat niet om een verticale as kan draaien ten opzichte van het trekkende voertuig voldoen aan het bepaalde in afdeling 18. – Een verwisselbaar getrokken uitrustingsstuk valt onder categorie 14 en moet aan de daarvoor geldende eisen voldoen. In afwijking hiervan moet een verwisselbaar getrokken uitrustingsstuk dat niet om een verticale as kan draaien ten opzichte van het trekkende voertuig voldoen aan het bepaalde in afdeling 18. – Een verwisselbaar getrokken uitrustingsstuk valt onder categorie 14 en moet aan de daarvoor geldende eisen voldoen. In afwijking hiervan moet een verwisselbaar getrokken uitrustingsstuk dat niet om een verticale as kan draaien ten opzichte van het trekkende voertuig voldoen aan het bepaalde in afdeling 18. – Een verwisselbaar getrokken uitrustingsstuk valt onder categorie 14 en moet aan de daarvoor geldende eisen voldoen. In afwijking hiervan moet een verwisselbaar getrokken uitrustingsstuk dat niet om een verticale as kan draaien ten opzichte van het trekkende voertuig voldoen aan het bepaalde in afdeling 18. – Een verwisselbaar getrokken uitrustingsstuk valt onder categorie 14 en moet aan de daarvoor geldende eisen voldoen. In afwijking hiervan moet een verwisselbaar getrokken uitrustingsstuk dat niet om een verticale as kan draaien ten opzichte van het trekkende voertuig voldoen aan het bepaalde in afdeling 18.
Regeling voertuigen Regeling voertuigen Regeling voertuigen Regeling voertuigen Regeling voertuigen Regeling voertuigen Regeling voertuigen
0 – Algemeen 0 – Algemeen 0 – Algemeen 0 – Algemeen 0 – Algemeen 0 – Algemeen 0 – Algemeen
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl
N 010 a het niet in overeenstemming is met de gegevens op de kentekencard, het kentekenbewijs of met de in het kentekenregister vermelde gegevens 5.*.1 RV 320 320 320 320 320 220 220
N 010 b het voertuigidentificatienummer niet is ingeslagen of goed leesbaar is 5.*.1 RV 320 320 320 320 320 220 220 320
N 010 c het niet is voorzien van de juiste kentekenpla(a)t(en) of de kentekenpla(a)t(en) niet voorzien is/zijn van het goedkeuringsmerk, dan wel niet deugdelijk aan de voor- en/of achterzijde is/zijn bevestigd 5.*.1 RV 190 190 190 190 190 130 130
N 010 d het kenteken niet goed leesbaar is of de kentekenpla(a)t(en) is/zijn afgeschermd 5.*.1 RV 190 190 190 190 190 130 130
N 010 e het voertuig niet is voorzien van een goed leesbare constructiepla(a)t(en), waarvan de gegevens in overeenstemming zijn met het kentekenregister (cat 3, 3a en 12 in gebruik na 31-12-1997; cat 8 in gebruik na 30-06-2009) 5.*.1 RV 130 130 90
N 010 o de bijzondere bromfiets niet is voorzien van een duidelijk zichtbare vermelding met hoeveel massa de bijzondere bromfiets kan worden beladen zonder dat de technisch toegestane maximummassa wordt overschreden 5.6a.7 lid 2 RV 90
N 010 p de bijzondere bromfiets (BSO-bus), geproduceerd op basis van een aanwijzing die is afgegeven na 2 mei 2019, niet is voorzien van een constructieplaat waarop de vereiste gegevens zijn vermeld 5.6a.1 lid 2 RV 90
1 – Algemene bouwwijze van het voertuig 1 – Algemene bouwwijze van het voertuig 1 – Algemene bouwwijze van het voertuig 1 – Algemene bouwwijze van het voertuig 1 – Algemene bouwwijze van het voertuig 1 – Algemene bouwwijze van het voertuig 1 – Algemene bouwwijze van het voertuig
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl
N 020 b het wiel niet zodanig is bevestigd dat het uitsluitend draaibaar is om de eigen as 5.15.2 lid 2 RV
N 030 a het chassis dan wel de mee- of zelfdragende carrosserie breuken en/of scheuren vertoont 5.*.3 RV 320 320 320 320 220 220 320
N 030 b het chassis dan wel de mee- of zelfdragende carrosserie zodanig bevestigd, vervormd of door corrosie is aangetast dat de stijfheid en de sterkte in gevaar worden gebracht 5.*.3 RV 320 320 320 320 220 220 320
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl het frame of de zelfdragende constructie alsmede de voor- en achtervork 5.*.3 RV
N 030 c – breuken en/of scheuren vertoont 320 220 220
N 030 d – is doorgeroest 320 220 220
N 030 e – zodanig is vervormd dat stijfheid en sterkte in gevaar worden gebracht dan wel het weggedrag van het voertuig nadelig wordt beïnvloed 320 220 220
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl
N 030 f de onderdelen van het frame of de zelfdragende constructie niet deugdelijk zijn bevestigd 5.*.3 RV 320 320 220 220
N 030 g het frame met voor- en achtervork breuken en/of scheuren vertoont, is doorgeroest of is vervormd 5.*.3 lid 2 RV 320 220 220
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl het frame 5.9.3 RV
N 030 h – breuken en/of scheuren vertoont
N 030 i – is doorgeroest
N 030 j – is vervormd
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl
N 040 a de bovenbouw ondeugdelijk op het onderstel is bevestigd 5.*.4 RV 190 190 190 190 130 190
N 040 b de ondersteuning van de laadvloer/laadruimte niet deugdelijk is 5.*.4 RV 190 190 190
N 040 c de gekoppelde zijspanwagen niet deugdelijk is bevestigd 5.*.4 RV 190 130
N 050 de accu en, indien aanwezig, de bedrading niet deugdelijk is (zijn) bevestigd en niet goed is (zijn) geïsoleerd 5.*.5 RV
2 – Afmetingen en massa’s 2 – Afmetingen en massa’s 2 – Afmetingen en massa’s 2 – Afmetingen en massa’s 2 – Afmetingen en massa’s 2 – Afmetingen en massa’s 2 – Afmetingen en massa’s
Lengte Lengte Lengte Lengte Lengte Lengte Lengte
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl
N 060 a het langer is dan 12 m (cat 5 ingebruikname voor 01-11-1997; cat 12 geldt niet voor opleggers) 5.*.6 RV 190 190 190 190
N 060 aa de bus met 2 assen langer is dan 13,50 m 5.3a.6 lid 2 RV 190
N 060 ac de bus met meer dan 2 assen langer is dan 15 m 5.3a.6 lid 2 RV 190
N 060 d het rijdende werktuig langer is dan 20 m 5.3.6 lid 2 RV 190
N 061 e bij de na 31-12-1997 in gebruik genomen oplegger, niet zijnde een kermis- of circusvoertuig, de horizontaal gemeten afstand tussen het hart van de koppelingspen en enig deel aan de voorzijde van de oplegger meer dan 2,04 m bedraagt en de horizontaal gemeten afstand tussen het hart van de koppelingspen en de achterzijde van de oplegger meer dan 12 m bedraagt 5.12.6 lid 3 RV
N 061 g de horizontaal gemeten afstand tussen het hart van de koppelingspen en de achterzijde van de oplegger van het kermis- of circusvoertuig meer bedraagt dan 17,50 m 5.12.6 lid 5 RV
N 061 fa de bijzondere bromfiets langer is dan 3 m 5.6a.6 lid 1 sub a onder 1 en sub b onder 1 RV 130
Breedte Breedte Breedte Breedte Breedte Breedte Breedte
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl
N 060 b het breder is dan 2,55 m (cat 5 ingebruikname voor 01-11-1997; cat 3 en 12 gelden niet voor geconditioneerde voertuigen en voor cat 3 en 12 voertuigen met een tmm > 10 ton en ingebruikname voor 01-02-1999) 5.*.6 RV 190 190 190 190
N 060 g het breder is dan 2,60 m (cat 3 en 12 geconditioneerd voertuig en voertuigen met een tmm > 10 ton en ingebruikname voor 01-02-1999; cat 17 bespannen wagen) 5.*.6 RV 190
N 060 p het gehandicaptenvoertuig breder is dan 1,10 m (geldt ook voor gehandicaptenvoertuig zonder motor) 5.*.6 RV
N 060 r de fiets breder is dan 0,75 m 5.9.6 lid 1 RV
N 060 s het breder is dan 1,50 m (cat 9 op meer dan 2 wielen of zijspan; cat 17 onbespannen wagen) 5.*.6 RV
N 060 u het breder is dan 2 m (cat 5 ingebruikname na 31-10-1997; cat 6 op meer dan 2 wielen; cat 15b achter bromfiets op meer dan 2 wielen) 5.*.6 RV 190 190 130
N 060 w het breder is dan 1 m (cat 6 betreft tweewielige bromfiets; cat 15b achter bromfiets op meer dan twee wielen) 5.*.6 RV 130
N 060 rr de bijzondere bromfiets, op minder dan drie wielen voor individueel vervoer en geproduceerd op basis van een aanwijzing die is afgegeven na 2 mei 2019, breder is dan 0,75 m 5.6a.6 lid 2 RV 130
N 060 va de bijzondere bromfiets, bedoeld voor individueel vervoer, breder is dan 1,10 m 5.6a.6 lid 1 sub a onder 2 RV 130
N 060 vv de bijzondere bromfiets, bedoeld voor personenvervoer of goederenvervoer, breder is dan 1,15 m 5.6a.6 lid 1 sub a onder 2 RV 130
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl het voertuig breder is dan 3 m (cat 3 rijdend werktuig) 5.*.6 RV
N 060 ha – van 0,01 m t/m 0,25 m 190 190
N 060 hb – van meer dan 0,25 m t/m 0,50 m 280 280
N 060 hc – van meer dan 0,50 m t/m 0,75 m 420 420
Hoogte Hoogte Hoogte Hoogte Hoogte Hoogte Hoogte
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl
N 060 q het gehandicaptenvoertuig hoger is dan 2 m (geldt ook voor gehandicaptenvoertuig zonder motor) 5.*.6 RV
N 060 qa de bijzondere bromfiets hoger is dan 2 m 5.6a.6 lid 1 sub a onder 3 en sub b onder 3 RV 130
Massa Massa Massa Massa Massa Massa Massa
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl de toegestane asdruk, massa of som van de aslasten (categorie 5 ingebruikname na 01-02-1999) (cat 6a alleen gebruiken overschrijding massa) wordt overschreden met 5.*.7 RV
N 070 a – meer dan 10 % 380 380 380 380 260
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl van het rijdende werktuig de toegestane maximumlast van enig(e) as of asstel wordt overschreden met 5.3.7 lid 1 RV
N 072 a – 10 tot 15 % 360
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl van het rijdende werktuig de toegestane maximummassa of som van de aslasten wordt overschreden met 5.3.7 lid 2 RV
N 073 a – 5 tot 10 % 360
3 – Motor 3 – Motor 3 – Motor 3 – Motor 3 – Motor 3 – Motor 3 – Motor
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl de bromfiets de op de kentekencard of het kentekenbewijs of in het kentekenregister vermelde maximumconstructiesnelheid van niet meer dan 25 km/h, vermeerderd met 4 km/h, (dan wel de aangewezen bromfiets de in artikel 20b van de wet vermelde maximumconstructiesnelheid van 25 km/h) overschrijdt met 5.6.8 lid 2 en 5.6a.8 lid 1 RV
N 086 a – t/m 10 km/h 90
N 086 b – meer dan 10 en t/m 15 km/h 180
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl de bromfiets de op de kentekencard of het kentekenbewijs of in het kentekenregister vermelde maximumconstructiesnelheid van 25 tot en met 45 km/h, vermeerderd met 5 km/h overschrijdt met 5.6.8 lid 1 RV
N 083 a – t/m 10 km/h 90
N 083 b – meer dan 10 en t/m 15 km/h 180
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl het voertuig de in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen vermelde maximumconstructiesnelheid vermeerderd met 5 km/h overschrijdt 5.*.8 lid 1 RV
N 085 a – t/m 10 km/h 90 130
N 085 b – meer dan 10 en t/m 15 km/h 130 190
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl
N 090 a het brandstofsysteem niet veilig is of deugdelijk is bevestigd 5.*.9 lid 1 RV 320 320 320 320 320
N 090 b het brandstofsysteem of de elektrische aandrijving niet veilig is of deugdelijk is bevestigd 5.*.9 lid 1 RV 320 220
N 090 c het brandstofsysteem lekkage vertoont 5.*.9 lid 2 RV 320 320 320 320 320 220 320
N 090 d het brandstofreservoir niet deugdelijk is afgesloten 5.*.9 lid 3 RV 320 320 320 320 320 220 320
N 090 h de elektrische aandrijving niet veilig is of deugdelijk is bevestigd 5.11.9 lid 1 RV
N 100 de LPG-installatie niet voldoet aan de eisen 5.*.10 RV 320 320 320 320 320
N 101 de CNG- of LNG-installatie niet voldoet aan de eisen (LNG niet geregeld voor cat 4) 5.*.10a RV 320 320 320 320 320
N 102 de waterstofinstallatie niet voldoet aan de eisen 5.*.10b RV 320 320 320 320
N 110 a het niet is voorzien van een over de gehele lengte gasdichte uitlaat 5.*.11 lid 1 RV 380 380 380 380 380 260 380
N 110 b het uitlaatsysteem niet deugdelijk is bevestigd 5.*.11 lid 2 RV 190 190 190 190 190 130 190
N 110 e het uitlaatsysteem niet behoorlijk geluiddempend is 5.*.11 RV 380
N 111 (een) onderde(e)l(en) van het na 31-12-2017 in gebruik genomen voertuig, niet zijnde onderdelen van het brandstofsysteem, het remsysteem, de stuurbekrachtiging of het veersysteem, overmatige lekkage van vloeistof, niet zijnde water, verto(o)n(t)(en) 5.*.11a RV 320 320 320 320
Meting geluidsniveau Meting geluidsniveau Meting geluidsniveau Meting geluidsniveau Meting geluidsniveau Meting geluidsniveau Meting geluidsniveau
Noot Noot Noot Noot Noot Noot Noot
Indien geen waarde (op het kentekenbewijs of) in het kentekenregister is vermeld dan moeten onderstaande waarden worden gehanteerd: Indien geen waarde (op het kentekenbewijs of) in het kentekenregister is vermeld dan moeten onderstaande waarden worden gehanteerd: Indien geen waarde (op het kentekenbewijs of) in het kentekenregister is vermeld dan moeten onderstaande waarden worden gehanteerd: Indien geen waarde (op het kentekenbewijs of) in het kentekenregister is vermeld dan moeten onderstaande waarden worden gehanteerd: Indien geen waarde (op het kentekenbewijs of) in het kentekenregister is vermeld dan moeten onderstaande waarden worden gehanteerd: Indien geen waarde (op het kentekenbewijs of) in het kentekenregister is vermeld dan moeten onderstaande waarden worden gehanteerd: Indien geen waarde (op het kentekenbewijs of) in het kentekenregister is vermeld dan moeten onderstaande waarden worden gehanteerd:
Bromfiets Bromfiets Bromfiets Bromfiets Bromfiets Bromfiets Bromfiets
Constructiesnelheid maximum toegestane waarde Constructiesnelheid maximum toegestane waarde Constructiesnelheid maximum toegestane waarde Constructiesnelheid maximum toegestane waarde Constructiesnelheid maximum toegestane waarde Constructiesnelheid maximum toegestane waarde Constructiesnelheid maximum toegestane waarde
> 25 km/h 97 dB(A) > 25 km/h 97 dB(A) > 25 km/h 97 dB(A) > 25 km/h 97 dB(A) > 25 km/h 97 dB(A) > 25 km/h 97 dB(A) > 25 km/h 97 dB(A)
max. 25 km/h 90 dB(A) max. 25 km/h 90 dB(A) max. 25 km/h 90 dB(A) max. 25 km/h 90 dB(A) max. 25 km/h 90 dB(A) max. 25 km/h 90 dB(A) max. 25 km/h 90 dB(A)
Motorfiets Motorfiets Motorfiets Motorfiets Motorfiets Motorfiets Motorfiets
Cilinderinhoud t/m maximum toegestane waarde Cilinderinhoud t/m maximum toegestane waarde Cilinderinhoud t/m maximum toegestane waarde Cilinderinhoud t/m maximum toegestane waarde Cilinderinhoud t/m maximum toegestane waarde Cilinderinhoud t/m maximum toegestane waarde Cilinderinhoud t/m maximum toegestane waarde
80 cm3 91 dB(A) 80 cm3 91 dB(A) 80 cm3 91 dB(A) 80 cm3 91 dB(A) 80 cm3 91 dB(A) 80 cm3 91 dB(A) 80 cm3 91 dB(A)
125 cm3 92 dB(A) 125 cm3 92 dB(A) 125 cm3 92 dB(A) 125 cm3 92 dB(A) 125 cm3 92 dB(A) 125 cm3 92 dB(A) 125 cm3 92 dB(A)
350 cm3 95 dB(A) 350 cm3 95 dB(A) 350 cm3 95 dB(A) 350 cm3 95 dB(A) 350 cm3 95 dB(A) 350 cm3 95 dB(A) 350 cm3 95 dB(A)
500 cm3 97 dB(A) 500 cm3 97 dB(A) 500 cm3 97 dB(A) 500 cm3 97 dB(A) 500 cm3 97 dB(A) 500 cm3 97 dB(A) 500 cm3 97 dB(A)
750 cm3 100 dB(A) 750 cm3 100 dB(A) 750 cm3 100 dB(A) 750 cm3 100 dB(A) 750 cm3 100 dB(A) 750 cm3 100 dB(A) 750 cm3 100 dB(A)
1000 cm3 103 dB(A) 1000 cm3 103 dB(A) 1000 cm3 103 dB(A) 1000 cm3 103 dB(A) 1000 cm3 103 dB(A) 1000 cm3 103 dB(A) 1000 cm3 103 dB(A)
>1000 cm3 106 dB(A) >1000 cm3 106 dB(A) >1000 cm3 106 dB(A) >1000 cm3 106 dB(A) >1000 cm3 106 dB(A) >1000 cm3 106 dB(A) >1000 cm3 106 dB(A)
Personen-/bedrijfsauto/bus/driewielig motorrijtuig Personen-/bedrijfsauto/bus/driewielig motorrijtuig Personen-/bedrijfsauto/bus/driewielig motorrijtuig Personen-/bedrijfsauto/bus/driewielig motorrijtuig Personen-/bedrijfsauto/bus/driewielig motorrijtuig Personen-/bedrijfsauto/bus/driewielig motorrijtuig Personen-/bedrijfsauto/bus/driewielig motorrijtuig
Benzinemotor max. 3500 kg bij 3500 toeren max. 95 dB(A) Benzinemotor max. 3500 kg bij 3500 toeren max. 95 dB(A) Benzinemotor max. 3500 kg bij 3500 toeren max. 95 dB(A) Benzinemotor max. 3500 kg bij 3500 toeren max. 95 dB(A) Benzinemotor max. 3500 kg bij 3500 toeren max. 95 dB(A) Benzinemotor max. 3500 kg bij 3500 toeren max. 95 dB(A) Benzinemotor max. 3500 kg bij 3500 toeren max. 95 dB(A)
Dieselmotor max. 3500 kg bij 2000 toeren max. 95 dB(A) Dieselmotor max. 3500 kg bij 2000 toeren max. 95 dB(A) Dieselmotor max. 3500 kg bij 2000 toeren max. 95 dB(A) Dieselmotor max. 3500 kg bij 2000 toeren max. 95 dB(A) Dieselmotor max. 3500 kg bij 2000 toeren max. 95 dB(A) Dieselmotor max. 3500 kg bij 2000 toeren max. 95 dB(A) Dieselmotor max. 3500 kg bij 2000 toeren max. 95 dB(A)
> 3500 kg bij 1500 toeren max. 95 dB(A) > 3500 kg bij 1500 toeren max. 95 dB(A) > 3500 kg bij 1500 toeren max. 95 dB(A) > 3500 kg bij 1500 toeren max. 95 dB(A) > 3500 kg bij 1500 toeren max. 95 dB(A) > 3500 kg bij 1500 toeren max. 95 dB(A) > 3500 kg bij 1500 toeren max. 95 dB(A)
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl het (op het kentekenbewijs of) in het kentekenregister vermelde geluidsniveau, vermeerderd met 2 dB(A), wordt overschreden 5.*.11 RV
N 110 n – tot 4 dB(A) 380 380 380 380 380 260
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl het toegestane geluidsniveau van het voertuig, waarvoor geen waarde (op het kentekenbewijs of) in het kentekenregister is vermeld, wordt overschreden 5.*.11 RV
N 110 p – tot 4 dB(A) 380 380 380 380 380 260
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl
N 120 a – de accu of tractiebatterij niet deugdelijk is bevestigd 5.*.12 lid 1 RV 190 190 190 190 190 130 130 190
N 120 b – de bedrading niet deugdelijk is bevestigd/goed is geïsoleerd 5.*.12 RV 190 190 190 190 190 130 130 190
N 120 c – het gehandicaptenvoertuig, dat is uitgerust met een elektrische aandrijving, niet is voorzien van een beveiliging tegen overbelasting, die door middel van een binnen bereik bevindende schakelaar de stroomvoorziening herstelt 5.*.12 lid 3 RV
N 120 d – de onderdelen van de elektrische aandrijflijn van het elektrisch aangedreven of hybride elektrische voertuig niet aan de gestelde eisen voldoet 5.*.12a RV 190 190 190 190 190 130 130
N 130 a – de motorsteunen niet deugdelijk zijn bevestigd/in ernstige mate zijn beschadigd 5.*.13 RV 190 190 190 190 130 190
N 130 b – de rubbers van de motorsteunen zijn doorgescheurd/de vulkanisatie is losgeraakt 5.*.13 RV 190 190 190 190 130 130 190
N 130 c – de motor niet deugdelijk is bevestigd 5.*.13 RV 190 130 130
4 – Krachtoverbrenging 4 – Krachtoverbrenging 4 – Krachtoverbrenging 4 – Krachtoverbrenging 4 – Krachtoverbrenging 4 – Krachtoverbrenging 4 – Krachtoverbrenging
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl
N 150 a het na 30-06-1967 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een goed werkende, ook bij nacht, afleesbare snelheidsmeter 5.*.15 RV 130 130 130
N 150 e het na 26-11-1975 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een goed werkende, ook bij nacht, afleesbare snelheidsmeter 5.*.15 RV 130 130
N 150 f de na 31-12-2006 in gebruik genomen bromfiets niet is voorzien van een goed werkende, ook bij nacht, afleesbare snelheidsmeter 5.6.15 RV 90
N 160 a (de onderdelen van) de aandrijving of transmissie niet deugdelijk bevestigd is (zijn) 5.*.16 RV 190 190 190 190 190 130 130 190
N 170 a de krachtoverbrenging niet op eenvoudige wijze kan worden onderbroken 5.10.17 RV
N 170 b de snelheid niet regelbaar is 5.11.17 RV 130
5 – Assen 5 – Assen 5 – Assen 5 – Assen 5 – Assen 5 – Assen 5 – Assen
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl
N 180 de as(sen) niet deugdelijk (bevestigd) is (zijn) 5.*.18 RV 320 320 320 320 320 220 220 320
N 190 de fuseeonderdelen en overige draaipunten niet deugdelijk (bevestigd) zijn 5.*.19 RV 320 320 320 320 220 220
N 200 de wiellagers niet deugdelijk zijn 5.*.20 RV 190 190 190 190 130 130
N 210 de wielbasis te veel afwijkt 5.*.21 RV 130 130 130 130 130
N 220 de afstanden tussen de fuseedraaipunten en het chassis of de carrosserie te veel verschillen 5.*.22 RV 130 130 130
N 230 de spoorbreedte te groot is 5.*.23 RV 130 130 130
N 240 a de wielen/de velgen niet deugdelijk (bevestigd) zijn 5.*.24 RV
N 240 b de wielen/de velgen/de wielnaven/de stabilisatoren niet deugdelijk (bevestigd) zijn 5.*.24 t/m 26 RV 320 320 320
N 240 c de wielen, alsmede de onderdelen niet deugdelijk (bevestigd) zijn 5.*.24 RV 320 220 220
N 240 d de wielen/de velgen/de stabilisatoren niet deugdelijk (bevestigd) zijn 5.*.24 en 26 RV 320 320
6 – Ophanging 6 – Ophanging 6 – Ophanging 6 – Ophanging 6 – Ophanging 6 – Ophanging 6 – Ophanging
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl de wielen niet voorzien zijn van luchtbanden 5.*.27 RV
N 270 a – 1 band 190 190 190 190 190 130 130
N 270 b – 2 banden 280 280 280 280 280 190 190
N 270 c – 3 banden 420 420 420 420 420 290 290
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl een band/de banden beschadigd is/zijn, waarbij het karkas zichtbaar is of de band/banden uitstulpingen vertoont/vertonen 5.*.27 RV
N 270 e – 1 band 190 190 190 130 130 190
N 270 f – 2 banden 280 280 280 190 190 280
N 270 g – 3 banden 420 420 420 290 290 420
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl het loopvlak uitstekende metalen elementen bevat, per (band) beschadiging 5.*.27 RV
N 270 i – 1 band 190 190 190 190 190 130 130 190
N 270 j – 2 banden 280 280 280 280 280 190 190 280
N 270 k – 3 banden 420 420 420 420 420 290 290 420
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl de band(en) is/zijn beschadigd waarbij het karkas zichtbaar is, de band(en) uitstulpingen vertoont/vertonen of de daarop vermelde load-index kleiner is dan toegestaan 5.*.27 RV
N 270 m – 1 band 190 190
N 270 n – 2 banden 280 280
N 270 o – 3 banden 420 420
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl de profilering van een band/de banden niet voldoet aan de gestelde eisen of is/zijn nageprofileerd (naprofilering geldt niet voor cat 3, 3a en 12 i.g.v. opschrift regroovable; cat 2, 3(a), 5, 7, 7a (alleen banden met van fabriekswege profiel) 8, 12, 13 en 14 min. 1,6 mm; cat 4 min 1,0 mm; cat 6, 6a, 10, 11 en 15 profilering moet aanwezig zijn over de gehele omtrek en breedte van het loopvlak) 5.*.27 RV
N 270 r – 1 band 190 190 190 190 190 130 130 190
N 270 s – 2 banden 280 280 280 280 280 190 190 280
N 270 t – 3 banden 420 420 420 420 420 290 290 420
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl
N 270 v de op de band aangegeven draairichting niet overeenkomt met de draairichting van het wiel in voorwaartse rijrichting 5.*.27 RV 190 190 190 190 190 130
N 270 w de banden op één as niet dezelfde maataanduiding hebben (geldt niet voor nood- of reservewiel) 5.*.27 RV 190 190 190 190 130
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl de aanhangwagen is voorzien van banden waarvan het loopvlak bestaat uit metaal of een materiaal dat voor wat betreft hardheid en vervormbaarheid dezelfde eigenschappen heeft 5.*.27 RV
N 271 e – 1 band
N 271 f – 2 banden
N 271 g – 3 banden
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl
N 271 m de wielen zijn voorzien van metalen banden met uitstekende delen (geldt niet voor landbouwwerktuigen met een massa van maximaal 750 kg) 5.17.27 RV
N 280 het veersysteem, indien vereist of aanwezig, de onderdelen daarvan of de schokdemper (indien vereist) niet deugdelijk (bevestigd) is/zijn of niet goed werken 5.*.28 RV 190 190 190 190 190 130 130 190
7 – Stuurinrichting 7 – Stuurinrichting 7 – Stuurinrichting 7 – Stuurinrichting 7 – Stuurinrichting 7 – Stuurinrichting 7 – Stuurinrichting
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl
N 290 deze niet is voorzien van een deugdelijke stuurinrichting 5.*.29 RV 320 320 320 320 320 220 220 320
N 291 de overbrenging van de gestuurde wielen niet goed reageert of niet deugdelijk is (bevestigd) 5.*.29 RV
N 292 de draaikransen niet deugdelijk zijn (bevestigd) 5.*.30 RV
8 – Reminrichting 8 – Reminrichting 8 – Reminrichting 8 – Reminrichting 8 – Reminrichting 8 – Reminrichting 8 – Reminrichting
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl
N 310 a (de onderdelen van) de reminrichting niet deugdelijk is/zijn (bevestigd) dan wel niet aan de eisen voldoet/voldoen 5.*.31 RV 320 320 320 320 320 220 220 320
N 320 aa in het hydraulisch remsysteem onvoldoende remvloeistof aanwezig is 5..32 en 5..31 RV 320 320 320 320 220 220
N 320 a het remsysteem van het na 30-06-1967 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een deugdelijke waarschuwingsinrichting 5.3.33 RV 130 130 130
N 340 de veerrem van het na 30-09-1975 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een deugdelijke waarschuwingsinrichting 5.*.34 RV 130 130
N 350 a het drukluchtremsysteem niet is voorzien van een goed functionerend meerkringsbeveiligingsventiel bij na 30-09-1975 in gebruik genomen voertuigen 5.*.35 lid 1 RV 320 320
N 350 b het drukluchtremsysteem niet is voorzien van drukmeetpunten 5.*.35 lid 1 RV 130 130
N 350 c de drukluchtremkrachtregelaars niet goed functioneren 5.*.35 lid 2 RV 320 320
N 350 d het na 30-09-1981 in gebruik genomen voertuig met drukluchtremkrachtregelaars niet is voorzien van de vereiste plaat 5.*.35 lid 3 RV 130 130
N 350 e de drukluchtremkrachtregelaars van het na 30-09-1981 in gebruik genomen voertuig niet aanwezig zijn, dan wel niet zijn afgesteld zoals op de plaat staat vermeld 5.*.35 lid 3 RV 320 320
N 360 de slag van de drukluchtremcilinders onjuist is afgesteld 5.*.36 RV 320 320
N 370 a het één- of tweeleidingremsysteem niet de juiste aansluitdruk heeft 5.*.37 RV 320 320
N 370 b het na 31-12-1997 in gebruik genomen voertuig is voorzien van een éénleidingremsysteem ten behoeve van een aanhangwagen 5.*.37 RV 320 320
N 370 c het na 31-12-1997 in gebruik genomen voertuig is voorzien van een afzonderlijke inrichting voor de bediening van de remmen van de aanhangwagen 5.*.37 RV 320 320
N 380 m de bedrijfsrem niet op alle wielen remt (uitgezonderd driewielige motorrijtuigen met een massa van minder dan 400 kg in gebruik genomen voor 01-04-1990), dan wel het voertuig op een (nagenoeg) droge weg uitbreekt ten gevolge van een verschil in remwerking tussen de wielen van elke as, of ten gevolge van overberemming van de achteras 5.*.38 RV 320 320 320 320
N 380 n niet wordt voldaan aan de vereiste remvertraging 5.*.38 RV 220 220 320
N 380 p het niet is voorzien van (een) goed werkende rem(men) 5.*.38 RV 130
N 380 r de bijzondere bromfiets, geproduceerd op basis van een aanwijzing die is afgegeven na 2 mei 2019, niet is voorzien van een frictierem 5.6a.38 lid 2 RV 130
N 380 s de bijzondere bromfiets, geproduceerd op basis van een aanwijzing die is afgegeven na 2 mei 2019, niet op alle assen geremd is 5.6a.38 lid 3 RV 130
N 380 t de bijzondere bromfiets op meer dan twee wielen niet is voorzien van een vastzetinrichting 5.6a.38 lid 5 RV 130
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl niet wordt voldaan aan de vereiste remvertraging (cat. 12 toegestane maximummassa minder dan 3500 kg); de vermindering bedraagt 5.*.38 RV
N 381 a – 0 t/m 0,5 m/s² 320 320 320
N 381 b – 0,51 t/m 1,0 m/s² 480 480 480
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl niet wordt voldaan aan de vereiste remvertraging (cat. 12 toegestane maximummassa 3500 kg of meer); de vermindering bedraagt 5.*.38 RV
N 381 f – 0 t/m 0,5 m/s² 500 500 500
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl
N 390 a de parkeerrem niet aan de eisen voldoet 5.*.39 RV 130 130 130 130 130
N 390 b van de (brom)fiets op meer dan twee wielen zonder afzonderlijke vastzetinrichting één van de remmen niet kan worden vastgezet 5.*.39 RV 90
N 390 e de vastzetinrichting of de veerrem niet aan de eisen voldoet 5.12.39 RV
N 400 c de reminrichting van de aanhangwagen (niet zijnde een middenasaanhangwagen en aanhangwagen met een stijve dissel met een toegestane maximummassa van ten hoogste 1500 kg) niet automatisch in werking treedt bij het verbreken van de verbinding, dan wel niet automatisch in de bedrijfstoestand komt bij het koppelen met het trekkende voertuig 5.12.40 RV
N 400 d niet is voorzien van een goed functionerende losbreekreminrichting (indien aanwezig) 5.*.40 RV
9 – Carrosserie 9 – Carrosserie 9 – Carrosserie 9 – Carrosserie 9 – Carrosserie 9 – Carrosserie 9 – Carrosserie
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl
N 410 a de deuren en de laadbakkleppen (cat 3(a)) niet goed sluiten of de deuren die direct toegang geven tot de personenruimte niet op normale wijze vanaf de binnenzijde en/of vanaf de buitenzijde kunnen worden geopend (categorie 6a indien voorzien van carrosserie en toevoegen personenruimte of goederenruimte) 5.*.41 RV 190 190 190 190 130 130
N 410 b het slot of de scharnieren van de motorkap of het kofferdeksel aan de voorzijde geen goede sluiting waarborgen 5.*.41 RV 190 190 190 130
N 410 c de bevestiging van de scharnieren ernstig zijn gecorrodeerd 5.*.41 RV 190 190 190 190 130
N 410 d de windschermen en stroomlijnkappen de bediening belemmeren 5.*.41 RV 190 130
N 410 e de windschermen, stroomlijnkappen en inrichtingen om ladingen of personen mee te vervoeren niet deugdelijk zijn bevestigd 5.*.41 RV 190 130 130
N 410 f de gesloten cabines niet zijn voorzien van tenminste twee deuren dan wel één deur en één nooduitgang 5.*.41 RV
N 410 g de nooduitgang niet voldoet aan de vereiste afmetingen 5.*.41 RV
N 410 h het slot of de scharnieren van de deuren of laadbakkleppen geen goede sluiting waarborgen (categorie 6a indien voorzien van een carrosserie) 5.*.41 RV 130
N 410 j de deur(en) of uitgang(en) of hoofddoorgang(en) of noodra(a)m(en) of noodluik(en) van de bus niet voldoen (voldoet) aan de eisen of de vereiste opschriften niet zijn aangebracht 5.3a.41 RV 190
N 410 i de bijzondere bromfiets, bedoeld voor goederenvervoer, is voorzien van een laadruimte die niet voldoet aan de vereisten gesteld in artikel 5.6a.41 lid 5 RV 5.6a.41 lid 5 RV 130
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl de voorruit, de naast de bestuurderszitplaats aanwezige zijruiten dan wel het windscherm (indien vereist) en bij afwezigheid van een rechterbuitenspiegel de achterruit
N 420 a – is beschadigd of verkleurd (categorie 6a indien de bijzondere bromfiets is voorzien van een carrosserie met ramen) 5.*.42 RV en 5.6a.41 lid 7 RV 320 320 320 320 220 220 320
N 420 b – is voorzien van onnodige voorwerpen die het uitzicht van de bestuurder belemmeren (categorie 6a indien de bijzondere bromfiets is voorzien van een carrosserie met ramen) 5.*.42 RV 190 190 190 190 130 130 190
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl
N 420 c de ruiten niet voldoen aan de eisen (categorie 6a indien de bijzondere bromfiets is voorzien van een carrosserie met ramen) 5.*.42 lid 1 RV 90
N 420 d de lichtdoorlatendheid van de voorruit en/of de naast de bestuurderszitplaats aanwezige zijruiten minder dan 55% bedraagt (categorie 6a indien de bijzondere bromfiets is voorzien van een carrosserie met ramen) 5.*.42 lid 3 RV 320 320 320 320 220 220
N 430 a het voertuig niet is voorzien van een goed werkende ruitenwisserinstallatie (cat 5 in gebruik na 27-11-1975; cat 6 in gebruik na 31-12-2006) (categorie 6a indien de bijzondere bromfiets is voorzien van een carrosserie met ramen) 5.*.43 RV en 5.6a.41 lid 7 RV 190 190 190 190 130 130 190
N 430 d het voertuig niet is voorzien van een goed werkende ruitensproeierinstallatie voor de voorruit die de bestuurder voldoende uitzicht geeft (cat 2 in gebruik na 30-09-1971; cat 3 na 31-12-1997; cat 3a na 30-06-1985; cat 5 na 31-12-1994; cat 6 na 31-12-2006) (categorie 6a indien de bijzondere bromfiets is voorzien van een carrosserie met ramen) 5.*.43 RV en 5.6a.41 lid 7 RV 190 190 190 190 130 130
N 440 a het voertuig niet is voorzien van een goed werkende installatie ter ontdooiing en ontwaseming van de voorruit (cat 2 in gebruik na 30-09-1971; cat 3 na 31-12-1997, cat 3a na 30-06-1985, cat 5 voorruit en gesloten carrosserie na 31-12-1994 tot 17-06-2003 vanaf 17-06-2003 indien voorruit) (categorie 6a indien gesloten carrosserie) 5.*.44 RV en 5.6a.41 lid 7 RV 190 190 190 190 130
N 450 a het voertuig niet is voorzien van de noodzakelijke spiegels en/of cameramonitor-systeem die/dat aan de eisen voldoen/voldoet (cat. 6 voertuig in gebruik na 31-12-2006) (categorie 6a indien voorzien van carrosserie) (vooruitkijkspiegel/camera-monitorsysteem en breedtespiegel betreft bedrijfsauto met frontstuur in gebruik na 25-01-2008, tmm > 7500 kg) (cat. 8 rechterspiegel/camerasysteem in gebruik na 31-12-2018) 5.*.45 RV 190 190 190 130 130 190
N 450 b het na 26-11-1975 doch voor 17-06-2003 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een linkerbuitenspiegel die aan de eisen voldoet 5.4.45 RV 190
N 450 c het na 31-12-1996 doch voor 17-06-2003 in gebruik genomen voertuig dat 100 km/h of sneller kan, niet is voorzien van een rechterbuitenspiegel die aan de eisen voldoet 5.4.45 RV 190
N 450 d het na 26-11-1975 in gebruik genomen voertuig waarvan de ledige massa meer bedraagt dan 400 kg en waarbij de bestuurder een zodanige plaats inneemt dat hij vanaf zijn zitplaats het achter hem gelegen weggedeelte niet kan overzien niet is voorzien van een linkerbuitenspiegel 5.5.45 RV 190
N 450 e het na 17-06-2003 in gebruik genomen voertuig met een gesloten carrosserie waarvan de ledige massa meer bedraagt dan 400 kg en waarbij de bestuurder een zodanige plaats inneemt dat hij vanaf zijn zitplaats het achter hem gelegen weggedeelte niet kan overzien niet is voorzien van een binnenspiegel 5.5.45 RV 190
N 450 f het voertuig niet is voorzien van een rechterbuitenspiegel terwijl met de binnenspiegel het achter het voertuig gelegen weggedeelte niet voldoende kan worden overzien 5.5.45 RV 190
N 450 g het na 16-06-2003 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een linker- en een rechterbuitenspiegel 5.4.45 lid 1 RV 190
N 460 a de zitplaatsen (of rugleuningen) niet deugdelijk bevestigd zijn 5.*.46 RV 190 130
N 460 aa de na 31-12-2014 in gebruik genomen personenauto dan wel de na 21-01-2014 in gebruik genomen bedrijfsauto met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3500 kg of bus van klasse III of B is voorzien van zijdelings gerichte zitplaatsen 5.*.46 RV 190 190 190
N 460 c de zitplaatsen, de rugleuningen of de verstelinrichtingen niet deugdelijk (bevestigd) zijn 5.*.46 RV 190 190 190 190 190
N 460 d de voetsteunen niet deugdelijk zijn bevestigd 5.*.46 RV 190 130
N 460 g de trappers niet deugdelijk zijn bevestigd of niet zijn voorzien van een stroef oppervlak 5.9.46 RV
N 470 a de/een naar voren gerichte zitplaats(en) van de na 31-12-1989 in gebruik genomen personenauto niet voorzien is van (een) gordel(s) of de/een naar achteren gerichte zitplaats(en) van na 30-09-2000 in gebruik genomen personenauto niet voorzien is van (een) gordel(s) 5.2.47 RV 190
N 470 b de/een gordel(s) voor de voorzitplaats(en) die aan een portier gren(st)(zen) van de na 01-01-1971 en voor 01-01-1990 in gebruik genomen personenauto niet aanwezig is/zijn 5.2.47 RV 190
N 470 c de/een gordel(s) niet deugdelijk is/zijn (bevestigd) (geldt voor cat 7, 8 en 10 indien aanwezig) (categorie 6a indien bedoeld voor personenvervoer) 5.*.47 RV en 5.6a.41 RV 190 190 190 190 130 130 190
N 470 d de/een gordel(s) voor de/een naar voren gerichte zitplaats(en) van de T-100 bus of na 31-12-1997 in gebruik genomen andere bus of bedrijfsauto niet aanwezig is/zijn 5.*.47 lid 1 RV 190 190
N 470 g de/een naar voren gerichte zitplaats(en) van het na 31-12-1989 in gebruik genomen driewielig motorrijtuig met gesloten carrosserie niet voorzien is/zijn van (een) gordel(s) of de/een naar achteren gerichte zitplaats(en) van het na 16-06-2003 in gebruik genomen driewielig motorrijtuig met gesloten carrosserie niet voorzien zijn van (een) gordel(s) 5.5.47 RV 190
N 470 h de/een naar voren en/of naar achteren gerichte zitplaats(en) van de na 30-09-2002 in gebruik genomen bus met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3500 kg of van de na 30-09-2000 in gebruik genomen bus met een toegestane maximummassa van meer dan 3500 kg niet voorzien is/zijn van (een) gordel(s) 5.3a.47 lid 2 RV 190
N 470 i de/een naar voren gerichte zitplaats(en) van de bromfiets op meer dan twee wielen met een gesloten carrosserie en een ledige massa van meer dan 250 kg, in gebruik genomen na 31-12-2006, niet is/zijn voorzien van (een) gordel(s) 5.6.47 lid 1 RV 130
N 470 j het na 01-09-2008 in gebruik genomen en voor het vervoer van één of meer passagiers in een rolstoel ingericht voertuig niet voldoet aan de gestelde eisen 5.*.47a RV 190 190
N 470 k de ligplaats(en) niet voldoe(t)(n) aan de gestelde eisen 5.2.47a jo. 5.2.79 en 5.3a.48 RV 190 190
N 470 l de bijzondere bromfiets, bedoeld voor personenvervoer of goederenvervoer, niet is voorzien van een bestuurdersplaats met bescherming die kan voorkomen dat de bestuurder van het voertuig valt 5.6a.41 lid 4 RV 130
N 480 a het voertuig scherpe delen heeft die in geval van botsing het gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers aanzienlijk kunnen vergroten 5.*.48 RV 320 320 320 320 320 220 220 320
N 480 b het voertuig niet afgeschermde uitstekende delen heeft die in geval van botsing het gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers aanzienlijk kunnen vergroten 5.*.48 RV 320 320 320 320 320
N 480 c de wielen niet goed afgeschermd zijn, aanlopen of te ver buiten de afscherming uitsteken 5.*.48 RV 320 320 320 320 320
N 480 e gevaar bestaat voor het losraken van enig deel van de buitenzijde 5.*.48 RV 190 190 190 190 190 130 130 190
N 480 f de wielen/banden aanlopen 5.*.48 RV 130 130
N 480 g het voertuig niet is voorzien van de vereiste zijdelingse afscherming 5.*.48 RV 500 500
N 480 h het voertuig aan de voorzijde (een) voorziening(en) heeft die in geval van botsing de kans op lichamelijk letsel voor andere weggebruikers aanzienlijk kan/kunnen vergroten 5.*.48 RV 320 320
N 490 het na 30-06-1967 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een stootbalk (cat 3 en 12) of beschermingsinrichting (cat 3a) tegen klemrijden die aan de vereisten voldoet (afstand stootbalk/beschermingsinrichting wegdek: in gebruik voor 01-01-1998 70 cm, daarna 55 cm; afstand achterzijde voertuig tot stootbalk: tot 01-01-2005 60 cm, daarna cat 3, 3a en 12: 45 cm) 5.*.49 RV 500 500
N 500 de aanhangwagen aan de achterzijde niet is voorzien van een mogelijkheid tot bevestiging van een kentekenplaat 5.*.50 RV
N 501 de frontbeschermingsinrichting van het na 31-12-2008 in gebruik genomen voertuig met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3500 kg niet is goedgekeurd voor het voertuig waarop deze is aangebracht en/of niet voorzien is van het voorgeschreven EG-typegoedkeuringsmerk 5.*.50 RV 320 320
10 – Verlichting 10 – Verlichting 10 – Verlichting 10 – Verlichting 10 – Verlichting 10 – Verlichting 10 – Verlichting
Noot Noot Noot Noot Noot Noot Noot
1. Bij het ontbreken of niet branden van dim-/kop-/achterlicht of kentekenplaatverlichting moeten de bepalingen uit het RVV 1990 worden toegepast; 1. Bij het ontbreken of niet branden van dim-/kop-/achterlicht of kentekenplaatverlichting moeten de bepalingen uit het RVV 1990 worden toegepast; 1. Bij het ontbreken of niet branden van dim-/kop-/achterlicht of kentekenplaatverlichting moeten de bepalingen uit het RVV 1990 worden toegepast; 1. Bij het ontbreken of niet branden van dim-/kop-/achterlicht of kentekenplaatverlichting moeten de bepalingen uit het RVV 1990 worden toegepast; 1. Bij het ontbreken of niet branden van dim-/kop-/achterlicht of kentekenplaatverlichting moeten de bepalingen uit het RVV 1990 worden toegepast; 1. Bij het ontbreken of niet branden van dim-/kop-/achterlicht of kentekenplaatverlichting moeten de bepalingen uit het RVV 1990 worden toegepast; 1. Bij het ontbreken of niet branden van dim-/kop-/achterlicht of kentekenplaatverlichting moeten de bepalingen uit het RVV 1990 worden toegepast;
2. Bij de feitcodes zijn alle data vermeld van verlichting die na 1 januari 1980 verplicht is geworden; 2. Bij de feitcodes zijn alle data vermeld van verlichting die na 1 januari 1980 verplicht is geworden; 2. Bij de feitcodes zijn alle data vermeld van verlichting die na 1 januari 1980 verplicht is geworden; 2. Bij de feitcodes zijn alle data vermeld van verlichting die na 1 januari 1980 verplicht is geworden; 2. Bij de feitcodes zijn alle data vermeld van verlichting die na 1 januari 1980 verplicht is geworden; 2. Bij de feitcodes zijn alle data vermeld van verlichting die na 1 januari 1980 verplicht is geworden; 2. Bij de feitcodes zijn alle data vermeld van verlichting die na 1 januari 1980 verplicht is geworden;
3. Er is geen sprake van verlichting in de zin van de Regeling voertuigen als de armatuur niet is aangesloten en niet is voorzien van een lampje. 3. Er is geen sprake van verlichting in de zin van de Regeling voertuigen als de armatuur niet is aangesloten en niet is voorzien van een lampje. 3. Er is geen sprake van verlichting in de zin van de Regeling voertuigen als de armatuur niet is aangesloten en niet is voorzien van een lampje. 3. Er is geen sprake van verlichting in de zin van de Regeling voertuigen als de armatuur niet is aangesloten en niet is voorzien van een lampje. 3. Er is geen sprake van verlichting in de zin van de Regeling voertuigen als de armatuur niet is aangesloten en niet is voorzien van een lampje. 3. Er is geen sprake van verlichting in de zin van de Regeling voertuigen als de armatuur niet is aangesloten en niet is voorzien van een lampje. 3. Er is geen sprake van verlichting in de zin van de Regeling voertuigen als de armatuur niet is aangesloten en niet is voorzien van een lampje.
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl het niet is voorzien van (een) goed werkend(e)
N 514 a – richtingaanwijzers (cat 4 na 31-12-1996 met zijspan na 31-10-1997; cat 6 = 3 of 4 wielig en gesloten carrosserie) (categorie 6a indien de bijzondere bromfiets is geproduceerd op basis van een aanwijzing die is afgegeven na 2 mei 2019) 5.*.51 t/m 63 RV 130 130 130 130 130 90 90 130
N 514 b – waarschuwingsknipperlichten (cat 2, 3(a) na 31-12-1997; cat 5 na 31-12-1996; cat 10 na 01-01-2005) 5.*.51 t/m 63 RV 130 130 130 130
N 514 c – zijrichtingaanwijzer(s) (cat. 2 na 31-12-1997; cat. 3(a) langer dan 6 m of na 31-12-1997; cat. 7 langer dan 6 m) 5.*.51 t/m 63 RV 130 130 130 130
N 514 d – remlichten (cat. 6: 3 of 4 wielig en 2 wielig voertuig in gebruik na 31-12-2006 en vermogen meer dan 0,5 kW en max. snelheid meer dan 25 km/h) (categorie 6a indien de bijzondere bromfiets is geproduceerd op basis van een aanwijzing die is afgegeven na 2 mei 2019) 5.*.51 t/m 63 RV 190 190 190 190 190 130 130 190
N 514 f – rode retroreflectoren 5.*.51 t/m 63 RV 130 130 130 130 130 90 90 130
N 514 g – mistachterlicht(en) (cat. 2, 3(a) en 12 na 31-12-1997; cat. 13 voor zover het trekkende voertuig is voorzien van een mistachterlicht) 5.*.51 t/m 63 RV 130 130 130
N 514 h – achteruitrijlicht(en) (cat 2, 3(a) in gebruik na 31-12-1997; cat 12 in gebruik na 31-12-2012) 5.*.51 t/m 63 RV 65 65 65
N 514 i – markeringslichten (voor- en achterzijde) (cat. 2, 3(a) en 12 breder dan 2.60 m of na 31-12-1997 breder dan 2,10 m; cat. 13 en 14 breder dan 2.10 m) 5.*.51 t/m 63 RV 130 130 130
N 514 j – zijmarkeringslichten (cat. 2, 3(a) en 12 na 31-12-1997 en langer dan 6 m; cat. 13 langer dan 6 m) 5.*.51 t/m 63 RV 130 130 130
N 514 k – derde remlicht (na 30-09-2001) 5.*.51 t/m 63 RV 130
N 514 l – witte retroreflectoren (cat. 9: 3 wielig breder dan 75 cm; cat. 12 na 31-12-1997) 5.*.51 t/m 63 RV 90
N 514 m – zijretroreflectoren (cat. 2 na 31-12-1997 en langer dan 6 m; cat. 3(a) en 7 langer dan 6 m; cat. 6: 2-wielig na 31-12-2006) 5.*.51 t/m 63 RV 130 130 130 90 90 130
N 514 o – trapreflectie (cat 6 alleen indien vaste trappers bij 3 of 4 wielig) 5.*.51 t/m 63 RV 90
N 514 p – wielreflectie 5.*.51 t/m 63 RV
N 514 r – lijnmarkering aan de achterzijde bij een na 31-12-2012 in gebruik genomen voertuig dat breder is dan 2,10 m en langer is dan 6 m en waarbij de som van de toegestane aslasten meer bedraagt dan 3500 kg 5.12.51 RV
N 514 s – lijnmarkering aan de zijkant bij een na 31-12-2012 in gebruik genomen voertuig dat langer is dan 6 m en waarbij de som van de toegestane aslasten meer bedraagt dan 3500 kg 5.12.51 RV
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl
N 515 de verlichting/retroreflecterende voorzieningen niet de vereiste kleur hebben (cat 9 alleen retroreflectie) 5.*.51 t/m 59 RV 190 190 190 190 190 130 130 190
N 517 de verlichting of retroreflectoren niet op de juiste plaats zijn bevestigd (cat 9 alleen retroreflectie) 5.*.51 t/m 61 RV 130 130 130 130 130 90 90 130
N 518 de verlichte transparant(en) voldoet (voldoen) niet aan de eisen (niet afzonderlijk geschakeld/breder/langer dan voertuig) 5.*.55 RV 130 130 130 130
N 519 het voertuig aan de achterzijde niet is voorzien van één rode retroreflector in de vorm van een afgeknotte driehoek die voorzien is van een goedkeuringsmerk 5.*.51 RV 130
N 550 de glazen van de verlichtingsarmaturen of de retroreflectoren niet aan de gestelde eisen voldoen (cat 9, 11, 16 en 17 alleen eisen rode retroreflectie) 5.*.55 RV 130 130 130 130 130 90 130
N 551 de verlichtingsarmaturen of onderdelen daarvan niet deugdelijk zijn bevestigd (geldt ook voor niet verplichte verlichting) 5.*.55 RV 130 130 130 130 130 90 130
N 552 de lichten of retroreflectoren voor meer dan 25% zijn afgeschermd (cat 9, 11, 16 en 17 alleen afscherming rode retroreflectie) 5.*.55 RV 130 130 130 130 130 90 130
N 559 de mistvoorlichten niet goed zijn afgesteld conform het bepaalde in de artikelen 114a en 114b van de bijlage VIII van de RV 5.*.59b RV 130 130 130 130
N 560 de dimlichten niet aan de eisen voldoen 5..51 jo. 5..56 RV (cat. 6: 5.6.51, 5.6.53 en 5.6.55 RV) 130 130 130 130 130 90 130
N 620 het niet is voorzien van een controlelampje of schakelaar met herkenbare stand (cat 4) voor ingeschakeld(e) mistachterlicht(en) 5.*.62 RV 65 65 65 65 65 65
N 640 het is voorzien van niet toegestane verblindende/knipperende verlichting 5.*.64 RV 190 190 190 190 190 130 130 190
N 650 het is voorzien van meer lichten of retroreflecterende voorzieningen dan is toegestaan (cat 9 uitsluitend retroreflectie) 5.*.65 RV 190 190 190 190 190 130 130 190
N 651 in het voertuig aanwezige lichten of objecten licht uitstralen naar de buitenzijde van het voertuig (cat. 3a niet van toepassing op binnenverlichting passagiersruimte bus) 5.*.65 RV 190 190 190 190 190 130 190
11 – Verbinding tussen trekkend voertuig en aanhangwagen 11 – Verbinding tussen trekkend voertuig en aanhangwagen 11 – Verbinding tussen trekkend voertuig en aanhangwagen 11 – Verbinding tussen trekkend voertuig en aanhangwagen 11 – Verbinding tussen trekkend voertuig en aanhangwagen 11 – Verbinding tussen trekkend voertuig en aanhangwagen 11 – Verbinding tussen trekkend voertuig en aanhangwagen
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl
N 660 a de koppeling niet deugdelijk is (bevestigd) of niet voldoet aan de daaraan gestelde eisen 5.*.66 t/m 70 RV 320 320 320 320 320 220 320
N 660 b de (hulp)koppeling, trekdriehoek, trekboom of onderdelen daarvan niet aanwezig is/zijn, deugdelijk is/zijn (bevestigd) of niet voldoet/voldoen aan de daaraan gestelde eisen 5.*.66 t/m 70 RV
N 660 c de (middenas)aanhangwagen, die is voorzien van een losbreekreminrichting, tevens is voorzien van een hulpkoppeling 5.*.66 RV
N 660 d de koppeling, dissel, of onderdelen daarvan niet deugdelijk is/zijn (bevestigd) of niet voldoet/voldoen aan de daaraan gestelde eisen 5.15.66 t/m 70 RV
N 661 de bijzondere bromfiets is voorzien van een inrichting tot het koppelen van een aanhangwagen 5.6a.66 RV 130
12 – Diversen 12 – Diversen 12 – Diversen 12 – Diversen 12 – Diversen 12 – Diversen 12 – Diversen
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl
N 710 a – het niet is voorzien van een goed werkende geluidssignaalinrichting 5.*.71 RV 130 130 130 130 130 130
N 710 b – het niet is voorzien van een goed werkende bel of hoorn met vaste toonhoogte 5.*.71 RV 90 90
N 710 c – het niet is voorzien van een goed werkende bel 5.9.71 RV
N 711 de inrichting van een taxi niet in overeenstemming met het goedkeuringsdocument 5.2.74 RV 320
Gebruikseisen voertuigen Gebruikseisen voertuigen Gebruikseisen voertuigen Gebruikseisen voertuigen Gebruikseisen voertuigen Gebruikseisen voertuigen Gebruikseisen voertuigen
0 – Algemeen 0 – Algemeen 0 – Algemeen 0 – Algemeen 0 – Algemeen 0 – Algemeen 0 – Algemeen
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl
P 001 een verwisselbaar gedragen uitrustingsstuk wordt gebruikt terwijl dit niet is toegestaan (cat. 3 uitsluitend toegestaan voor wegwerkzaamheden of gladheidsbestrijding) 5.18.0 RV 190 190 190
P 010 a meer dan één aanhangwagen wordt voortbewogen 5.18.1 lid 1 RV 320 320 320 320 220
P 010 b met de gelede bus een aanhangwagen wordt voortbewogen 5.18.1 lid 2 RV 320
P 010 c met het gehandicaptenvoertuig een aanhangwagen wordt voortbewogen 5.18.1 lid 2 RV
P 010 d met de motorfiets met onberemde zijspanwagen een aanhangwagen wordt voortbewogen 5.18.1 lid 2 RV 320
P 010 da met de bijzondere bromfiets een aanhanger wordt voortbewogen 5.18.1 RV 220
P 010 e het samenstel van motorvoertuig en aanhangwagen meer dan twee draaipunten heeft 5.18.1 lid 5 RV 320 320 320 320 320 220 320
P 010 f met een motorvoertuig, niet zijnde een land- of bosbouwtrekker of motorrijtuig met beperkte snelheid een land- of bosbouwaanhangwagen of verwisselbaar getrokken uitrustingsstuk wordt voortbewogen 5.18.1 lid 3 RV 320 320 320 320
P 020 a met het motorvoertuig meer dan één motorvoertuig wordt gesleept 5.18.2 lid 1 RV 320 320 320 320 320 220 320
P 020 b met het motorvoertuig een tweewielig motorvoertuig of samenstel van voertuigen wordt gesleept 5.18.2 lid 6 RV 320 320 320 320 320 220 320
P 020 c met het tweewielig motorvoertuig, de gelede bus of het samenstel van voertuigen, een motorvoertuig wordt gesleept 5.18.2 lid 7 RV 320 320 320 320 320 220 320
P 020 da een voertuig voorzien van een drukluchtsysteem niet met behulp van een sleepstang wordt gesleept 5.18.2 lid 2 RV 320 320 320
P 020 e het drukluchtsysteem van het gesleepte voertuig niet is aangesloten op het drukluchtsysteem van het trekkend voertuig 5.18.2 lid 3 RV 320 320
P 020 f met een dolly of afsleepas waarop zich een motorvoertuig bevindt, terwijl de reminrichting van de dolly of afsleepas ontbreekt 5.18.2 lid 4 RV 320 320 320
P 020 g een afsleepas wordt gebruikt zonder dat zich daarop een motorvoertuig bevindt 5.18.2 lid 5 RV 320 320 320
P 030 hij wordt gehinderd door passagiers, lading of op andere wijze 5.18.3 RV 320 320 320 320 320 220 320
P 031 in dat voertuig, waarin vervoer van een passagier in rolstoel plaatsvindt losse voorwerpen, die het risico op letsel bij een noodstop, aanrijding of botsing kunnen verhogen, aanwezig zijn 5.18.3 lid 2 RV 320 320 320 320 220
P 041 a de bestuurder niet voldoende zicht door de voorruit en/of de voorste zijruiten naar voren en opzij heeft 5.18.4 aanhef en onder a RV 320 320 320 320 320 220 320
P 041 b de bestuurder met behulp van de voor dat voertuig of samenstel van voertuigen voorgeschreven spiegels of camera-monitorsysteem niet voldoende zicht heeft op het naast en/of achter hem gelegen weggedeelte 5.18.4 aanhef en onder b RV 190 190 190 190 190 130 190
P 041 c de bestuurder niet voldoende zicht door de voorruit en de voorste zijruiten naar voren en opzij heeft en met behulp van de voor dat voertuig of samenstel van voertuigen voorgeschreven spiegels of camera-monitorsysteem niet voldoende zicht heeft op het naast en achter hem gelegen weggedeelte 5.18.4 RV 500 500 500 500 500 350 500
P 050 het niet is voorzien van de vereiste buitenspiegels, indien het zicht door lading achter het voertuig of door een achter het voertuig gekoppelde aanhangwagen is beperkt 5.18.5 lid 2 RV 320 320 320 320 320 220 320
P 051 de spiegels of gezichtsveldverbeterende voorzieningen niet zodanig zijn geplaatst dat de bestuurder in normale rijhouding de vereiste gezichtsvelden kan overzien 5.18.5 lid 1 RV 320 320
P 060 a voertuiggebonden lading, zoals voertuiguitrustingsstukken, voertuiggereedschappen of stuwagemiddelen niet zodanig is bevestigd dat deze niet van het voertuig kan vallen 5.18.6 lid 3 RV 500 500 500 500 500 350 500
P 061 de losse lading die naar haar aard niet op of aan het voertuig bevestigd kan worden niet deugdelijk is afgedekt terwijl gevaar of hinder is ontstaan of kan ontstaan als gevolg van afvallende of wegwaaiende lading 5.18.6 lid 2 RV 500 500 500 500 500 350 500
P 062 verwisselbare gedragen uitrustingsstukken, afneembare bovenbouwen, gestandaardiseerde laadstructuren of meeneemheftrucks niet deugdelijk bevestigd zijn met geschikte vastzetsystemen, zekeringssystemen of stuwagemiddelen 5.18.6 lid 4 RV 500 500 500
P 063 vastzetsystemen, zekeringssystemen, stuwagemiddelen of onderdelen hiervan niet goed functioneren dan wel niet geschikt zijn voor het doel waarvoor ze worden gebruikt 5.18.6 lid 5 RV 260 260 260 260 260 180 260
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl bij het vervoer van goederen aan de voor- of achterzijde van het voertuig 5.18.7 lid 1 RV
P 070 a – de goederen niet deugdelijk zijn bevestigd op, in of aan een deugdelijke lastdrager 190 190 190 190
P 070 b – de lastdrager niet deugdelijk is bevestigd 190 190 190 190
P 070 c – de lastdrager inclusief lading meer dan 0,20 m buiten de zijkanten uitsteekt 190 190 190 190
P 070 d – andere of meer goederen worden vervoerd dan waarvoor de lastdrager specifiek is geconstrueerd 190 190 190 190
P 070 e – de lastdrager aan de achterzijde niet op de voorgeschreven wijze is voorzien van twee rode achterlichten, twee rode remlichten, twee niet driehoekige rode retroreflectoren en twee ambergele richtingaanwijzers aangezien de verlichting en retroreflectoren van het voertuig worden afgeschermd 190 190 190 190
P 070 f – de lastdrager niet is voorzien van een goed leesbare, van een goedkeuringsmerk voorziene en niet afgeschermde kentekenplaat met het kenteken van het voertuig waarop de lastdrager is aangebracht aangezien de op het voertuig aangebrachte kentekenplaat wordt afgeschermd 190 190 190 190
P 070 g – de koppelingsdruk van de op de trekhaak bevestigde lastdrager meer bedraagt dan voorgeschreven of meer bedraagt dan 75 kg 130 130 130 130
P 070 h – de lastdrager het wegdek kan raken 130 130 130 130
P 070 i – de achtergebleven bevestigingsdelen van de lastdrager de bewegingsvrijheid van een aangekoppelde aanhangwagen beperken 130 130 130 130
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl bij het vervoer van goederen op het dak 5.18.7 lid 2 RV
P 070 j – de goederen niet deugdelijk zijn bevestigd op, in of aan een deugdelijke lastdrager 190 190 190
P 070 k – de lastdrager niet deugdelijk is bevestigd 190 190 190
P 070 l – de maximale daklast wordt overschreden 190 190 190
P 070 m – meer specifieke goederen worden vervoerd dan waarvoor de lastdrager is geconstrueerd 190 190 190
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl bij het vervoer van glas, plaatmateriaal of soortgelijke goederen aan één of beide zijkanten van een bedrijfsauto of aanhangwagen met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3500 kg 5.18.7 lid 3 RV
P 071 a – de lading niet deugdelijk is bevestigd op, in of aan een deugdelijke lastdrager 190
P 071 b – de lastdrager niet deugdelijk is bevestigd 190
P 071 c – de lastdrager met inbegrip van de lading meer dan 0,35 m buiten de zijkanten van het voertuig uitsteekt en/of de totale breedte van het voertuig inclusief de lastdrager en de lading meer bedraagt dan 2,75 m 190
P 071 d – de lading meer dan 1 m achter het voertuig uitsteekt 190
P 071 e – de lastdrager die in de breedte meer dan 0,10 m buiten de zijkant van het voertuig uitsteekt aan de voor- en/of achterzijde niet is voorzien van een markering die aan de gestelde eisen voldoet 190
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl
P 080 de lading van het voertuig scherpe delen heeft die in geval van botsing gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers kunnen opleveren (geldt niet voor lading of delen hoger dan 2 m boven wegdek) 5.18.8 lid 1 RV 320 320 320 320 320 220 320
P 081 het verwisselbare uitrustingsstuk scherpe delen heeft die in geval van botsing gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers kunnen opleveren (geldt niet voor delen hoger dan 2 m boven wegdek) 5.18.8 lid 1 RV 320 320
P 082 het verwisselbare uitrustingsstuk niet afgeschermde uitstekende delen heeft die in geval van botsing het gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers aanzienlijk kunnen vergroten (geldt niet voor delen hoger dan 2m boven wegdek) 5.18.8 lid 2 RV 320 320
P 083 een deel van de buitenzijde van het verwisselbare uitrustingsstuk zodanig is bevestigd, beschadigd, versleten of door corrosie aangetast dat gevaar bestaat voor losraken 5.18.8 lid 4 RV 320 320
P 090 de opgeklapte opklapbare delen aan de buitenzijde van het voertuig niet deugdelijk zijn vergrendeld 5.18.9 RV 320 320 320 320 320 220 320
P 091 het niet voor gebruik op de weg noodzakelijke opklapbare deel of delen van het verwisselbare uitrustingsstuk tijdens het transport niet deugdelijk in opgeklapte toestand is/zijn vergrendeld 5.18.9 lid 2 RV 320 320
P 100 a de aanhangwagen, met een toegestane maximummassa van niet meer dan 750 kg, niet is voorzien van het kenteken van het trekkend motorvoertuig 5.18.10 lid 1 RV
P 100 b de aanhangwagen, met een toegestane maximummassa van niet meer dan 750 kg, niet is voorzien van een deugdelijk bevestigde, goed leesbare, niet afgeschermde en van een goedkeuringsmerk voorziene, kentekenplaat 5.18.10 lid 4 en lid 5 RV
P 100 c de aanhangwagen, met een toegestane maximummassa van meer dan 750 kg, afkomstig uit een land waarvoor deze aanhangwagens geen afzonderlijk kenteken is opgegeven, niet is voorzien van het kenteken van het trekkend motorvoertuig 5.18.10 lid 1 RV
P 100 d de aanhangwagen met een toegestane maximummassa van meer dan 750 kg, afkomstig uit een land waarvoor deze aanhangwagens geen afzonderlijk kenteken is opgegeven, niet is voorzien van een deugdelijk bevestigde, goed leesbare, niet afgeschermde en van een goedkeuringsmerk voorziene, kentekenplaat gelijk aan trekkend voertuig 5.18.10 lid 4 en 5 RV
1 – Afmetingen en massa’s 1 – Afmetingen en massa’s 1 – Afmetingen en massa’s 1 – Afmetingen en massa’s 1 – Afmetingen en massa’s 1 – Afmetingen en massa’s 1 – Afmetingen en massa’s
Noot afmetingen Als bij ondeelbare lading meer dan één afmeting wordt overschreden, dan wordt uitsluitend proces-verbaal opgemaakt terzake de afmeting die het meest wordt overschreden. De overige overschrijdingen worden als bevinding eveneens in het proces-verbaal vermeld. Noot afmetingen Als bij ondeelbare lading meer dan één afmeting wordt overschreden, dan wordt uitsluitend proces-verbaal opgemaakt terzake de afmeting die het meest wordt overschreden. De overige overschrijdingen worden als bevinding eveneens in het proces-verbaal vermeld. Noot afmetingen Als bij ondeelbare lading meer dan één afmeting wordt overschreden, dan wordt uitsluitend proces-verbaal opgemaakt terzake de afmeting die het meest wordt overschreden. De overige overschrijdingen worden als bevinding eveneens in het proces-verbaal vermeld. Noot afmetingen Als bij ondeelbare lading meer dan één afmeting wordt overschreden, dan wordt uitsluitend proces-verbaal opgemaakt terzake de afmeting die het meest wordt overschreden. De overige overschrijdingen worden als bevinding eveneens in het proces-verbaal vermeld. Noot afmetingen Als bij ondeelbare lading meer dan één afmeting wordt overschreden, dan wordt uitsluitend proces-verbaal opgemaakt terzake de afmeting die het meest wordt overschreden. De overige overschrijdingen worden als bevinding eveneens in het proces-verbaal vermeld. Noot afmetingen Als bij ondeelbare lading meer dan één afmeting wordt overschreden, dan wordt uitsluitend proces-verbaal opgemaakt terzake de afmeting die het meest wordt overschreden. De overige overschrijdingen worden als bevinding eveneens in het proces-verbaal vermeld. Noot afmetingen Als bij ondeelbare lading meer dan één afmeting wordt overschreden, dan wordt uitsluitend proces-verbaal opgemaakt terzake de afmeting die het meest wordt overschreden. De overige overschrijdingen worden als bevinding eveneens in het proces-verbaal vermeld.
Lengte samenstel (onbeladen), c.q. indien geen sprake is van uitstekende lading Lengte samenstel (onbeladen), c.q. indien geen sprake is van uitstekende lading Lengte samenstel (onbeladen), c.q. indien geen sprake is van uitstekende lading Lengte samenstel (onbeladen), c.q. indien geen sprake is van uitstekende lading Lengte samenstel (onbeladen), c.q. indien geen sprake is van uitstekende lading Lengte samenstel (onbeladen), c.q. indien geen sprake is van uitstekende lading Lengte samenstel (onbeladen), c.q. indien geen sprake is van uitstekende lading
Noot Noot Noot Noot Noot Noot Noot
Lengte opleggertrekker met oplegger max. 16,50 m; bedrijfsauto/bus met aanhangwagen max. 18,75 m; personenauto/driewielig motorvoertuig met aanhangwagen max. 18 m; samenstel kermis-/circusvoertuigen max. 24 m; rijdend werktuig met aanhangwagen max. 20 m; land- of bosbouwtrekker/motorrijtuig beperkte snelheid met één of meer aanhangwagens en/of verwisselbare getrokken machines max. 18,75 m; land- of bosbouwtrekker/motorrijtuig beperkte snelheid met één of meer aanhangwagens en/of verwisselbare gedragen uitrustingsstukken machines max. 18,75 m; indien het een verwisselbaar getrokken uitrustingsstuk betreft dat niet om een verticale as kan draaien ten opzichte van het trekkende voertuig lengte samenstel max. 12 m. Lengte opleggertrekker met oplegger max. 16,50 m; bedrijfsauto/bus met aanhangwagen max. 18,75 m; personenauto/driewielig motorvoertuig met aanhangwagen max. 18 m; samenstel kermis-/circusvoertuigen max. 24 m; rijdend werktuig met aanhangwagen max. 20 m; land- of bosbouwtrekker/motorrijtuig beperkte snelheid met één of meer aanhangwagens en/of verwisselbare getrokken machines max. 18,75 m; land- of bosbouwtrekker/motorrijtuig beperkte snelheid met één of meer aanhangwagens en/of verwisselbare gedragen uitrustingsstukken machines max. 18,75 m; indien het een verwisselbaar getrokken uitrustingsstuk betreft dat niet om een verticale as kan draaien ten opzichte van het trekkende voertuig lengte samenstel max. 12 m. Lengte opleggertrekker met oplegger max. 16,50 m; bedrijfsauto/bus met aanhangwagen max. 18,75 m; personenauto/driewielig motorvoertuig met aanhangwagen max. 18 m; samenstel kermis-/circusvoertuigen max. 24 m; rijdend werktuig met aanhangwagen max. 20 m; land- of bosbouwtrekker/motorrijtuig beperkte snelheid met één of meer aanhangwagens en/of verwisselbare getrokken machines max. 18,75 m; land- of bosbouwtrekker/motorrijtuig beperkte snelheid met één of meer aanhangwagens en/of verwisselbare gedragen uitrustingsstukken machines max. 18,75 m; indien het een verwisselbaar getrokken uitrustingsstuk betreft dat niet om een verticale as kan draaien ten opzichte van het trekkende voertuig lengte samenstel max. 12 m. Lengte opleggertrekker met oplegger max. 16,50 m; bedrijfsauto/bus met aanhangwagen max. 18,75 m; personenauto/driewielig motorvoertuig met aanhangwagen max. 18 m; samenstel kermis-/circusvoertuigen max. 24 m; rijdend werktuig met aanhangwagen max. 20 m; land- of bosbouwtrekker/motorrijtuig beperkte snelheid met één of meer aanhangwagens en/of verwisselbare getrokken machines max. 18,75 m; land- of bosbouwtrekker/motorrijtuig beperkte snelheid met één of meer aanhangwagens en/of verwisselbare gedragen uitrustingsstukken machines max. 18,75 m; indien het een verwisselbaar getrokken uitrustingsstuk betreft dat niet om een verticale as kan draaien ten opzichte van het trekkende voertuig lengte samenstel max. 12 m. Lengte opleggertrekker met oplegger max. 16,50 m; bedrijfsauto/bus met aanhangwagen max. 18,75 m; personenauto/driewielig motorvoertuig met aanhangwagen max. 18 m; samenstel kermis-/circusvoertuigen max. 24 m; rijdend werktuig met aanhangwagen max. 20 m; land- of bosbouwtrekker/motorrijtuig beperkte snelheid met één of meer aanhangwagens en/of verwisselbare getrokken machines max. 18,75 m; land- of bosbouwtrekker/motorrijtuig beperkte snelheid met één of meer aanhangwagens en/of verwisselbare gedragen uitrustingsstukken machines max. 18,75 m; indien het een verwisselbaar getrokken uitrustingsstuk betreft dat niet om een verticale as kan draaien ten opzichte van het trekkende voertuig lengte samenstel max. 12 m. Lengte opleggertrekker met oplegger max. 16,50 m; bedrijfsauto/bus met aanhangwagen max. 18,75 m; personenauto/driewielig motorvoertuig met aanhangwagen max. 18 m; samenstel kermis-/circusvoertuigen max. 24 m; rijdend werktuig met aanhangwagen max. 20 m; land- of bosbouwtrekker/motorrijtuig beperkte snelheid met één of meer aanhangwagens en/of verwisselbare getrokken machines max. 18,75 m; land- of bosbouwtrekker/motorrijtuig beperkte snelheid met één of meer aanhangwagens en/of verwisselbare gedragen uitrustingsstukken machines max. 18,75 m; indien het een verwisselbaar getrokken uitrustingsstuk betreft dat niet om een verticale as kan draaien ten opzichte van het trekkende voertuig lengte samenstel max. 12 m. Lengte opleggertrekker met oplegger max. 16,50 m; bedrijfsauto/bus met aanhangwagen max. 18,75 m; personenauto/driewielig motorvoertuig met aanhangwagen max. 18 m; samenstel kermis-/circusvoertuigen max. 24 m; rijdend werktuig met aanhangwagen max. 20 m; land- of bosbouwtrekker/motorrijtuig beperkte snelheid met één of meer aanhangwagens en/of verwisselbare getrokken machines max. 18,75 m; land- of bosbouwtrekker/motorrijtuig beperkte snelheid met één of meer aanhangwagens en/of verwisselbare gedragen uitrustingsstukken machines max. 18,75 m; indien het een verwisselbaar getrokken uitrustingsstuk betreft dat niet om een verticale as kan draaien ten opzichte van het trekkende voertuig lengte samenstel max. 12 m.
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de maximum toegestane lengte van het samenstel van voertuigen wordt overschreden, met een overschrijding 5.18.11 en 5.18.20 RV
P 111 a – t/m 0,25 m 380 380 380 380 380
P 111 f als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl het uitschuifbare voertuig, waarvan de uitgeschoven delen niet zijn voorzien van zijdelingse afscherming als bedoeld in artikel 5.12.48, vijfde lid, in onbeladen toestand niet geheel is ingeschoven 5.18.11 lid 11 RV
Lengte deelbaar; uitstekende lading voorzijde Lengte deelbaar; uitstekende lading voorzijde Lengte deelbaar; uitstekende lading voorzijde Lengte deelbaar; uitstekende lading voorzijde Lengte deelbaar; uitstekende lading voorzijde Lengte deelbaar; uitstekende lading voorzijde Lengte deelbaar; uitstekende lading voorzijde
P 120 aa als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de lading voor het voertuig uitsteekt (geldt niet voor kermis- en circusvoertuigen) 5.18.12 en 5.18.21 RV 190 190 190 190
Lengte deelbaar; uitstekende lading achterzijde Lengte deelbaar; uitstekende lading achterzijde Lengte deelbaar; uitstekende lading achterzijde Lengte deelbaar; uitstekende lading achterzijde Lengte deelbaar; uitstekende lading achterzijde Lengte deelbaar; uitstekende lading achterzijde Lengte deelbaar; uitstekende lading achterzijde
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de lading meer dan 1 m achter het voertuig en/of meer dan 5 m achter de achterste as van het voertuig uitsteekt en/of de vereiste stootbalk, voor het na 01-01-1996 in gebruik genomen voertuig, meer dan 0,60 m van de uiterste achterzijde is aangebracht, terwijl de afstand van de lading tot het wegdek meer bedraagt dan 0,55 m (categorie 12 bedrijfsmatig gebruik), een overschrijding 5.18.12 RV
P 121 a – t/m 0,25 m 380
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl
P 121 g het zicht op de verlichting, de retroreflectoren, de richtingaanwijzers of voor zover van toepassing de kentekenplaat aan de achterzijde van het voertuig wordt belemmerd door uitstekende lading 5.18.12, 5.18.13 en 5.18.21 RV 190 190 190 190
P 121 h de lading uitsluitend op de laadvloerverlenging rust 5.18.12 lid 5 en 5.18.21 lid 3 RV 380 380
P 121 n de stootbalk breder is of meer dan 0,20 m smaller is dan a. het voertuig op de plaats waar de stootbalk is aangebracht of; b. de breedte van de breedste achteras met inbegrip van de wielen 5.18.12 lid 5 RV 380
P 121 o de stootbalk en/of de bevestiging daarvan is/zijn zodanig vervormd of zodanig breuken en/of scheuren vertoont, dan wel zodanig door corrosie is aangetast, dat hierdoor functieverlies optreedt 5.18.12 lid 5 RV 380
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de uitsteek van de afneembare bovenbouw of gestandaardiseerde laadstructuur achter het hart van de achterste as meer dan 0,5 maal de lengte van het voertuig bedraagt en/of meer dan 5 m bedraagt of bij een oplegger de uitsteek van de afneembare bovenbouw of gestandaardiseerde laadstructuur achter het hart van de achterste as meer bedraagt dan 0,5 maal de afstand van hart koppeling tot de achterzijde en/of meer dan 5 m bedraagt 5.18.12 lid 7 RV
P 123 a – t/m 0,25 m 380
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de lengte van het voertuig met inbegrip van één of meer verwisselbare gedragen uitrustingsstukken meer bedraagt dan de maximum toegestane lengte van het voertuig, een overschrijding 5.18.12a RV
P 124 a – t/m 0,75 m 190
P 124 b – van meer dan 0,75 m 280
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl bij het voertuig dat is voorzien van één of meer verwisselbare gedragen uitrustingsstukken 5.18.12a RV
P 124 c – de/het verwisselbare gedragen uitrustingsstuk(ken) niet zoveel mogelijk is/zijn ingeschoven, ingetrokken, in- of opgeklapt en/of deugdelijk vergrendeld 320
P 124 d – lading rust op een verwisselbaar gedragen uitrustingsstuk welke niet is gerelateerd aan de functie van het verwisselbare uitrustingsstuk 190
P 124 e – het zicht op de verlichting, de retroreflectoren of de richtingaanwijzers door een verwisselbaar gedragen uitrustingsstuk wordt belemmerd 190
P 124 f – het verwisselbaar gedragen uitrustingsstuk dat voor of achter het voertuig meer dan 1 m uitsteekt niet is voorzien van een markering die aan de gestelde eisen voldoet 190
P 124 g – het verwisselbare gedragen uitrustingsstuk dat voor of achter het voertuig meer dan 1 m uitsteekt, aan de zijkant niet is voorzien van een zijmarkeringslicht of een ambergele retroreflector of ambergele opvallende markering, die is aangebracht op een afstand van niet meer dan 1 m van de uiterste voor- of achterzijde 190
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de lading meer dan 1 m achter het voertuig en/of meer dan 5 m achter het hart van de achterste as van het voertuig uitsteekt en/of de vereiste stootbalk, voor het na 01-01-1996 in gebruik genomen voertuig, meer dan 0,60 m van de uiterste achterzijde is aangebracht, terwijl de afstand van de lading tot het wegdek meer bedraagt dan 0,55 m (stootbalk uitsluitend cat. 12, particulier gebruik), een overschrijding 5.18.12 en 5.18.21 RV
P 121 j – t/m 0,75 m 190 190 190
P 121 k – van meer dan 0,75 m 280 280 280
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de aan de achterzijde van het voertuig bevestigde meeneemheftruck meer dan 1,20 m achter het voertuig uitsteekt of indien een verklaring is afgegeven dat de aslasten en de last onder de koppeling van het voertuig bij belading met uitsluitend de meeneemheftruck voldoen aan de wettelijke eisen meer dan 1,50 m achter het voertuig uitsteekt 5.18.12 lid 6 RV
P 121 l – t/m 0,25 m 380
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de lading van een samenstel van bedrijfsauto en aanhangwagen, niet zijnde een oplegger, dat is ingericht voor het vervoer van voertuigen 5.18.13 lid 2 RV
P 130 f – meer dan 2 m achter de aanhangwagen en/of meer dan 5 m achter het hart van de achterste as van de aanhangwagen uitsteekt
P 130 g – meer dan 0,50 m voor de voorzijde van de bedrijfsauto uitsteekt 190
P 130 h – die meer dan 1 m achter het voertuig uitsteekt, aan de achterzijde niet is voorzien van een markering die voldoet aan de eisen 190
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl het samenstel van bedrijfsauto en aanhangwagen, niet zijnde een oplegger, met inbegrip van de lading dat is ingericht voor het vervoer van voertuigen, langer is dan 20,75 m, een overschrijding 5.18.13 lid 2 RV
P 130 i – t/m 0,25 m 380
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de lengte van het voertuig met inbegrip van één of meer verwisselbare gedragen uitrustingsstukken meer bedraagt dan de maximum toegestane lengte van het voertuig, een overschrijding 5.18.21a RV
P 211 a – t/m 0,75 m 190
P 211 b – van meer dan 0,75 m 320
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl bij het voertuig dat is voorzien van één of meer verwisselbare gedragen uitrustingsstukken 5.18.21a RV
P 211 c – de/het verwisselbare uitrustingsstuk(ken) niet zoveel mogelijk is/zijn ingeschoven, ingetrokken, in- of opgeklapt en/of deugdelijk vergrendeld 320
P 211 d – lading rust op een verwisselbaar uitrustingsstuk die niet is gerelateerd aan de functie van het verwisselbare uitrustingsstuk 190
P 211 e – het zicht op de verlichting, de retroreflectoren of de richtingaanwijzers aan de achterzijde door een verwisselbaar uitrustingsstuk wordt belemmerd 190
P 211 f – het verwisselbaar uitrustingsstuk dat voor of achter meer dan 1 m het voertuig uitsteekt niet is voorzien van een markering die aan de gestelde eisen voldoet 190
P 211 g – de voertuigdelen en/of (het) verwisselbare gedragen uitrustingsstuk(ken) meer dan 3,50 m voor het hart van het stuurwiel uitste(ekt)(ken) 320
Lengte; ondeelbare lading Lengte; ondeelbare lading Lengte; ondeelbare lading Lengte; ondeelbare lading Lengte; ondeelbare lading Lengte; ondeelbare lading Lengte; ondeelbare lading
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de in lengte ondeelbare lading aan de voorzijde van een bedrijfsauto met een toegestane maximummassa van meer dan 3500 kg, niet zijnde een kermis- of circusvoertuig, meer dan 4,30 m voor het hart van de voorste as uitsteekt, een overschrijding 5.18.13 RV
P 130 n – t/m 0,25 m 380
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de in lengte ondeelbare lading van het voertuig of samenstel van voertuigen, niet zijnde een samenstel van kermis- of circusvoertuigen 5.18.13 RV
P 130 c – voor de voorzijde van de aanhangwagen, niet zijnde een oplegger, uitsteekt
P 130 d – die meer dan 1 m voor of achter het voertuig uitsteekt aan de voor- of achterzijde niet is voorzien van een markering die aan de eisen voldoet 190
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de met in lengte ondeelbare lading beladen opleggertrekker en oplegger, met inbegrip van de lading, langer is dan 22 m, een overschrijding 5.18.13 RV
P 130 ea – t/m 0,25 m 380
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de uitsteek van de in lengte ondeelbare lading achter het hart van de achterste as meer dan 0,5 maal de lengte van een bedrijfsauto met een toegestane maximummassa van meer dan 3500 kg of een aanhangwagen en/of meer dan van 5 m bedraagt of bij een oplegger de uitsteek van de lading achter het hart van de achterste as meer bedraagt dan 0,5 maal de afstand van hart koppeling tot de achterzijde en/of meer dan 5 m bedraagt (categorie 12 en 13 bedrijfsmatig gebruik), een overschrijding 5.18.13 RV
P 131 a – t/m 0,25 m 380
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl
P 131 f de uitsteek van de in lengte ondeelbare lading achter het hart van de achterste as meer dan 0,5 maal de lengte van een aanhangwagen en/of meer dan 5 m bedraagt of bij een oplegger de uitsteek van de lading achter het hart van de achterste as meer bedraagt dan 0,5 maal de afstand van hart koppeling tot de achterzijde en/of meer dan 5 m (categorie 12 en 13 particulier gebruik) 5.18.13 RV
P 131 i de in lengte ondeelbare lading bij een personenauto, een bedrijfsauto met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3500 kg of een driewielig motorrijtuig aan de voor- en/of achterzijde van het voertuig meer dan 1 m uitsteekt 5.18.13 RV 190 190 190
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de in lengte ondeelbare lading van het voertuig of samenstel van voertuigen 5.18.21 RV
P 210 e – meer dan 3,50 m voor het hart van het stuurwiel van het voertuig uitsteekt 190
P 210 f – meer dan 1 m voor en/of achter het voertuig uitsteekt, terwijl de voor- en/of achterzijde niet is voorzien van de vereiste markering 190
P 210 g – meer dan 5 m achter het hart van de achterste as van het voertuig uitsteekt 190
Afstand achteras trekkend voertuig/achterzijde voertuig Afstand achteras trekkend voertuig/achterzijde voertuig Afstand achteras trekkend voertuig/achterzijde voertuig Afstand achteras trekkend voertuig/achterzijde voertuig Afstand achteras trekkend voertuig/achterzijde voertuig Afstand achteras trekkend voertuig/achterzijde voertuig Afstand achteras trekkend voertuig/achterzijde voertuig
P 190 c als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de afstand van de achteras van het trekkende voertuig tot de achterzijde van de aanhangwagen, met inbegrip van de lading, meer bedraagt dan 2,50 m 5.18.19 en 5.18.27 RV
Breedte; lading Breedte; lading Breedte; lading Breedte; lading Breedte; lading Breedte; lading Breedte; lading
Noot Noot Noot Noot Noot Noot Noot
De feitcodeserie P 141 geldt voor de categorieën 7, 8 en 14 voor alle lading. Bij deze categorieën wordt geen onderscheid gemaakt tussen deelbare en ondeelbare lading. Voor de overige categorieën betreft het uitsluitend deelbare lading. De feitcodeserie P 141 geldt voor de categorieën 7, 8 en 14 voor alle lading. Bij deze categorieën wordt geen onderscheid gemaakt tussen deelbare en ondeelbare lading. Voor de overige categorieën betreft het uitsluitend deelbare lading. De feitcodeserie P 141 geldt voor de categorieën 7, 8 en 14 voor alle lading. Bij deze categorieën wordt geen onderscheid gemaakt tussen deelbare en ondeelbare lading. Voor de overige categorieën betreft het uitsluitend deelbare lading. De feitcodeserie P 141 geldt voor de categorieën 7, 8 en 14 voor alle lading. Bij deze categorieën wordt geen onderscheid gemaakt tussen deelbare en ondeelbare lading. Voor de overige categorieën betreft het uitsluitend deelbare lading. De feitcodeserie P 141 geldt voor de categorieën 7, 8 en 14 voor alle lading. Bij deze categorieën wordt geen onderscheid gemaakt tussen deelbare en ondeelbare lading. Voor de overige categorieën betreft het uitsluitend deelbare lading. De feitcodeserie P 141 geldt voor de categorieën 7, 8 en 14 voor alle lading. Bij deze categorieën wordt geen onderscheid gemaakt tussen deelbare en ondeelbare lading. Voor de overige categorieën betreft het uitsluitend deelbare lading. De feitcodeserie P 141 geldt voor de categorieën 7, 8 en 14 voor alle lading. Bij deze categorieën wordt geen onderscheid gemaakt tussen deelbare en ondeelbare lading. Voor de overige categorieën betreft het uitsluitend deelbare lading.
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl
P 140 d de lading of het verwisselbare gedragen uitrustingsstuk die meer dan 0,10 m buiten de zijkant van het voertuig uitsteekt, niet is voorzien van de vereiste markering (geldt niet voor lading op driewielige motorrijtuigen of voor lading op personenauto’s) 5.18.14 lid 3 en 5.18.22 lid 2 RV 190 190 190
P 140 e de lading meer dan 0,20 m buiten de zijkant(en) van het voertuig uitsteekt (cat. 5; cat. 4 motor op 2 wielen) 5.18.14 en 5.18.19 RV 190 190 190
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl het voertuig met inbegrip van de (deelbare) lading of verwisselbaar gedragen uitrustingsstuk de maximum toegestane breedte overschrijdt, een overschrijding 5.18.14 lid 1 en 5.18.22 RV
P 141 a – t/m 0,20 m 380 380 380 380 380
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl
P 260 a de bromfiets op twee wielen met inbegrip van de lading breder is dan 1 m 5.18.26 lid 1 RV 130
P 260 b het voertuig met inbegrip van de lading breder is dan 2 m (cat. 6 bromfiets > 2 wielen) 5.18.26 lid 2 en 5.18.19 lid 2 RV 130
P 260 c de bijzondere bromfiets op minder dan drie wielen, bedoeld voor individueel vervoer, met inbegrip van de lading breder is dan 0,75 m 5.18.26a lid 1 RV 130
P 260 d de bijzondere bromfiets op meer dan twee wielen, bedoeld voor individueel vervoer, met inbegrip van de lading breder is dan 1,10 m 5.18.26a lid 2 RV 130
P 260 e de bijzondere bromfiets, bedoeld voor personenvervoer of goederenvervoer, met inbegrip van de lading breder is dan 1,15 m 5.18.26a lid 3 RV 130
P 270 a de aangekoppelde aanhangwagen met inbegrip van de lading breder is dan 1 m 5.18.27 en 5.18.29 RV
P 280 a de fiets op twee wielen met inbegrip van de lading breder is dan 0,75 m 5.18.28 lid 1 RV
P 280 b de fiets op meer dan twee wielen of voorzien van een zijspanwagen met inbegrip van de lading breder is dan 1,50 m 5.18.28 lid 2 RV
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl het voertuig met inbegrip van de lading
P 300 a – breder is dan 1,10 m 5.18.30 lid 1 RV
P 300 b – breder is dan 1,50 m 5.18.30 lid 2 RV
P 300 c – in bespannen toestand breder is dan 2,60 m of indien de lading bestaat uit losse veldgewassen breder is dan 3,50 m 5.18.30 lid 3 RV
Hoogte Hoogte Hoogte Hoogte Hoogte Hoogte Hoogte
P 270 b als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de aangekoppelde aanhangwagen met inbegrip van de lading hoger is dan 1 m 5.18.19 en 5.18.27 RV
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl het voertuig met inbegrip van de lading
P 300 d – hoger is dan 2 m 5.18.30 lid 4 RV
P 300 e – hoger is dan 4 m 5.18.30 lid 5 RV
Massa Massa Massa Massa Massa Massa Massa
Noot Noot Noot Noot Noot Noot Noot
De onderstaande feiten, die betrekking hebben op de massa of de last onder wiel of as zijn niet van toepassing indien sprake is van beroepsmatig vervoer met een vrachtauto, in de zin van de Wet wegvervoer goederen, met een laadvermogen van meer dan 500 kg. Hierop zijn de feitcodeseries E 850 t/m E 858 van toepassing. De onderstaande feiten, die betrekking hebben op de massa of de last onder wiel of as zijn niet van toepassing indien sprake is van beroepsmatig vervoer met een vrachtauto, in de zin van de Wet wegvervoer goederen, met een laadvermogen van meer dan 500 kg. Hierop zijn de feitcodeseries E 850 t/m E 858 van toepassing. De onderstaande feiten, die betrekking hebben op de massa of de last onder wiel of as zijn niet van toepassing indien sprake is van beroepsmatig vervoer met een vrachtauto, in de zin van de Wet wegvervoer goederen, met een laadvermogen van meer dan 500 kg. Hierop zijn de feitcodeseries E 850 t/m E 858 van toepassing. De onderstaande feiten, die betrekking hebben op de massa of de last onder wiel of as zijn niet van toepassing indien sprake is van beroepsmatig vervoer met een vrachtauto, in de zin van de Wet wegvervoer goederen, met een laadvermogen van meer dan 500 kg. Hierop zijn de feitcodeseries E 850 t/m E 858 van toepassing. De onderstaande feiten, die betrekking hebben op de massa of de last onder wiel of as zijn niet van toepassing indien sprake is van beroepsmatig vervoer met een vrachtauto, in de zin van de Wet wegvervoer goederen, met een laadvermogen van meer dan 500 kg. Hierop zijn de feitcodeseries E 850 t/m E 858 van toepassing. De onderstaande feiten, die betrekking hebben op de massa of de last onder wiel of as zijn niet van toepassing indien sprake is van beroepsmatig vervoer met een vrachtauto, in de zin van de Wet wegvervoer goederen, met een laadvermogen van meer dan 500 kg. Hierop zijn de feitcodeseries E 850 t/m E 858 van toepassing. De onderstaande feiten, die betrekking hebben op de massa of de last onder wiel of as zijn niet van toepassing indien sprake is van beroepsmatig vervoer met een vrachtauto, in de zin van de Wet wegvervoer goederen, met een laadvermogen van meer dan 500 kg. Hierop zijn de feitcodeseries E 850 t/m E 858 van toepassing.
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de op de kentekencard of het kentekenbewijs of in het kentekenregister vermelde toegestane maximummassa (van het samenstel) wordt overschreden, een overschrijding met 5.18.17a, b en c alle lid 1 RV
P 171 a – meer dan 10 % t/m 25 % 190 190 190
P 171 b – meer dan 25 % t/m 50 % 280 280 280
P 171 c – meer dan 50 % t/m 75 % 420 420 420
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl geen toegestane maximummassa op de kentekencard, het kentekenbewijs of in het kentekenregister is vermeld dan wel de bedrijfsauto of bus niet in Nederland is geregistreerd en de massa of de som van de aslasten meer bedraagt dan: a. 50.000 kg of bij een rijdend werktuig 60.000 kg; b. de technisch toegestane maximummassa; c. vijfmaal de toegestane maximumlast onder de aangedreven as(sen); d. de uitkomst van de som: het vermogen van de motor in kW, gedeeld door 0,00368 kW/kg, een overschrijding met 5.18.17a en b beide lid 2 en 3 RV
P 171 e – meer dan 10 % t/m 25 % 190 190
P 171 f – meer dan 25 % t/m 50 % 280 280
P 171 g – meer dan 50 % t/m 75 % 420 420
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de som van de aslasten van de middenasaanhangwagen of oplegger in combinatie met een positieve last onder de koppeling van het voertuig in beladen toestand meer bedraagt dan de toegestane maximummassa, een overschrijding met 5.18.17c lid 1 RV
P 171 j – meer dan 10 % t/m 25 %
P 171 k – meer dan 25 % t/m 50 %
P 171 l – meer dan 50 % t/m 75 %
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl op de kentekencard of het kentekenbewijs van de middenasaanhangwagen of in het kentekenregister geen toegestane maximummassa is vermeld dan wel de middenasaanhangwagen niet in Nederland is geregistreerd en de massa of de som van de aslasten in combinatie met een positieve last onder de koppeling in beladen toestand meer bedraagt dan 20.000 kg of meer bedraagt dan 24.000 kg bij een middenasaanhangwagen die voorzien is van gasvering of als gelijkwaardig aangemerkte vering en is voorzien van drie assen, een overschrijding met 5.18.17c lid 2 RV
P 171 n – meer dan 10 % t/m 25 %
P 171 o – meer dan 25 % t/m 50 %
P 171 p – meer dan 50 % t/m 75 %
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de massa niet op de voorgeschreven wijze kan worden vastgesteld en de massa meer bedraagt dan 750 kg, een overschrijding met 5.18.17c lid 3 RV
P 171 s – meer dan 10 % t/m 25 %
P 171 t – meer dan 25 % t/m 50 %
P 171 v – meer dan 50 % t/m 75 %
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de op het kentekenbewijs of de in het kentekenregister vermelde toegestane maximumlast van enige as of asstel wordt overschreden, een overschrijding met 5.18.17d en e beide lid 1 RV
P 172 a – meer dan 10 % t/m 25 % 190 190
P 172 b – meer dan 25 % t/m 50 % 280 280
P 172 c – meer dan 50 % t/m 75 % 420 420
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl geen waarde op de kentekencard, het kentekenbewijs van de bedrijfsauto, bus of dolly of in het kentekenregister is vermeld dan wel het voertuig niet in Nederland is geregistreerd en de getrokken massa of de som van de aslasten van de aanhangwagen of het samenstel van dolly en oplegger meer bedraagt dan in één van de in artikel 5.18.17g lid 2 RV voor dat voertuig van toepassing zijnde waarden, een overschrijding met 5.18.17d en e beide lid 2 RV
P 172 e – meer dan 10 % t/m 25 % 190 190
P 172 f – meer dan 25 % t/m 50 % 280 280
P 172 g – meer dan 50 % t/m 75 % 420 420
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl het voertuig zodanig is beladen dat de op de kentekencard, in het Nederlandse kentekenbewijs of de in het kentekenregister van de aanhangwagen vermelde toegestane maximumlast onder de koppeling wordt overschreden, een overschrijding met 5.18.17f lid 1 RV
P 172 j – meer dan 10 % t/m 25 %
P 172 k – meer dan 25 % t/m 50 %
P 172 l – meer dan 50 % t/m 75 %
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de op de kentekencard, het kentekenbewijs van de bedrijfsauto, bus of dolly of de in het kentekenregister vermelde toegestane maximum te trekken massa van de aanhangwagen of het samenstel van dolly en oplegger wordt overschreden of de som van de aslasten meer bedraagt dan de vermelde toegestane maximum te trekken massa, een overschrijding met 5.18.17g lid 1 RV
P 172 n – meer dan 10 % t/m 25 % 190 190
P 172 o – meer dan 25 % t/m 50 % 280 280
P 172 p – meer dan 50 % t/m 75 % 420 420
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de getrokken massa of de som van de aslasten van de aanhangwagen of het samenstel van dolly en oplegger van het niet in Nederland geregistreerde voertuig meer bedraagt dan in één van de in artikel 5.18.17g lid 2 RV voor dat voertuig van toepassing zijnde waarden, een overschrijding met 5.18.17g lid 2 RV
P 173 a – meer dan 10 % t/m 25 % 190 190
P 173 b – meer dan 25 % t/m 50 % 280 280
P 173 c – meer dan 50 % t/m 75 % 420 420
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de toegestane maximumlast van enige as, de last onder de koppeling, de toegestane maximummassa of de som van de aslasten meer bedraagt dan de toegestane maximummassa, een overschrijding met 5.18.17h lid 1 RV
P 173 e – meer dan 10 % t/m 25 % 190
P 173 f – meer dan 25 % t/m 50 % 280
P 173 g – meer dan 50 % t/m 75 % 420
P 174 als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl meer passagiers worden vervoerd dan op de kentekencard, het kentekenbewijs of in het kentekenregister, dan wel op de plaat als bedoeld in art. 5.3a.1 RV is vermeld of indien dit niet is vermeld het aantal passagiers meer bedraagt dan de toegestane maximummassa verminderd met de massa in rijklare toestand gedeeld door 68 kg 5.18.17h lid 2 RV 500
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de totale massa of de som van de aslasten van de aanhangwagen meer bedraagt dan de maximummassa die volgt uit het op de koppeling van het trekkend voertuig (toegestane massa max. 3500 kg) aangebrachte identificatiekenmerk of goedkeuringsmerk, of indien zo’n merk niet aanwezig is, de massa meer bedraagt dan 750 kg en meer dan de ledige massa van het trekkend motorvoertuig en meer dan de massa in rijklare toestand van het trekkend motorrijtuig, een overschrijding met 5.18.18 RV
P 180 e – meer dan 10 % t/m 25 %
P 180 f – meer dan 25 % t/m 50 %
P 180 g – meer dan 50 % t/m 75 %
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl
P 181 a de last onder de bestuurde as(sen) van een motorvoertuig (in beladen toestand) minder bedraagt dan 1/5 deel van de massa van het voertuig in beladen toestand 5.18.24 RV 320 320 320 320 320
P 181 b de last onder de bestuurde as(sen) van een gelede bus minder bedraagt dan 1/5 deel van de massa van het voorste deel van het motorrijtuig in beladen toestand 5.18.18 lid 2 RV 320
P 181 c de last onder de bestuurde as(sen), niet zijnde zelfsturende assen, van autonome aanhangwagens in beladen toestand (of samenstellen van dolly en oplegger in beladen toestand), minder bedraagt dan 1/5 deel van de massa van de aanhangwagen in beladen toestand (of het samenstel van dolly en oplegger in beladen toestand) 5.18.18 en 5.18.24 RV
P 181 d de last onder de koppeling van opleggers in beladen toestand minder bedraagt dan 1/5 deel van de massa van de oplegger in beladen toestand 5.18.18 lid 4 RV
P 190 b de totale massa van de aanhangwagen meer bedraagt dan de helft van de ledige massa van het trekkende voertuig 5.18.19 en 5.18.27 RV
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de totale massa van a. de aanhangwagen met een bedrijfsrem of; b. de som van de aslasten van de autonome aanhangwagen met een bedrijfsrem of; c. de som van de aslasten of de aslast in combinatie met een positieve koppelingsdruk van de middenasaanhangwagen met een bedrijfsrem; achter een personenauto meer bedraagt dan de laagste van in artikel 5.18.18a lid 1 RV vermelde waarden dan wel de massa meer bedraagt dan 3500 kg, een overschrijding met 5.18.18a lid 1 RV
P 185 a – meer dan 10 % t/m 25 %
P 185 b – meer dan 25 % t/m 50 %
P 185 c – meer dan 50 % t/m 75 %
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de totale massa van a. de aanhangwagen zonder een bedrijfsrem of; b. de som van de aslasten van de autonome aanhangwagen zonder een bedrijfsrem of; c. de som van de aslasten of de aslast in combinatie met een positieve koppelingsdruk van de middenasaanhangwagen zonder een bedrijfsrem; achter een personenauto meer bedraagt dan de laagste van in artikel 5.18.18a lid 2 RV vermelde waarden dan wel meer bedraagt dan 750 kg, een overschrijding met 5.18.18a lid 2 RV
P 186 a – meer dan 10 % t/m 25 %
P 186 b – meer dan 25 % t/m 50 %
P 186 c – meer dan 50 % t/m 75 %
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de op de constructieplaat vermelde technisch toegestane maximummassa van het voertuig wordt overschreden of de som van de aslasten van het voertuig in beladen toestand meer bedraagt dan de vermelde technisch toegestane maximummassa van het voertuig of het draagvermogen van de gemonteerde banden wordt overschreden (particulier gebruik), een overschrijding met 5.18.25 lid 1 en 5.18.25b lid 1 en 2 RV
P 250 aa – meer dan 10 % t/m 25 % 190
P 250 ab – meer dan 25 % t/m 50 % 280
P 250 ac – meer dan 50 % t/m 75 % 420
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de toegestane maximummassa of de som van de aslasten van het voertuig of samenstel in beladen toestand meer bedraagt dan: a. 50.000 kg; b. de technisch toegestane maximummassa van het voertuig of samenstel; c. 18.000 kg voor een twee-assige land- of bosbouwtrekker, of; d. 24.000 kg voor een drie-assige land- of bosbouwtrekker; (particulier gebruik), een overschrijding met 5.18.25 lid 2 en 3 en 5.18.25a RV
P 251 aa – meer dan 10 % t/m 25 % 190
P 251 ab – meer dan 25 % t/m 50 % 280
P 251 ac – meer dan 50 % t/m 75% 420
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl bij de middenasaanhangwagen of oplegger de som van de aslasten van het voertuig in beladen toestand vermeerderd met de last onder de koppeling van het voertuig in beladen toestand, meer bedraagt dan de technisch toegestane maximummassa en/of het draagvermogen van de gemonteerde banden (particulier gebruik), een overschrijding met 5.18.25b lid 2 RV
P 252 aa – meer dan 10 % t/m 25 %
P 252 ab – meer dan 25 % t/m 50 %
P 252 ac – meer dan 50 % t/m 75 %
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de toegestane maximummassa niet op de voorgeschreven wijze kan worden vastgesteld en de daardoor voor deze aanhangwagen of verwisselbaar getrokken uitrustingsstuk geldende toegestane maximum wiellast van 5.000 kg wordt overschreden, een overschrijding met 5.18.25b lid 3 RV
P 253 aa – meer dan 10 % t/m 25 %
P 253 ab – meer dan 25 % t/m 50 %
P 253 ac – meer dan 50 % t/m 75 %
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de (op de constructieplaat vermelde) technische toegestane maximumlast onder de as of het asstel wordt overschreden (of het draagvermogen van de gemonteerde banden) wordt overschreden (particulier gebruik), een overschrijding met 5.18.25c lid 1 en 5.18.25d lid 1 en 2 RV
P 254 aa – meer dan 10 % t/m 25 % 190
P 254 ab – meer dan 25 % t/m 50 % 280
P 254 ac – meer dan 50 % t/m 75 % 420
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de toegestane maximumlast onder de as meer bedraagt dan: a. 10.000 kg voor een niet-aangedreven as of 11.500 kg voor een aangedreven as of; b. de toegestane maximumlast onder de as van een motorrijtuig met beperkte snelheid meer bedraagt dan 12.000 kg of; c. de toegestane maximumlast van de landbouw- of bosbouwaanhangwagens of het verwisselbare getrokken uitrustingsstuk onder een pendelas meer bedraagt dan 13.000 kg of de last onder één of beide assen meer bedraagt dan 6.500 kg; (particulier gebruik), een overschrijding met 5.18.25c lid 2, 3 en 4 RV
P 255 aa – meer dan 10 % t/m 25 % 190
P 255 ab – meer dan 25 % t/m 50 % 280
P 255 ac – meer dan 50 % t/m 75 % 420
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de som van de aslasten van de aangekoppelde middenasaanhangwagen met een toegestane maximummassa van meer dan 12.000 kg meer bedraagt dan 1,5 maal de som van aslasten van het trekkend motorvoertuig, een overschrijding met 5.18.31 RV
P 310 a – meer dan 10 % t/m 25 %
P 310 b – meer dan 25 % t/m 50 %
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl
P 310 e de koppelingsdruk van de middenasaanhangwagen met een massa van niet meer dan 750 kg meer bedraagt dan 50 kg dan wel niet neerwaarts is gericht 5.18.31 RV
P 310 f de koppelingsdruk van de middenasaanhangwagen met een toegestane massa van meer dan 750 kg of de aanhangwagen met stijve dissel minder bedraagt dan 1% van de toegestane maximummassa van dat voertuig (de koppelingsdruk behoeft niet meer dan 50 kg te bedragen) 5.18.31 RV
2 – Ophanging 2 – Ophanging 2 – Ophanging 2 – Ophanging 2 – Ophanging 2 – Ophanging 2 – Ophanging
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl
P 320 de banden op één as niet dezelfde maataanduiding hebben vanwege het gebruik van een nood- of reservewiel en de rijsnelheid en het rijgedrag niet zijn aangepast aan de door de fabrikant voor dat nood- of reservewiel vastgestelde voorschriften 5.18.32 RV 320 320 320 320
P 321 de banden van het motorvoertuig voorzien zijn van sneeuwkettingen die bestaan uit metalen elementen 5.18.32a RV 320 320 320 320
3 – Reminrichting 3 – Reminrichting 3 – Reminrichting 3 – Reminrichting 3 – Reminrichting 3 – Reminrichting 3 – Reminrichting
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl
P 330 a de aanhangwagen, niet is voorzien van een reminrichting, terwijl de totale massa hoger is dan de helft van de massa in rijklare toestand van het trekkend voertuig 5.18.33 RV
P 340 a de aanwezige reminrichting van de aanhangwagen niet in werking treedt bij het bedienen van de bedrijfsrem van het trekkend voertuig 5.18.34 lid 1 RV
P 340 b de losbreekreminrichting niet op de vereiste wijze met een vast deel van het trekkend voertuig of inrichting aan de trekhaak is verbonden 5.18.34 lid 2 RV
P 340 c zonder dat de aanhangwagen en het trekkend voertuig, terwijl deze zijn uitgerust met een ABS- of EBS-systeem, via de ISO 7638 stekkers met elkaar zijn verbonden 5.18.34 lid 3 RV 320
P 340 d het samenstel van voertuigen bestaande uit een bedrijfsauto en dolly met oplegger niet alle zijn voorzien van een EBS-remsysteem 5.18.34 lid 4 RV 320
P 340 e de dolly van een samenstel van voertuigen bestaande uit een bedrijfsauto en dolly met oplegger is voorzien van een voertuigstabiliteitssysteem maar beschikt niet tevens over een voorziening die de remmen van de getrokken oplegger automatisch activeert zodra het voertuigstabiliteitssysteem van de dolly ingrijpt 5.18.34 lid 5 RV 320
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl niet wordt voldaan aan de minimale remvertraging van de bedrijfsrem van het samenstel, de vermindering bedraagt 5.18.35 lid 1 RV
P 350 a – 0 t/m 0,5 m/s² 320 320 320
P 350 b – 0,51 t/m 1,0 m/s² 480 480 480
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl niet wordt voldaan aan de minimale remvertraging van de bedrijfsrem van het samenstel, de vermindering bedraagt 5.18.35 lid 1 RV
P 350 f – 0 t/m 0,5 m/s² 500 500
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de remvertraging van het samenstel niet voldoet aan die van het trekkend voertuig, de vermindering bedraagt 5.18.35 lid 2 RV
P 351 a – 0 t/m 0,5 m/s² 320
P 351 b – 0,51 t/m 1,0 m/s² 480
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl
P 352 het dubbel uitgevoerde rempedaal niet is gekoppeld 5.18.35a RV 190
P 360 de parkeerrem het samenstel op een helling van 10% niet in stilstand kan houden 5.18.36 RV 130 130 130 130 130
4 – Verlichting, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen 4 – Verlichting, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen 4 – Verlichting, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen 4 – Verlichting, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen 4 – Verlichting, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen 4 – Verlichting, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen 4 – Verlichting, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl
P 370 een aanhangwagen wordt voortbewogen zonder dat iedere zijkant van het trekkend voertuig is voorzien van een zijrichtingaanwijzer 5.18.37 RV 130 130 130 130
P 380 de verlichtingsinstallatie van de aanhangwagen niet zodanig functioneert, dat de functies van de verlichting en de lichtsignalen overeenkomen met die van het trekkend voertuig 5.18.38 lid 1 RV
P 382 de verlichtingsinstallatie van het verwisselbare gedragen uitrustingsstuk of de lastdrager niet zodanig functioneert dat de functies van verlichting en lichtsignalen op het verwisselbare gedragen uitrustingsstuk of de lastdrager overeenstemmen met die van het voertuig 5.18.38 lid 2 RV 190 190 190
5 – Verbinding tussen voertuigen 5 – Verbinding tussen voertuigen 5 – Verbinding tussen voertuigen 5 – Verbinding tussen voertuigen 5 – Verbinding tussen voertuigen 5 – Verbinding tussen voertuigen 5 – Verbinding tussen voertuigen
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl
P 540 de aanhangwagen of het verwisselbare getrokken uitrustingsstuk niet middels een deugdelijke koppeling zodanig met het trekkend voertuig is verbonden dat zijdelings uitwijken van de aanhangwagen of het verwisselbare getrokken uitrustingsstuk zoveel mogelijk wordt voorkomen 5.18.54 lid 1 RV
P 541 de aanhangwagen of het verwisselbare getrokken uitrustingsstuk niet middels een enkele, passende en geschikte koppeling die niet kan lostrillen geborgd is 5.18.54 lid 1 RV
P 550 het bewegen van de aanhangwagen ten opzichte van het trekkend voertuig in een uiterste stand tot 90 graden wordt begrensd door delen van de reminrichting, de elektrische installatie, de koppeling of, indien aanwezig, de hulpkoppeling of besturingsonderdelen 5.18.55 RV
P 560 a het trekoog of de kogelkoppeling van de gekoppelde aanhangwagen niet nagenoeg horizontaal ligt op een horizontaal wegdek 5.18.56 lid 1 RV
P 560 c geen hoekverdraaiing van de opleggerschotel naar boven en naar beneden mogelijk is indien het samenstel van opleggertrekker en oplegger of het samenstel van dolly en oplegger zich op een horizontaal wegdek bevindt 5.18.56 lid 3 RV 130
P 570 de hulpkoppeling niet op de vereiste wijze met een vast deel van het trekkend voertuig of inrichting aan de trekinrichting is verbonden 5.18.57 RV
P 590 de gekoppelde aanhangwagen niet goed is verbonden 5.18.59 RV
6 – Diversen 6 – Diversen 6 – Diversen 6 – Diversen 6 – Diversen 6 – Diversen 6 – Diversen
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl
P 600 de drie- of meerwielige bromfiets met carrosserie aan de achterzijde niet voorzien is van het vereiste ronde bord of vlak met de aanduiding 45 5.18.60 lid 1 RV 90
P 601 de afsleepas niet voldoet aan de in artikel 5.18.62, lid 1 en 2, gestelde eisen 5.18.62 lid 1 en 2 RV
P 602 aan de achterzijde van het door de afsleepas gesleepte voertuig geen lichtbalk is geplaatst die is aangesloten op de verlichting van het trekkende voertuig met ten minste twee rode achterlichten, twee rode remlichten, twee rode retroreflectoren en twee ambergele richtingaanwijzers 5.18.62 lid 3 RV

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)