Wet van 28 september 1989, houdende nieuwe bepalingen inzake het kiesrecht en de verkiezingen

Type Wet
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 461
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
1.

De artikelen P 1b tot en met P 1d, eerste, derde en vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op het proces-verbaal van een hoofdstembureau en een digitaal bestand als bedoeld in artikel O 10, tweede lid.

2.

Indien het centraal stembureau naar aanleiding van de controle, bedoeld in artikel P 1d, een vermoeden heeft dat een hoofdstembureau een of meer fouten heeft gemaakt bij de vaststelling van de uitkomst van de stemming, zijn de artikelen P 1f en P 1g van overeenkomstige toepassing.

Artikel P 1i
1.

De artikelen P 1b, P 1d en P 1e, eerste, tweede, zesde en zevende lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de processen-verbaal van briefstembureaus, met dien verstande dat ten aanzien van de briefstembureaus in Aruba, Curaçao en Sint Maarten de aan de burgemeester opgedragen taken worden verricht door de vertegenwoordiger van Nederland in het betreffende land.

2.

Een nieuwe opneming van stembescheiden vindt plaats met inachtneming van hetgeen bij of krachtens de wet is bepaald ten aanzien van het briefstembureau, met dien verstande dat artikel Na 14 van overeenkomstige toepassing is.

3.

De artikelen P 1f en P 1g zijn van toepassing, met dien verstande dat voor de toepassing in die bepaling wordt gelezen in plaats van:

  • a. «gemeentelijk stembureau»: briefstembureau;
  • b. «hoofdstembureau»: nationaal briefstembureau;
Artikel P 1j
1.

De artikelen P 1b tot en met P 1d, eerste, derde en vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op het proces-verbaal van het nationaal briefstembureau en het digitale bestand, bedoeld in artikel O 21, derde lid.

2.

Indien het centraal stembureau naar aanleiding van de controle, bedoeld in artikel P 1d, het vermoeden heeft dat het nationaal briefstembureau een of meer fouten heeft gemaakt bij de vaststelling van de uitkomst van de stemming, is artikel P 1i, vierde lid, van overeenkomstige toepassing.

§ 3. De toewijzing van de zetels aan de kandidaten

Artikel Pa 1

De leden van het kiescollege worden, voor zover dit hoofdstuk niet anders bepaalt, gekozen met overeenkomstige toepassing van de bij of krachtens deze afdeling gestelde bepalingen inzake de verkiezing van de leden van provinciale staten van een provincie die één kieskring vormt.

Artikel Pa 2
1.

De leden van het kiescollege worden gekozen door degenen die Nederlander zijn, op de dag van de stemming de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt en op de dag van kandidaatstelling geen ingezetenen van Nederland zijn, met uitzondering van degenen die op de dag van de kandidaatstelling hun werkelijke woonplaats hebben in Aruba, Curaçao of Sint Maarten.

2.

Deze uitzondering geldt niet voor:

  • a. de Nederlander die gedurende ten minste tien jaren ingezetene van Nederland is geweest;
  • b. de Nederlander die in Nederlandse openbare dienst in Aruba, Curaçao of Sint Maarten werkzaam is, alsmede zijn Nederlandse echtgenoot, geregistreerde partner of levensgezel en kinderen, voor zover dezen met hem een gemeenschappelijke huishouding voeren.
Artikel Pa 3

Het bij en krachtens hoofdstuk D bepaalde is van overeenkomstige toepassing op de verkiezing van het kiescollege, met dien verstande dat in artikel D 2 in plaats van «aan wie kiesrecht toekomt op grond van artikel B 1» wordt gelezen: aan wie kiesrecht toekomt op grond van artikel Pa 2.

Artikel Pa 4

Voor de verkiezing van de leden van het kiescollege vormt het gebied buiten Nederland één kieskring: kieskring buitenland.

Artikel Pa 5
1.

Voor de verkiezing van de leden van het kiescollege stellen burgemeester en wethouders geen stembureaus in als bedoeld in artikel E 3, eerste lid, en geen gemeentelijk stembureau als bedoeld in artikel E 6, eerste lid.

2.

Voor de verkiezing van de leden van het kiescollege wordt een briefstembureau ingesteld als bedoeld in artikel E 5, eerste lid.

3.

De artikelen E 5, vierde lid, en E 5a zijn van overeenkomstige toepassing op het briefstembureau bedoeld in het tweede lid, met dien verstande dat in plaats van artikel E 5a, eerste lid, wordt gelezen: Burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage benoemen tijdig voor de verkiezing van de leden van het kiescollege de leden van het briefstembureau en een voldoend aantal plaatsvervangende leden.

Artikel Pa 6

Het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van provinciale staten van de provincie Zuid-Holland fungeert tevens als het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van het kiescollege.

Artikel Pa 7

Het centraal stembureau doet van de beslissing, bedoeld in artikel G 2, vijfde lid, en het schrappen van de aanduiding in het register, bedoeld in artikel G 2, zevende lid, mededeling in de Staatscourant.

Artikel Pa 8
1.

Het bepaalde bij of krachtens artikel G 1a over het registreren van logo’s is van overeenkomstige toepassing op de verkiezing van de leden van het kiescollege, met dien verstande dat in plaats van het eerste lid, eerste volzin, wordt gelezen: Een politieke groepering waarvan het logo niet reeds bij het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer is geregistreerd, kan aan het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van het kiescollege schriftelijk verzoeken haar logo bij te schrijven in het register, bedoeld in artikel Pa 1 in samenhang met G 2 van de Kieswet.

2.

Een geregistreerd logo voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer, waarvan mededeling is gedaan in de Staatscourant, geldt tevens voor de verkiezing van de leden van het kiescollege.

Artikel Pa 9

In aanvulling op artikel H 3, eerste lid, en artikel I 5, aanhef en onderdeel e, kan de inlevering van de kandidatenlijst geschieden door een kiezer die kiesgerechtigd is voor de verkiezing van de leden van provinciale staten.

Artikel Pa 10

Het minimumaantal over te leggen verklaringen van ondersteuning, bedoeld in artikel H 4, eerste lid, bedraagt voor de verkiezing van de leden van het kiescollege: 10.

Artikel Pa 11
1.

In afwijking van artikel H 4, derde lid, legt een kiezer een verklaring van ondersteuning af in een digitale omgeving, ten overstaan van de burgemeester van ’s-Gravenhage of een door deze daartoe aangewezen ambtenaar van de gemeente. In de digitale omgeving maakt de kiezer door middel van een wilsuitdrukking kenbaar hoe de verklaring ingevuld dient te worden en dat de burgemeester of ambtenaar de ondersteuningsverklaring namens hem mag invullen. De burgemeester of ambtenaar verklaart dat de ondersteuningsverklaring overeenstemt met de wilsuitdrukking van de kiezer door de verklaring te ondertekenen. Bij ministeriële regeling wordt voor het formulier voor de verklaring een model vastgesteld.

2.

De kiezer identificeert zich door een kopie van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht in de digitale omgeving te tonen.

3.

In afwijking van artikel H 4, vierde lid, tweede volzin, gaat de burgemeester of ambtenaar onverwijld na of de in de digitale omgeving aanwezige persoon geregistreerd is voor de verkiezing van het kiescollege en tekent dit op de verklaring aan.

4.

Het afleggen van de ondersteuningsverklaring vindt slechts doorgang voor zover:

  • a. de kiezer en de burgemeester of ambtenaar elkaar via het audiovisuele communicatiemiddel kunnen zien en verstaan; en
  • b. het invullen en ondertekenen van de verklaring van ondersteuning door de burgemeester of ambtenaar zichtbaar is voor de kiezer.
5.

Onmiddellijk na het afleggen van de verklaring van ondersteuning wordt een kopie van de verklaring langs elektronische weg aan de kiezer toegestuurd. De kiezer en de burgemeester blijven aanwezig in de digitale omgeving totdat de kiezer de kopie van de verklaring ontvangt en kenbaar maakt of de verklaring op de juiste wijze namens hem is ingevuld en ondertekend. Indien dat niet het geval is, kan de kiezer verzoeken om een nieuwe verklaring af te leggen. De nieuwe verklaring treedt in de plaats van de eerste verklaring.

Artikel Pa 12

In artikel H 7, derde lid, wordt gelezen: Indien voor de verkiezing van de leden van het kiescollege op een lijst de naam voorkomt van een kandidaat die ingezetene is van Nederland, dient bij de lijst te worden overgelegd een door die kandidaat ondertekende verklaring, waaruit blijkt, dat hij voornemens is of dat hij bij benoeming bereid is zich te vestigen buiten Nederland.

Artikel Pa 13
1.

In afwijking van artikel H 10, eerste lid, eerste volzin, kan een kandidaat ervoor kiezen om in zijn verklaring van instemming geen gemachtigde aan te wijzen.

2.

Indien een kandidaat geen gemachtigde aanwijst, tekent hij op de verklaring van instemming, bedoeld in artikel H 9, eerste lid, aan dat hij ermee instemt de kennisgeving van zijn benoeming te ontvangen via een elektronisch systeem voor gegevensverwerking waarin de geadresseerde toegang heeft tot het bericht via een publiek uitgegeven authenticatiemiddel.

Artikel Pa 14

Voor elke kandidatenlijst die wordt ingeleverd voor de verkiezing van de leden van het kiescollege wordt aan de gemeente ‘s-Gravenhage een waarborgsom betaald van € 225.

Artikel Pa 15

Het centraal stembureau gaat na afloop van de zittingen, bedoeld in artikel I 1, eerste lid, respectievelijk artikel I 4, voor de verkiezing van de leden van provinciale staten van Zuid-Holland over tot het houden van deze zittingen voor de verkiezing van de leden van het kiescollege. Het tijdstip van de zitting bedoeld in artikel I 4 wordt tijdig op een algemeen toegankelijke wijze elektronisch openbaar gemaakt. Bij algemene maatregel van bestuur wordt de bekendmaking van het tijdstip en de digitale locatie van de zitting geregeld.

Artikel Pa 16
1.

Bij de zitting bedoeld in artikel I 4 kunnen geïnteresseerden, anders dan fysiek aanwezigen, aanwezig zijn door deze bij te wonen in een digitale omgeving. Daarnaast dienen geïnteresseerden de zitting op afstand te kunnen volgen door middel van een live-verbinding.

2.

Een zitting bedoeld in het eerste lid vindt slechts doorgang voor zover:

  • a. de leden zichtbaar en hoorbaar herkenbaar zijn op een zodanige wijze dat hun identiteit kan worden vastgesteld;
  • b. de andere deelnemers zichtbaar en hoorbaar kunnen zijn voor zover de voorzitter hun het woord verleent; en
  • c. de voorzitter in staat is de orde te handhaven.
3.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de digitale omgeving, de live-verbinding en de wijze waarop geïnteresseerden via de digitale omgeving bezwaren kunnen inbrengen.

Artikel Pa 17

Voor de overeenkomstige toepassing van de artikelen I 2, eerste lid, onderdeel b, en I 6, eerste lid, onderdeel e, wordt in deze bepalingen gelezen de omstandigheid dat de kandidaat ingezetene is van Nederland en ten aanzien van wie de verklaring, bedoeld in artikel Pa 11, dat hij voornemens is zich buiten Nederland te vestigen, ontbreekt.

Artikel Pa 18

In aanvulling op artikel I 3 worden de in dat artikel bedoelde stukken met weglating van de ondertekening op een algemeen toegankelijke wijze elektronisch openbaar gemaakt.

Artikel Pa 19

De openbaarmaking van de kandidatenlijsten voor de verkiezing van het kiescollege, bedoeld in artikel I 17, eerste lid, geschiedt overeenkomstig artikel I 17, tweede lid, onderdeel a.

Artikel Pa 20

Een kiezer kan uitsluitend per brief deelnemen aan de stemming voor de verkiezing van de leden van het kiescollege. Kiezers ontvangen geen stempas en kunnen geen stem uitbrengen in een stemlokaal.

Artikel Pa 21

De mogelijkheid om te stemmen bij volmacht of met een kiezerspas, bedoeld in de hoofstukken K en L, blijft buiten toepassing.

Artikel Pa 22

Het bij of krachtens hoofdstuk M bepaalde is van overeenkomstige toepassing op de verkiezing van de leden van het kiescollege, met dien verstande dat in artikel M 1, eerste lid, wordt gelezen: Degene die als kiezer is geregistreerd als bedoeld in Pa 3 in samenhang met artikel D 2 ontvangt als bewijs dat hij mag stemmen voor de stemming een briefstembewijs.

Artikel Pa 23

In afwijking van artikel N 31, derde lid, tweede volzin, brengt de burgemeester van ’s-Gravenhage de processen-verbaal naar het centraal stembureau.

Artikel Pa 24

In artikel P 1 wordt in plaats «het proces-verbaal van een gemeentelijk stembureau dan wel een hoofdstembureau» gelezen: de processen-verbaal van het briefstembureau.

Artikel Pa 25

In afwijking van artikel P 10 worden de overblijvende zetel of zetels niet toegewezen aan een lijst indien aan een lijst meer zetels zouden moet worden toegewezen dan er kandidaten zijn.

Artikel Pa 26

Het centraal stembureau gaat na afloop van de zitting bedoeld in artikel P 20, tweede lid, voor de verkiezing van de leden van provinciale staten van Zuid-Holland over tot het houden van deze zitting voor de verkiezing van de leden van het kiescollege. Het tijdstip wordt tijdig op een algemeen toegankelijke wijze elektronisch openbaar gemaakt. Bij algemene maatregel van bestuur wordt de bekendmaking van het tijdstip en de digitale locatie van de zitting geregeld.

Artikel Pa 27
1.

Bij de zitting bedoeld in artikel P 20, tweede lid, kunnen geïnteresseerden, anders dan fysiek aanwezigen, aanwezig zijn door deze bij te wonen in een digitale omgeving. Daarnaast dienen geïnteresseerden de zitting op afstand te kunnen volgen door middel van een live-verbinding.

2.

Een zitting bedoeld in het eerste lid vindt slechts doorgang voor zover:

  • a. de leden zichtbaar en hoorbaar herkenbaar zijn op een zodanige wijze dat hun identiteit kan worden vastgesteld;
  • b. de andere deelnemers zichtbaar en hoorbaar kunnen zijn voor zover de voorzitter hun het woord verleent; en
  • c. de voorzitter in staat is de orde te handhaven.
3.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de digitale omgeving, de live-verbinding en de wijze waarop geïnteresseerden via de digitale omgeving bezwaren kunnen inbrengen.

Afdeling III. De verkiezing van de leden van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Hoofdstuk Q. Algemene bepalingen

Hoofdstuk R. De inlevering van de kandidatenlijsten

Hoofdstuk Q. Algemene bepalingen

§ 1. Het onderzoek van de kandidatenlijsten

§ 3. Slotbepaling

Hoofdstuk R. De inlevering van de kandidatenlijsten

Hoofdstuk U. De vaststelling van de verkiezingsuitslag door het centraal stembureau

§ 2. De zetelverdeling

§ 3. Slotbepaling

Hoofdstuk Ua. De verkiezing van de leden van de Eerste Kamer door de leden van het kiescollege voor Nederlanders die geen ingezetenen zijn

Artikel Ua 1
1.

De leden van de Eerste Kamer ter vertegenwoordiging van Nederlanders die geen ingezetenen zijn, worden gekozen door de leden van het kiescollege.

2.

De leden van het kiescollege komen tot het uitbrengen van hun stem in vergadering bijeen in het Europese deel van Nederland.

3.

Voor de verkiezing van de leden van de Eerste Kamer vormt het gebied buiten Nederland één kieskring: kieskring buitenland.

Artikel Ua 2

De bij of krachtens deze afdeling gestelde bepalingen betreffende de verkiezing van de leden van de Eerste Kamer zijn, voor zover deze paragraaf niet anders bepaalt, van overeenkomstige toepassing op de verkiezing van deze leden door de leden van het kiescollege, met dien verstande dat telkens in die bepalingen mede wordt gelezen in plaats van:

  • a. «provincie» of «provincies»: kieskring buitenland;
  • b. «provinciale staten» en «staten»: het kiescollege;
  • c. «statenlid»: kiescollegelid; en
  • d. «statenvergadering»: vergadering van het kiescollege.
Artikel Ua 3
1.

In aanvulling op artikel T 4, tweede lid, kan een lid van het kiescollege, indien hij verhinderd is om fysiek deel te nemen aan de stemming, zijn verzoek om bij volmacht te stemmen voor aanvang van de zitting langs elektronische weg aan de voorzitter mededelen.

2.

Bij ministeriële regeling wordt voor deze mededeling een model vastgesteld. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de mededeling langs elektronische weg.

Artikel Ua 4
1.

In afwijking van artikel U 2, eerste lid, geldt de stem van een lid van het kiescollege voor een aantal stemmen, gelijk aan het getal dat verkregen wordt door eerst het aantal geregistreerde kiezers voor de verkiezing van de leden van het kiescollege te delen door het honderdvoud van het aantal leden van het kiescollege op grond van artikel 5, eerste lid, van de Wet kiescollege niet-ingezetenen en het getal dat hieruit volgt te vermenigvuldigen met het getal dat verkregen wordt door het aantal inwoners van Nederland te delen door het aantal kiesgerechtigden voor de verkiezingen van de leden van provinciale staten en de kiescolleges voor de Eerste Kamer in Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Het quotiënt wordt daarna afgerond tot een geheel getal, naar boven, indien een breuk 1/2 of meer, en naar beneden, indien een breuk minder dan 1/2 bedraagt. Dit getal wordt de stemwaarde genoemd.

2.

Als het aantal geregistreerde kiesgerechtigden voor de verkiezing van de leden van het kiescollege geldt het aantal voor deze verkiezing geregistreerde kiezers op grond van Pa 3 in samenhang met artikel D 2 vierendertig dagen voor de dag van de stemming. Burgemeester en wethouders verschaffen deze informatie onverwijld aan het centraal stembureau.

3.

Als het inwonertal van Nederland geldt het inwonertal volgens de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers per 1 januari van het jaar waarin de verkiezing plaatsvindt.

4.

Als het aantal kiesgerechtigden voor de verkiezingen van de leden van provinciale staten en de kiescolleges voor de Eerste Kamer in Bonaire, Sint Eustatius en Saba geldt het aantal personen dat kiesgerechtigd was bij de voorgaande verkiezing van provinciale staten en voornoemde kiescolleges.

5.

Indien, in geval van ontbinding van de Eerste Kamer, het inwonertal van Nederland per 1 januari van het jaar waarin de verkiezing plaatsvindt drie weken voor de dag van de kandidaatstelling nog niet openbaar is gemaakt, geldt het inwonertal volgens de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers per de eerste dag van de vierde maand voorafgaande aan de maand waarin de kandidaatstelling plaatsvindt.

6.

Het centraal stembureau stelt de stemwaarde overeenkomstig dit artikel vast en maakt deze voor de dag van stemming openbaar door publicatie in de Staatscourant.

Afdeling IV. Het begin van en de veranderingen in het lidmaatschap van de Tweede Kamer en de Eerste Kamer der Staten-Generaal, provinciale staten, het algemeen bestuur, de gemeenteraad en het kiescollege voor Nederlanders die geen ingezetenen zijn

Hoofdstuk V. Het begin van het lidmaatschap

§ 1. Algemene bepalingen

§ 2. Bijzondere bepalingen betreffende het begin van het lidmaatschap van provinciale staten, het algemeen bestuur en de gemeenteraad

Hoofdstuk W. De opvolging

Hoofdstuk Ua. De verkiezing van de leden van de Eerste Kamer door de leden van het kiescollege voor Nederlanders die geen ingezetenen zijn

§ 3. Beëindiging van het lidmaatschap en vervanging wegens zwangerschap en bevalling of ziekte

Hoofdstuk Xa. Het begin van en de veranderingen in het lidmaatschap van het kiescollege voor Nederlanders die geen ingezetenen zijn

Artikel Xa 1

De bij of krachtens deze afdeling gestelde bepalingen betreffende het begin van en de veranderingen in het lidmaatschap van provinciale staten en betreffende de beëindiging van het lidmaatschap en tijdelijke vervanging als lid, zijn, voor zover dit hoofdstuk niet anders bepaalt, van overeenkomstige toepassing op het lidmaatschap van het kiescollege, met dien verstande dat telkens in die bepalingen in plaats van «provinciale staten» en «staten» wordt gelezen: het kiescollege.

Artikel Xa 2
1.

Indien een benoemde geen gemachtigde heeft aangewezen als bedoeld in artikel Pa 13, eerste lid, wordt de brief houdende de kennisgeving van zijn benoeming, in afwijking van artikel V 1, eerste lid, met tussenkomt van de burgemeester van ’s-Gravenhage verzonden via een elektronisch systeem voor gegevensverwerking waarin de geadresseerde toegang heeft tot het bericht via een publiek uitgegeven authenticatiemiddel.

2.

Ingeval het eerste lid van toepassing is, geldt voor de handelingen bedoeld in de artikelen V 2, eerste, vierde en vijfde lid, V 3, W 2, eerste lid onder f, en Xa 3, dat de benoemde deze verricht via het versturen van een bericht langs elektronische weg aan het kiescollege dan wel het centraal stembureau.

3.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over het langs elektronische weg verrichten van de handelingen bedoeld in het eerste en tweede lid en het gebruik van het elektronisch systeem voor gegevensverwerking.

Artikel Xa 3

In aanvulling op artikel V 3, tweede lid, legt de benoemde die geen gemachtigde heeft een uittreksel uit de geboorteregisters over, waaruit datum en plaats van zijn geboorte blijken, alsmede een bewijs van Nederlanderschap.

Artikel Xa 4

Voor de overeenkomstige toepassing van artikel V 6, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, onderdeel b, wordt in plaats van «gedeputeerde staten» gelezen «Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties».

Artikel Xa 5

Bekendmaking van de benoeming van een lid van het kiescollege op grond van artikel W 7, eerste lid, geschiedt in de Staatscourant.

Afdeling V. De verkiezing van de leden van het Europees Parlement

Hoofdstuk Y. De verkiezing van de leden van het Europees Parlement

§ 2. Bijzondere bepalingen inzake beëindiging van het lidmaatschap

§ 3. Het begin van en de veranderingen in het lidmaatschap

§ 4. Bijzondere bepalingen betreffende deelneming aan de verkiezingen door niet-Nederlanders die onderdanen zijn van andere lidstaten van de Europese Unie

§ 5. Slotbepaling

Afdeling Va. De verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, van de eilandsraden, van de kiescolleges voor de Eerste Kamer, van de Eerste Kamer der Staten-Generaal en van het Europees Parlement in Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Hoofdstuk Ya. De verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, van de eilandsraden, van de kiescolleges voor de Eerste Kamer, van de Eerste Kamer der Staten-Generaal en van het Europees Parlement in Bonaire, Sint Eustatius en Saba

§ 1. Algemene bepalingen

§ 2. De verkiezing van de leden van de Tweede Kamer

§ 3. De verkiezing van de leden van de eilandsraad, het begin van en de veranderingen in het lidmaatschap van de eilandsraad en de beëindiging van het lidmaatschap en tijdelijke vervanging als lid

§ 3a. De verkiezing van de leden van het kiescollege voor de Eerste Kamer, het begin van en de veranderingen in het lidmaatschap van het kiescollege voor de Eerste Kamer en de beëindiging van het lidmaatschap en tijdelijke vervanging als lid

§ 4. De verkiezing van de leden van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Artikel Ya 31e

In artikel U 2, eerste lid, wordt in plaats van «het aantal leden waaruit provinciale staten bestaan» gelezen: het aantal leden van het kiescollege op grond van artikel 94a van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

§ 5. De verkiezing van de leden van het Europees Parlement

§ 6. Bestuursrecht, beroeps- en overgangsbepalingen

Afdeling VI. Straf-, slot- en overgangsbepalingen

Hoofdstuk Z. Straf-, persoonsgegevens-, slot- en overgangsbepalingen

§ 1. Strafbepalingen

§ 1a. Verwerking persoonsgegevens

§ 1b. Handhaving maatregelen hoofdstuk V, paragraaf 8, Wet publieke gezondheid

Tabel. bedoeld in artikel E 1, eerste lid, van de Kieswet

Nummer van de kieskring Gebied waarover de kieskring zich uitstrekt Gemeente waar het hoofdstembureau is gevestigd
1. De provincie Groningen Groningen
2. De provincie Fryslân Leeuwarden
3. De provincie Drenthe Assen
4. De provincie Overijssel Zwolle
5. De provincie Flevoland Lelystad
6. De gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Buren, Culemborg, Druten, Heumen, Maasdriel, Neder-Betuwe, Nijmegen, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal, Wijchen, Zaltbommel. Nijmegen
7. De gemeenten van de provincie Gelderland die niet tot kieskring 6 behoren. Arnhem
8. De provincie Utrecht Utrecht
9. De gemeente Amsterdam Amsterdam
10. De gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Beverwijk, Blaricum, Bloemendaal, Diemen, Gooise Meren, Haarlem, Haarlemmermeer, Heemskerk, Heemstede, Hilversum, Huizen, Laren, Ouder-Amstel, Uithoorn, Velsen, Wijdemeren, Zandvoort. Haarlem
11. De gemeenten van de provincie Noord-Holland die niet tot de kieskringen 9 of 10 behoren. Den Helder
12. De gemeente 's-Gravenhage en het gebied buiten Nederland. 's-Gravenhage
13. De gemeente Rotterdam Rotterdam
14. De gemeenten Alblasserdam, Albrandswaard, Barendrecht, Delft, Dordrecht, Goeree-Overflakkee, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Hoeksche Waard, Maassluis, Midden-Delfland, Molenlanden, Nissewaard, Papendrecht, Ridderkerk, Rijswijk, Schiedam, Sliedrecht, Vlaardingen, Voorne aan Zee, Westland, Zwijndrecht. Dordrecht
15. De gemeenten van de provincie Zuid-Holland die niet tot de kieskringen 12, 13 of 14 behoren. Leiden
16. De provincie Zeeland Middelburg
17. De gemeenten Alphen-Chaam, Altena, Baarle-Nassau, Bergen op Zoom, Breda, Dongen, Drimmelen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Gilze en Rijen, Goirle, Halderberge, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Moerdijk, Oisterwijk, Oosterhout, Roosendaal, Rucphen, Steenbergen, Tilburg, Waalwijk, Woensdrecht, Zundert. Tilburg
18. De gemeenten van de provincie Noord-Brabant die niet tot kieskring 17 behoren. 's-Hertogenbosch
19. De provincie Limburg. Maastricht
20. De openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Bonaire

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel Z 11c

Vervallen

§ 1a. Verwerking persoonsgegevens

Tabel. bedoeld in artikel E 1, eerste lid, van de Kieswet

Nummer van de kieskring Gebied waarover de kieskring zich uitstrekt Gemeente waar het hoofdstembureau is gevestigd
1. De provincie Groningen Groningen
2. De provincie Fryslân Leeuwarden
3. De provincie Drenthe Assen
4. De provincie Overijssel Zwolle
5. De provincie Flevoland Lelystad
6. De gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Buren, Culemborg, Druten, Heumen, Maasdriel, Neder-Betuwe, Nijmegen, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal, Wijchen, Zaltbommel. Nijmegen
7. De gemeenten van de provincie Gelderland die niet tot kieskring 6 behoren. Arnhem
8. De provincie Utrecht Utrecht
9. De gemeente Amsterdam Amsterdam
10. De gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Beverwijk, Blaricum, Bloemendaal, Diemen, Gooise Meren, Haarlem, Haarlemmermeer, Heemskerk, Heemstede, Hilversum, Huizen, Laren, Ouder-Amstel, Uithoorn, Velsen, Wijdemeren, Zandvoort. Haarlem
11. De gemeenten van de provincie Noord-Holland die niet tot de kieskringen 9 of 10 behoren. Den Helder
12. De gemeente 's-Gravenhage en het gebied buiten Nederland. 's-Gravenhage
13. De gemeente Rotterdam Rotterdam
14. De gemeenten Alblasserdam, Albrandswaard, Barendrecht, Delft, Dordrecht, Goeree-Overflakkee, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Hoeksche Waard, Maassluis, Midden-Delfland, Molenlanden, Nissewaard, Papendrecht, Ridderkerk, Rijswijk, Schiedam, Sliedrecht, Vlaardingen, Voorne aan Zee, Westland, Zwijndrecht. Dordrecht
15. De gemeenten van de provincie Zuid-Holland die niet tot de kieskringen 12, 13 of 14 behoren. Leiden
16. De provincie Zeeland Middelburg
17. De gemeenten Alphen-Chaam, Altena, Baarle-Nassau, Bergen op Zoom, Breda, Dongen, Drimmelen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Gilze en Rijen, Goirle, Halderberge, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Moerdijk, Oisterwijk, Oosterhout, Roosendaal, Rucphen, Steenbergen, Tilburg, Waalwijk, Woensdrecht, Zundert. Tilburg
18. De gemeenten van de provincie Noord-Brabant die niet tot kieskring 17 behoren. 's-Hertogenbosch
19. De provincie Limburg. Maastricht
20. De openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Bonaire

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel Pa 8a

De mededeling bedoeld in artikel H 1, tweede lid, geschiedt in de Staatscourant.

Artikel Pa 25a

In afwijking van artikel P 19, vijfde lid, blijft ten aanzien van de verkiezing waarbij het aantal te verdelen zetels minder dan dertien bedraagt, de rangschikking achterwege, voor zover het lijsten betreft waarop geen kandidaten gekozen zijn verklaard.

Afdeling III. De verkiezing van de leden van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Hoofdstuk Pa. De verkiezing van de leden van het kiescollege voor Nederlanders die geen ingezetenen zijn

Hoofdstuk R. De inlevering van de kandidatenlijsten

Hoofdstuk S. Het onderzoek, de nummering en de openbaarmaking van de kandidatenlijsten

Hoofdstuk T. De stemming en de stemopneming

Hoofdstuk U. De vaststelling van de verkiezingsuitslag door het centraal stembureau

§ 4. De bekendmaking van de verkiezingsuitslag

Hoofdstuk Ua. De verkiezing van de leden van de Eerste Kamer door de leden van het kiescollege voor Nederlanders die geen ingezetenen zijn

Afdeling IV. Het begin van en de veranderingen in het lidmaatschap van de Tweede Kamer en de Eerste Kamer der Staten-Generaal, provinciale staten, het algemeen bestuur, de gemeenteraad en het kiescollege voor Nederlanders die geen ingezetenen zijn

Hoofdstuk V. Het begin van het lidmaatschap

Hoofdstuk V. Het begin van het lidmaatschap

Hoofdstuk X. Beëindiging van het lidmaatschap en tijdelijke vervanging als lid

§ 3. Beëindiging van het lidmaatschap en vervanging wegens zwangerschap en bevalling of ziekte

Hoofdstuk Xa. Het begin van en de veranderingen in het lidmaatschap van het kiescollege voor Nederlanders die geen ingezetenen zijn

Artikel Xa 4a

In afwijking van artikel W 4, eerste lid, wordt er geen opvolger benoemd indien er geen kandidaat meer voor benoeming in aanmerking komt op de lijst, waarop degene die moet worden opgevolgd is gekozen.

Afdeling V. De verkiezing van de leden van het Europees Parlement

Hoofdstuk Y. De verkiezing van de leden van het Europees Parlement

§ 1. Begripsbepalingen

§ 3. Het begin van en de veranderingen in het lidmaatschap

§ 4. Bijzondere bepalingen betreffende deelneming aan de verkiezingen door niet-Nederlanders die onderdanen zijn van andere lidstaten van de Europese Unie

§ 5. Slotbepaling

Afdeling Va. De verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, van de eilandsraden, van de kiescolleges voor de Eerste Kamer, van de Eerste Kamer der Staten-Generaal en van het Europees Parlement in Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Hoofdstuk Ya. De verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, van de eilandsraden, van de kiescolleges voor de Eerste Kamer, van de Eerste Kamer der Staten-Generaal en van het Europees Parlement in Bonaire, Sint Eustatius en Saba

§ 1. Algemene bepalingen

§ 2. De verkiezing van de leden van de Tweede Kamer

§ 5. Slotbepaling

§ 2. De verkiezing van de leden van de Tweede Kamer

Artikel Ya 29b

In afwijking van artikel P 19, vijfde lid, blijft de rangschikking achterwege ten aanzien van de verkiezing van de leden van het kiescollege, voor zover het lijsten betreft waarop geen kandidaten gekozen zijn verklaard.

Artikel Ya 29c

In afwijking van artikel W 4, eerste lid, wordt er geen opvolger benoemd indien er geen kandidaat meer voor benoeming in aanmerking komt op de lijst, waarop degene die moet worden opgevolgd is gekozen.

§ 2. De verkiezing van de leden van de Tweede Kamer

§ 3a. De verkiezing van de leden van het kiescollege voor de Eerste Kamer, het begin van en de veranderingen in het lidmaatschap van het kiescollege voor de Eerste Kamer en de beëindiging van het lidmaatschap en tijdelijke vervanging als lid

§ 6. Bestuursrecht, beroeps- en overgangsbepalingen

Afdeling VI. Straf-, slot- en overgangsbepalingen

Hoofdstuk Z. Straf-, persoonsgegevens-, slot- en overgangsbepalingen

§ 1. Strafbepalingen

§ 1b. Handhaving maatregelen hoofdstuk V, paragraaf 8, Wet publieke gezondheid

§ 2. Slot- en overgangsbepalingen

Tabel. bedoeld in artikel E 1, eerste lid, van de Kieswet

Nummer van de kieskring Gebied waarover de kieskring zich uitstrekt Gemeente waar het hoofdstembureau is gevestigd
1. De provincie Groningen Groningen
2. De provincie Fryslân Leeuwarden
3. De provincie Drenthe Assen
4. De provincie Overijssel Zwolle
5. De provincie Flevoland Lelystad
6. De gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Buren, Culemborg, Druten, Heumen, Maasdriel, Neder-Betuwe, Nijmegen, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal, Wijchen, Zaltbommel. Nijmegen
7. De gemeenten van de provincie Gelderland die niet tot kieskring 6 behoren. Arnhem
8. De provincie Utrecht Utrecht
9. De gemeente Amsterdam Amsterdam
10. De gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Beverwijk, Blaricum, Bloemendaal, Diemen, Gooise Meren, Haarlem, Haarlemmermeer, Heemskerk, Heemstede, Hilversum, Huizen, Laren, Ouder-Amstel, Uithoorn, Velsen, Wijdemeren, Zandvoort. Haarlem
11. De gemeenten van de provincie Noord-Holland die niet tot de kieskringen 9 of 10 behoren. Den Helder
12. De gemeente 's-Gravenhage en het gebied buiten Nederland. 's-Gravenhage
13. De gemeente Rotterdam Rotterdam
14. De gemeenten Alblasserdam, Albrandswaard, Barendrecht, Delft, Dordrecht, Goeree-Overflakkee, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Hoeksche Waard, Maassluis, Midden-Delfland, Molenlanden, Nissewaard, Papendrecht, Ridderkerk, Rijswijk, Schiedam, Sliedrecht, Vlaardingen, Voorne aan Zee, Westland, Zwijndrecht. Dordrecht
15. De gemeenten van de provincie Zuid-Holland die niet tot de kieskringen 12, 13 of 14 behoren. Leiden
16. De provincie Zeeland Middelburg
17. De gemeenten Alphen-Chaam, Altena, Baarle-Nassau, Bergen op Zoom, Breda, Dongen, Drimmelen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Gilze en Rijen, Goirle, Halderberge, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Moerdijk, Oisterwijk, Oosterhout, Roosendaal, Rucphen, Steenbergen, Tilburg, Waalwijk, Woensdrecht, Zundert. Tilburg
18. De gemeenten van de provincie Noord-Brabant die niet tot kieskring 17 behoren. 's-Hertogenbosch
19. De provincie Limburg. Maastricht
20. De openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Bonaire

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel Ea 1

In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • uitslagprogrammatuur:
  • a. programmatuur die het gemeentelijk stembureau gebruikt ten behoeve van de vaststelling van de aantallen, bedoeld in artikel Na 26;
  • b. programmatuur die het hoofdstembureau gebruikt ten behoeve van de vaststelling van de aantallen, bedoeld in artikel O 5;
  • c. programmatuur die het nationaal briefstembureau gebruikt voor de vaststelling van de aantallen, bedoeld in artikel O 16; en
  • d. programmatuur die het centraal stembureau gebruikt ten behoeve van de vaststelling van de uitslag van de verkiezing en de vaststelling van de aantallen, bedoeld in artikel P 20, eerste lid;
  • gebruiker: het gemeentelijk stembureau, het nationaal briefstembureau, het hoofdstembureau of het centraal stembureau;
  • burgemeester en wethouders: burgemeester en wethouders die het gemeentelijk stembureau hebben ingesteld, burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage die het nationaal briefstembureau hebben ingesteld, burgemeester en wethouders van de gemeente waar het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad, onderscheidenlijk provinciale staten is gevestigd;
  • dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van het waterschap waarvoor het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van het algemeen bestuur is ingesteld.
Artikel Ea 2
1.

De Kiesraad draagt overeenkomstig de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde bepalingen zorg voor de beschikbaarstelling, instandhouding, betrouwbare werking en beveiliging van de uitslagprogrammatuur.

2.

De Kiesraad stelt bij elke verkiezing de uitslagprogrammatuur ter beschikking aan de gebruiker, mits vooraf een toets als bedoeld in artikel Ea 5, eerste lid, heeft plaatsgevonden.

3.

Als de uitslagprogrammatuur gebruik maakt van centrale voorzieningen, richt de Kiesraad deze in en treft de Kiesraad centrale maatregelen, met het oog op de betrouwbare werking en beveiliging van de uitslagprogrammatuur.

4.

Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over het ter beschikking stellen van de uitslagprogrammatuur aan de gebruiker.

Artikel Ea 3
1.

Onverminderd de artikelen Ea 3, vierde lid, en Ea 5, vierde lid, maakt de Kiesraad, met het oog op transparantie van de uitslagprogrammatuur, voorafgaand aan elke verkiezing op een algemeen toegankelijke wijze elektronisch openbaar:

  • a. gegevens, waaronder in ieder geval technische gegevens, met betrekking tot de uitslagprogrammatuur die bij die verkiezing wordt gebruikt, en
  • b. indien de situatie, bedoeld in artikel Ea 2, derde lid, zich voordoet: een beschrijving van de in dat artikel bedoelde centrale voorzieningen en maatregelen van de Kiesraad.
2.

Van het eerste lid kan worden afgeweken, voor zover zwaarwegende redenen met betrekking tot de beveiliging van de uitslagprogrammatuur of de centrale voorzieningen en maatregelen zich tegen openbaarmaking verzetten.

3.

De Kiesraad stelt voor de uitslagprogrammatuur een specificatie op, die duidelijk maakt op welke wijze in de uitslagprogrammatuur de voor de berekening en vaststelling van de uitslag van de verkiezing relevante bepalingen van hoofdstuk P worden toegepast.

4.

De Kiesraad laat de specificatie toetsen door een deskundige en onafhankelijke instantie, en maakt de specificatie en de uitkomst van de toets op een algemeen toegankelijke wijze elektronisch openbaar.

5.

De uitslagprogrammatuur bevat de functionaliteiten die overeenkomstig de specificatie, bedoeld in het derde lid, nodig zijn voor de berekening en vaststelling van de uitslag van de verkiezingen.

6.

Het ontwerp van de uitslagprogrammatuur is erop gericht om toevallig of opzettelijk foutief gebruik daarvan te voorkomen.

7.

Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over:

  • a. de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onder a, en de wijze van openbaarmaking van die gegevens en van de beschrijving, bedoeld in het eerste lid, onder b,
  • b. de werking, het ontwerp, de betrouwbaarheid en de beveiliging van de uitslagprogrammatuur, en
  • c. de inrichting, de werking, de betrouwbaarheid en de beveiliging van de in artikel Ea 2, derde lid bedoelde centrale voorzieningen en de eisen met betrekking tot de in dat artikellid bedoelde maatregelen.
Artikel Ea 4
1.

De Kiesraad stelt met het oog op de betrouwbare werking en de beveiliging van de uitslagprogrammatuur voor elke verkiezing bij regeling vast:

  • a. aansluitvoorschriften inzake de decentrale voorzieningen en maatregelen als bedoeld in artikel Ea 6, eerste lid, voor het gebruik van de uitslagprogrammatuur;
  • b. gebruiksvoorschriften inzake het gebruik van de uitslagprogrammatuur.
2.

De aansluitvoorschriften en gebruiksvoorschriften dragen bij aan het veilig en betrouwbaar gebruik van de uitslagprogrammatuur.

3.

Voorafgaand aan de vaststelling van de aansluitvoorschriften en gebruiksvoorschriften worden een instantie die representatief kan worden geacht voor de colleges van burgemeester en wethouders en een instantie die representatief kan worden geacht voor de dagelijks besturen geconsulteerd.

4.

Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de onderwerpen waarop de aansluitvoorschriften en gebruiksvoorschriften betrekking kunnen hebben en het moment van vaststelling van de aansluitvoorschriften en gebruiksvoorschriften.

Artikel Ea 5
1.

Voordat de Kiesraad uitslagprogrammatuur bij een verkiezing ter beschikking stelt, is door een door de Kiesraad aan te wijzen deskundige en onafhankelijke instantie getoetst dat:

  • c. de aansluitvoorschriften en de gebruiksvoorschriften voldoen aan het vereiste, gesteld in artikel Ea 4, tweede lid, en de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels, bedoeld in artikel Ea 4, vierde lid.
2.

Indien de Kiesraad na het afronden van de toets, bedoeld in het eerste lid, wijzigingen van ondergeschikte aard aanbrengt in de uitslagprogrammatuur, de centrale voorzieningen en maatregelen van de Kiesraad, de aansluitvoorschriften of de gebruiksvoorschriften, behoeft geen hernieuwde toets plaats te vinden voordat hij de uitslagprogrammatuur aan de gebruiker ter beschikking stelt, mits deze wijzigingen in ieder geval geen betrekking hebben op:

  • a. de wijze waarop in de uitslagprogrammatuur hoofdstuk P wordt toegepast om de zetels aan de lijsten en aan de kandidaten toe te wijzen;
  • b. onderdelen die de beveiliging van de uitslagprogrammatuur ten doel hebben.
3.

Indien naar aanleiding van een aanbeveling uit de toets, bedoeld in het eerste lid, een niet-ondergeschikte wijziging in de uitslagprogrammatuur, de centrale voorzieningen en maatregelen, de aansluitvoorschriften of de gebruiksvoorschriften wordt doorgevoerd, wordt het onderdeel waarop de wijziging van toepassing is nogmaals getoetst door de instantie, bedoeld in het eerste lid.

4.

De Kiesraad maakt op een algemeen toegankelijke wijze elektronisch openbaar:

  • a. de uitkomst van de toets, bedoeld in het eerste en derde lid, en
  • b. indien van toepassing, gegevens met betrekking tot ondergeschikte wijzigingen als bedoeld in het tweede lid.
5.

Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de openbaarmaking, bedoeld in het vierde lid.

Artikel Ea 6
1.

Burgemeester en wethouders stellen bij elke verkiezing de gebruiker, niet zijnde de Kiesraad in zijn functie als centraal stembureau, in staat om op een betrouwbare en veilige wijze de uitslagprogrammatuur te kunnen gebruiken. Daartoe richten zij decentrale voorzieningen in en treffen decentrale maatregelen, en dragen er zorg voor dat deze decentrale voorzieningen en maatregelen aan de aansluitvoorschriften voldoen.

2.

Burgemeester en wethouders onderzoeken uiterlijk op een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen tijdstip voor de dag van stemming of de decentrale voorzieningen en maatregelen aan de aansluitvoorschriften voldoen en stellen een verklaring op over de uitkomsten van dit onderzoek. De Kiesraad stelt bij regeling een model voor deze verklaring vast. Burgemeester en wethouders maken deze verklaring onverwijld op een algemeen toegankelijke wijze elektronisch openbaar. Zij verstrekken deze verklaring tevens onverwijld aan de Kiesraad.

3.

Burgemeester en wethouders onderbreken al dan niet tijdelijk het gebruik van de uitslagprogrammatuur door een gebruiker, niet zijnde de Kiesraad in zijn functie als centraal stembureau, indien zij constateren dat de decentrale voorzieningen of maatregelen niet langer aan de aansluitvoorschriften voldoen. Zodra burgemeester en wethouders vaststellen dat de decentrale voorzieningen en maatregelen opnieuw aan de aansluitvoorschriften voldoen, stellen zij de betrokken gebruiker opnieuw in staat om de uitslagprogrammatuur te gebruiken.

4.

Burgemeester en wethouders stellen de Kiesraad onverwijld in kennis van een onderbreken en van een opnieuw in staat stellen van het gebruik van de uitslagprogrammatuur als bedoeld in het derde lid.

5.

Indien het college van burgemeester en wethouders het gebruik van de uitslagprogrammatuur onderbreekt, als bedoeld in het derde lid, neemt het maatregelen om het gebruik zo spoedig als mogelijk te kunnen hervatten.

6.

Indien het na onderbreking van het gebruik van de uitslagprogrammatuur, op grond van het derde lid, niet mogelijk is om het gebruik binnen afzienbare tijd te hervatten, neemt het college van burgemeester en wethouders contact op met de Kiesraad.

7.

Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op:

  • a. de Kiesraad, die zichzelf in zijn functie als centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer, in staat stelt om op een betrouwbare en veilige wijze de uitslagprogrammatuur te kunnen gebruiken en, in de situatie bedoeld in het derde lid, zijn gebruik van de uitslagprogrammatuur al dan niet tijdelijk onderbreekt. Het tweede lid, laatste volzin, het vierde lid en het zesde lid, zijn niet van toepassing.
  • b. het dagelijks bestuur voor wat betreft het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van het algemeen bestuur.
8.

Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over het onderzoek en de verklaring, bedoeld in het tweede lid.

Artikel Ea 7
1.

De gebruiker maakt bij de vaststelling, bedoeld in de artikelen Na 26, O 5 en O 16, onderscheidenlijk P 20, eerste lid, gebruik van de door de Kiesraad ter beschikking gestelde uitslagprogrammatuur.

2.

De gebruiker draagt er zorg voor dat de uitslagprogrammatuur betrouwbaar en veilig door hem wordt gebruikt. Daarbij neemt hij de gebruiksvoorschriften in acht.

Artikel Ea 8
1.

De Kiesraad, de colleges van burgemeester en wethouders, de dagelijkse besturen en de gebruikers werken bij de uitvoering van de bij of krachtens dit hoofdstuk aan hen toegekende taken samen om tot een betrouwbaar en veilig gebruik van de uitslagprogrammatuur te komen.

2.

De Kiesraad stelt ter bevordering van het betrouwbaar en veilig gebruik van de uitslagprogrammatuur een samenwerkingsprotocol vast na overleg met: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, een instantie die representatief kan worden geacht voor de colleges van burgemeester en wethouders alsmede een instantie die representatief kan worden geacht voor de dagelijks besturen.

3.

In het samenwerkingsprotocol worden in ieder geval procedures vastgelegd voor gevallen waarin:

  • b. het gebruik van de uitslagprogrammatuur door de gebruiker niet in overeenstemming is met de gebruiksvoorschriften;
  • c. anderszins sprake is van een storing in of aantasting van de werking, betrouwbaarheid of beveiliging van de uitslagprogrammatuur, misbruik of oneigenlijk gebruik van de toegang tot de uitslagprogrammatuur, of het vermoeden of de dreiging daarvan.
4.

De Kiesraad maakt het samenwerkingsprotocol in de Staatscourant bekend. Tevens maakt de Kiesraad het samenwerkingsprotocol voor de dag van de kandidaatstelling op een algemeen toegankelijke wijze elektronisch openbaar.

Artikel Ea 9
1.

De Kiesraad verstrekt burgemeester en wethouders, het dagelijks bestuur en de gebruiker desgevraagd en uit eigen beweging gegevens en inlichtingen over een inbreuk op de betrouwbare en veilige werking van de uitslagprogrammatuur of de dreiging of het vermoeden daarvan, voor zover dit noodzakelijk is voor het betrouwbare en veilige gebruik van de uitslagprogrammatuur.

2.

Burgemeester en wethouders, het dagelijks bestuur en de gebruiker stellen, onderscheidenlijk stelt de Kiesraad desgevraagd en uit eigen beweging onverwijld in kennis van:

  • a. een misbruik of oneigenlijk gebruik van de uitslagprogrammatuur of het vermoeden daarvan;
  • b. een inbreuk op de beveiliging of de integriteit van de decentrale voorzieningen en maatregelen;
  • c. andere informatie die de Kiesraad nodig heeft om maatregelen te kunnen nemen om een inbreuk op de betrouwbare en veilige werking van de uitslagprogrammatuur te voorkomen of te beëindigen.
3.

Eenieder kan schriftelijk bij de Kiesraad een onderbouwde melding maken van een vermeende of geconstateerde storing in of aantasting van de werking, betrouwbaarheid of beveiliging van de uitslagprogrammatuur of de dreiging daarvan. Onverminderd artikel Ea 12, tweede lid, aanhef en onder b, maakt de Kiesraad deze meldingen bij elke verkiezing op een algemeen toegankelijke wijze elektronisch openbaar.

4.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de publicatie van de meldingen, bedoeld in het derde lid.

Artikel Ea 10
1.

De Kiesraad kan burgemeester en wethouders of het dagelijks bestuur een beheersaanwijzing geven met betrekking tot decentrale voorzieningen en decentrale maatregelen als bedoeld in artikel Ea 6, eerste lid, indien:

  • a. burgemeester en wethouders of het dagelijks bestuur tekortschieten, respectievelijk tekortschiet in de naleving van de aansluitvoorschriften en daardoor de betrouwbare of veilige werking van de uitslagprogrammatuur in gevaar is; of
  • b. sprake is van onvoorziene omstandigheden die van dien aard zijn, dat de betrouwbare of veilige werking van de uitslagprogrammatuur in gevaar is.
2.

De Kiesraad kan de gebruiker een beheersaanwijzing geven met betrekking tot het gebruik van de uitslagprogrammatuur indien:

  • a. de gebruiker tekortschiet in de naleving van de gebruiksvoorschriften en daardoor de betrouwbare of veilige werking van de uitslagprogrammatuur in gevaar is; of
  • b. sprake is van onvoorziene omstandigheden die van dien aard zijn, dat de betrouwbare of veilige werking van de uitslagprogrammatuur in gevaar is.
3.

Een beheersaanwijzing is evenredig aan het doel waarvoor zij wordt gegeven.

4.

De Kiesraad stelt in de beheersaanwijzing een termijn waarbinnen aan de aanwijzing moet zijn voldaan.

Artikel Ea 11
1.

De Kiesraad kan het gebruik van de uitslagprogrammatuur door een gebruiker al dan niet tijdelijk onderbreken of doen onderbreken indien:

  • a. een beheersaanwijzing als bedoeld in artikel Ea 10 niet wordt nageleefd;
  • b. anderszins sprake is van een ernstige storing of aantasting van de werking, beveiliging of betrouwbaarheid van de uitslagprogrammatuur of de dreiging daarvan; of
  • c. anderszins sprake is van een misbruik of oneigenlijk gebruik van de toegang tot de uitslagprogrammatuur of de dreiging daarvan.
2.

Onderbreking van het gebruik van de uitslagprogrammatuur op grond van het eerste lid, is een uiterst middel dat slechts kan worden ingezet indien het geven van instructies en het geven van een beheersaanwijzing niet mogelijk dan wel niet toereikend blijkt te zijn om het gesignaleerde risico voor de betrouwbare en veilige werking van de uitslagprogrammatuur weg te nemen.

3.

Zodra de Kiesraad vaststelt dat de grond die aanleiding gaf tot het onderbreken van het gebruik zich niet langer voordoet, stelt hij de betrokken gebruiker opnieuw in staat of doet hij de betrokken gebruiker opnieuw in staat stellen om de uitslagprogrammatuur te gebruiken.

4.

De Kiesraad stelt burgemeester en wethouders of het dagelijks bestuur en de gebruiker zo mogelijk voorafgaand aan een onderbreken en van het opnieuw in staat stellen van het gebruik van de uitslagprogrammatuur, doch in ieder geval onverwijld na een onderbreken of het opnieuw in staat stellen van het gebruik, in kennis hiervan.

5.

Bij de kennisgeving over het onderbreken van het gebruik van de uitslagprogrammatuur, geeft de Kiesraad instructies aan het betrokken college van burgemeester en wethouders of het dagelijks bestuur, en de betrokken gebruiker over de te nemen maatregelen om het gebruik te kunnen hervatten.

6.

De Kiesraad stelt tevens Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties onverwijld in kennis van een onderbreken van het gebruik en van het opnieuw in staat stellen van het gebruik van de uitslagprogrammatuur.

7.

Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de gevolgen van het onderbreken of doen onderbreken van het gebruik van de uitslagprogrammatuur.

Artikel Ea 12
1.

De Kiesraad stelt een rapportage van bevindingen op over de onregelmatigheden die door de Kiesraad zijn vastgesteld en die ertoe leiden dat de betrouwbare of veilige werking van de uitslagprogrammatuur in gevaar is geweest.

2.

Burgemeester en wethouders, het dagelijks bestuur en de gebruiker verstrekkende Kiesraad desgevraagd en uit eigen beweging gegevens en inlichtingen die de Kiesraad nodig heeft voor de opstelling van de rapportage.

3.

De Kiesraad zendt een rapportage zo spoedig mogelijk na vaststelling naar het betrokken vertegenwoordigend orgaan en maakt deze op een algemeen toegankelijke wijze elektronisch openbaar.

Artikel Ea 13

Indien de Kiesraad bij een verkiezing geen uitslagprogrammatuur ter beschikking stelt of de Kiesraad het gebruik van de uitslagprogrammatuur onderbreekt of doet onderbreken, zijn bij de vaststelling van de uitkomst van de stemming en van de uitslag van de verkiezing door de gebruiker, de artikelen in de hoofdstukken Na, O en P voor zover die betrekking hebben op het gebruik van de uitslagprogrammatuur niet van toepassing.

Hoofdstuk F. Het tijdstip van de kandidaatstelling

Hoofdstuk H. De inlevering van de kandidatenlijsten

§ 4. De openbaarmaking van de kandidatenlijsten

Hoofdstuk J. De stemming

§ 9. Waarnemers

§ 2. De schriftelijke aanvraag om bij volmacht te stemmen

Hoofdstuk M. Het stemmen per brief

§ 3. Briefstembureaus in andere gemeenten en in Aruba, Curaçao en Sint Maarten

§ 3. Bepalingen betreffende briefstembureaus in Aruba, Curaçao en Sint Maarten

§ 4. Verwerking persoonsgegevens

Artikel Na 26a
1.

Het gemeentelijk stembureau voert onder vermelding van het nummer van het stembureau in ieder geval de aantallen, bedoeld in artikel Na 26, eerste tot en met derde lid, uit het proces-verbaal in de programmatuur in.

2.

De invoer, bedoeld in het eerste lid:

  • a. wordt afzonderlijk van elkaar, door twee leden van het gemeentelijk stembureau of ondersteuners gedaan; en
  • b. geschiedt handmatig.

Hoofdstuk O. De taak van het hoofdstembureau en het nationaal briefstembureau bij de vaststelling van de verkiezingsuitslag

Artikel O 5a
1.

Het hoofdstembureau voert onder vermelding van het nummer van het stembureau in ieder geval de aantallen, bedoeld in artikel O 5, eerste tot en met derde lid, uit het proces-verbaal in de programmatuur in.

2.

De invoer, bedoeld in het eerste lid:

  • a. wordt afzonderlijk van elkaar, door twee leden van het hoofdstembureau of ondersteuners gedaan; en
  • b. geschiedt tenminste éénmaal handmatig.
Artikel O 16a
1.

Het nationaal briefstembureau voert onder vermelding van het nummer van het stembureau in ieder geval de aantallen, bedoeld in artikel O 16, eerste tot en met het derde lid, uit het proces-verbaal in de programmatuur in.

2.

De invoer, bedoeld in het eerste lid:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)