Rijkswet van 14 juni 1990, tot herziening van het militair tuchtrecht
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de gedragsregels van het militair tuchtrecht vast te stellen bij de wet, alsmede nieuwe voorschriften te geven inzake de tuchtstraffen en de behandeling van tuchtzaken;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State van het Koninkrijk gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, de bepalingen van het Statuut voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
Artikel 1
De zowel in deze rijkswet als in het Wetboek van Militair Strafrecht voorkomende uitdrukkingen hebben in beide dezelfde betekenis. Artikel 61 van het Wetboek van Militair Strafrecht is van toepassing.
Artikel 2
De straffen, in deze rijkswet voorzien, zijn van toepassing op de militair die een gedragsregel van deze rijkswet schendt.
Artikel 3
De gedragsregels van deze rijkswet zijn van toepassing:
- a. gedurende de tijd waarin de militair dienst doet of behoort te doen;
- b. op een militaire plaats;
- c. anders dan in de gevallen, genoemd onder a en b, indien en voorzover de rijkswet de toepassing voorschrijft.
Onder de tijd waarin de militair dienst doet of behoort te doen, wordt in deze rijkswet mede verstaan de tijd waarin de militair in uniform gekleed gaat.
Onder militaire plaats wordt in deze rijkswet verstaan een gebouw, terrein, vaartuig, luchtvaartuig of voertuig, dat in gebruik is bij of ten behoeve van de krijgsmacht, of dat de militair tot verblijf of gebruik dient bij de vervulling van zijn taak in internationaal verband of waar de militair zich in krijgsgevangenschap bevindt.
Artikel 4
In deze rijkswet wordt onder commandant verstaan de militair die ingevolge artikel 49 tot straffen bevoegd is.
In deze rijkswet wordt onder beklagmeerdere verstaan de onmiddellijk boven de commandant gestelde bevelvoerende meerdere. Onze Minister van Defensie kan bij ministeriële regeling andere militairen aanwijzen als beklagmeerderen. In dat geval treedt de onmiddellijk boven de commandant gestelde bevelvoerende meerdere niet meer op als beklagmeerdere.
Artikel 5
In deze rijkswet wordt onder beschuldigde verstaan de militair aan wie een beschuldiging is uitgereikt op grond van het op feiten of omstandigheden gebaseerde vermoeden dat hij een in deze rijkswet omschreven gedragsregel heeft geschonden.
Artikel 5a
Indien een Nederlandse militair behoort tot een internationaal militair samenwerkingsverband wordt ten aanzien van die Nederlandse militair voor de toepassing van Hoofdstuk II van deze rijkswet mede verstaan onder:
- a. andere militair: de vreemde militair die behoort tot dat internationaal militair samenwerkingsverband;
- b. krijgsmacht: dat internationaal militair samenwerkingsverband.
Hoofdstuk II. Gedragsregels
§ 1. Gedragingen tegen de geheimhoudingsplicht
Artikel 6
In strijd met de militaire tucht gedraagt zich de militair die enig gegeven, de dienst betreffende, mededeelt aan of ter beschikking stelt van iemand die tot kennisneming daarvan niet bevoegd is, voor zover de verplichting tot geheimhouding uit de aard der zaak volgt.
Het eerste lid is mede van toepassing op de militair die geen dienst doet of behoort te doen, en zich niet bevindt op een militaire plaats.
§ 2. Gedragingen waardoor de militair dienstverplichtingen niet nakomt
Artikel 7
In strijd met de militaire tucht gedraagt zich de militair die ongeoorloofd afwezig is.
Artikel 8
In strijd met de militaire tucht gedraagt zich de militair aan wiens schuld het is te wijten dat hij niet in staat is dienstverplichtingen te vervullen.
Artikel 9
In strijd met de militaire tucht gedraagt zich de militair die zich onttrekt aan dienstverplichtingen, deze verplichtingen zonder toestemming niet vervult of ophoudt te vervullen.
Artikel 10
In strijd met de militaire tucht gedraagt zich hij die zijn taak als militair onzorgvuldig verricht.
Artikel 11
In strijd met de militaire tucht gedraagt zich de militair die een andere militair of iemand, die anderszins bij of ten behoeve van de krijgsmacht werkzaam is, geen hulp verleent, indien en voor zover deze nodig is en kan worden gevergd.
§ 3. Gedragingen waardoor de militair het functioneren van de krijgsmacht belemmert
Artikel 12
In strijd met de militaire tucht gedraagt zich de militair die zich door lijdelijkheid of onwilligheid tegen militaire diensten verzet.
Artikel 13
In strijd met de militaire tucht gedraagt zich de militair die de uitvoering van een in het belang van de militaire dienst genomen maatregel belet, belemmert of verijdelt.
Het eerste lid is mede van toepassing op de militair die geen dienst doet of behoort te doen, en zich niet bevindt op een militaire plaats.
Artikel 14
In strijd met de militaire tucht gedraagt zich de militair die een andere militair of iemand, die anderszins bij of ten behoeve van de krijgsmacht werkzaam is, zonder noodzaak hindert bij de uitoefening van zijn taak.
Het eerste lid is mede van toepassing op de militair die geen dienst doet of behoort te doen, en zich niet bevindt op een militaire plaats.
§ 4. Gedragingen tegen het dienstbevel
Artikel 15
In strijd met de militaire tucht gedraagt zich de militair die een dienstbevel niet opvolgt.
Artikel 16
Het voorgaande artikel is niet toepasselijk indien de bevolen gedraging onrechtmatig is of door de militair te goeder trouw als onrechtmatig werd beschouwd.
Artikel 17
Indien twee of meer onderling strijdige dienstbevelen zijn gegeven, is het niet opvolgen van een bevel dat voorafgaat aan het laatst gehandhaafde geen met de militaire tucht strijdige gedraging.
§ 5. Gedragingen tegen het dienstvoorschrift
Artikel 18
In strijd met de militaire tucht gedraagt zich de militair die een dienstvoorschrift niet opvolgt.
Het eerste lid is mede van toepassing op de militair die geen dienst doet of behoort te doen, en zich niet bevindt op een militaire plaats, indien het in het dienstvoorschrift gegeven ge- of verbod betrekking heeft op het gedrag van de militair die zich voor de uitoefening van zijn dienst buiten Nederland bevindt.
Artikel 19
Het voorgaande artikel is niet toepasselijk indien een van het dienstvoorschrift afwijkend dienstbevel is opgevolgd.
§ 6. Gedragingen tegen de persoon
Artikel 20
In strijd met de militaire tucht gedraagt zich de militair die een andere militair of iemand, die anderszins bij of ten behoeve van de krijgsmacht werkzaam is, in het openbaar of in zijn tegenwoordigheid met enig kwaad bedreigt, uitscheldt of bespot.
Artikel 21
In strijd met de militaire tucht gedraagt zich de militair die tegen beter weten in een aantijging tegen of een klacht over een andere militair of iemand, die anderszins bij of ten behoeve van de krijgsmacht werkzaam is inbrengt of inzendt.
Artikel 22
In strijd met de militaire tucht gedraagt zich de militair die de persoon van een andere militair of iemand, die anderszins bij of ten behoeve van de krijgsmacht werkzaam is, aantast.
Artikel 23
In strijd met de militaire tucht gedraagt zich de militair die een andere militair of iemand, die anderszins bij of ten behoeve van de krijgsmacht werkzaam is, nodeloos in gevaar brengt.
§ 7. Ambtsmisdragingen
Artikel 24
In strijd met de militaire tucht gedraagt zich de militair die een mededeling, die hij uit hoofde van zijn ambt moet doen, niet of onjuist doet.
Artikel 25
In strijd met de militaire tucht gedraagt zich de militair die door misbruik van zijn invloed als meerdere tegenover een mindere deze overhaalt iets te doen, niet te doen of te dulden, indien daaruit enig nadeel voor de dienst, de mindere of een derde kan ontstaan.
Het eerste lid is mede van toepassing op de militair die geen dienst doet of behoort te doen, en zich niet bevindt op een militaire plaats.
Artikel 26
In strijd met de militaire tucht gedraagt zich de militair die door gift, belofte, bedreiging of misleiding een andere militair:
- a. weerhoudt van het ter kennis van de commandant brengen van een inbreuk op een gedragsregel, omschreven in deze rijkswet;
- b. overhaalt tot het valselijk ter kennis van de commandant brengen van een inbreuk op een gedragsregel, omschreven in deze rijkswet;
- c. overhaalt tot of weerhoudt van het instellen van beroep, het doen van een beklag of het indienen van een verzoek.
Het eerste lid is mede van toepassing op de militair die geen dienst doet of behoort te doen, en zich niet bevindt op een militaire plaats.
Artikel 27
In strijd met de militaire tucht gedraagt zich de militair die, wetende dat een mindere inbreuk maakt of heeft gemaakt op een gedragsregel van deze rijkswet, nalaat maatregelen te nemen.
Artikel 28
In strijd met de militaire tucht gedraagt zich de militair die een onrechtmatig bevel geeft aan een mindere.
§ 8. Gedragingen tegen de orde
Artikel 29
In strijd met de militaire tucht gedraagt zich de militair die wanordelijkheden veroorzaakt of daaraan deelneemt.
Artikel 30
In strijd met de militaire tucht gedraagt zich de militair die een andere militair mondeling of bij geschrifte opruit tot een inbreuk op enige in deze rijkswet omschreven gedragsregel, alsmede de militair die een dergelijk geschrift verspreidt.
Het eerste lid is mede van toepassing op de militair die geen dienst doet of behoort te doen, en zich niet bevindt op een militaire plaats.
Artikel 31
In strijd met de militaire tucht gedraagt zich de militair die een geschrift verspreidt of op enige andere wijze openbaar maakt op een plaats, een tijdstip of een wijze, waaromtrent bij dienstvoorschrift een verbod is gegeven in het belang van het verkeer of ter voorkoming van belemmering van de dienst of ter bescherming van rijksgoederen of goederen van derden.
Artikel 32
In strijd met de militaire tucht gedraagt zich de militair die inbreuk maakt op de regels die bij dienstvoorschrift zijn vastgelegd inzake meningsuiting die anders dan door middel van geschrift plaatsvindt, voorzover die regels niet de inhoud van de uiting betreffen, en zijn gegeven in het belang van het verkeer of ter bestrijding of voorkoming van ongeregeldheden en verstoringen van het ordelijk verloop van de dienst.
Artikel 33
In strijd met de militaire tucht gedraagt zich de militair die een betoging organiseert of daaraan deelneemt, indien deze op een militaire plaats gehouden wordt zonder dat toestemming is gevraagd van het bevoegd gezag, dan wel indien de toestemming is geweigerd in het belang van het verkeer, of omdat redelijkerwijs is te verwachten dat ongeregeldheden zullen plaatsvinden of het ordelijk verloop van de dienst zal worden verstoord.
In strijd met de militaire tucht gedraagt zich de militair die buiten een militaire plaats in uniform deelneemt aan een betoging, tenzij deze in het land waar de militair is aangesteld dan wel waar hij als dienstplichtige in werkelijke dienst is gekomen plaatsvindt en uitsluitend tot onderwerp heeft de voor de militairen algemeen geldende arbeidsvoorwaarden.
Artikel 34
In strijd met de militaire tucht gedraagt zich de militair die een vergadering organiseert of daaraan deelneemt, indien die op een militaire plaats wordt gehouden zonder dat toestemming is gevraagd van het bevoegd gezag, dan wel indien de toestemming is geweigerd in het belang van het verkeer, of omdat redelijkerwijs is te verwachten dat ongeregeldheden zullen plaatsvinden of het ordelijk verloop van de dienst zal worden verstoord.
Artikel 35
In strijd met de militaire tucht gedraagt zich de militair die, zich voor de uitoefening van de dienst op het gebied van een vreemde mogendheid bevindend, enige, niet het Koninkrijk betreffende, politieke activiteit ontplooit. Onder politieke activiteit is niet begrepen het uitoefenen van het actief en passief kiesrecht.
Het eerste lid is mede van toepassing op de militair die geen dienst doet of behoort te doen, en zich niet bevindt op een militaire plaats.
§ 9. Misdragingen in verband met goederen en diensten
Artikel 36
In strijd met de militaire tucht gedraagt zich de militair die zonder daartoe gerechtigd te zijn gebruik maakt van goederen of diensten van de krijgsmacht, van een andere militair of van iemand, die anderszins bij of ten behoeve van de krijgsmacht werkzaam is, dan wel deze goederen wegneemt.
Voorzover het goederen of diensten van de krijgsmacht betreft is het eerste lid mede van toepassing op de militair die geen dienst doet of behoort te doen, en die zich niet bevindt op een militaire plaats.
Artikel 37
In strijd met de militaire tucht gedraagt zich de militair die enig goed, in gebruik bij of ten behoeve van de krijgsmacht, onzorgvuldig behandelt of onderhoudt.
Artikel 38
In strijd met de militaire tucht gedraagt zich de militair die in uniform nodeloos slordig gekleed gaat.
Artikel 39
In strijd met de militaire tucht gedraagt zich de militair die enig goed, in gebruik bij of ten behoeve van de krijgsmacht, van een andere militair of van iemand, die anderszins bij of ten behoeve van de krijgsmacht werkzaam is, vernielt, beschadigt, onbruikbaar of onklaar maakt dan wel wegmaakt.
Voorzover het een goed in gebruik bij of ten behoeve van de krijgsmacht betreft is het eerste lid mede van toepassing op de militair die geen dienst doet of behoort te doen, en zich niet bevindt op een militaire plaats.
Artikel 40
In strijd met de militaire tucht gedraagt zich de militair die de aan een andere militair of iemand, die anderszins bij of ten behoeve van de krijgsmacht werkzaam is, voor persoonlijk gebruik ter beschikking gestelde ruimte niet respecteert.
Hoofdstuk III. Straffen
Artikel 41
De straffen zijn:
- a. berisping;
- b. geldboete;
- c. strafdienst;
- d. uitgaansverbod.
Artikel 42
De berisping bestaat uit een geschrift waarvan het model door Onze Minister van Defensie wordt vastgesteld.
De tenuitvoerlegging van de berisping geschiedt door de uitreiking van het geschrift tegelijk met de uitreiking van het afschrift van de uitspraak.
Artikel 43
Het bedrag van de geldboete is ten minste € 3 en ten hoogste € 350. In Aruba zijn deze bedragen AWG 6 en AWG 770. In Curaçao en Sint Maarten zijn deze bedragen ANG 6 en ANG 770. In de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba zijn deze bedragen USD 3 en USD 430.
Een geldboete kan niet worden opgelegd indien daardoor de som van de geldboetes, ingevolge deze rijkswet in een kalendermaand aan de militair opgelegd, een bedrag van € 700 dan wel ANG 1540, AWG 1540 onderscheidenlijk USD 860 te boven zou gaan.
Ingeval de schending van een gedragsregel plaatsvindt terwijl de militair deelneemt aan een operatie in internationaal verband buiten het Koninkrijk is, in afwijking van het eerste lid, het bedrag van de geldboete ten hoogste € 700 dan wel ANG 1540, AWG 1540 onderscheidenlijk USD 860. Een geldboete met toepassing van de voorgaande volzin kan niet worden opgelegd indien daardoor de som, bedoeld in het tweede lid, een bedrag van € 1400 dan wel ANG 3080, AWG 3080 onderscheidenlijk USD 1720 te boven zou gaan.
Artikel 44
De geldboete moet binnen drie dagen na de uitreiking van het afschrift van de uitspraak door de gestrafte worden betaald.
De commandant kan de gestrafte op zijn verzoek eenmaal uitstel van betaling verlenen voor ten hoogste achtentwintig dagen.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.