Besluit van 26 juli 1990, houdende vaststelling van een nieuw Reglement verkeersregels en verkeerstekens

Type AMvB
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 277
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
1.

Overtreding van de artikelen 3 tot en met 12, 14 tot en met 27, 30, eerste lid, 31 tot en met 43, 45, 46, 49 tot en met 61b, 62, met uitzondering van verkeersbord C22 van bijlage 1, 68, zesde lid, 74, tweede lid, 82, 82a, 83 en 86b is een strafbaar feit.

2.

Bij de veroordeling van de bestuurder van een motorvoertuig, een bromfietser of een snorfietser wegens een overtreding als bedoeld in het eerste lid kan hem de bevoegdheid om motorvoertuigen, bromfietsen en snorfietsen te besturen voor ten hoogste twee jaren worden ontzegd.

Hoofdstuk VA. Tijdelijke verlaging maximumsnelheid in geval van verstoring olie-aanvoer

Artikel 93

Vervallen

Artikel 94

Vervallen

Artikel 95

Vervallen

Artikel 96
1.

De in de rechterkolom genoemde borden volgens het model van bijlage 2, behorende bij het met ingang van 1 november 1991 ingetrokken Reglement verkeersregels en verkeerstekens (Stb. 1966, 181), blijven van kracht. Zij hebben de betekenis die is toegekend aan de overeenkomstige in de linker kolom genoemde borden opgenomen in bijlage 1 van het RVV 1990.

2.

In afwijking van het eerste lid behouden de in de rechter kolom genoemde borden 46 en 47 de betekenis die daaraan is toegekend in het in het eerste lid, eerste volzin, genoemde reglement. Zij blijven van kracht tot 1 januari 2009.

Bijlage I RVV 1990 Bijlage II RVV 1966
A1 1
A2 2
A4 1a (eerste model)
A5 2a (eerste model)
B1 6
B2 7
B3 8
B4 8 (uitgevoerd conform onderschrift)
B5 8 (uitgevoerd conform onderschrift)
B7 10
C3 13
C4 14
C6 17
C7 17a
C8 17b
C10 18
C11 19
C12 20
C13 21
C14 22
C15 23
C16 27
C17 32
C18 33
C19 34
C20 35
C21 36
C22 98a
D1 15
D2 16
D3 63
D4 tot en met D6 46 en 47
E3 52
E4 99
E5 54a
E6 54b en 54c
E7 54d
E8 99 (met onderbord waarop de betrokken categorie is aangegeven)
E9 99a
E10 53
E11 54
F1 40
F2 41
F3 42
F4 43
F5 44
F6 45
F7 48
F8 55
G1 57a
G2 58a
G3 57b
G4 58b
G5 57c
G6 58c
G7 61
G11 59
G13 60
H1 3 en 4
H2 5
J2 66
J3 67
J4 69
J5 68
J1 73
J15 79
J16 80
J20 82
J21 83
J22 84
J23 84
J24 87
J25 85
J26 86
J27 88
J28 89
J29 91
J31 93
J33 94a
J34 94b
J35 94c
J37 90
K14 98
L2 96
L3 102
L4 100
L8 101, onderdeel a
L9 101, onderdeel b
Artikel 97

Bewegwijzeringsborden, geplaatst voor 1 november 1991, blijven van kracht totdat zij door in bijlage I vastgestelde borden zijn vervangen.

Artikel 98

Vervallen

Artikel 99

Vervallen

Hoofdstuk VI. Ontheffingen en vrijstellingen

Artikel 100

Vervallen

Hoofdstuk X. Wijziging van de bijlage, behorende bij het Wegenverkeersreglement

Artikel 101

Vervallen

Hoofdstuk XI. Wijziging van andere Besluiten

Artikel 102

Vervallen

Artikel 103

Vervallen

Artikel 104

Vervallen

Artikel 105

Vervallen

Artikel 106

Vervallen

Artikel 107

Vervallen

Artikel 108

Vervallen

Artikel 109

Vervallen

Artikel 110

Vervallen

Artikel 111

Vervallen

Artikel 112

Vervallen

Artikel 113

Vervallen

Artikel 114

Vervallen

Artikel 115

Vervallen

Artikel 116

Vervallen

Artikel 117

Vervallen

Artikel 118

Vervallen

Hoofdstuk IX. Wijziging van het wegenverkeersreglement

Artikel 119

Vervallen

Hoofdstuk X. Wijziging van de bijlage, behorende bij het Wegenverkeersreglement

Artikel 120

De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld.

Hoofdstuk XI. Wijziging van andere Besluiten

Artikel 121

Dit besluit kan worden aangehaald als "Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990" of als "RVV 1990".

Bijlage 1. Verkeersborden

Hoofdstuk A. Snelheid

Hoofdstuk A. Snelheid

Hoofdstuk B. Voorrang

Hoofdstuk A. Snelheid

Hoofdstuk B. Voorrang

Hoofdstuk A. Snelheid

Hoofdstuk B. Voorrang

Hoofdstuk C. Geslotenverklaring

Hoofdstuk D. Rijrichting

Hoofdstuk A. Snelheid

Hoofdstuk B. Voorrang

Bijlage 2. Aanwijzingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

§ 26a. Zitplaatsen

Hoofdstuk III. Verkeerstekens

§ 27. Autogordels en kinderbeveiligingssystemen

§ 29. Zitplaats kinderen op fietsen en bromfietsen

§ 31. Vervoer van personen in of op aanhangwagens en in laadruimten

§ 2. Verkeersborden

Hoofdstuk IV. Aanwijzingen

§ 4. Verkeerstekens op het wegdek

§ 4. Verkeerstekens op het wegdek

Hoofdstuk V. Bijzondere bepalingen ten behoeve van gehandicapten

§ 4. Verkeerstekens op het wegdek

§ 1. Verplichtingen weggebruikers

Hoofdstuk IV. Aanwijzingen

Hoofdstuk IV. Aanwijzingen

§ 1. Verplichtingen weggebruikers

§ 1. Uitzonderingen voor gehandicapten

§ 2. Rangorde aanwijzingen, verkeerstekens en verkeersregels

§ 1. Uitzonderingen voor gehandicapten

§ 1. Uitzonderingen voor gehandicapten

Hoofdstuk VA. Tijdelijke verlaging maximumsnelheid in geval van verstoring olie-aanvoer

Hoofdstuk VA. Tijdelijke verlaging maximumsnelheid in geval van verstoring olie-aanvoer

Hoofdstuk VII. Strafbepalingen

Hoofdstuk VII. Strafbepalingen

Hoofdstuk VII. Strafbepalingen

Hoofdstuk IX. Wijziging van het wegenverkeersreglement

Hoofdstuk X. Wijziging van de bijlage, behorende bij het Wegenverkeersreglement

Hoofdstuk XI. Wijziging van andere Besluiten

Bijlage 1. Verkeersborden

Hoofdstuk A. Snelheid

Bijlage 1. Verkeersborden

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Artikel 22a
1.

Voor zover niet ingevolge andere artikelen van dit besluit een lagere maximumsnelheid geldt, geldt als maximumsnelheid voor landbouw- en bosbouwtrekkers, motorrijtuigen met beperkte snelheid en mobiele machines, al dan niet met aanhangwagen: 25 km per uur.

2.

In afwijking van het eerste lid geldt, voor zover niet ingevolge andere artikelen van dit besluit een lagere maximumsnelheid geldt, als maximumsnelheid voor landbouw- en bosbouwtrekkers, motorrijtuigen met beperkte snelheid en mobiele machines, al dan niet met aanhangwagen, op wegen:

  • a. buiten de bebouwde kom; en
  • b. binnen de bebouwde kom:
  • 1°. die zijn voorzien van een vrijliggend fietspad of fiets/bromfietspad;
  • 2°. die gesloten zijn voor fietsers; of
  • 3°. waar een maximumsnelheid van 70 km per uur geldt:

40 km per uur.

§ 9. Stilstaan

§ 10. Parkeren

§ 11. Het plaatsen van fietsen en bromfietsen

§ 12. Signalen en herkenningstekens

§ 13. Gebruik van lichten tijdens het rijden

§ 14. Gebruik van lichten tijdens het stilstaan

§ 14. Gebruik van lichten tijdens het stilstaan

§ 14. Gebruik van lichten tijdens het stilstaan

§ 15. Bijzondere lichten

§ 16. Autosnelwegen en autowegen

§ 17. Erven

§ 18. Rotondes

§ 18. Rotondes

§ 19. Voetgangers

§ 20. Voorrangsvoertuigen

§ 21. Loslopend vee

§ 23. Slepen

§ 24. Bijzondere manoeuvres

§ 26a. Zitplaatsen

§ 25. Onnodig geluid

§ 26. Gevarendriehoek

§ 26a. Zitplaatsen

Artikel 61b
1.

Het is verboden personen te vervoeren in de open of gesloten laadruimte van een motorvoertuig of bromfiets en in of op een aanhangwagen achter een motorvoertuig of bromfiets.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing:

  • a. op het vervoer van personen in de laadruimte van een ambulance of dierenambulance en op het vervoer van rolstoelinzittenden op de daarvoor ingerichte plaatsen in de laadruimte van een voertuig dat blijkens een aantekening op het kentekenbewijs speciaal is uitgerust voor rolstoelvervoer.
  • b. op het vervoer van personen in de laadruimte van motorvoertuigen ten dienste van politie en brandweer en van andere door Onze Minister aangewezen hulpverleningsdiensten;
  • c. op het vervoer van een persoon op de bestuurderszitplaats in een motorvoertuig of op een bromfiets op meer dan twee wielen die door een ander motorvoertuig of een andere bromfiets op meer dan twee wielen wordt voortgetrokken en op het vervoer van passagiers van het getrokken voertuig als hier bedoeld, voor wie geen zitplaats in het trekkende voertuig als hier bedoeld beschikbaar is;
  • d. in het geval het vervoer van personen geschiedt in het kader van een evenement of optocht waarvoor een vergunning op grond van een gemeentelijke verordening is afgegeven;
  • e. op het vervoer van personen met een motorrijtuig met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van niet meer dan 45 km per uur, met niet meer dan acht zitplaatsen, de bestuurderszitplaats niet meegerekend, niet zijnde een bromfiets, dat een combinatie vormt met één of meer aanhangwagens die zijn ingericht voor het vervoer van personen indien voor dit vervoer een vergunning door het bevoegd gezag is afgegeven.

Hoofdstuk III. Verkeerstekens

§ 28. Helmen

§ 30. Gebruik van mobiele telecommunicatieapparatuur

§ 1. Algemene bepalingen

§ 3. Verkeerslichten

Hoofdstuk IV. Aanwijzingen

Hoofdstuk IV. Aanwijzingen

§ 1. Uitzonderingen voor gehandicapten

Hoofdstuk V. Bijzondere bepalingen ten behoeve van gehandicapten

§ 2. Buiten Nederland afgegeven gehandicaptenparkeerkaarten

Hoofdstuk VB. Milieuzones

Hoofdstuk VIII. Overgangsbepalingen

Hoofdstuk XIII. Inwerkingtreding

Bijlage 1. Verkeersborden

Hoofdstuk B. Voorrang

Hoofdstuk A. Snelheid

Bijlage 1. Verkeersborden

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Artikel 59a
1.

Bestuurders van een autobus en hun passagiers van 3 jaar of ouder gebruiken de autogordel of het kinderbeveiligingssysteem waarmee de autobus is uitgerust, wanneer zij zich op hun zitplaats bevinden en het voertuig deelneemt aan het verkeer.

2.

Passagiers van een autobus die in beweging is, wordt meegedeeld dat het verplicht is gebruik te maken van het in het eerste lid genoemde beveiligingsysteem wanneer zij zich op hun zitplaats bevinden en het voertuig deelneemt aan het verkeer. Deze mededeling gebeurt op één of meer van de volgende manieren:

  • a. door de bestuurder, de conducteur, de reisleider of een als groepsleider aangewezen persoon;
  • b. door audiovisuele middelen;
  • c. door opschriften of het volgende pictogram: Het pictogram wordt bij gebruikmaking daarvan duidelijk op iedere zitplaats aangebracht.
3.

In afwijking van het eerste lid behoeven passagiers van autobussen waarin het vervoer van staande passagiers is toegestaan geen beveiligingssysteem te gebruiken en behoeven passagiers van autobussen die volgens een dienstregeling stads- of streekvervoer uitvoeren binnen de bebouwde kom geen beveiligingssysteem te gebruiken.

4.

Het is bestuurders van een autobus verboden passagiers jonger dan 12 jaren te vervoeren op een andere wijze dan in dit artikel is voorgeschreven.

5.

Het eerste lid geldt niet voor passagiers die gebruik maken van een ligplaats. Deze passagiers maken, indien beschikbaar, gebruik van de daarvoor bestemde veiligheidsvoorziening die deel uitmaakt van het voertuig of van het systeem waarmee de ligplaats aan de vloer van het voertuig is bevestigd.

Artikel 59b
1.

In afwijking van artikel 59, eerste en achtste lid, mag anders dan op de voorste zitplaatsen in personenauto’s en bestelauto’s, wanneer het na installatie van twee kinderbeveiligingssystemen niet mogelijk is nog een derde kinderbeveiligingssysteem te installeren en deze beveiligingssystemen in gebruik zijn, een derde passagier die 3 jaren of ouder is en met een lengte van minder dan 1,35 meter, worden vervoerd wanneer deze een autogordel gebruikt. Artikel 59, zevende lid, is van toepassing.

2.

In afwijking van artikel 59, eerste lid, tweede volzin, en achtste lid, mogen in incidentele gevallen en over korte afstand in personenauto's en bestelauto's op andere dan de voorste zitplaatsen passagiers die 3 jaar of ouder zijn en met een lengte van minder dan 1,35 meter worden vervoerd wanneer deze passagiers een autogordel gebruiken. Dit geldt niet met betrekking tot passagiers waarvan een ouder de auto bestuurt dan wel daarvan eigenaar of houder is.

§ 30. Gebruik van mobiele telecommunicatieapparatuur

Hoofdstuk III. Verkeerstekens

§ 1. Algemene bepalingen

§ 3. Verkeerslichten

Hoofdstuk IV. Aanwijzingen

§ 1. Verplichtingen weggebruikers

§ 2. Buiten Nederland afgegeven gehandicaptenparkeerkaarten

Hoofdstuk IV. Aanwijzingen

Hoofdstuk V. Bijzondere bepalingen ten behoeve van gehandicapten

§ 1. Algemeen

Hoofdstuk VI. Ontheffingen en vrijstellingen

Hoofdstuk VII. Strafbepalingen

Hoofdstuk XII. Intrekking RVV 1966

Bijlage 1. Verkeersborden

Hoofdstuk B. Voorrang

Hoofdstuk A. Snelheid

Bijlage 2. Aanwijzingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Artikel 58a
1.

Tijdens deelname aan het verkeer zitten bestuurders en passagiers op de voor hen bestemde zitplaatsen.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op:

  • a. staande passagiers van autobussen waarin het vervoer van staande passagiers is toegestaan;
  • b. passagiers van autobussen zonder staanplaatsen bij incidenteel gebruik van het gangpad of toilet;
  • d. passagiers, jonger dan 3 jaar, in autobussen;
  • e. passagiers jonger dan 18 jaar en met een lengte van minder dan 1,35 meter die gebruik maken van een voor deze passagiers geschikte zitgelegenheid die deel uitmaakt van de constructie van het voertuig, hierin deugdelijk is bevestigd en is voorzien van autogordels;
  • g. het vervoer van één persoon van 8 jaar of ouder op de bagagedrager door fietsers met uitzondering van snorfietsers.
  • h. passagiers die gebruik maken van een ligplaats, indien op één ligplaats ten hoogste één passagier is gelegen.
3.

In afwijking van het eerste lid worden op fietsen en bromfietsen passagiers jonger dan 8 jaar alleen vervoerd indien zij zijn gezeten op een doelmatige en veilige voorziening met voldoende steun voor rug, handen en voeten.

4.

Het is bestuurders verboden passagiers te vervoeren op een andere wijze dan in dit artikel is voorgeschreven.

§ 28. Helmen

Hoofdstuk III. Verkeerstekens

§ 29. Zitplaats kinderen op fietsen en bromfietsen

Artikel 63b
1.

Wanneer verkeerstekens die een maximumsnelheid aanduiden een hogere snelheid aangeven dan :

  • b. de ingevolge een ministeriële regeling krachtens artikel 86a geldende maximumsnelheid, of

geldt de laagste aangegeven snelheid.

2.

Indien zowel door verkeerstekens op borden als door elektronische signaleringsborden een maximumsnelheid wordt aangegeven, geldt de laagste aangegeven maximumsnelheid.

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 64a

Verkeersborden mogen op een elektronisch signaleringsbord worden weergegeven.

§ 1. Verplichtingen weggebruikers

Hoofdstuk VA. Tijdelijke verlaging maximumsnelheid in geval van verstoring olie-aanvoer

Hoofdstuk V. Bijzondere bepalingen ten behoeve van gehandicapten

§ 1. Algemeen

§ 2. Autogordels en kinderbeveiligingssystemen

Hoofdstuk VI. Ontheffingen en vrijstellingen

Hoofdstuk VII. Strafbepalingen

Hoofdstuk VIII. Overgangsbepalingen

Hoofdstuk XII. Intrekking RVV 1966

Hoofdstuk XII. Intrekking RVV 1966

Bijlage 1. Verkeersborden

Hoofdstuk A. Snelheid

Hoofdstuk B. Voorrang

Hoofdstuk A. Snelheid

Hoofdstuk A. Snelheid

Bijlage 1. Verkeersborden

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Artikel 41a
1.

Verlichte transparanten die informatie bieden over de bestemming of het gebruik van het voertuig mogen worden gevoerd door:

  • a. personenauto’s, bedrijfsauto’s en motorfietsen:
  • 2°. in gebruik bij de brandweer;
  • 3°. in gebruik bij pechhulpdiensten;
  • 4°. in gebruik bij Rijkswaterstaat, bij de Inspectie Leefomgeving en Transport of bij de douane;
  • 5°. die worden gebruikt door artsen;
  • 6°. die worden gebruikt voor het geven van rijonderricht of het afleggen van een rijproef;
  • b. autobussen van openbaar vervoerdiensten;
  • c. bedrijfsauto’s van transportbegeleiders;
  • d. personen- en bedrijfsauto’s ingericht als dierenambulance;
  • e. taxi’s.
2.

Personenauto’s, bedrijfsauto’s en motorfietsen die worden gebruikt voor het geven van rijonderricht of het afleggen van een rijproef mogen slechts zijn voorzien van een verlicht transparant die de ingevolge het Reglement rijbewijzen voorgeschreven letter «L» weergeeft.

3.

Onverminderd het eerste lid mogen:

  • a. verlichte transparanten die worden gevoerd door de voertuigen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 1° tot en met 4° en onderdeel c, aanwijzingen weergeven voor het overige wegverkeer,
  • b. taxi’s zijn voorzien van verlichte transparanten die de volgende informatie weergeven:
  • 1°. tarieven;
  • 2°. naam van het taxibedrijf; en
  • 3°. telefoonnummer van het taxibedrijf.
4.

Taxi’s die zijn voorzien van verlichte transparanten die tarieven weergeven, mogen deze verlichting slechts voeren wanneer zij zich op een taxistandplaats bevinden.

5.

Verlichte transparanten worden niet gevoerd door andere voertuigen dan genoemd in het eerste lid en worden niet gevoerd op een andere wijze dan bepaald in het eerste tot en met vierde lid.

§ 16. Autosnelwegen en autowegen

§ 15. Bijzondere lichten

§ 17. Erven

§ 21. Loslopend vee

Hoofdstuk III. Verkeerstekens

§ 4. Verkeerstekens op het wegdek

Hoofdstuk IV. Aanwijzingen

§ 1. Verplichtingen weggebruikers

Artikel 82a

Weggebruikers zijn voorts verplicht de aanwijzingen op te volgen die worden gegeven door middel van de verlichte transparanten op personenauto’s, bedrijfsauto’s en motorfietsen in gebruik bij de in artikel 41a, eerste lid, onderdeel a, onder 1° en 4°, genoemde diensten en op bedrijfsauto’s van transportbegeleiders.

Hoofdstuk V. Bijzondere bepalingen ten behoeve van gehandicapten

§ 1. Algemeen

Hoofdstuk IX. Wijziging van het wegenverkeersreglement

Hoofdstuk XII. Intrekking RVV 1966

Bijlage 1. Verkeersborden

Hoofdstuk A. Snelheid

Hoofdstuk A. Snelheid

Bijlage 1. Verkeersborden

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Artikel 35a
1.

De in artikel 35 bedoelde verlichting mag andere weggebruikers niet verblinden.

2.

De in artikel 35, eerste tot en met vierde lid, bedoelde verlichting mag niet knipperen.

3.

De in artikel 35, eerste tot en met vierde lid, bedoelde verlichting moet:

  • a. aan de voorzijde voortdurend zichtbaar zijn voor tegemoetkomende weggebruikers;
  • b. aan de achterzijde voortdurend zichtbaar zijn voor van achteren naderende weggebruikers.
Artikel 35b
1.

Bestuurders van een wagen voeren bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd, of bij nacht voor- en achterlicht.

2.

Bestuurders van een gehandicaptenvoertuig, dat niet is uitgerust met een motor, voeren bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd, of bij nacht voor- en achterlicht indien zij gebruik maken van de rijbaan, het fietspad of het fiets-/bromfietspad.

§ 14. Gebruik van lichten tijdens het stilstaan

Hoofdstuk III. Verkeerstekens

§ 2. Verkeersborden

Hoofdstuk VA. Tijdelijke verlaging maximumsnelheid in geval van verstoring olie-aanvoer

§ 1. Algemeen

Hoofdstuk X. Wijziging van de bijlage, behorende bij het Wegenverkeersreglement

Hoofdstuk XIII. Inwerkingtreding

Hoofdstuk A. Snelheid

Hoofdstuk A. Snelheid

Bijlage 2. Aanwijzingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Artikel 30a
1.

Bestuurders van de in artikel 29, eerste lid, bedoelde motorvoertuigen mogen onder nader aan te geven omstandigheden extra richtingaanwijzers voeren.

2.

Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden vastgesteld betreffende de in het eerste lid bedoelde richtingaanwijzers en de omstandigheden waarin deze worden gebruikt.

Artikel 30b

De artikelen 29 tot en met 30a zijn niet van toepassing op Belgische en Duitse motorvoertuigen in gebruik bij politie en brandweer, in gebruik bij diensten voor spoedeisende hulpverlening alsmede motorvoertuigen van Belgische en Duitse hulpverleningsdiensten, aangewezen bij of krachtens artikel 29, eerste lid, mits deze voertuigen elk de signalen voeren overeenkomstig de voor hen in hun eigen land geldende wettelijke regels.

§ 13. Gebruik van lichten tijdens het rijden

§ 16. Autosnelwegen en autowegen

Hoofdstuk III. Verkeerstekens

Hoofdstuk V. Bijzondere bepalingen ten behoeve van gehandicapten

Hoofdstuk VB. Milieuzones

§ 2. Autogordels en kinderbeveiligingssystemen

Hoofdstuk IX. Wijziging van het wegenverkeersreglement

Hoofdstuk XII. Intrekking RVV 1966

Hoofdstuk B. Voorrang

Hoofdstuk C. Geslotenverklaring

Bijlage 2. Aanwijzingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

§ 1. Algemeen

§ 1. Algemeen

§ 1. Algemeen

§ 2. Autogordels en kinderbeveiligingssystemen

§ 3

Hoofdstuk VII. Strafbepalingen

Hoofdstuk VII. Strafbepalingen

Hoofdstuk IX. Wijziging van het wegenverkeersreglement

Hoofdstuk IX. Wijziging van het wegenverkeersreglement

Hoofdstuk IX. Wijziging van het wegenverkeersreglement

Hoofdstuk XII. Intrekking RVV 1966

Hoofdstuk XII. Intrekking RVV 1966

Hoofdstuk XII. Intrekking RVV 1966

Bijlage 1. Verkeersborden

Hoofdstuk D. Rijrichting

Bijlage 2. Aanwijzingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Artikel 86c

Voor de toepassing van dit hoofdstuk en bijlage 1 wordt verstaan onder:

  • emissieklasse: klasse van uitstoot van broeikasgassen, verontreinigende gassen en deeltjes door een voertuig als bedoeld in de bijlage van het Kentekenreglement;
  • kermis- en circusvrachtauto: vrachtauto die feitelijk gebruikt wordt als kermis- en circusvoertuig als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen en in het kentekenregister aangeduid als kermis- en circusvoertuig;
  • emissieloos voertuig: voertuig zonder uitlaatemissie van broeikasgassen, verontreinigende gassen en deeltjes (emissieklasse Z);
  • verhuisauto: vrachtauto die gebruikt wordt door een verhuisonderneming en bestemd voor het vervoeren van inboedels;
  • voor rolstoelen toegankelijke personen- of bedrijfsauto: personen- of bedrijfsauto die in het kentekenregister is voorzien van de aanduiding voor speciale doeleinden voor rolstoelen toegankelijk voertuig (code SH) of van de bijzonderheidscodes 70, 145, 146, 147 of 149;
Artikel 86d
1.

De geslotenverklaring krachtens verkeersbord C22e van bijlage 1 vanwege een milieuzone is van toepassing op personenauto’s, bedrijfsauto’s, vrachtauto’s of autobussen met een dieselmotor.

2.

Onder verkeersbord C22e worden de in bijlage 1 opgenomen onderborden C22e4, C22e5, C22e6, C22e7, C22e8, C22e9 of C22e10 geplaatst.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op:

  • a. kampeerwagens, voor zover het betreft een geslotenverklaring vanwege een milieuzone waarin de houder van het kenteken van het betreffende voertuig woonachtig is;
  • b. voertuigen met een datum van eerste toelating van veertig jaar of ouder;
  • c. voor rolstoelen toegankelijke personen- of bedrijfsauto’s;
  • d. vrachtauto’s, met de in het kentekenregister vastgelegde carrosseriecode 15, 16, 19, 23, 26, 27, 31 of de aanduiding voor speciale doeleinden SB en SF, en met een datum van eerste toelating van twaalf jaar of jonger.
4.

Een ontheffing als bedoeld in artikel 87, voor zover het betreft het verkeersteken C22e, wordt door het bevoegd gezag in ieder geval verleend voor de volgende voertuigen en is geldig voor het gehele land:

  • a. voertuigen van gehandicapten, welke zijn aangepast voor € 500 of meer;
  • b. kermis- en circusvrachtauto’s, vrachtauto’s voor exceptioneel transport, verhuisauto’s en vrachtauto’s met een laadkraan met een hefvermogen van 35 tonmeter of meer, en met een datum van eerste toelating van twaalf jaar of jonger.

§ 4

Hoofdstuk VII. Strafbepalingen

Hoofdstuk XII. Intrekking RVV 1966

Bijlage 1. Verkeersborden

Hoofdstuk E. Parkeren en stilstaan

Hoofdstuk F. Overige geboden en verboden

Bijlage 2. Aanwijzingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Artikel 30c

De motorvoertuigen die onderdeel uitmaken van een uitvaartstoet van motorvoertuigen voeren een herkenningsteken. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over het herkenningsteken en de wijze waarop dit wordt gevoerd.

§ 13. Gebruik van lichten tijdens het rijden

§ 22. In- en uitstappende passagiers

Hoofdstuk III. Verkeerstekens

§ 3. Verkeerslichten

§ 2. Buiten Nederland afgegeven gehandicaptenparkeerkaarten

Hoofdstuk VI. Ontheffingen en vrijstellingen

§ 3

§ 4

Hoofdstuk IX. Wijziging van het wegenverkeersreglement

Hoofdstuk XII. Intrekking RVV 1966

Hoofdstuk XII. Intrekking RVV 1966

Bijlage 1. Verkeersborden

Hoofdstuk G. Verkeersregels

Bijlage 2. Aanwijzingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Artikel 35c

De artikelen 35, eerste tot en met vierde lid en zesde lid, en 35a zijn van overeenkomstige toepassing op bestuurders van snorfietsen, zijnde bromfietsen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de wet.

§ 31. Vervoer van personen in of op aanhangwagens en in laadruimten

Hoofdstuk III. Verkeerstekens

§ 2. Verkeersborden

§ 3. Verkeerslichten

Hoofdstuk VB. Milieuzones en nul-emissiezones

§ 5. Voorrangsvoertuigen

Hoofdstuk VIII. Overgangsbepalingen

Hoofdstuk XIII. Inwerkingtreding

Bijlage 1. Verkeersborden

Hoofdstuk H. Bebouwde kom

Bijlage 2. Aanwijzingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Artikel 86e
1.

De geslotenverklaring krachtens verkeersbord C22e van bijlage 1 vanwege een nul-emissiezone is van toepassing op bedrijfsauto’s en vrachtauto’s, met uitzondering van emissieloze voertuigen.

2.

Onder verkeersbord C22e wordt het in bijlage 1 opgenomen onderbord C22e1 geplaatst.

3.

Tot en met 31 december 2026 is het eerste lid niet van toepassing op bedrijfsauto’s met emissieklasse 5.

4.

Tot en met 31 december 2027 is het eerste lid niet van toepassing op bedrijfsauto’s met minimaal emissieklasse 6.

5.

Tot en met 31 december 2029 is het eerste lid niet van toepassing op:

  • b. opleggertrekkers met emissieklasse 6 met een datum van eerste toelating vanaf 1 januari 2017;
  • c. vrachtauto’s met emissieklasse 6 voor zover die niet onder onderdeel b vallen en met een datum van eerste toelating vanaf 1 januari 2020.
6.

Een ontheffing als bedoeld in artikel 87, voor zover het betreft het verkeersteken C22c, wordt door het bevoegd gezag in ieder geval verleend voor de volgende voertuigen:

  • a. voertuigen van gehandicapten, welke zijn aangepast voor € 500 of meer;
  • b. kermis- en circusvrachtauto’s, vrachtauto’s voor exceptioneel transport, verhuisauto’s en vrachtauto’s met een laadkraan met een hefvermogen van 35 tonmeter of meer, en met een datum van eerste toelating van twaalf jaar of jonger.
7.

Het derde, vierde en vijfde lid, onderdelen b en c, zijn niet van toepassing op bedrijfs- en vrachtauto’s die na 31 december 2024 op kenteken zijn gezet.

§ 5. Voorrangsvoertuigen

Hoofdstuk XIII. Inwerkingtreding

Hoofdstuk J. Waarschuwing

Bijlage 2. Aanwijzingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Artikel 96a

Verkeersborden die zijn geplaatst voor de inwerkingtreding van Besluit van 20 oktober 2022 tot wijziging van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 en het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer in verband met diverse aanpassingen (onderhoudswijziging Reglement verkeersregels verkeerstekens 1990) (Stb.2022,413), die niet voldoen aan dit Reglement, voldoen aan het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding van deze wijziging.

Hoofdstuk XIV. Citeertitel

Bijlage 1. Verkeersborden

Hoofdstuk K. Bewegwijzering

Bijlage 2. Aanwijzingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Artikel 96b

Verkeersborden die zijn geplaatst voor inwerkingtreding van het Besluit van 4 oktober 2025, tot wijziging van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 en het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer in verband met de invoering van een nieuw verkeersbord en bijbehorende onderborden voor milieuzones en nul-emissiezones (Stb. 2025, 265), die niet voldoen aan dit Reglement, voldoen aan het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding van deze wijziging.

Hoofdstuk XIV. Citeertitel

Hoofdstuk L. Informatie

Bijlage 2. Aanwijzingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)