Wet van 28 september 1989, houdende nieuwe bepalingen inzake het kiesrecht en de verkiezingen
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is nieuwe bepalingen inzake het kiesrecht en de verkiezingen van de leden van de Tweede Kamer en de Eerste Kamer der Staten-Generaal, alsmede van de leden van provinciale staten en de gemeenteraden, vast te stellen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Afdeling I. Algemene bepalingen
Hoofdstuk A. Inleidende bepalingen
Artikel A 1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- algemeen bestuur: vertegenwoordigend orgaan van een waterschap voor zover het leden betreft van de categorie, bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdeel a, van de Waterschapswet;
- dagelijks bestuur: dagelijks bestuur van een waterschap.
Artikel A 2
Er is een Kiesraad, gevestigd te 's-Gravenhage.
Afdeling II. De verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, van provinciale staten en van de gemeenteraden
Hoofdstuk B. Het kiesrecht
Artikel B 1
De leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal worden gekozen door degenen die op de dag van de kandidaatstelling Nederlander zijn en op de dag van de stemming de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt, met uitzondering van degenen die op de dag van de kandidaatstelling hun werkelijke woonplaats hebben in Aruba, Curaçao of Sint Maarten.
Deze uitzondering geldt niet voor:
- a. de Nederlander die gedurende ten minste tien jaren ingezetene van Nederland is geweest;
- b. de Nederlander die in Nederlandse openbare dienst in Aruba, Curaçao of Sint Maarten werkzaam is, alsmede zijn Nederlandse echtgenoot, geregistreerde partner of levensgezel en kinderen, voor zover dezen met hem een gemeenschappelijke huishouding voeren.
Artikel B 2
De leden van provinciale staten worden gekozen door degenen die op de dag van de kandidaatstelling ingezetenen zijn van de provincie, mits zij Nederlander zijn en op de dag van de stemming de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt.
Artikel B 3
De leden van de gemeenteraden worden gekozen door degenen die op de dag van de kandidaatstelling ingezetenen zijn van de gemeente en op de dag van de stemming de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt.
Zij die geen onderdaan van een lidstaat van de Europese Unie zijn, dienen om kiesgerechtigd te zijn op de dag van de kandidaatstelling tevens te voldoen aan de vereisten dat:
- a. zij rechtmatig in Nederland verblijven op grond van artikel 8, onder a, b, c, d, e of l, van de Vreemdelingenwet 2000 of op grond van een verdrag tussen een internationale organisatie en de Staat der Nederlanden inzake de zetel van deze organisatie in Nederland, en
- b. zij onmiddellijk voorafgaand aan de dag van de kandidaatstelling gedurende een onafgebroken periode van ten minste vijf jaren ingezetene van Nederland waren en beschikten over een verblijfsrecht als bedoeld onder a, dan wel op grond van artikel 3 of artikel 6 van de Wet toelating en uitzetting BES.
Niet kiesgerechtigd zijn zij die geen Nederlander zijn en, als door andere staten uitgezonden leden van diplomatieke of consulaire vertegenwoordigingen, in Nederland werkzaam zijn, alsmede hun niet-Nederlandse echtgenoten, geregistreerde partners of levensgezellen en kinderen, voor zover dezen met hen een gemeenschappelijke huishouding voeren.
Artikel B 4
Onder ingezetenen van Nederland, van de provincie, van het waterschap en van de gemeente verstaat deze wet hen die onderscheidenlijk in Nederland, in de provincie, in het waterschap en in de gemeente werkelijke woonplaats hebben.
Zij die als ingezetene met een adres in een gemeente zijn ingeschreven in de basisregistratie personen, worden voor de toepassing van deze wet, behoudens bewijs van het tegendeel, geacht werkelijke woonplaats te hebben in die gemeente.
Zij die als ingezetene met een adres zijn ingeschreven in de basisregistratie personen, worden voor de toepassing van deze wet, behoudens bewijs van het tegendeel, geacht werkelijke woonplaats te hebben in het waterschap waaronder dat adres valt.
Artikel B 5
Van het kiesrecht zijn uitgesloten zij die bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak van het kiesrecht zijn ontzet. De uitsluiting wordt beoordeeld naar de toestand op de dag van de kandidaatstelling.
Onze Minister van Justitie en Veiligheid draagt zorg, dat van elke onherroepelijke rechterlijke uitspraak als bedoeld in het eerste lid zo spoedig mogelijk mededeling wordt gedaan. Indien de betrokkene als ingezetene is ingeschreven in de basisregistratie personen wordt mededeling gedaan aan de burgemeester van de gemeente waar betrokkene volgens de basisregistratie zijn adres heeft. In andere gevallen wordt mededeling gedaan aan de burgemeester van de gemeente ’s-Gravenhage. In de mededeling worden naam, voorletters of voornamen, adres en geboortedatum van de betrokkene alsmede de duur van de uitsluiting vermeld.
De burgemeester respectievelijk de burgemeester van 's-Gravenhage stelt de persoon na ontvangst van de mededeling in kennis van zijn uitsluiting en de duur daarvan.
Artikel B 6
Kiesgerechtigde personen aan wie op de dag van de stemming rechtmatig hun vrijheid is ontnomen, oefenen hun kiesrecht uit door bij volmacht te stemmen.
Deze beperking geldt niet:
- a. voor hen die op de dag van de stemming een zodanige feitelijke bewegingsvrijheid genieten dat zij in persoon aan de stemming kunnen deelnemen;
- b. voor hen die op grond van het regime van de inrichting waarin zij verblijven aanspraak hebben op periodiek verlof.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld betreffende het stemmen bij volmacht door de in het eerste lid bedoelde personen.
Hoofdstuk C. De zittingsduur van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, van provinciale staten en van de gemeenteraden
Artikel C 1
De leden van de Tweede Kamer worden gekozen voor vier jaren.
Zij treden tegelijk af op de woensdag op een door de Voorzitter van de Tweede Kamer te bepalen tijdstip in de periode van 29 maart tot en met 4 april.
Artikel C 2
De leden van de Tweede Kamer, gekozen na ontbinding van de kamer, treden tegelijk af op een door de Voorzitter van de Tweede Kamer te bepalen tijdstip op de eerstvolgende woensdag in de in artikel C 1, tweede lid, bedoelde periode nadat vier jaren zijn verstreken sedert de zitting van het centraal stembureau waarin de uitslag van de verkiezing is bekendgemaakt.
Indien deze vier jaren eindigen in een periode, aanvangend met het in artikel C 1, tweede lid, bedoelde tijdstip en op een door de Voorzitter van de Tweede Kamer te bepalen tijdstip eindigend op de woensdag in de periode van 25 tot en met 31 mei, treden zij af met ingang van de eerstvolgende woensdag in de in dat lid bedoelde periode nadat drie jaren zijn verstreken sedert de zitting van het centraal stembureau.
Artikel C 3
Indien het in artikel C 1, tweede lid, of in artikel C 2 bepaalde tijdstip valt in een jaar waarin de verkiezingen van de leden van provinciale staten onderscheidenlijk de gemeenteraad worden gehouden, treden de leden van de Tweede Kamer tegelijk af op een door de Voorzitter van de Tweede Kamer te bepalen tijdstip op de woensdag in de periode van 25 tot en met 31 mei.
De leden van de Tweede Kamer die zijn gekozen ter vervulling van de plaatsen van leden die op het in het eerste lid genoemde tijdstip zijn afgetreden, treden, tenzij zich opnieuw het geval als bedoeld in het eerste lid voordoet, tegelijk af op een door de Voorzitter van de Tweede Kamer te bepalen tijdstip op de eerstvolgende woensdag in de in artikel C 1, tweede lid, bedoelde periode nadat drie jaren zijn verstreken sedert de zitting van het centraal stembureau waarin de uitslag van de verkiezing is bekendgemaakt.
Artikel C 4
De leden van provinciale staten, de algemene besturen, onderscheidenlijk gemeenteraden worden gekozen voor vier jaren.
Zij treden tegelijk af met ingang van de woensdag in de periode van 29 maart tot en met 4 april.
Artikel C 5
Degene die ter vervulling van een opengevallen plaats tot lid is benoemd, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, zou hebben moeten aftreden.
Hoofdstuk D. De registratie van de kiesgerechtigdheid
Artikel D 1
Burgemeester en wethouders registreren de kiesgerechtigdheid van de ingezetenen van de gemeente.
Artikel D 3
Registratie van een persoon als bedoeld in artikel D 2 gebeurt op aanvraag, onverminderd artikel D 6, tweede en derde lid. Een aanvraag van een persoon die de leeftijd van zeventien jaar heeft, wordt in behandeling genomen ten behoeve van een registratie met ingang van de vierenveertigste dag voor het bereiken van de achttienjarige leeftijd.
Een aanvraag dient uiterlijk op de tweeënveertigste dag voor de dag van de stemming te zijn ontvangen. De aanvragen die zijn ontvangen na die dag worden voor de daaropvolgende verkiezing in behandeling genomen.
In afwijking van het tweede lid, eerste zin, dient een aanvraag om een registratie te wijzigen uiterlijk op de drieënzestigste dag voor de dag van de stemming te zijn ontvangen.
Voor het indienen van een aanvraag wordt een formulier gebruikt. Bij ministeriële regeling wordt voor de formulieren een model vastgesteld.
Artikel D 3a
Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties registreert voor elke verkiezing van de Tweede Kamer de kiesgerechtigdheid van personen, bedoeld in artikel B 1, tweede lid, indien zij daartoe een schriftelijk verzoek hebben ingediend.
De persoon, bedoeld in artikel B 1, tweede lid, onder a, dient het verzoekschrift in bij de vertegenwoordiger van Nederland in het land waar hij op de dag van kandidaatstelling zijn werkelijke woonplaats heeft.
De persoon, bedoeld in artikel B 1, tweede lid, onder b, die niet gedurende ten minste tien jaren zijn werkelijke woonplaats in Nederland heeft gehad, dient het verzoek in bij Onze Minister onder wiens ministerie de werkzaamheden van de betrokken functionaris ressorteren. Deze zendt het verzoekschrift zo spoedig mogelijk door naar de vertegenwoordiger van Nederland in het land waar de functionaris op de dag van kandidaatstelling zijn werkelijke woonplaats heeft.
Artikel D 4
Bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld uit welke gegevens en bescheiden een registratie als bedoeld in artikel D 2 bestaat.
Artikel D 5
Burgemeester en wethouders respectievelijk burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage delen een persoon op zijn verzoek onverwijld mee of hij als kiezer is geregistreerd. Indien hij niet als kiezer is geregistreerd, worden hem uiterlijk op een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen moment de redenen daarvan meegedeeld.
Artikel D 6
In aanvulling op artikel 16 van de Algemene verordening gegevensbescherming kan een registratie worden gewijzigd:
- a. wat betreft een registratie als bedoeld in artikel D 1, indien de persoon niet als kiezer is geregistreerd, op aanvraag; en
- b. wat betreft een registratie als bedoeld in artikel D 2, voor zover niet op aanvraag, ambtshalve overeenkomstig het tweede en derde lid.
Burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage verwerken in de registratie gegevens van een persoon die voortvloeien uit een wijziging van zijn gegevens in de basisregistratie personen.
Burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage verwijderen een persoon uit de registratie indien aan hen omstandigheden bekend worden op grond waarvan de persoon niet als kiezer behoort te zijn geregistreerd.
Artikel D 7
Op een aanvraag als bedoeld in dit hoofdstuk of ter uitoefening van het recht op rectificatie, bedoeld in artikel 16 van de Algemene verordening gegevensbescherming, ten aanzien van een registratie als bedoeld in artikel D 1 of D 2, wordt uiterlijk op een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen moment beslist.
Ambtshalve wijzigingen als bedoeld in artikel D 6 worden gelijkgesteld met een beschikking.
Artikel D 8
Titel 8.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op beschikkingen als bedoeld in dit hoofdstuk.
In afwijking van artikel 8:41, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht bedraagt de termijn binnen welke de bijschrijving of storting van het verschuldigde bedrag dient plaats te vinden, twee weken. De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kan een kortere termijn stellen.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.