Besluit van 30 mei 1990, houdende het uitvoeringsbesluit Invorderingswet 1990

Type AMvB
Publication 2025-12-12
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Financiën van 17 maart 1989, nr. WDB89/106, Directoraat-Generaal voor Fiscale Zaken, Directie Wetgeving Directe Belastingen;

Gelet op de artikelen 25, derde lid, 28, tweede lid, en 36, tweede lid, van de Invorderingswet 1990 (Stb. 221);

De Raad van State gehoord (advies van 19 juli 1989, nr. W06.89 0153);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Financiën van 18 mei 1990, nr. WDB 90/273, Directoraat-Generaal voor Fiscale Zaken, Directie Wetgeving Directe Belastingen;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Algemeen

Artikel 1
1.

Dit besluit geeft uitvoering aan de artikelen 15, 28, 33a, 36 en 36b van de Invorderingswet 1990.

2.

Dit besluit verstaat hierna onder wet: de Invorderingswet 1990.

Hoofdstuk I. Versnelde tenuitvoerlegging dwangbevel

Artikel 2

Artikel 15, eerste lid, aanhef en onderdeel e, van de wet vindt toepassing:

Artikel 3

Vervallen

Artikel 4

Vervallen

Artikel 5

Vervallen

Artikel 5a

Vervallen

Hoofdstuk II. Renteberekening

Artikel 6
1.

Indien het krachtens artikel 25, vijfde of achtste lid, van de wet verleende uitstel wordt beëindigd, wordt invorderingsrente berekend met ingang van de dag waarop zes weken zijn verstreken na de eerste dag van het jaar volgend op het jaar waarin zich de handeling of gebeurtenis voordoet op grond waarvan het uitstel wordt beëindigd.

2.

Indien het krachtens artikel 25, negende, elfde, zeventiende tot en met negentiende of eenentwintigste lid, van de wet verleende uitstel wordt beëindigd, wordt invorderingsrente berekend met ingang van de dag volgende op de dag waarop zich de omstandigheid voordoet op grond waarvan het uitstel wordt beëindigd.

Hoofdstuk IIa. Aansprakelijkheid van begunstigden

Artikel 7
1.

De mededeling, bedoeld in artikel 36, tweede lid, van de wet, wordt gedaan uiterlijk twee weken na de dag waarop de verschuldigde belasting behoorde te zijn afgedragen of voldaan ingevolge artikel 19 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, artikel 89, tweede of derde lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag of artikel 21 van de Wet op de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken.

2.

In geval van betalingsonmacht ter zake van een naheffingsaanslag die is opgelegd vanwege de omstandigheid dat de verschuldigde belasting meer beloopt dan die welke overeenkomstig de aangifte is dan wel had moeten worden afgedragen of voldaan, kan, voor zover die omstandigheid niet is te wijten aan opzet of grove schuld van het lichaam, in afwijking van het eerste lid, de mededeling worden gedaan uiterlijk twee weken na de vervaldag van die aanslag.

3.

Bij de mededeling wordt inzicht gegeven in de omstandigheden die ertoe hebben geleid dat de verschuldigde belasting niet op aangifte is afgedragen of voldaan of niet is betaald.

Artikel 8

Het lichaam dat de mededeling, bedoeld in artikel 7 of artikel 7a, doet, is gehouden aan de ontvanger:

Artikel 9
1.

Aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 8, dient binnen een door de ontvanger te stellen redelijke termijn te worden voldaan.

2.

De gegevens en inlichtingen dienen duidelijk, stellig en zonder voorbehoud te worden verstrekt, mondeling, schriftelijk of op andere wijze, zulks ter keuze van de ontvanger.

3.

Toegelaten moet worden, dat kopieën, leesbare afdrukken of uittreksels worden gemaakt van de voor raadpleging beschikbaar gestelde gegevensdragers of de inhoud daarvan.

Hoofdstuk IIIa. Overgangsbepaling

Artikel 10
1.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juni 1990.

2.

Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit Invorderingswet 1990.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Artikel 7a
1.

De mededeling bedoeld in artikel 36b, tweede lid, in verbinding met artikel 36, tweede lid, van de wet wordt gedaan uiterlijk twee weken na de dag waarop ingevolge de in artikel 49 bedoelde beschikking de aansprakelijkheidsschuld had moeten zijn voldaan.

2.

Bij de mededeling wordt inzicht gegeven in de omstandigheden die ertoe hebben geleid dat de aansprakelijkheidsschuld niet is voldaan.

Hoofdstuk IV. Inwerkingtreding en citeertitel

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Hoofdstuk II. Renteberekening

Hoofdstuk IIa. Aansprakelijkheid van begunstigden

Artikel 9a

Artikel 6, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing ingeval zich een handeling of gebeurtenis voordoet op grond waarvan het verleende uitstel, bedoeld in artikel 70b van de wet, wordt beëindigd.

Hoofdstuk IIIa. Overgangsbepaling

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Artikel 6a
1.

Indien twee of meer van de omstandigheden, bedoeld in het tweede lid, zich voordoen, is in ieder geval aannemelijk dat er sprake is van een verhaalsconstructie als bedoeld in artikel 33a, derde lid, onderdeel g, van de wet.

2.

Van een omstandigheid als bedoeld in het eerste lid is sprake indien:

Hoofdstuk IIa. Aansprakelijkheid van begunstigden

Hoofdstuk IIIa. Overgangsbepaling

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Artikel 6bis
1.

Invorderingsrente wordt niet in rekening gebracht gedurende de periode waarin het aanbod van de ontvanger geldt om de invordering ter zake van een voorlopige aanslag in de inkomstenbelasting die betrekking heeft op het tijdvak 2022 aan te houden:

2.

Indien het aanbod van de ontvanger om de vordering aan te houden is komen te vervallen, wordt invorderingsrente berekend overeenkomstig artikel 28 van de Wet, tenzij de belastingschuldige binnen zes weken nadat de ontvanger het inkomen, bedoelt in artikel 5.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001, opnieuw heeft vastgesteld in een voorlopige of definitieve aanslag en daarmee het eerdergenoemde aanbod is komen te vervallen, het openstaande bedrag heeft voldaan.

Hoofdstuk III. Meldingsregeling bestuurdersaansprakelijkheid

Hoofdstuk IIIa. Overgangsbepaling

Hoofdstuk IV. Inwerkingtreding en citeertitel

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Artikel 6ter
1.

Indien een aanvrager van een kinderopvangtoeslag en diens partner als bedoeld in artikel 3 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen naar het oordeel van de Dienst Toeslagen in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 van de Wet hersteloperatie toeslagen en dientengevolge de invordering is gepauzeerd, wordt invorderingsrente als bedoeld in artikel 28 van de wet of rente als bedoeld in artikel 29 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen niet in rekening gebracht over de terug te vorderen bedragen van de aanvrager en diens partner die zien op de periode tot en met de dagtekening van de brief van de Dienst Toeslagen over het einde van de pauzering van de invordering.

2.

Indien een oordeel als bedoeld in het eerste lid ontbreekt wordt invorderingsrente als bedoeld in artikel 28 van de wet of rente als bedoeld in artikel 29 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen niet in rekening gebracht indien een aanvrager van een kinderopvangtoeslag en diens partner als bedoeld in artikel 3 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen:

Hoofdstuk III. Meldingsregeling bestuurdersaansprakelijkheid

Hoofdstuk IV. Inwerkingtreding en citeertitel

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Artikel 9b

Artikel 6, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing ingeval zich een handeling of gebeurtenis voordoet op grond waarvan het verleende uitstel, bedoeld in de artikelen 70g of 70h van de wet, wordt beëindigd.

Hoofdstuk IV. Inwerkingtreding en citeertitel

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.