Regeling aanwijzing opsporingsambtenaren Scheepvaartverkeerswet
Geldende tekst a fecha 2004-11-26
Handelende in overeenstemming met de minister van Justitie;
Gelet op artikel 32 van de Scheepvaartverkeerswet (Stb. 1988, 352);
Besluit:
Artikel 1
Met de opsporing van strafbare feiten, bedoeld in artikel 32 van de Scheepvaartverkeerswet, worden, voor zover het overtredingen betreft, belast:
- Van de Rijkswaterstaat:
-
- (adjunct/rayon)hoofden scheepvaartdienst;
-
- (hoofd/assistent)verkeers(dienst)leiders;
-
- (assistent)rivier, kanaal- en meermeesters;
-
- (adj.)havenmeesters;
-
- (assistent)gezagvoerders;
-
- (adjunct)hoofden dienstkring;
-
- (hoofd)sluismeesters;
-
- (hulp/waarnemend)kantonniers;
-
- sluiswachters, brugwachters;
-
- (nautisch)opzichters;
-
- (hoofd/medewerker)nautische zaken;
- Van de Inspectie Verkeer en Waterstaat:
- ambtenaren van de divisie Scheepvaart.
Artikel 2
Deze regeling treedt in werking met ingang van het tijdstip waarop artikel 32 van de Scheepvaartverkeerswet in werking treedt.
Artikel 3
Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling aanwijzing opsporingsambtenaren Scheepvaartverkeerswet. Deze regeling en de bijbehorende toelichting worden bekendgemaakt in de Staatscourant.