Besluit van 19 oktober 1989, houdende vaststelling van nieuwe voorschriften ter uitvoering van de Kieswet

Type AMvB
Publication 2025-08-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken van 29 augustus 1989, nr. CW89/1/U9, Stafafdeling Constitutionele Zaken en Wetgeving;

Gelet op de Kieswet;

Gezien het advies van de Kiesraad van 5 april 1989, nr. 4129; De Raad van State gehoord (advies van 10 oktober 1989, nr. W04.89.0517);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken van 16 oktober 1989, nr. CW89/1/U13 Stafafdeling Constitutionele Zaken en Wetgeving;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Afdeling I. Algemene bepalingen

Hoofdstuk A. De Kiesraad

Artikel A 1

Vervallen

Artikel A 2

Vervallen

Artikel A 3

Vervallen

Afdeling II. De verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, van provinciale staten en van de gemeenteraden

Hoofdstuk D. De registratie van de kiesgerechtigdheid

Artikel D 1

Burgemeester en wethouders ontlenen aan de basisregistratie personen de gegevens die nodig zijn voor de vaststelling van de kiesgerechtigdheid van de personen die als ingezetene hierin zijn ingeschreven.

Artikel D 1a

Vervallen

Artikel D 2
1.

Ten aanzien van personen die hun werkelijke woonplaats in de gemeente hebben, niet zijnde personen als bedoeld in artikel D 1, en die als kiesgerechtigd in de gemeentelijke administratie worden opgenomen, registreren burgemeester en wethouders de volgende gegevens:

2.

Burgemeester en wethouders schrappen de registratie van de kiesgerechtigdheid van de in het eerste lid bedoelde personen indien aan hen omstandigheden bekend worden op grond waarvan de desbetreffende persoon niet als kiezer behoort te zijn geregistreerd.

Artikel D 3

Op verzoek van burgemeester en wethouders verstrekt het dagelijks bestuur informatie over de grenzen van het gebied van het waterschap.

Artikel D 4

Een registratie als bedoeld in artikel D 2 van de Kieswet bevat de volgende gegevens en bescheiden:

Artikel D 5
1.

Een aanvraag als bedoeld in artikel D 3 van de Kieswet wordt ingediend bij burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage, het hoofd van de consulaire post waaronder de woonplaats van aanvrager ressorteert of, als het een persoon betreft die in Aruba, Curaçao of Sint Maarten woont, bij de vertegenwoordiger van Nederland in deze landen. Het hoofd van de consulaire post of de vertegenwoordiger zendt de aanvraag zo spoedig mogelijk door naar burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage.

2.

In afwijking van het eerste lid dient een persoon als bedoeld in artikel B 1, tweede lid, onder b, van de Kieswet die niet gedurende ten minste tien jaren zijn werkelijke woonplaats in Nederland heeft gehad, de aanvraag in bij Onze Minister onder wiens verantwoordelijkheid de betrokken functionaris zijn werkzaamheden verricht. Onze Minister zendt de aanvraag zo spoedig mogelijk door naar burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage.

3.

Tenzij het een persoon betreft die in Aruba, Curaçao of Sint Maarten woont, vermeldt de aanvrager op welk e-mailadres hij zijn stembiljet wenst te ontvangen.

4.

Indien de aanvrager geen e-mailadres heeft opgegeven, het stembiljet per post wenst te ontvangen of in Aruba, Curaçao of Sint Maarten woont, wordt hem het stembiljet per post toegezonden.

5.

Formulieren als bedoeld in artikel D 3 van de Kieswet zijn kosteloos verkrijgbaar bij de organen waarbij de aanvragen worden ingediend, en bij elke gemeente.

6.

Indiening van aanvragen langs elektronische weg kan uitsluitend bij burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage.

Artikel D 6
1.

Het orgaan waarbij een aanvraag tot registratie als bedoeld in artikel D 3 van de Kieswet is ingediend, gaat na of aan dat orgaan met betrekking tot de aanvrager gegevens bekend zijn en, zo dit het geval is, of deze overeenstemmen met de in de aanvraag vermelde gegevens. Bij doorzending van de aanvraag deelt het orgaan zijn bevindingen mee en houdt van deze verzending aantekening.

2.

Burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage gaan na of er met betrekking tot de aanvrager gegevens bekend zijn in het persoonskaartenarchief of het schakelregister, bedoeld in artikel 4.5 van de Wet basisregistratie personen, onderscheidenlijk in de basisregistratie personen, en, zo dit het geval is, of deze overeenstemmen met de in de aanvraag tot registratie vermelde gegevens.

Hoofdstuk E. Kieskringen en stembureaus

Artikel E 1

Het stembureau bestaat uit ten minste drie en ten hoogste zeven leden.

Hoofdstuk G. De registratie van de aanduiding van een politieke groepering

Artikel G 1
1.

De waarborgsommen, bedoeld in het tweede lid van de artikelen G 1, G 2, G 2a en G 3, alsmede de waarborgsom, bedoeld in het derde lid van artikel Q 6 juncto het tweede lid van artikel G 1 van de Kieswet, dienen te worden overgemaakt op de daartoe bestemde rekening van onderscheidenlijk Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de gemeente waar het centraal stembureau voor de verkiezingen van de leden van provinciale staten is gevestigd, het waterschap of de gemeente, bij een financiële onderneming die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van bank mag uitoefenen, onder vermelding van de woorden "waarborgsom registratie".

2.

De voorzitter van het centraal stembureau deelt het orgaan waaraan de waarborgsommen zijn betaald, zo spoedig mogelijk na de openbaarmaking van de kandidatenlijsten mee welke waarborgsommen ingevolge het tweede lid van artikel G 1, G 2, G 2a of G 3, dan wel ingevolge het derde lid van artikel Q 6 juncto het tweede lid van artikel G 1 van de Kieswet moeten worden terugbetaald. Dit orgaan gaat vervolgens zo spoedig mogelijk over tot terugbetaling van die waarborgsommen. Over de terug te betalen waarborgsommen wordt geen rente vergoed.

Hoofdstuk H. De inlevering van de kandidatenlijsten

Artikel H 1

De formulieren voor de kandidatenlijsten, bedoeld in artikel H 1, derde lid, van de Kieswet, en voor de verklaringen, bedoeld in de artikelen H 3, vijfde lid, H 4, zevende lid, en H 9, vierde lid, van de Kieswet, zijn gedurende drie weken vóór en op de dag van de kandidaatstelling verkrijgbaar bij elke gemeente. De verklaring, bedoeld in artikel H 9, vierde lid, van de Kieswet is tevens gedurende drie weken vóór en op de dag van kandidaatstelling verkrijgbaar bij het centraal stembureau.

Artikel H 2
1.

Een kandidaat wordt op de kandidatenlijst vermeld met naam, voorletters, geboortedatum en gemeente of woonplaats als bedoeld in artikel 1, onderdeel n, van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen. Achter de voorletters kan tussen haakjes de roepnaam van de kandidaat worden vermeld.

2.

Nadere aanduidingen van de naam, mits op de gebruikelijke wijze afgekort, mogen aan de naam worden toegevoegd.

3.

Een persoon die gehuwd is of gehuwd is geweest, dan wel wiens partnerschap geregistreerd is of geregistreerd is geweest, wordt op de lijst vermeld hetzij met de eigen geslachtsnaam, hetzij, voor zover hij daartoe op grond van artikel 9 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek dan wel artikel 9 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek BES bevoegd is, met de geslachtsnaam van de echtgenoot of geregistreerde partner, dan wel met de eigen geslachtsnaam door middel van een liggend streepje gevolgd door of voorafgegaan door de geslachtsnaam van de echtgenoot of geregistreerde partner.

4.

Achter de voorletters of, indien vermeld, de roepnaam, mag ter aanduiding van het geslacht van de kandidaat de toevoeging «(m)» of «(v)» worden geplaatst.

5.

Indien het betreft de verkiezing van de leden van provinciale staten van Fryslân, het algemeen bestuur van het Wetterskip Fryslân of van de raden van gemeenten in de provincie Fryslân, mogen aanduidingen op de kandidatenlijst in de Friese taal worden vermeld.

Artikel H 3
1.

De waarborgsommen, bedoeld in de artikelen H 12, H 13, H 13a en H 14 van de Kieswet, dienen uiterlijk op de veertiende dag voor de kandidaatstelling te zijn ontvangen op de daartoe bestemde rekening van onderscheidenlijk Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de gemeente waar het centraal stembureau voor de verkiezingen van de leden van provinciale staten is gevestigd, het waterschap of de gemeente, bij een financiële onderneming die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van bank mag uitoefenen, onder vermelding van de woorden "waarborgsom kandidaatstelling".

2.

De voorzitter van het centraal stembureau deelt het orgaan waaraan de waarborgsommen zijn betaald, zo spoedig mogelijk na de openbaarmaking van de uitslag van de verkiezing mee welke waarborgsommen ingevolge het vierde of vijfde lid van artikel H 12, H 13, H 13a of H 14 van de Kieswet moeten worden terugbetaald. Dit orgaan gaat vervolgens zo spoedig mogelijk over tot terugbetaling van die waarborgsommen. Over de terug te geven waarborgsommen wordt geen rente vergoed.

Hoofdstuk H. De inlevering van de kandidatenlijsten

Artikel I 1

De processen-verbaal van de in de artikelen I 1 en I 4 van de Kieswet bedoelde zittingen worden tot en met de dag waarop de kandidatenlijsten openbaar worden gemaakt, ter inzage gelegd bij het centraal stembureau.

Artikel I 2

Het centraal stembureau brengt het tijdstip en de plaats van de zitting, bedoeld in de artikelen I 1, eerste lid, en I 4 van de Kieswet tijdig ter openbare kennis.

Hoofdstuk Ea. Digitale ondersteuning in het verkiezingsproces

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel J 1
1.

Uiterlijk op de vrijdag voor de dag van de stemming bezorgt de burgemeester aan het adres van de kiezers:

2.

Op de lijsten, zoals deze ter kennis van de kiezers worden gebracht, worden vermeld de nummers van de lijsten en, in voorkomend geval, de aanduidingen van de politieke groeperingen en worden de kandidaten kolomsgewijs vermeld zoals ze op de kandidatenlijst voorkomen, met weglating van de geboortedatum. De lijsten worden gedrukt in de volgorde van de toegekende nummers. De kandidaten worden per lijst doorlopend genummerd.

3.

Indien het gemeentelijk stembureau op meer dan één locatie zitting houdt, wordt bij de in het eerste lid, onder d, bedoelde informatie ook voor elk stembureau vermeld op welke locatie en dag het proces-verbaal van het stembureau wordt onderzocht dan wel een centrale stemopneming wordt verricht.

Artikel J 2
1.

Het register, bedoeld in artikel J 7a, eerste lid, eerste volzin, van de Kieswet, bevat de volgende gegevens:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.